Programma 3 Water en bodem

Inleiding

We werken aan schoon, voldoende en veilig water en aan een schone en vitale bodem. Dit zijn bouwstenen voor een duurzame leefomgeving. Water raakt de kern van ons bestaan, denk aan gezondheid, biodiversiteit, identiteit, beleving en economie.
Als provincie hebben we verantwoordelijkheid voor de beschikbaarheid en de kwaliteit van water. De kwaliteit van het water voldoet nergens helemaal aan de afspraken die daarover zijn gemaakt. Veel natuurgebieden in Brabant zijn structureel verdroogd. Er zijn vergaande maatregelen nodig om de waterhuishouding weer op orde te krijgen. Heftige buien en droogteperiodes veroorzaken steeds vaker en meer schade aan natuur en landbouw. Ook in steden en dorpen staat regelmatig water op straat en in kelders. Dit zijn geen incidenten maar het gevolg van structurele problemen. Voldoende (niet te veel, niet te weinig) water is geen vanzelfsprekendheid meer.
Om Brabant klimaatbestendig te maken werken we samen met waterschappen, gemeenten, natuurbeheerders, boeren en andere bedrijven. Maatregelen kosten veel tijd en geld. We plannen over een lange tijd zodat we in 2050, conform de landelijke afspraken, heel Brabant waterrobuust en klimaatbestendig hebben ingericht. In 2020 hebben we de problematiek verwoord in Statenvoorstel 31/20 Visie klimaatadaptatie inclusief uitwerking bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’. Eind 2021 leggen wij het Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 (RWP) (met bijbehorende te realiseren doelen en prestaties) aan Provinciale Staten ter besluitvorming voor. Hierdoor zijn in de nu voorliggende Begroting nog maar een beperkte set indicatoren opgenomen.
In 2023 hebben we maatregelen genomen in de gebieden waar de urgentie het grootst is. En hebben we een onomkeerbaar proces van verbetering in gang gezet. In 2027 zijn de maatregelen genomen die leiden tot een goede kwaliteit aan grond- en oppervlaktewater. In 2030 hebben we de verdroging van de belangrijkste natuurgebieden en de gevoelige landbouwbodems gekeerd. De vitaliteit en hiermee het agrarisch productievermogen van deze bodems is verbeterd omdat neerslag beter wordt vastgehouden en kan infiltreren zodat perioden van droogte en wateroverlast beter kunnen worden overbrugd. Daarnaast kunnen goede gewasopbrengsten toe met minder kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen en is er minder uitspoeling omdat meststoffen beter worden benut en risico’s op ziekten zijn verminderd. Dit komt de kwaliteit van het watersysteem en de biodiversiteit ten goede. Deze ambities kunnen we alleen waarmaken als we opgaven en maatregelen combineren. Zo laten we bodemverbetering en aanpassingen aan extreem weer zo veel mogelijk overlappen met de aanpak van verdroogde natuur en landbouwgronden met een afgenomen bodemvitaliteit. De aanpak die we voorstaan om onze doelen te realiseren, samen met de programma’s Natuur, Landbouw & Voedsel, Ruimte en Stikstof en de partners buiten, noemen we de Gebiedsgerichte Aanpak Groen-Blauwe opgaven.
In 2022 gaan we voortvarend aan de slag met het uitvoeren van de afspraken met de Waterschappen, vastgelegd in een Brabantbrede koepelovereenkomst en uitgewerkt in Maatwerkovereenkomsten per Waterschap. Deze overeenkomsten vormen de basis voor de realisatie van de groen-blauwe opgaven tot en met 2027.
Bodemverontreinigingen uit het verleden, in zowel grond als grondwater, die een risico vormen voor mens, natuur of het grondwater (de zogenaamde spoedlocaties) worden gesaneerd of beheerd. Wanneer er niemand meer aanspreekbaar is wordt de aanpak, vanuit de wettelijke taak Wet Bodembescherming en conform landelijke afspraken, uitgevoerd door de provincie met financiën vanuit het Rijk. De bodemsaneringsoperatie loopt zeker tot 2027. De natuurlijke waarde van de diepe ondergrond wordt beschermd en tegelijkertijd onderzoeken wij de benuttingsmogelijkheden voor maatschappelijke opgaven als de energietransitie.

