Meer
Publicatiedatum: 29-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling

Inleiding

Een goed draaiende innovatieve economie is een belangrijke voorwaarde om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van leven, die we in Brabant nu kennen, ook voor de toekomst geborgd is. Het bedrijfsleven creëert een groot deel van de banen in Brabant en levert producten en diensten die het leven prettiger en makkelijker maken. In het Bestuursakkoord 2020-2023 zet het provinciebestuur met die reden in op het verder versterken van de economie van Brabant.

In najaar 2020 heeft GS het beleidskader Economie 2030 gepresenteerd waarin de provincie koers zet richting 2030. Met dit kader hebben we de ambitie om onze internationaal concurrerende, duurzame en innovatieve economie verder te versterken. Hiermee ontwikkelen we een economie die ook op lange termijn brede welvaart voor alle Brabanders garandeert. De economie van morgen moet zorgen voor meer productiviteit, maar moet ook bijdragen aan de maatschappelijke opgaven waarvoor we gesteld staan, zoals klimaatverandering, gezonde leefomgeving, voedselveiligheid en inclusiviteit. Dat noemen we een toekomstbehendig Brabant.

Een toekomstbehendige economie is wendbaar en veerkrachtig. Om dat te bereiken volgen we een aantal ontwikkelsporen. Deze ontwikkelsporen richten zich op het stuwende gedeelte van de Brabantse economie, als groeimotor voor de gehele economie. Deze stuwende bedrijfsactiviteiten halen inkomsten naar Brabant door export van producten en diensten. Zij zijn de groeimotor voor andere bedrijven in de omgeving, maar hebben ook te maken met hevige internationale concurrentie. Het vraagt dus inzet en alertheid om deze activiteiten in Brabant te behouden en versterken. Daarnaast is het nodig om tempo te maken met het digitaliseren en verduurzamen van alle onderdelen van de Brabantse economie.

Met het Actieplan Arbeidsmarkt: Talent voor de Kenniseconomie van Morgen zetten we stevig in op talentontwikkeling in de volle breedte van de economie. We willen internationaal toptalent aantrekken, maar ook vakmanschap in de breedte stimuleren. We versterken de kennisbasis van Brabant en borgen dat deze kennis ook voor Brabant gaat werken. Ons MKB moet aan de slag kunnen gaan met de kennis die aanwezig is bij onze kennisinstellingen en vice versa. We hebben in Brabant diverse ecosystemen waarin regionale netwerken van bedrijven, kennis en overheid samen werken aan kennis en innovatie. Deze ecosystemen moeten de kans krijgen zich door te ontwikkelen en nog beter met elkaar te verbinden. Hiertoe stimuleren we een ruimtelijke economische structuur, met kwalitatief sterke campussen en bedrijventerreinen, goede verbindingen en een fijne leefomgeving. Tot slot versterken we bij het uitwerken van deze opgaven de samenwerking met het Rijk, de EU en vergelijkbare ecosystemen in het buitenland.

In 2021 zullen we de uitvoering van het beleidskader Economie 2030 met kracht ter hand nemen en de ontwikkelsporen uitwerken met onze partners. We richten het vizier op de middellange en lange termijn, maar spelen uiteraard ook in op de actualiteit van de economie van vandaag: het opvangen van de gevolgen van de COVID-19 maatregelen op de economie. Met onze partners werken we aan een investeringsbenadering waarmee we op korte termijn investerend de crisis willen uitkomen.

 

Wat willen we bereiken?

Stimuleren van missie-gedreven innovatie door sterke ecosystemen en clusters van bedrijven.

Belangrijke schakel in sterke kennis- en innovatiesystemen is de beschikbaarheid van sleuteltechnologieën en de toepassing daarvan in concrete producten en diensten. We zijn hier als Noord-Brabant sterk in, maar stellen ook vast dat er nog leemtes zijn. Ecosystemen zijn nog niet overal compleet, ook moet de samenhang en samenwerking tussen de verschillende clusters Brabantbreed sterker worden. We gaan met het bedrijfsleven, overheden en onze samenwerkingspartners in gesprek om deze leemtes op te vullen en crossovers aan te gaan. Dit doen we zowel binnen systemen (bijvoorbeeld Hightech Systemen & Materialen (HTSM), Life sciences, Maintenance) als tussen systemen (bijvoorbeeld tussen HTSM en Agrofood). Op deze manier borgen we dat het verdienvermogen van morgen steviger bediend wordt, en het stuwende deel van de economie maximaal ondersteund wordt.

