Programma 7 Landbouw en voedsel

Inleiding

Terug naar navigatie - Programma 7 Landbouw en voedsel - Inleiding

De uitvoering binnen het programma Landbouw & Voedsel ligt grotendeels op schema. De vergunningverlening natuurvergunningen liggen al geruime tijd stil. Inmiddels zijn de activiteiten daarop aangepast, zodat het uitvoeren van de geplande activiteiten –die nog wel kunnen plaatsvinden- daar vrijwel geen last van ondervinden. Activiteiten zoals het project Meten is weten waarin we sensoren, het gebruik en de toepassing ervan onderzoeken om bij te dragen aan het ‘real time' kunnen meten en monitoren van stalemissies en het onderzoeken hoe de provincie kan bijdragen aan een betere verkaveling.

Belangrijk successen van de afgelopen periode zijn het opleveren van (de 80%-versie van) het Actieplan Gewasbeschermingsmiddelen, de BZV 3.0, het stappenplan om te komen tot duurzame verpachting van provinciale gronden, en het project beter benutten biologische combi-luchtwassers in de varkenshouderij.

We blijven achter bij de verdere toename van het areaal peulvruchten en zijn sinds januari 2026 gestart met de kwartiermakers gericht op het vergroten van de regionale afzet van biologische landbouwproducten.

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Terug naar navigatie - Programma 7 Landbouw en voedsel - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Bevorderen van duurzame en circulaire landbouw

Terug naar navigatie - Programma 7 Landbouw en voedsel - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - Bevorderen van duurzame en circulaire landbouw

Indicatoren

•    Stikstof- en fijnstof emissie veehouderij in Brabant 

Streefwaarden

Nulmeting

(2023)

Streefwaarde 2030
Geuremissie uit stallen o.b.v. vergunningen veehouderij 0,99 MouE/s Significante afname
Ammoniakemissie uit stallen o.b.v. vergunningen veehouderij  15,2 kton/jaar Significante afname
Totale fijnstofemissie uit stallen 1,5 kton/jaar Significante afname

 

Groen

Er is een daling in alle drie de streefwaarden voor de vergunde stal emissie (milieu activiteit) van geur, 0,95 MouE/s, fijnstof 1,45 Kton en ammoniak 14,3 Kton. Er is geen significante daling in fijnstof te zien. Dat komt met name door het uitblijven van de invoer van extra landelijke reductie eisen voor fijnstof in de pluimveesector dat in 2023 was aangekondigd door het ministerie van I&W.

Stimuleren van economisch toonaangevende landbouw- en voedselsector

Terug naar navigatie - Programma 7 Landbouw en voedsel - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - Stimuleren van economisch toonaangevende landbouw- en voedselsector
  Nulmeting
(2023)
Streefwaarde 
2030
% plantaardige eiwitten in consumptiepatroon 40% 60%
Areaal peulvruchten in ha 445 ha 4750 ha

 

Oranje

-        Percentage plantaardige eiwitten in supermarkten in 2024 is 41,6%. De werkelijke plantaardige eiwitconsumptie is ongeveer 40%. Stijging is minimaal (landelijk). De cijfers van 2025 zijn nog niet bekend.

-        Areaal peulvruchten is in 2025 was 455 ha dit is een geringe stijging van het areaal ten opzichte van 2023. Ten opzichte van 2024 is het areaal licht afgenomen. Waarschijnlijk is dit te verklaren door het zeer natte jaar 2024, waardoor oogsten veel lager uitvielen dan anders en telers in 2025 voor oogstzekerheid hebben gekozen en daarmee voor een ander gewas. De groei blijft achter, waardoor er op dit moment niet kan worden gezegd of het doel in 2030 zal worden behaald. Wellicht dat het landelijke beleid rondom rustgewassen het areaal wat kan verhogen, maar dit is nu nog niet terug te zien.

Stimuleren van Natuur- en landschapsinclusieve landbouw

Terug naar navigatie - Programma 7 Landbouw en voedsel - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - Stimuleren van Natuur- en landschapsinclusieve landbouw
  Nulmeting
(2023
Streefwaarde 
203
Toename aantal natuurinclusieve boeren 150 500
Areaal biologische landbouw in % van totaal 3,2 15
Bijdrage Brabantse Landbouw aan doelen van bodem en 
waterkwaliteit
  Bijdrage leveren

 

Oranje

-          Op 28 oktober 2025 hebben wij u met een Statenmededeling geïnformeerd over de publicatie van het rapport van de WUR met de uitwerking van de definitie voor natuurinclusieve landbouw. Vanwege een verschil in de berekening van de data kunnen we niet precies duiden hoeveel melkveehouders natuurinclusief zijn. We hebben nog geen informatie van akkerbouw- en andere agrarische bedrijven. Op 20 januari 2026 hebben wij u met een Statenmededeling geïnformeerd over de processtappen voor het gebruik van deze definitie en bijbehorende niveaus natuurinclusieve landbouw en de mogelijke toepassingen in ons beleid.

