Meer
Publicatiedatum: 29-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 2 Ruimte en wonen

Inleiding

Wij werken continu aan de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving via een zorgvuldige belangenafweging en een ontwerpende aanpak in een boeiend samenspel met de belanghebbenden.
Om de kwaliteit van Brabant door te geven aan volgende generaties, moeten we permanent zorgdragen en keuzes maken voor ons mooie en krachtige Brabant. We wonen, werken en recreëren er immers als het ware op een postzegel. Dat kan alleen als we met elkaar zorgen voor een gezonde, veilige en mooie leefomgeving. We doen dit in een complexe samenleving, die hecht aan ruimte voor eigen initiatief, maar die ook veel wetten en regels kent om belangen te beschermen.

De Omgevingswet beoogt een meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Dit doen we door maatwerk te leveren. Met als doel om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. Binnen de provincie heeft een aantal grote transities, zoals beschreven in de Brabantse Omgevingsvisie, impact op de omgeving. Bij deze transities is draagvlak bij alle betrokkenen en draagkracht bij de uitvoerende partners onmisbaar. Door in te zetten op sociale innovatie en te streven naar inclusieve maatregelen werken wij aan het versterken van zowel draagvlak als draagkracht.

De grote opgaven binnen dit programma zijn de forse woningbouwopgave, het zorgen voor vitale en toekomstbestendige werklocaties, en het tegen gaan van leegstand. Uiteraard bij de realisatie op locatie of in gebieden hebben we altijd oog voor een goede omgevingskwaliteit.

Wat willen we bereiken?

Verbeteren van omgevingskwaliteit en realiseren van gebiedstransformaties

Om omgevingskwaliteit te bereiken is het goed en zorgvuldig uitvoeren van de huidige Wet Ruimtelijke Ontwikkeling (WRO) de basis. De komende bestuursperiode staat ook in het teken van de implementatie van de Omgevingswet die in 2022 in werking zal treden. De transitie van ‘Ruimte’ naar ‘Omgeving’, is een subtiel maar wezenlijk verschil. De Omgevingswet bundelt verschillende wetten in één wet, waaronder de WRO. Naast een technische exercitie is het nadrukkelijk ook een verandering in de manier van werken. Binnen deze deelopgave beoordelen we plannen van gemeenten, werken we aan omgevingskwaliteit, implementeren we de Omgevingswet en maken we integrale belangenafwegingen en geven richting en stimuleren we beweging om gebiedsontwikkelingen op gang te brengen. We willen omgevingskwaliteit versterken via de aanpak leegstand & transformaties in zowel het stedelijke als het buitengebied.

In voorgaande jaren hebben wij de Brabantse Aanpak Leegstand ontwikkeld. Die ervaringen gebruiken we om in de komende periode de integrale en gebiedsgerichte aanpak vanuit de diverse opgaven (leegstand, woningbouw, werklocaties, energie, klimaat, mobiliteit etc) in te zetten voor het versterken van de omgevingskwaliteit. We werken aan transities van gebieden zowel binnenstedelijk als in het landelijkgebied of als de situatie er om vraag in een combinatie van beide.

Indicatoren:

  • Begeleiden van ruimtelijke ontwikkelingen en participeren in ruimtelijke (gebieds)ontwikkelingen

Vanuit een integrale, gebiedsgerichte benadering – ‘diep, breed en rond’ – participeren we in wisselende rollen (‘richting geven’, ‘beweging stimuleren’, ‘mogelijk maken’) in ruimtelijke ontwikkelingen.

Realiseren van de woningbouwopgave, vraaggericht en met oog voor zorgvuldig ruimtegebruik.

Brabant heeft een flinke bouwopgave. Onze meest recente bevolkings- en woningbehoefteprognose laat zien, dat er tot 2050 nog zo’n 220 duizend woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd, waarvan ca. 120 tot 160 duizend woningen de komende 10 tot 15 jaar. Dit betekent een groei van 10 tot 12 duizend woningen per jaar op de korte termijn. Het is van belang het woningbouwprogramma optimaal in te zetten voor versterking van de omgevingskwaliteit in onze steden en dorpen en het herbestemmen van leegstaand vastgoed. Maar óók om de bestaande woningvoorraad te verrijken met (nieuwe) woonvormen. Om ertoe bij te dragen dat deze woonvormen een plek krijgen, meer ‘in het hart van de woon-opgaven’ is het ‘Actieprogramma Nieuwe Woonvormen en Zelfbouw’ vastgesteld (maart 2020). Onze inzet richt zich op een vraaggericht, flexibel planaanbod, met aandacht voor de betaalbaarheid, een gezonde mix van huur en koop, in verschillende prijssegmenten en met volop ruimte voor nieuwe, soms ook tijdelijke woonvormen. De provincie heeft hierbij – m.n. op (sub)regionale schaal – een regisserende, agenderende en stimulerende rol. ‘Kennis en onderzoek’, monitoring en prognoses staan hierbij centraal, evenals het maken van (sub)regionale afspraken over de woningbouw.

