Meer
Publicatiedatum: 04-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 5 Economie

Inleiding

Door de kracht van de Brabantse economie te versterken en te benutten, werken we aan het oplossen van grote maatschappelijke opgaven.

Dit college investeert in de kwaliteit van leven voor Brabanders in 2030. We willen dat zij zeker zo veilig, gezond en welvarend zijn als nu in 2019. Het spreekt voor zich dat een goed draaiende, innovatieve economie daarvoor een belangrijke voorwaarde is. Het bedrijfsleven creëert een groot deel van de werkgelegenheid, en levert daarmee het inkomen van de Brabander, en maakt door nieuwe producten en diensten het leven prettiger en makkelijker.

In de afgelopen twee bestuursperioden is stevig geïnvesteerd in het economisch systeem van Brabant. Clusters van bedrijven en kennisinstellingen vormen samen een regionale kenniseconomie met producten die wereldwijd toonaangevend zijn. Het programma Economie houdt dit systeem concurrerend, weerbaar en flexibel, zodat het conjuncturele schommelingen en snelle technologische ontwikkelingen kan opvangen. Onze economie moet duurzaam worden én bijdragen aan de totstandkoming van een duurzame en circulaire maatschappij.

De op te stellen Economische  Visie 2030 verbindt de toonaangevende clusters van Brabant aan de maatschappelijke opgaven. We werken daarin uit hoe we via interne en externe samenwerking tot gecoördineerde en doordachte interventies komen, met de grootst mogelijke maatschappelijke impact. De hoofdlijn blijft dat we op basis van wat we aan (sleutel)technologieën al in huis hebben en in het komende decennium verder ontwikkelen, voortdurend vaststellen waar we het verschil kunnen maken en hoe we onze kennis en kunde het beste laten werken voor de vernieuwing van Brabant. Uw Staten krijgen het programma in de tweede helft van 2020 ter vaststelling voorgelegd. Tot die tijd vormt het huidige economisch programma en het bestuursakkoord de leidraad voor het versterken van het economisch systeem.

Sociale en technologische innovatie wordt mede mogelijk gemaakt en versneld door digitalisering. Digitalisering leidt tot nieuwe activiteiten in de vorm van ‘data-economie’ en is bovendien een belangrijke manier om de arbeidsproductiviteit te verhogen. De kennis en ervaring die we opdoen door bestaande en toekomstige initiatieven willen we zo goed mogelijk benutten, in andere economische clusters maar ook samen met de provinciale programma’s die direct met economie en maatschappelijke opgaven zijn verbonden. We investeren daarnaast in innovatieve samenwerking en open en optimale connectiviteit als basisvoorwaarde voor een digitale samenleving.

De kwaliteit van de kenniseconomie wordt bepaald door het talent van medewerkers van bedrijven en onderzoekers bij kennisinstellingen én door hun actieve inzet om die kennis te verspreiden en benutten. De afgelopen jaren is de schaarste op de arbeidsmarkt toegenomen. In het actieplan arbeidsmarkt presenteren we initiatieven om talent voor Brabant te behouden, aan te trekken en te ontwikkelen. Het stimuleren van werknemers en werkgevers om een leven lang leren tot de nieuwe standaard te maken, zal hierin ook verder worden uitgewerkt.

Wat willen we bereiken?

Topclusters die bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke opgaven

Brabantse bedrijven en clusters ontwikkelen innovaties die bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke opgaven. Kennisinstellingen en bedrijven doen dat steeds vaker in samenwerking met elkaar, en komen daardoor tot veelbelovende ontwikkelingen, bijvoorbeeld voor verduurzaming van de energievoorziening en verbetering van de gezondheidszorg. We versterken deze ontwikkelingen in aansluiting op het Rijksbeleid voor sleuteltechnologieën en missiegedreven innovatie. Onze doelgroep van beleid bestaat uit de middelgrote en kleine bedrijven, waaronder starters. Waar mogelijk samenwerkend in nieuwe en bestaande technologische (sub)clusters die duurzaam op de (wereld)markt kunnen concurreren.

