Algemeen hoofdstuk

Inleiding

De begroting 2022 volgt op een bijzonder jaar waarin de coronapandemie in de wereld, en zo ook in Nederland en Brabant, prominent aanwezig was met verstrekkende gevolgen. Met de begroting 2022 laten we 2021 achter ons en kijken we vooruit naar dit komend jaar. Het bestuursakkoord ‘Samen, Slagvaardig en Slim’ en het addendum ‘Samen Bouwen aan de Kwaliteit van Brabant’ vormen het uitgangspunt voor deze begroting. De vijf opgaven1 uit de Brabantse Omgevingsvisie en de twee samenbindende thema’s ‘brede welvaart (inclusief gezondheid)’ en ‘digitalisering’ blijven ons ijkpunt voor 2030. We zetten de werkwijze van de open parlementaire samenwerking voort. We ambiëren een zo breed mogelijk draagvlak voor onze besluiten, zowel onder onze inwoners en partners als bij Provinciale Staten. We nodigen alle fracties in Provinciale Staten dan ook van harte uit om te komen tot een gezamenlijke en breed gedragen begroting.

Samen bouwen aan de kwaliteit van Brabant

Opgaven en transities

Brabant barst van de uitdagingen én van de kansen. Grote opgaven en transities komen op ons af. De kansen liggen in het gecombineerd aanpakken van onze opgaven en het toepassen van het in Brabant aanwezige innovatieve vermogen.

Deze zomer zagen we in delen van ons land ongekende hoosbuien en wateroverlast. Eén van de tekenen dat ons klimaat langzaam verandert. Het klimaat is maar één van onze opgaven. De energietransitie is een andere opgave. En die aanpakken, draagt bij aan het afremmen van verdere klimaatverandering. Willen we de energietransitie realiseren, dan zullen we op tal van terreinen moeten verduurzamen. Door enerzijds in te zetten op slimme en groene vormen van mobiliteit én het verduurzamen van onze infrastructuur en anderzijds op 'anders werken en anders reizen', versnellen wij eveneens de energietransitie in Brabant. Tegelijkertijd investeren wij hierdoor in het verminderen van onze filedruk en het goed bereikbaar houden van Brabant. Winst valt ook te behalen in het verduurzamen en het vergroenen van onze economie.

De aanpak van het stikstofvraagstuk is een andere uitdaging die we zullen moeten aanpakken. Evenals het herstel van onze biodiversiteit en het behouden, uitbreiden en toegankelijk maken van onze prachtige natuurgebieden en landschappen. Het Brabantse landbouw en voedselsysteem is een belangrijke economische en innovatieve sector voor onze provincie. Tegelijkertijd veroorzaakt het landbouw- en voedselsysteem ook druk op onze omgeving. We staan voor de opgave om samen met onze partners invulling te geven aan een transitie in de landbouw en daarmee aan een duurzaam en toekomstbestendig landbouw- en voedselsysteem. Daartegenover staat de verstedelijking met leegstand in de binnensteden en een tekort aan woningen. De woningnood is ook in Brabant groot. De komende 10 jaar moeten er in Brabant maar liefst 120.000 woningen worden gebouwd. Een karwei van formaat.

De Brabantse economie draait – ondanks corona - voor veel sectoren nog steeds op volle toeren. Maar zorgen zijn er ook als het gaat om de vitaliteit van economische sectoren als horeca, de evenementenindustrie en de culturele sector. Zij zijn hard geraakt door corona. Zorgen zijn er ook als het gaat om onze arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt vormt de achilleshiel van onze economie. De dynamiek en krapte op de arbeidsmarkt is immers groot in Brabant. Om een vooraanstaande speler in het Europese innovatiesysteem te kunnen zijn en blijven, alsook om een internationaal uitstekende concurrentiepositie te houden, vraagt dat enerzijds om een permanente ontwikkeling van Brabanders. Anderzijds vraagt de krappe arbeidsmarkt om het nationaal en internationaal aantrekken van  mensen met kwaliteit. Beiden met als doel vraag en aanbod op de arbeidsmarkt goed op elkaar te laten aansluiten. Ook als provinciale organisatie kampen we met een krappe arbeidsmarkt. Het is lastig talent voor de provincie te werven, zeker op de werkvelden 'energie' en 'ruimte'.

Om onze opgaven het hoofd te kunnen bieden, blijven wij onverminderd inzetten op het realiseren van onze ambities en doelen uit de Brabantse Omgevingsvisie. Hierbij komen we echter ook voor scherpe keuzes voor de lange termijn te staan. We lopen in Brabant tegen een aantal grenzen aan. Door de schaarste aan onder meer ruimte, biodiversiteit, transport, middelen en talent, kan niet alles én kan niet alles overal. Dat is de realiteit van nu.

Onzekerheden

Hoewel we onze opgaven kennen en onze inhoudelijke richting hebben bepaald, is de toekomst ook spannend. Onze toekomst gaat hoe dan ook gepaard met onzekerheden. We weten bijvoorbeeld niet hoe corona zich ontwikkelt. Of nieuwe varianten opdoemen. Wel weten we dat corona voorlopig onder ons blijft en de samenleving in meer of mindere mate zal blijven beïnvloeden. De langdurige kabinetsformatie brengt - op het moment van schrijven van deze begroting - ook onzekerheden met zich mee. Rijkskaders die van invloed zijn op provinciaal beleid en handelen blijven uit. De Omgevingswet is opnieuw uitgesteld, nu naar 1 juli 2022. De implementatie ervan is complex. De Omgevingswet leidt tot nieuwe verhoudingen tussen gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk, met meer ruimte voor initiatief vanuit de samenleving, verandering van werkwijzen én nieuwe vormen van leges. Om de nieuwe werkwijze van de Omgevingswet goed in onze organisatie te kunnen inregelen en toe te passen, zijn in 2022 en 2023 extra middelen nodig die ten laste komen van de vrije begrotingsruimte in deze bestuursperiode. Vooruitlopend op de Omgevingswet experimenteren wij met verschillende participatievormen en stellen wij een participatieverordening op.

