Meer
Publicatiedatum: 29-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 3 Water en bodem

Inleiding

Water raakt de kern van ons bestaan. Denk aan economie, gezondheid, identiteit, beleving en natuur. We werken daarom aan schoon, voldoende en veilig water en aan een schone en vitale bodem. Met deze bouwstenen zorgen we voor een duurzame leefomgeving voor mens én natuur.

Als provincie hebben we verantwoordelijkheid voor de beschikbaarheid en de kwaliteit van water. De kwaliteit van het water voldoet nergens helemaal aan de afspraken die daarover zijn gemaakt. Veel natuurgebieden in Brabant zijn structureel verdroogd en kampen met een ernstig watertekort. Er zijn vergaande maatregelen nodig om de waterhuishouding weer op orde te krijgen. Heftige buien met wateroverlast tot gevolg, en perioden van droogte, veroorzaken steeds vaker en meer schade aan natuur en landbouw. Ook in steden en dorpen staat regelmatig water op straat en in kelders. Dit zijn geen incidenten maar het gevolg van structurele problemen. Voldoende (niet te veel, niet te weinig) water is geen vanzelfsprekendheid meer.

Om Brabant weerbaarder te maken voor klimaatverandering werken we samen met vele partners, zoals waterschappen, gemeenten, natuurbeheerders en boeren. Maatregelen kosten veel tijd en geld. We plannen over een lange tijd zodat we in 2050 heel Brabant waterrobuust en klimaatbestendig hebben ingericht. In 2020 hebben we de problematiek verwoord in Statenvoorstel 31/20 Visie klimaatadaptatie inclusief uitwerking bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’. Eind 2021 stellen Provinciale Staten het Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 vast met de aanpak (waaronder de gebiedsgerichte aanpak) voor deze planperiode.

In 2023 hebben we maatregelen genomen in de gebieden waar de urgentie het grootst is. En hebben we een onomkeerbaar proces van verbetering in gang gezet. In 2027 is het grond- en oppervlaktewater van goede kwaliteit in grote delen van Brabant geborgd. In 2030 hebben we de verdroging van de belangrijkste natuurgebieden en nabijgelegen landbouwbodems gekeerd. Deze ambities kunnen we alleen waarmaken als we maatregelen combineren. Zo laten we bodemverbetering en aanpassingen aan extreem weer zo veel mogelijk overlappen met de aanpak van verdroogde natuur en schadegevoelige landbouwgronden.
Bodemverontreinigingen (spoedlocaties) uit het verleden worden gesaneerd of beheerd. De natuurlijke waarde van de diepe ondergrond wordt beschermd en tegelijkertijd onderzoeken wij de benuttingsmogelijkheden voor maatschappelijke opgaven als de energietransitie.

 

Wat willen we bereiken?

Klimaatproof Brabant. Realiseren van een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting en bijbehorend gebruik

Door klimaatverandering krijgen we te maken met langdurige perioden van droogte, heviger regenbuien met kans op wateroverlast en extreme hitte.
Als provincie hebben we ons gecommitteerd aan de landelijk gemaakte afspraak dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. We willen voorkomen dat veranderende weersextremen ontwrichtend zijn voor de samenleving, maar ook kansen benutten. In de Omgevingsvisie hebben we de ambitie neergelegd om in 2030 de eerste grote gebiedsopgaven hiervoor gerealiseerd te hebben. Op een zodanige schaalgrootte dat sprake is van een klimaatbestendig en waterrobuust systeem. Dat stelt eisen aan de ruimtelijke inrichting en het grondgebruik. Daarom is een gebiedsgerichte aanpak nodig. We combineren dit met de transitie naar een duurzame landbouw, CO2 vastlegging (als onderdeel van een vitale bodem), natuur, wonen, werken en hernieuwbare energie.