Indicator:

  • % toename van het bruto regionaal product (BRP) ten opzichte van het voorgaande jaar

Conform de richtlijnen van het ministerie van Binnenlandse Zaken vermelden wij het Bruto Regionaal Product, maar dergelijke geaggregeerde economische gegevens zijn in de tijd (binnen het begrotingsjaar) niet gerelateerd aan de provinciale inspanningen en sluiten niet aan bij de rol van de provincie. Indicatoren als het gebruik van de (subsidiebevorderende) WBSO-regeling, geven slechts een globaal beeld van de vernieuwingsinspanningen van het bedrijfsleven (WBSO: Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk). Bij de ontwikkeling en vaststelling van de nieuwe Economisch Visie 2030 komen wij met voorstellen voor indicatoren die meer zijn gericht op de ontwikkeling van werkgelegenheid en toegevoegde waarde in de relevante clusters/sectoren. Gepaard met informatie over de haalbare specificaties van deze indicatoren, de actualiteit en de kosten om ze te verzamelen.        

Een arbeidsmarkt waar vraag en aanbod, kwalitatief en kwantitatief, in evenwicht zijn.

De krapte op de arbeidsmarkt bedreigt niet alleen de economische groei, maar ook (de versnelling op) de transitieopgaven, zeker in de techniek, bouw, zorg en energiesector. Ook hier ligt een gezamenlijke opgave voor onderwijsinstellingen en bedrijven. Het ontwikkelen, aantrekken, benutten en behouden van talent voor Brabant vormt de aankomende jaren een belangrijke opgave waarmee we aan de slag gaan op basis van het actieplan arbeidsmarkt. We hebben daarbij aandacht voor de Brabantse talenten die ondanks de krapte nog langs de zijlijn staan of kiezen voor een carrière buiten de provincie. Leven Lang Ontwikkelen is het adagium, met hybride onderwijsvormen als een belangrijk middel om opleiding en praktijk dichter bij elkaar te brengen. We werken daarnaast met partners aan het versterken en verder ontwikkelen van de kennisinfrastructuur op het gebied van data.

Indicatoren:

  • Spanningsindicator Brabantse arbeidsmarkt

Geeft op enig peilmoment de verhouding aan tussen het aantal vacatures en het aantal kortdurend werklozen. Ofwel actuele vraag naar personeel vs. actueel beschikbaar aanbod. Stand van zaken 2019 kwartaal 2:  2,36

  • % bruto arbeidsparticipatie (werkgelegenheid)

Ten opzichte van de totale beroepsbevolking in de leeftijd van 15–75 jaar (conform de definitie van het Centraal Bureau voor de Statistiek). Interprovinciale indicator. Stand van zaken 2019 kwartaal 2:  72,4

Actuele stand in te zien via deze link. Detailinformatie staat hier.

Wat gaan we daarvoor doen?

Sterkere clusters door internationale samenwerking

Brabantse bedrijven en kennisinstellingen hebben veel baat bij de internationale oriëntatie van de provincie. We helpen hen krachtige allianties te smeden met innovatieve bedrijven en kennisinstituten in andere (Europese) regio’s. We werken aan acquisitie van hoogwaardige bedrijven die onze clusters versterken, het bevorderen van onze export, het werven van internationaal talent en innovatiesamenwerking. Via branding dragen we bij aan het imago van Brabant in het buitenland.

Achterliggend doel van internationale samenwerking is dat onze economie beter functioneert en de export toeneemt. Een exportgerelateerde indicator zou derhalve een mogelijkheid zijn. Er is op dit moment echter geen exportindicator voorhanden op provincieniveau. Ook hierover komt een nader voorstel bij het nieuwe programma.

Een duurzaam en innovatief middelgroot en kleinbedrijf

Bedrijven kunnen in deze tijd niet anders dan meebewegen met de maatschappelijke en technologische veranderingen, waaronder verduurzaming en digitalisering. Bestaande initiatieven op dit gebied, zoals de Smart Industry Hub Zuid, zetten we voort en breiden we waar mogelijk uit. De nieuwe periode biedt een kans om Europese middelen gericht in te zetten op deze doelstellingen. Ambitie is om de initiatieven van verschillende overheden op dit gebied zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten.

