Meer
Publicatiedatum: 17-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 3 Water en bodem

Inleiding

We werken aan schoon, voldoende en veilig water en aan een vitale bodem. Dit zijn bouwstenen voor een duurzame leefomgeving.

Water raakt de kern van ons bestaan, denk aan gezondheid, biodiversiteit, identiteit, beleving en economie. Als provincie hebben we verantwoordelijkheid voor de beschikbaarheid en de kwaliteit van water. De kwaliteit van het water voldoet nergens helemaal aan de afspraken die daarover zijn gemaakt.

Veel natuurgebieden in Brabant zijn structureel verdroogd. Er zijn vergaande maatregelen nodig om de waterhuishouding weer op orde te krijgen. Heftige buien en droogtes veroorzaken steeds vaker en meer schade aan natuur en landbouw. Ook in steden en dorpen staat regelmatig water op straat en in kelders. Dit zijn geen incidenten maar het gevolg van structurele problemen. Voldoende (niet te veel, niet te weinig) water is geen vanzelfsprekendheid meer.

Om Brabant klimaatproof te maken werken we samen met waterschappen, gemeenten, natuurbeheerders, boeren en andere bedrijven. Maatregelen kosten veel tijd en geld. We plannen over een lange tijd zodat we in 2050, conform de landelijke afspraken, heel Brabant waterrobuust en klimaatbestendig hebben ingericht.

In 2023 hebben we maatregelen genomen in de gebieden waar de urgentie het grootst is. En hebben we een onomkeerbaar proces van verbetering in gang gezet. In 2027 is het grond- en oppervlaktewater van goede kwaliteit in grote delen van Brabant geborgd. In 2030 hebben we de verdroging van de belangrijkste natuurgebieden en nabijgelegen landbouwbodems gekeerd. Deze ambities kunnen we alleen waarmaken als we maatregelen combineren. Zo laten we bodemverbetering en aanpassingen aan extreem weer zo veel mogelijk overlappen met de aanpak van verdroogde natuur en schadegevoelige landbouwgronden.

Wat willen we bereiken?

Klimaatproof Brabant. Realiseren van een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting en bijbehorend gebruik

Door klimaatverandering krijgen we te maken met langdurige perioden van droogte, heviger regenbuien met kans op wateroverlast en extreme hitte.

Als provincie zijn we onderdeel van de landelijk gemaakte afspraak dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. We willen voorkomen dat veranderende weersextremen ontwrichtend zijn voor de samenleving. Al in de Omgevingsvisie hebben we de ambitie neergelegd om in 2030 de eerste grote gebiedsopgaven hiervoor gerealiseerd te hebben. Op een zodanige schaalgrootte dat sprake is van een robuust systeem. Dat stelt eisen aan de ruimtelijke inrichting en het grondgebruik. Daarom is een gebiedsgerichte aanpak nodig. We combineren dit met de transitie naar een duurzame landbouw, CO2 vastlegging, natuur, wonen, werken en hernieuwbare energie.  

Indicator:

  • Mate waarin gebieden klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht (100% in 2050).

Veilig Water. Blijven zorgen voor veiligheid door de bescherming tegen hoogwater

Bescherming tegen hoogwater is essentieel om Brabant leefbaar te houden en ruimte te hebben om te kunnen wonen en werken. Hoogwaterveiligheid gaat over de grote rivieren Maas en Merwede (klimaatrobuust rivierlandschap) en het regionale watersysteem (regionale keringen).

Dijken moeten uiterlijk in 2050 aan de nu geldende veiligheidsnormen voldoen. Voor de keringen langs de Maas en Merwede is dat vooral een taak van waterschappen en Rijkswaterstaat. Waarbij we als provincie inzetten op een combinatie van versterking van de dijken en maatregelen om het water ruimte te geven door onze deelname aan rivierverruimingsprojecten. We combineren waterveiligheid op deze manier met natuurontwikkeling (Natuurnetwerk Brabant langs de Maas), behoud en ontwikkeling ruimtelijke kwaliteit en identiteit (o.a. Zuiderwaterlinie), beleving en woongenot, vrijetijdseconomie en toegankelijkheid die bij het landschap past, energie en economische vestiging.

Om te voldoen aan het veiligheidsniveau maken de waterschappen een programmering van de herstelmaatregelen aan de regionale keringen. Gezien het maatwerk worden per waterschap afspraken gemaakt over de opleverdata.
Langs de rivieren voert de provincie de regie op het regioproces Bedijkte Maas waarin samen met alle belanghebbenden wordt nagedacht over de lange termijn consequenties van keuzes op het gebied van beleving, leefbaarheid, omgevingskwaliteit, natuur, recreatie, economie en veiligheid.

Indicatoren:

  • Het percentage rivierenlandschap waar sprake is van sterke dijken in combinatie met een uitbreiding van de afvoercapaciteit.

100% van de primaire keringen voldoet aan de veiligheidsnorm in 2050 in combinatie met gerealiseerde waterstandsdaling door rivierverruimende maatregelen.

