Provinciale heffingen

Inleiding

Eén van de inkomstenbronnen van de provincie betreft de provinciale heffingen. Deze bestaan uit: 

  • de heffing opcenten op de motorrijtuigenbelasting; 
  • de Grondwaterheffing en de Nazorgheffing in het kader van de Leemtewet; 
  • diverse leges. 

De opcentenheffing op de motorrijtuigenbelasting genereert de hoogste inkomst (€ 282,1 mln. in 2023). 

De provincie kent geen kwijtscheldingsbeleid voor provinciale heffingen. 

Beleidskaders

  • Grondwaterheffingsverordening
  • Verordening Nazorgheffing Noord-Brabant
  • Legesverordening Provincie Noord-Brabant

Heffing opcenten motorrijtuigenbelasting

Op grond van artikel 222 van de Provinciewet worden provinciale opcenten geheven. Door het Rijk wordt elk jaar het maximumniveau van de opcentenheffing vastgesteld. De datum waarop provincies hun opcenten kunnen wijzigen is met ingang van 1 januari van enig jaar. Op basis van de belastingcapaciteit per 1-1-2022 (omvang wagenpark in aantallen en gewicht) wordt in 2023 rekening gehouden met een opbrengst van € 282,1 miljoen.

Provinciale lastendruk m.b.t. opcenten motorrijtuigenbelasting
Het door het Rijk vastgestelde maximale opcententarief is per 1 januari 2023 wettelijk bepaald op 125,8 opcenten. Het maximale tarief 2022 is, rekening houdend met de indexering, bepaald op 118,4. In de heffingsverordening opcenten MRB is voor 2022 het tarief vastgesteld op 79,6 opcenten (PS 55/21). Bij de begroting 2023 wordt voorgesteld het tarief vast te stellen op 80,8 opcenten. In onderstaande tabel is een vergelijking opgenomen van de vastgestelde en voorgenomen opcententarieven van alle provincies.

In de rangorde van opcentenheffing van hoog naar laag komt de provincie Noord-Brabant uit op een achtste plaats. In 2022 blijft de lastendruk m.b.t. de opcenten op de motorrijtuigenbelasting in relatieve zin onder het landelijk gemiddelde. Naar verwachting geldt dit ook voor 2023. De onbenutte belastingcapaciteit voor Noord-Brabant bedraagt in 2023, uitgaande van het wettelijk maximum voor het jaar 2023, 45,0 punten (125,8-/-80,8). Eén punt verhoging komt in 2023 overeen met € 3,49 mln. extra opbrengsten. De onbenutte belastingcapaciteit komt daarmee uit op ca. € 157,1 mln. (45,0 x € 3,49 mln.).

Er is een relatie tussen de opcentenheffing (omvang wagenpark in aantallen en gewicht) en de algemene uitkering uit het Provinciefonds. In het verdeelmodel van het fonds telt de belastingcapaciteit (tegen een algemeen rekentarief) mee als een (negatieve) inkomstenmaatstaf. Anders gezegd: een relatief grotere belastingcapaciteit (zoals in Noord-Brabant) leidt tot een naar verhouding lagere provinciefondsuitkering.

 

Voorgenomen tarief per 1 jan 2023 vastgesteld tarief per 1 jan 2022 stijging t.o.v. 2022 Percentage onbenutte belastingcapaciteit
Groningen 95,7 94,5 1,30% 24,00%
Zuid Holland* 95,7 91,8 4,20% 24,00%
Gelderland 93 90,6 2,60% 26,10%
Drenthe 92 92 0,00% 26,90%
Fryslân 87 87 0,00% 30,90%
Zeeland 82,3 82,3 2,60% 33,00%
Flevoland 82,2 82,2 0,00% 34,70%
Noord Brabant 80,8 79,6 1,50% 35,80%
Limburg 80,7 79,1 2,00% 35,90%
Overijssel 79,9 79,9 0,00% 36,50%
Utrecht 79,4 77,5 2,50% 36,90%
Noord Holland 67,9 67,9 0,00% 46,10%
gemiddeld tarief 84,7 83,7 1,40%
Maximaal tarief 125,8 118,4 6,30%
* Ambtelijk voorstel

Grondwaterheffing

De grondwaterheffing wordt geheven over de hoeveelheid onttrokken grondwater. De bestedingsmogelijkheden van de heffing zijn limitatief in de Grondwaterwet opgenomen, namelijk kosten van onderzoek, metingen en schadevergoedingen in verband met de onttrekking van grondwater. De financiële verantwoording verloopt via de voorziening grondwaterheffing. Voor 2023 zijn de inkomsten grondwaterheffing geraamd op € 3,8 mln. De heffing vindt plaats op grond van de Verordening Grondwaterheffing die voor het laatst is gewijzigd op 24 juni 2022 (PS 33/22). De baten uit de grondwaterheffing zijn in de begroting 2023 opgenomen bij programma Water en bodem. 

