Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling

Inleiding

De kwaliteit van leven in Brabant is gebaat bij een goed draaiende innovatieve economie. In het beleidskader Economie 2030 zet het Brabants bestuur in op een toekomstbehendige economie: een economie die wendbaar is en duurzaam is vormgegeven. De ambities zijn hoog. We willen dat Brabant in 2030 bij de Europese top 15 hoort qua concurrerend en innovatief vermogen. Tegelijkertijd staan we voor de uitdaging een groeiende economie zó in te richten, dat het effect op de leefomgeving positief is. Het moet bovendien een economie zijn die ‘inclusief’ is, dus geen mensen uitsluit. Kortom: we zetten in op een brede welvaart.

In 2021 is het beleidskader Economie 2030 uitgewerkt in diverse uitvoeringsagenda’s met daarbinnen verschillende ontwikkelsporen: we zetten in op een missiegedreven innovatiebeleid, op talentontwikkeling en een maximale benutting aan Europese fondsen. Tegelijkertijd versnellen we het digitaal werken en produceren en geven we vorm aan de circulaire economie, met duurzaam gebruik en hergebruik van materialen en grondstoffen als uitgangspunt.

Prioriteiten 2022
In deze begroting schetsen we de inzet voor het jaar 2022. Na zware coronajaren trekt de economie aan. In vele sectoren worden weer overuren gedraaid en stijgt de omzet, met name in Brabantse maakindustrie, in de logistiek, in de voedselindustrie en in het life science cluster. In sommige sectoren is de impact van corona groot geweest, denk aan de horeca, de evenementenindustrie en cultuur. In die sectoren zal het herstel langer duren.

We sluiten met het bedrijfsleven en kennisinstellingen innovatiecoalities om de economie van morgen vorm te geven, en zorgen dat we als Brabant koploper blijven op een aantal technologievelden. Op die manier willen we bijdragen aan maatschappelijke transities. We helpen bedrijven bij investeringen in digitalisering en in data-economie. We zien graag dat ons MKB voorop gaat lopen in datagebruik en -benutting, dat zal bijdragen aan een hogere arbeidsproductiviteit. Ook zetten we in 2022 flinke stappen om duurzaam materiaal- en grondstoffengebruik te stimuleren.

In allerlei sectoren zien we dat het tekort aan personeel steeds nijpender wordt. We blijven met partners, verenigd in het Pact Brabant (het bedrijfsleven, het onderwijs en de regio’s) investeren in het ontwikkelen van mensen en hun vaardigheden. In 2022 geven we een impuls aan het aantrekken van (internationaal) talent.

Het is ook het eerste jaar dat er veel nieuwe Europese programma’s starten. Een aantal daarvan hebben we samen met de provincies Zeeland en Limburg zelf in uitvoering, zoals Interreg, EFRO, POP/NSP. Nieuw is het programma JTF, gericht op de transitie naar een duurzame regionale economie. Door middelen van cofinanciering gaan we maximale inspanningen leveren om komend jaar te beginnen met de uitvoering van zo veel mogelijk projecten. Samen met regio’s in het buitenland versterken we de ketens van het Brabantse bedrijfsleven en gaan we op zoek naar nieuwe vormen van samenwerking rondom nieuwe innovatiecoalities.

 

Impact corona
Onzeker is nog hoe corona Brabant in 2022 in de greep houdt. Tegelijk zien we dat de Brabantse economie zich veerkrachtig heeft getoond de afgelopen periode. De impact van corona op de maakindustrie is gering geweest, de sector draait weer op volle sterkte. Wel is er onzekerheid over de (betrouwbaarheid) van ketens en de levering van grondstoffen. Op diverse plaatsen vindt een herbezinning plaats op ketens, en de afhankelijkheid daarbinnen van grondstoffen en producten wereldwijd. In de uitrol van de innovatiecoalities spelen we hierop in. Voor jongeren was het in de coronaperiode lastig om een goede plaats te vinden op de arbeidsmarkt. Deze situatie keert nu snel. Personeelstekorten geven veel nieuwe kansen op werk. Om huidige vacatures in te vullen, zetten we komend jaar extra in op programma’s die mensen de juiste kwalificaties geven. Het gaat dan met name om programma’s rondom energietransitie en in de sectoren data en AI. Na de coronaperiode zal het reizen weer op gang komen maar alle beperkingen wereldwijd zullen nog niet zijn opgelost. Daarom bestaat het risico dat ambities rondom het aantrekken van buitenlandse werknemers en/of studenten (nog) niet volledig waargemaakt kunnen worden. Ook zullen handelsmissies veelal nog digitaal verlopen. De Actie- en investeringsagenda Coronaherstel zal in 2022 grotendeels gerealiseerd worden.