  • De regionale keringen zijn veilig (100% voldoet aan de norm).

De wettelijke verantwoordelijkheid van de provincie ligt bij de normering voor de 280 km regionale keringen en het toezicht op de herstelmaatregelen door de uitvoerende waterschappen. De regionale keringen in de waterschap Aa en Maas en waterschap Rivierenland voldoen aan de veiligheidsnorm. Waterschap de Dommel en waterschap Brabantse Delta hebben een herstelopgave van 5,8 km resp. 21,4 km. Met beide waterschappen zijn einddata voor oplevering afgesproken.

Voldoende Water. Zorgen voor voldoende grond- en oppervlaktewater (voorkomen van overlast en tekorten)

De provincie is verantwoordelijk voor de regie rond (grond)watervraagstukken in Brabant. Zodat er voldoende zoetwater beschikbaar is voor economische, ecologische en humane functies. De provincie is daarmee een belangrijke partij in het vinden van de balans tussen beschermen en benutten.

De provincie is bevoegd gezag ten aanzien van het diepe grondwater (voor drinkwater en industriële grote onttrekkingen). In strijd met de Kaderrichtlijn Water wordt er momenteel meer grondwater onttrokken dan aangevuld. In de Centrale Slenk is sprake van onbalans. Provincie en waterschappen zijn samen verantwoordelijk voor het ondiepe grondwater ten behoeve van natuur en landbouw. Structurele ontwatering en afwatering en verslechterde bodemkwaliteit leiden ertoe dat er te weinig water beschikbaar is. Extremen in het weer (met name hitte en droogte) zetten hier extra druk op. Voor de verdeling van zoet water worden, waar nodig, nieuwe gebiedsafspraken gemaakt. Bij droogte gelden regels voor beregening en worden prioriteiten in de watertoevoer vastgelegd (regionale verdringingsreeksen). Door diepe onttrekkingen, maar ook door beregening en snelle afvoer van water via beken en sloten heeft het merendeel van de natuurgebieden in Brabant last van structurele verdroging. Hierdoor worden de doelstellingen voor biodiversiteit niet gerealiseerd. Beleidsmatig is de aanpak vertaald naar 36.000 ha verdroogde natte natuurparels (NNP), in tranches wordt sinds medio jaren 90 gewerkt aan het herstel hiervan. We constateren dat forsere maatregelen worden gevraagd, juist ook buiten de natuurgebieden.

Voldoende grondwater bereiken we door acties gericht op grootverbruikers en op verminderen drinkwatervraag bij consumenten.
Om te voldoen aan de normen voor regionale wateroverlast en de afspraken over waterbeschikbaarheid te kunnen nakomen, maken we met onze partners (met name waterschappen en grondgebruikers) afspraken.

 Indicatoren:

  • Zoet water: Waterbeschikbaarheid is conform geldende gebiedsafspraken (einddata af te spreken in individuele gebiedsafspraken)
  • Diep grondwater: Grondwaterstand en stijghoogte in de grondwaterlichamen voldoet aan de norm (uiterlijk 2027 moeten beide grondwaterlichamen voldoen, 1 voldoet momenteel niet).
  • Ondiep grondwater: Areaal natte natuurparels dat niet langer verdroogd is (uiterlijk 2027 is 36.000 ha NNP niet langer verdroogd).
  • Het Brabants grondgebied voldoet aan de norm voor regionale wateroverlast (elke 6 jaar worden de inspanningen gekwantificeerd).

Het Brabants grondgebied moet voldoen aan normen voor regionale wateroverlast. De norm is het maatschappelijk acceptabele niveau waarmee grasland, akkerbouw, hoogwaardige teelten, glastuinbouw en stedelijk gebied mogen overstromen als gevolg van regenbuien. In de periode 2016-2021 moet 200 ha waterberging worden gerealiseerd. Op basis van de laatste inzichten voldoet ruim 5.000 ha (ongeveer 1% van het grondgebied) in Brabant niet aan de normen; dit betekent overigens niet dat er ook in 5000 ha waterberging moet worden gerealiseerd, maar mogelijk wel in enkele honderden hectares, naast andere maatregelen zoals bodemverbetering.

Schoon Water. Herstellen van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater tot tenminste het basisniveau

Schoon water is cruciaal met het oog op de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van het water voor plant, dier, mens en economie. Bovendien moeten we op tijd voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water.

Geen van de oppervlaktewateren in Brabant voldoet aan alle waterkwaliteitsdoelstellingen. De bemesting door de landbouw is in Brabant verantwoordelijk voor het grootste aandeel fosfaat en nitraat in het water. Sinds 2009 wordt tranchegewijs gewerkt aan de herstelmaatregelen; de laatste 6-jaarlijkse planperiode staat voor de deur (2022-2027). De maatregelen die de waterschappen treffen (natuurvriendelijke oevers, beek- en kreekherstel) hebben een positief effect op de aanwezigheid van waterplanten, vissen en op de helderheid van het water. De effecten van maatregelen die met name agrarische ondernemers treffen om uitspoeling van mest en andere verontreinigingen naar het water te voorkomen, zijn tot nog toe minder zichtbaar in meetresultaten.