Indicator:

  • Mate waarin gebieden klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht (100% in 2050)

Veilig Water. Blijven zorgen voor veiligheid door de bescherming tegen hoogwater

Bescherming tegen hoogwater is essentieel om Brabant leefbaar te houden en ruimte te hebben om te kunnen wonen en werken. Hoogwaterveiligheid gaat over de grote rivieren Maas en Merwede en over het regionale watersysteem.
Dijken en andere primaire waterkeringen langs de grote rivieren moeten uiterlijk in 2050 aan de wettelijke waterveiligheidsnormen voldoen. Voor de keringen langs de Maas en Merwede is dat een taak van waterschappen en Rijkswaterstaat, waarbij het college van GS bevoegd is de dijkverbeterplannen goed te keuren. Bij de waterveiligheidsstrategie van de grote rivieren zet de provincie in op een combinatie van versterking van de dijken en maatregelen om de rivier ruimte te geven; als provincie nemen we actief deel aan rivierverruimingsprojecten en voeren we (mede) de regie op de regionale strategie op niveaus van riviertakken (zoals de Bedijkte Maas) en de Maas en de Rijn. In integrale projecten combineren we de waterveiligheidsopgave met andere regionale en rijksopgaven, zoals natuur, economie, omgevingskwaliteit en identiteit (o.a. Zuiderwaterlinie). De provincie neemt actief deel in het nationale Deltaprogramma en de ontwikkeling van het programma Integraal Riviermanagement.
Regionale keringen langs de regionale rivieren, beken/kreken moeten voldoen aan de provinciale beschermingsnormen. De waterschappen staan aan de lat om dat te realiseren, waarbij zij met de provincie afspraken maken over de termijnen.

Indicatoren:

  • Het percentage rivierenlandschap waar sprake is van sterke dijken in combinatie met een uitbreiding van de afvoercapaciteit

100% van de primaire keringen voldoet aan de veiligheidsnorm in 2050 in combinatie met gerealiseerde waterstandsdaling door rivierverruimende maatregelen.

  • De regionale keringen zijn veilig (100% voldoet aan de norm)

De wettelijke verantwoordelijkheid van de provincie ligt bij de normering voor de 280 km regionale keringen en het toezicht op de herstelmaatregelen door de uitvoerende waterschappen. De regionale keringen in waterschap Aa en Maas, waterschap Rivierenland en waterschap De Dommel voldoen aan de veiligheidsnorm. Waterschap Brabantse Delta heeft een herstelopgave van 21,4 km afgesproken is dat deze in 2023 gereed is.

Voldoende Water. Zorgen voor voldoende grond- en oppervlaktewater (voorkomen van overlast en tekorten)

De provincie is verantwoordelijk voor de regie rond (grond)watervraagstukken in Brabant, zodat er voldoende zoetwater beschikbaar is voor economische, ecologische en humane functies. De provincie is daarmee een belangrijke partij in het vinden van de balans tussen beschermen en benutten. Veel partijen zijn nodig voor het realiseren van de doelen rond het (grond)waterbeheer in Brabant. De provincie kan dit niet alleen.
De provincie is bevoegd gezag ten aanzien van het diepe grondwater (voor drinkwater en grote industriële onttrekkingen). In strijd met de Kaderrichtlijn Water wordt er momenteel meer grondwater onttrokken dan aangevuld: in de Centrale Slenk is sprake van onbalans, niet alleen in Brabant maar ook in Limburg, Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen. Aanpak van de onbalans kan alleen internationaal, hierover vindt overleg plaats. Provincie en waterschappen zijn samen verantwoordelijk voor het ondiepe grondwater ten behoeve van natuur en landbouw. Structurele ontwatering en afwatering en verslechterde bodemkwaliteit leiden ertoe dat er te weinig water beschikbaar is. Extremen in het weer (met name hitte en droogte) zetten hier extra druk op. Voor de verdeling van zoet water worden, waar nodig, nieuwe gebiedsafspraken gemaakt. Bij droogte gelden regels voor beregening en worden prioriteiten in de watertoevoer vastgelegd (regionale verdringingsreeksen). Door snelle afvoer van water via beken en sloten (ontwatering), diepe onttrekkingen en beregening maar ook door verstedelijking, heeft het merendeel van de natuurgebieden in Brabant last van structurele verdroging. Hierdoor worden tevens de doelstellingen voor biodiversiteit niet gerealiseerd. Beleidsmatig is de verdrogingsaanpak vertaald naar 36.000 ha verdroogde natte natuurparels (NNP), in tranches wordt sinds medio jaren 90 gewerkt aan het herstel hiervan. We constateren dat forsere maatregelen worden gevraagd, juist ook buiten de natuurgebieden.
Voldoende grondwater bereiken we door de grondwateraanvulling te verbeteren en door acties gericht op grootverbruikers en op verminderen drinkwatervraag bij consumenten. Om te voldoen aan de normen voor regionale wateroverlast en de afspraken over waterbeschikbaarheid te kunnen nakomen, maken we met onze partners (met name waterschappen en grondgebruikers) afspraken.

