Algemeen inleidend hoofdstuk

Inleiding

Terug naar navigatie - - Inleiding

Het jaar 2025 stond in het teken van de uitvoering van onze provinciale plannen. Plannen die, op basis van het bestuursakkoord ‘Samen maken we Brabant!’, in 2024 zijn uitgewerkt in de diverse uitvoeringsagenda’s. De focus lag op doen. Doen wat we afgesproken hebben en doen wat nodig is voor een welvarend, veilig en toekomstbestendig Brabant. Een Brabant waar de mensen gelukkig en gezond zijn, gehoord worden, mee kunnen doen, perspectief hebben en hun eigen keuzes kunnen en durven maken.   

Koersvast en adaptief uitvoeren

Terug naar navigatie - Inleiding - Koersvast en adaptief uitvoeren

Oog op de bal én op het speelveld. Op basis van eigen kracht aan de slag, anticiperen op kansen en risico’s en van daaruit onze plannen blijven uitvoeren. Dat is koersvast en adaptief. Een belangrijke factor is dat we ook in 2025 hebben kunnen bouwen op de Brabantse kracht van al onze partners in de uitvoering. Samen met de Brabanders, de Brabantse bedrijven, maatschappelijke organisaties, gemeenten, waterschappen, etc. hebben we er keihard aan gewerkt om Brabant iedere dag weer een stukje mooier te maken. We zijn dan ook trots op de resultaten die zijn bereikt. Zo zijn er 12.000 woningen toegevoegd in 2025. Een versnelling ten opzichte van eerdere jaren. Zijn er in het kader van de Aanpak Landelijk Gebied (ALG) en Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) ruim 100 projectenvoorstellen opgewerkt die we met onze partners in uitvoering gaan brengen. Ook is het Actieplan Missie Veiligheid vastgesteld inclusief een investering van €8 miljoen voor innovatieve bedrijven die technologieën ontwikkelen voor digitale en fysieke veiligheid. En we hebben er afgelopen jaar voor gezorgd dat met het EK Wegwielrennen in 2028 een bijzonder topsportevenement naar Noord-Brabant komt.

Het zijn slechts enkele hoofdpunten uit een lange lijst van concrete resultaten. Het is ons in 2025 dan ook gelukt om stappen voorwaarts te zetten door te kijken naar wat er wél kan. Op die manier blijven we zorgen voor groei en ontwikkeling. De voortgangsrapportages over de uitvoeringsagenda’s die in september 2025 zijn opgeleverd brengen dit goed in beeld. Uiteraard lopen we soms tegen obstakels of onvoorziene omstandigheden aan, maar de rapportages tonen vooral aan dat er veel gerealiseerd is. En dat is cruciaal om ook op de lange termijn, koersvast, te kunnen blijven uitvoeren. Een belangrijk aspect hierin is dat er voldoende structurele middelen beschikbaar zijn om onze structurele taken uit te kunnen voeren. Bij de perspectiefnota (april 2025) is een structureel bedrag van € 47,5 mln. toegekend om dit te waarborgen. Een belangrijke investering om ook in de toekomst te blijven doen waarvoor we als provincie aan de lat staan.

Onrustig

Terug naar navigatie - Inleiding - Onrustig

Het was in 2025 onrustig om ons heen. Een jaar waarin ons adaptieve vermogen op de proef werd gesteld. Het kabinet-Schoof viel in juni, partijen verlieten het demissionaire kabinet en in oktober waren er nieuwe verkiezingen. De uitslag heeft (weer) tot een politieke verschuiving in Den Haag geleid, waarbij begin 2026 een nieuwe regering is gestart. Een demissionaire periode betekent onzekerheid. Besluiten werden doorgeschoven en het was onduidelijk welk beleid voortgezet wordt en welk beleid juist niet. Bovendien was afgelopen jaar de geopolitieke situatie instabiel. Spanningen en conflicten namen toe en we zagen als gevolg de focus op veiligheid in defensie sterk toenemen. Deze opgaven vergen extra aandacht terwijl de aanpak van andere opgaven nog altijd urgent is. Denk bijvoorbeeld maar aan de woningmarkt, netcongestie, klimaat, waterkwaliteit, natuurherstel, stikstofreductie, mobiliteit en de krappe arbeidsmarkt.  