Impact Corona-crisis:
De coronacrisis heeft gezorgd voor beperkte maar wel voelbare vertraging op de samenwerkingen zoals de klimaatadaptatiedialogen en het daarop gebaseerde Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Zuid-Nederland, enkele STUW-projecten (inrichtingsmaatregelen KRW), Waterpoort en het interactieve proces ten behoeve van het ontwikkelen van strategische beleidskeuzes en een programma Integraal Riviermanagement (IRM), onder trekkerschap van het ministerie IenW en met een regionale regierol van de provincies. Als de positieve tendens van medio 2021 door blijft zetten verwachten wij voor 2022 dat Corona geen grote impact heeft op onze prestaties.

Klimaatproof Brabant. Realiseren van een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting en bijbehorend gebruik

Door klimaatverandering krijgen we te maken met langdurige perioden van droogte, heviger regenbuien met kans op wateroverlast en extreme hitte.
Als provincie hebben we ons gecommitteerd aan de landelijk gemaakte afspraak dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. We willen voorkomen dat veranderende weersextremen ontwrichtend zijn voor de samenleving, maar ook kansen benutten. In de Omgevingsvisie hebben we, in het kader van de opgave Klimaatproof, de ambitie neergelegd om in 2030 de eerste grote gebiedsopgaven hiervoor gerealiseerd te hebben. Op een zodanige schaalgrootte dat sprake is van een klimaatbestendig en waterrobuust systeem. Dat stelt eisen aan de ruimtelijke inrichting en het grondgebruik. Daarom is een gebiedsgerichte aanpak nodig. We combineren dit met de transitie naar een duurzame landbouw, CO2 vastlegging (als onderdeel van een vitale bodem), natuur, wonen, werken en hernieuwbare energie.

Indicator:
• Mate waarin gebieden klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht (100% in 2050).

Wat gaan we daarvoor doen?

Veilig Water. Blijven zorgen voor veiligheid door de bescherming tegen hoogwater

Bescherming tegen hoogwater is essentieel om Brabant leefbaar te houden en ruimte te hebben om te kunnen wonen en werken. Hoogwaterveiligheid gaat over de grote rivieren Maas en Merwede en over het regionale watersysteem.
Dijken en andere primaire waterkeringen langs de grote rivieren moeten uiterlijk in 2050 aan de wettelijke waterveiligheidsnormen voldoen. Voor de keringen langs de Maas en Merwede is dat een taak van waterschappen en Rijkswaterstaat, waarbij het college van GS bevoegd is de dijkverbeterplannen goed te keuren. Bij de waterveiligheidsstrategie van de grote rivieren zet de provincie in op een combinatie van versterking van de dijken en maatregelen om de rivier ruimte te geven; als provincie nemen we actief deel aan rivierverruimingsprojecten en voeren we (mede) de regie op de regionale strategie op niveaus van riviertakken (zoals de Bedijkte Maas) en de Maas en de Rijn. In integrale projecten combineren we de waterveiligheidsopgave met andere regionale en rijksopgaven, zoals natuur, economie, omgevingskwaliteit en identiteit (o.a. Zuiderwaterlinie). De provincie neemt actief deel in het nationale Deltaprogramma en de ontwikkeling van het programma Integraal Riviermanagement.
Regionale keringen langs de regionale rivieren, beken/kreken moeten voldoen aan de provinciale beschermingsnormen. De waterschappen staan aan de lat om dat te realiseren, waarbij zij met de provincie afspraken maken over de termijnen.
Indicatoren:
• Het percentage rivierenlandschap waar sprake is van sterke dijken in combinatie met een uitbreiding van de afvoercapaciteit.
100% van de primaire keringen voldoet aan de veiligheidsnorm in 2050 in combinatie met gerealiseerde waterstandsdaling door rivierverruimende maatregelen.
• De regionale keringen zijn veilig.
100% voldoet aan de norm. De wettelijke verantwoordelijkheid van de provincie ligt bij de normering voor de 280 km regionale keringen en het toezicht op de herstelmaatregelen door de uitvoerende waterschappen.