Indicatoren:

  • Groei van woningvoorraad

Om in de behoefte aan nieuwe woonruimte te voorzien worden de eerstkomende vijf jaar (2020 t/m 2025) 60 duizend woningen aan de voorraad toegevoegd.

  • Zorgvuldige inpassing van nieuwe woonruimte

Toevoegen van nieuwe woonruimte vindt zo veel mogelijk plaats op binnenstedelijke (transformatie)locaties of in leegstaand vastgoed. We bestendigen de lijn van de afgelopen jaren, waarin steeds zo’n 70% van de woningbouw in Brabant op binnenstedelijke locaties en in leegstaand kantoor-, winkel en ander vastgoed is gerealiseerd.

Realiseren van vitale en toekomstbestendige werklocaties

Hoogwaardige en toekomstbestendige werklocaties dragen bij aan de verdere economische ontwikkeling van Brabant. Zij bevorderen innovatie door ruimte te geven aan bestaande (en toekomstige) ketens van samenwerkende bedrijven. Daarbij zijn campussen van belang, maar ook de “traditionele” bedrijventerreinen of de binnenstad, ieder met eigen kwaliteiten. Hoogwaardige en toekomstbestendige werklocaties dragen bij aan het realiseren van de doelen voor 2030 uit het klimaatakkoord. De Brabantse economie (met zijn focus op o.a. logistiek, chemie, agrofood en maakindustrie) is een materiaal- en energie-intensieve economie. Juist daar liggen grote kansen (grote oogst) om onze duurzaamheidsdoelstellingen te halen, maar ook om de economie toekomstbestendig te maken. Wij staan hierbij een gebiedsgerichte en integrale aanpak voor. Daarbij wordt ingezet om gelijktijdig doelen voor energiebesparing, duurzame opwekking, klimaatadaptatie, circulaire economie, gezondheid en biodiversiteit/natuur te behalen. Bijzonder aandachtspunt vormt de ontwikkeling van de detailhandel, waarbij – versterkt door Corona – de leegstand in de (stads)centra volgens verwachting zal toenemen. Dit krijgt aandacht in de transformatieopgaven.

Indicatoren:

  • Ontwikkeling van werklocaties

Vraaggerichte ontwikkeling van hoogwaardige en toekomstbestendige werklocaties vanuit de regionale afspraken en samenwerking. Hiertoe maken wij met de vier regio’s plannings- en programmeringsafspraken

  • Verduurzamen van werklocaties

10 bedrijventerreinen, waar maatregelen zijn genomen betreffende de energietransitie en klimaatadaptatie (grote “oogst”)

Beleidskaders en uitvoeringsagenda's

Verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:

Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Ontwikkelingen en onzekerheden

Veel prestaties worden geleverd in samenwerking met externe partners. Ook wordt steeds meer ‘van buiten naar binnen’ gewerkt: het initiatief van externe partners wordt gekoppeld aan de maatschappelijk opgaven van de Provincie. Dit biedt kansen, maar creëert in sommige gevallen ook afhankelijkheid als het gaat om het daadwerkelijk realiseren van prestaties. Door de Corona-crisis en de Stikstof-crisis worden de beoogde prestaties en de uitvoering van geplande werkzaamheden op gewijzigde manieren opgepakt. Bijvoorbeeld meer digitale participatieprocessen. Dit vergt flexibiliteit in nieuwe manieren van werken en het ontwikkelen van nieuwe samenwerkingspatronen.

Wat mag het kosten?

Financiële toelichting (op de verschillen tussen de ramingen 2021 en 2020).
De hogere programmatische lasten in 2021 betreffen voornamelijk de uitgaven ten aanzien van project Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (€ 20,6 mln in 2021 t.o.v. € 8,5 mln in 2020).

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Lasten
Programma lasten 3.756 16.053 27.362 11.131 5.115 3.647
Organisatiekosten 7.120 7.641 5.931 0 0 0
totaal lasten 10.876 23.694 33.293 11.131 5.115 3.647
Baten
totaal baten 1.674 0 520 0 0 0
saldo baten en lasten -9.202 -23.694 -32.773 -11.131 -5.115 -3.647