Indicatoren:

  • Diep grondwater: Grondwaterstand en stijghoogte in de grondwaterlichamen voldoet aan de norm (uiterlijk 2027 moeten beide grondwaterlichamen voldoen, 1 voldoet momenteel niet)
  • Ondiep grondwater: Areaal natte natuurparels dat niet langer verdroogd is (uiterlijk 2027 is 36.000 ha NNP niet langer verdroogd)
  • Het Brabants grondgebied voldoet aan de norm voor regionale wateroverlast (elke 6 jaar worden de inspanningen gekwantificeerd)

Schoon Water. Herstellen van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater tot tenminste het basisniveau

Schoon water is cruciaal met het oog op de leefbaarheid en gebruiksmogelijkheden van het water voor plant, dier, mens en economie. Bovendien moeten we op tijd voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water.
Geen van de oppervlaktewateren in Brabant voldoet aan alle waterkwaliteitsdoelstellingen. De bemesting door de landbouw is in Brabant verantwoordelijk voor het grootste aandeel fosfaat en nitraat in het water. Sinds 2009 wordt tranchegewijs gewerkt aan de herstelmaatregelen; de laatste 6-jaarlijkse planperiode staat voor de deur (2022-2027). De maatregelen die de waterschappen treffen (natuurvriendelijke oevers, beek- en kreekherstel) hebben een positief effect op de aanwezigheid van waterplanten, vissen en op de helderheid van het water. De effecten van maatregelen die met name agrarische ondernemers treffen om uitspoeling van mest en andere verontreinigingen naar het water te voorkomen, zijn tot nog toe minder zichtbaar in meetresultaten.
Ook in het ondiepe grondwater zitten te veel meststoffen. Daarmee wordt niet voldaan aan de Nitraatrichtlijn en dreigt in toenemende mate verontreiniging van het diepe grondwater. Ook door medicijnresten en hormonen.

Indicatoren:

  • Alle oppervlaktewaterlichamen in Brabant voldoen aan alle waterkwaliteitseisen conform de Kaderrichtlijn Water in 2027
  • Het grondwater in de drinkwaterbronnen in Brabant blijft van goede kwaliteit

Vitale Bodem. Herstellen van de vitaliteit van de bodem

Bodemvitaliteit gaat over een goede bodemstructuur en voldoende organische stof in wisselwerking met een gezond en veelzijdig bodemleven. In een vitale bodem worden water en meststoffen beter vastgehouden en kan regenwater infiltreren naar het grondwater. De Brabantse bodem van landbouw- en natuurgebieden is op dit moment allerminst vitaal. De basisvoorwaarden voor duurzame voedselproductie, een goede waterhuishouding (hoeveelheid en kwaliteit), en biodiversiteit zijn daarmee niet op orde. Doel is dan ook dat de Brabantse landbouwbodem door agrariërs duurzaam wordt beheerd en gebruikt, zodat meststoffen optimaal worden benut, het gebruik van chemische hulpstoffen kan worden beperkt en het watersysteem beter functioneert. Een vitale bodem is essentieel voor (de transitie naar) kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw, een gezond watersysteem, biodiversiteit en het vermogen om CO2 in de bovengrond op te slaan. De bodem is integraal onderdeel van de opgave voor klimaat en de verdrogingsaanpak.
De vitaliteit van de natuurbodem wordt via de aanpak van stikstof en verdroging gestimuleerd.

