Meer
Publicatiedatum: 29-10-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Financiering, treasury

Inleiding

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de daaraan verbonden risico’s.

Beleidskaders

De uitvoering van het treasurybeleid wordt, naast de door de rijksoverheid vastgestelde wet– en regelgeving, zoals:

Bepaald door:

De financiële resultaten van treasury komen in de begroting tot uitdrukking bij het algemeen financieel beleid in het onderdeel algemene dekkingsmiddelen.
Bij alle voorbereidingen en besluiten rond treasury worden Gedeputeerde Staten ondersteund door een adviescommissie: Het Treasury Committee (TC). In het Treasury Committee heeft – naast twee GS–leden en ambtelijke vertegenwoordigers – ook een partner van bureau Zanders zitting. Bovendien neemt de accountant, vanuit zijn opdracht vanuit Provinciale Staten (PS), deel aan de besprekingen van de TC. Maar hij is geen formeel lid.

 

Wat willen we bereiken?

De doelstellingen van treasury richten zich op:

  • Optimaliseren van rendementen;
  • Beheersing van risico’s;
  • Minimaliseren van kosten;
  • Toegang tot vermogensmarkten;
  • Inzicht bieden in de ontwikkeling van het EMU-saldo.

 

Wat gaan we daarvoor doen?

Treasury-beheer

Rentebaten en -resultaat
Optimaliseren van de rendementen

Het vermogen van de provincie is ondergebracht in twee portefeuilles: de Immunisatieportefeuille en de Investeringsagenda portefeuille. De Immunisatieportefeuille is gericht op het op lange termijn behalen van een rendement ten behoeve van de algemene begroting van de provincie. De Investeringsagenda portefeuille is gericht op het realiseren van de specifiek hiervoor opgestelde investeringsagenda.


De middelen in de investeringsagenda zijn oorspronkelijk belegd op basis van het uitgangspunt dat deze in een periode van 15 jaar worden ingezet. Inmiddels is het doel, een kapitaal van € 1 miljard, om in te zetten voor de Brabantse burgers en bedrijven, gehaald. Het overtollige rendement van de investeringsagenda wordt met ingang van 2020 toegerekend aan de rendementen van immunisatieportefeuille en komt zo ten goede aan de ‘buffer’ in de dividend – en rentereserve.
Op basis van de lange termijn liquiditeitsprognose wordt een beleggingsmix (beleggingscategorieën in hoofdlijnen) opgesteld. Uitgangspunt is minimalisatie van de risico’s door voldoende kwaliteit en spreiding van partijen en door looptijden af te stemmen op de liquiditeitsbehoefte. Dit alles binnen de kaders van de wet Fido en de Ruddo en onze eigen Verordening treasury. Conform de wet Fido is de provincie verplicht haar overtollige middelen onder te brengen bij de “Schatkist” (Verplicht Schatkistbankieren). Dat wil zeggen dat het agentschap van het ministerie van Financiën de gelden bewaart, maar dat de provincie de volledige zeggenschap behoudt. De provincie krijgt hierover sinds 1 april 2015 geen rentevergoeding. Destijds was dit een nadeel, omdat het Rijk een veel lagere rente vergoedde dan de markt. Inmiddels is het al enige jaren een voordeel, omdat we geen rente hoeven te betalen (minimaal 0%), terwijl de markt rente berekent over tegoeden. De korte en middellange termijn rente (Euro Interest Rate SWAP, IRS, tot en met 50 jaar is negatief) zijn zo laag, dat het uitlenen van geld aan decentrale overheden niet aantrekkelijk is.

De verwachting (van deskundigen) is dat de rente in 2021 en ook de jaren daarna vooralsnog niet gaat stijgen.
Sinds enige jaren is duidelijk dat de oorspronkelijke doelstelling van een opbrengst uit de beleggingen van de Immunisatieportefeuille van minimaal € 122,5 miljoen ter dekking van de uitgaven in de begroting en meerjarenraming, niet meer houdbaar is. Daarom is bij het bestuursakkoord 2020 – 2023 afgesproken dat in 2020 en 2021 maatregelen worden genomen om richting 2030 ons rendement te verhogen of uitgaven te verminderen.