Indicator:

  • Duurzaam/innovatief middelgroot en kleinbedrijf

Wij streven naar een indicator die de voortgang weergeeft t.a.v.  duurzaam en innovatief middelgroot en kleinbedrijf. In 2020 formuleren we de aanpak, in de begroting 2021 geven we een nadere uitwerking van zowel outcome- als prestatie-indicatoren.

Beleidskaders

Verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:

Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Ontwikkelingen en onzekerheden

Bij de Miljoenennota 2020 voorspelt het Centraal Plan Bureau voor 2020 een economische groei van 1,5%, een groei van de werkgelegenheid met 0,8% (vooral vanuit nieuw arbeidsaanbod) en een zeer beperkt stijgende werkloosheid. Op de arbeidsmarkt blijft krapte heersen. Daarbij wordt een aantal substantiële risico’s benoemd, binnen Europa (Brexit, Italië, de Duitse economie) en daarbuiten (handelsrelatie VS – China, spanningen rond de Perzische Golf). De Oeso verlaagde recent de groeiverwachtingen voor de wereldeconomie voor 2020.

De Brexit werkt ook door in onduidelijkheid voor de start van de nieuwe Europese begrotingsperiode. De Stikstofproblematiek blokkeert momenteel veel activiteiten, maar de doorwerking in de economie is nog moeilijk in te schatten.

De kanteling van het Rijksbeleid, van topsectoren naar missies en Sleuteltechnologieën sluit goed aan bij de provinciale ambities. De samenwerking met het Rijk, de andere provincies en de topsectoren t.a.v. het innovatieve MKB biedt daarom ook nieuwe kansen, voor onze economie en onze missies/opgaven. In de Miljoenennota wordt ook gewag gemaakt van een groot investeringsfonds van het kabinet, gericht op o.a. innovatie en groeivermogen, maar de precieze doelen en spelregels zijn nog te vaag om de kansen nu al in te kunnen schatten.

Nadere informatie over financiële risico’s en risicomanagement staat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Wat mag het kosten?

05

Economie

 

 

 

 

 

 

Bedragen x € 1.000

Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

 

 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Lasten

 

 

 

 

 

 

 

Programmalasten

55.886

60.076

20.696

26.174

26.629

20.094

Toerekening organisatiekosten

6.502

5.880

5.500

0

0

0

 

totaal lasten

62.388

65.956

26.196

26.174

26.629

20.094

Baten

 

 

 

 

 

 

 

Programmabaten

12.463

6.837

111

101

103

545

Baten toerekening organisatiekosten

 

 

 

 

 

 

totaal baten

12.463

6.837

111

101

103

545

Saldo baten en lasten

-49.925

-59.118

-26.085

-26..073

-26.526

-19.549

Lasten

De verschillen in de raming van de lasten in 2020 ten opzichte van 2019 ( ruim € 39 mln), worden met name veroorzaakt doordat er extra middelen in de bestuursperiode 2016-2019 zijn toegekend ( waaronder vanuit Investeringsagenda Economische Structuurversterking 3e tranche) en deze dus of incidenteel of in 2019 aflopend zijn.

Dat geldt voor de volgende onderwerpen: Mindlabs ( 2019: € 2,4 mln), Vastgoed Van Gogh Brabant ( 2019: € 2,5 mln), Innovatie met topsectoren ( 2019: € 18,5 mln voor High-tech systemen en materialen, Life-science & health, Maintenance, MKB-innovatiestimulering regio en topsectoren (MIT) 2019, Circulair). In totaal is hierdoor de raming in 2020 € 23,4 mln lager dan in 2019.

Verder zijn er voor cofinanciering Europese Programma’s ( Interreg en  OP Zuid) nog geen bedragen geraamd in 2020 terwijl in 2019 hiervoor een bedrag is opgenomen van € 10,7 mln.

Voor Arbeidsmarktbeleid (€ 4 mln) en intensivering Internationalisering (€ 1 mln) zijn de middelen voor 2020 e.v. op stelpost geraamd ( in afwachting van uitvoeringsprogramma) en dus de raming in 2020 € 5 mln lager.

Baten

Het verschil in de raming van de baten in 2020 ten opzichte van 2019 ( ruim € 6,5 mln) wordt veroorzaakt doordat de ontvangsten m.b.t. Europese programma’s in 2020 nog niet in de raming zijn opgenomen.