Algemeen inleidend hoofdstuk

1. Inleiding

Deze begroting geeft inzicht in de verwachte inkomsten en uitgaven voor Provincie Noord Brabant in het jaar 2023. Een bijzonder jaar: het laatste jaar van het huidige bestuur, en in maart vinden de verkiezingen plaats voor de Provinciale Staten. Dé kans voor de Brabander om bij het stemloket hun stem te laten horen. Want bij onze werkzaamheden staat de Brabander centraal.

Er zijn veel ontwikkelingen die direct invloed hebben op de Brabander. De gevolgen van de Coronapandemie raakt iedereen. Men heeft het sociale leven terug moeten schroeven, eenzaamheid ervaren en velen hebben gezien of gevoeld wat dit virus met een mens kan doen. Met alle gevolgen voor de levenskwaliteit van dien. Ondernemers hebben inkomsten verloren en velen worstelen nu met het vinden van geschikte en voldoende werknemers. 

Ondertussen zijn de gevolgen van het conflict in Oekraïne ook nog niet volledig te overzien, maar Brabanders voelen het zeker. Grondstoffen zijn schaars en dat merken we als Provincie nadrukkelijk bij de uitvoering van projecten. De energierekening loopt op voor alle huishoudens en ondernemers, met een snelheid waar niet tegenop valt te isoleren. Ook bij de benzinepomp zijn de prijzen omhooggeschoten en dat beïnvloedt de mobiliteit van de Brabander. In de supermarkt merken we dat deze stijgende kosten en distributievertragingen parten spelen: producten als bloem en zonnebloemolie zijn schaarser, en bij de kassa rekenen we aanzienlijk meer af dan kortgeleden. Kortom: Brabanders voelen deze ontwikkelingen in de portemonnee. 

Naast de gevolgen van de Coronapandemie en de oorlog in Oekraïne hebben we ook te maken met een woningcrisis. De huizenprijzen zijn in een paar jaar tijd flink gestegen en het aanbod op de huizenmarkt is gering, zowel voor koop als huur. In de provincie zijn de afgelopen jaren in hoog tempo woningen bijgebouwd, maar om de krapte op de woningmarkt tegen te gaan moeten we die koers de komende tien jaar voortzetten. Deze behoefte wordt nog uitdagender door de hier beschreven problematiek. 

Dit alles gaat gebukt onder de dreiging van klimaatverandering. Gevolgen van droogte groeien zowel zichtbaar als onzichtbaar. De energietransitie loopt en is ambitieus, maar het verduurzamen van grote energieverbruikers wordt bemoeilijkt door netschaarste bij TenneT. Ook de stikstofproblematiek houdt de Brabander bezig: de balans tussen het beschermen van onze natuur en het steunen van boeren in de landbouwtransitie vraagt aandacht. De stikstofproblematiek raakt mobiliteit, woningbouw en industrie, en daarmee ook ondernemers. Bedrijven die in Brabant willen groeien of vestigen lopen tegen obstakels aan, zoals infrastructuur, die niet toereikend is, stikstofproblematiek en tekort aan woningen voor werknemers. Dit brengt uitdagingen met zich mee voor het Brabantse vestigjngsklimaat.

Als provinciale organisatie delen we deze onzekerheden en zijn we, geleid door de vijf maatschappelijke opgaven uit de omgevingsvisie , gericht aan het werk om de druk te verlichten. Voor de Brabanders houden we onze natuur mooi en toegankelijk, blijven we werken aan ons wegennetwerk en mobiliteit en creëren we kansen voor ondernemers. We zetten in op het realiseren van een sterk en innovatief vestigingsklimaat en investeren in cultuur, sport en cultureel erfgoed. Het huidige bestuur zal in haar laatste jaar nog mooie stappen zetten in het werken aan onze opgaven. 

