Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit

We werken aan het meest betrouwbare, slimme, duurzame en veilige mobiliteitssysteem van Europa om Brabant aantrekkelijk, bereikbaar en concurrerend te houden.

Inleiding

We gaan voor een veilig, samenhangend, robuust, betrouwbaar, schoon, stil en gezond mobiliteitssysteem dat bijdraagt aan een concurrerende en duurzame economie en mensen in staat stelt mee te doen aan de samenleving en zo bijdraagt aan de brede welvaart van Brabant.

Om dat te bereiken zorgen we vanuit onze wettelijke verantwoordelijkheden dat er een goede basis voor de mobiliteit in Brabant is met een stevig netwerk van provinciale wegen, fietspaden en openbaar vervoer.

De corona-uitbraak heeft veel effect gehad op onderdelen van ons mobiliteitssysteem, zoals bijvoorbeeld het openbaar vervoer waar de reizigersaantallen fors zijn afgenomen. Maar ook de stikstofproblematiek leidt nog steeds in projecten tot extra onzekerheid.

Voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem in Brabant is het belangrijker dan ooit om stevig door te gaan met wat al eerder in gang is gezet. Bijvoorbeeld zorgen voor een passend OV-aanbod om weer snel te kunnen opschalen bij aantrekkende reizigersaantallen en de transitie naar gedeelde mobiliteit. Die is nodig om het openbaar vervoer flexibel, toekomstbestendig en betaalbaar te houden.

Maar ook meer datagedreven werken, zoals bijvoorbeeld het in kaart brengen van verkeersstromen of piekmomenten voor het kunnen nemen van de juiste investeringsbeslissingen. Een datagedreven en risicogestuurde aanpak kan ook helpen bij het nog veiliger maken van onze wegen. Brabant kent te veel verkeerslachtoffers en we hebben een stevige ambitie van nul. Daarom is het ook belangrijk dat we ervoor zorgen dat het provinciale fiets- en wegennet er goed onderhouden bij ligt en dat er geen sprake is van achterstallig onderhoud. Waar mogelijk verbeteren we verder de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid.

We zitten in een transitie van het mobiliteitssysteem in Brabant en de opgave die nodig is voor de ambitie om Brabant bereikbaar te houden is enorm. Dat terwijl we juist te maken hebben met teruglopende middelen en een taakstelling voor het mobiliteitsveld van ongeveer € 7 mln per jaar. Echter, door de financiële druk op de wettelijke taken van OV-concessies en een toename van de onderhoudstaak door de uitbreiding en opwaardering van het areaal is de werkelijke (structurele) bezuinigingsopgave nog vele malen groter. Dit vraagt om een herijking van de mobiliteitsbegroting en nog scherpere keuzes in de programmering van mobiliteitsprojecten.

In het beleidskader Mobiliteit: Koers 2030 is het mobiliteitsbeleid voor de komende jaren uitgestippeld. De ambities hieruit zijn opgenomen in deze begroting.

We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem.

Door zorgvuldig (functioneel) beheer en onderhoud dragen de rijks- en provinciale wegen maximaal bij aan een betrouwbaar mobiliteitssysteem, nu en in de toekomst:

  • De ontwikkeling in de Kwaliteitsindicator Provinciale Wegen (provinciale wegen): KPW >= vorig jaar.
  • De ontwikkeling in de klantwaardering voor de Brabantse wegen via het WOW-onderzoek (provinciale wegen): WOW >= vorig jaar.

Mate van tevredenheid onder Brabanders en Brabantse ondernemers over hun reistijd en de voorspelbaarheid van de reistijd:

  • Ontwikkeling in de OV-klantenbarometer: OV-klantenbarometer >= vorig jaar

Wat gaan we daarvoor doen?

We gaan voor veilige mobiliteit.

In Brabant streven we naar nul verkeersslachtoffers. Elke verkeersslachtoffer is er één te veel.

  • De ontwikkeling van het aantal dodelijke verkeersslachtoffers (Noord-Brabant & provinciale wegen): aantal dodelijke verkeersslachtoffers (conform CBS) < vorig jaar.
  2020* 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
aantal 99                    

* realisatie

In 2030 hebben we de helft minder verkeersongevallen dan in 2020.

  • De ontwikkeling van het aantal ongevallen met lichamelijk letsel (Noord-Brabant & provinciale wegen): aantal ongevallen met lichamelijk letsel.
  2020* 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
aantal 1.686                    

* realisatie

De sociale veiligheid is in 2030 toegenomen ten opzichte van 2020.

  • De ontwikkeling van de OV-klantbarometer onderdeel veiligheid: OV-klantbarometer onderdeel sociale veiligheid >= vorig jaar.

Wat gaan we daarvoor doen?

We gaan voor schone, stille en gezonde mobiliteit.

We gaan in Noord-Brabant uit van een ten minste 50% reductie van broeikasgassen (waaronder CO2) en ten minste 50% gebruik van duurzame energie. De uitstoot van overige emissies (NOx, fijnstof) is significant afgenomen in 2030. Op grond van het Schone Lucht Akkoord is het streven om in 2030 tot een reductie te komen van 50% van de negatieve gezondheidseffecten van verkeersemissies ten opzichte van 2016:

  • Ontwikkeling emissie broeikasgassen vanuit mobiliteit uitgedrukt in CO2-equivalenten (in absolute aantallen in tonnen uitstoot) (Noord-Brabant): emissie < vorige jaar.

