Financiering, treasury

Inleiding

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de daaraan verbonden risico’s. Met de vaststelling van de Verordening treasury Noord–Brabant 2021 is er expliciet gekozen om het vermogen van onze provincie actief en risicoarm in te zetten voor de doelen die onze provincie heeft gesteld. Afgeleid van deze inzet is er tevens een rendementsverwachting gekoppeld, die kan worden toegevoegd aan de jaarlijkse middelen en zodoende ook bijdraagt aan verwezenlijking van de gestelde doelen.

Beleidskaders

De uitvoering van het treasurybeleid wordt bepaald door zowel door de rijksoverheid vastgestelde wet– en regelgeving, zoals:
• Provinciewet;
Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido);
Ministeriële regelingen, zoals Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo)
Regeling Schatkistbankieren en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV),
als door:
• De Financiële beleids- en beheersverordening provincie Noord–Brabant;
• De Verordening treasury Noord–Brabant;
• de hierop gebaseerde uitvoeringsregels voor GS in het Treasury Statuut en het beleggingsmandaat.

De financiële resultaten van treasury komen in de begroting tot uitdrukking bij het algemeen financieel beleid in het onderdeel algemene dekkingsmiddelen. Het Treasury Committee (TC) is een kwaliteitsinstrument binnen de complexe wereld van treasury en overheid. In de TC wordt bestuurlijke- en inhoudelijke kracht gebundeld om o.a. zo objectief mogelijk naar treasury-dossiers te kijken.

 

Wat willen we bereiken?

De doelstellingen van treasury richten zich op:
• Optimaliseren van rendementen;
• Beheersing van risico’s;
• Minimaliseren van kosten;
• Toegang tot vermogensmarkten;
• Inzicht bieden in de ontwikkeling van het EMU-saldo.

 

Wat gaan we daarvoor doen?

Treasury-beheer
Rentebaten en -resultaat
Optimaliseren van de rendementen
Het vermogen van de provincie is ondergebracht in twee portefeuilles: de Immunisatieportefeuille en de Investeringsagenda portefeuille. De Immunisatieportefeuille is gericht op het op lange termijn behalen van een rendement ten behoeve van de algemene begroting van de provincie. De Investeringsagenda portefeuille is gericht op het realiseren van de specifiek hiervoor opgestelde investeringsagenda.

In 2021 is, via de ‘Koers 2030’, de beleggingsdoelstelling aangepast aan de huidige rentestanden. De oorspronkelijke doelstelling van € 122,5 miljoen is – administratief- verlaagd met € 16,2 miljoen in verband met een correctie van “niet gemaakte, maar wel geraamde rentekosten’, naar € 106,3 miljoen. Daarnaast wordt er vanaf 2025 een ombuiging gerealiseerd van (stapsgewijs) € 30 miljoen. Dat leidt tot een doelstelling van € 76,3 miljoen. Vanaf 2031 wordt dit nog eens verlaagd met € 30 miljoen naar € 46,3 miljoen, bestaande uit € 22,8 miljoen aan dividend en € 23,5 miljoen aan rendement op het vermogen. Dat wil zeggen een gemiddeld rendement van 1,04%.
Via investeringen in de publieke taak willen wij enerzijds een maatschappelijk rendement realiseren en anderzijds een iets hoger financieel rendement, zodat we gemiddeld uitkomen op ruim 1%. Daarmee realiseren we dus ofwel meer doelen dan nu in de begroting zijn opgenomen ofwel dezelfde doelen met minder budget uit de reguliere begroting door inzet van vermogen.

De middelen in de investeringsagenda zijn oorspronkelijk belegd op basis van het uitgangspunt dat deze in een periode van 15 jaar worden ingezet. Inmiddels is een kapitaal van € 1 miljard ingezet voor de Brabantse burgers en bedrijven. Het rendement van de investeringsagenda dat het investeringsvolume van € 1 miljard overstijgt, wordt met ingang van 2020 toegerekend aan de rendementen van immunisatieportefeuille en komt zo ten goede aan de dekking van de lopende begroting en/of aan de ‘buffer’ in de dividend – en rentereserve.