Deze begroting laat zien hoe we in 2023 als provincie samen werken aan een mooier, veiliger, gezonder en duurzamer Brabant voor iedereen. We werken richting een ‘oplevering’ van de financiën van het huidige bestuur aan het nieuwe bestuur, met als uitgangspunt het bestuursakkoord ‘Samen, Slagvaardig en Slim’ en het addendum ‘Samen Bouwen aan de Kwaliteit van Brabant’ 2020-2023. De koers die hierin is uitgestippeld, is als rode draad in de begroting terug te zien, met als sleutelwoorden "samen", "slagvaardig" en "slim". Samen met onze partners in de provincie werken we aan onze opgaven. We geven richting, maken mogelijk en ontwikkelen ons tot een slagvaardige organisatie. Dit gebeurt niet zomaar: we durven innovatieve constructies te gebruiken en we investeren in slimme samenwerkingen. Zo bouwen we in 2023 door aan de kwaliteit van Brabant.

De vijf opgaven uit de Brabantse Omgevingsvisie en de twee samenbindende thema’s ‘Brede Welvaart (inclusief gezondheid)’ en ‘Digitalisering’ blijven ons ijkpunt voor 2030. We varen daarmee een Brabantse koers. Met een nieuw regeerakkoord waarin grote ambities zijn benoemd op veel terreinen, krijgen de provincies een rol bij de uitwerking en realisatie van een aantal ambities van het Rijk.  Deze rijksopdrachten onderstrepen de urgentie van onze Brabantse koers. Die koers blijven we dus varen en vraagt op onderdelen versnelling of intensivering. Het Rijk heeft hiervoor substantiële en incidentele middelen gereserveerd. 

Met de perspectiefnota 2023 is al richting gegeven aan de koers van de provincie, inclusief een financieel meerjarenperspectief. We willen kansen benutten die het nieuwe regeerakkoord biedt, maar moeten hierin wel keuzes maken: niet alles kan en niet alles kan overal. We blijven samenwerken met partners zoals waterschappen, gemeenten en regio's om onze opgaven te realiseren 

In deze begroting is nader uitgewerkt wat dit voor 2023 gaat betekenen, wat we daarvoor gaan doen en wat dat zal kosten. Wij gaan tot aan het eind van deze bestuursperiode onverminderd door om in de hoogste versnelling de finish te bereiken. We ambiëren een zo breed mogelijk draagvlak voor onze besluiten, zowel onder onze inwoners en partners als bij Provinciale Staten. We nodigen alle fracties in Provinciale Staten dan ook van harte uit om te komen tot een gezamenlijke en breed gedragen begroting. 

2. Onze opgaven

De opgaven uit de Omgevingsvisie zijn helder. We weten waar we naar toe willen: we willen een aantrekkelijk, bereikbaar, concurrerend en duurzaam Brabant zijn. Bij het werken aan onze opgaven staat, zoals eerder vermeld, de Brabander centraal. 
Daarom werken we aan een goede omgevingskwaliteit, met prachtige natuurgebieden en toenemende biodiversiteit. We willen onze CO2-uitstoot verlagen en in 2030 tenminste 50% van onze energie duurzaam opwekken. We ontwikkelen een Brabant dat uiterlijk in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is, en een duurzaam landbouw- en voedselsysteem kent.  We bouwen aan een levendig Brabant waarin alle bewoners uit alle geledingen van de bevolking zich verbonden voelen met hun omgeving en met elkaar, omdat zij meedenken en meedoen aan de veranderingen in hun omgeving. Alsook met aandacht voor erfgoed en bovendien voldoende cultuur-, sport- en vrijetijdsvoorzieningen in hun nabijheid voor ontmoetingen, ontplooiing, ondersteuning en ontspanning. Een goed draaiende economie is een belangrijke voorwaarde voor het versterken van onze brede welvaart, waarbij wij de economische ontwikkelingen stimuleren. Blijven investeren in innovatie is hierbij ook voor de toekomst van belang, evenals de doorontwikkeling van het totale mobiliteitssysteem in Brabant: betrouwbaar, schoon en gezond. Om de tekorten op de arbeidsmarkt tegen te gaan, zetten we ons in om talent aan te trekken en te behouden voor Brabant. Vanuit de gevoelde urgentie werken we ook stevig door aan het veilig en weerbaar maken van Brabant tegen de georganiseerde criminaliteit en ondermijning.    