We zorgen in Noord-Brabant dat de overlast van verkeer geminimaliseerd wordt door in te zetten op stille voertuigen en infrastructuur:

  • Ontwikkeling aantal objectief geluidgehinderden waar de wettelijke geluidnormen worden overschreden (provinciale wegen): aantal < vorig jaar.

Wat gaan we daarvoor doen?

Verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:

  • Gemeenschappelijke regeling ‘Kleinschalig Collectief Vervoer Noordoost Brabant’
  • Eindhoven Airport

Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Ontwikkelingen en onzekerheden

  • De ontwikkeling van de Corona-pandemie, de exacte gevolgen en welke beperkende maatregelen er (nog) zullen gelden, geeft grote onzekerheid bij de uitvoering van het mobiliteitsbeleid. Dit zal het geval zijn bij het openbaar vervoer.
  • De stikstof problematiek geeft extra onzekerheid bij de realisatie van (infrastructurele) projecten.
  • Onzekerheid en vertraging in de doorlooptijden bij behandeling door de Raad van State heeft invloed op de haalbaarheid en zekerheid van de planningen van projecten.

Wat mag het kosten?

Het begrotingsprogramma Basisinfrastructuur Mobiliteit is opgebouwd uit een aantal (wettelijke) basistaken. Voor een goede borging van deze basistaken zijn de middelen op basis van vastgesteld beleid structureel en autonoom op de meerjarige begroting geraamd:

  • Algemeen: € 0,8 mln, waarvan € 0,3 mln structureel
  • Data: € 6,4 mln, waarvan € 2,2 mln structureel
  • Verkeersveiligheid: € 2,0 mln, waarvan € 1,1 mln structureel
  • Beheer en onderhoud: € 12,1 mln structureel*
  • OV: € 95,0 mln structureel

* Plus € 26 mln structureel investeringskrediet per jaar voor groot onderhoud en vervanging. De jaarlijkse investeringsuitgaven worden op basis van wet- en regelgeving geactiveerd en vervolgens afgeschreven. De berekende afschrijvingslasten komen op basis van de investeringsplanning ten laste van de exploitatiebegroting.

Daarnaast is er voor de doorontwikkeling van het huidige OV en de transitie naar gedeelde mobiliteit in 2021 € 8,5 mln op de begroting geraamd, gedekt door een reserve.

Bovenop de structurele bedragen is er dus (evenals in 2021) sprake van een tijdelijke intensivering o.a. op het gebeid van data (Datavisie en de Krachtenbundeling Smart Mobility Zuid-Nederland) en de intensivering op verkeersveiligheid in het kader van het Bestuursakkoord.

Het totaal van de programmakosten 08 in de begroting 2022 komt uit op een totaal van € 124,7 mln en is daarmee € 3,6 mln hoger dan in 2021. Dit is o.a. het gevolg van € 3,1 mln hoger budget OV-concessie (o.a. tbv de meerkosten noodconcessie West) en € 7,2 mln hoger budget voor de tranisitie gedeelde mobiliteit. Daartegenover zijn in 2022 enkele budgetten lager o.a. het aflopen van de fiscale constructie PPS-A59 (€ 2,2 mln), een geraamde wegenoverdracht in 2021 van € 1,4 mln en € 2,5 mln incidenteel budget voor onderhoud in 2021.

De geraamde inkomsten komen o.a. uit opbrengsten uit leges voor vergunningen en ontheffingen en bijdragen uit hoofde van schadevergoedingen provinciale infrastructuur en voor uitgevoerde werken voor derden zoals gladheidsbestrijding. De geraamde inkomsten voor programma 08 zijn in 2022 lager dan in 2021 door o.a. lagere inkomsten van derden in de OV-concessies en het aflopen van de fiscale constructie PPS-A59 waarvoor een specifieke rijksuitkering werd ontvangen.

De financiële toelichting op de investeringskredieten wegen is opgenomen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen.

Bestuursakkoordmiddelen 2024-2030
Voor de periode 2024 t/m 2030 is aan bestuursakkoordmiddelen € 126 mln voor mobiliteit beschikbaar.

Stand Reserve
De lasten van het programma Basisinfrastructuur mobiliteit worden deels gedekt vanuit de reserve DU verkeer en vervoer/SIF
Het verloop van de stand van die reserve is onderstaand weergegeven. Deze reserve draagt ook bij aan de dekking van de lasten van programma 4 Natuur en Milieu en van programma 9 Mobiliteitsontwikkeling.

 

 

 

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Lasten
Programma lasten 191.106 169.267 172.607 174.504 182.092 183.040
Organisatiekosten 14.384 15.113 10.970 0 0 0
totaal lasten 205.489 184.380 183.577 174.504 180.421 187.078
Baten
totaal baten 37.470 8.515 2.410 2.375 1.349 1.349
saldo baten en lasten -168.020 -175.866 -181.167 -172.129 -179.071 -185.728
Stand reserve x € 1.000 Saldo per 1-1-2021 Saldo per 31-12-2021 Saldo per 31-12-2022 Saldo per 31-12-2023 Saldo per 31-12-2024 Saldo per 31-12-2025
Reserve DU; Verkeer en Vervoer / SIF 433.099 471.900 462.314 463.342 427.874 376.421