Programma 6 Energie

Inleiding

Het begrotingsprogramma Energie gaat over energietransitie als onderdeel van de opgave om de uitstoot van broeikasgassen op korte termijn drastisch te verminderen. 

Investeren in een duurzame en energiezuinige samenleving is investeren in toekomstbestendigheid: een leefbare, aantrekkelijke en concurrerende provincie richting 2030 en 2050. Duurzame energievoorziening is hiervoor een randvoorwaarde, denk bijvoorbeeld aan toekomstbestendige verstedelijking (transformatie en nieuwbouw) en aan de vergroening van het Brabantse bedrijfsleven (naar fossielvrij). 
Om de energievoorziening te kúnnen verduurzamen is fors besparen nodig,  duurzame opwek van de benodigde energie enen voldoende (slimme) energie-infrastructuur nodig. Aan die randvoorwaarden wordt op dit moment niet voldaan. Medio 2022 is door de netbeheerders voor heel Brabant en Limburg zelfs transportschaarste op het elektriciteitsnet afgekondigd in het kader van de betrouwbaarheid van het energiesysteem. Deze situatie heeft een grote negatieve impact op de ontwikkeling naar een toekomstbestendig Brabant en is niet op te lossen zonder stevige acties. 
In 2023 zal de inzet van de provincie er in belangrijke mate op gericht zijn om deze transportschaarste te verminderen door samen met het Rijk, gemeenten, netbeheerders en grootverbruikers het gebruik van het elektriciteitsnetwerk te optimaliseren. De inzet is gericht op het realiseren van lokale oplossingen en op het versneld uitbreiden van het elektriciteitsnet, onder andere door procedures beter te stroomlijnen en te versnellen. 

De energietransitie verandert álle sectoren, van mobiliteit (elektrisch rijden) tot wonen (over op nieuwe warmtesystemen) en industrie (nieuwe energiedragers en nieuwe processen). De inzet van burgers, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties is nodig om deze systeemverandering te laten slagen. 
Onze provinciale rol in deze transitie geven we invulling op basis van de Energieagenda 2019-2030
In 2023 zetten we in op de uitvoering van de activiteiten in de Uitvoeringsagenda Energie 2022-2023 ‘Urgent en kansrijk’ (GS april 2022).Uitvoeringsagenda Energie 2022-2023 ‘Urgent en kansrijk’ (GS april 2022). Naast vermindering van transportschaarste zijn prioriteiten in 2023 het borgen van ruimte voor de energietransitie, het vergroten van onze realisatiekracht en het ondersteunen van partners, met name gemeenten, in de energietransitie. Speerpunt daarbij is ook de bestrijding van energiearmoede. Want hoewel gemeenten als eerste aan zet zijn, willen we vanuit onze rol in de energietransitie bijdragen aan het terugdringen van energielasten door het terugdringen van energieverbruik en stimuleren duurzame opwek met lokale betrokkenheid. Dit alles tegen de achtergrond van de sterk verhoogde urgentie en doelen vanuit de klimaatopgave. Hoe de nationale ambitieverhoging - van 49% naar 60% broeikasgasreductie in 2030 - zich vertaalt in provinciale verantwoordelijkheden zal blijken in 2023.

Bijdrage vanuit programma Energie aan beleidskader Gezondheid
De bestaande indicator CO² reductie wordt gebruikt om de relatie te leggen met de doelstelling vanuit het Beleidskader Gezondheid; drie gezonde levensjaren erbij voor elke Brabander. Klimaatverandering wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie  gezien als de grootste bedreiging voor de menselijke gezondheid, zowel vanuit milieu- als sociale factoren. Reductie van broeikasgasuitstoot door de transitie naar een fossielvrije energievoorziening – één van de hoofddoelen van het energiebeleid – is gericht op het voorkomen van verdere klimaatverandering en een toekomstbestendige energievoorziening.
Het begrotingsprogramma Energie draagt bij aan minder gezondheidsschade als gevolg van klimaatverandering – denk bv. aan hittestress - en aan minder gezondheidsschade als gevolg van verbranding van fossiele brandstoffen. Dit laatste draagt nu al bij aan een feitelijk schonere lucht. 