Kortom: we staan voor grote maatschappelijke uitdagingen die nauw met elkaar samenhangen. We kunnen dat niet alleen: voor alle opgaven moeten we samenwerken met andere overheden en onze partners in de geest van onze omgevingsvisie.

Nieuwe beleidskaders

De komende periode wordt een aantal beleidskaders voorgelegd aan Provinciale Staten, namelijk de beleidskaders Leefomgeving, Toekomstbestendig Bestuur, Levendig Brabant, Natuur en Milieu. Deze beleidskaders zorgen ervoor dat we in de volle breedte van de organisatie aan onze maatschappelijke opgaven werken. 

Het beleidskader Leefomgeving kleurt de Brabantse Omgevingsvisie verder in: Brabant is volop in verandering en de ruimte is schaars. Dit vraagt om actualisatie van het provinciaal beleid. Hoe geeft de provincie invulling aan de nieuwe manier van samenwerken, wat is onze inzet en welke rolneming hoort daarbij (richting geven, beweging stimuleren, mogelijk maken). 

Brabantse gemeenten en de provincie werken aan grote maatschappelijke opgaven. Vraagstukken die alleen door samenwerking opgelost kunnen worden, in verschillende samenstellingen en op verschillende schaalniveaus: met gemeenten, met regio’s en in Brabantstad-verband geleid door het koersdocument BrabantStad. De uitgangspositie is goed: samenwerking zit in de genen van Brabant. In het beleidskader Toekomstbestendig Bestuur beschrijven we hoe we als provincie de komende jaren verder vorm en inhoud willen geven aan die samenwerkingen en onze eigen rol daarin. Het huidige bestuur geeft richting aan dit beleidskader, dat na de verkiezingen wordt aangeboden aan Provinciale Staten. 

Het nieuwe beleidskader “Levendig Brabant” dat de beleidskaders Vrije tijd, cultuur, sport en erfgoed vervangt, zullen wij binnenkort voorleggen aan Provinciale Staten. Dit beleidskader ambieert zichtbaar en beleefbaar erfgoed dat de verhalen van Brabant vertelt, een rijk sportief en cultureel leven en volop mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding. Hierbij staan de vraag en behoefte van de Brabander centraal. 

Meerdere opgaven zullen verdere invulling krijgen door de beleidskaders Natuur en Milieu. Door de grote druk op het klimaat, met alle gevolgen van dien voor deze beleidsvelden, zullen deze beleidskaders de provincie in staat stellen om gehoor te geven aan de urgentie op dit onderwerp, volgend jaar en daar voorbij. 

Samenbindende thema's 

Brede Welvaart
Aan het samenbindende thema Brede welvaart geven we in deze begroting vorm, door voor gezondheid per beleidsprogramma minimaal één gezondheidsindicator op te nemen: voor iedere Brabander drie extra gezonde levensjaren. Daarmee komt het integrale karakter van dit thema in deze begroting duidelijk naar voren. Daarnaast is met de uitvoeringsagenda Brede Welvaart, welke in de komende periode wordt vastgesteld, een duidelijke aanpak uitgewerkt om het thema Brede Welvaart in Brabant verder op de kaart te zetten. Brede Welvaart zou, passend bij de hierboven beschreven ontwikkelingen, een basis kunnen zijn voor bijvoorbeeld regio deals.

