Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit

We werken aan het meest betrouwbare, slimme, duurzame en veilige mobiliteitssysteem van Europa om Brabant aantrekkelijk, bereikbaar en concurrerend te houden.

Inleiding

We gaan voor een veilig, samenhangend, robuust, betrouwbaar, schoon, stil en gezond mobiliteitssysteem dat bijdraagt aan een concurrerende en duurzame economie en mensen in staat stelt mee te doen aan de samenleving en zo bijdraagt aan de brede welvaart van Brabant.  

Om dat te bereiken zorgen we vanuit onze wettelijke verantwoordelijkheden dat er een goede basis voor de mobiliteit in Brabant is met een stevig netwerk van provinciale wegen, fietspaden en openbaar vervoer. 

In het beleidskader Mobiliteit: Koers 2030 is het mobiliteitsbeleid voor de komende jaren uitgestippeld. De ambities hieruit zijn opgenomen in deze begroting. Er wordt de komende jaren veel van ons gevraagd om Brabant nu én in de toekomst bereikbaar te houden. Bij de realisatie van het mobiliteitsbeleid worden we geconfronteerd met aantal grote uitdagingen

De coronapandemie heeft een zware wissel getrokken op het OV. De onzekerheid over (het tempo van) het herstel van de reizigersaantallen blijft nog even, evenals het risico van een opleving van het coronavirus. De beschikbaarheidsvergoeding OV vanuit het Rijk wordt na 2022 stopgezet en de brandstofprijzen zijn fors gestegen.  

Voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem in Brabant is het OV een belangrijke schakel en daarom is het meer dan ooit nodig om stevig door te gaan met de transitie naar gedeelde mobiliteit. We zorgen voor een passend OV-aanbod, schalen op als de vraag naar OV daarom vraagt en zorgen via noodconcessies en gerichte aanbestedingen voor de continuïteit van de OV-concessies. Herijkingsafspraken om flexibel in te kunnen springen op de omstandigheden zullen een belangrijk onderdeel vormen van de nieuwe concessie. Dit alles is nodig om het openbaar vervoer flexibel, toekomstbestendig en betaalbaar te houden.  

Ook het beheer en onderhoud van de provinciale infrastructuur staat flink onder druk. De onderhoudstaak neemt de komende jaren toe, de prijzen zijn fors gestegen als gevolg van de situatie in Oekraïne en er is bij een aantal projecten sprake van vertraging door externe factoren. Door stikstofproblematiek bij reconstructies vertragen ook de hiermee gecombineerde onderhoudswerkzaamheden en is meer incidenteel onderhoud nodig om de kwaliteit toch te kunnen borgen. Het uitgangspunt werk met werk laten we daarom los, want het onderhoud mag nooit tot verkeersonveilige situaties leiden. Waar mogelijk verbeteren we verder de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid. De minimumkwaliteitsniveau’s zijn opnieuw vastgesteld met de herijking Kwaliteitsnota Onderhoud Provinciale Infrastructuur (KOPI). In 2023 maken we een start om de uitgaven in lijn te brengen met de beschikbare middelen. 

In de jaren 2018 en 2019 lag het aantal dodelijke verkeersslachtoffers in Brabant met respectievelijk 150 en 142 verkeersdoden bijna 50% hoger dan de jaren daarvoor. In 2020 was dit aantal weer gedaald naar 99, en in 2021 zette de daling door (91). Dit aantal is nog steeds te hoog; ieder slachtoffer is er één teveel. Daarnaast is onze doelstelling ook gericht op het aantal letselslachtoffers, landelijk is deze trend al jaren stijgend. We blijven daarom structureel inzetten op het verkeersveiliger maken van onze provincie, via onze pijlers gedrag (educatie, campagnes en voorlichting), infrastructuur en handhaving. Via kleinschalige maatregelen verbeteren we komend jaar de verkeersveiligheid van de provinciale wegen. 

De basis voor de juiste investeringsbeslissingen is datagedreven en risicogestuurd.  

Wat willen we bereiken?

We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem.

Omschrijving (toelichting)

Door zorgvuldig (functioneel) beheer en onderhoud dragen de rijks- en provinciale wegen maximaal bij aan een betrouwbaar mobiliteitssysteem, nu en in de toekomst. 

  • De ontwikkeling in de Kwaliteitsindicator Provinciale Wegen (provinciale wegen): KPW >= vorig jaar. 
  • De ontwikkeling in de klantwaardering voor de Brabantse wegen via het WOW-onderzoek (provinciale wegen): WOW >= vorig jaar. 

Mate van tevredenheid onder Brabanders en Brabantse ondernemers over hun reistijd en de voorspelbaarheid van de reistijd. 