Nazorgheffing

Nazorgheffing in het kader van de Nazorgregeling Wet Milieubeheer 

Op grond van de Wet milieubeheer is de provincie verantwoordelijk voor de nazorg van alle stortplaatsen waar na de peildatum 1 september 1996 nog afval is/wordt gestort. Om het eeuwigdurend milieu hygiënisch beheer door de Provincie van deze stortplaatsen te verzekeren is, conform de wettelijke regeling, een Nazorgfonds (een aparte rechtspersoon) ingesteld. 

De exploitant van een stortplaats die onder deze wettelijke regeling valt, moet een nazorgplan opstellen en dat voorleggen aan de provincie. Op basis van het nazorgplan wordt een doelvermogen bepaald. Om het doelvermogen op te bouwen wordt aan de stortplaatsbeheerder een heffing opgelegd die in het fonds wordt gestort. Hiermee is in april 2000 een start gemaakt. 

De heffing vindt plaats op grond van de vastgestelde verordening Nazorgheffing Noord-Brabant die door Provinciale Staten voor het laatst is gewijzigd op 25 februari 2011 (Statenvoorstel 86/11). 

Op grond van de Wet milieubeheer is de opbrengst van de nazorgheffing uitsluitend bestemd voor de uitvoering van de nazorg van gesloten stortplaatsen. 

De provincie fungeert als ontvanger voor het Nazorgfonds. De gelden worden belegd in externe fondsen, conform het door het Algemeen bestuur van het Nazorgfonds vastgestelde beleggingsstatuut. De beleggingsresultaten worden tot aan het moment van feitelijke sluiting van de stortplaats verrekend met de door de exploitanten te betalen heffingen. Het Nazorgfonds heeft een eigen begroting en jaarrekening die door het Algemeen bestuur van het fonds worden vastgesteld. 

Op dit moment zijn er in Brabant negen stortplaatsen, waarvan één baggerspeciedepot, waarop de wettelijke regeling van toepassing is: 

  1. De Kragge, Bergen op Zoom 
  2. Gulbergen, Nuenen 
  3. Spinder, Tilburg 
  4. Meerendonk, ‘s-Hertogenbosch 
  5. Zevenbergen 
  6. Haps 
  7. Vlagheide, Schijndel 
  8. Nyrstar, Budel 
  9. Baggerdepot Dintelsas 

  

In 2014 is een definitieve afrekening gemaakt voor de stortplaatsen Nyrstar en Dintelsas. Deze zijn toen gesloten. De provincie voert daar de nazorg uit en draagt ook het financieel risico. Voor wat betreft de overige, nog niet gesloten, stortplaatsen zijn de nazorgheffingen gestort in het Nazorgfonds en is er voldoende zekerstelling aanwezig. Bij sluiting zal op basis van een definitief nazorgplan een definitieve afrekening worden opgemaakt. 

Provinciale Staten zijn op 11 juni 2019 geïnformeerd over de uitvoering van de Asset Liability Management (ALM) studie Nazorgfonds voor de stortplaatsen in de Provincie Noord-Brabant. Omdat er mogelijk kansrijke opties zijn die de kosten van de nazorg in de toekomst zouden kunnen beperken, hebben de provincie en de vergunninghouders een overeenkomst gesloten om hier de komende vier jaren, in aanloop naar de nieuwe ALM studie, diepgaand onderzoek naar te doen. Onderdeel van deze overeenkomst is dat, zo lang het onderzoek loopt, de vergunninghouders de stortplaatsen nog niet voor de eeuwigdurende nazorg overdragen aan de provincie en dus zelf risicodragend blijven. Tegelijkertijd handhaaft de provincie, zolang de vergunninghouders deel blijven nemen aan het onderzoek, de rekenrente op het bestaande niveau. Dit uitstel geeft exploitanten de tijd om samen met de provincie te kijken naar ontwikkelingen die mogelijk kunnen bijdragen aan een verlaging van het benodigde doelvermogen. Ook kan onderzocht worden of op de stortplaatsen nieuwe inkomsten te genereren zijn, bijvoorbeeld door het vestigen van een zonnepark. Na het sluiten van de hierboven bedoelde overeenkomst hebben wij meermalen overleg gevoerd met de vergunninghouders. Hieruit is gebleken dat het onderbouwen van aanwezige haalbare alternatieven voor lagere doelvermogens meer tijd vraagt dan in de overeenkomst van juni 2019 is afgesproken. 