Digitalisering
Dit samenbindende thema ontwikkelt digitalisering en data gedreven werken bij de provincie en steekt horizontaal door alle programma's. Het Beleidskader Data volgend, gaan we daar ook in 2023 onverminderd mee door. Komend jaar richten we ons onder andere op versterking van het informatiebeheer en de sturing op data (governance). We zien daarnaast dat momenteel vrijwel alle beleidsopgaven de meerwaarde en de kansen van data inzien en ook de eerste stappen zetten naar data gedreven werken. Komend jaar ligt de nadruk daarom op het starten van de realisatie van deze ambities. Welke concrete datatrajecten kunnen worden ondernomen om kansen te benutten en beloftes in te lossen? En bij programma’s die al het nodige met data doen: hoe komen we tot een versnelling hiervan?

Rijksopdrachten

Omdat we al op opgave-niveau programmeren, hebben we mooie stappen gezet in het vervullen van onze opgaven. Hierin zijn we als provincie soms ook toonaangevend, zoals bijvoorbeeld met de Gebiedsgerichte Aanpak. Deze ervaring gaat ons goed van pas komen bij de vraag vanuit het rijk om landelijk gebiedsgericht te werken. Nieuwe ontwikkelingen en groeiende urgentie op sommige onderwerpen versterken de noodzaak om te werken aan onze opgaven. De rijksopdrachten geven de komende jaren verdere invulling aan hoe we onze opgaven invullen en onze koers doorzetten.

Zo gaan we in 2023 uitvoering geven aan een aantal opdrachten die we vanuit het Rijk krijgen en waarin provincies een duidelijke regierol hebben. Het gaat onder andere om het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), de Verstedelijkingsakkoorden, ambities van het Rijk met Klimaat en Energie en de Ruimtelijke Ordeningsbrief, waarin de provincies worden gevraagd om regie te nemen op de ruimtelijke puzzel die per provincie gemaakt moet worden. We benoemen deze onderwerpen bewust in deze inleiding, gezien de stevige ontwikkelingen vanuit het Rijk op deze thema’s die onze koers en maatschappelijke opgaven ondersteunen. Ook biedt het Rijk kansen en middelen om onze koers te intensiveren. 

Landelijk gebied 
Met het Nationaal Programma Landelijk Gebied legt het Rijk keuzes en (regionale) doelen voor natuur, stikstof, water en klimaat vast. De provincies zijn aan zet om deze doelen en keuzes te vertalen in een concreet gebiedsprogramma voor de gehele provincie, waarin ook perspectief voor de landbouw integraal deel uitmaakt van de opgave. We hebben middels de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) al ervaring in het gebiedsgericht werken en het leggen van de ruimtelijke puzzel. Medio 2023 leveren we nieuwe kaders aan om, zoals verzocht door het rijk, voor het hele landelijke gebied in Brabant een plan te maken. De ervaringen die we hebben opgedaan met het werken met gebieden, budgetten, gebiedsgedeputeerden en coördinerend gedeputeerden bieden input voor de aanpak.

Klimaat en Energie
Met het regeerakkoord is een verhoogde ambitie op het gebied van Klimaat neergelegd. Door nieuw Europees beleid en de ambities van het kabinet liggen de doelen hoger dan die waarop het Klimaatakkoord is gebaseerd en/of worden deze naar voren getrokken. Hier liggen kansen, omdat het vrijwel alle opgaven raakt waar we als provincie aan werken. Het is van belang om nu toe te werken naar een duurzame energievoorziening die toekomstbestendig is. Het coalitieakkoord vergelijkt de transitie naar een groene economie met het realiseren van de Deltawerken. Ook de verhoogde klimaat-ambitie met een beleidsinzet gericht op 60% broeikasgasreductie, zal van ons als provincie het nodige aan ontwikkel- en realisatiekracht vragen. Speerpunt is bestrijding van energiearmoede door verlagen van de energievraag van woningen en andere gebouwen. Dat doen we bijvoorbeeld door het ondersteunen van gemeenten en via een vervolg op Sociale Innovatie in Energietransitie.

