Programma 3 Water en bodem

Inleiding

Terug naar navigatie - Programma 3 Water en bodem - Inleiding

Met het Addendum op het Regionaal Water- en Bodemprogramma 2022-2027 dat begin 2025 is vastgesteld, is de aanpak van de provinciale opgaven op het gebied van water, bodem en klimaatadaptatie verder vormgegeven vanuit ‘Water en bodem sturend’, het advies ‘Zonder water geen later’ en de interbestuurlijke Droogteagenda Noord-Brabant. Doel is en blijft een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem, bestand tegen extremen, uiterlijk in 2050.

Het gereedkomen van de bovenregionale stresstesten en hun ontsluiting via het landelijke waterbeeld maakt het risico op wateroverlast als gevolg van grootschalige extreme regen inzichtelijk. Een andere manier waarop aanpassing aan klimaatverandering wordt bevorderd is het openstellen van een subsidieregeling die gemeenten ondersteunt bij het opstellen van een concreet, integraal actieplan om hittestress aan te pakken.

In het kader van hoogwaterveiligheid is Noord-Brabant bij meerdere projecten betrokken. Met het project Meanderende Maas is in januari 2025 de uitvoering van 26 km aan dijkversterking en rivierverruiming tussen Ravenstein en Lith gestart. Het project Ruimte voor de Maas bij Oeffelt wacht op afronding van de vergunningverlening en veel andere projecten zijn in de opstartfase.

Via een Statenmededeling en via het opnemen van nieuwe indicatoren in de verantwoording naar Provinciale Staten is invulling gegeven aan het advies van de Zuidelijke Rekenkamer over drinkwater. Met de instelling van vijf drinkwaterreserveringsgebieden en het besluit om voor de nieuwe winning in Kruisland te kiezen voor een projectplanprocedure en het van toepassing verklaren van de coördinatieregeling, stond drinkwater ook dit jaar prominent op de agenda. Dat geldt ook voor het thema grondwater met verdere uitbreiding van de publieksgrondwatermeters, de aangescherpte PFAS-monitoring en de verbreding van de grondwaterheffing.

Met waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse Delta hebben we de KRW-impuls Brabant vastgesteld én zijn we gestart met de uitvoering. De impuls-maatregelen vormen een aanvullend pakket, boven op de bestaande waterkwaliteitsmaatregelen, om de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027 zo veel mogelijk te halen. In 2025 is daarnaast ingezet op uitvoering én evaluatie van de Maatwerkovereenkomsten met de waterschappen (MOK's) over concrete projecten om de water/KRW- en natuur/VHR-doelen te behalen. In 2025 is bovendien een deel van de Aanpak Landelijk Gebied (ALG-) middelen ingezet voor bosrevitalisatie/hydrologisch herstel.

Het bewustzijn over het belang van een vitale landbouwbodem is dit jaar verder gegroeid. Via het project BodemUP werden ruim 870 boeren individueel begeleid door bodemcoaches bij het nemen van bodemmaatregelen. Daarnaast is gestart met het nemen van bodemmonsters op maar liefst 800 percelen met als doel meer inzicht te krijgen in het bodemleven. De resultaten hiervan worden verwacht in het voorjaar van 2026.

Op twee van de vijf Brabantse locaties met een drugsafvallozingsput, waaronder de locatie op de Brabantse Wal, is de bodemsanering in de afrondende fase en op drie locaties is de sanering in volle gang. Daarnaast is een begin gemaakt met de uitvoering van bodemonderzoek op de eerste 40 PFAS bronlocaties.

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Terug naar navigatie - Programma 3 Water en bodem - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Voldoende Water

Terug naar navigatie - Programma 3 Water en bodem - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - Voldoende Water

Indicatoren:

  • De grondwatervoorraad is op orde en stabiel op termijn: Grondwaterstand en stijghoogte in de grondwaterlichamen voldoet aan de norm (uiterlijk 2027 moeten beide grondwaterlichamen voldoen, 1 voldoet momenteel niet). 
  • Voldoende grondwater voor de natuur: Areaal natte natuurparels dat niet langer verdroogd is (uiterlijk 2027 is 12.000 ha NNP niet langer verdroogd).
  • Voldoende (grond)water voor de bereiding van drinkwater voor openbare drinkwatervoorziening (gehele verzorgingsgebied kan zonder problemen worden bediend)
Rood

De ondiepe grondwaterstanden zijn momenteel stabiel. In het diepe grondwater van de Centrale Slenk worden dalingen van de stijghoogtes geconstateerd. Dit betekent dat er geen evenwicht is tussen onttrekking en aanvulling. Naar verwachting is dit evenwicht niet in 2027 bereikt (KRW-vereiste).