In de aanpak naar een structureel begrotingsevenwicht (zie perspectiefnota 2020 en Treasury Jaarplan 2020) zijn enkele vragen gedefinieerd die beantwoord moeten worden. Voor Treasury zijn deze vragen:

1a. Welk rendement is redelijkerwijs te behalen met het huidige immunisatievermogen?
We geven inzicht in een aantal scenario’s, inclusief bijbehorende bandbreedtes. We laten daarbij ook zien hoe het rendement en de scenario’s zich in periode 2020 – 2030 ontwikkelen.

1b. Wat zijn reële alternatieven om het rendement te verbeteren op de (middel)lange termijn, al dan niet in combinatie met het bereiken van de gestelde beleidsdoelen?
Hierbij verkennen we de ruimte die wij als provincie kunnen nemen om het (maatschappelijke) rendement te verbeteren en brengen we de risico’s daarvan in beeld. We brengen onder meer in beeld welke rollen de provincie kan vervullen, wie de te betrekken partners zijn en leggen verbindingen met relevante beleidsvelden. Tevens definiëren we de organisatorische randvoorwaarden (tijd, capaciteit en budget) die nodig zijn om meer rendement te kunnen realiseren.

Hierbij hanteren we drie uitgangspunten:

  • Het immunisatievermogen dient eeuwigdurend in stand te blijven (€ 2,342 miljard);
  • Inkomsten worden voorzichtig geraamd; en
  • Er wordt een afbouwscenario gehanteerd richting het ‘nieuwe normaal’ in 2030.

De definitieve beantwoording leggen we bij de perspectiefnota 2021 aan PS voor en worden verwerkt in de begroting 2023.

De belangrijkste opgave om het rendement op het vermogen te verbeteren is om de middelen in te zetten voor onze eigen beleidsdoelen. Welke reële alternatieven zijn er om ons vermogen op in te zetten en om daarmee een hoger rendement te halen. Hier zijn we al geruime tijd mee bezig, maar deze trajecten kosten vaak veel tijd.
Tot en met medio 2020 is € 1,34 miljard geleend aan de decentrale overheden (gemeenten en waterschappen). Aan de BNG Bank en de NWB Bank zijn voor € 200 miljoen leningen verstrekt, gunstig en met weinig risico, die in de komende 5 jaar kunnen worden afgelost. In juli 2020 is de nieuwe converteerbare aandeelhouderslening € 154 miljoen met Enexis afgesloten tegen 2,15%.

 

We denken hierbij nu aan investeringen in:

  • Duurzame landbouwgrond
  • Energietransitie
  • Stedelijke ontwikkeling
  • Digitalisering


De huidige inkomstenstroom is voor 2021 - 2025 als volgt geprognosticeerd:

 

Het voordeel van de toegerekende en niet gemaakte rentekosten ontstaat omdat de provincie geen leningen hoeft aan te trekken en dus geen rente hoeft te betalen voor de geraamde financieringskosten. De financieringskosten worden normaal gesproken toegerekend aan de investeringen die op de balans worden geactiveerd, zoals grond en wegen. Nu bestaan de kosten dus alleen uit afschrijvingen, wat dus een besparing oplevert.


In 2021 wordt er een tekort geraamd van € 13,4 miljoen. Hier is dan al rekening gehouden met “niet gemaakte rentekosten” van € 16,2 miljoen. Het verwachte tekort op de begrote inkomsten van € 122,5 miljoen kan vanaf 2021 opgevangen worden door de dividend – en rentereserve die gevoed is met incidentele en meeropbrengsten tot en met 2020 Het saldo van deze buffer zal naar verwachting eind 2020 zijn opgelopen tot € 207,2 miljoen. Indien de rente niet wijzigt en het dividend van Enexis vanaf 2022 wordt gehalveerd, dan is de buffer onvoldoende groot om de tekorten af te dekken tot 2030. Daarom is er bij het bestuursakkoord 2020 – 2023 voor gekozen om stapsgewijs ombuigingen te realiseren tot € 30 miljoen structureel vanaf 2025.