In dit programma hebben we onze plannen voor 2022 samengevat in 4 hoofdambities. Per ambitie wordt vervolgens uitgewerkt hoe we die plannen willen gaan realiseren.

 

Stimuleren van missie-gedreven innovatie door sterke ecosystemen en clusters van bedrijven.

Belangrijke schakel in sterke kennis- en innovatiesystemen is de beschikbaarheid van sleuteltechnologieën en de toepassing daarvan in concrete producten en diensten. We zijn hier als Brabant sterk in, maar stellen ook vast dat er nog leemtes zijn. Ecosystemen zijn nog niet overal compleet. De samenhang en samenwerking tussen de verschillende clusters moet Brabantbreed worden versterkt en uitgebouwd, ook rond bestaande en nieuwe sleuteltechnologieën. We gaan met het bedrijfsleven, overheden en onze samenwerkingspartners in gesprek om deze leemtes op te vullen en crossovers aan te gaan. Dit doen we zowel binnen systemen (bijvoorbeeld HTSM, Life sciences, Maintenance) als tussen systemen (bijvoorbeeld tussen HTSM en Agrofood). Op deze manier borgen we het verdienvermogen van morgen en zorgen we voor maximale ondersteuning van het stuwende deel van de economie.

Indicatoren:
Brabantse positie op de (RIS) en (RCI) ranglijsten

RIS is de Regional Innovation Scoreboard van de Europese Commissie, een gerenommeerde lijst van de meest innovatieve regio’s in Europa (250 regio’s in totaal). Onze ambitie is in 2030 minimaal bij de beste 15 regio’s te horen. De huidige innovatiepositie (plek 36 in 2021) betekent dat we een uitdaging hebben.

RCI is de Regional Competitiveness Index, eveneens van de Europese Commissie. Deze index meet het concurrentievermogen van alle Europese regio’s, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur en opleidingen. Brabant scoort hoog op opleidingsniveau en technologisch niveau. Huidige positie: 20 (2019)

 Jaarlijks procentuele toename van het bruto regionaal product (BRP)
Het BRP groeit in 2021 (t.o.v. 2020)

In de begroting brengen we in beeld welke resultaten we leveren voor de structurele deel van de begroting. Voor meer inzicht in de prestaties uit de uitvoeringsagenda’s verwijzen we naar het programmeringsdocument dat GS eind augustus 2021 aan de Staten heeft aangeboden.

Wat gaan we daarvoor doen?

Inzetten op talentontwikkeling voor de kenniseconomie van morgen

Het arbeidsmarktbeleid draagt bij aan de doelen van het beleidskader Economie 2030: brede welvaart, een goede concurrentiepositie en innovatiekracht. Dat alles vraagt om mensen op de arbeidsmarkt die kunnen voldoen aan de eisen die een hoogontwikkelde economie stelt. Om daaraan te kunnen voldoen is het nodig dat mensen zich blijven ontwikkelen én dat Brabant nationaal en internationaal goede arbeidskrachten aantrekt en behoudt. Op bepaalde delen van de arbeidsmarkt heeft corona grote negatieve gevolgen (gehad). Het is belangrijk om ons dáár gericht extra in te zetten.

We ondersteunen partners in het aantrekken en behouden van voldoende talent voor de innovatie-opgaven van de toekomst, zoals vastgelegd in het  Actieplan Arbeidsmarkt: Talent voor de Kenniseconomie van Morgen. In 2022 geven we een extra impuls aan het aantrekken van nationaal en internationaal talent. Hoewel de Corona crises heeft gezorgd voor onzekerheid, zien we tekorten aan talent en werknemers ontstaan, met name in de techniek en ICT-sector.


Indicatoren:


• Spanningsindicator Brabantse arbeidsmarkt

De spanningsindicator Brabantse arbeidsmarkt geeft de verhouding aan tussen het aantal vacatures en het aantal kortdurend werklozen. De indicator vergelijkt dus de actuele vraag naar personeel ten opzichte van het actueel beschikbaar aanbod.
In het 1e kwartaal (Q1) 2020 was de gemiddelde spanningsindicator onder de vijf Brabantse arbeidsmarktregio’s 1,51 Arbeidsmarktcijfers Om tot een evenwichtige arbeidsmarkt te komen zou de spanningsindicator voor alle sectoren tenminste lager moeten worden dan deze in Q1 2020 was met als optimale eindwaarde 1,0.