In de huidige tijd is het meer dan ooit belangrijk om aan vertrouwen en geloofwaardigheid bij onze inwoners te werken. We zien dat de samenleving verandert. Het maatschappelijk debat lijkt te verharden en verschillen tussen groepen lijken toe te nemen. Ook in Brabant. En welke rol hebben wij dan als provincie in relatie tot onze inwoners? We zien bijvoorbeeld verschillen tussen groepen inwoners ontstaan als gevolg van de schaarste op de woningmarkt. De hoge huizenprijzen, zowel in de koop- als particuliere huursector, zorgen voor een scheiding tussen zij die wel kunnen meedoen op de woningmarkt en zij die het niet kunnen. Wat doet dit met de Brabantse samenleving?

Als provincie hebben wij te maken met een nieuwe financiële realiteit. De incidentele middelen uit de Investeringsagenda, die verkregen zijn door de verkoop van Essent, zijn inmiddels in Brabant geïnvesteerd of belegd. Daarnaast lopen onze inkomsten uit vermogen terug door lage rentestand en dividenden. Ons financieel uitgavenkader loopt als gevolg daarvan de komende jaren verder terug. Om hierop te anticiperen, boeken wij de afgesproken structurele taakstellingen de komende jaren in. Het effectueren van deze taakstellingen vraagt dat we nú, deze periode, voor het komende decennium beleidskeuzes moeten maken. We kunnen niet op alle onderdelen ons ambitieniveau vasthouden. 2022 is daarmee het jaar dat wij als college lastige en ingrijpende voorstellen aan Provinciale Staten zullen moeten voorleggen. De besluiten over deze voorstellen worden daarna meerjarig en gericht in de begrotingsprogramma’s verwerkt. Tegelijkertijd biedt de immunisatieportefeuille ons mogelijk nieuwe financiële perspectieven.

Focus op uitvoering

Focus op uitvoering

In de afgelopen jaren hebben we meerdere langjarige richtinggevende beleidskaders opgesteld. Onder meer op het gebied van energie, digitalisering, economie en mobiliteit. In 2022 volgt nog een aantal beleidskaders. Met deze beleidskaders hebben we de Brabantse Omgevingsvisie nader kaderstellend en inhoudelijk uitgewerkt. De komende periode ligt de focus daarom op het boeken van tastbare resultaten voor Brabant. Dat is geen sinecure want - zoals eerder aangegeven - niet alles kan én niet alles kan overal. Onze opgaven vragen meer ruimte en

middelen dan wij beschikbaar hebben. We moeten keuzes maken en kansen creëren. Want in Brabant maken wij van een nood een deugd. We maken slimme combinaties, ontwikkelen nieuwe financiële strategieën en organiseren onze uitvoering integraal en gebiedsgericht. Zo wordt één plus één drie.

Een voorbeeld hiervan is de gebiedsgerichte aanpak die we het komend jaar verder doorontwikkelen. Onze opgaven komen steeds samen in verschillende gebieden. Dat zien we voor de groenblauwe opgaven in onze stikstofgevoelige natuurgebieden. In deze gebieden werken we tegelijkertijd aan natuurherstel en – ontwikkeling, de waterkwaliteit, de aanpak van de verdroging, een vitale bodem, het verlagen van de stikstofdepositie en een nieuw duurzaam perspectief voor de landbouw. We zien de gebiedsgerichte aanpak eveneens in onze verstedelijkte regio’s zoals de Brainport Eindhoven, de stedelijke regio Breda - Tilburg en ’s-Hertogenbosch waarin wonen, werken, openbaar vervoer en klimaat samenkomen en in samenhang opgepakt moeten worden vanwege de betaalbaarheid ervan en de inwerking op elkaar. We onderzoeken hoe we – vooruitlopend op het aanstaande beleidskader Leefomgeving - onze verstedelijkingsambities ook financieel kunnen waarmaken. We verkennen onder meer of het instellen van een aparte ‘spaarpot’ voor deze ambitie van meerwaarde is.

Onze speerpunten in 2022

Een gezonde en veilige leefomgeving

De basis voor een goed woon-, leef- en vestigingsklimaat wordt gevormd door een gezonde en veilige leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dat vergt onder meer dat wij voldoen aan de wettelijke milieunormen en borgen dat we schoon, voldoende, veilig water en een gezonde bodem hebben. Evenals dat we zorgen voor voldoende natuurgebieden en landschappen en de biodiversiteit herstellen. Alsook dat we via ons landbouw- en voedselsysteem toegang hebben tot gezond voedsel. Maar het vraagt ook dat Brabanders zich veilig en onderling verbonden voelen. Met het beleidskader Gezondheid bevorderen we mede een gezonde en veilige leefomgeving in Brabant.