-          De laatste meting op provinciaal niveau laat een lichte stijging van de biologische landbouw zien, het doel van 15 % in 2030 lijkt niet meer realistisch. De beïnvloedingsmogelijkheden van de provincie zijn hier niet zodanig dat de provincie alleen hier het tij kan keren.

-          Natuurinclusieve en biologische bedrijven leveren door een duurzame en veelal extensievere bedrijfsvoering bij aan doelen t.a.v. bodem en waterkwaliteit.

Versterken gemeenschapsinclusief

Terug naar navigatie - Programma 7 Landbouw en voedsel - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - Versterken gemeenschapsinclusief
Oranje

In samenwerking met PON Telos is een methode in ontwikkeling waarmee een tweejaarlijks te herhalen onderzoek uitgevoerd. Het eerste (de nulmeting) is in 2026 gereed. Onderzoeksdoel: de waardering van de samenwerkingen vanuit de provincie Noord-Brabant om tot betere verbinding te komen met boeren, burgers en gemeenten (lokale ambtenaren). Tevens wordt geïnventariseerd hoezeer boeren en burgers zich met elkaar verbonden voelen.

Inzet verbonden partijen

Terug naar navigatie - Programma 7 Landbouw en voedsel - Inzet verbonden partijen

Heeft het gekost wat het mocht kosten?

Terug naar navigatie - Programma 7 Landbouw en voedsel - Heeft het gekost wat het mocht kosten?
7. Landbouw en voedsel
Bedragen x € 1.000
Begroting 2025
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
Verschil begr. na wijz.
primitief
na wijziging
realisatie
- realisatie
Lasten
Programmalasten
487 N
13.430 N
7.926 N
5.504 V
Toegerekende organisatiekosten
7.280 N
6.178 N
6.016 N
162 V
Totaal Lasten
7.767 N
19.609 N
13.943 N
5.666 V
Baten
Programmabaten
1.806 V
6.494 V
6.480 V
14 N
Bijdrage in toegerekende organisatiekosten
0
0
0
0
Totaal Baten
1.806 V
6.494 V
6.480 V
14 N
Saldo van baten en lasten
5.961 N
13.115 N
7.463 N
5.652 V

Toelichting op de verschillen t.o.v. de begroting

Terug naar navigatie - Programma 7 Landbouw en voedsel - Toelichting op de verschillen t.o.v. de begroting
7. Landbouw en voedsel
7. Landbouw en voedsel - Afwijking lasten (bedragen x € 1.000)
5.666 V
Circulaire economie
507 V
De verwachting was dat een aantal regiodeal projecten in 2025 zouden plaatsvinden, dit is naar 2026 doorgeschoven.
GLB/NSP
2.500 V
Er zijn minder subsidies uitgekeerd dan verwacht, dit is 2-ledig. Er waren minder aanvragen en er zijn uitvoeringsproblemen (o.a. door extra capaciteit verschuiving op het goed afwikkelen van het eind 2025 afgeronde POP3 programma), waardoor er aanvragen nog niet zijn beschikt.
POP3
2.307 V
Er is voor€ 2,3 mln. aan lagere vaststellingen van subsidies gerealiseerd.
Life All4 Biodiversity
115 V
Op deze post komen uitgaven voor project Life All 4 Biodiversity die gedekt kunnen worden uit EU bijdragen. Er waren in 2025 minder uitgaven die daarvoor in aanmerking kwamen dan eerder is geprognotiseerd.
Piekbelasters
140 V
In 2025 zijn in tegenstelling tot de verwachting geen bijeenkomsten meer georganiseerd, daarnaast zijn de kosten voor communicatie lager uitgevallen.
Toegerekende organisatiekosten
162 V
De toegerekende organisatiekosten komen op basis van de gerealiseerde capaciteitsinzet lager uit.
Overige: saldo van overige lagere en hogere lasten
65 N
7. Landbouw en voedsel - Afwijking baten (bedragen x € 1.000)
14 N
Piekbelasters
140 N
Lagere inzet Rijksbijdrage als gevolg van lagere uitgaven (zie toelichting uitgaven).
Overige: saldo van overige lagere en hogere baten
126 V