Wat gaan we daarvoor doen?

Voldoende Water. Zorgen voor voldoende grond- en oppervlaktewater (voorkomen van overlast en tekorten)

De provincie is verantwoordelijk voor de regie rond (grond)watervraagstukken in Brabant, zodat er voldoende zoetwater beschikbaar is voor economische, ecologische en humane functies. De provincie is daarmee een belangrijke partij in het vinden van de balans tussen beschermen en benutten. Veel partijen zijn nodig voor het realiseren van de doelen rond het (grond)waterbeheer in Brabant. De provincie kan dit niet alleen.
De provincie is bevoegd gezag ten aanzien van het diepe grondwater (voor drinkwater en grote industriële onttrekkingen). In 2022 zullen Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s) worden vastgesteld ten behoeve van een robuuste drinkwatervoorziening 2040. In strijd met de Kaderrichtlijn Water wordt er momenteel meer grondwater onttrokken dan aangevuld: in de Centrale Slenk is sprake van onbalans, niet alleen in Brabant maar ook in Limburg, Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen. Aanpak van de onbalans kan alleen internationaal, hierover vindt overleg plaats.
Provincie en waterschappen zijn samen verantwoordelijk voor het ondiepe grondwater ten behoeve van natuur en landbouw. Structurele ontwatering en afwatering en verslechterde bodemkwaliteit leiden ertoe dat er te weinig water beschikbaar is. Extremen in het weer (met name hitte en droogte) zetten hier extra druk op. Voor de verdeling van zoet water worden, waar nodig, nieuwe gebiedsafspraken gemaakt. Bij droogte gelden regels voor beregening en worden prioriteiten in de watertoevoer vastgelegd (regionale verdringingsreeksen). Door snelle afvoer van water via beken en sloten (ontwatering), diepe onttrekkingen en beregening maar ook door verstedelijking, heeft het merendeel van de natuurgebieden in Brabant last van structurele verdroging. Hierdoor worden tevens de doelstellingen voor biodiversiteit niet gerealiseerd.
Beleidsmatig is de verdrogingsaanpak vertaald naar 36.000 ha verdroogde natte natuurparels (NNP), in tranches wordt sinds medio jaren 90 gewerkt aan het herstel hiervan. We constateren dat forsere maatregelen worden gevraagd, juist ook buiten de natuurgebieden. In maart 2021 hebben we de afspraken met de Waterschappen vastgelegd in een Koepelovereenkomst en uitgewerkt in een Maatwerkovereenkomsten per Waterschap ter vaststelling eind 2021. Dit vormt de basis voor de realisatie van de groen-blauwe opgaven tot en met 2027.
Voldoende grondwater bereiken we door de grondwateraanvulling te verbeteren en door acties gericht op grootverbruikers en op verminderen drinkwatervraag bij consumenten. Om te voldoen aan de normen voor regionale wateroverlast en de afspraken over waterbeschikbaarheid te kunnen nakomen, maken we met onze partners (met name waterschappen en grondgebruikers) afspraken.

Indicatoren:
• Diep grondwater: Grondwaterstand en stijghoogte in de grondwaterlichamen voldoet aan de norm (uiterlijk 2027 moeten beide grondwaterlichamen voldoen, 1 voldoet momenteel niet).
• Ondiep grondwater: Areaal natte natuurparels dat niet langer verdroogd is (uiterlijk 2027 is 36.000 ha NNP niet langer verdroogd).
• Het Brabants grondgebied voldoet aan de norm voor regionale wateroverlast.

Wat gaan we daarvoor doen?