Investeren loont

Terug naar navigatie - Inleiding - Investeren loont

We zijn ervan overtuigd dat investeren in Brabant loont. Op die manier houden we het goede Brabantse leven in stand. Met aantrekkelijke steden en leefbare dorpen. Met een sterke natuur en een gezonde leefomgeving. Een Brabant waar mensen het naar hun zin hebben en waar veel te doen is. Qua bedrijvigheid, maar ook als het gaat om evenementen, sport en cultuur. Kortom, een Brabant waar het goed wonen, leven en werken is. Dat is waar we ons iedere dag vol voor inzetten.

Realisatie op hoofdlijnen

Terug naar navigatie - - Realisatie op hoofdlijnen

Realisatie op hoofdlijnen

Programma 1: Bestuur en Veiligheid

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Programma 1: Bestuur en Veiligheid

In mei 2025 hebben we, in nauwe samenwerking met de Vereniging Brabantse gemeenten, Brabantmakers als nieuw netwerk gelanceerd. Daarin kunnen zowel volksvertegenwoordigers, bestuurders als ambtenaren participeren. In 2025 stonden thema's als de gemeentefinanciën en regionale samenwerking centraal. Een goed voorbeeld van hoe we gebouwd hebben aan sterke Brabantse netwerken. Daarnaast is onder andere de monitor Brede Welvaart doorontwikkeld waarin de ervaren brede welvaart in Brabant is gecombineerd met de objectieve cijfers. Er is verder veel geïnvesteerd in contacten met jongeren, jongerenparticipatie en de eerste contouren van de participatieverordening. Als input daarvoor zijn onder andere zorgen en prioriteiten van jongeren in beeld gebracht.

 

In 2025 hebben wij ook onze taken rondom het interbestuurlijk toezicht uitgevoerd. Het valt daarbij op dat het voor gemeenten een grote uitdaging is tot sluitende meerjarenbegrotingen te komen. Ook het behalen van de taakstellingen voor de huisvesting van vergunninghouders blijft eveneens onder druk staan. Op het gebied van weerbaarheid en tegengaan van ondermijning is onder andere ingezet op het project ‘Brabant op de radar’. Dit richt zich op de bewustwording en actiebereidheid van Brabantse inwoners in het tegengaan en signaleren van criminaliteit. Ook hebben we door het jaar heen diverse, goed bezochte, bijeenkomsten georganiseerd over deze thema’s.

Programma 2: Ruimte en Wonen

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Programma 2: Ruimte en Wonen

In de Nota Ruimte is het Rijk van plan nationale ontwikkelrichtingen en keuzes te maken die nodig zijn voor de uitvoering van de beleidsambities. Als voorloper hiervan heeft het Rijk in 2025 de ontwerp Nota Ruimte vastgesteld. In onze provinciale zienswijze (december 2025) hebben we het Rijk opgeroepen om de definitieve Nota Ruimte en de bijbehorende landelijke uitvoeringagenda samen met medeoverheden te ontwikkelen en hiermee ook sectorale uitvoeringsagenda’s te voeden met voldoende instrumenten. Met voldoende instrumenten en middelen kunnen wij immers onze taken naar behoren uitvoeren.

 

Verder hebben we voortgang geboekt in het verduurzamen van bedrijventerreinen via het project Grote Oogst. Ook is het ons in 2025 gelukt om de diverse omvangrijke, complexe stedelijke gebiedsontwikkelingen in de grote en middelgrote steden weer een stap dichter bij de uitvoering te brengen. In 2025 zijn er bijna 12.000 woningen toegevoegd. Een versnelling ten opzichte van eerdere jaren. Daarbij treedt naar verwachting in 2026 de Wet Regie Volkshuisvesting in werking. Hiermee krijgen we als provincie meer regie op de woningbouwopgave. 2025 stond in het teken van de voorbereiding hierop.

 

Aanpak Stikstof

Wij hebben als provincie een aantal belangrijke stappen gezet. Zo is in de tweede helft van 2025 de bijstelling van de aanpak ammoniakemissie reductie in de omgevingsverordening vastgesteld. Veehouders moeten uiterlijk1 juli 2026 maatregelen nemen om in geval van verouderde stalsystemen de ammoniakemissie te verminderen. In plaats van een vergunning aanvragen volstaat nu een melding voor veehouders. Daarnaast hebben we ons in 2025 gericht op het vastleggen, wegen en prioriteren van nieuwe ideeën voor maatregelen die leiden tot minder stikstofuitstoot.

 

Programma 3: Water en Bodem

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Programma 3: Water en Bodem

Begin 2025 zijn het Addendum op het Regionaal Water- en Bodemprogramma 2022-2027 en de KRW-impuls Brabant vastgesteld en in uitvoering gegaan. Daarnaast is de uitvoeringsfase van het project Meanderende Maas gestart. In de 2e helft van 2025 liepen onder meer de voorbereiding van drinkwaterwinning Kruisland (projectbesluitprocedure en coördinatieregeling) en de tussenevaluatie van het RWP.