  • Ontwikkeling in waardering van het OV door reizigers (verplichte indicator BBV): OV-klantenbarometer >= vorig jaar. 

Wat gaan we daarvoor doen?

We gaan voor veilige mobiliteit.

Omschrijving (toelichting)

In Brabant streven we naar nul verkeersslachtoffers. Elke verkeersslachtoffer is er één te veel. 

  • De ontwikkeling van het aantal dodelijke verkeersslachtoffers (Noord-Brabant & provinciale wegen): aantal dodelijke verkeersslachtoffers (conform CBS) < vorig jaar. 
  2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
aantal 99 91                  
waarvan op provinciale wegen                      

In 2030 hebben we de helft minder verkeersongevallen dan in 2020. 

  • De ontwikkeling van het aantal ongevallen én het aantal slachtoffers met lichamelijk letsel (Noord-Brabant & provinciale wegen): aantal ongevallen met lichamelijk letsel. 
  2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
aantal ongevallen 1.686 1.749                  
waarvan op provinciale wegen 109 91                  
aantal slachtoffers 1.985 2.015                  
waarvan op provinciale wegen 164 120                  

De sociale veiligheid is in 2030 toegenomen ten opzichte van 2020. 

  • De ontwikkeling van de OV-klantbarometer onderdeel veiligheid: OV-klantbarometer onderdeel sociale veiligheid >= vorig jaar. 

Wat gaan we daarvoor doen?

We gaan voor schone, stille en gezonde mobiliteit.

Omschrijving (toelichting)

We gaan in Noord-Brabant uit van een ten minste 50% reductie van broeikasgassen (waaronder CO2) en ten minste 50% gebruik van duurzame energie. De uitstoot van overige emissies (NOx, fijnstof) is significant afgenomen in 2030. Op grond van het Schone Lucht Akkoord is het streven om in 2030 tot een reductie te komen van 50% van de negatieve gezondheidseffecten van verkeersemissies ten opzichte van 2016. 

  • Ontwikkeling emissie broeikasgassen vanuit mobiliteit uitgedrukt in CO2-equivalenten (in absolute aantallen in tonnen uitstoot) (Noord-Brabant): emissie < vorige jaar.  

We zorgen in Noord-Brabant dat de overlast van verkeer geminimaliseerd wordt door in te zetten op stille voertuigen en infrastructuur. 

  • Ontwikkeling aantal objectief geluidgehinderden waar de wettelijke geluidnormen worden overschreden (provinciale wegen): aantal < vorig jaar. 

We zien volop kansen om met het verduurzamen van het mobiliteitssysteem een bijdrage te leveren aan het realiseren van de doelstellingen (2030/2050) uit het klimaatakkoord op het gebied van energietransitie en CO2 reductie. 

Wat gaan we daarvoor doen?

Verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:

  • Gemeenschappelijke regeling ‘Kleinschalig Collectief Vervoer Noordoost Brabant’
  • Eindhoven Airport

Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Ontwikkelingen en onzekerheden

  • Een opleving van het coronavirus kan grote gevolgen hebben op het (herstel van het) OV.  
  • De beschikbaarheidsvergoeding OV in de huidige vorm stopt na 2022. 
  • Krapte op de arbeidsmarkt voor de vervoerders kan invloed hebben op de dienstregeling.  
  • De stikstof problematiek geeft extra onzekerheid bij de realisatie van (infrastructurele) projecten. 
  • Onzekerheid en vertraging in de doorlooptijden bij behandeling door de Raad van State heeft invloed op de haalbaarheid en zekerheid van de planningen van projecten. 
  • De ontwikkeling van de situatie in Oekraïne geeft risico’s op prijsstijgingen en problemen met levering van materialen. 
  • Netschaarste kan ervoor zorgen dat de Zero Emissie-ambities OV niet realiseerbaar zijn.

Wat mag het kosten?

Het begrotingsprogramma Basisinfrastructuur Mobiliteit is opgebouwd uit een aantal (wettelijke) basistaken. Voor een goede borging van deze basistaken zijn de middelen op basis van vastgesteld beleid structureel en autonoom op de meerjarige begroting geraamd: 

  •  Algemeen: € 0,8 mln., waarvan € 0,3 mln. structureel   
  • Data: € 6,4 mln, waarvan € 2,2 mln. structureel  
  • Verkeersveiligheid: € 2,0 mln., waarvan € 1,1 mln. structureel 
  •  Beheer en onderhoud: € 12,1 mln. structureel* 
  • OV: € 95,0 mln. structureel 

* Plus € 29,4 mln. structureel investeringskrediet per jaar voor groot onderhoud en vervanging. Vanwege indexatie is het investeringskrediet in deze bestuursperiode (2022 en 2023) opgehoogd met € 3,4 mln. per jaar. Het structureel doortrekken van deze indexatie na 2023 ligt ter besluitvorming voor bij deze begroting. De jaarlijkse investeringsuitgaven worden op basis van wet- en regelgeving geactiveerd en vervolgens afgeschreven. De berekende afschrijvingslasten komen op basis van de investeringsplanning ten laste van de exploitatiebegroting. De afschrijvingslasten zijn met ingang van 2022 ondergebracht in een hiervoor bestemde egalisatiereserve.  

