Meer
Publicatiedatum: 29-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Algemeen financieel beleid

Inleiding

Elk programma heeft in de begroting naast de lasten van dat programma, ook baten - zoals specifieke uitkeringen van het Rijk - die direct tot dat programma behoren. Deze baten zijn meestal niet toereikend om de lasten te kunnen dekken. Tegenover de nadelige saldi op de programma’s staan de algemene dekkingsmiddelen die binnen het onderdeel algemeen financieel beleid zijn geraamd en bijdragen aan een sluitende begroting.

De in omvang belangrijkste algemene dekkingsmiddelen van de provincie bestaan uit de inkomsten van de provinciale opcenten motorrijtuigenbelasting en de beleggings-opbrengsten uit de immunisatieportefeuille. Daarnaast staan diverse overige algemene inkomsten zoals de dividendopbrengsten

 

De begroting kent naast de 10 programma's en de algemene dekkingsmiddelen nog een aantal centrale posten zoals de overhead, de post onvoorzien en een aantal nog niet aan de programma's toegedeelde stelposten.

Algemene dekkingsmiddelen

Algemene dekkingsmiddelen

Wat willen we bereiken?

De geraamde algemene dekkingsmiddelen voor 2021 ad ruim € 606 mln dragen bij aan:

  • Het waarborgen van de zelfstandige financiële positie van de provincie;
  • Het handhaven van een reëel sluitende begroting op korte en middellange termijn;
  • Het verzekeren van een evenwichtige inkomstenontwikkeling.

Verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsonderdeel worden onderstaande verbonden partijen ingezet:
• Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)
• Nederlandsche Waterschapsbank

Nadere informatie over de verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.
In de bijlagenbundel –bijlage 9b van de begroting is aangegeven op welke wijze deze verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen van het algemeen financieel beleid.

Wat mag het kosten?

Opbrengst opcenten motorrijtuigenbelasting
De opbrengst wordt voor 2021 geraamd op € 267 mln. op basis van de huidige inzichten van het wagenpark en het gelijktijdig met de begroting vast te stellen opcententarief van 78,4. Gelijktijdig met de begroting vindt de vaststelling van het opcententarief 2021 plaats door de vaststelling van de heffingsverordening door Provinciale Staten. Het voorgenomen tarief is gebaseerd op het BA 2020-2023, waarbij een jaarlijkse stijging is afgesproken van het tarief van 1,5% ten opzichte van het tarief van 2019. Bijstelling van de begroting op grond van ontwikkelingen van het wagenpark vindt bij bestuursrapportages plaats.

Uitkering provinciefonds: Algemene uitkering
De raming van de algemene uitkering is gebaseerd op de meicirculaire 2020. De raming is bij bestuursrapportage II-2020 bijgesteld en toegelicht. In het begrotingsbedrag 2020 is het geraamde accres voor 2020 en 2021 volledig meegenomen in de raming. Voor 2020 en 2021 wordt het accres niet meer bijgesteld. Hiertoe zijn afspraken gemaakt tussen Rijk en decentrale overheden, waarbij meer stabiliteit en zekerheid wordt geboden als onderdeel van het compensatiepakket coronacrisis medeoverheden.

Uitkering provinciefonds: Decentralisatieuitkeringen
Decentralisatie-uitkeringen maken deel uit van het provinciefonds, maar hebben een eigen verdeling. De begrotingsbedragen 2021 zijn gebaseerd op de meicirculaire 2020.

Dividenden
De geraamde dividendopbrengsten 2021 betreffen hoofdzakelijk het dividend uit de aandelen Enexis NV ad 23,1 mln.

Financieringsfunctie
De lasten van de financieringsfunctie bestaan in hoofdzaak uit de kosten van de betaalde agio op obligaties van de immunisatieportefeuille en de investeringsagenda-portefeuille. De baten betreffende de rente-opbrengsten van de obligaties uit beide portefeuilles, de rentevergoeding op verstrekte geldleningen en de rente-opbrengsten uit verplicht schatkistbankieren. De hogere bate in 2019 is vooral veroorzaakt door boekwinsten op de verkoop van obligaties.

Overige lasten en baten
De lasten en baten betreffen de grondexploitatie van het ontwikkelbedrijf, de verplichte stortingen in voorzieningen c.q. de vrijval van voorzieningen en de balansafwikkelings-verschillen van voorgaande jaren op subsidies. Met name de vrijval van voorzieningen en de balansafwikkelings-verschillen in 2019 en 2020 hebben een incidenteel karakter, waarmee de verschillen met de ramingen 2021 fors oplopen.

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Lasten
Financieringsfunctie 6.335 1.544 1.440 1.429 1.060 836
Overige algemene dekkingsmiddelen 11.455 11.202 1.249 17.616 53 53
totaal lasten 17.790 12.746 2.689 19.045 1.113 889
Baten
Opbrengst opcenten motorrijtuigenbelasting 259.370 266.000 267.411 271.361 275.380 279.400
Uitkering provinciefonds 237.676 257.561 268.033 262.642 266.955 271.319
Decentralisatie uitkering 20.961 18.716 7.245 3.241 2.326 2.326
Dividenden/winstuitkering 38.029 32.631 23.331 15.631 16.401 17.209
Financieringsfunctie 105.405 46.164 40.065 37.939 36.473 36.517
Overige dekkingsmiddelen 66.342 112.264 283 161 58 53
totaal baten 727.783 733.334 606.368 590.975 597.592 606.824

Stelposten

Wat mag het kosten?