Wat willen we bereiken?

Verduurzaming van de energieopwekking

Omschrijving (toelichting)

Om het doel (100% duurzame energie in 2050, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant) te behalen, leggen we de komende jaren sterk de nadruk op de ontwikkeling van energieprojecten, zoals wind- en zonprojecten, geo- en aquathermie en projecten voor conversie en opslag van energie. Het toekomstbeeld van 100% duurzame energie vormt een grote uitdaging. Complex, maar zeker mogelijk met de Brabantse mentaliteit van ‘de handen ineenslaan en aanpakken’.

Indicator*:

  • Totale productie van hernieuwbare energie in petajoule (PJ) (BBV- verplichte indicator)
  • Opgave opwek hernieuwbare elektriciteit in de RES’en (6,5 TWh in 2030)


*zie programmeerdocument Energie voor inzicht in meerjarige ontwikkelingen

Wat gaan we daarvoor doen?

Verminderen emissies broeikasgassen

Omschrijving (toelichting)

Fossiele brandstoffen leveren door CO2-uitstoot de belangrijkste bijdrage aan de totale uitstoot van broeikasgassen. We zetten volop in op besparing en verduurzaming, want brandstoffen die je niet verbruikt leveren geen uitstoot op en duurzame energie evenmin.

Indicatoren*:

  • (BBV-Verplichte indicator) Totale emissie broeikasgassen (uitgedrukt in CO2-equivalenten) in tonnen uitstoot (streefwaarde 2030 10.7 Mton)
  • Emissie gerelateerd aan energie: totale CO2- emissie in tonnen uitstoot (bron Klimaatmonitor) (streefwaarde 2030: 7,6 Mton)
  • Verbruikte energie totaal in PJ (bron: Klimaatmonitor) (streefwaarde 2030: 240 PJ)

*zie programmeerdocument Energie voor inzicht in meerjarige ontwikkelingen

Wat gaan we daarvoor doen?

Bijdrage leveren aan een toekomstbestendige energie-infrastructuur

Omschrijving (toelichting)

We gaan van een centraal gestuurd, fossiel energiesysteem (voor elektriciteit, warmte en voorstuwingskracht) naar een flexibel, duurzaam energiesysteem. Een systeem met bronnen die in de meeste gevallen meer tijdelijk en lokaal van aard zijn, zon- en windenergie bijvoorbeeld zijn variabel. Energieconversie en -opslag zullen daarom van cruciaal belang worden om altijd voldoende energie te kunnen leveren.

Indicator:

  • Bijdragen aan de ontwikkeling van oplossingen voor opslag en conversie voor een haalbare en betaalbare energietransitie

Wat gaan we daarvoor doen?