Provinciale Staten zijn hierover laatstelijk geïnformeerd op 14 december 2021. 

Inmiddels is het vervolg op de ALM studie van 2019 gestart met het aanstellen van een onafhankelijke Proces Manager en een bestuurlijk akkoord op het plan van aanpak. 

Inmiddels zijn diverse werkgroepen, een ambtelijke stuurgroep en het Bestuurlijke Overleg onder begeleiding van de onafhankelijk procesmanager aan de slag.  

Een nieuwe overeenkomst 2022 moet nog vastgesteld worden. Voor 2023 staat een nieuwe ALM studie gepland. 

Omgevingswet

Op basis van de huidige besluitvorming gaat de Omgevingswet van start per 1 januari 2023 Vanaf dat moment is ook een nieuwe legesverordening aan de orde. Veel zal hetzelfde zijn, maar er zijn ook verschillen. De grootste wijziging is de invoering van legesheffing op milieubelastende activiteiten (milieuleges). Bij de Wabo komen er enkele categorieën van de vergunningen bij. 

Waar de Omgevingswet op de onderstaande wetten een effect heeft op de legestarieven, wordt dit per onderstaande wet aangegeven onder de subkop ‘Omgevingswet’.  

De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de indexering die de omgevingsdiensten doorvoeren in hun uurtarieven. Zij voeren de vergunningtaken voor de provincie uit. De indexering verschilt per omgevingsdienst enigszins, waardoor de indexatie ook enigszins kan verschillen. 

Waar sprake is van opvallende, grotere afwijkingen ten opzichte van 2022 worden deze beknopt toegelicht.  

Artikelnummers kunnen mogelijk nog wijzigen. Via het aanbieden van de legesverordening en legestabel 2023 zullen de artikelen ook juridisch correct worden omschreven. 

Leges omgevingswet, onderdeel Water (voormalig Waterwet)

Omgevingswet 

Het in werking treden van de Omgevingswet heeft geen effect op de hieronder genoemde tarieven.  

Onderdeel Aantal begroot 2023 Tarief 2022 Tarief 2023 Mutatie % Opbrengst begroot 2023
Open bodemenergiesystemen
2.4.2.1 t/m 200.000 m3 13 € 5.517 € 5.638 2,2% € 73.288
2.4.2.1a 200.001 t/m 500.000 m3 10 € 6.820 € 7.380 8,2% € 73.800
2.4.2.1b meer dan 500.000 m3 2 € 9.027 € 9.225 2,2% € 18.450
Drinkwater & industriële toepassingen
2.4.1a t/m 500.000 m3 0 € 4.213 € 4.305 2,2% € -
2.4.1b1 500.001 t/m 1.000.000 m3 1 € 8.425 € 8.610 2,2% € 8.610
2.4.1b2 meer dan 1.000.000 m3 0 € 28.084 € 28.700 2,2% € -
Totaal leges Omgevingswet, onderdeel Water 26 € 174.148
Bij één categorie (2.4.2.1a) blijkt de feitelijke urenbesteding hoger dan eerder begroot. De legestabel 2023 is hierop aangepast.
Toelichting kostendekkend legestarief Begroting 2023
Netto kosten taakveld € 174.148
Opbrengst heffingen € 174.148
Dekking (opbrengst/kosten) 100%

Leges Omgevingswet (voorheen Ontgrondingenwet)

Omgevingswet 

Het in werking treden van de Omgevingswet heeft geen effect op de hieronder genoemde tarieven.  