Wij werken aan een gezonde en veilige leefomgeving door de luchtkwaliteit continu te verbeteren en de geluid-, geur- en lichthinder te verminderen. In 2022 geven wij voortvarend uitvoering aan het Schone Luchtakkoord. Met het nieuwe beleidskader Milieu, dat wij komend jaar aan Provinciale Staten voorleggen, worden nadere milieudoelen voor Brabant gesteld. Als onderdeel van onze inzet op gezondheid, leggen wij – zoals afgesproken in het addendum - op het gebied van luchtkwaliteit en geluid streefwaarden vast in het beleidskader Milieu

Schoon, voldoende en veilig water en een gezonde bodem zijn bouwstenen voor een duurzame leefomgeving. De vraag naar voldoende en bruikbaar water en een vitale bodem wordt steeds groter. Gezien de urgentie van wateropgaven, zoals verdroging, is een trendbreuk nodig: een nieuwe en adaptieve manier van denken en werken.

Ook vitale natuurgebieden en waardevolle landschappen dragen bij aan die Brabantse gezonde en veilige leefomgeving. Aanleg en herstel daarvan blijven dan ook een stevige opgave voor de komende jaren. In 2022 stellen we onder meer een nieuw beleidskader Natuur op. Met gebiedsgerichte aanpak groen-blauwe opgaven werken we aan een sterke natuur en een veerkrachtig natuurlijk systeem (water, bodem, lucht) mét duurzaam perspectief voor de landbouw en waar nodig ook aandacht voor ruimtelijke ontwikkelingen (verstedelijking, infrastructuur, ruimte voor energie). Deze gebiedsgerichte aanpak kan mogelijk vragen dat wij – voor wat betreft de uitvoering ervan - samen met onze partners tot nieuwe afspraken en samenwerkingsvormen moeten komen om de toekomstbestendigheid van deze aanpak te kunnen borgen.

De aanpak van het stikstofvraagstuk is en blijft een majeur en urgent vraagstuk voor de komende jaren. Als vanzelfsprekend volgen wij de landelijke ontwikkelingen op de voet. Met de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof blijven we samen met partners, ondernemers en inwoners inzetten op het sterker en robuust maken van stikstofgevoelige natuur. We willen de natuur sterker maken, de stikstofdepositie verminderen en economische en maatschappelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Ook is er dan voldoende ruimte voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen in Brabant. Tegelijkertijd hebben wij niet altijd invloed op de ontwikkelingen op het gebied van stikstof. Er kunnen gebeurtenissen zijn die mede bepalend zijn voor de wijze waarop wij onder meer onze woningbouw, werklocaties en bereikbaarheidsopgave kunnen realiseren.

Een gezonde en veilige leefomgeving gaat, tot slot, ook over hoe veilig Brabant is. We zien dat het gezag van de overheid steeds vaker door ondermijning onder druk komt te staan. Daarmee wordt ook het vertrouwen in de overheid geschaad. Deze tendens vraagt dat wij blijven investeren in een weerbare en integere overheid, maar ook in een weerbare samenleving. Hiervoor werken we nauw samen met andere overheidspartners en stimuleren wij gemeenten om hun ‘fitheid’ tegen ondermijning te versterken. Als vanzelfsprekend bevorderen wij ook binnen de provinciale organisatie onze weerbaarheid.

Energietransitie

In 2030 willen we samen met onze partners de CO2 -emissies als gevolg van energieverbruik met 50% verminderd hebben. Ook willen we dan tenminste 50% van de nog benodigde energie duurzaam opwekken. Met het realiseren van de energietransitie kunnen we een belangrijk bijdrage leveren aan het tegengaan van verdere klimaatverandering. Als provincie zijn wij echter maar één van de vele en noodzakelijke spelers in de realisatie van deze transitie. Voor 2022 zien wij een aantal vraagstukken die in het oog springen. Vraagstukken die mogelijk ook spanning veroorzaken in de uitvoering ervan en waarbij wij onze rol als provincie helder moeten definiëren.

Een urgent en actueel vraagstuk is dat van transportschaarste. De maximale belastbaarheid van het elektriciteitsnet wordt bereikt door de toenemende elektrificatie en de grote hoeveelheid aan duurzaam opgewekte energie. Deze transportschaarste treft inmiddels ook het Brabantse elektriciteitsnet en houdt voorlopig nog aan. Een uitbreiding van het elektriciteitsnet is immers niet van vandaag op morgen gerealiseerd. De beschikbare capaciteit moet daarom zo goed mogelijk ingezet worden. Dit vraagt om keuzes en prioritering om te komen tot een toekomstbestendig elektriciteitsnet. In 2022 vullen we de provinciale rolneming in relatie tot de transportschaarste nader in. Op basis van een Statenmededeling hierover in het eerste kwartaal van 2022, stellen wij bij de 1e BURAP voor om de - voor de programmering van het elektriciteitsnet - beschikbare middelen uit het addendum toe te voegen aan de begroting.

Nu de Regionale Energie Strategieën (RES) 1.0 zijn vastgesteld, richten we ons vizier in 2022 op de uitvoering van deze RES’en 1.0. Zoals ook volgt uit de Omgevingsvisie, ligt de primaire verantwoordelijkheid hiervoor bij de gemeenten. Daar waar nodig, ondersteunen wij de gemeenten in de realisatie ervan. Zo blijven we ook partner bij de opstelling van de RES 2.0 waarin de warmtetransitie een belangrijk onderdeel zal worden.

Bijzondere aandacht hebben we in 2022 voor de vergroening en verduurzaming van werklocaties. We ambiëren in 2022 niet alleen voor 13 werklocaties een plan van aanpak te hebben opgesteld, maar we willen samen met onze partners ook de eerste stappen in de uitvoering hebben gezet.