Op basis van de lange termijn liquiditeitsprognose wordt een beleggingsmix (beleggingscategorieën in hoofdlijnen) opgesteld. Uitgangspunt is minimalisatie van de risico’s door voldoende kwaliteit en spreiding van partijen en door looptijden af te stemmen op de liquiditeitsbehoefte. Dit alles binnen de kaders van de wet Fido en de Ruddo en onze eigen Verordening treasury Noord–Brabant 2021. Conform de wet Fido is de provincie verplicht haar nog niet ingezette liquide middelen onder te brengen bij de “Schatkist” (Verplicht Schatkistbankieren). Dat wil zeggen dat het agentschap van het ministerie van Financiën de gelden bewaart, maar dat de provincie de volledige zeggenschap behoudt. De provincie krijgt hierover sinds 1 april 2015 geen rentevergoeding. Destijds was dit een nadeel, omdat het Rijk een veel lagere rente vergoedde dan de markt. Inmiddels is het al enige jaren een voordeel, omdat we geen rente hoeven te betalen (minimaal 0%), terwijl de banken rente berekenen over tegoeden. De korte en middellange termijn rente (Euro Interest Rate SWAP, IRS, tot en met 10 jaar is negatief) zijn zo laag, dat het uitlenen van geld aan decentrale overheden niet aantrekkelijk is. Er wordt daadwerkelijk pas uitgeleend als de rente minimaal 0,25% bedraagt. De verwachting (van deskundigen) is dat de rente in 2021 en ook de jaren daarna vooralsnog niet gaat stijgen.

De Verordening treasury Noord–Brabant 2021 is door PS op 16 juli 2021 vastgesteld en op 26 juli 2021 gepubliceerd en daarmee geldend vanaf 27 juli 2021 en geeft meer ruimte om te investeren in de publieke taak. Naast de nieuwe en aangepaste Verordening treasury wordt er ook een risicoreserve ingesteld voor € 90 miljoen voor het opvangen van mogelijke vermogensverliezen. Belangrijke uitgangspunt hierbij is en blijft dat het immunisatievermogen eeuwigdurend in stand dient te blijven (€ 2,252 miljard).

 

De huidige inkomstenstroom is voor 2022 - 2026 als volgt geprognosticeerd: Grafiek I


Deze aflopende grafiek maakt inzichtelijk dat de rendementen de komende jaren teruglopen. En waarom er derhalve voor gekozen is om enerzijds te bezuinigen (ambitie bijstellen) en anderzijds rendementen te verhogen (ambitie verhogen) door meer kapitaal in te zetten met een bescheiden rendement.

In 2022 wordt er een tekort geraamd van € 27,2 miljoen. Het verwachte tekort op de begrote inkomsten wordt vanaf 2021 opgevangen door de dividend – en rentereserve die gevoed is met incidentele – en meeropbrengsten tot en met 2020. Het saldo van deze buffer bedraagt naar verwachting eind 2021 € 198 miljoen. Op basis van een ongewijzigde rentestand en een halvering van het dividend van Enexis vanaf 2022 is de buffer onvoldoende groot om de tekorten af te dekken tot en met 2030. Bij het bestuursakkoord 2020 – 2023 zijn stapsgewijs ombuigingen gerealiseerd tot € 30 miljoen structureel vanaf 2025. De dividend- en rentereserve wordt ingezet om de zorgvuldig het evenwicht te bewaren. De prognose in de begroting 2022 is een momentopname. Deze bestaat uit verwachte rente-inkomsten gebaseerd op de forward-curve. De forward curve geeft een indicatie van het toekomstige rendement op het herbeleggingsvermogen, aan de hand van een op basis van de huidige markt in te schatten (toekomstig) rentepercentage. De forwardcurve fluctueert dagelijks. De cijfers in de begroting geven een indicatie. De doelstelling is om een iets hoger rendement te halen met onze maatschappelijke investeringen, zodat er geen verdere bezuinigingen hoeven plaats te vinden. Daar kan helaas geen garantie voor worden gegeven, maar is wel een indicator die maandelijks wordt gemonitord en waarover wordt gerapporteerd.
De prognose van de beschikbare buffer tot en met 2030 is als volgt:
Grafiek II