Ook in het ondiepe grondwater zitten te veel meststoffen. Daarmee wordt niet voldaan aan de Nitraatrichtlijn en dreigt in toenemende mate verontreiniging van het diepe grondwater. Ook door medicijnresten en hormonen.

Indicatoren:

  • Alle oppervlaktewaterlichamen in Brabant voldoen aan alle waterkwaliteitseisen conform de Kaderrichtlijn Water in 2027.
  • Het grondwater in de drinkwaterbronnen in Brabant blijft van goede kwaliteit.

Vitale Bodem. Herstellen van de vitaliteit van de bodem

Bodemvitaliteit gaat over een goede bodemstructuur (mate waarin de bodem meststoffen en water tegelijkertijd kan vasthouden en leveren) en een gezond bodemleven. De Brabantse bodem is op dit moment allerminst vitaal. De basisvoorwaarden voor agrarische productie, waterhuishouding (tekort en teveel) en waterkwaliteit zijn daarmee niet op orde. Doel is dan ook dat de Brabantse bodem door agrariërs duurzaam wordt beheerd en gebruikt. Waarbij het natuurlijk productievermogen en de draagkracht van de bodem een centrale plaats innemen in de agrarische bedrijfsvoering. Met een optimale benutting van meststoffen en een minimaal gebruik van chemische hulpstoffen. Tevens goed voor de biodiversiteit, het vasthouden van water, het vastleggen van CO2 (in de vorm van organische stof) en de transitie naar kringlooplandbouw.

Indicator:

  • De mate waarin de Brabantse landbouwbodem vitaal is.

Bodemvitaliteit is een samengestelde indicator:

  • de mate waarin gronden een goed waterinfiltrerend en -vasthoudend vermogen hebben;
  • de mate waarin mineralen worden gebonden en afgegeven en
  • de mate waarin sprake is van een gezond bodemleven.

Streven is 100% in 2050, gekoppeld aan klimaatadaptieve inrichting en gebruik.

Beleidskaders

Verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:

Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Ontwikkelingen en onzekerheden

  • Een discussie over normatief (wat doet de overheid) versus bovennormatief (welk risico ligt bij bedrijven en burgers) is te verwachten ten aanzien van wateroverlast en watertekorten, zeker met het oog op klimaatadaptatie.
  • Spelregels, tempo en financiering voor dijkversterkingen en rivierverruiming zijn niet gelijk, terwijl projecten vaak wel in samenhang of in hetzelfde gebied plaats vinden.
  • Realisatie van de prestatieafspraken met de waterschappen 2016-2021 blijft achter, terwijl er ook in de periode 2022-2027 nog veel werk moet worden verzet.
  • Om verdroogde natuur te herstellen zijn grootschaliger maatregelen nodig, juist ook buiten de natuurgebieden.
  • De vele projecten die agrariërs treffen (vaak met provinciale en Europese financiering) hebben nog geen merkbaar effect op de waterkwaliteit (lokaal wel, maar niet Brabantbreed).
  • Op langere termijn zal het Volkerak verzilten, maar zolang het rijk hierover geen duidelijk tijdpad geeft en niet voldoende middelen reserveert, zullen op korte termijn geen acties worden ondernomen.
  • De huidige wetgeving zit agrarische ondernemers op onderdelen in de weg om maatregelen uit te voeren die de bodemvitaliteit bevorderen.

Nadere informatie over financiële risico’s en risicomanagement staat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Wat mag het kosten?

03

Water en Bodem

 

 

 

 

 

Bedragen x € 1.000

Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

 

 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Lasten

 

 

 

 

 

 

 

Programmalasten

37.722

40.884

44.926

56.694

16.307

29.906

Toerekening organisatiekosten

3.646

4.431

4.147

0

0

0

 

totaal lasten

41.368

45.315

49.072

56.694

16.307

29.906

Baten

 

 

 

 

 

 

 

Programmabaten

15.101

5.399

5.213

4.832

5.832

5.235

Baten toerekening organisatiekosten

 

 

 

 

 

 

totaal baten

15.101

5.399

5.213

4.832

5.832

5.235

Saldo baten en lasten

-26.267

-39.917

-43.859

-51.862

-10.476

-24.671

Lasten

  • Voor het onderdeel Water is in 2020 € 7,8 mln meer geraamd vanwege meer subsidieverstrekkingen op Samenwerkingsovereenkomst tot Uitvoering Waterdoelen (STUW)-projecten buiten Natura 2000 gebieden en hogere geraamde kosten voor klimaatadaptatie.
  • Voor het onderdeel Bodem is in 2020 € 3,8 mln minder geraamd aan bodemsaneringen.