Onderdeel Aantal begroot 2023 Tarief 2022 Tarief 2023 Mutatie % Opbrengst begroot 2023
2.5.1.1a t/m 10.000 m3 16 € 4.188 € 4.278 2,2% € 68.454
2.5.1.1b 10.001 m3 t/m 25.000 m3 5 € 6.596 € 6.738 2,2% € 33.692
2.5.1.1c 25.001 m3 t/m 50.000 m3 4 € 13.191 € 13.477 2,2% € 53.907
2.5.1.1d 50.001 m3 t/m 100.000 m3 3 € 26.382 € 26.954 2,2% € 80.861
2.5.1.1e 100.001 m3 t/m 500.000 m3 1 € 39.678 € 40.538 2,2% € 40.538
2.5.1.1f meer dan 500.000 m3 1 € 63.862 € 65.245 2,2% € 65.245
2.5.1.2 Wijzigen of verlengen vergunning 3 € 4.188 € 4.278 2,2% € 12.835
2.5.1.3 Wijzigen vergunning met extra hoeveelheid specie 0 € - € - € -
2.5.1.4 Intrekken vergunning 1 € 4.083 € 4.171 2,2% € 4.171
2.5.1.5 Cultuurtechnische verbetering zonder specieafvoer 1 € 4.083 € 4.171 2,2% € 4.171
2.5.1.6 Natuurprojecten zonder specieafvoer 0 € 4.083 € 4.171 2,2% € -
Totaal leges Omgevingswet, onderdeel ontgrondingen 35 € 363.875
De legestarieven stijgen gelijk aan de indexering van de tarieven van de omgevingsdiensten.
Toelichting kostendekkend legestarief Begroting 2023
Netto kosten taakveld € 363.875
Opbrengst heffingen € 363.875
Dekking (opbrengst/kosten) 100%

Leges Omgevingswet (voorheen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Wabo)

Omgevingswet 

De Omgevingswet heeft geen effect op de onderstaande tarieven. Wel komen er enkele categorieën bij vanaf het in werking treden van de Omgevingswet. Deze zijn schuin gedrukt in onderstaande tabel. Oorspronkelijk was voorzien dat de Omgevingswet in werking zou treden op 1 juli 2022. Deze werd echter uitgesteld. 

Onderdeel Aantal begroot 2023 Tarief 2022 Tarief 2023 Mutatie % Opbrengst begroot 2023
2.2.1 Een verzoek om beoordeling van een omgevingsplanactiviteit die alleen betrekking heeft op een bouwactiviteit: 0 € 660 € 671 € -
2.2.2.1a Bouwkosten lager dan € 20.000 32 € 2.119 € 2.155 1,7% € 68.955
2.2.2.1b Bouwkosten tussen €20.000 en € 50.000 20 € 2.697 € 2.743 1,7% € 57.789
2.2.2.1c Bouwkosten tussen €50.000 en € 100.000 15 € 3.275 € 3.330 1,7% € 58.034
2.2.2.1d Bouwkosten tussen €100.000 en € 400.000 15 € 5.393 € 5.485 1,7% € 101.008
2.2.2.1e Bouwkosten tussen €400.000 en € 1.000.000 9 € 10.305 € 10.480 1,7% € 118.124
2.2.2.1f Bouwkosten tussen € 1 mln. en € 5 mln. 6 € 20.706 € 21.059 1,7% € 153.532
2.2.2.1g Bouwkosten tussen € 5 mln. en € 25 mln. 4 € 38.524 € 39.179 1,7% € 184.141
2.2.2.1h Bouwkosten meer dan € 25 mln. 0 € 65.490 € 66.604 1,7% € -
2.2.2.2 Beoordelen bodemrapport 10 € 193 € 196 1,7% € 1.959
2.2.2.3 Beoordelen advies agrarische adviescommissie 0 € 597 € 608 1,7% € -
2.2.2.4 Toetsing ontheffing i.h.k.v. exploitatieplan 0 € 385 € 392 1,7% € -
2.2.3 en 2.2.4 a t/m d Binnenplanse ontheffing grond & bouw 17 € 578 € 588 1,7% € 9.991
2.2.5 a/c Slopen / wijzigen beschermd monument 0 € 3.012 € 3.063 1,7% € -
2.2.5 b/d Slopen beschermd stads & dorpsgezicht 0 € 1.541 € 1.567 1,7% € -
2.2.6 Slopen 0 € 1.541 € 1.567 1,7% € -
2.2.7 Kappen 11 € 482 € 490 1,7% € 5.387
2.2.8 a/b Handelsreclame 0 € 578 € 588 1,7% € -
2.8.1 Andere activiteiten 0 € 674 € 686 1,7% € -
2.2.12 Gelijkwaardige maatregel bouwactiviteiten 0 € 1.760 € 1.790 1,7% € -
2.2.13 Verlengen tijdelijke vergunning bouwactiviteit 0 € 880 € 895 1,7% € -
Subtotaal leges Omgevingswet (voorheen Wabo) 139 € 758.919
Onderdeel Aantal begroot 2023 Tarief 2022 Tarief 2023 Mutatie % Opbrengst begroot 2023
2.2.9 Vergunningverlening aanhaken Omgevingsvergunning aanhaken Wnb, N2000 (PNB bevoegd gezag) 9 € 2.641 € 2.725 3,2% € 24.526
2.2.10 Omgevingsvergunning aanhaken OW (Wnb), FF-activiteiten (PNB bevoegd gezag) 10 € 5.289 € 5.459 3,2% € 54.587
Subtotaal Adviezen met Instemming (Ami) 19 € 79.112
Totaal leges Omgevingswet (voorheen Wabo, incl. Ami) 158 € 838.031
De legestarieven stijgen gelijk aan de indexering van de tarieven van de omgevingsdiensten.
Toelichting kostendekkend legestarief Begroting 2023
Netto kosten taakveld € 838.031
Opbrengst heffingen € 838.031
Dekking (opbrengst/kosten) 100%