Vanzelfsprekend continueren we onze inzet op de verdere verduurzaming en besparing van energie. Bijvoorbeeld door energie-innovaties, de grootschalige verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en utiliteitsbouw en het verbeteren van ventilatie en verduurzaming van scholen. Deze laatste twee zijn grote projecten uit recente Brede herstelaanpak corona Brabant: de Actie- en investeringsagenda van de provincie, B5, M7 en de BOM. In

aansluiting op onze ambitie om het maatschappelijk vastgoed in Brabant te verduurzamen, zetten we ook extra in op de verduurzaming van het provinciehuis.

Klimaatproof Brabant

We willen Brabant klimaatbestendig en waterrobuust inrichten en bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden. Nu veroorzaken heftige buien en droogteperiodes nog schade aan natuur en landbouw. Zoals ook in steden en dorpen regelmatig water op straat en in kelders staat. Voldoende water (niet te veel, niet te weinig) is geen vanzelfsprekendheid meer.

Eind 2021 ligt het Regionaal Water- en Bodemprogramma (RWP) 2022 – 2027 ter vaststelling voor in Provinciale Staten. Met het RWP wordt samen met partners invulling gegeven aan het op orde houden van het water- en bodemsysteem en het realiseren van de doelen van de Kaderrichtlijn Water in 2027. Een essentieel onderdeel van het RWP is de verdrogingsaanpak. Ondanks genoeg regen en voldoende water via onze rivieren, is er in Brabant toch sprake van droogte en verdroging. Daar waar droogte en verdroging nu vooral effect hebben op de natuur, biodiversiteit en gewassenopbrengst uit de landbouw, zal de verdroging – als een doelmatige aanpak uitblijft - in de toekomst ook effect hebben op bebouwing, industrie, leefbaarheid en mobiliteit. Om de verdroging echter adequaat te kunnen aanpakken, is aanvullende dekking nodig. Hiervoor wordt een verkenning uitgevoerd naar de verhoging van de grondwaterheffing in combinatie met een mogelijke verbreding van het heffingsbereik.

Om de klimaatverandering het hoofd te bieden en Brabant klimaatproof te maken, richten we ons in 2022 nog sterker op een samenhangende aanpak tussen klimaatadaptatie en klimaatmitigatie en een gecoördineerde uitvoering van de verplichtingen uit het klimaatakkoord.

Duurzame verstedelijking, vitaal platteland & mobiliteit

We willen een Brabant met een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat én met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem. We staan voor grote uitdagingen als het gaat om het realiseren van deze ambitie. Net als in de rest van Nederland, woedt ook in Brabant de woningbouwcrisis. De situatie op de woningmarkt is nijpend en vraagt om een versnelling van de woningbouw. We koppelen onze woningbouwopgave aan het versterken van de omgevingskwaliteit in onze steden en dorpen, alsook aan het realiseren van de transities waarvoor we staan.

Samen met het Rijk en onze stedelijke regio’s werken wij aan een verstedelijkingstrategie die in het voorjaar tot verstedelijkingsakkoorden met het Rijk moeten leiden. Voor Brabant betekent dat er op een aantal plekken voor veel Brabanders uitdagende en concurrerende woon-, werk- en leefmilieus worden gemaakt. Ook dit vraagt om stevige keuzes die mede de kracht van Brabant voor de komende decennia gaan bepalen. De uitdaging en de opgave is hier groot én waarin we als provincie een verantwoordelijkheid hebben te nemen. We beginnen hierbij overigens niet op nul, maar bouwen voort op de reeds in gang gezette stedelijke transformaties in onze (middel)grote steden en de aanpak leegstand.

Het Ontwikkelbedrijf wordt ingezet voor de uitvoering van provinciale beleidsdoelstellingen, waaronder deze stedelijke transformaties. Om het Ontwikkelbedrijf op de toekomst voorbereid te laten zijn en in te kunnen blijven zetten voor de realisatie van een breed pallet aan provinciale doelstellingen, werken wij als college aan een toekomstbestendige berekeningssystematiek van het weerstandsvermogen van het Ontwikkelbedrijf. We hebben dit uitgewerkt en toegelicht in de statenmededeling Toekomstbestendig Ontwikkelbedrijf en tevens opgenomen in de paragraaf Grondbeleid.

Onze culturele voorzieningen, sportevenementen en erfgoed spelen een voorname rol in het levendig en vitaal houden van onze steden en dorpen én zijn bovendien van grote waarde voor onze vestigingsklimaat. Corona

heeft een flinke impact op deze sectoren gehad. Het is echter onduidelijk wat de structurele effecten van corona
op deze sectoren zijn. In 2022 wordt aan Provinciale Staten een nieuw beleidskader voor een Levendig Brabant in 2030 voorgelegd. Cultuur, sport, recreatie, toerisme en erfgoed maken hier integraal deel van uit.

Als het gaat om het vitaal houden van ons platteland, zien wij dat het aantal agrarische bedrijven in Brabant afneemt en er daarmee minder agrarische bedrijfsgebouwen in gebruik zijn. Dit heeft impact op het aanzien van het landschap en de kwaliteit van de omgeving. Het kan leiden tot verloedering en ondermijning, maar het is ook een kans om door een nieuwe invulling van deze gebouwen bij te dragen aan de vitaliteit van het platteland.
Middels het nog vast te stellen beleidskader Landbouw & Voedsel werken wij aan een Brabantse landbouw die landschaps- en gemeenschapsinclusief is. De landbouwsector heeft een economische waarde én heeft tegelijkertijd een rol in natuur- en landschapsontwikkeling. Er is een herkenbare verbinding tussen stad en platteland, tussen producent en consument en met de Brabantse samenleving als geheel.