Daarnaast zetten we, conform het Bestuursakkoord “Samen, Slagvaardig en Slim: Ons Brabant”, in op een verbrede inzet van de immunisatieportefeuille voor maatschappelijke doeleinden. In 2021 zijn onze randvoorwaarden aangepast in de Verordening treasury Noord – Brabant 2021, welke door PS op 16 juli 2021 is vastgesteld en op 26 juli 2021 is gepubliceerd. Daarbij zijn de uitgangspunten duidelijk: eeuwigdurend in standhouden van het immunisatieportefeuille vermogen en dus een zeer laag risico, een maatschappelijk rendement en een financieel rendement van gemiddeld 1%. In dat kader is er ook een extra Risicobuffer voor “vermogensverlies” ingesteld van € 90 miljoen. Deze buffer moet ervoor zorgen dat projecten tot stand kunnen komen en ons vermogen op niveau blijft.

Verder verwijzen we graag naar de periodieke rapportage waarin de meest actuele ontwikkelingen inzichtelijk gemaakt worden. Hieraan zal halfjaarlijks een voortgangsrapportage met betrekking tot de projecten binnen de immunisatieportefeuille worden toegevoegd.

Toegang tot Vermogensmarkten
Door Verplicht Schatkistbankieren voor de provincie is het belang van de toegang tot vermogensmarkten weliswaar veranderd, maar nog steeds essentieel voor het uitzetten van middelen aan decentrale overheden en voor het beheer van de obligatieportefeuilles.
In 2021 zal er voor het eerst gebruik moeten worden gemaakt van de opgebouwde buffer. Het totale verwachte rendement bedraagt in 2022 € 77,7 miljoen ten opzichte van het doelrendement van € 106,3 miljoen. Hierbij is rekening gehouden met een halvering van het dividend Enexis van € 30,8 miljoen (in 2020) naar € 15,4 miljoen. Op basis van deze gegevens zullen we in 2022 naar verwachting € 28,6 miljoen moeten onttrekken uit de “buffer”.

Risicobeheer
Beheersing van de risico’s
Het Treasury Statuut geeft de risico’s aan die intern beheerst moeten worden: markt– (waaronder rente– en valutarisico), krediet– en liquiditeitsrisico’s. Voor elk risico geven we aan hoe de provincie hiermee omgaat.