Omgevingswet (voormalig Wet Natuurbescherming)

Het onderdeel ‘vergunningverlening gebiedsbescherming intern salderen (positieve weigering)’ vervalt in 2023, omdat deze qua kengetal vergelijkbaar blijkt te zijn met het onderdeel 'vergunningverlening gebiedsbescherming uitgebreide procedure'. De (gedeeltelijke) intrekking van een vergunning in het kader van gebiedsbescherming blijkt in de praktijk niet een eenvoudige procedure maar is complexer doordat aan diverse kaders moet worden getoetst.  

Ook het advies met instemming – dat aan gemeenten wordt doorbelast – kost meer tijd dan eerder ingeschat.  

De kentallen voor ontheffingsverleningen soortenbescherming zijn geactualiseerd, waarbij ontheffingsverleningen voor gebiedsgerichte aanpak natuur (GAN) en voor windmolens zijn afgezonderd, omdat de tijdsbesteding daaraan significant hoger ligt. 

De toenemende complexiteit rondom de uitvoering Wnb gebiedsbescherming brengt een grote werklast en daarmee kostenpost per vergunning met zich mee. Net als vorig jaar nemen we hierbij uit financiële voorzorg een aframing voor de leges opbrengst gebiedsbescherming op.

 

Omgevingswet 

Het in werking treden van de Omgevingswet heeft geen effect op de ondergenoemde tarieven.  