Bovendien zetten we, conform het Bestuursakkoord “Samen, Slagvaardig en Slim: Ons Brabant”, in op een verbrede inzet van de immunisatieportefeuille voor maatschappelijke doeleinden. Mogelijk dat we onze randvoorwaarden daarvoor moeten aanpassen. In dat geval zal dat aan Provinciale Staten worden voorgelegd ter besluitvorming. De huidige voorwaarden zijn duidelijk: nul procent risico en een rendement dat groter is dan dat bij de schatkist van het Rijk. Het belang van het in standhouden van het kapitaal en het genereren van toekomstig rendement uit de immunisatieportefeuille is hierbij een randvoorwaarde.
Daarnaast zijn de volgende afspraken hierover eerder met PS gemaakt:

  • staatssteunproof;
  • voldoende risicospreiding;
  • gemaximeerd tot 25% van de totale portefeuille;
  • betrokkenheid PS bij ieder voorstel via de “wensen en bedenkingen”–procedure.

 

Toegang tot Vermogensmarkten
Door Verplicht Schatkistbankieren voor de provincie is het belang van de toegang tot vermogensmarkten weliswaar veranderd, maar nog steeds essentieel voor het uitzetten van middelen aan decentrale overheden en voor het beheer van de obligatieportefeuilles.
In 2021 zal er voor het eerst gebruik moeten worden gemaakt van de opgebouwde buffer. Het totale verwachte rendement bedraagt in 2021 € 109,1 miljoen. Dat is € 7,1 miljoen minder dan geraamd bij de begroting 2020. Dat wordt veroorzaakt door de lage herbeleggingsrente en de verlaging van het dividend van Enexis. Daar staat tegenover dat de switches die in 2020 zijn gerealiseerd en de aandeelhouderslening aan Enexis van € 154 miljoen tegen 2,15% een positief effect hebben. Ook zijn er drie leningen (totaal € 75 miljoen) verstrekt aan decentrale overheden. In 2021 zullen we naar verwachting € 13,4 miljoen moeten onttrekken uit de “buffer”.

 

Risicobeheer
Beheersing van de risico’s
Het Treasury Statuut geeft de risico’s aan die intern beheerst moeten worden: markt– (waaronder rente– en valutarisico), krediet– en liquiditeitsrisico’s. Voor elk risico geven we aan hoe de provincie hiermee omgaat.

 

Wettelijke verplichtingen (wet Fido)

Wat is het

Consequentie 2021

Kasgeldlimiet – kortlopende schulden

De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat de provincie maximaal als gemiddelde netto–vlottende schuld per kwartaal mag hebben. Voor de provincies is dat vastgesteld op 7,0% van de jaarlijkse begroting. Dat is ongeveer € 78,2 mln.

De afgelopen jaren hebben wij ruimschoots voldaan aan deze limiet en dat zal in 2021 ook het geval zijn.

Renterisiconorm – langlopende schulden

Het renterisico op langlopende schulden mag de wettelijke renterisiconorm niet overschrijden. De grondslag van de renterisiconorm is het begrotingstotaal en vastgesteld op 20%. Dat is ongeveer €  223 mln.

Deze norm is in 2021 niet relevant voor de provincie aangezien er geen opgenomen geldleningen zijn.

Overige risico's

Wat is het

Consequentie 2021

Valutarisico

Ontstaat door schommelingen in wisselkoersen.

Geen, omdat er alleen middelen worden uitgezet en belegd in euro’s.

Kredietrisico’s

Risico op terugbetaling van beleggingen en/of rentebetalingen. Dit risico wordt beperkt door alleen te beleggen in vastrentende waarden van financiële ondernemingen met minimaal AA-minus rating.

