Financiering, treasury
Inleiding
Terug naar navigatie - Financiering, treasury - InleidingDe treasuryfunctie richt zich als zodanig op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Treasury omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn.
Belangrijkste doelstellingen voor de provincie zijn:
· Onze beschikbare middelen in het kader van de immunisatieportefeuille, de investeringsagenda en eventuele andere overtollige middelen moeten veilig zijn belegd, dat wil zeggen tegen acceptabele (lage) risico’s;
· De beleggingen uit de immunisatieportefeuille moeten minimaal het doelrendement van € 76,3 mln. opleveren in 2025 en ook de volgende jaren;
· Er moeten voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn op het juiste moment ten behoeve van – onder andere – de provinciale investeringen.
Ontwikkelingen Treasury
Terug naar navigatie - Financiering, treasury - Ontwikkelingen TreasuryBelangrijkste ontwikkelingen
De 10–jaarsrente is in 2025 redelijk stabiel gebleven tussen 2,5% en 3%. Vanwege de relatief hoge rente in 2025 – net als in 2024 – zijn er 18 leningen verstrekt (2024: 20 leningen) aan decentrale overheden voor een totaalbedrag van € 408,0 miljoen (2024: € 423,5 mln.) met een gemiddeld rendement van 2,965% (2024: 2,94%).De korte rente (referentie is de driemaands–euribor) is vanaf augustus 2022 gestegen boven 0%. In 2025 is dit percentage gedaald van 2,74% naar 2,03% einde van het jaar.De ECB heeft via een viertal stappen de rente voor de depositofaciliteit in 2025 verlaagd van 3,0% naar 2,0%, in verband met een dalende inflatie in de eurozone. In Nederland is de inflatie nog relatief hoog in vergelijking met de eurozone. De ontwikkeling van de rente is sinds juni stabiel, mogelijk dat er in 2026 verder verlaagd gaat worden als de inflatie in de eurozone op dit niveau blijft.
Grafiek 1: Renteontwikkeling 2025

Hebben we bereikt wat we willen bereiken?
Om ons doelrendement nu en op de lange termijn te kunnen halen willen we meer financieringen en investeringen realiseren met een maatschappelijk én financieel rendement. We zijn hiermee in 2015 – mede vanwege de lage rentestand – gestart. In de loop van 2020 zijn we vervolgens gestart met het aanpassen van de Verordening treasury om meer investeringen en financieringen (was gemaximeerd op 25% van de portefeuille) mogelijk te maken. Na een gedegen proces, waarin leden van Provinciale Staten zijn meegenomen in de ideeën om de Verordening treasury aan te passen, is op 27 juli 2021 de Verordening Treasury Noord-Brabant 2021 in werking getreden, welke voor het eerst is aangepast op 7 juli 2022. De aanpassing van de Verordening treasury geeft meer mogelijkheden om te investeren en te financieren in het kader van de publieke taak. Bij elk van deze leningen hebben Provinciale Staten de gelegenheid gehad om wensen en bedenkingen te uiten. In totaal zijn nu de volgende leningen verstrekt in het kader van de publieke taak
Tabel I