De droge jaren van de afgelopen 10 jaar laten zien dat er niet voldoende grondwater toestroomt naar het oppervlaktewater. Droogval en schade aan de in het water levende organismen zoals vissen treedt op in zomermaanden met geringe neerslag.

Gegevens vanuit het Beleidsmeetnet Verdroging laten zien dat er in sommige gebieden op onderdelen vooruitgang is te zien. Mede door de droge jaren is dit nog niet voldoende.

De leveringszekerheid van drinkwater is momenteel op orde. Zorgen voor de toekomst zijn er vanwege de veranderingen in klimaat en de toename van de Brabantse bevolking en economische activiteit en daardoor toename van de vraag.

Schoon Water

Terug naar navigatie - Programma 3 Water en bodem - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - Schoon Water

Indicatoren:

Basis op orde: alle oppervlaktewateren en het grondwater voldoen aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water in 2027. (bevat verplichte indicator BBV: % van de waterlichamen met een goede ecologische kwaliteit) 

  • Alle fysische, biologische en chemische parameters zijn op orde voor zowel de KRW-oppervlaktewateren als de overige oppervlaktewateren. 
  • Het grondwaterlichaam verkeert in een goede chemische (grondwater)toestand; 
  • Er vindt geen trendmatige achteruitgang van de (grond)- waterkwaliteit plaats 

Verminderde inbreng stoffen: 

  • De inbreng van antropogene stoffen en stoffen die expliciet in de KRW genoemd zijn wordt voorkomen en beperkt. Dit geldt voor alle gevaarlijke stoffen, ook als er momenteel nog geen waternormen voor zijn, zoals voor PFAS, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten en plastics. 

Grondwater voor menselijke consumptie is blijvend beschermd: 

  • Bronnen openbare drinkwaterwinningen zijn op orde en staan kwalitatief niet onder druk (Brabant breed ruim voldoende schone bronnen aanwezig).

Deze indicatoren dragen bij aan de provinciale doelstelling om ‘3 gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander’. 

Rood

De waterkwaliteit voldoet op veel plaatsen niet aan alle wettelijke eisen. Daarnaast is er binnen de EU overeenstemming om de lijst met KRW relevante stoffen uit te breiden. Hierdoor komen er ook voor PFAS KRW-normen. Door het breed aantreffen van deze groep stoffen zal de chemische toestand van het grondwater zeer waarschijnlijk niet-toereikend worden.

Samen met de waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse Delta hebben we in 2025 de KRW-impuls Brabant vastgesteld en zijn we gestart met de uitvoering. Momenteel werken we aan de 4e stroomgebiedsbeheerplannen, als voorbereiding op de nieuwe KRW-planperiode.

Via de adaptieve programmering van de maatwerkovereenkomsten (MOKs) en de KRW-impuls hebben we met de waterschappen afspraken gemaakt op welke manieren de uitvoering versneld kan worden. Het beeld ontstaat dat niet alle inrichtingsmaatregelen in 2027 uitgevoerd kunnen worden. Dit komt met name door onvoldoende beschikbare gronden en de complexiteit van het uit te voeren watersysteemherstel. De bronnen voor openbare drinkwaterwinningen zijn op orde, maar grondwaterbescherming verdient blijvend aandacht (denk aan stikstof en fosfaat, gewasbeschermingsmiddelen, andere stoffen zoals PFAS).