Programma 4: Natuur en milieu

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Programma 4: Natuur en milieu

In 2025 is voortvarend doorgewerkt aan de realisatie van het Natuurnetwerk Brabant en het herstel van de N2000-gebieden. Eind 2025 hebben Gedeputeerde Staten de Agenda Natuurinclusief Brabant vastgesteld: zie Natuurinclusiviteit | Brabant). De Agenda positioneert natuurinclusiviteit als een integrerend principe binnen bestaande provinciale programma’s en samenwerkingen. Hiermee is invulling gegeven aan het doel om natuur structureel mee te wegen bij ruimtelijke en economische ontwikkelingen.

 

Aanpak Landelijk Gebied  

Op 4 februari 2025 hebben Gedeputeerde Staten het plan van aanpak voor de Aanpak Landelijk Gebied (ALG) vastgesteld. In nauwe samenwerking met gemeenten, waterschappen en natuur- en landbouworganisaties zijn we vervolgens aan de slag gegaan. Zo zijn medio 2025 zijn in de 12 GGA-gebieden meer dan 100 projectvoorstellen opgehaald. Een deel daarvan voeren we al in 2026 uit; andere voorstellen vragen verdere uitwerking. De provincie ondersteunt de gebieden met advies, capaciteit, financiering en inzet van grond. Op 1 juli 2025 is PS nader geïnformeerd over de voortgang via een Statenmededeling. Daarnaast is gewerkt aan vijf concrete water- en natuurprojecten (versnellingsdossiers) waarin de provincie waar nodig zwaardere instrumenten inzet om grond te verwerven en natuur- en waterprojecten te realiseren.

 

Overgangsgebieden

In 2025 is een brede verkenningsfase uitgevoerd met GGA-tafels, agrarische organisaties, natuurpartners en grondeigenaren, zie de Statenmededeling start participatieproces overgangsgebieden. De inzichten uit deze bijeenkomsten worden gebruikt voor de verdere uitwerking van de Overgangsgebieden, in samenhang met de ontwikkelingen vanuit de Rijksoverheid.

 

Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)

De VTH-opdracht 2025 is door de omgevingsdiensten binnen de afspraken uitgevoerd. Het was dynamisch op het gebied van vergunningverlening voor Natura2000 activiteiten. Het intrekkingsbeleid ‘latente ruimte agrarisch en industrie’ is vastgesteld, evenals de wijziging van de Ammoniakemissie eisen en het beleid overgangsgebieden. Daarnaast zijn er veel intrekkings- en handhavingsverzoeken geweest vooral in relatie tot Natura 2000-gebieden.  

 

Milieu
Als provincie staan we aan de lat voor een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit: een schone bodem, schoon, veilig en voldoende water en een gezonde lucht.

In 2025 is er dan ook voortvarend verder gegaan met de acties uit de Uitvoeringsagenda Milieu 2024-2027. De geluidsproductieplafonds voor provinciale wegen zijn vastgesteld. Het Regionaal Meetnet ZO Brabant is een nieuwe fase ingegaan. Brabant is de eerste provincie die ook bij afvalstofbedrijven de Vermijdings- en reductieplannen voor zeer zorgwekkend stoffen actief heeft laten opstellen. Het Schone Lucht Jaarcongres is door Brabant georganiseerd, evenals een kennissessie lichtvervuiling. Inzet op het gebruik van gedragskennis voor het bereiken van onze doelen is voortgezet. Verschillende onderzoeken zijn uitgevoerd of opgestart. Hierdoor is onder meer een beter beeld ontstaan van de grond- en afvalstromen in Brabant. Onderzoek is opgestart naar hot spots in Brabant (plaatsen waar milieu-effecten in Brabant opeenstapelen), naar ultrafijnstof en naar de mogelijkheden van de toepassing van het voorzorgbeginsel en de zorgplicht. Ook de tussenevaluatie van het Beleidskader Milieu is opgepakt. Brabant beschikt als organisatie bovendien weer over een actuele milieubeleidsverklaring. 

 

Op twee van de vijf Brabantse locaties met een drugsafvallozingsput, waaronder de locatie op de Brabantse Wal, is de bodemsanering in de afrondende fase en op drie locaties is de sanering in volle gang. Daarnaast is een begin gemaakt met de uitvoering van bodemonderzoek op de eerste 40 PFAS bronlocaties.   