Voor een goed woon-, leef- en vestigingsklimaat is een goede bereikbaarheid randvoorwaardelijk. 2022 is voor ons het jaar van het openbaar vervoer. Als gevolg van de coronacrisis heeft het openbaar vervoer in Brabant harde klappen gehad. Met een passend aanbod willen we het openbaar vervoer snel weer terug op niveau brengen. Investeringen zijn nodig om het openbaar vervoer flexibel, toekomstbestendig en betaalbaar te maken.

Bij de wettelijke taak van het beheer en onderhoud van provinciale wegen zien we de kosten oplopen vanwege indexatie. Voor 2022 en 2023 stellen we voor de indexatie financieel op te vangen middels een beroep op de vrije begrotingsruimte in deze bestuursperiode van €3,4 mln per jaar. Voor de dekking van de jaarlijkse indexatie ná 2023 zullen we in het kader van ‘schoon opleveren’ een voorstel doen.

Daarnaast zien we de beheer- en onderhoudstaak van de provinciale infrastructuur toenemen door de uitbreiding en opwaardering van het areaal. We verwachten jaarlijks additioneel circa €10 mln nodig te hebben om de kwaliteit van het areaal op peil te houden door het plegen van onderhoud. Dit komt bovenop de eerder afgesproken structurele taakstelling van € 7 mln op mobiliteit. Er moeten dus scherpe- en mogelijk pijnlijke - keuzes worden gemaakt. In 2022 brengen wij voor Provinciale Staten in beeld welke consequenties minder middelen hebben voor de kwaliteit van de provinciale infrastructuur in Brabant. Op basis hiervan gaan wij graag met Provinciale Staten in gesprek over de te maken keuzes.

Economie, Kennis & Talentontwikkeling

Brabant is een Europese top kennis- en innovatieregio en dat willen we naar de toekomst ook blijven. Bovendien ambiëren we een toekomstbehendige economie: een wendbare en duurzame economie voor alle Brabanders.

Ondanks de coronacrisis draait de Brabantse economie naar behoren. Veel economische clusters hebben beperkt last ondervonden van corona. Maar sectoren als de horeca, de evenementenindustrie en cultuur zijn hard geraakt en hebben hersteltijd nodig. In 2022 zetten wij vol in op het versterken van ons innovatief vermogen om de economie van morgen vorm en inhoud te geven. We stimuleren dat het innovatief vermogen bijdraagt aan de transities waarvoor we staan. Hiervoor sluiten we innovatiecoalities met het bedrijfsleven en kennisinstellingen.

Onze grootste zorg ligt bij de arbeidsmarkt. We zien een toenemende schaarste aan talent ontstaan. Daarom zetten we in 2022 extra in op het aantrekken en behouden van nationaal en internationaal talent om onze economie op peil te kunnen houden. We investeren daarnaast in een leven lang ontwikkelen door het faciliteren van om – en bijscholing zodat meer Brabanders kunnen meedoen op de arbeidsmarkt en de economie van morgen. Daarnaast zien wij kansen om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken door de arbeidsproductiviteit te verhogen. Hiervoor bevorderen wij de digitalisering en dataficering bij het MKB.

Als vanzelfsprekend hebben wij ook oog voor het verduurzamen van onze economie door duurzamer om te gaan met de beschikbare grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen. Om dit te kunnen bereiken, zetten we onder meer samen met VNO-NCW in op het vergroten van het bewustzijn bij bedrijven om meer circulair te gaan werken. 

Brede welvaart en digitalisering als samenbindende thema’s

Inleiding

Dwars door onze opgaven uit de Omgevingsvisie lopen brede welvaart (incl. gezondheid) en digitalisering. We hebben een verantwoordelijkheid om vanuit de volle breedte van ons beleid en uitvoering bij te dragen aan een brede welvaart voor alle Brabanders. De alsmaar verdergaande digitalisering en dataficering kan ons ondersteunen om ons beleid effectiever en efficiënter te laten zijn. Naast kansen op nieuwe beleidsopties (innoveren) stelt het gebruik van data ons ook in staat om bestaande taken tegen minder kosten of met minder capaciteit uit te voeren. Dit draagt direct bij aan onze noodzakelijke wendbaarheid. Voor de begroting betekent dat in meerdere begrotingsprogramma’s is opgenomen hoe het desbetreffende beleid bijdraagt aan deze twee samenbindende thema’s.

Brede Welvaart (incl. gezondheid)

We willen onze opgaven in onderlinge samenhang en vanuit een breder perspectief aanvliegen met als doel de brede welvaart voor alle Brabanders te verstevigen. Vanuit alle begrotingsprogramma’s wordt bijgedragen aan het versterken van de welvaart en het welzijn in Brabant, en daarmee de brede welvaart. We werken onder meer aan een toegankelijk openbaar vervoer voor iedereen, een economie die mensen omarmt en een waardengedreven landbouw- en voedselsysteem. Evenals dat we permanent onze omgevingskwaliteit verbeteren om een zo'n prettig mogelijk leefklimaat voor Brabanders te creëren. Daarnaast dagen we onszelf en anderen uit om samen drie gezonde levensjaren erbij te realiseren voor elke Brabander. Vanuit het perspectief van brede welvaart, besteden we komend jaar ook aandacht aan een veilig en weerbaar Brabant. De bestuursopdracht ‘veilig en weerbaar Brabant’ loopt in deze bestuursperiode af. In de Staten wordt nog deze periode discussie gevoerd over welke rol en verantwoordelijkheid de provincie in de toekomst zou moeten nemen op dit thema. We zien ook dat veel Brabantse gemeenten en regio’s werken aan brede welvaart. We verkennen hoe de provincie haar rol en samenwerking op het gebied van brede welvaart in relatie tot regio's en gemeenten vorm en inhoud kan geven.