Stedelijk gebied
In het stedelijk gebied worden afspraken gemaakt met het Rijk en gemeenten via verstedelijkingsakkoorden. Hierin staan de woon- en werkopgave van de regio met daarbij de randvoorwaarden om deze verstedelijkingsopgave te kunnen uitvoeren. Dit gaat onder andere om mobiliteit, energie, groen, water, landschap, voorzieningen en sociaal maatschappelijke opgaven. 

Ruimtelijke puzzel
Tot slot vraagt het Rijk aan de provincies om voor 1 juli 2023 een “ruimtelijke puzzel” op te leveren. Dat wil zeggen dat er een gebiedsplan moet komen op provinciaal niveau waarin we aantonen dat we de stikstofreductie halen. Dit binnen de kaders die het Rijk vooraf meegeeft. Hiermee wordt duidelijk of het realiseren van al onze opgaven ruimtelijk past in Brabant. Deze ruimtelijke puzzel sluit nauw aan op de rol die we al hebben binnen de ruimtelijke ordening, maar vraagt een forse aanvullende inzet in 2023.  

Kortom, werken aan onze opgaven blijft ook voor 2023 leidend in hoe we onze werkzaamheden organiseren. De rijksopdrachten betekenen dat we op deze koers intensiveren. De opgedane ervaring in gebiedsgericht werken zal hierbij van grote waarde blijken. Door slim samen te werken met onze partners in de provincie en opgavegestuurd te programmeren zorgen we als Provincie dat we in 2023 invulling geven aan onze ambities.

3. Uitvoering en regie

Naast de nog vast te stellen beleidskaders, zijn er al veel richtinggevende kaders opgesteld. Daarmee hebben we met 2030 als horizon heldere en eenduidige ambities en doelen die ons helpen bij het werken aan de vijf opgaven. Het zwaardere accent op uitwerking en realisatie vraagt een ontwikkeling van onze provinciale rol van meer richtinggevend en kaderstellend, naar een regierol in de uitvoering. De ambities vragen om scherpe en integraal afgewogen keuzes. Prioriteiten binnen de vijf opgaven moeten we met elkaar in evenwicht zien te brengen. 
Samenwerking met partners staat centraal om onze opgaven te realiseren. Bij het bepalen waar onze inzet het meest effectief en gewenst is, spelen we in op de hierboven beschreven ontwikkelingen vanuit het Rijk en de vragen van onze partners. Steeds met onze beleidskaders in het achterhoofd, maar ook met de mogelijkheid om mee te bewegen met partners en hun ambities. Zo komen we tot slimme verbindingen en partnerschappen vanuit gemeenschappelijke doelen en waarden. Waar we rekening mee moeten blijven houden is dat we te maken hebben met veel onzekerheden. Zo is het Rijk druk bezig met het afmaken van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De verwachting is dat met deze implementatie tijdelijk het dienstverleningsniveau onder druk komt te staan. Dit gaat impact hebben voor burgers en bedrijven, gebiedsontwikkelingen en de ambtelijke organisatie, en heeft dus mogelijk ook gevolgen voor het uitvoeren van de rijksopdrachten.

Maar ook Corona is nog steeds niet uit beeld, Brabantse burgers en ondernemers voelen de druk van toenemende inflatie; en onzekerheid over economische groei en schaarste op tal van terreinen (arbeidskrachten, woningen, wegenbouw, netschaarste, etc.) kunnen de plannen behoorlijk dwarsbomen. Dat betekent nog eens een extra beroep op onze creativiteit, innovatief vermogen en doorzettingskracht. 