Onderdeel Aantal begroot 2023 Tarief 2022 Tarief 2023 Mutatie % Opbrengst begroot 2023
2.6.1.1 Vergunningverlening gebiedsbescherming uitgebreide procedure 260 € 5.454 € 5.629 3,2% € 1.463.417
2.6.1.2 Vergunningverlening gebiedsbescherming (gedeeltelijke) intrekking 100 € 1.096 € 2.168 97,8% € 216.757
2.6.1.3 Omzetten PAS-melding naar vergunning 300 € 1.600 € 1.600 0,0% € 480.000
2.6.1.4 Vergunningverlening gebiedsbescherming intern salderen (positieve weigering) € 3.216 € -
2.6.2.1 Ontheffingverlening schadebestrijding, overlastbestrijding en populatiebeheer art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 30 € 2.946 € 3.041 3,2% € 91.219
2.6.2.2 Ontheffingverlening soortenbescherming t.b.v. onderzoek en onderwijs, opvang beschermde dieren art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 10 € 148 € 152 3,2% € 1.525
2.6.2.3 Ontheffingverlening soortenbescherming t.b.v. infrastructurele werken, ruimtelijke ontwikkeling meer dan 50 woningen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 82 € 6.273 € 7.111 13,4% € 583.083
2.6.2.3a Ontheffingverlening soortenbeschering windmolens 5 € 9.340 48,9% € 46.698
2.6.2.3b Ontheffingverlening soortenbescherming GAN 13 € 12.523 99,6% € 162.805
2.6.2.4 Ontheffingverlening soortenbescherming overige aanvragen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 88 € 5.289 € 5.459 3,2% € 480.362
2.6.2.5 Ontheffingverlening soortenbescherming betrekking hebbend op belang één particuliere aanvrager art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 3 € 2.151 € 2.220 3,2% € 6.660
2.6.3.1 Ontheffingverlening compensatie herplantplicht art 4.5: 10 € 1.443 € 1.490 3,2% € 14.895
2.6.3.2 Ontheffingverlening herplantplicht art 4.5: 10 € 1.544 € 1.594 3,2% € 15.935
2.6.3.3 Ontheffing herplanttermijn art 4.5: 8 € 1.060 € 1.093 3,2% € 8.747
2.6.3.4 Ontheffing bedoeld in art. 6.12, derde lid, Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (ontheffing wachttermijn) 8 € 757 € 781 3,2% € 6.249
Subtotaal leges Omgevingswet, onderdeel Natuur 927 € 3.578.352
Aframing Vergunningverlening gebiedsbescherming ivm onzekerheden (50%) € -1.080.087
Leges Omgevingswet, onderdeel Natuur (provincie bevoegd) € 2.498.265
Onderdeel Aantal begroot 2023 Tarief 2022 Tarief 2023 Mutatie % Opbrengst begroot 2023
6.1.1 x Advies met instemming (Ami) 36 € 3.575 € 5.124 43,3% € 184.478
2.6.2.3 Ontheffingverlening soortenbescherming t.b.v. infrastructurele werken, ruimtelijke ontwikkeling meer dan 50 woningen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 3 € 6.273 € 7.111 13,4% € 21.332
2.6.2.3a Ontheffingverlening soortenbeschering windmolens 0 € 9.340 48,9% € -
2.6.2.3b Ontheffingverlening soortenbescherming GAN 0 € 12.523 99,6% € -
2.6.2.4 Ontheffingverlening soortenbescherming overige aanvragen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 10 € 5.289 € 5.459 3,2% € 54.587
2.6.2.5 Ontheffingverlening soortenbescherming betrekking hebbend op belang één particuliere aanvrager art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 2 € 2.151 € 2.220 3,2% € 4.440
Subtotaal Adviezen met Instemming, onderdeel natuur (gemeenten bevoegd) 51 € 264.837
Aframing Vergunningverlening gebiedsbescherming ivm onzekerheden (50%) € -92.239
Totaal Omgevingswet, onderdeel natuur (gemeenten bevoegd) € 172.598
Totaal Wet Natuurbescherming Leges & Ami 978 € 2.670.863
Totaal Wet Natuurbescherming Leges & Ami 978 € 2.670.863
Toelichting kostendekkend legestarief Begroting 2023
Netto kosten taakveld € 2.670.863
Opbrengst heffingen € 2.670.863
Dekking (opbrengst/kosten) 100%

Milieuleges

Met de komst van de Omgevingswet stelt het Rijk de bevoegde gezagen in staat om leges te heffen op Milieuvergunningen. Dit is aan de orde als initiatiefnemers milieubelastende activiteiten gaan ondernemen. Initiatiefnemers zijn hoofdzakelijk grote industriële bedrijven, grootschalige mestverwerkers, - energie opwekkers, verbranders van afvalstoffen, etcetera. Met het heffen van milieuleges wordt aangehaakt op een landelijke lijn om hiertoe over te gaan.  

De VNG-modelverordening heeft hiervoor als basis gediend. Meer informatie vindt U in de Statenmededeling uit 2021 ‘Omgevingswet; heffen milieuleges’.  

Uitgangspunt voor de leges zijn kostendekkende tarieven. De tarieven zijn gebaseerd op een conservatieve inschatting van het aantal uren vermenigvuldigd met het gemiddelde functionele uurtarief. Over de feitelijke uren moeten ervaringsgegevens verzameld worden. De tarieven zullen, net zoals bij de andere tarieven gebeurt, jaarlijks worden geactualiseerd en herijkt wanneer nodig. 

De aanname is dat de kosten en opbrengsten nog niet op 2023 drukken maar dat deze vanaf 2024 plaatsvinden. Dit hangt samen met de overgang van het nieuwe regime, onduidelijkheid over de aantallen en de doorlooptijden voordat de beschikking en facturen worden verstuurd. 