Met de Staat van Brabant brengen wij in beeld hoe Brabant ervoor staat, ook op het gebied van brede welvaart. De Staat van Brabant is een cijfermatige foto van de stand van zaken van de vijf opgaven uit de Brabantse Omgevingsvisie. De indicatoren uit de regionale monitor Brede Welvaart van het CBS zijn in deze Staat van Brabant geïntegreerd. Aanvullend hierop verkennen wij wat de voor- en nadelen zijn om het begrip Brede Welvaart te gebruiken om beleid beter te duiden en te sturen, met name in de onderlinge samenhang tussen de verschillende aspecten van brede welvaart. Hiermee geven we tevens invulling aan motie 45a – 2021 ‘Sturen op Brede Welvaart’

Digitalisering

Corona heeft de digitalisering van de samenleving in een stroomversnelling gebracht. De digitale infrastructuur en de kansen die dat ons biedt, zijn niet meer weg te denken. Digitalisering, maar ook dataficering, heeft daarmee volop de aandacht. Of het nu gaat om klimaat, energie, mobiliteit of economie, slimme digitale toepassingen kunnen bijdragen in het innovatief aanpakken van deze vraagstukken. Data wordt daarbij steeds belangrijker voor het verkrijgen van informatie en het omzetten ervan in toegevoegde waarde. Ook Digital Europe gaat ons kansen bieden om het gebruik van digitale technologieën te bevorderen. In 2022 willen we de datavolwassenheid van zowel het bedrijfsleven, als van onszelf als provincie verhogen. Het goed benutten van data helpt ons om nog meer dan nu opgavegestuurd te werken en onze doelen en ambities te realiseren. Het datalab, een centrale ontmoetingsplek om datagedreven werken binnen onze organisatie te ondersteunen en aan te jagen, moet ons daarbij gaan helpen. Ook leiden we via JADS een aantal van onze medewerkers op in datagedreven werken.

Met verdergaande digitalisering maken we in 2022 onze bedrijfsvoeringprocessen toekomstbestendig. Het biedt ons bovendien de mogelijkheid om efficiënter en effectiever te kunnen werken.

Financieel totaalbeeld

Inleiding

In het bestuursakkoord hebben wij de meerjarige ontwikkeling van de provinciale financiën geschetst. Daarbij is geconstateerd dat het in de meerjarenbegroting beoogde rendement op ons vermogen van structureel € 122,5 mln per jaar door de aanhoudend lage rentestand en door teruglopende dividenden de komende jaren niet meer gerealiseerd zal worden. Om ook op termijn onze inkomsten en uitgaven structureel in evenwicht te houden hebben we maatregelen genomen. Enerzijds is bij de begroting 2021 besloten tot een bezuiniging op de structurele lasten opbouwend naar € 29 mln per jaar vanaf 2025 en de verdeling daarvan over de diverse beleidsterreinen/begrotingsprogramma’s. Anderzijds treffen wij maatregelen om het rendement op de middelen uit de immunisatieportefeuille (verder) te optimaliseren. Hiertoe is in juli 2021 door Provinciale Staten de aanpassing van de Verordening Treasury vastgesteld. Wij werken voortvarend aan het implementeren van de mogelijkheden die de aangepaste verordening biedt om de middelen uit de immunisatieportefeuille in te zetten voor projecten die bijdragen aan de maatschappelijke opgaven in onze provincie en tegelijkertijd een financieel rendement op geïnvesteerd vermogen opleveren Of dat voldoende is voor een structureel sluitende meerjarenbegroting in 2030, is sterk afhankelijk van de rente- en rendementsontwikkeling. Bij een lagere dan nu geprognosticeerde ontwikkeling kan het op termijn noodzakelijk zijn om richting 2030 aanvullende maatregelen te treffen (aanvullende bezuinigingen en/of belastingverhogingen). Indien de rente echter stijgt, dan zal dit niet nodig zijn.

Bezuinigingen

In de begroting 2021 is besloten om te bezuinigen op de structurele lasten opbouwend naar een bedrag van € 29 mln per jaar vanaf 2025. Voor een aantal beleidsterreinen is de bezuinigingstaakstelling al nader ingevuld en voor de overige beleidsterreinen zullen wij dit het komende jaar doen zodat alle afgesproken bezuinigingen verwerkt kunnen worden in de meerjarenbegroting 2023-2026. In de beleidskaders is het meerjarig financieel uitgavenkader waarin rekening is gehouden met de bezuinigingstaakstelling het vertrekpunt zodat inhoudelijke ambities ook in evenwicht zijn met de financiële mogelijkheden en de financiële kaders voor de op te stellen uitvoeringsagenda’s bekend zijn.

Begrotingsprogramma Bedrag (€ x 1mln) Vanaf
jaar
Inhoudelijke invulling
Bestuur en veiligheid 0,55 2025 Beleidskader Toekomstbestendig bestuur (Q1 2022)
Ruimte en wonen 1,02 2025 Beleidskader en uitvoeringsagenda Leefomgeving (Q2 2022)
Water en bodem 0,55 2025 Contourendocument RWP (Q4 2021)
Natuur en milieu

10,00

0,42

2024

2025

Beleidskader en uitvoeringsagenda Natuur (Q2 2022)
Economie 2,11 2025 Evaluatie van het ‘Economisch programma 2012-2020’ en de doorkijk die op basis daarvan gemaakt wordt naar de periode tot 2030 (Q1 2022)
Energie 0,01 2025 Wordt in mindering gebracht op de vanaf 2025 beschikbare structurele budgetten.
Mobiliteit 7,17 2025 In de programmering Mobiliteit 2022 is het voornemen aangekondigd de taakstelling ten laste van de reserve Verkeer & Vervoer te brengen. Een voorstel hiervoor zal uiterlijk bij de
programmering Mobiliteit 2023 (Q3 2022) voorliggen.)

