Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Om kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties te voorkomen, moeten kapitaalgoederen worden onderhouden. PS stellen voor de kapitaalgoederen die de provincie in eigendom heeft, het te handhaven kwaliteitsniveau en de bijbehorende budgetten vast. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen beschrijven we de uitwerking van het vastgesteld beleid.

Onderhoud wegen

Wat willen we bereiken?

We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem én veilige mobiliteit. Om dat te bereiken voert de provincie beheer en onderhoud uit en zorgen we voor een goed functionerend provinciaal wegennet als onderdeel van het totale Brabantse wegennet vanuit de kernwaarden veiligheid, bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid.
De provincie houdt de provinciale wegen en fietspaden in stand door:

  • het onderhouden en beheren ervan
  • het verbeteren van de verkeersveiligheid
  • het oplossen van kleine knelpunten
  • het op orde hebben en houden van mobiliteits- en verkeersdata

De provinciale infrastructuur wordt gewaarborgd door alle onderdelen en objecten van die infrastructuur op goede wijze in stand te houden via het dagelijks onderhoud (exploitatie), groot onderhoud en vervanging (investering).
Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd door middel van een tweetal meerjarige prestatiecontracten met aannemers. Deze contracten noemen we het elektronisch prestatiecontract (EPC) en het onderhoudsprestatiecontract (OPC).
Voor de gladheidsbestrijding beschikken we over materieel dat jaarlijks wordt onderhouden en/of vervangen. Voor een efficiënte uitvoering van de beheer- en onderhoudstaak beschikken we over vijf steunpunten verdeeld over Brabant, waarvan er twee in de afgelopen jaren gerenoveerd en verduurzaamd zijn.

Het beleid voor het beheer- en onderhoud van de provinciale wegenstructuur is opgenomen in de Kwaliteitsnota Onderhoud Provinciale Infrastructuur (KOPI,2018). Door in de meerjarenplanning ook de toestand buiten te betrekken wordt de kwaliteit van het wegennet in stand gehouden en wordt achterstallig onderhoud voorkomen. Vanuit het principe werk met werk maken combineren we verbeteringen en reconstructies in het kader van de regionale mobiliteitsagenda's zo veel als mogelijk met geplande onderhoudswerkzaamheden. Bij de infrastructurele projecten ondervinden we in toenemende mate hinder van stikstof en vertraging in de behandeling bij de Raad van State. Hierdoor lopen ook de gecombineerde onderhoudswerkzaamheden bij deze projecten vertraging op en wordt het steeds lastiger om achterstallig onderhoud te voorkomen. Het vergt meer incidentele instandhoudingsmaatregelen in plaats van planmatig onderhoud. En dat terwijl de financiële druk toeneemt door de grotere (toekomstige) onderhoudsopgave en het niet indexeren van structurele investeringskredieten.
De meerjarenplanning van infrastructurele projecten is opgenomen in de programmering mobiliteit 2022-2030.

Het provinciale (fiets-)wegennet bestaat uit:

areaal hoeveelheid
hoofdrijbaan 550 km, waarvan 40 km 2x2
fietspaden 510 km
berm 1.100 hectare
bomen 52.500
kunstwerken 798 stuks
verkeersregelinstallaties 80 stuks
lichtmasten en bewegwijzeringsmasten 7.950 stuks
Dynamische verkeersmanagement systemen 27 stuks

Wat mag het kosten?

Onderhoud wegen Jaarrekening      Begroting
Bedragen x € 1.000 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Budget onderhoud wegen 15.507 12.321 12.012 12.012 12.268 12.268

Toelichting onderhoud wegen
De onderhoudsbegroting voor het beheer en onderhoud van de provinciale infrastructuur is onderdeel van het begrotingsprogramma 8 Basisinfrastructuur Mobiliteit.
Voor een goede borging van deze basistaak zijn de middelen op basis van het vastgestelde beleid
KOPI structureel en autonoom op de meerjarige begroting geraamd (€ 12 mln) en bestaan uit de volgende onderdelen:

  • Dagelijks beheer en onderhoud via contracten OPC en EPC
  • Gladheidsbestrijding
  • Calamiteitenbestrijding


De geraamde inkomsten (€ 1,35 mln) komen o.a. uit opbrengsten uit leges voor vergunningen en ontheffingen en bijdragen voor uitgevoerde werken voor derden zoals gladheidsbestrijding.
De onderhoudsbegroting was in 2020 € 3,5 mln hoger. Door langere doorlooptijden bij de Raad van State is een aantal reconstructieprojecten vertraagd en daarmee de samenhangende onderhoudswerkzaamheden. Voor extra incidenteel onderhoud is in 2021 € 2,5 mln extra budget geraamd.

Toelichting investeringen

Investeringen ( begrote bedragen x € 1000) 2021 2022 2023 2024 2025
N-261 0 4.085 0 0 0
Komomleidingen 1.306 0 0 0 0
Wegeninvesteringen 1.125 36.482 58.332 39.231 35.872
Steunpunten en districtskantoren 3.497 400 400 400 400
Materieel provinciale wegen 450 0 0 0 0
LED verlichting Wegeninvestering 4.755 2.000 0 0 0
Wegeninvesteringen 83.294 99.670 118.910 166.949 37.410
Wegeninvesteringen Busremise Breda 6.460 0 0 0 0
Totaal  98.637 142.637 177.642 206.580 73.682

Door PS wordt ieder jaar een structureel investeringskrediet van € 26 mln gevoteerd voor groot onderhoud en vervanging. Op basis van wet- en regelgeving dienen de uitgaven voor groot onderhoud en vervanging op basis van het levensduurverlengende karakter te worden geactiveerd en afgeschreven (in 15 jaar). De investeringen worden op basis van het vastgestelde investeringsschema via de jaarlijkse afschrijvingslasten in de meerjarige begroting opgenomen. Voor 2022 is € 36,5 mln voor groot onderhoud en vervanging geraamd.