Indicatoren:
•  Handhaving van Brabantse  positie op de  ( RIS ) en  ( RCI )ranglijsten

  • RIS is de Regional Innovation Scoreboard van Europese Commissie, wat een gerenommeerde lijst is van de meest innovatieve regio’s in Europa (250 regio’s in totaal). De huidige innovatiepositie (plek 24 in 2019) hebben we vooral te danken aan het aantal patenten en publiek-private co-publicaties
  • RCI is de Regional Competitiveness Index, eveneens van de Europese Commissie, wat het concurrentievermogen van alle Europese regio’s meet, bijvoorbeeld op gebied van infrastructuur en opleidingen. Wij scoren hoog in Brabant op opleidingsniveau en technologisch niveau. Huidige positie: 20 (2019  

•  % toename van het bruto regionaal product (BRP) ten opzichte van het voorgaande jaar 

  • Het BRP groeit in  2021 (t.o.v. 2020)

Inzetten op talentontwikkeling voor de kenniseconomie van morgen

We ondersteunen partners in het aantrekken en behouden van voldoende talent voor de innovatie-opgaven van de toekomst,  zoals vastgelegd in het Actieplan Arbeidsmarkt: Talent voor de Kenniseconomie van Morgen. We brengen arbeidsmarktregio’s in positie om de weerbaarheid van werknemers te vergroten, vooral nu de coronacrisis onze economie hard raakt. We geven een extra impuls aan de aansluiting van onderwijs op onze prioritaire ecosystemen. We willen kennis voor Brabant laten werken. Daartoe richten we een Brabant Pact 2.0 in en gaan werken met de benadering van het Leven Lang Ontwikkelen. We werken daarbij samen met alle aanbieders van opleidingen in Brabant om de huidige infrastructuur meer robuust te maken. We overleggen met het Rijk om de bestaande scholingsfondsen - die nu gekoppeld zijn aan de verschillende sectoren - beter en slimmer te benutten, ook tussen sectoren. We maken ruimte voor nieuwe initiatieven zoals het hybride docentschap en de ontwikkelingen bij vak- en techniekroutes.

Indicatoren:

  • Spanningsindicator Brabantse arbeidsmarkt

De spanningsindicator Brabantse arbeidsmarkt geeft de verhouding aan tussen het aantal vacatures en het aantal kortdurend werklozen. De indicator vergelijkt dus de actuele vraag naar personeel ten opzichte van het actueel beschikbaar aanbod.
In het 1e kwartaal (Q1) 2020 was de gemiddelde spanningsindicator onder de vijf Brabantse arbeidsmarktregio’s 1,51  Arbeidsmarktcijfers Om tot een evenwichtige arbeidsmarkt te komen zou de spanningsindicator voor alle sectoren tenminste lager moeten worden dan deze in Q1 2020 was met als optimale eindwaarde 1,0.

  • % bruto arbeidsparticipatie (werkgelegenheid)

De bruto arbeidsparticipatie wordt gemeten ten opzichte van de totale beroepsbevolking in de leeftijd van 15–75 jaar. In Q1 van 2020 was er een bruto arbeidsparticipatie van 71,3%. ( zie opendata.cbsOmdat de coronacrisis een hevig negatief effect heeft gehad op de bruto arbeidsparticipatie is het streven om deze op het niveau van Q1 2020 te krijgen.

  • Scholingsindicator

We ontwikkelen een scholingsdashboard waar de cijfers van mbo, HBO en WO specifiek per sector worden gemonitord. Met het scholingsdashboard maken we het aantal studenten per onderniveau per sector inzichtelijk. Het dashboard zal in de loop van Q1 2021 worden geïmplementeerd.

 

 

Realiseren van sterkere clusters door Europese en internationale samenwerking

Brabantse bedrijven en kennisinstellingen hebben veel baat bij de internationale oriëntatie van de provincie. We helpen hen om krachtige allianties te smeden met innovatieve bedrijven en kennisinstituten in andere (Europese) regio’s en samen te werken met de Europese instellingen. We werken aan acquisitie van hoogwaardige bedrijven die onze clusters versterken, het bevorderen van onze export, het werven van internationaal talent en internationale innovatiesamenwerking. Het achterliggende doel van internationale samenwerking is dat onze economie beter functioneert en de export toeneemt. De economische samenwerking binnen Europa wordt daarbij steeds relevanter voor het Brabantse verdienvermogen en vorming van economische ecosystemen en clusters.

 

Het versterken van de ruimtelijke-economische structuur

De kwaliteit van de woon- en leefomgeving, de ruimtelijke-economische structuur, is cruciaal voor de concurrentiekracht van Brabant. Als middenbestuur overzien we de ruimtelijk-economische structuur waarin Brabant als een stedelijke agglomeratie met meerdere kernen kan functioneren en waarin alle vier de sub-regio’s deelnemen. Wij stemmen ontwikkelingen op elkaar af door de specifieke Brabantse kwaliteiten te versterken in de wisselwerking tussen stad en land. We werken daarbij samen met de steden, en opereren daarbij als partner in gebiedsontwikkelingen.