In de begroting is een aantal centrale (stel)posten opgenomen

Overhead
Om Provinciale Staten op eenvoudige wijze meer inzicht te geven in de totale kosten van overhead voor de gehele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, is voorgeschreven dat in de begroting op een centrale plek de kosten van overhead worden opgenomen. De overhead wordt niet meer aan de afzonderlijke programma’s in de begroting toegerekend. Een verdere toelichting op de overhead is opgenomen in de bijlagenbundel-bijlage 4 van de begroting.

Onvoorzien
De stelpost onvoorziene uitgaven betreft het jaarlijks in de begroting opgenomen bedrag voor onvoorzien van  € 1,3 mln.

Stelpost (reservering) begrotingsruimte: lasten
De begrotingsruimte/reservering i.r.t. begrotingsruimte betreft de afgezonderde middelen voor uitvoering van het voorgaande bestuursakkoord/perspectiefnota voor zover die nog niet hebben geleid tot een concrete uitwerking in de begrotingsprogramma’s. Daarnaast bevat het ook de begrotingsruimte die nog beschikbaar voor toekomst gericht financieren 2024-2030.

De middelen zijn als volgt te verdelen:

Begrotingsruimte / reservering i.r.t. begrotingsruimte  2021 2022 2023 2024
Afgezonderde middelen vanuit voorgaande BA en PPN 9,6     4,1
Begrotingsvrije ruimte Bestuursakkoord 2020-2023, toekomst gericht financieren per jaar        23,0

Stelpost i.r.t. reservering begrotingsruimte: baten
Vanuit het ministerie van LNV wordt een uitkering ontvangen voor de maatschappelijke opgave “Interbestuurlijke Programma naar een Vitaal Platteland”.
Er volgt nog een nader besluit over de precieze uitkering binnen het beschikbare financiële instrumentarium van het Rijk, waardoor de middelen vooralsnog in 2020 op deze stelpost staan aan de batenkant, in afwachting van dit besluit.

Stelpost compensatie loon- en prijsstijging
In de bestuursperiode 2020-2023 wordt de meerjarenraming geïndexeerd. In de begroting is het indexatiebeleid vastgelegd bij de grondslagen voor de begroting en jaarrekening in het onderdeel financiële begroting. De indexatielasten zijn bij de bestuursrapportage II-2020 geactualiseerd. Hierbij is de begroting 2021 geïndexeerd naar prijspeil 2021 en is de stelpost geactualiseerd voor verwachte indexaties vanaf 2022 ter dekking van de meerjarenraming vanaf 2022.

Onverdeelde organisatiekosten 2022-2024
In de begroting zijn alleen voor de jaren 2019 t/m 2021 de organisatiekosten toegedeeld naar de programma's. Een goede basis voor de toerekening van de meerjarige organisatiekosten aan de verschillende programma's ontbreekt omdat eerst het bestuursakkoord nog verder dient te worden uitgewerkt. Op basis daarvan volgt de toedeling van de organisatiekosten naar de begrotingsprogramma's voor de jaren ná 2021 op een later moment.

Overige stelposten

Overige stelposten - Stelpost samenleving
De middelen voor sociale veerkracht zijn opgenomen op een stelpost. Er is nog geen nadere besluitvorming over de inzet van deze stelpost.

Overige stelposten
De begrotingsvrije ruimte is voor de uitwerking van het BA 2020-2023 toegedeeld naar centrale stelposten voor de verschillende  begrotingsprogramma’s. Deze gereserveerde middelen zijn bestemd om de ambities uit het BA 2020-2023 te realiseren. Op deze stelposten staan de geraamde middelen die nog niet aan die begrotingsprogramma's zelf zijn toegedeeld. Zodra nader beleid hiervoor is uitgewerkt en leidt tot besluitvorming hierover, worden de middelen via een door PS vast te stellen begrotingswijziging van die centrale stelpost overgebracht naar het specifieke programma in de begroting. Uitwerking met bijbehorende begrotingswijziging zal worden voorgelegd bij een sturings- en verantwoordingsmoment.

 

 

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Specificatie stelposten en overhead
Overhead 67.234 75.011 73.480 70.515 69.798 61.513
Onvoorziene uitgaven 0 1.308 1.308 1.308 1.308 1.308
Begrotingsruimte 0 0 18.734 18.734 18.734 44.414
Stelpost i.r.t. reservering begrotingsruimte 0 0 9.603 0 0 27.114
Stelpost compensatie loon- en prijsstijging 0 592 4.211 12.805 20.900 28.753
Onverdeelde organisatiekosten 2022-2024 0 0 0 53.587 53.047 52.881
Overige stelposten 115 18.185 49.369 47.652 48.323 5.865
totaal lasten 67.357 95.096 156.706 204.602 212.110 221.848
Baten
Stelpost i.r.t. reservering begrotingsruimte 0 3.877 0 0 0 0
Bijdrage in overheadkosten 215 0 0 0 0 0
totaal baten 215 3.877 0 0 0 0