Programma 4 Natuur en milieu

Inleiding

We werken aan een natuur-, landschaps- en milieubeleid dat bijdraagt aan een veilige en gezonde leefomgeving, aan herstel van de biodiversiteit en aan prachtige Brabantse natuurgebieden en landschappen voor mens, plant en dier.

Natuur en landschap
Onze natuur verdient een goede bescherming tegen de druk van activiteiten die haar verstoren, verarmen en vervuilen. Een vitale natuur en waardevolle landschappen zijn voorwaarden voor het welzijn van mensen en voor de ontwikkeling van Brabant als belangrijke kennis- en innovatieregio. In een aantrekkelijke groene provincie is het immers beter wonen, werken en leven.
We zorgen voor een goede en voortvarende uitvoering van nationale en internationale afspraken die zijn gemaakt over biodiversiteit. Hiermee moeten alle bedreigde planten en dieren in Brabant, zoals weide- en akkervogels, weer een geschikte leefomgeving krijgen. Hiervoor investeren we in een verbonden en samenhangend natuurnetwerk en in versnelling en intensivering van het natuurherstel. Ook nemen we maatregelen om de externe druk op de natuur te verminderen. Zo verminderen we de uitstoot van ammoniak rondom natuurgebieden. En pakken we de verdroging van natuurgebieden aan.
Daarnaast versterken we de kwaliteit van het Brabantse landschap en verankeren we de natuur en het landschap in de samenleving.
Het herstel van de biodiversiteit is in belangrijke mate afhankelijk van onze gezamenlijke prestaties in de water-, en bodem- en stikstofopgave en de transitie van de landbouw en hun ruimtelijke samenhang. Tegelijkertijd biedt de natuuropgave ook kansen voor (agrarische) ondernemers. De natuur-, water-, stikstof- en landbouwopgaven worden daarom zoveel mogelijk in samenhang en gebiedsgericht aangepakt. De middelen van de eerste tranche (2021-2023) van het landelijk Programma Natuur zullen hierbij optimaal ingezet worden. Ook om de aanvraag voor de 2e tranche (-2030) goed te onderbouwen.

Milieu
We willen dat Brabant een fijne, veilige en gezonde provincie is om in te wonen en te ondernemen. Een schone lucht en bodem en geen hinder van onder meer geluid en geur zijn hiervoor basisvoorwaarden. In lijn met de Omgevingsvisie streven we daarom naar een continue verbetering van onze leefomgeving. Met de uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord dragen we bij aan het landelijk doel om 50% gezondheidswinst te behalen. Met het actieplan Geluid 2018-2023 verminderen we het aantal mensen dat wordt gehinderd door het geluid van provinciale wegen. Daarnaast wordt ook Brabant in toenemende mate geconfronteerd met urgente sector- en thema-overstijgende vraagstukken, zoals de noodzaak van een transitie naar een duurzame samenleving. In het beleidskader Milieu (dat het provinciaal Milieu- en Waterplan opvolgt) zullen wij ons milieubeleid voor de periode tot 2030 actualiseren en waar nodig aanvullen, en uitwerken in een uitvoeringsagenda. In dit beleidskader zullen we onder meer streefwaarden opnemen voor luchtkwaliteit en geluid.

Vergunningverlening, toezicht en handhaving
Het instrument vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zetten we in voor een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en daarmee aan een goed werk- en woonklimaat. We werken hierbij rechtmatig en volgens de afgesproken kwaliteitsnormen. We werken aan het scheppen van een goed vestigingsklimaat voor ondernemers, waarbij ruimte geboden wordt aan innovaties en de bureaucratie niet in de weg staat. Ook is er in specifieke aandacht voor de veiligheidscultuur bij BRZO-bedrijven (Besluit risico's zware ongevallen) en het niveau van toezicht op de industrie. We zorgen tevens dat de inzichten uit het project Intensivering Toezicht Veehouderij worden geïmplementeerd in de reguliere werkwijzen. Ontwikkelingen rondom de Omgevingswet en Stikstof leiden tot onzekerheden bij de uitvoering van VTH en financiën.