Programma 5: Economie, kennis en talentontwikkeling

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Programma 5: Economie, kennis en talentontwikkeling

Noord-Brabant vervult een sleutelrol als economische motor in Nederland. Onze provincie vormt het hart van de Europese hightech maakindustrie, waarin kennis, ontwerp, productie en export elkaar versterken. Met een hoge R&D- intensiteit, sterk publiek-private samenwerking en toonaangevende bedrijven en kennisinstellingen draagt Noord-Brabant in zeer hoge mate bij aan het nationale verdienvermogen. Om deze eigenschappen extra kracht bij te zetten hebben we de handen ineengeslagen met de provincies Gelderland en Overijssel, complementaire provincies op gebied van semicon, medische technologie, life sciences, bio- en voedingstechnologie, en hebben we zodoende het kabinet opgeroepen middels een position paper om samen met ons te investeren.

Daarnaast hebben we in 2025 besloten om €8 miljoen te investeren in innovatieve bedrijven die technologieën ontwikkelen voor digitale en fysieke veiligheid. Deze plannen zijn vastgelegd in het Actieplan Missie Veiligheid (waarin ook ontwikkelingen met defensie een rol spelen). Een belangrijk onderdeel daarvan is het besluit om samen met partners € 14,5 mln. te investeren in het Brabant House of Cyber, waarmee Brabantse bedrijven beter beschermen worden tegen digitale dreigingen. Bovendien investeren we samen met het bedrijfsleven ruim € 4 mln. in duurzame, slimmere en toekomstbestendigere chipproductie via de innovatiecoalitie Circular Semicon. Ook hebben we in het begin van het jaar besloten om € 4 mln. te investeren in de doorontwikkeling van een nieuwe generatie kernreactoren. Een consortium van o.a. Thorizon, VDL Groep en DEMCON gaat de komende jaren werken in Brabant aan het ontwikkelen en testen van cruciale onderdelen voor een gesmolten zout reactor.

Programma 6: Energie

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Programma 6: Energie

In lijn met de ambities uit het bestuursakkoord en de Energieagenda 2019-2030 is gewerkt aan het versnellen van de energietransitie met als doel een duurzaam energiesysteem in 2050. Dat betekent dat de acties gericht zijn op het besparen van energie, de toename van hernieuwbare energiebronnen en het beschikbaar en betaalbaar houden van energie. In 2025 is gewerkt aan het opstellen van het (nog vast te stellen) Energieperspectief 2050 dat onder meer de toekomstige energiemix (warmte, elektriciteit, stoffen) in Brabant en de provinciale rolneming beschrijft. Daarmee wordt bijgedragen aan het langjarig en integraal door ontwikkelen van het provinciaal energiebeleid en is een stevige basis gelegd voor de uitvoering. Na vaststelling van het Energieperspectief wordt de huidige uitvoeringsagenda verder geactualiseerd en geconcretiseerd op basis van een aantal aanpakken. De eerste aanpakken rondom warmte, besparen en netcongestie worden in de eerste helft van 2026 met Provinciale Staten gedeeld.

 

Netcongestie

Het verzwaren en uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk is hard nodig om netcongestie te verminderen om daarmee de maatschappelijke en economische ontwikkelingen mogelijk te maken. We zetten samen met gemeenten, rijk en landelijke en regionale netbeheerders in op efficiënter gebruik van beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet en op snelle uitbreiding van de transportcapaciteit. De provincie heeft voor de 150kV hoogspanningsverbindingen Eindhoven-Oost - Maarheeze en Eindhoven-Zuid - Hapert het bevoegd gezag op zich genomen om zo het proces te versnellen.

 

Besparen

In 2025 is onderzocht of het mogelijk is om de immunisatieportefeuille in te zetten voor isolatie van woningen in Brabant. De resultaten worden binnenkort gedeeld via de Brabantse aanpak Besparen. Ook is de subsidieregeling voor de versnelling van Natuurvriendelijk isoleren opengesteld en is in samenwerking met de RES-regio's gewerkt aan plannen voor grootschalige isolatieprojecten.