In juni 2017 is door PS de ratingeis verlaagd naar minimaal AA-minus. Hierdoor voldoen alle beleggingen in de beleggingsportefeuilles aan de ratingeis. Ook in 2021 zullen de beleggingen continu worden gemonitord en indien nodig wordt actie ondernomen om de risico’s te mitigeren.

In 2021 zullen ook beleggingen worden gedaan met een maatschappelijk doel in het kader van “Vermogen voor Brabant”.

Liquiditeitsrisico’s

Het kunnen voldoen van de facturen en andere betalingsverplichtingen

De aanwezige liquide middelen worden afgestemd op de verwachte ontvangsten en uitgaven met diverse liquiditeitsplanningen. In verband met de huidige en verwachte lage rendementen via Verplicht Schatkistbankieren geldt dat wij in 2021 de buffer liquide middelen zo klein mogelijk willen houden, maar wel aan onze verplichtingen kunnen blijven voldoen.

Renterisico

Het risico op wijziging (verhoging) van de variabele rente die betaald moet worden.

De renteswap voor het project PPS A59 wordt per 1 januari 2021 beëindigd. De contractuele termijnen van de overeenkomsten inzake de PPS A59 zijn eind 2020 afgelopen. Het gebruik van een renteswap ter beperking van financiële risico’s past binnen de voorwaarden van het Treasurystatuut. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft met deze werkwijze ingestemd.
Jaarlijks wordt de marktontwikkeling gemonitord.

 

Minimaliseren van de kosten
Voor het beheer van de obligatieportefeuilles is sinds eind 2016 ASR-vermogensbeheer verantwoordelijk. BNP Paribas is al geruime tijd geleden als bewaarbank aangesteld. De beleggingen zijn gesplitst in een immunisatieportefeuille en een investeringsagendaportefeuille. De boekwaarden van beide portefeuilles bedragen begin 2021 naar schatting respectievelijk € 2,3 miljard en € 441 miljoen. Het bedrag dat wij belegd hebben t.b.v. de immunisatieportefeuille is hoger, omdat wij ook de middelen van de dividend- en rentereserve en overtollige middelen belegd hebben. Aan het beheer en bewaren van dit vermogen zijn kosten verbonden. Voor 2021 ramen wij de kosten op ongeveer € 235.000 per jaar. Door verkoop en vrijval van obligaties zullen deze kosten in de komende jaren geleidelijk afnemen. Het is wettelijk namelijk niet meer toegestaan om te beleggen in obligaties of om de bestaande obligaties te switchen naar een langere looptijd. Wel om te switchen naar dezelfde of kortere looptijd, zoals nu in de praktijk ook gebeurt.

 

Rente toerekening
EMU–saldo
Het EMU–saldo voor 2021 bedraagt op basis van de begrotingscijfers 2021 -/- € 349,7 miljoen (zie bijlage 14). Bij de begroting 2020 was de inschatting (o.b.v. de meerjarenraming) dat het EMU–saldo in 2021 -/- € 193,2 miljoen (negatief) zou bedragen.

 

Renteschema

De commissie BBV adviseert het onderstaand renteschema in de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.

 

Renteschema  
a.  De externe rentelasten over de korte en lange financiering   € 0
b.  De externe rentebaten   -/- € 40.215.256
Totaal door te rekenen externe rente   -/- € 40.215.256
       
c. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -/- € 0  
c. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- € 0  
      -/- € 0
Saldo door te rekenen externe rente   -/- € 40.215.256
       
d1.  Rente over eigen vermogen   € 0
d2. rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)   € 0
      -/- € 40.215.256
De aan taakvelden (programma's, inclusief obverzicht overhead) toe te rekenen rente   € 0
e.  De werkelijke taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (Rentomslag)   -/- € 0
       
f.  Renteresultaat op het taakveld treasury   -/- € 40.215.256