Schoon Water. Herstellen van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater tot tenminste het basisniveau

Schoon water is cruciaal met het oog op de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van het water voor plant, dier, mens en economie. Bovendien moeten we op tijd voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water. Geen van de oppervlaktewateren in Brabant voldoet aan alle waterkwaliteitsdoelstellingen.
De bemesting door de landbouw is in Brabant verantwoordelijk voor het grootste aandeel fosfaat en nitraat in het water. Sinds 2009 wordt tranchegewijs gewerkt aan de herstelmaatregelen; de laatste 6-jaarlijkse planperiode staat voor de deur (2022-2027). De maatregelen die de waterschappen treffen (natuurvriendelijke oevers, beek- en kreekherstel) hebben een positief effect op de aanwezigheid van waterplanten, vissen en op de helderheid van het water. De effecten van maatregelen die met name agrarische ondernemers treffen om uitspoeling van mest en andere verontreinigingen naar het water te voorkomen, zijn tot nog toe minder zichtbaar in meetresultaten. Ook in het ondiepe grondwater zitten te veel meststoffen. Daarmee wordt niet voldaan aan de Nitraatrichtlijn en dreigt in toenemende mate verontreiniging van het diepe grondwater. Daarnaast wordt de waterkwaliteit negatief beïnvloedt door medicijnresten en hormonen.


Indicatoren:
• Alle oppervlaktewaterlichamen in Brabant voldoen aan alle waterkwaliteitseisen conform de Kaderrichtlijn Water in 2027.
• Het grondwater in de drinkwaterbronnen in Brabant blijft van goede kwaliteit.

Wat gaan we daarvoor doen?

Vitale Bodem. Herstellen van de vitaliteit van de bodem

Bodemvitaliteit gaat over een goede bodemstructuur en voldoende organische stof in wisselwerking met een gezond en veelzijdig bodemleven. In een vitale bodem worden water en meststoffen beter vastgehouden, kan regenwater infiltreren naar het grondwater en gaat een goede gewasopbrengst samen met de gewenste waterkwaliteit. De basisvoorwaarden voor duurzame voedselproductie, een goede waterhuishouding (hoeveelheid en kwaliteit) en biodiversiteit zijn niet overal op orde vanwege de verminderde bodemvitaliteit. We stimuleren een zodanig beheer van de Brabantse landbouwbodem dat meststoffen optimaal worden benut, het gebruik van chemische hulpstoffen kan worden beperkt het watersysteem beter functioneert en de agrarische gebruiksmogelijkheden - waar nodig- worden verbeterd. Daarbij zetten we bekende en innovatieve bodembewerkingstechnieken in. Een vitale bodem is essentieel voor (de transitie naar) kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw, een gezond watersysteem, biodiversiteit en het vermogen om CO2 in de bovengrond op te slaan. De bodem is integraal onderdeel van de opgave voor klimaat en de verdrogingsaanpak. De vitaliteit van de natuurbodem wordt via de aanpak van stikstof en verdroging van het natuurnetwerk op orde gebracht.

Indicator:
• De mate waarin de Brabantse landbouwbodem vitaal is.
• Er is geen sprake meer van verdichting (meer voeding van het grondwater)
• Het gehalte aan organische stof is op voldoende niveau (betere binding meststoffen en water)
• Bodemleven is gevarieerd (betere ziektewering en bodemstructuur) .
Streven: 100% van de landbouwbodems in 2050 vitaal, gekoppeld aan klimaatadaptieve inrichting en gebruik.

Wat gaan we daarvoor doen?

Beleidskaders en uitvoeringsagenda's

• Provinciaal Milieu- en Water Plan 2016-2021 (besluit 78/15) - tot 1.1.2022 voor het Water-deel.
• Visie klimaatadaptatie inclusief uitwerking bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’ (besluit 31/20)
• Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 vanaf 1.1.2022 (nog vast te stellen door PS december 2021)

Verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:

• GOB BV
• Brabant Water
• Nederlandse Waterschapsbank NV
Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Ontwikkelingen en onzekerheden