 

Warmte

In 2025 is de juridische en financiële verkenning voor de oprichting van een Regionaal Warmtebedrijf (RWB) afgerond. De Wet collectieve warmte is door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen en zal naar verwachting op 1 januari 2027 in werking treden. Het kennispunt warmte is in oktober 2025 van start gegaan. Dit zijn belangrijke onderdelen van een samenhangend maatregelenpakket om de warmtetransitie in Brabant te versnellen (Brabantse aanpak Warmte). In 2025 is een oplossing gevonden voor de warmtelevering aan het Amernet na 1 januari 2027. Om dit mogelijk te maken wordt onder andere een E-boiler gerealiseerd. Naar verwachting wordt de bouw van de E-Boiler in 2026 afgerond. Ten behoeve van de Investeringsplannen van de netbeheerders zijn de prioriteiten voor uitbreiding van de energie-infrastructuur bepaald in het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat 2.0 (pMIEK 2.0). Deze energie-infrastructurele projecten zijn prioritair voor het realiseren van de Brabantse ruimtelijk-economische ambities en opgaven. De netbeheerders hebben het pMIEK meegewogen in de opstelling van hun investeringsprogramma 2026-2035/40.

Programma 7: Landbouw en Voedsel

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Programma 7: Landbouw en Voedsel

In 2025 is hard gewerkt aan een toekomstbestendige en duurzame Brabantse land- en tuinbouw. Zo is een Actieplan Gewasbeschermingsmiddelen voorbereid. Hierin staan stimulerende en regulerende maatregelen om het gebruik en de negatieve effecten van chemische gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. Verder is vanuit landbouw en voedsel actief bijgedragen aan de, bij programma 2 reeds genoemde, bijstelling van de aanpak ammoniakemissie reductie. Hetzelfde geldt voor de invulling van het onderwerp overgangsgebieden (zie toelichting bij programma 4). 

Programma 8 en 9: Basisinfrastructuur mobiliteit en Mobiliteitsontwikkeling

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Programma 8 en 9: Basisinfrastructuur mobiliteit en Mobiliteitsontwikkeling

De bereikbaarheid van Brabant stond in 2025 onder druk. Zorgpunt daarbij is het pauzeren van de Rijksinfraprojecten in Brabant. Daardoor wordt de mobiliteitstransitie steeds belangrijker, ook vanwege de verstedelijkings- en woningbouwopgave. Hier hebben wij als provincie verder invulling door belangrijke belangrijke afspraken met de regio’s te maken. Dit vond plaats via Meerjarige Multimodale Mobiliteitspakketten (MMMP’s) en deze zokm vertaald naar de eerste korte termijn pakketten via de Regionale Mobiliteitsprogramma’s (RMP’s). Ook zijn extra rijksmiddelen voor Brabant binnengehaald voor mobiliteitsmaatregelen in relatie tot woningbouwlocaties via de WoMo-aanvraag. Daarnaast is er een aantal belangrijke stappen gezet in de Brainportdeal / convenant Beethoven en voor de plannen rondom Den Bosch Centraal.

Programma 10: Cultuur, Erfgoed, Sport en Vrijetijd

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Programma 10: Cultuur, Erfgoed, Sport en Vrijetijd

Met de oprichting van het Brabant restauratiefonds (gezamenlijk met Nationaal Restauratiefonds) werken aan het behoud van het Brabants erfgoed. Het fonds heeft een omvang van € 50 mln. bedoeld om leningen te verstrekken. Daarnaast was 2025 het 1e jaar in de nieuwe kunstplanperiode 2025-2028. Hierin ondersteunen we 63 professionele en 26 amateurkunstinstellingen. Verder zijn we bijzonder trots dat het EK Wegwielrennen in 2028 naar Noord-Brabant komt. In dat jaar vinden bovendien het EK BMX Freestyle en het WK Veldrijden in Brabant plaats.

 

In 2025 is een stevige stap gezet om de 'Street culture & sports scene' te versterken. De provincie heeft geïnvesteerd in een traject om makers, initiatieven en lokale samenwerkingen binnen de scene te verbinden en beter zichtbaar te maken. Met de aanpak wil de provincie meer jongeren bereiken en in beweging krijgen. Aanvullend zijn er allerlei beweegchallenges georganiseerd (zoals wandel- en fietschallenges). Hiermee willen we Brabanders met een beperking of chronische aandoening stimuleren meer te bewegen en participeren. Afgelopen jaar stonden projecten voor inwoners van kwetsbare wijken centraal.

Brainport/Beethoven

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Brainport/Beethoven

Rijk en regio overleggen sinds 2022 twee keer per jaar in het Bestuurlijk Overleg (BO) Brainport. In het BO Brainport wordt de doorontwikkeling van de mainportstatus van de Brainportregio besproken aan de hand van de Strategische Agenda Brainport. Inmiddels staan ook voortgang van de gemaakte afspraken uit de Brainportdeal (2022) en het convenant Beethoven (2024) centraal in dit overleg. De scope van het BO Brainport is breed: van het stimuleren van innovatie, economische slagkracht, talentontwikkeling en ruimte voor bedrijvigheid tot voldoende en passende woningen, goede bereikbaarheid en een schaalsprong OV. De provincie voert stevige regie op ruimte, energie en infrastructuur om de groei van de hightechindustrie te blijven accommoderen en de economische positie van de Brainportregio te borgen. Tegelijkertijd sturen we op de omgevingskwaliteit met als doel de balans te bewaren tussen economische ontwikkeling en een goede leefomgeving.