• % bruto arbeidsparticipatie (werkgelegenheid)

De bruto arbeidsparticipatie wordt gemeten ten opzichte van de totale beroepsbevolking in de leeftijd van 15–75 jaar. In Q1 van 2020 was er een bruto arbeidsparticipatie van 71,3%.( zie opendata.cbs).Omdat de coronacrisis een hevig negatief effect heeft gehad op de bruto arbeidsparticipatie is het streven om deze op het niveau van Q1 2020 te krijgen.

          • Succes broedplaatsen

Het succes van broedplaatsen wordt gemeten in het aantal broedplaatsen wat versterkt is, door onderwijs en bedrijfsleven beter met elkaar te verbinden en zichtbaar programma’s met elkaar in te richten en talent te ontwikkelen.

 

 

 

Wat gaan we daarvoor doen?

Realiseren van sterkere clusters door Europese en internationale samenwerking

Brabantse bedrijven en kennisinstellingen hebben veel baat bij de internationale oriëntatie van de provincie. We helpen hen om krachtige allianties te smeden met innovatieve bedrijven en kennisinstellingen in andere (Europese) regio’s en stimuleren samenwerking met internationale (Europese) instellingen. We werken aan acquisitie van hoogwaardige bedrijven die onze clusters versterken, het bevorderen van onze export, het werven van internationaal talent en internationale innovatiesamenwerking. Internationale samenwerking zorgt ervoor dat onze economie beter functioneert en dat de export toeneemt. De economische samenwerking binnen Europa wordt daarbij steeds relevanter voor het Brabantse verdienvermogen en de vorming van economische ecosystemen en clusters.

Wat gaan we daarvoor doen?

Het versterken van de ruimtelijke-economische structuur

Als middenbestuur overzien we de ruimtelijk-economische structuur waarin Brabant als een stedelijke agglomeratie met meerdere kernen kan functioneren en waarin alle subregio’s deelnemen. De wisselwerking tussen stad en land versterkt specifieke Brabantse kwaliteiten, wat ontwikkeling in de hand werkt. We werken daarbij als provincie samen met de steden en opereren tevens als partner in gebiedsontwikkelingen. Om in de toekomst te kunnen blijven concurreren met andere regio’s, is het zaak om het onderscheidend vermogen en de innovatiekracht van deze plekken te versterken. Meer nog dan voorheen zijn deze ruimtelijke en regionale aspecten (landschap, woonkwaliteit, bereikbaarheid, interactiemilieus, aanwezig talent, leefbaarheid et cetera) van belang voor de concurrentiekracht en vestigingsklimaat. Al die aspecten dragen bij aan de brede welvaart.

Indicatoren:
• Provincie Noord-Brabant scoort gemiddeld op de Brede Welvaartsindicator (BWI in 2021)
• Groei werkgelegenheid

Wat gaan we daarvoor doen?

Beleidskaders en uitvoeringsagenda's

Beleidskaders

Uitvoeringsagenda’s/Strategische documenten

• Innovatieprogramma Agrofood Brabant 2020
• Cluster Actieagenda’s
• Data Science: Graduate School en Cluster Initiatief
• Digitalisering: verkenning Brabant digitaliseert. Agenda Digitalisering in Brabant.
• Smart data: eerste stap richting een vooraanstaande data-economie
• Evaluatie fondsen uit de eerste en de tweede tranche Investeringsagenda Essent
• Aanpassingen Innovatiefonds Brabant BV, 2017
• Businessplan Valorisatiefonds Brabant
• Aanpak Werklocaties 2020-2023

• Pact Brabant
• Actieplan Arbeidsmarkt “Talent voor de kennis economie van morgen”
• Statenmededeling “Continuering aanpak Internationalisering en Branding en beschikbaar stellen stelpost”
• Statenmededeling Bouwsteen Economie & Internationalisering Brabant
• UA DataEconomie
• UA Circulaire Economie
• UA Toekomstige Clusters en Triple Helix Samenwerking 2021-2023
• UA Versterking campussen, stedelijke innovatiedistricten, fieldlabs en hybride leeromgevingen 2021-2023

 

 

Ontwikkelingen en onzekerheden

De effecten van de coronacrisis zullen zeer zeker ook nog voelbaar zijn in 2022, alhoewel we nog niet weten in welke mate en op welke terreinen. In tegenstelling tot 2021 verwachten we in 2022 een ‘verhitte’ arbeidsmarkt. Dat dwingt ons om de arbeidsproductiviteit te verhogen (o.a. door innovatie).