• Besluitvorming RWP 2022-2027 door PS in december 2021. Ten gevolge van het uitstel van de Omgevingswet wordt het RWP onder de Waterwet vastgesteld.
• De omvang van de opgaven in het Regionaal Water en Bodemprogramma 2022-2027 (RWP) overstijgt de huidig beschikbare dekking. De opgaven zijn groot en in ontwikkeling zoals gemeld in de Visie Klimaatadaptatie en de Statenmededelingen over het RWP. Hierbij bekijken we momenteel alle opties naar aanvullende dekking en komen we bij de besluitvorming in december met een geactualiseerd beeld. Via het jaarlijks op te stellen programmeringsdocument nemen we PS vervolgens mee in de voortgang.
• Een van de opties in het kader van aanvullende dekking voor de verdrogingsopgave, als onderdeel van het RWP, is een verkenning naar de verhoging van de grondwaterheffing al dan niet in combinatie met een mogelijke verbreding van het heffingsbereik. Eind 2021 ontvangt PS een update over de verkenning.

Nadere informatie over financiële risico’s en risicomanagement staat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Wat mag het kosten?

Financiële toelichting op de verschillen tussen begroting 2022 en begroting 2021
Lasten
In het kader van de realisatie van de KRW-opgave in 2027 worden eind 2021 de nieuwe prestatieafspraken 2022-2027 in de Maatwerkovereenkomsten met de Waterschappen vastgelegd. Hiervoor ramen wij een intensivering van de uitgaven. Dit leidt tot €3,5 mln hogere uitgaven in 2022.
De openstelling van de subsidieregeling voor Venherstel loopt tot in het laatste kwartaal van 2021. De subsidieverleningen daarop vinden grotendeels begin 2022 plaats. Dit leidt tot €2,0 mln hogere uitgaven in 2022.
De bijdrageregeling klimaatadaptatieprojecten is in 2021 door GS vastgesteld. Oorspronkelijk zou hier een subsidieregeling voor worden opgesteld. Omdat onder de bijdrageregeling klimaatadaptatie de aanvragers meer tijd hebben om een goede aanvraag in te dienen, valt een groot deel van de uitgaven in 2022. Dit leidt tot €3,2 mln hogere uitgaven in 2022.

Bestuursakkoordmiddelen 2024-2030
Voor de periode 2024 t/m 2030 is aan bestuursakkoordmiddelen € 21 mln voor dit programma beschikbaar.

Stand Reserves
De lasten van programma 3 Water en Bodem worden deels gedekt vanuit:
- de reserve Essent-investeringsagenda. Een nadere toelichting op deze middelen is opgenomen in paragraaf 8 Investeringsagenda;
- de reserve Cofinanciering Europese programma’s
- de reserve DU-Bodem;
- de reserve PMWP;
- de reserve Regionaal waterprogramma.
Het verloop van de stand van die reserves is onderstaand weergegeven.

 

 

NB. De reserve Cofinanciering Europese programma’s draagt ook bij aan de dekking van de lasten van programma 4 Natuur en milieu, van programma 5 Economie Kennis en Talentwikkeling en van programma 7 Landbouw en Voedsel.

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Lasten
Programma lasten 29.324 26.930 35.854 25.123 21.982 23.096
Organisatiekosten 4.583 4.837 5.045 0 0 0
totaal lasten 33.907 31.768 40.899 25.123 21.982 23.096
Baten
totaal baten 8.466 5.593 5.922 4.325 4.235 4.235
saldo baten en lasten -25.440 -26.174 -34.978 -20.798 -17.747 -18.861
Stand reserve x € 1.000 Saldo per 1-1-2021 Saldo per 31-12-2021 Saldo per 31-12-2022 Saldo per 31-12-2023 Saldo per 31-12-2024 Saldo per 31-12-2025
Reserve cofinanciering Europese programma's 20.789 15.866 10.422 10.422 10.422 10.422
Reserve bodem-DU-bodem 32.660 30.292 28.789 27.715 26.641 18.980
Reserve PMWP 68.878 61.970 38.607 25.668 16.638 13.208
Reserve regionaal waterprogramma 8.250 23.300 35.050 46.800 49.800 52.800
NB. De reserve Cofinanciering Europese programma’s draagt ook bij aan de dekking van de lasten van programma 4 Natuur en milieu, van programma 5 Economie Kennis en Talentwikkeling en van programma 7 Landbouw en Voedsel.