Meer
Publicatiedatum: 29-05-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Niet uit de balans blijkende gerelateerde rechten en verplichtingen

Derivaten

Door de provincie Noord-Brabant wordt gebruik gemaakt van één derivaat: voor de afdekking van een renterisico dat is ontstaan bij het PPS project voor de aanleg van de autosnelweg A59. De financiering voor dit project bestaat voor een deel uit een langlopende lening ( bij aanvang ruim € 86 miljoen) die het bouwconsortium Poort van Den Bosch is aangegaan bij de BNG. Deze lening wordt in de periode 2006 – 2020 volledig afgelost in gelijke driemaandelijkse termijnen.
De provincie betaalt voor de beschikbaarheid van de weg elke drie maanden naast een vergoeding aan het consortium een bedrag aan rente en aflossing van de genoemde lening direct aan de BNG. De lening heeft een variabele rente (driemaands euribor).
Bij het financieringsmodel voor de PPS A59 is de provincie uitgegaan van een rente van 3,475%. De provincie wenste het risico van een hogere rente van de lening af te dekken en heeft daarom een renteswap afgesloten. Met de renteswap wordt de variabele rente geruild tegen een vast rente die is bepaald op 3,475%.
Voordat de renteswap is afgesloten heeft de provincie deze casus voorgelegd aan de toezichthouder, het ministerie van BZK. Deze heeft ingestemd met de wijze waarop de provincie het renterisico heeft afgedekt. De renteswap is afgesloten bij de Rabobank. De rating van deze bank is AA respectievelijk A (afhankelijk van ratingbureau).
De renteswap heeft gedurende de looptijd een marktwaarde. Aan het einde van de looptijd van de lening bedraagt de marktwaarde altijd nul. Voor deze renteswap geldt geen bijstortverplichting.
De marktwaarde van de renteswap is gerelateerd aan het niveau van de lange rente.
Per 31 december 2019 was die marktwaarde -/- € 179.498. Met de bank is een bedrag afgesproken in relatie tot de marktwaarde van de renteswap: € 17.062.000. Indien de marktwaarde van de renteswap daalt tot onder het niveau van het afgesproken bedrag, heeft de bank op grond van het contract, het recht te verlangen het niveau van de dekking weer op peil te brengen. De mogelijkheid dat het niveau van het huidige afgesproken bedrag wordt overschreden is uitgesloten.

Overeenkomst Provincie Noord-Brabant en Groenontwikkelfonds Brabant (GOB)

De provincie Noord-Brabant is met het GOB een overeenkomst aangegaan over de beschikbaarstelling van gronden aan het GOB zoals vastgelegd in de Overeenkomst trekkingsrecht grond van 1 juli 2014. Het GOB is gerechtigd tot de positieve netto-opbrengsten welke rechtstreeks voortvloeien uit het beheer van de Gronden. Onder de netto-opbrengsten wordt verstaan de opbrengsten die voor de Provincie rechtstreeks voortvloeien uit het beheer van de gronden onder aftrek van alle kosten die voor de provincie rechtstreeks verband houden met (het beheer van) de gronden en de (economische) eigendom daarvan. Eventuele verliezen die rechtstreeks voortvloeien uit het beheer van de gronden zullen verrekend worden met de verkoopopbrengsten.

Ruimtelijke ordening

In het kader van het gewijzigd beleid m.b.t. ruimtelijke ordening loopt nog een aantal claims. Op dit moment is nog onduidelijk of dit gaat leiden tot aansprakelijkheid van de provincie Noord-Brabant. Daarnaast is het onduidelijk wat de mogelijke omvang is van deze claim. In de risicoreserve is voor deze claims een bedrag van € 1,8 mln gereserveerd, voor het geval dat deze claims worden toegewezen.

Natuurtaken

De commissie BBV, die verantwoordelijk is voor het stellen van de jaarverslaggevingsregels voor de decentrale overheden, heeft begin april 2015 een uitspraak gedaan over de verwerking van de verplichtingen, die naar de provincies zijn overgekomen. Daarbij is de aanwijzing gegeven dat alle verplichtingen voortkomend uit beschikkingen verleend vóór 2014 nog verwerkt moeten worden op basis van het zogenaamde kasstelsel. Dit wil zeggen de lasten worden pas door de provincie verantwoord indien de uitgave richting het RVO worden gedaan. Deze keuze is met name voortgekomen omdat de rijksfinanciering ook op deze wijze plaats vindt.

De verplichtingen die de provincie in het kader van haar natuurtaken vanaf 2014 is aangegaan zijn volgens het baten en lastenstelsel verwerkt. Dit is daarmee in lijn met de verwerkingswijze van alle andere provinciale subsidies.

Ultimo 2019 resteert aan openstaande verplichtingen m.b.t. grondgebonden regelingen nog € 52,4 mln.

Uitkering provinciefonds

De realisatiecijfers uitkering provinciefonds zijn gebaseerd op de decembercirculaire 2019. Bij de mei/junicirculaire 2020 zal blijken of het uitkeringsbedrag 2019 nog naar beneden wordt bijgesteld door het Rijk. Zoals gebruikelijk wordt een lagere of hogere bijstelling verrekend met het volgende uitkeringsjaar (dus 2020). Afhankelijk van het publicatiemoment zal de verrekening worden betrokken bij burap of bij de begroting 2021.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen m.b.t. verstrekte geldleningen

Door de provincie zijn voor het vertrekken van geldleningen, overeenkomsten aangegaan met diverse partijen. Op basis van deze overeenkomsten hebben deze partijen nog trekkingsrechten per ultimo 2019:

Kunstbezit

De provincie bezit een aantal kunstwerken die niet op de balans zijn opgenomen. De verzekerde waarde van deze kunstwerken bedraagt € 6,2 miljoen.

 

Gebeurtenissen na balansdatum
Ook Noord-Brabant wordt hard getroffen door het coronavirus en door de maatregelen om het virus te beteugelen. Op tal van terreinen liggen activiteiten en het openbare leven stil en hoelang dat gaat duren is ongewis. De zorgen zijn groot en de gevolgen voor de middellange en lange termijn zijn niet te overzien. De vrees dat de gevolgen van het virus een zware wissel trekken op de economie wordt steeds meer gevoeld en een recessie lijkt onontkoombaar.

Wat de vertraging of het afblazen van activiteiten van de provincie zelf gaat kosten staat nog niet vast. En ook is niet duidelijk wat dit voor de grote projecten van de provincie betekent die op stapel staan.
Laat staan dat we weten wat het financieel voor onze partners, gemeenten, grote en kleine ondernemers, ondernemers die nog maar net zijn gestart en tal van instellingen op het gebied van cultuur samenleving en sport en voor onze burgers betekent.

Voor harde conclusies is het nog te vroeg. We brengen nu in kaart wat de gevolgen zijn voor onze eigen projecten, we gaan na wat het betekent voor onze kosten en opbrengsten, voor onze contractuele verplichtingen en overeenkomsten, voor onze subsidies en ons subsidieproces, voor onze aanbestedingen, voor onze deelnemingen, voor de verstrekte leningen etc etc.
Tegelijkertijd gaan we aan de slag om in aanvulling op de rijksmaatregelen te bezien waar samen met onze partners de inzet van de provincie het meest nodig en effectief is en in welke vorm die inzet het best uitvoerbaar is om de gevolgen van deze crisis zoveel mogelijk te verzachten.