Een andere kritische succesfactor is de mate waarin we erin slagen om samen op te trekken met onze partners. Gemeenten hebben (mede door de effecten van de coronacrisis) moeite om de eigen begroting rond te krijgen. Partners in het veld kennen een soortgelijke druk op hun bedrijfsvoering. Belangrijk is dat we samen ruimte ervaren om te investeren in de economische kracht van Brabant van morgen.

Wat mag het kosten?

Financiële toelichting op de verschillen tussen begroting 2022 en begroting 2021
Lasten
De verschillen in de raming van de lasten in 2022 ten opzichte van 2021 ( ruim € 24 mln.), worden met name veroorzaakt doordat voor de cofinanciering Europese Programma’s (Interreg, OP Zuid en Passport4work), MIT en Efro-bijdragen er in 2022 nog geen bedragen geraamd zijn terwijl in 2021 hiervoor een bedrag is opgenomen van € 12,3 mln ( en dus in 2022 lager).

Verder zijn er in 2021 nog extra middelen geraamd als uitloop van (besteding van middelen van) de bestuursperiode 2016-2019. (vanuit Investeringsagenda Economische Structuur-versterking 3e tranche.) Dat geldt voor de volgende onderwerpen: Mindlabs, Regiodeal M-W Br., Innovatie met topsectoren ( HTSM, LS&H en Maintenance). In totaal is hierdoor de raming in 2022 € 5,5 mln. lager dan in 2021.

Structurele basissubsidie aan de BOM is in 2022 € 1 mln. lager dan in 2021. (De BOM heeft hiertoe een transitieplan opgesteld). Voor het opwerken van Investeringsbenadering Corona is in 2021 eenmalig € 1 mln. vanuit knelpuntenbuffer beschikbaar gesteld (en dus in 2022 € 1 mln. lager)
Voor de uitvoering van de UA DataEconomie is – zoals ook vermeld in het programmeringsdocument EKT - in 2022 een bedrag van € 5,7 mln opgenomen in de begroting. Dat bedrag is lager dan in 2021 (€ 9,7 mln), maar betekent niet dat we minder ambitie leggen op de uitvoering van de UA. Er worden namelijk in 2021 al meerder meerjarige verplichtingen aangaan, die in één keer ten laste van dat jaar zijn gebracht. De verwachte prestaties uit de UA worden kortom geleverd.

Baten
De verschillen in de raming van de lasten in 2022 ten opzichte van 2021 ( ruim € 9 mln.), worden met name veroorzaakt doordat de Efro-bijdragen m.b.t. Europese programma’s en Rijksbijdragen MIT in 2022 nog niet in de raming zijn opgenomen.

Stand Reserves
De lasten van programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling worden deels gedekt vanuit:
- de reserve Essent Investeringsagenda. Een nadere toelichting op deze middelen is opgenomen in paragraaf 8 Investeringsagenda.
- de reserve Beleidskader Economie 2030
- de reserve Cofinanciering Europese programma’s.
Het verloop van de stand van die reserves is onderstaand weergegeven.

NB. De reserve Cofinanciering Europese programma’s draagt ook bij aan de dekking van de lasten van programma 3, 4 en 7.

M.b.t. reserve beleidskader Economie 2030 zijn nog bedragen gereserveerd voor de diverse UitvoeringsAgenda’s.
Deze bedragen zijn nog niet in de begroting verwerkt, voorstellen hiertoe doen we door middel van de programmeerdocumenten (2022/2023). Voor het bedrag (€22 mln.) wat nog in reserve zit, na uitvoering van de Uitvoeringsagenda’s, komen we in Q4 2021 met een statenvoorstel hoe we met deze middelen voorrang kunnen geven aan versneld programmeren.

 

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Lasten
Programma lasten 63.928 64.013 39.669 21.762 20.240 20.240
Organisatiekosten 7.069 6.318 6.205 0 0 0
totaal lasten 70.998 70.331 45.874 21.762 20.240 20.240
Baten
totaal baten 23.452 9.855 578 545 0 0
saldo baten en lasten -47.546 -60.476 -45.296 -21.217 -20.240 -20.240
Stand reserve x € 1.000 Saldo per 1-1-2021 Saldo per 31-12-2021 Saldo per 31-12-2022 Saldo per 31-12-2023 Saldo per 31-12-2024 Saldo per 31-12-2025
Res.Co-financiering Europese programma's 20.789 15.866 10.422 10.422 10.422 10.422
Reserve Beleidskader Economie 2030 69.000 53.140 40.702 40.702 40.702 40.702