Alle uitgevoerde transacties zijn gedaan binnen de wet Fido en de regels van de Verordening treasury 2021 Noord–Brabant, deze regels zijn nader uitgewerkt in het op 2 november 2022 in werking getreden Treasurystatuut Noord-Brabant 2022. In het kader van de uitvoering van de publieke taak zijn er ook nog een aantal projecten onderhanden, zoals Zorgvastgoedfonds, Financiering BOEi, Businesspark Aviolanda (BPA) en Knoop XL/ Fellenoord.
In 2025 bedraagt het rendement € 130,4 mln. Dat is € 54,0 mln. meer dan het doelrendement van € 76,3 mln. en € 23,3 miljoen meer dan het verwachte rendement bij de begroting 2025 (€ 107,1 mln. Dit is onder andere veroorzaakt door het relatief hoge dividend van Enexis van € 39,2 mln., maar ook door hogere rente-inkomsten op leningen aan decentrale overheden buiten Brabant. De verwachting is dat we ook vanaf 2026 een overschot realiseren op het doelrendement dat we toevoegen aan de Dividend– en rentereserve als buffer voor de in de toekomst mogelijk lagere rendementen.
Na storting van de € 54,0 mln. en onttrekking van € 1,4 mln. voor het Nazorgfonds bedraagt de stand van de buffer € 236,9 mln. per ultimo 2025. Daarnaast bestaat deze reserve uit een egalisatiedeel waarin boekwinsten (en boekverliezen) van verkochte obligaties uitgesmeerd worden over de komende jaren. Eind 2025 bedraagt het saldo van dit egalisatiedeel € 5,8 mln.(ultimo 2024: € 10,7 mln.). De totale dividend- en rentereserve bedraagt daardoor per einde 2025 € 242,7 mln.(eind 2024: € 196,2 mln.).
Liquiditeitspositie
Terug naar navigatie - Financiering, treasury - LiquiditeitspositieTabel II

In 2025 is onze liquiditeitspositie met € 122 mln. gedaald (2024: toename van € 247 mln.). Gepland was in 2025 een daling van € 578 mln. volgens het Treasury Jaarplan 2025. In totaal dus een verschil van € 449 mln. ten opzichte van de prognose (in 2024 was het verschil met de prognose € 579 mln.). Het verschil met de raming in 2025 werd o.a. veroorzaakt door:
· Hogere doeluitkeringen en uitkering provinciefonds van het Rijk van € 160 mln.;
· Lagere exploitatie-uitgaven € 120 mln.;
· Lagere uitgaven / en lagere inkomsten m.b.t. investeringen € 175 mln.;
· Minder uitgaven ten laste van de middelen van derden € 135 mln.;
In het afgelopen jaar geeft dat het volgende beeld ten opzichte van 2024:
Grafiek II

De trend in 2025 is niet helemaal vergelijkbaar met het verloop in 2024. De verstrekte leningen aan decentrale overheden van € 419,2 miljoen (2024: € 423,5 miljoen), inclusief een lening aan gemeente Waalwijk van € 11,2 mln. hebben een behoorlijk effect op het verloop in 2025. Want deze leningen zijn in 2025 voornamelijk in januari en november verstrekt. Ook de ontvangen SPUKS zijn goed zichtbaar in het tweede halfjaar van 2025. De aflossingen in 2025 van leningen aan decentrale overheden bedroeg € 192,5 mln., zodat deze positie per saldo met € 227,7 mln. toenam.
In mei 2025 heeft BNG Bank de tweede tranche van de hybride lening niet afgelost. De aflossing van de tweede tranche is voor vierde keer met een jaar uitgesteld. Daarnaast zijn er in 2025 een aantal investeringen (m.b.t. Natuur en Infrastructurele projecten) niet volledig gerealiseerd en doorgeschoven, terwijl er in 2025 wel extra inkomsten zijn geweest vanwege Specifieke Uitkeringen (SPUK) in het kader van natuurontwikkeling.
Obligatieportefeuilles
Terug naar navigatie - Financiering, treasury - ObligatieportefeuillesDe provincie Noord-Brabant bezit twee obligatieportefeuilles: een immunisatieportefeuille en een investeringsagendaportefeuille. Beide portefeuilles bestaan uit obligaties van Europese banken met een minimale kredietwaardigheid van AA–minus, conform de wet Fido en Ruddo.
Immunisatieportefeuille
Het doel van de immunisatieportefeuille is een rendement te genereren, door het jaarlijks ontvangen van een vaste rente, ter compensatie van de in 2009 weggevallen dividendstromen van Essent. Het risico van deze portefeuille is laag. Daardoor blijft de waarde in stand, maar zijn ook de rendementen relatief laag. De vrijkomende middelen konden tot en met 2021 alleen worden herbelegd tegen een zeer laag rendement. Dat zorgde ervoor dat de doelstelling (rendement van € 106,3 miljoen) niet meer houdbaar was. Bij het Bestuursakkoord en de begroting 2021 hebben wij een procesvoorstel gedaan voor de bepaling van de nieuwe doelstelling en de consequenties daarvan voor de lange termijn (koers 2030). Dit hield in dat er structureel bezuinigd moest worden vanaf 2025 (€ 30 mln.). De rendementsdoelstelling loopt geleidelijk af naar € 76,3 mln. in 2025.
De verdeling van de immunisatieportefeuille naar soort tegenpartij per 31 december 2025 wordt weergegeven in grafiek 3. De boekwaarde van de uitzettingen op dat moment was € 3.316 mln. Deze beleggingen bestaan uit obligaties (€ 152 mln.), langjarige deposito’s bij de Nederlandse Staat via Schatkistbankieren voor € 421 mln., leningen aan decentrale overheden (€ 2.350 mln.) en leningen/investeringen in het kader van de publieke taak (€ 393 mln.). Daarnaast ontvangen we dividend voor ons aandeel in Enexis. In 2025 was dit € 39,2 mln. Een deel van de nominale waarde van de uitzettingen heeft betrekking op de Risicoreserve en de Dividend– en rentereserve.
Het gerealiseerde rendement over 2025 bedraagt € 130,4 mln. (2024: € 100,4 mln.) en is als volgt opgebouwd (zie ook “algemeen financieel beleid”).
Tabel III gerealiseerd rendement 2025 en 2024 immunisatieportefeuille