Ontwikkelingen en onzekerheden

Afhankelijkheid vele partners / marktwerking
De energietransitie biedt grote kansen, maar is tevens een complexe opgave, waarin op vele terreinen gelijktijdig verandering noodzakelijk is en waarvoor vele spelers nodig zijn. De vijf transitiepaden vragen allemaal, op zichzelf én in onderlinge samenhang, verandering van overheden, maatschappelijke instituties, bedrijven en inwoners. De provincie is slechts één van de vele noodzakelijke spelers en bovendien een speler met beperkte sturende mogelijkheden. Daarmee is onze invloed beperkt en is focus op samenwerking en rolneming belangrijk. We hebben weinig wettelijke taken op het gebied van de energietransitie, het grootste gedeelte van de opgave dient gerealiseerd te worden door andere partijen dan de provincie. Als provincie zijn we slechts één van de spelers die aan deze opgave werken. Samen met Europa, het Rijk, provincies, gemeentes, kennisinstellingen en het bedrijfsleven (MKB) leveren we een bijdrage aan het genoemde resultaat. Nadere informatie over financiële risico’s en risicomanagement staat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Transportschaarste
Als gevolg van het wijzigende aanbod van elektriciteit (zowel wat betreft locatie van levering als ook het moment van levering (weersafhankelijk) is uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnetwerk noodzakelijk. Uitbreidingen die echter niet van vandaag op morgen gerealiseerd kunnen worden. Opgave is dan ook om de beschikbare capaciteit zo goed mogelijk te gebruiken. (Grootschalige) opwek van hernieuwbare energie zal altijd moeten worden geprioriteerd, zowel onderling, als ook met bedrijvigheid en woningbouw. Dit maakt het niet vanzelfsprekend dat ieder grootschalig project zonder vertraging kan worden aangelegd. Dat kan mogelijk gevolgen hebben voor het behalen van doelstellingen, zeker de doelstellingen voor de eerstkomende jaren. Om hier de komende jaren het hoofd aan te bieden, is een verdergaande afstemming en samenwerking tussen diverse partijen noodzakelijk. Met als basis de statenmededeling over transportschaarste, wordt hier vanuit de provincie de komende jaren verder invulling aan gegeven. Hier ligt ook een belangrijke relatie met de activiteiten van de speciale coördinator netcongestie, welke in 2022 door de provincies Limburg, Noord-Brabant en het ministerie van EZK is aangesteld om met name versnelling te realiseren in de aanpak van de netcongestie op het hoofdnet van TenneT binnen Brabant en Limburg. En om daartoe ook de samenwerking tussen diverse partijen te verstevigen.  

Klimaat- en Regeerakkoord: Ontwerp-Beleidsprogramma Klimaat 
Als ondertekenaar van het Klimaatakkoord nemen de  provincies – samen met andere overheden en partners – verantwoordelijkheid voor de realisatie van de klimaat- en energietransitie. De klimaat- en energiedoelen zijn op Europees en nationaal niveau flink verhoogd vanuit de grote urgentie van deze opgaven tegen de achtergrond van klimaatverandering en energieprijzen en -beschikbaarheid. Er is er veel dynamiek op het energiedossier, mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne, en dus is sprake van vele ontwikkelingen en onzekerheden bij het realiseren van deze transitie. Belangrijk punt van zorg daarbij is dat belangrijke randvoorwaarden in tempo achterblijven. Concreet gaat het om randvoorwaarden op het gebied van kaders en regelgeving, beschikbaarheid van capaciteit en voldoende financiën. 
Wat dat laatste betreft: de uitvoeringskosten voor de jaren 2022-2024 zijn onderdeel van de interbestuurlijke afspraken bij het Ontwerp-Beleidsprogramma Klimaat van het Rijk. Echter lager dan begroot in het ROB Art. 2-advies ‘Van Parijs naar Praktijk’ en niet voor alle onderwerpen (zie hieronder). De dynamiek van het beleidsterrein onderstreept het belang van de afgesproken herijking van het ROB advies rond de uitvoeringslasten begin 2024. 

Provinciaal MIEK 
Net als de transities rond wonen/bereikbaarheid en landelijk gebied/stikstof landen ook de klimaat- en energietransities in onze fysieke leefomgeving. In de ontwikkeling van een toekomstbestendige energievoorziening is samenhang met de opgaven vanuit o.a. verstedelijking, circulaire economie/industrie, landbouw/landgebruik en mobiliteit nodig. Dit maakt afstemming en prioritering een belangrijk aandachtspunt. Met het provinciaal MIEK  (Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat) voor de programmering van regionale energie-infrastructuur, hebben provincies hiervoor een belangrijk nieuw instrument. En daarmee een nieuwe taak. Echter in uitzondering op de afspraken rond het ROB-advies, zijn hiervoor nog geen middelen voorzien.  

Wat mag het kosten?