 

In 2025 is voortgang geboekt binnen verschillende projecten vallend binnen de pijlers:

  • Verstedelijking en Mobiliteit: Binnen deze pijler is in 2025 voortgang geboekt met onder meer voorkeursalternatieven voor de Multimodale Knoop en de Spoorknoop Eindhoven, de start van integrale MIRT-verkenning A2/N2, Brainportlijnen en Noordwestelijke ontsluiting, de uitvoering van diverse mobiliteitsprojecten (waaronder Bus op Vluchtstrook A67), de uitvoering van de regeling woningbouwversnelling en de gebiedsontwikkeling BIC-Noord (ASML-uitbreiding). Het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit Brainport is geactualiseerd en er zijn afspraken gemaakt over de uitwerking van de gebiedsgerichte ontwikkelpaden voor de (middel)lange termijn.
  • Energie/Netcongestie: In 2025 startten in het energiedomein pilots zoals het Data Safe House en het gebiedsfonds, werden Energiehub plannen ingediend en werden ontwikkelstappen gezet richting de benodigde energie-infrastructuur (380KV en 150KV). Aanpak van netcongestie is hoog op de agenda komen te staan.
  • Talentontwikkeling en technologisch concurrentievermogen: Onderwijsinstellingen namen extra docenten aan, startten nieuwe semicon opleidingen en voerden wervingscampagnes. In 2025 zijn stappen gezet om verdere voorstellen te ontwikkelen over hoe activiteiten van de regio (tech-markt programma's), de provincie (strategische innovatieprojecten/-coalities), het Rijk (o.a. Nationale Technologie Strategie, Groeimarkten en het nieuwe industriebeleid) en Europese initiatieven elkaar kunnen versterken.

 

Voor de komende periode blijven stikstof, energie-infrastructuur/netcongestie, de bekostiging van de OV-exploitatie van de Brainportlijnen (onderdeel nieuwe OV-concessie Zuidoost) en gezamenlijke uitvoeringskracht de grote uitdagingen voor de schaalsprong van de Brainportregio. Naast een intensieve samenwerking tussen verschillende overheden en de triple-helix, heeft deze opgave ook betekenis voor de interne organisatie. De opgaven vanuit het BO Brainport raken meerdere beleidsvelden waaronder economie, mobiliteit, ruimte/leefomgeving, energie, klimaat, financieringen en stikstof en vragen intern om integrale aansturing en een intensieve samenwerking tussen de provinciale programma’s.

 

PS worden periodiek geïnformeerd over de voortgang:

  • Na ieder BO Brainport: via een memo gedeputeerde als oplegger op een gezamenlijke informatiebrief van Rijk/MRE/Provincie.
  • Na het BO Leefomgeving en het BO MIRT: in de statenmededelingen naar aanleiding van deze (landsdelige) overleggen wordt een paragraaf over de Brainport-opgaven opgenomen (Zie Statenmededeling BO Leefomgeving Zuid 2025 en Statenmededeling Uitkomsten BO MIRT 2025).
  • De provinciale financiële bijdragen aan de Beethovendeal en het Beethovenconvenant vallen binnen het begrotingsprogramma mobiliteit (09 ontwikkelagenda mobiliteit). Deze mobiliteitsmiddelen worden gedekt uit de reserves van mobiliteit (reserve Verkeer & Vervoer en reserve Spaar- & Investeringsfonds (SIF) en zijn volledig op de meerjarige begroting geraamd. De verantwoording verloopt via de S&V-producten.