Tarief 2023
Complexe milieubelastende activiteiten
2.3.1a Bedrijfstakoverstijgend 1 mba € 3.300
2.3.1b Bedrijfstakoverstijgend 2-5 mba's € 2.600
2.3.1c Bedrijfstakoverstijgend > 5 mba's € 2.200
2.3.2 Seveso basistarief € 22.000
2.3.2a Seveso hoge drempel € 5.500
2.3.2b Seveso lage drempel € 5.500
2.3.2c Seveso vermeerderd met IPPC-installatie € 5.500
2.3.3a Grootschalige energie opwekking <300MW € 16.500
2.3.3b Grootschalige energie opwkkoing >300MW € 38.500
2.3.4a Raffinaderij capaciteit < 2 mln ton/jr € 27.500
2.3.4b Raffinaderij capaciteit > 2 mln ton/jr € 33.000
2.3.5 Cokes € 27.500
2.3.6a Vergassen/vloeibaar maken steenkool € 33.000
2.3.6b Vergassen/vloeibaar maken niet-steenkool € 27.500
2.3.6c Briketteren/walsen steenkool/bruinkool € 22.000
2.3.6d Maken steenkoolprodcuten / rookvrije brandstoftoffen steenkool € 22.000
2.3.7a Basismetaal; roosteren/sinteren ertsen cat 2.1 € 38.500
2.3.7b Basismetaal; maken ijzer/staal cat 2.2 € 38.500
2.3.7c Basismetaal; exploitatie IPPC anders dan ijzer/staal € 27.500
2.3.7d Basismetaal; verwerken ferrometalen cat 2.3 € 27.500
2.3.7e Basismetaal; verwerken ferrometalen cat. 2.4 € 27.500
2.3.7f Basismetaal; exploiteren anders dan ferrometalen € 22.000
2.3.7g Basismetalen; winnen non-ferrometalen cat. 2.5 € 27.500
2.3.8a Complexe minerale industrie cement, kalk cat. 3.1 € 33.000
2.3.8b Complexe minerale industrie anders dan cat 3.1 € 27.500
2.3.8c Complexe minerale indsustrie asbest, cat 3.2 € 33.000
2.3.8d Complexe minerale indsustrie glas, cat 3.3, IPPC € 33.000
2.3.8e Complexe minerale indsustrie glas, andere mba € 27.500
2.3.8f Complexe minerale indsustrie smelten, cat 3.4, IPPC € 33.000
2.3.8g Complexe minerale industrie smelten, andere mba € 27.500
2.3.8h Complexe minderale industrie; koostof/elektrografiet cat. 6.8 € 33.000
2.3.9a Basischemie cat. 4.1 € 33.000
2.3.9b Basischemie cat. 4.2 € 33.000
2.3.9c Basischemie cat. 4.3 € 33.000
2.3.9d Basischemie cat. 4.4 € 33.000
2.3.9e Basischemie cat. 4.5 € 33.000
2.3.9f Basischemie cat. 4.6 € 33.000
2.3.10a Complexe papier/hout/textielindustrie cat 6.1 € 27.500
2.3.10b Complexe papier/hout/textielindustrie cat 6.2 € 33.000
2.3.11a Afvalbeheer cat 5.1 € 33.000
2.3.11b Afvalbeheer cat 5.3 € 27.500
2.3.11c1 Afvalbeheer cat 5.5 € 27.500
2.3.11c2 Afvalbeheer paragraaf 3.5.6 € 16.500
2.3.11d Afvalbeheer ondergronds afval cat. 5.6 € 27.500
2.3.12 Kadavers/dierlijk afval art 6.5 € 27.500
2.3.13a Stortplaats art 5.4 IPPC € 22.000
2.3.13b Stortplaats andere milieubelastende installatie/stortplaats € 16.500
2.3.13c Stortplaats andere milieubelastende installatie/winningsafvalvoorz. € 16.500
2.3.14 Verbranden afvalstoffen IPPC € 38.500
2.3.15 Grootschalige mestverwerking € 22.000
Onderdeel Tarief 2023
Nutssector en industrie
2.3.16a Omg.verg. mba 1 stuks € 3.300
2.3.16b Omg.verg. mba 2-5 stuks € 2.600
2.3.16c Omg.verg. mba > 5 stuks € 2.200
Afvalbeheer
2.3.17a Omg.verg. mba 1 stuks € 3.300
2.3.17b Omg.verg. mba 2-5 stuks € 2.600
2.3.17c Omg.verg. mba > 5 stuks € 2.200
Agrarische sector
2.3.18a Omg.verg. mba 1 stuks € 3.300
2.3.18b Omg.verg. mba 2-5 stuks € 2.600
2.3.18c Omg.verg. mba > 5 stuks € 2.200
Dienstverlening, onderwijs en zorg
2.3.19 Omg.verg. mba € 3.300
Transport & logistiek
2.3.20a Omg.verg. mba 1 stuks € 3.300
2.3.20b Omg.verg. mba 2-5 stuks € 2.600
2.3.20c Omg.verg. mba > 5 stuks € 2.200
Omgevingsplanactiviteit; milieubelastende activiteiten
2.3.21 Omg.verg. mba € 2.200
Maatwerkvoorschriften mba
2.3.22.1a Maatwerk/vergunningvoorschrift 1 stuks € 2.200
2.3.22.1b Maatwerk/vergunningvoorschrift per extra € 1.100
2.3.23 Wijzigen maatwerkvoroschriften € 2.200
Gelijkwaardige maatregel bij milieubelastende activiteiten
2.3.24.1 Toestemming maatregel art. 4.7 OW € 2.200
Meerdere complexe milieubelastende activiteiten
2.3.25 Meerdere mba's Opslagmethodiek
Uitgebreide voorbereidingsprocedure
2.3.26 Mba afd. 3.2 en 3.4-3.8 BAL € 2.750
Wijzigingen omgevingsvergunningen
2.3.27-28 div. soorten mba's Opslagmethodiek
2.3.30 Wijziging voorschriften omgevingsvergunning € 2.200