Voor het realiseren van extra ambities investeren we soms aanvullend in het provinciale wegennet als onderdeel van programma 09 Mobiliteitsontwikkeling. In 2022 totaal € 99,7 mln. Zo zijn er de majeure projecten N69 (€ 24 mln) en N279 Veghel – Asten (€ 26 mln) en reconstructies in het kader van regionale mobiliteitsagenda’s (totaal € 49 mln voor o.a. N631 bij Gilze en Rijen, N264 en N285 bij Zevenbergen).
Het nieuwe investeringsschema wordt door de Staten bij de begroting vastgesteld.

 

Onderhoud provinciale gebouwen en installaties

Wat willen we bereiken?

De provincie streeft naar een schone, open en transparante werkplek met een flexibele invulling. Het onderhoud van de provinciale gebouwen en installaties is erop gericht de bestaande voorzieningen op een doelmatige en veilige manier in stand te houden. Deze activiteiten gelden ook voor de ruimten die aan derden verhuurd worden.

Onderhoudsboek hoofdgebouw en onderhoudsboek nieuwbouw
In 2021 zijn de onderhoudsboeken geactualiseerd. Voor het opstellen van het onderhoudsplan is uitgegaan van conditiescore 3 op basis van NEN2767.
In het onderhoudsplan zijn zowel het jaarlijkse als meerjarig onderhoud opgenomen. Het jaarlijks onderhoud is nodig om de bedrijfszekerheid van de gebouwen en de installaties te waarborgen, de veiligheid te garanderen en de uitstraling van de gebouwen in stand te houden. De kosten voor dit onderhoud wordt in de jaarlijkse exploitatie opgenomen. Het meerjarig onderhoud heeft betrekking op het niet-reguliere en groot onderhoud aan gebouwen, installaties, apparatuur en inrichting. Voor de uitvoering van het meerjarig onderhoud vindt een jaarlijkse dotatie van ca € 1,2 mln aan de voorziening onderhoud provinciehuis plaats. Bij het meerjarig onderhoud wordt waar mogelijk gezocht naar duurzame oplossingen. Na 25 jaar is de nieuwbouw bij het provinciehuis aan renovatie toe. Hiervoor wordt in 2022 een plan vastgesteld.

Onderhoud museum
Het Noordbrabants Museum aan de Verwerstraat te ’s-Hertogenbosch is provinciaal eigendom. De provincie verhuurt ruimten in het complex aan de Stichting Beheer Museumkwartier, die deze ruimten weer onderverhuurt aan o.a. de Stichting Het Noordbrabants Museum en Stichting Erfgoed Brabant. Het provinciaal Depot Bodemvondsten is ook gevestigd op deze locatie. De beheersstichting coördineert tevens het groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen op basis van een meerjaren-onderhoudsplan.

Wat mag het kosten?

Onderhoud gebouwen Jaarrekening      Begroting
Bedragen x € 1.000 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Provinciehuis 656 1.234 1.253 1.253 1.253 1.253
Noordbrabants museum 245 347 352 352 352 352
Totaal 901 1.581 1.605 1.605 1.605

1.605

 

Onderhoud vaarwegen

Wat willen we bereiken?

De provincie Noord-Brabant is vaarwegbeheerder van de Dintel, de Mark, de Roode Vaart, het Mark-Vlietkanaal, de Steenbergsche en Roosendaalse Vliet en de Steenbergsche en Heense haven. Deze wateren zijn in eigendom van het waterschap Brabantse Delta. Het toekennen van de vaarwegfunctie door de provincie vraagt om een verdergaand beheer en onderhoud dan het kwantiteitsbeheer waarvoor het waterschap verantwoordelijk is. Daarom heeft de provincie het waterschap Brabantse Delta in medebewind opgeroepen voor de uitvoering van het vaarwegbeheer. Gedeputeerde Staten stellen de scheepvaartklassen vast welke bepalend zijn voor het onderhoudsniveau van de provinciale vaarwegen. Provinciale Staten leggen deze vast in de Verordening water Noord-Brabant. De bepaling van de feitelijke diepte en het profiel van de vaarwegen wordt overgelaten aan het waterschap als integraal waterbeheerder. Middels een financiële verdeelsleutel dragen de provincie en het waterschap de kosten voor het kwantiteitsbeheer en het vaarwegbeheer naar evenredigheid. De provincie voert zelf geen beleidsprestaties i.c. werkzaamheden uit aan de vaarwegen. De juridische basis van de medebewindstaak is geformaliseerd met een financiële overeenkomst tussen provincie Noord-Brabant en waterschap Brabantse Delta over het vaarwegbeheer, waarin de kosten van investeringen via een verdeelsleutel worden toebedeeld. Via onderhoudsprogramma’s voor baggeren, kunstwerken en bermbeheer worden de vaarwegen bevaarbaar gehouden.

Wat mag het kosten?

Onderhoud vaarwegen Jaarrekening   Begroting
Bedragen x € 1.000 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Onderhoudsbijdrage aan waterschap 1.801 1.957 1.806 3.478 4.079 4.763

Bij de behandeling van de begroting 2019 hebben PS incidenteel € 6,6 mln beschikbaar gesteld om de onderhoudsstaat van de provinciale vaarwegen in overeenstemming te brengen met de daarvoor geldende uitgangspunten. De uitvoerder van dit onderhoud, waterschap Brabantse Delta, heeft de onderhoudskosten gepland in 2022 t/m 2024.