Meer
Publicatiedatum: 29-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit

We werken aan het meest betrouwbare, slimme, duurzame en veilige mobiliteitssysteem van Europa om Brabant aantrekkelijk, bereikbaar en concurrerend te houden.

Inleiding

We werken aan een veilig, robuust, slim en duurzaam mobiliteitssysteem voor Brabant.

Het werken aan goede en duurzame bereikbaarheid voor alle Brabanders vanuit onze wettelijke verantwoordelijkheden is stevig verankerd in dit programma.
De corona-uitbraak heeft in 2020 veel effect gehad op onderdelen van ons mobiliteitssysteem. Bijvoorbeeld op het openbaar vervoer, waar de reizigersaantallen fors zijn afgenomen.
We gaan stevig door met wat al eerder in gang is gezet zoals de transitie naar gedeelde mobiliteit. Die is nodig om het openbaar vervoer flexibel, toekomstbestendig en betaalbaar te houden. De voortgaande digitalisering en dataficering helpen bij het maken van die omslag.
We willen steeds meer op basis van data beslissingen nemen. Het in kaart brengen van verkeersstromen of piekmomenten bijvoorbeeld helpt daarbij. Analyse van data en een risicogestuurde aanpak kan ook helpen bij het nog veiliger maken van onze wegen. Brabant kent te veel verkeerslachtoffers en in ons verkeersveiligheidsplan hebben we afgesproken dat onze ambitie 0 is. Een goed onderhouden provinciaal fiets- en wegennet zonder achterstallig onderhoud hoort daar vanzelfsprekend bij. Waar mogelijk verbeteren we de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid.
Recent is als vertaling van de Brabantse omgevingsvisie het Beleidskader Mobiliteit 2030 naar Provinciale Staten gestuurd. Daarin wordt de koers voor de komende jaren uitgestippeld. Met een bijbehorende set van indicatoren (Staat van Brabant) kan in de loop van 2021 de begroting daarop worden aangepast en aangescherpt.

Wat willen we bereiken?

We zorgen voor een goed functionerend provinciaal wegennet als onderdeel van het totale Brabantse wegennet

Vanuit de kernwaarden veilig, bereikbaar, leefbaar en duurzaam.

Indicator:

  • De staat en inrichting van de provinciale wegen worden positief gewaardeerd door de Brabantse burger (waardering WOW >= 7)

We streven naar nul verkeersslachtoffers in Brabant

Samen met partners zoals gemeenten, Rijkswaterstaat, politie en openbaar ministerie bevorderen we de verkeersveiligheid met een integrale aanpak via drie pijlers: gedrag, infrastructuur en handhaving (BVVP, 2020). In het nieuwe beleidsplan kiezen we voor een meer pro-actieve en risico-gestuurde aanpak op basis van data-indicatoren.

Indicatoren:

  • Aantal verkeersslachtoffers in Brabant

Wat gaan we daarvoor doen?

We zorgen voor een passend aanbod van gedeelde mobiliteit (inclusief OV) voor alle reizigers

Indicatoren:

  • Uitvoering OV-concessies: Klanttevredenheidscijfer OV-klantenbarometer (>= vorig jaar)
  • Transitie naar gedeelde mobiliteit: indicator nader te bepalen n.a.v. uitwerking adaptieve uitvoeringsagenda gedeelde mobiliteit (indicator opgenomen in begroting 2021)

We stimuleren een duurzaam mobiliteitssysteem zonder emissies

Bij de uitvoering van onze wettelijke taken voor mobiliteit leveren we een bijdrage aan het realiseren van doelstellingen uit het klimaatakkoord.

Indicator:

  • Totale emissie broeikasgassen uitgedrukt in CO2-equivalenten (in absolute aantallen in tonnen uitstoot)

Wat gaan we daarvoor doen?

Beleidskaders en uitvoeringsagenda's

Beleidskader:

  • Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan (PVVP, 2006)

Uitvoeringsagenda's:

Verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:

  • Gemeenschappelijke regeling ‘Kleinschalig Collectief Vervoer Noordoost Brabant’
  • Eindhoven Airport

Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Ontwikkelingen en onzekerheden

  • In verband met de transitie naar gedeelde mobiliteit en de nieuwe concessie West zijn mogelijk frictiekosten te verwachten.
  • Corona en stikstof kunnen het programma sterk beïnvloeden.
  • Bij het statenvoorstel bij KOPI is aangekondigd dat in de toekomst mogelijke meer (structurele) middelen nodig zijn voor het beheer en onderhoud van de provinciale infrastructuur.

Nadere informatie over financiële risico’s en risicomanagement staat in deze begroting in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Wat mag het kosten?

Het begrotingsprogramma Basisinfrastructuur Mobiliteit is opgebouwd uit een aantal (wettelijke) basistaken. Voor een goede borging van deze basistaken zijn de middelen op basis van vastgesteld beleid structureel en autonoom op de meerjarige begroting geraamd:

Algemeen: € 0,3 mln
Data: € 2,2 mln
Verkeersveiligheid: € 1,1 mln
Beheer en onderhoud: € 10,5 mln*
OV: € 92,1 mln
* Plus € 26 mln structureel investeringskrediet per jaar voor groot onderhoud en vervanging. De jaarlijkse investeringsuitgaven worden op basis van wet- en regelgeving geactiveerd en vervolgens afgeschreven. De berekende afschrijvingslasten komen op basis van de investeringsplanning ten laste van de exploitatiebegroting (± € 52 mln in 2021).

Daarnaast is er voor de doorontwikkeling van het huidige OV en de transitie naar gedeelde mobiliteit in 2021 € 5,4 mln op de begroting geraamd, gedekt door een reserve.

Bovenop de structurele bedragen is er sprake van een tijdelijke intensivering o.a. op het gebeid van data (Datavisie en de Krachtenbundeling Smart Mobility) en de intensivering op verkeersveiligheid in het kader van het Bestuursakkoord. Dat bepaalt ook het verschil tussen de begroting 2021 en 2020.

De geraamde inkomsten komen o.a. uit opbrengsten uit leges voor vergunningen en ontheffingen, bijdragen voor uitgevoerde werken voor derden zoals gladheidsbestrijding en bijdragen door derden in de OV-concessies.

Tot en met 2019 werden onder dit programma de inkomsten uit specifieke doeluitkering Verkeer en Vervoer verantwoord. Met de omzetting naar een algemene uitkering via het provinciefonds worden de inkomsten aangemerkt als algemene dekkingsmiddelen (programma 31). Binnen IPO-verband is de afspraak gemaakt om de reeds verstrekte bijdragen af te bouwen via de exploitatie-uitgaven voor de OV-concessies. Medio 2019 zijn alle bijdragen uit hoofde van de doeluitkering besteed.
De daling in de baten ten opzichte van 2020 wordt vooral verklaard door het aflopen van de fiscale constructie PPS-A59 waarvoor een specifieke rijksuitkering werd ontvangen.

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Lasten
Programma lasten 169.429 175.928 177.270 177.594 182.092 183.040
Organisatiekosten 10.949 12.976 11.320 0 0 0
totaal lasten 180.378 188.905 188.590 177.594 182.092 183.040
Baten
totaal baten 61.684 20.173 6.041 1.721 1.721 1.445
saldo baten en lasten -118.695 -168.731 -182.549 -175.873 -180.371 -181.595