Indicator:

De mate waarin de Brabantse landbouwbodem vitaal is

  • Er is geen sprake meer van verdichting (meer voeding van het grondwater)
  • Het gehalte aan organische stof is op voldoende niveau (betere binding meststoffen en water)
  • Bodemleven is gevarieerd (betere ziektewering en bodemstructuur) 

Streven: 100% van de landbouwbodems in 2050 vitaal, gekoppeld aan klimaatadaptieve inrichting en gebruik

Beleidskaders en uitvoeringsagenda's

Verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:

Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Ontwikkelingen en onzekerheden

  • Om verdroogde natuur te herstellen zijn grootschaliger maatregelen nodig, juist ook buiten de natuurgebieden. Dit wordt op basis van de Visie klimaatadaptatie incl. de uitwerking van de bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’ opgepakt. In deze visie zijn de volgende risico’s benoemd: achterblijvende cofinanciering door derden, onderschatting in de werkhypotheses van de kosten van de maatregelen buiten de natte natuurparels en onvoldoende grootschalige inzet op de gebiedsgerichte aanpak.
  • Gezien het feit dat het rijk vooralsnog geen middelen heeft gereserveerd voor aanpak van het Volkerak-Zoommeer, is er geen draagvlak bij regionale partijen om op korte termijn te investeren in een robuuste zoetwatervoorziening voor het omliggend gebied die onafhankelijk is van het Volkerak-Zoommeer. 
  • In het kader van de omvangrijke verdrogingsopgave onderzoeken we de mogelijkheden voor het verhogen of vergroten van het toepassingsbereik van de grondwaterheffing.

Nadere informatie over financiële risico’s en risicomanagement staat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Wat mag het kosten?

Financiële toelichting (op de verschillen tussen de ramingen 2021 en 2020)

Lasten
Vanuit het Deltaprogramma waren in 2020 projectuitgaven voor de Zuidwestelijke Delta en voor de Hoge Zandgronden geraamd. Deze activiteiten waren in 2020 afgerond en leidt tot € 12,6 mln minder geplande uitgaven in 2021. Daar staat tegenover dat er voor de geplande activiteiten voor rivierverruiming, voor Samenwerkingsovereenkomst ter uitvoering waterdoelen (STUW) en voor klimaatadaptatie meer geplande uitgaven zijn geraamd dan in 2020, tezamen € 11,3 mln. (saldo: -€ 1,3 mln)

Voor het onderdeel Bodem is de hoogte van de uitgaven voor 2021 nog onzeker en daarom nog niet geraamd. In de begroting 2020 was hiervoor een bedrag ad € 6 mln. opgenomen. Bij burap 2021 hebben we meer inzicht in de ramingscijfers en deze zullen dan in de begroting worden opgenomen, dekking vindt plaats vanuit reserve Bodem en Rijksontvangsten.

Baten
In 2020 zijn € 0,8 mln meer inkomsten geraamd op het waterdossier vanwege incidentele inkomsten die zich in 2020 hebben voorgedaan. Op het bodemdossier zijn de inkomsten op het onderdeel ‘Interim bedrijvenregeling’ nog onzeker. ( zie ook toelichting lasten; Rijksontvangsten.) Vanwege deze onzekerheid zijn deze middelen nog niet geraamd. In 2020 bedroegen de geraamde inkomsten voor ‘Interim bedrijvenregeling’ € 1,5 mln.

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Lasten
Programma lasten 44.221 48.576 41.280 16.143 17.189 35.162
Organisatiekosten 3.816 4.709 4.147 0 0 0
totaal lasten 48.037 53.284 45.427 16.143 17.189 35.162
Baten
totaal baten 8.200 7.362 4.922 5.922 5.325 5.235
saldo baten en lasten -39.836 -45.922 -40.505 -10.221 -11.864 -29.927