Realisatie van een robuust en samenhangend natuurnetwerk

Een robuust en samenhangend natuurnetwerk is nodig om de achteruitgang van natuur en biodiversiteit te stoppen. Daarom vergroten we natuurgebieden en verbinden we natuurgebieden met elkaar tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB).
Uitbreiding met nieuwe natuur vindt plaats door (landbouw)gronden te verwerven of functie ervan te wijzigen (grond met particulier beheer). Vaak moeten deze gronden ook worden ingericht en beheerd zodat de nieuwe natuur zich in de gewenste richting kan ontwikkelen. Daarnaast leggen we ecologische verbindingszones (EVZ’s) aan om natuurgebieden met elkaar te verbinden.
Voor het realiseren van het NNB en de EVZ is het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) ingesteld. Het GOB financiert initiatiefnemers die het NNB en de EVZ aanleggen. Daarnaast stimuleert het GOB nieuwe initiatieven om tot natuurontwikkeling te komen.

Bij het realiseren van het NNB en de EVZ’s wordt zoveel mogelijk gewerkt aan het gelijktijdig realiseren van onze water-, bodem-, landbouw-, en energiedoelen.
Noord-Brabant heeft nog een grote restantopgave in het realiseren van nieuwe natuur. Dit komt vooral doordat Noord-Brabant van alle provincies veruit de grootste totaalopgave heeft, de natuur in Brabant versnipperd is en gronden niet altijd makkelijk beschikbaar komen. Onze ambitie is om het NNB in 2027 gereed te hebben. Met het huidige realisatietempo gaat dit echter niet lukken. Daarom zetten we in op een versnelling van de realisatie. Het tempo van aankoop en inrichting moet omhoog. In de komende jaren moeten blijken of de versnellingsacties die we samen met onze gebiedspartners oppakken het gewenste effect hebben. Er is een reële kans dat we in het nieuwe Beleidskader Natuur (2022) moeten voorstellen om de planning aan te passen.

Indicator:

  • In 2027 is het robuuste en samenhangende natuurnetwerk gerealiseerd

Wat gaan we daarvoor doen?

Herstel van de biodiversiteit

Het gaat nog steeds niet goed met de Brabantse natuur. De biodiversiteit in de natuurgebieden is de afgelopen decennia afgenomen en blijft op een te laag niveau. In het agrarisch gebied neemt de biodiversiteit nog steeds verder af. Dit komt doordat onze natuur te lijden heeft onder verdroging, vermesting, verzuring, versnippering, vergiftiging en verstikking. Het is hard nodig om maatregelen te nemen die zorgen voor behoud en herstel van de biodiversiteit.
Daarom voeren we herstelmaatregelen uit in en om Natura2000-gebieden en treffen inrichtingsmaatregelen in leefgebieden, leggen we faunapassages aan, investeren we in agrarisch natuur- en
landschapsbeheer, stimuleren we boeren om in hun bedrijfsvoering meer rekening te houden met natuur, leggen we nieuwe bossen aan en worden bestaande bossen omgevormd. Daarnaast zetten we in op soorten- en gebiedsbescherming op basis van de Wet natuurbescherming, faunabeheer en het bestrijden van invasieve exoten.

Ook werken we in 2022 verder aan de aanpak van stikstof waarbij drie doelen hand in hand gaan: versnelling en intensivering van natuurherstel, terugdringen van de stikstofdepositie en ruimte voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen.
Het Rijk stelt met het landelijk Uitvoeringsprogramma Natuur in de komende 10 jaar landelijk ca. € 3 miljard beschikbaar voor versnelling en intensivering van het natuurherstel in en om de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. In 2021 hebben we de eerste beschikking van € 70 miljoen voor de periode tot en met 2023 ontvangen ten behoeve van deze stikstofoverbelaste gebieden. Daarnaast zullen we voor deze periode € 10 miljoen ontvangen voor de compensatie van bossen die vanaf 2017 in het kader van natuurherstel zijn gekapt en een extra jaarlijkse bijdrage om de het subsidiepercentage voor het natuurbeheer te kunnen verhogen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021.

Indicatoren:

  • In 2030 is de afname van de biodiversiteit naar een positieve trend omgebogen

Wat gaan we daarvoor doen?

Versterking van de kwaliteit van het Brabantse landschap

Het Brabantse landschap is aantrekkelijk om te wonen, te werken en te recreëren en biedt ruimte voor verscheidenheid aan planten en diersoorten. De identiteit en verscheidenheid van het Brabantse landschap wordt gewaardeerd door de Brabanders en bezoekers aan onze provincie. Ze zijn een belangrijk factor om in Brabant te komen wonen en om als bedrijf zich in Brabant te vestigen.
De provincie investeert in het landschap om de karakteristieke Brabantse landschappen te behouden en te versterken.