Leges Vergunningen/ontheffingen Interim omgevingsverordening, afdeling 2.5 Infrastructuur

De tarieven van de leges, die in rekening worden gebracht voor het behandelen van aanvragen van vergunningen en ontheffingen zijn op grond van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en de Wegenverkeerswet. Verwacht wordt dat de Omgevingswet per 1 januari 2023 zal ingaan. De tarieven blijven ongewijzigd.

De verwachte aantallen aanvragen voor het komende jaar zijn gelijk aan de geraamde aantallen in de begroting 2022. In 2023 verwachten we dat met name de aanvragen voor evenementen en wedstrijden (het gebruik van wegen) weer terug op het niveau zijn van voor de coronapandemie. Het blijft onzeker of en in welke mate er een opleving zal zijn van het virus en welke richtlijnen voor de Nederlandse samenleving er dan zullen zijn. Een precies aantal voor 2023 is daarom moeilijk te geven. De gehanteerde tarieven zijn gebaseerd op de inzet die het ambtelijk personeel gemiddeld moet besteden om een aanvraag te behandelen en zijn maximaal kostendekkend.

De exceptionele transporten worden beoordeeld door de Dienst Wegverkeer (RDW). De leges die door de RDW wordt geïnd bij de ontheffinghouders worden jaarlijks voor een deel afgedragen. Het tarief voor behandeling van ontheffing aanvragen voor exceptionele transporten wordt jaarlijks vastgesteld door de RDW. De afdracht vindt een jaar na realisatie plaats.

De totaal geraamde opbrengst aan leges Verkeer & Vervoer is € 186.199,-.

 

Onderdeel (in aantallen)

Geraamd

Ontheffing wedstrijd voertuigen meer gemeenten art. 148/10 WVW 1994

15

Verklaring geen bezwaar wedstrijd in één gemeente art. 148/10 WVW 1994

15

Ontheffing voertuig of -combinatie art. 9.1 RV, m.u.v. H5, afd. 7, 8, 10 en 11 RV (exceptionele transporten)

2.800

Ontheffing voertuig of -combinatie art. 9.1, H5, afd. 7, 8, 10 en 11

0

Ontheffing art. 87 RVV 1990

20

Vergunning art. 4, eerste lid, Verordening wegen

 

-  werk andere wegbeheerders

20

- verkeersmaatregelen op de weg voor werken of activiteiten buiten de weg

100

-  kabels of leidingen

225

-  borden (bewegwijzering, stroken-borden, reclame, objecten, terreinen)

5

-  kunstobject

0

Vergunning art. 5, eerste en tweede lid, Verordening wegen:

 

-  evenement (niet optocht)

15

-  evenement

10

-  voorwerpen i.v.m. particuliere bouw- of onderhoudswerken buiten de weg

0

-  overige activiteiten (wedstrijden zonder voertuigen, voorwerpen, stoffen)

5

Aanvraag niet nadrukkelijk benoemd

0

Totaal Vergunningen/ontheffingen

3.230