Meer
Publicatiedatum: 04-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Europese programma's

Inleiding

Wij willen optimaal en op een strategische manier gebruik blijven maken van de kansen die Europa ons biedt om provinciale beleidsdoelen te bereiken. De Europese Commissie stelt voor de programmaperiode 2014 - 2020 miljarden aan Europese middelen beschikbaar om de doelstellingen die staan beschreven in de Europa 2020 strategie te verwezenlijken.

 

Wat willen we bereiken?

De provinciale doelstellingen sluiten perfect aan bij de Europese doelstellingen en bieden kansen om met behulp van de Europese cofinanciering de Brabantse doelstellingen te verwezenlijken.

Het zogenoemde multipliereffect van elke geïnvesteerde euro maken de Europese middelen tot belangrijke impulsgelden voor de provincie. De Europese middelen zijn een katalysator bij het stimuleren van vooral het bedrijfsleven en Triple Helix partners om te innoveren en innovatiekracht te verbinden met belangrijke en actuele maatschappelijke opgaven.

Wat gaan we daarvoor doen?

Om optimaal gebruik te maken van de kansen die de Europese Unie biedt, zet de provincie Noord-Brabant voor de lopende periode sterk in op:
1) Subsidie instrumenten
a. Majeure Europese programma’s
b. Uitbreiding andere Europese financieringsbronnen
2) Bancaire instrumenten
3) Beleidsinstrumenten
4) Voorbereiding nieuwe Programmaperiode 2021-2027 (nader uitleg zie: Nieuwe Europese programmaperiode 2021-2027)

Ad ) 1a Majeure Europese programma’s
De Operationele programma’s voor OP Zuid-Nederland (OP Zuid), Plattelands ontwikkelingsprogramma (POP3) en Interreg met hun doelstellingen dragen volledig bij aan “het bestuursakkoord” met de daaronder vallende programma’s, met het zwaartepunt op economie, landbouw en ecologie. Als management Autoriteit van OPZuid, gemandateerd management Autoriteit voor POP3 en strategisch partner voor Interreg speelt de provincie gedurende de gehele programmaperiode 2014-2020 een belangrijke rol bij het beheer, de vormgeving, uitvoering en lancering van de verschillende Europese programma’s.

Hieronder een overzicht van de Europese programma’s met hun huidige doelstellingen:
• OPZuid
Dit is een gezamenlijk programma voor de drie zuidelijke provincies. Binnen het OPZuid richten we ons op verbetering van het regionale concurrentievermogen en de werkgelegenheid.

• INTERREG
Interreg zet in op “grensvervaging” en bevordering van samenwerking tussen regionale gebieden in verschillende landen. Interreg A is gericht op grensoverschrijdende samenwerking. De nadruk ligt hierbij op de thema’s innovatie, duurzaamheid en grensoverschrijdend arbeidsmarktbeleid.

• Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3)
Het POP3 programma richt zich op verduurzaming en innovatie van de landbouw en de daarmee verbonden thema’s zoals transitie agrofood, water, natuur, milieu en plattelandsontwikkeling. Innovatie is hierin het sleutelwoord.

Voor het OPZuid programma stelt de Europese Unie een bedrag van € 114 mln. beschikbaar (50% + voor Brabant) en voor POP3 € 55,74 mln. Uit de Interreg programma verwacht Brabant +/- € 40 mln te genereren.

Ad) 1b Uitbreiding andere Europese financieringsbronnen
Naast de majeure programma’s waarin de provincie een duidelijk rol heeft toebedeeld is er proactief gezocht en ingezet op andere Europese programma’s en fondsen.

• Horizon 2020
Horizon 2020 is een groot Europees subsidieprogramma voor Onderzoek en Innovatie met een totale omvang van ruim € 70 mrd. Het programma biedt kansen voor iedere organisatie of ondernemer die actief is in onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie in internationaal verband.

Ad) 2 Bancaire instrumenten
• Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI)
De provincie heeft de MKB-plusfaciliteit opgezet om snelgroeiende en innovatieve MKB- en midcap ondernemingen in Brabant te kunnen voorzien van durfkapitaal. De faciliteit is sinds eind augustus 2018 in de lucht en richt zich nu hoofdzakelijk op participaties (equity). Het beschikbare bedrag aan publieke middelen daarvoor kan oplopen tot een totaal van €120 miljoen, waarvan € 30 mln. aan provinciale middelen, € 30 mln. aan rijksmiddelen en € 60 mln. aan middelen uit het Europees Fonds voor Strategische Investeringen. De uitbreiding van de faciliteit met een leningenkant wordt eind 2019 verwacht.