Indicator:

  • Provincie Noord-Brabant scoort gemiddeld op de Brede Welvaartsindicator (BWI in 2017)

Beleidskaders en uitvoeringsagenda's

Verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:

Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Ontwikkelingen en onzekerheden

De effecten van de coronacrisis zijn uiteraard ook van invloed op het wel of niet slagen van onze inspanningen. We zien, ook uit de meest recente peiling van ons nieuwe instrument, het Brabant Business Panel, dat ondernemers nu zorgen hebben, maar verwachten over een half jaar wel herstel te zien gloren. Wel geven ze duidelijk aan dat de werkgelegenheid achter zal blijven.

Een andere kritische succesfactor is de mate waarin we slagen met onze partners samen op te trekken. Gemeenten hebben het dankzij de effecten van de coronacrisis moeilijk om de eigen begroting rond te krijgen. Partners in het veld kennen een gelijke druk op de eigen bedrijfsvoering. Belangrijk is dat we samen ruimte ervaren om te investeren in de economische kracht van Brabant van morgen.

Wat mag het kosten?

Financiële toelichting (op de verschillen tussen de ramingen 2021 en 2020
In het algemeen valt op te merken dat de begroting 2021 niet 1-op-1 vergelijkbaar is met begroting 2020. Begroting 2021 volgt het nieuwe Beleidskader 2030 terwijl begroting 2020 nog gebaseerd was op ( het laatste jaar van) het Economisch Programma 2020. ( De extra bestuursakkoord-middelen t.b.v. nieuwe beleidskader zijn nog niet in begroting 2021 opgenomen.)

Lasten
De verschillen in de raming van de lasten in 2021 ten opzichte van 2020 ( ruim € 40 mln.), worden met name veroorzaakt doordat voor de cofinanciering Europese Programma’s ( Interreg en OP Zuid), MIT en Efro-bijdragen er in 2021 nog geen bedragen geraamd zijn terwijl in 2020 hiervoor een bedrag is opgenomen van € 25,8 mln. ( en dus in 2021 lager)

Verder zijn er in 2020 nog extra middelen geraamd als uitloop van (besteding van middelen van) de bestuursperiode 2016-2019. ( vanuit Investeringsagenda Economische Structuurversterking 3e tranche.) Dat geldt voor de volgende onderwerpen: Mindlabs ( 2020: € 1,9 mln.), Innovatie met topsectoren ( 2020; € 9,2 mln. voor Hightech systemen en materialen, Life-science & health en Maintenance. In totaal is hierdoor de raming in 2021 € 11,1 mln. lager dan in 2020.

Voor Economische Structuurversterking zijn middelen vanuit 2020 naar voren gehaald ( o.a. meerjarige subsidies), waardoor het budget in 2021 € 7,5 mln. hoger is. Voor Arbeidsmarktbeleid geldt het omgekeerde, hiervoor zijn middelen voor 2020 juist opgehoogd omdat in 2020 meerjarige subsidies zijn verstrekt + meer middelen t.b.v. corona-maatregelen zijn ingezet. Hierdoor budget in 2021 € 7,6 mln. lager dan in 2020.

Structurele basissubsidie aan de BOM is in 2021 € 1,3 mln. lager dan in 2020. Vanuit andere programma’s / programmaonderdelen kan/zal deze worden aangevuld.

Voor proceskosten/kleine projecten m.b.t. Digitalisering is er vorige bestuursperiode € 4 mln. ( vanuit Breedbandfonds) beschikbaar gesteld, verdeeld over de jaren 2019 t/m 2022. O.b.v. realistisch ramen in 2021 € 1,75 mln. lager dan in 2020.

N.B. Middelen voor Digitalisering 2021–2023 zullen o.b.v. uitvoeringsagenda Dataeconomie nog worden toebedeeld.

Baten
Het verschil in de raming van de baten in 2021 ten opzichte van 2020 ( ruim € 14 mln.) wordt veroorzaakt doordat de Efro-bijdragen m.b.t. Europese programma’s in 2021 nog niet in de raming zijn opgenomen.

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Lasten
Programma lasten 62.167 68.052 27.950 27.905 21.436 19.937
Organisatiekosten 6.400 6.184 5.500 0 0 0
totaal lasten 68.567 74.235 33.450 27.905 21.436 19.937
Baten
totaal baten 20.906 14.281 101 103 545 0
saldo baten en lasten -47.660 -59.954 -33.349 -27.802 -20.891 -19.937