Wettelijke verplichtingen (wet Fido) Wat is het? Consequentie 2022
Kasgeldlimiet – kortlopende schulden De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat de provincie maximaal als gemiddelde netto–vlottende schuld per kwartaal mag hebben. Voor de provincies is dat vastgesteld op 7,0% van de jaarlijkse begroting. Dat is ongeveer € 77,5 mln. De afgelopen jaren hebben wij ruimschoots voldaan aan deze limiet en dat zal in 2022 ook het geval zijn.
Renterisiconorm – langlopende schulden Het renterisico op langlopende schulden mag de wettelijke renterisiconorm niet overschrijden. De grondslag van de renterisiconorm is het begrotingstotaal en vastgesteld op 20%. Dat is ongeveer € 221 mln. Deze norm is in 2022 niet relevant voor de provincie aangezien er geen opgenomen geldleningen zijn.
Overige risico's Wat is het? Consequentie 2022
Valutarisico Ontstaat door schommelingen in wisselkoersen. Geen, omdat er alleen middelen worden uitgezet en belegd in euro’s.
Kredietrisico’s Risico op terugbetaling van beleggingen en/of rentebetalingen. Dit risico wordt beperkt door alleen te beleggen in vastrentende waarden van financiële ondernemingen met minimaal AA-minus rating. In juni 2021 is door PS de Verordening treasury Noord – Brabant 2021 vastgesteld en gepubliceerd. In deze Verordening staan geen ratingeisen meer vermeld. Daarmee volgt de provincie de wet Fido en Ruddo. Hierin is bepaald dat ratingeis minimaal A moet zijn.
Ook in 2022 zullen de beleggingen continu worden gemonitord en indien nodig wordt actie ondernomen om de risico’s te mitigeren.
In 2022 zullen ook beleggingen worden gedaan met een maatschappelijk doel in het kader van “Vermogen voor Brabant”.
Liquiditeitsrisico’s Het kunnen voldoen van de facturen en andere betalingsverplichtingen De aanwezige liquide middelen worden afgestemd op de verwachte ontvangsten en uitgaven met diverse liquiditeitsplanningen. In verband met de huidige en verwachte lage rendementen via Verplicht Schatkistbankieren geldt dat wij in 2022 de buffer liquide middelen zo klein mogelijk willen houden, maar wel aan onze verplichtingen kunnen blijven voldoen.
Renterisico Het risico op wijziging (verhoging) van de variabele rente die betaald moet worden. Er zijn geen rentederivaten meer in bezit.

 

Minimaliseren van de kosten
Voor het beheer van de obligatieportefeuilles is sinds eind 2016 ASR-vermogensbeheer verantwoordelijk. BNP Paribas is al geruime tijd geleden als bewaarbank aangesteld. De beleggingen zijn gesplitst in een immunisatieportefeuille en een investeringsagendaportefeuille. De boekwaarden van beide portefeuilles bedragen begin 2022 naar schatting respectievelijk € 2,3 miljard en € 387 miljoen. Het bedrag dat wij belegd hebben t.b.v. de immunisatieportefeuille is hoger, omdat wij ook de middelen van de dividend- en rentereserve en overtollige middelen belegd hebben. Aan het beheer en bewaren van dit vermogen zijn kosten verbonden. Voor 2022 ramen wij de kosten op ongeveer € 250.000 per jaar. Het gaat dan om het beheer en bewaarloon van obligaties alsmede het beheer en afsluiten van leningen aan decentrale overheden.
Het is wettelijk niet meer toegestaan om te beleggen in obligaties of om de bestaande obligaties te switchen naar een langere looptijd. Wel om te switchen naar dezelfde of kortere looptijd, zoals nu in de praktijk ook gebeurt. De obligatieportefeuille loopt dus langzaam af. Maar de leningen aan decentrale overheden zijn de afgelopen jaren toegenomen (saldo per ultimo 2021 bedraagt € 1,375 miljard).

 

Rente toerekening
EMU–saldo
Het EMU–saldo voor 2022 bedraagt op basis van de begrotingscijfers 2022 -/- € 213,6 miljoen (zie bijlage 14). Bij de begroting 2021 was de inschatting (o.b.v. de meerjarenraming) dat het EMU–saldo in 2022 -/- € 212,2 miljoen (negatief) zou bedragen.

 

 

 

 

Renteschema

 

 

Renteschema  
a.  De externe rentelasten over de korte en lange financiering   € 0
b.  De externe rentebaten   -/- € 40.375.483
Totaal door te rekenen externe rente   -/- € 40.375.483
       
c. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -/- € 0  
c. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- € 0  
      -/- € 0
Saldo door te rekenen externe rente   -/- € 40.375.483
       
d1.  Rente over eigen vermogen   € 0
d2. rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)   € 0
      -/- € 40.375.483
De aan taakvelden (programma's, inclusief obverzicht overhead) toe te rekenen rente   € 0
e.  De werkelijke taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (Rentomslag)   -/- € 0
       
f.  Renteresultaat op het taakveld treasury   -/- € 40.375.483