Vrije tijd, cultuur, sport en, erfgoed

 

Samenleving

1,30

0,19

5,70

 

2023

2025

2023

Structurele invulling vanaf 2023 resp. 2025 voor € 5,9 mln aangegeven in statenmededeling “Invulling geven aan onze maatschappelijke opgave leefbaarheid als onderdeel van het samenbindende thema Brede Welvaart” en in het Beleidskader Vrije tijd, Cultuur en Sport 2021-2022. De nog nader in te vullen bezuiniging van € 1,3 mln wordt uiterlijk 2e BURAP 2022 ingevuld.

 

Voorstellen om extra middelen beschikbaar te stellen

Na besluitvorming over de 2e bestuursrapportage inclusief de verwerking van de financiële voorstellen uit het addendum bedraagt de vrije begrotingsruimte voor deze bestuursperiode nog ruim € 42 mln. Zoals we eerder hebben afgesproken reserveren we hiervan een bedrag van € 15 mln onvoorziene knelpunten die zich in 2022 en 2023 mogelijk nog voordoen. Daarmee rekening houdend is er een bedrag van maximaal € 27 mln beschikbaar om in te zetten voor een aantal onderwerpen die we binnen de in de bestaande meerjarenbegroting opgenomen middelen niet kunnen oppakken of uitvoeren.

Voor de volgende onderwerpen stellen wij u voor extra middelen beschikbaar te stellen en hiervoor een beroep te doen op de vrije begrotingsruimte in deze bestuursperiode.

Implementatie omgevingswet (2022/2023)  € 3,9 mln

Dit betreft middelen voor zowel de verlenging van het tijdelijk implementatieteam als gevolg van het uitstel van de invoering van de Omgevingswet als het beschikbaar stellen van extra middelen voor de invoering van een nieuwe werkwijze in de provinciale organisatie om de Omgevingswet op alle beleidsterreinen goed te kunnen toepassen.

Onderhoud provinciale infrastructuur (KOPI) (2022/2023). € 6,8 mln.

Bij de wettelijke taak van het beheer en onderhoud van provinciale wegen zien we de kosten oplopen vanwege indexatie met een bedrag van € 3,4 mln per jaar. Daarnaast zien we de beheer- en onderhoudstaak van de provinciale infrastructuur toenemen door de uitbreiding en opwaardering van het areaal. We verwachten jaarlijks additioneel circa €10 mln nodig te hebben om de kwaliteit van het areaal op peil te houden door het plegen van onderhoud. Dit komt bovenop de eerder afgesproken structurele bezuinigingstaakstelling van € 7 mln op mobiliteit. Er moeten dus scherpe- en mogelijk pijnlijke - keuzes worden gemaakt. Bij de vaststelling van KOPI is reeds aangegeven dat dit risico speelde en dat er op basis van de daadwerkelijke ontwikkelingen in (de begroting) 2022 zo nodig een voorstel gedaan wordt om extra middelen beschikbaar te stellen.
Voor 2022 en 2023 stellen we voor de hogere kosten vanwege indexatie financieel op te lossen middels een beroep van €3,4 mln per jaar op de vrije begrotingsruimte in deze bestuursperiode.


Hoor- en adviescommissie (HAC) (2022/2023). € 0,35 mln

De Hoor- en adviescommissie voor bezwaarschriften en klachten heeft de verwachting uitgesproken dat de te verwachten stroom aan bezwaarschriften rondom de Stikstofwet en de komst van de Omgevingsverordening tot extra werkbelasting bij het HAC-secretariaat zal leiden. Op 12 juli jl. hebben PS een jaargesprek met de drie voorzitters van de Hoor- en adviescommissie voor bezwaarschriften en klachten gevoerd. In dit gesprek hebben de HAC-voorzitters expliciet aandacht gevraagd voor het behoud van de hoge kwaliteit van het ondersteunend HAC-secretariaat, voor de werkdruk en voor de werkbelasting die voortkomt uit de Omgevingsverordening.
Om deze reden wordt voorgesteld om tegemoet te komen aan het uitdrukkelijke verzoek van de HAC en de capaciteit van het HAC-secretariaat per 1 januari 2022 met 1,5 fte (€ 0,17 mln) op te hogen. Wij stellen voor de kosten hiervan voor 2022 en 2023 (totaal € 0,35 mln) een beroep te doen op de vrije begrotingsruimte in deze bestuursperiode.

Indien u instemt met deze voorstellen, dan zullen wij de financiële consequenties daarvan bij de Slotwijziging in de begroting verwerken.

Voor zover aan deze voorstellen ook na 2023 (structurele) kosten verbonden zijn, wat zowel bij KOPI, als de HAC het geval is, doen wij u nu geen voorstel om in de structurele dekking daarvan te voorzien, maar zullen wij dat meenemen in het proces van schoon opleveren.