4. Op weg naar een nieuwe bestuursperiode

Deze begroting vergt extra inzet rondom de uitdagingen die 2023 met zich meebrengt. Na de verkiezingen gaat een nieuw bestuur aan de slag. Ondanks de bestuurswissel in de eerste helft van het jaar moeten er in deze periode ook beleidsrijke keuzes gemaakt worden, onder andere met betrekking tot de invulling van vragen van het Rijk en het voorbereiden van een aantal beleidskaders. Medio 2023 moet de Provincie concrete plannen klaar hebben om deze vraag te beantwoorden. Dit zal het nodige vragen van onze flexibiliteit. Deze begroting is gebaseerd op de reeds vastgestelde beleidskaders en uitvoeringsagenda's. 

5. Ontwikkeling provinciale organisatie

Zoals eerder in deze inleiding al aangegeven, heeft ook de provinciale organisatie te maken met krapte op de arbeidsmarkt. Dit opgeteld bij toenemende taken, zoals de besproken opdrachten vanuit het Rijk, zal scherpe keuzes over prioriteiten de komende tijd op diverse vakgebieden noodzakelijk maken. Om onze positie op de arbeidsmarkt te verstevigen zetten we in op het zijn en blijven van een goede en aantrekkelijke werkgever. Daarnaast zijn ook arbeidsmarktcommunicatie en recruitment hierbij van groot belang. 

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden, met als doel een open overheid die zorg draagt voor adequate en toegankelijke informatievoorziening. Met de Woo is de provincie verplicht om informatie uit eigen beweging (gedeeltelijk) openbaar te maken. In 2023 zullen hier verbeterslagen in gemaakt worden, en de verplichting tot actieve openbaarmaking zal gefaseerd in werking treden. 

6. Financieel totaalbeeld: begroting in evenwicht, maar onzekerheden op middellange termijn

De provinciale begroting is meerjarig in evenwicht en onze reservepositie is nu nog gezond. De geraamde lasten + geraamde toevoegingen aan reserves EN de geraamde baten + de geraamde onttrekkingen aan de reserves zijn zowel voor 2023 als voor de jaren 2024 t/m 2026 in evenwicht. Deze situatie is mede het gevolg van het feit dat we in het verleden tijdig geanticipeerd hebben op veranderende omstandigheden. Zo hebben we deze bestuursperiode tijdig geanticipeerd op teruglopende inkomsten uit rendement op vermogen als gevolg van lagere dividenden en de lage rente en het feit dat de incidentele middelen uit de Investeringsagenda inmiddels belegd of geïnvesteerd zijn. Door vanaf 2025 € 29 mln. per jaar te bezuinigen hebben we het financiële uitgavenkader hierop aangepast.

Ondanks deze gezonde uitgangspositie blijft alertheid ten aanzien van onze financiële positie geboden. Met name vanaf 2026 doet zich een aantal onzekerheden voor, terwijl er tegelijkertijd sprake is van een sterke opwaartse druk op onze uitgaven door de grote prijsstijgingen waarmee we geconfronteerd worden.

Zo laat de raming van de Provinciefondsuitkering vanaf 2026 een substantiële daling zien van voor onze Provincie ca. € 30 mln. In IPO-verband dringen wij bij het Rijk aan om met een oplossing hiervoor te komen. Daarnaast is een nieuwe verdeelsystematiek van het Provinciefonds in voorbereiding die consequenties kan hebben voor de hoogte van de uitkering uit het Provinciefonds. Tevens is de vraag of wij na 2025 opcenten Motor Rijtuigen Belasting kunnen blijven heffen of dat in verband met de ontwikkeling van Betalen naar Gebruik (rekeningrijden) een nieuw provinciaal belastinggebied aan de orde is. Wat de gevolgen van dergelijke overgang naar een nieuw belastinggebied zijn voor onze belastinginkomsten is op dit moment niet in te schatten.

Wij participeren actief in deze trajecten en volgen de ontwikkelingen nauwlettend.

De financiële omvang van de begroting van Noord-Brabant komt voor het jaar 2023 uit op € 1.214,9 mln.