Ad) 3 Beleidsinstrumenten
• Vanguard initiatief
Het Vanguard initiatief is een initiatief waarin ruim 30 Europese regio’s samenwerken. Het initiatief is gericht op een “slimme” revival van de Europese maakindustrie (Smart Industries). Brabant participeert actief in dit Europese Samenwerkingsproject, gezien het grote belang van de Smart Industrie-agenda in onze regio.

• Monitoring Europese programma’s
Jaarlijks monitort Stimulus Programmamanagement van de provincie Noord-Brabant - in samenwerking met ERAC - de verlening van Europese subsidies aan projecten met begunstigden die zijn gevestigd in Zuid-Nederland. (ERAC: European and Regional Affairs Consultants) Deze gegevens worden ieder half jaar geactualiseerd en laten zien aan hoeveel Brabantse projecten vanaf het begin van de huidige programmaperiode 2014-2020 tot heden Europese subsidie is toegekend.

Wat mag het kosten?

Het Europese beleid kent een cyclus van 7 jaar. De huidige programmaperiode loopt van 2014 tot en met 2020. De beschikbare EU-middelen zijn bekend inclusief de percentages waarin ze als cofinanciering kunnen bijdragen aan ons provinciaal beleid en de verwachte kosten die zijn gemoeid voor de uitvoering van de programma’s (zoals de afhandeling van de aanvragen en de monitoring). Bij de match van de provinciale cofinanciering aan de Europese middelen wordt het principe van comply-or-explain toegepast.

Financieel overzicht Europese programma’s 2014-2020

Programma's (in € mln) Financiële inzet Europese Programma's 2014-2020 Bijgestelde ambitie inzet Europese programma's 2014-2020 Beschikbare middelen a.g.v. dotaties reserve Dekking toekomstige jaren Uitgaven t.l.v. reserve t/m 2018 Stand reserve per 31-12-2018
OP Zuid 27 27 28 2 25 5
POP3 30 35 42   16 26
Interreg A 34 25 25   9 16
Uitvoering 12 16 12 2 6 8
Totaal 103 103 107 4 56 55

Nieuwe Europese programmaperiode 2021-2027
Op dit moment zijn de voorbereidingen voor de nieuwe programmaperiode 2021-2027 al in volle gang. De kosten die hiermee gemoeid zijn worden gedekt uit de risicoreserve huidige Operationeel Programma (OP). Hoofdopgave hierbij is de herijking van de Zuid-Nederlandse RIS3 strategie. Samen met de steden, triple Helix organisaties, kennisinstellingen en overige stakeholders wordt gewerkt aan een gedragen strategie waarin onderzocht wordt waar we als regio met Europese middelen het verschil kunnen maken. Deze strategie vormt primair de ruggengraat van het OP, maar heeft ook werking op Interreg en POP. Vanuit de nieuwe Europese verordening wordt opgeroepen tot focus op innovatie en klimaat. We willen Europese programma’s tevens inzetten om duurzame bijdragen te leveren aan de diverse klimaatdoelstellingen.

• Financiering nieuwe Europese programmaperiode 2021-2027
De lopende Europese programma’s zijn voorzien van cofinanciering. De nieuwe periode loopt formeel van 2021-2027. Het is zaak nu al stil te staan bij de provinciale cofinanciering in deze nieuwe periode. Voor de huidige Europese programmaperiode was € 103 mln vrijgemaakt uit de reguliere begroting en de Essent reserves. Deze luxe hebben we in de toekomst niet meer.

Voor de nieuwe Europese programmaperiode 2021-2027 wordt de cofinanciering op een andere manier vormgeven. In de komende periode is het uitgangspunt dat gematcht wordt met middelen uit de reguliere begroting. Grofweg kan als uitgangspunt genomen worden dat een soortgelijk bedrag nodig is voor de nieuwe programmaperiode wat neerkomt op een jaarlijkse inzet van  € 15 mln.

Deze € 15 mln kan grotendeels gematcht worden met middelen van de ontwikkelprogramma’s. Per thema) kan voor € 2 à 3 mln per jaar geparticipeerd worden in Europese Programma’s als OPZuid, Interreg en POP. De hefboom op deze middelen is afhankelijk van het thema 2 à 6.

Een bijdrage voor de uitvoering van de programma’s (Stimulus, Interreg-secretariaten, RVO) is naar schatting jaarlijks €  2 à 3 mln en dient separaat vrijgemaakt te worden (niet ten laste van de ontwikkelprogramma’s).