Indicatoren:

  • In 2030 zijn de waardevolle cultuurhistorische landschappen in Brabant behouden en waar mogelijk versterkt

Wat gaan we daarvoor doen?

Verankering van de natuur in de samenleving

We werken aan slimme verbindingen van natuur en landschap met de Brabantse samenleving en economie. Daarbij zetten we erop in dat burgers bewust zijn van het belang van natuur en landschap en daar zelf aan bijdragen. En dat (agrarische) ondernemers hun economische activiteiten natuurinclusief laten plaatsvinden.

Indicator:

  • In 2022 investeren meer Brabantse burgers en ondernemers in hun groene leefomgeving

Wat gaan we daarvoor doen?

Milieu. Continue verbetering van de luchtkwaliteit en vermindering van de geluid-, geur- en lichthinder

We werken eraan dat luchtkwaliteit, geluid-, en geur- en lichthinder geen overlast veroorzaken bij mens en dier. Een ongezond buitenmilieu veroorzaakt 3,5% van alle ziektelast in Nederland. De wettelijke milieunormen zorgen voor een bepaalde basiskwaliteit. We voldoen hier minimaal aan. Daarnaast is onze ambitie om de ernst en cumulatie van milieubelasting terug te dringen. Hiermee dragen we bij aan de ambities van de provincie om gezondheid, kwaliteit van leven en welzijn te beschermen en te bevorderen. Met het Schone Lucht Akkoord hebben we afgesproken dat we een passende bijdrage leveren aan de landelijke doelstelling van 50% gezondheidswinst uit binnenlandse bronnen in 2030 ten opzichte van 2016.

Indicator:

  • In 2030 is de luchtkwaliteit verbeterd en de geluidsoverlast verminderd

Wat gaan we daarvoor doen?

Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) leveren een bijdrage aan een gezonde fysieke leefomgeving en daarmee een bijdrage aan een goed werk- en leefklimaat.

Indicator:

  • De uitvoering VTH voldoet aan de beleidskaders uit de opgaven Natuur, Water en Milieu

Wat gaan we daarvoor doen?

Beleidskaders en uitvoeringsagenda's

Ontwikkelingen en onzekerheden

• Er wordt gewerkt aan een nieuw Beleidskader Natuur dat in 2022 aan de Staten wordt voorgelegd.

• Er wordt maximaal ingezet op de realisatie van het natuurnetwerk in 2027, maar het is nog onzeker of de ingezette versnellingsacties het gewenst effect hebben. Dit zal verder uitgewerkt worden in het nieuwe Beleidskader Natuur (2022).

• De invoering van de Omgevingswet en de ontwikkelingen in het Stikstofdossier bieden kansen, maar leiden ook tot risico’s, onzekerheden en onduidelijkheid voor het natuurbeleid en de uitvoering van VTH.

• Door de gerechtelijke uitspraak Logtsebaan vervalt de vergunningplicht deels en moeten PAS-meldingen worden gelegaliseerd. Dit heeft ook belangrijke financiële gevolgen. De extra incidentele kosten worden opgevangen binnen het VTH-programma.

• De invoering van de Omgevingswet leidt tot extra kosten, maar geeft tegelijkertijd de mogelijkheid om milieuleges te heffen.

• In beide dossiers worden de incidentele tegenvallers opgevangen binnen de Egalisatiereserve VTH. De egalisatiereserve komt daardoor onder druk komt te staan, met het risico dat toekomstige afwijkingen niet opgevangen kunnen worden door de egalisatiereserve. De egalisatiereserve dient de jaarlijkse afwijkingen in opdrachtverlening en legesinkomsten op te vangen. Daarnaast brengt de financiële positie van de omgevingsdiensten ook financiële risico's met zich mee. Als daartoe aanleiding is worden PS in positie gebracht.

• Beperken geluidsoverlast. De aanschrijvingen voor sanering van woningen zijn gekoppeld aan groot onderhoud van provinciale wegen. De realisatieplanning is daarmee afhankelijk van de onderhoudsplanning rondom provinciale wegen. De omvang van de pre-saneringsopgave is daarnaast afhankelijk van de keuze van gemeenten om de bevoegdheid voor geluidssaneringen voor woningen langs provinciale wegen al vooruitlopend op de omgevingswet over te dragen naar de provincie.

Wat mag het kosten?

