Meer
Publicatiedatum: 04-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 2 Ruimte en wonen

Inleiding

We werken aan de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving. We onderzoeken wat het beste is voor alle betrokkenen en gebruiken een ontwerpende aanpak. Dit doen we in een interessant samenspel met inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden.

Om de kwaliteit van Brabant door te geven aan volgende generaties moeten we blijven zorgen voor ons mooie en krachtige Brabant. En de goede keuzes maken. We wonen, werken en ontspannen er namelijk als het ware op een postzegel. Dat kan alleen als we met elkaar zorgen voor een gezonde, veilige en mooie omgeving om in te leven. Dit is een uitdagende opgave in een complexe samenleving. Een samenleving die hecht aan ruimte voor eigen initiatief. Maar die ook veel wetten en regels kent om belangen te beschermen.

De Omgevingswet streeft een meer bestuurlijke afwegingsruimte na en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Zowel in beleid, besluitvorming als regelgeving. Dit doen we door excellent maatwerk te leveren. Met als doel om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren.

Binnen de provincie heeft een aantal grote transities, zoals beschreven in de Brabantse Omgevingsvisie, impact op hun omgeving. Bij deze transities is draagvlak bij alle betrokkenen en draagkracht bij de uitvoerende partners onmisbaar. Door in te zetten op sociale innovatie en te streven naar inclusieve maatregelen werken wij aan het versterken van zowel draagvlak als draagkracht.

Naast de zorg voor een goede omgevingskwaliteit via de ruimtelijke ontwikkelingen heeft dit programma nog een aantal grote opgaven. Dat zijn de grote woningbouwopgave, het zorgen voor goede werklocaties,  het tegengaan van leegstand, de binnenstedelijke transformaties en gebiedsontwikkelingen, zoals Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat. We werken aan deze opgaven door richting te geven, beweging te stimuleren en mogelijk te maken.

Wat willen we bereiken?

Verbeteren en realiseren van omgevingskwaliteit en innovatie in gebiedstransformaties langs de lijnen richting geven, beweging stimuleren en mogelijk maken.

Deze opgave bestaat uit het goed en zorgvuldig uitvoeren van de huidige Wet Ruimtelijke Ontwikkeling (WRO). De komende bestuursperiode staat ook in het teken van de implementatie van de Omgevingswet die in 2021 in werking zal treden. De transitie van ‘Ruimte’ naar ‘Omgeving’, een subtiel maar wezenlijk verschil. De Omgevingswet bundelt verschillende wetten in één wet, waaronder de WRO. Naast een technische exercitie is het nadrukkelijk ook een verandering in de manier van werken. Binnen deze deelopgave beoordelen we plannen van gemeenten, werken we aan omgevingskwaliteit, implementeren we de Omgevingswet en maken we integrale belangenafwegingen en geven richting en stimuleren we beweging om gebiedsontwikkelingen op gang te brengen. Concreet willen we omgevingskwaliteit versterken via transformaties in binnenstedelijke en landelijke gebieden.

In voorgaande jaren hebben wij de Brabantse Aanpak Leegstand ontwikkeld. Die ervaringen benutten wij om in de komende periode opnieuw een push te geven aan een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Daarbij zetten we in het bijzonder in op (sub)regionale coalities gericht op transformaties van het landelijke gebied en maatschappelijk vastgoed. In de aanpak van de coalities is een directe verbinding met andere opgaven mogelijk, zoals water, natuur, bodem, klimaat, economie, leefbaarheid en veiligheid. We streven naar breed samengestelde coalities (3P’s), die in ieder geval de verbinding maken met versterken van leefbaarheid en tegengaan van ondermijning.

Indicatoren:

  • Participeren in ruimtelijke ontwikkelingen.

Vanuit een integrale, gebiedsgerichte benadering – ‘diep, breed en rond’ – participeren we in wisselende rollen (‘richting geven’, ‘beweging stimuleren’, ‘mogelijk maken’) in ruimtelijke ontwikkelingen

  • Participeren stedelijke transformatieopgaven.

10 à 12 samenwerkingsovereenkomsten in gebieden met een stedelijke transformatieopgave, die bijdragen aan verbetering van de omgevingskwaliteit.

Bijdragen aan het versnellen van de woningbouw, vraaggericht en met oog voor zorgvuldig ruimtegebruik.