Resumé

Bedragen x € 1mln 2021-2023 2024 2025

Stand na burap II 2021

- Knelpuntenbuffer

- Vrije begrotingsruimte

 

15,0

27,1

 

 

54,8

 

 

59,6

Voorstellen begroting 2022

- Implementatie Omgevingswet

- Onderhoud provinciale infrastructuur

- Hoor- en adviescommissie

 

-/-3,9

-/- 6,8

-/- 0,35

   

Stand na burap-2 2021

- Knelpuntenbuffer

- Vrije begrotingsruimte

 

15,0

16,05

 

 

54,8

 

 

59,6

 

Indien u instemt met de voorstellen om een beroep te doen op de vrije begrotingsruimte in deze bestuursperiode resteert na deze begroting nog een bedrag van ruim € 31 mln waarvan wij € 15 mln reserveren voor onvoorziene knelpunten die zich de rest van deze bestuursperiode voordoen.
Dit lijkt een omvangrijk bedrag, maar er spelen een aantal onderwerpen/ontwikkelingen waarvoor naar verwachting de komende periode nog een beroep op de vrije begrotingsruimte in deze bestuursperiode gedaan zal moeten worden. Te denken valt hierbij aan, zonder uitputtend te zijn, Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat, circulaire economie (GCC), bibliotheken en transformatie opgaven/woningbouw.

Zodra plannen voor deze of andere onderwerpen/ontwikkelingen voldoende uitgekristalliseerd zijn om daarvoor ook daadwerkelijk bedragen in de begroting op te nemen, dan zullen wij u daarvoor bij een volgend S&V-moment of zo nodig tussentijds separaat voorstellen doen toekomen. Daarbij zullen wij voordat wij een beroep doen op de vrije begrotingsruimte in de bestuursperiode de financiële afwegingsladder doorlopen en kritisch kijken naar mogelijkheden voor herprioritering.
Voorstellen waarbij wij een beroep doen op de vrije begrotingsruimte zullen wij in principe altijd via een statenvoorstel of als een expliciet voorstel bij een S&V-moment aan u voorleggen. Onderwerpen waarbij geen beroep wordt gedaan op de vrije begrotingsruimte, maar waarvoor wel een begrotingswijziging nodig is omdat voor het beleidsterrein geoormerkte middelen nog niet op de begroting zijn geraamd, zullen wij afhankelijk van de casus en de fase waarin de beleidsontwikkeling op het beleidsterrein verkeert via een beleidskader (dus als statenvoorstel), een uitvoeringsagenda of programmeringsdocument (dus als statenmededeling) of als eigenstandige statenmededeling aan u voorleggen en onderbouwen. Indien u instemt met het statenvoorstel en in het geval van een statenmededeling deze in de agendavergadering voor kennisgeving heeft aangenomen of in een themabijeenkomst instemmend heeft besproken, dan zullen wij de daaruit voortvloeiende begrotingswijziging als eerdere besluitvorming bij het eerstvolgende S&V-moment verwerken.

 

Schoon opleveren

Als college voelen we de verantwoordelijkheid om de winkel zo achter te laten als dat je hem zelf wilt aantreffen; geen losse eindjes of lijken in de kast. Met andere woorden we willen ‘schoon opleveren’.
In het verleden zijn diverse taken of intensiveringen op enig moment als een tijdelijke taak opgepakt en ook tijdelijk gefinancierd, bijvoorbeeld uit bestuursakkoord- of investeringsagendamiddelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:

  • Een groot deel van de personele capaciteit voor energietaken;- Het CIO-office en ICT;
  • Uitvoeringskosten Europese programma’s;
  • Aanpassing van de indexatiesystematiek.


In veel gevallen is de taakuitvoering daarna verlengd en is daarbij nogmaals in tijdelijke dekking voorzien. In de praktijk zijn het daarmee structurele taken geworden. Doordat er altijd ruimschoots incidentele middelen ter beschikking stonden, vormde dit tot voor kort geen probleem. Gelet op de teruglopende financiële middelen is het echter onwenselijk en op termijn ook onmogelijk om deze vorm van financiering van structureel geworden taken voort te zetten. Dit zou in de toekomst leiden tot financiële tegenvallers.
Om dat te voorkomen zullen we een proces van ‘schoon opleveren’ starten. Hierbij kijken we welke structureel geworden taken in onze begroting nog incidenteel gefinancierd zijn en op welk niveau deze taken structureel voortgezet moeten worden. Uiterlijk bij de meerjarenbegroting 2023-2026 zullen wij uw staten een voorstel doen voor structurele financiering van deze taken.

We hanteren hierbij de volgende uitgangspunten:

  1. bij de overdracht naar een nieuw bestuur wordt gestreefd naar een minimale structurele vrije begrotingsruimte van € 40 mln per jaar, zodat een nieuw bestuur ook nog financiële ruimte heeft om nieuwe ambities te realiseren;
  2. structurele provinciale taken zijn in onze meerjarenbegroting ook structureel gedekt; dat geldt ook voor de voor de uitvoering van deze taken benodigde capaciteit;
  3. in de beleidskaders tot en met 2030 en de daar onderliggende uitvoeringsagenda’s zijn de meerjarige ambities en de daarvoor structureel beschikbare middelen in evenwicht;
  4. per begrotingsprogramma zijn de tot en met 2025 te realiseren bezuinigingen op de structurele lasten verwerkt in de structureel beschikbare middelen.

Begroting in evenwicht

De provincie heeft voor 2022 een sluitende begroting met een saldo van € 0.

De geraamde lasten + de geraamde toevoegingen aan de reserves EN de geraamde baten + de geraamde onttrekkingen aan de reserves zijn zowel voor 2022 als voor de jaren 2023 t/m 2025 in evenwicht.
De financiële omvang van de begroting van Noord-Brabant komt voor het jaar 2022 uit op € 1.106,0 mln.