Veilig Water

Terug naar navigatie - Programma 3 Water en bodem - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - Veilig Water

Indicatoren:

Brabant is beschermd tegen overstromingen en biedt Ruimte voor de rivier: 

  • Het percentage rivierenlandschap waar sprake is van sterke dijken in combinatie met een uitbreiding van de afvoercapaciteit. 
  • De regionale keringen zijn veilig. (100% voldoet aan de norm). 
Groen

De dijkversterkingsprojecten worden uitgevoerd conform de planning van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, provincie Noord-Brabant is hierbij betrokken als bevoegd gezag en als regisseur voor de samenhangende opgaven en ruimtelijke kwaliteit. Dit heeft onder andere geleid dat N321 veiliger wordt, natuurontwikkeling onderdeel wordt van dijkversterking Lith-Bokhoven en in het project WAD wordt onderzocht of er met dynamische keermiddelen meer ontwikkelmogelijkheden zijn voor het gebied.

Vitale Bodem

Terug naar navigatie - Programma 3 Water en bodem - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - Vitale Bodem

Indicatoren: 

In de agrarische beïnvloedingsgebieden rondom de prioritaire N2000 gebieden en natte natuurparels, in de voedingsgebieden voor strategische grondwatervoorraden, grondwaterbeschermingsgebieden en gebieden met verhoogd risico op uitspoeling van nitraat en afspoeling van fosfaat is de bodem vitaal en worden de normen voor de Kaderrichtlijn Water en Nitraatrichtlijn gehaald: 

  • de sponswerking voor water en voedingsstoffen is op orde: verliezen van voedingsstoffen naar het grond- en oppervlakte- water zijn minimaal en er is geen sprake meer van verdichting, zodat regenwater kan infiltreren;
  • het gehalte aan organische stof is op zodanig niveau dat een gevarieerd bodemleven mogelijk is en meststoffen en water worden gebonden;
    Streven: 100% van de landbouwbodems in 2050 vitaal, gekoppeld aan klimaat adaptieve inrichting en gebruik. 

Ecologische principes nemen een centrale plaats in de agrarische bedrijfsvoering in:

  • het aantal praktiserende boeren neemt toe. 

Deze indicatoren dragen via een verbeterde (grond)waterkwaliteit bij aan de provinciale doelstelling van ‘3 gezonde levensjaren erbij voor iedere Brabander’. 

Oranje

Voor bodemvitaliteit zijn nog geen breed geaccepteerde normen. Herstel van de vitaliteit van de bodem vergt meerjarige inzet en effecten zijn pas na enkele jaren merkbaar.  In oktober 2025 is door het Europees Parlement positief gestemd over de implementatie van de EU-Richtlijn Bodemmonitoring en Veerkracht (kortweg de Richtlijn Bodemmonitoring). De richtlijn verplicht alle Europese lidstaten een geharmoniseerd monitoringsysteem op te zetten voor bodemgezondheid. Dit alles ten doeleinde in 2050 alle bodems in Europa gezond te krijgen. Elke lidstaat heeft tot 1 december 2028 om de Europese wetgeving te vertalen naar nationale wetgeving. In 2030 moet de eerste monitoringsronde uitgevoerd zijn.

Klimaatadaptatie

Terug naar navigatie - Programma 3 Water en bodem - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - Klimaatadaptatie

Indicator:

  • Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting: Brabant wordt klimaatbestendig en waterrobuust ingericht op basis van de leidende principes uit dit RWP. (100% in 2050)
Oranje

Op de korte termijn liggen we op koers met de uitvoering van voorgenomen projecten. Op de lange termijn is het bereiken van het 2050 doel onzekerder. De klimaatverandering gaat sneller dan we verwachtten, zie de klimaatscenario’s KNMI 2023, terwijl het implementeren van de aanpak om klimaatadaptatie voor de middellange en lange termijn te verankeren binnen de gehele provinciale organisatie langer duurt.

Inzet verbonden partijen

Terug naar navigatie - Programma 3 Water en bodem - Inzet verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:

Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Heeft het gekost wat het mocht kosten?