In Brabant ligt nog een flinke bouwopgave. Tot 2050 moeten er naar verwachting nog 150 tot 175 duizend woningen aan de voorraad worden toegevoegd, waarvan zo’n 120 duizend woningen de komende 10 tot 15 jaar. Het accent ligt dus op de eerstkomende jaren. Hierbij is het van belang het woningbouwprogramma optimaal in te zetten voor versterking van de omgevingskwaliteit in onze steden en dorpen (inbreiden, herstructureren, transformeren) en het herbestemmen van leegstaand vastgoed. Maar óók om de bestaande voorraad te verrijken met (nieuwe) woonvormen, waaraan – denk o.a. aan de vergrijzing – steeds meer behoefte zal zijn, maar waarin nog onvoldoende voorzien wordt. Onze inzet richt zich op een vraaggericht en flexibel planaanbod, met (blijvende) aandacht voor de betaalbaarheid, een gezonde mix van huur en koop, in verschillende prijssegmenten en met volop ruimte voor nieuwe, soms ook tijdelijke woonvormen. De provincie heeft hierbij – m.n. op (sub)regionale schaal – een regisserende, agenderende en stimulerende rol. ‘Kennis en onderzoek’, monitoring en prognoses staan hierbij centraal, evenals het maken van regionale afspraken over de woningbouwplanning en -programmering, kwantitatief, kwalitatief én ruimtelijk. Hierbij zijn de 4 actielijnen en 6 richtinggevende principes uit onze Brabantse Agenda Wonen leidraad. Vanuit diezelfde lijnen worden ook regionale en gemeentelijke (bestemmings)planontwikkelingen begeleid, beoordeeld en van provinciale adviezen voorzien.

Indicatoren:

  • Verhogen woningvoorraad

Om in de behoefte aan nieuwe woonruimte te voorzien worden de eerstkomende vijf jaar (2019 t/m 2023) 50 duizend woningen aan de voorraad toegevoegd.

  • Binnenstedelijke inpassing nieuwe woonruimte.

Toevoegen van nieuwe woonruimte vindt zo veel mogelijk plaats op binnenstedelijke (transformatie)locaties of in leegstaand vastgoed. We bestendigen de lijn van de afgelopen jaren, waarin steeds zo’n 70% van de woningbouw in Brabant op binnenstedelijke locaties is gerealiseerd.

Zorgen voor kwalitatief hoogwaardige en toekomstbestendige werklocaties

Hoogwaardige en toekomstbestendige werklocaties dragen bij aan de verdere economische ontwikkeling van Brabant. Zij bevorderen innovatie door ruimte te geven aan bestaande (en toekomstige) ketens van samenwerkende bedrijven. Dat betekent ook dat elke bedrijf zich in Brabant kan vestigen op de juiste plek. Daarbij werken we aan een kwalitatieve match tussen vraag en aanbod van werklocaties. Hoogwaardige en toekomstbestendige werklocaties kunnen daarnaast bijdragen aan het realiseren van de doelen voor 2030 uit het klimaatakkoord. De Brabantse economie (met zijn focus op o.a. logistiek, chemie, agrofood en maakindustrie) is een materiaal- en energie-intensieve economie. Juist daar ligt een grote complexe opgave om de duurzaamheids-doelstellingen van het Rijk te halen, maar ook om de economie toekomstbestendig te maken. Wij staan een gebiedsgerichte en integrale aanpak voor. Daarbij wordt ingezet om gelijktijdig doelen voor energiebesparing, duurzame opwek, klimaatadaptatie, circulaire economie, gezondheid en biodiversiteit/natuur te behalen en synergie te benutten met een proactieve houding van de provincie. 

Indicatoren:

  • Ontwikkeling van werklocaties

Vraaggerichte ontwikkeling van hoogwaardige en toekomstbestendige werklocaties vanuit de regionale afspraken en samenwerking.

  • Verduurzamen werklocaties

10 verduurzaamde werklocaties waar maatregelen zijn genomen betreffende de energietransitie en klimaatadaptatie opgaven.

Beleidskaders

Verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:

Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Ontwikkelingen en onzekerheden

Vele prestaties worden geleverd in samenwerking met externe partners. Ook wordt steeds meer ‘van buiten naar binnen’ gewerkt: het initiatief van externe partners gekoppeld aan de maatschappelijk opgaven van de Provincie. Dit biedt kansen, maar creëert in sommige gevallen ook afhankelijkheid als het gaat om het daadwerkelijk realiseren van prestaties.

Nadere informatie over financiële risico’s en risicomanagement staat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Wat mag het kosten?

02

Ruimte en wonen

 

 

 

 

 

Bedragen x € 1.000

Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

 

 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Lasten

 

 

 

 

 

 

 

Programmalasten

660

4.422

14.198

12.064

6.709

858

Toerekening organisatiekosten

7.726

6.354

5.931

0

0

0

 

totaal lasten

8.386

10.776

20.129

12.064

6.709

858

Baten

 

 

 

 

 

 

 

Programmabaten

2.983

0

520

0

0

0

Baten toerekening organisatiekosten

 

 

 

 

 

 

totaal baten

2.983

0

520

0

0

0

Saldo baten en lasten

-5.404

-10.776

-19.609

-12.064

-6.709

-858

Het verschil in programmalasten t.o.v. 2019 komt door de voorziene uitgaven voor het Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat in 2020 van circa € 10 mln (van het totaal van € 27 mln in de periode 2020 t/m 2022).