Financiële toelichting op de verschillen tussen begroting 2022 en begroting 2021
Voor de uitvoering van het Natuurnetwerk Brabant is in 2022 € 14,5 mln minder geraamd aan lasten en € 5,5 mln aan baten, omdat de grondposities (aankoop, verkoop en doorlevering) zich moeilijk laten ramen. Bij de jaarrekening 2021 worden begrotingswijzigingen voorgesteld op basis van de meest recente grondmutaties.
Als gevolg van de projectuitgaven voor ontsnipperingsmaatregelen aan de N65 zijn er in 2022 € 4,1 mln meer uitgaven gepland dan in 2021.
De raming van de baten met betrekking tot de stimuleringsregeling landschap zijn in 2022 € 1,4 mln lager omdat er in 2021 extra is gefactureerd aan de deelnemende partijen. Dit betreft met name de restant bedragen uit de oude regeling stimuleringskader groen blauwe diensten die op verzoek van de gemeenten opnieuw zijn ingezet voor de nieuwe stimuleringsregeling landschap.

Centrale Stelpost
Voor het programma Natuur en milieu is in het onderdeel algemeen financieel beleid van de begroting voor het jaar 2022 een stelpost opgenomen van € 15 mln. Het betreft de reservering van de € 5 mln aan extra middelen voor Natuur, zoals faunapassages en weide- en akkervogels, en de reservering van € 10 mln aan budget voor de aanpak stikstof en de gebiedsgerichte aanpak. Zodra de beleidsmatige invulling van deze stelpost door PS is geaccordeerd worden de middelen voor de gebiedsgerichte aanpak toegevoegd aan programma Natuur en milieu. De middelen voor de aanpak stikstof zullen worden toegevoegd aan programma Ruimte en Wonen.

Stand Reserves
De lasten van programma 4 Natuur en Milieu worden deels gedekt vanuit:
- de reserve Essent Investeringsagenda. Een toelichting op deze middelen is opgenomen in paragraaf 8 Investeringsagenda.
- de reserve Natuur en landschapsbeleid
- de reserve Du verkeer en vervoer SIF
- de reserve Cofinanciering Europese programma’s
- de reserve Natuurbeheer en ontwikkeling
- de reserve PMWP
- de reserve VTH omgevingsdiensten.
Het verloop van de stand van die reserves is onderstaand weergegeven.

 

 

NB. De reserve Du verkeer en vervoer draagt ook bij de dekking van de lasten van de programma’s 8 en 9. De reserve Cofinanciering Europese programma’s draagt ook bij aan de dekking van de lasten van programma 3, 5 en van programma 7. De reserve PMWP draagt ook bij de dekking van de lasten van programma 3. De reserve VTH-omgevingsdiensten draagt ook bij de dekking van de lasten van programma 1.

 

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025
Lasten
Programma lasten 137.209 143.170 132.227 104.685 93.267 72.662
Organisatiekosten 10.582 11.982 8.561 0 0 0
totaal lasten 147.791 155.151 140.788 104.685 93.267 72.662
Baten
totaal baten 12.730 13.615 6.335 6.150 5.271 5.227
saldo baten en lasten -135.062 -141.536 -134.453 -98.535 -87.996 -67.434
Stand reserve x € 1.000 Saldo per 1-1-2021 Saldo per 31-12-2021 Saldo per 31-12-2022 Saldo per 31-12-2023 Saldo per 31-12-2024 Saldo per 31-12-2025
Reserve Natuur & Landschapsbeleid 19.021 28.282 23.875 17.080 11.791 14.084
Reserve DU-verkeer en vervoer / SIF 433.099 471.900 462.314 463.342 427.874 376.421
Reserve cofinanciering Europese programma's 20.789 15.866 10.422 10.422 10.422 10.422
Reserve Natuurbeheer en ontwikkeling 135.810 129.650 128.394 143.161 167.285 191.446
Reserve PMWP 68.878 61.970 38.607 25.668 16.638 13.208
Reserve VTH-Omgevinsdiensten 6.839 7.367 7.995 8.871 8.476 8.081
NB. De reserve Du verkeer en vervoer draagt ook bij de dekking van de lasten van de programma’s 8 en 9. De reserve Cofinanciering Europese programma’s draagt ook bij aan de dekking van de lasten van programma 3, 5 en van programma 7. De reserve PMWP draagt ook bij de dekking van de lasten van programma 3. De reserve VTH-omgevingsdiensten draagt ook bij de dekking van de lasten van programma 1