Financiële toelichting op de verschillen tussen begroting 2023 en begroting 2022 
 
Lasten 
De verschillen in de raming van de lasten in 2023 ten opzichte van 2022 (ruim € 1,3 mln. hoger), worden met name veroorzaakt doordat (er op basis van realistisch ramen) de uitgaven m.b.t. uitvoeringsagenda in de bestuursperiode niet gelijkmatig over de jaren gespreid worden. Daarbij vinden de feitelijke uitgaven/betalingen o.b.v. gegeven opdrachten vaak aan het einde van de periode plaats. 
  
 
Baten 
Het verschil in de raming van de baten in 2023 ten op zicht van 2022 (€ 1,1 mln. lager) wordt met name veroorzaakt omdat voor 2023 nog geen bedrag in begroting is opgenomen voor rijksbijdragen specifieke uitkering (SPUK) Ontzorgingsloket (in 2022 was hiervoor een bedrag geraamd van € 0,75 mln .) Deze bijdragen (betreffen feitelijke benutting uit ontvangen SPUK-middelen) dienen te matchen met de SPUK uitgaven per jaar. 

 

6. Energie
Bedragen x € 1.000 Realisatie Begroting 2022 Begroting Begroting Begroting Begroting
2021 na wijz. 2023 2024 2025 2026
Lasten
Programmalasten 4.334 N 6.520 N 7.867 N 4.822 N 2.615 N 2.615 N
Toerekening organisatiekosten 3.951 N 3.611 N 4.593 N 2.267 N 1.847 N 1.707 N
Totaal Lasten 8.285 N 10.131 N 12.460 N 7.089 N 4.461 N 4.321 N
Baten
Programmabaten 2.498 V 1.135 V 0 0 0 0
Baten toerekening organisatiekosten 0 0 0 0 0 0
Totaal Baten 2.498 V 1.135 V 0 0 0 0
Saldo van baten en lasten 5.787 N 8.996 N 12.460 N 7.089 N 4.461 N 4.321 N
Onttrekking aan reserves 11.787 V 4.747 V 3.314 V 1.101 V 195 V 195 V
Bedragen x € 1.000 Realisatie Begroting 2022 Begroting Begroting Begroting Begroting
2021 na wijz. 2023 2024 2025 2026
Onttrekking aan reserve 11.787 V 4.747 V 3.314 V 1.101 V 195 V 195 V
Investeringsagenda 11.787 V 4.747 V 3.314 V 1.101 V 195 V 195 V

Reserves

*) Betreft Investeringsagenda-middelen zowel uit 1e, 2e als 3e tranche. (Energie Agenda (1e tr., Energiefonds en Breedbandfonds (2e tr.) en Investeringsagenda Energietransitie( 3e tr.)  

 

Toelichting  Stand reserves

 

€ 60 miljoen betreft afdekking van de lening aan het Energiefonds bij de BOM; 

€ 10 miljoen betreft afdekking van de lening aan Biobasedfonds bij de BOM; 

€ 8,558 miljoen betreft Bestuursakkoordmiddelen 2020-23, plus terugbetalingen van Ontwikkelaars (voorgeschoten uitgaven) en bijdragen van gemeenten aan RES. Geprognotiseerde afname van het saldo betreft met name geraamde inzet van deze middelen;  

€ 4,5 miljoen betreft garantstellingen, o.a. voor Geothermie (via Energiefonds) en netaansluiting Wind A16; 

€ 2 miljoen afdekking lening voor Duurzame Polder (betreft voorfinanciering); 

€1,4 miljoen betreft gereserveerde middelen voor PvA Regionale Aanpak Laadinfra 

€6,1 miljoen betreft € 1,1 mln. (Ontwikkelkrediet) Digitalisering en € 5 mln. afdekking leningen.  Dit is overigens geen onderdeel van de portefeuille Energie. 

saldo per saldo per saldo per saldo per saldo per saldo per
(bedragen x € 1.000) 01-01-2022 31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026
6. Energie
Investeringsagenda *) 92.619 88.458 85.145 84.044 83.849 83.654