Digitalisering

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Digitalisering

Het beleidskader digitale transformatie liep eind 2025 af en is geëvalueerd op basis van de kaders van artikel 217a Provinciewet. Op grond van die evaluatie is ervoor gekozen het beleidskader te verlengen t/m 2030 (inhoud is nog actueel) en te voorzien van een aanvulling, een zogenaamd addendum. In dit addendum wordt het beleid aangevuld met de thema’s digitale autonomie & soevereiniteit, Artificial Intelligence (AI), Informatiebeheer en aansluiting op landelijke ontwikkelingen, zoals de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en het Federatief Datastelsel (FDS). Dit is nodig want de ontwikkelingen gaan snel en we willen geen concessies doen op het gebied van onze digitale weerbaarheid, privacy en cyberveiligheid. Daarbij heeft ‘informatie’ steeds meer invloed op de manier waarop we samenwerken. Dat zien we terug in hoe manier we omgaan met datagedreven werken, de Wet Open Overheid (WOO) en ook in onze ICT-huishouding en data veiligheid. In 2025 hebben we ons dan ook gericht op het versterken van de randvoorwaarden die nodig zijn om data en informatie optimaal beschikbaar te hebben.

Organisatie en bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Realisatie op hoofdlijnen - Organisatie en bedrijfsvoering

Om onze doelen als provincie te kunnen bereiken hebben we goede mensen nodig. De huidige arbeidsmarkt is ook in 2025 onveranderd gespannen gebleken. De uitdaging ligt in het binnen halen van de juiste talenten en expertise op het juiste moment en een moderne en aantrekkelijk werkgever te zijn. De acties gericht op duurzame inzetbaarheid, weerbaarheid en tevredenheid van medewerkers hebben het gewenste effect gehad. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het sterk gedaalde verzuim en de resultaten van het medewerkersonderzoek dat is uitgevoerd in 2025.

 

Verder hebben we in 2025 gestuurd op het activeren van onze kernwaarden en op versterking van de samenwerking en verbinding tussen programma’s of teams. Heldere sturingslijnen, een uniforme rol van teamleider, duidelijke aanspreekpunten op de inhoud en dagelijkse werkzaamheden. Ook is een start gemaakt met de versterking van het ambtelijk vakmanschap van onze medewerkers.

 

In 2025 zijn bovendien grote stappen gezet in de verduurzaming van het provinciehuis en de bedrijfsvoering. Zo is er triple glas geplaatst in de centrale hal en op de eerste verdieping bij het Statenveld. Ook is een volledige overstap naar ledverlichting gerealiseerd. Verder ontving de provincie Noord-Brabant in 2025 als eerste overheidsinstelling in Nederland het Zero Waste keurmerk. Een prestatie om trots op te zijn.

Financieel totaal beeld

Terug naar navigatie - - Financieel totaal beeld

Inleiding

Terug naar navigatie - Financieel totaal beeld - Inleiding

Onderstaande resultaatanalyse met hierin opgenomen het verloop van de primitieve begroting 2025 naar de realisatie 2025 laat zien dat zowel de baten en lasten gedurende het jaar zijn bijgesteld richting de definitieve realisatie.

Resultaatanalyse

Realisatie 2025

Slotwijziging 2025

Burap II, 2025

Burap I, 2025

Primitieve begroting 2025

(alle bedragen x € 1 mln.)

 

 

 

 

 

Baten

1.121,3

1.082,1

1.050,7

940,8

850,8

Lasten

951,5

979,4

971,8

1.059,2

1.011,8

Resultaat uit exploitatie

169,8

102,7

78,9

-118,3

-161,0

Mutaties reserves (baten)

1.261,3

1.294,4

595,6

604,1

537,7

Mutaties reserves (lasten)

1.402,9

1.397,1

674,5

485,8

376,7

Bruto resultaat

28,1

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Onderbesteding

Terug naar navigatie - Financieel totaal beeld - Onderbesteding

Onderbesteding is het verschil tussen de realisatie van de lasten en de begrote lasten na de laatste begrotingswijziging (slotwijziging 25).

Ook dit jaar is de afwijking weer kleiner dan vorig jaar.  Er is € 27,9 mln. minder besteed dan begroot. Dit is een percentage van 2,8%. Hiermee wordt de trend van een dalende onderbesteding in de laatste jaren verder doorgezet. In 2024 was dit 5,5% en in 2023 3,3%. De jaren ervoor werd de afgesproken norm van 10% niet behaald (2022: 11,9% en 2021: 13,6%).

Rekeningresultaat

Terug naar navigatie - Financieel totaal beeld - Rekeningresultaat

Het bruto en netto rekeningresultaat over de afgelopen jaren laat onderstaande beeld zien:

Rekeningresultaat

2025

2024

2023

2022

2021

(alle bedragen x € 1 mln.)