Daarnaast is er voor de doorontwikkeling van het huidige OV en de transitie naar gedeelde mobiliteit in 2021 € 8,5 mln. op de begroting geraamd, gedekt door een reserve. 

Bovenop de structurele bedragen is er sprake van een tijdelijke intensivering o.a. op het gebeid van data (Datavisie en de Krachtenbundeling Smart Mobility Zuid-Nederland) en de intensivering op verkeersveiligheid in het kader van het Bestuursakkoord.  

Het totaal van de programmakosten 08 in de begroting 2023 komt uit op een totaal van € 172,9 mln. en is daarmee € 6,3 mln. hoger dan in 2022. Dit is o.a. het gevolg van € 3,1 mln. hoger budget OV-concessie (o.a. tbv de meerkosten noodconcessie West), € 7,2 mln. hoger budget voor de tranisitie gedeelde mobiliteit en € 2,8 mln. hogere afschrijvingslasten wegeninvesteringen. Daartegenover zijn in 2022 enkele budgetten lager o.a. het aflopen van de fiscale constructie PPS-A59 (€ 2,2 mln), een geraamde wegenoverdracht in 2021 van € 1,4 mln. en € 2,5 mln. incidenteel budget voor onderhoud in 2021.  

De geraamde inkomsten komen o.a. uit opbrengsten uit leges voor vergunningen en ontheffingen en bijdragen uit hoofde van schadevergoedingen provinciale infrastructuur en voor uitgevoerde werken voor derden zoals gladheidsbestrijding. De geraamde inkomsten voor programma 08 zijn in 2022 lager dan in 2021 door o.a. lagere inkomsten van derden in de OV-concessies en het aflopen van de fiscale constructie PPS-A59 waarvoor een specifieke rijksuitkering werd ontvangen.  

De financiële toelichting op de investeringskredieten wegen is opgenomen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen.   

8. Basisinfrastructuur mobiliteit
Bedragen x € 1.000 Realisatie Begroting 2022 Begroting Begroting Begroting Begroting
2021 na wijz. 2023 2024 2025 2026
Lasten
Programmalasten 185.859 N 166.629 N 172.895 N 183.789 N 187.932 N 195.098 N
Toerekening organisatiekosten 18.178 N 16.709 N 12.477 N 12.531 N 12.251 N 12.251 N
Totaal Lasten 204.037 N 183.338 N 185.372 N 196.320 N 200.183 N 207.349 N
Baten
Programmabaten 26.443 V 5.454 V 4.465 V 5.239 V 2.199 V 2.199 V
Baten toerekening organisatiekosten 356 V 0 0 0 0 0
Totaal Baten 26.799 V 5.454 V 4.465 V 5.239 V 2.199 V 2.199 V
Saldo van baten en lasten 177.238 N 177.884 N 180.907 N 191.081 N 197.984 N 205.150 N
Onttrekking aan reserves 0 28.200 V 25.255 V 26.074 V 25.188 V 25.619 V
Bedragen x € 1.000 Realisatie Begroting 2022 Begroting Begroting Begroting Begroting
2021 na wijz. 2023 2024 2025 2026
Onttrekking aan reserve - 28.200 V 25.255 V 26.074 V 25.188 V 25.619 V
Reserve DU; Verkeer en Vervoer / SIF - 28.200 V 25.255 V 26.074 V 25.188 V 25.619 V

Reserves

Stand reserves 

De lasten van programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit worden deels gedekt vanuit de reserve DU Verkeer en Vervoer / SIF. Het verloop van de reserve is onderstaand weergegeven.? Het betreft de reservering voor de dekking van de toekomstige afschrijvingslasten die voortvloeien uit de gevoteerde investeringskredieten voor groot onderhoud en vervanging van provinciale infrastructuur. De reserve is bij de 2e bestuursrapportage 2022 ingesteld. 

saldo per saldo per saldo per saldo per saldo per saldo per
(bedragen x € 1.000) 01-01-2022 31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026
8. Basisinfrastructuur mobiliteit
Reserve DU; Verkeer en Vervoer / SIF 2.857 7.860 10.399 14.332 18.170