Terug naar navigatie - Programma 3 Water en bodem - Heeft het gekost wat het mocht kosten?
3. Water en Bodem
Bedragen x € 1.000
Begroting 2025
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
Verschil begr. na wijz.
primitief
na wijziging
realisatie
- realisatie
Lasten
Programmalasten
65.974 N
57.452 N
50.328 N
7.123 V
Toegerekende organisatiekosten
5.716 N
8.256 N
8.407 N
151 N
Totaal Lasten
71.689 N
65.708 N
58.736 N
6.972 V
Baten
Programmabaten
16.706 V
26.422 V
23.033 V
3.389 N
Bijdrage in toegerekende organisatiekosten
0
0
1.144 V
1.144 V
Totaal Baten
16.706 V
26.422 V
24.177 V
2.245 N
Saldo van baten en lasten
54.983 N
39.286 N
34.558 N
4.727 V

Toelichting op de verschillen t.o.v. de begroting

Terug naar navigatie - Programma 3 Water en bodem - Toelichting op de verschillen t.o.v. de begroting
3. Water en Bodem
3. Water en Bodem - Afwijking lasten (bedragen x € 1.000)
6.972 V
Onderhoud vaarwegen
1.198 N
De doorbelasting door waterschap Brabantse Delta ten aanzien van het provinciale aandeel in de kosten voor het vaarwegonderhoud zijn hoger dan begroot doordat de inhaalslag baggeren voorspoedig verloopt en er een actualisatie heeft plaatsgevonden van de doorbelaste kostensoorten.
Toevoeging voorziening grondwaterheffing
553 V
De inkomsten uit de grondwaterheffing over het jaar 2024 (welke in 2025 worden verwerkt) waren lager dan geraamd. Vanwege een minder warm jaar is er minder grondwater onttrokken voor het bereiden van drinkwater. Daardoor is ook een lager bedrag toegevoegd aan de voorziening Grondwaterheffing.
Specifieke uitkering Bodem UP - Monitoring
1.096 V
De capaciteit bij de uitvoeringspartner was beperkter dan vooraf ingeschat. Daardoor zijn er minder metingen uitgevoerd in 2025. Dit leidt tot minder uitgaven die ten laste van de rijksbijdrage voor Bodem UP in het kader van de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied kunnen brengen. We verwachten het restant van de metingen volledig in 2026 te realiseren.
Bijdrage aan Europese programma's
2.464 V
In de tweede helft van 2025 heeft de prioriteit bij Stimulus bijna volledig gelegen op de vaststelling van de lopende POP3-beschikkingen. Bij het niet-tijdig vaststellen van die beschikkingen zou het EU-deel komen te vervallen.
Daardoor is de subsidieverlening voor het GLB nagenoeg stil komen te staan.
Bodem
4.689 V
Als gevolg van vertraging in de uitvoering van bodemsaneringstrajecten zijn de lasten in 2025 lager uitgevallen. Het betreft vele afzonderlijke projecten, waarbij niet een beperkt aantal de onderuitputting verklaren, afgezien van de beschikking m.b.t. Maasdijk ad € 1,6 mln. die in de eerste week van 2026 beschikt is (en niet zoals geraamd in 2025). De saneringsmiddelen zijn beschikbaar vanuit SPUK's en de reserve Bodem en blijven beschikbaar. De lasten schuiven door naar volgende jaren. Van deze onderuitputting betreft circa € 2 mln. lagere lasten gerelateerd aan SPUK's voor bodemsaneringen, wat ook leidt tot een gelijk bedrag aan lagere baten.
Toegerekende organisatiekosten
151 N
De toegerekende organisatiekosten komen op basis van de gerealiseerde capaciteitsinzet hoger uit.
Overige: saldo van overige lagere en hogere lasten
481 N
3. Water en Bodem - Afwijking baten (bedragen x € 1.000)
2.245 N
Grondwaterheffing
547 N
De inkomsten uit de grondwaterheffing over het jaar 2024 (welke in 2025 worden verwerkt) waren lager dan geraamd. Vanwege een minder warm jaar is er minder grondwater onttrokken voor het bereiden van drinkwater.
Specifieke uitkering Bodem UP - Monitoring
1.096 N
Als gevolg van lagere uitgaven ten laste van de rijksbijdrage voor Bodem UP in het kader van de Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied, worden in 2025 minder uitgaven ten laste van het Rijk gebracht dan geraamd.
Bodem
2.049 N
Dit wordt met name veroorzaakt doordat de beschikking m.b.t. Maasdijk ad € 1,6 mln. in eerste week van 2026 is beschikt (en niet zoals geraamd in 2025), waardoor deze in 2025 als onderbesteding optreedt.
Bijdrage in toegerekende organisatiekosten
1.144 V
De bijdrage in toegerekende organisatiekosten komt hoger uit.
Overige: saldo van overige lagere en hogere baten
303 V