 

 

 

 

 

Bruto

28,1

38,3

38,0

53,6

147,4

Netto besteedbaar

8,4

24,6

17,1

4,6

14,7

Het bruto resultaat is het saldo van de jaarstukken. Bij behandeling van het statenvoorstel tot vaststelling van de jaarstukken besluiten PS over de bestemming hiervan. De bestemming en specificatie hiervan is te vinden in het statenvoorstel. De bestemming van het rekeningresultaat bestaat uit de overhevelingen, extra toevoegingen/onttrekkingen reserves en de middelen decembercirculaire. Hierna resulteert het netto besteedbaar resultaat wat conform de bestendige gedragslijn aan de vrije begrotingsruimte wordt toegevoegd.

Voorspellend vermogen primitieve begroting / reëel ramen

Terug naar navigatie - Financieel totaal beeld - Voorspellend vermogen primitieve begroting / reëel ramen

Als met deze blik gekeken wordt naar 2025 is er nog veel winst te behalen. Met een voordelige afwijking van € 270 mln. op de baten en een voordelige afwijking van € 60 mln. op de lasten is er nog ruimte voor verbetering in de voorspellende waarde van onze primitieve begroting. Vandaar dat we vanaf de begroting 2026 ingezet hebben op het beter prognosticeren van onze primitieve begroting voorafgaand aan het begrotingsjaar.

Daarbij moet direct aangetekend worden dat het voorspellen van de baten lastig blijft omdat vanuit het Rijk veel incidentele middelen beschikbaar komen gedurende het jaar. In 2025 zijn gedurende het jaar voor € 231 mln. extra baten in de begroting opgenomen die vooraf niet bekend waren.

De afwijking van de lasten is in 2025 relatief laag t.o.v. vorige jaren en de totale uitgaven zijn ook hoger dan afgelopen jaren. Hetgeen past bij het 3e jaar van deze bestuursperiode waar uitvoeren  centraal stond. Dat wordt ook zichtbaar in onderstaand overzicht met de gerealiseerde baten en lasten van de afgelopen jaren.

Gerealiseerde baten/lasten

2025

2024

2023

2022

2021

(alle bedragen x € 1 mln.)

 

 

 

 

 

Baten

1.121,3

1.061,0

971,6

823,8

861,7

Lasten

951,5

835,6

813,7

723,3

713,3

 

Vermogenspositie

Terug naar navigatie - Financieel totaal beeld - Vermogenspositie

De reservepositie is de laatste jaren aanzienlijk gestegen. Zowel op totaalniveau van de reserves als op de algemene reserve en de overige bestemmingsreserves. De bestemmingsreserve Essent blijft min of meer stabiel door de jaren heen.

Reservepositie

Ultimo 2025

Ultimo 2024

Ultimo 2023

Ultimo 2022

Ultimo 2021

(alle bedragen x € 1 mln.)

 

 

 

 

 

Algemene reserve

534,0

429,8

221,4

301,2

237,4

Bestemmingsreserve Essent

2.666,1

2.618,0

2.772,0

2.698,0

2.737,7

Overige bestemmingsreserves

1.495,2

1.468,0

1.238,0

1.118,0

947,7

Totaal reservepositie

4.695,3

4.515,8

4.231,4

4.117,2

3.922,8

Uit bovenstaande tabel wordt zichtbaar dat onze overige bestemmingsreserves ieder jaar fors toenemen. Deze overige bestemmingsreserves zijn in nagenoeg alle gevallen gereserveerde middelen voor het behalen van de meerjarige doelen van onze beleidsvoornemens. Deze toename van het eigen vermogen zorgt ervoor dat de financiële positie verder verstevigd wordt. Daar staat wel tegenover dat het ook een symptoom kan zijn van het niet tijdig realiseren van onze prestaties gedurende meerdere jaren door allerlei moverende redenen waardoor de middelen opgepot worden in bestemmingsreserves. Een verbetermaatregel om meer grip te krijgen op de groeiende bestemmingsreserves is het opstellen van bestedingsplannen. Dit is de eerstvolgende stap, na de reeds bij de begroting 2026 geactualiseerde instellingsbesluiten.

 

De stijging van de algemene reserve (ruim € 100 mln. in het afgelopen jaar) laat zich met name verklaren door middelen die tijdelijk gestald worden in de algemene reserve omdat de uitgaven voor het onderliggende beleid om diverse redenen naar achteren zijn geschoven. Dit betreffen onder andere overhevelingen en stelposten.

Totaalbeeld

Terug naar navigatie - Financieel totaal beeld - Totaalbeeld

Overall is ons beeld dat onze financiële positie gezond is, dat we de onderbesteding duurzaam in de grip hebben en dat de afwijking van primitieve begroting versus realisatie de komende jaren aandacht verdient, evenals de groeiende reservepositie.