Het doelrendement in 2025 bedroeg € 76,3 mln. ten opzichte van € 89,3 mln. in 2024. Hierdoor bedraagt het overschot in 2025 € 54,0 mln. (2024: € 11,1 miljoen) ten opzichte van het doel-rendement van € 76,3 miljoen. In 2025 wordt er ook € 1,4 miljoen gestort vanuit de dividend – en rentereserve in de reserve nazorg gesloten stortplaatsen. Per ultimo 2025 bedraagt het egalisatiedeel € 5,8 miljoen. Dit saldo wordt tot en met 2027 ingezet als rendement op de immunisatieportefeuille. Het wordt verdeeld op basis van de looptijden van de verkochte obligaties.
Per einde 2025 zijn de beleggingen als volgt verdeeld over de verschillende beleggingsvormen:
Grafiek III: Verdeling beleggingen van de immunisatieportefeuille per ultimo 2025

Investeringsagendaportefeuille
Voor de realisatie van de investeringsagenda hebben Provinciale Staten een bedrag van € 1 miljard beschikbaar gesteld. Hiertoe is de investeringsagendaportefeuille opgericht. Het doel van de investeringsagendaportefeuille was enerzijds het bereiken van het doelbedrag van € 1 miljard en anderzijds dat op de gewenste tijdstippen de middelen die nodig zijn voor de realisatie van de investeringsagenda beschikbaar zijn. Het risico van deze portefeuille is laag. De boekwaarde van de obligaties per 31-12-2025 bedraagt € 21,8 miljoen (2024: € 37,0 miljoen).
Het doelbedrag van € 1 miljard was al in 2019 gerealiseerd en het overschot van € 5,6 miljoen is ultimo 2019 toegevoegd aan de rente – en dividendreserve ten behoeve van de buffer. De toekomstige rentebaten t/m 2026 worden meegenomen bij de dekking van het doelrendement van de immunisatieportefeuille.
Beleid en beheersing van risico’s
Terug naar navigatie - Financiering, treasury - Beleid en beheersing van risico’sHet Treasury statuut geeft de risico’s aan die intern beheerst moeten worden: markt– (waaronder rente– en valutarisico), krediet– en liquiditeitsrisico’s. Voor elk risico geven we aan hoe de provincie hiermee is omgegaan in het afgelopen jaar.
Renterisico’s – Wettelijke verplichtingen
De Wet Fido, die met ingang van 1 januari 2001 in werking is getreden, stelt twee concrete normen aan het financieringsbeleid van de provincie, te weten de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Aan beide normen wordt door de provincie voldaan.
Kasgeldlimiet – kortlopende schulden
De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat de provincie maximaal als gemiddelde netto–vlottende schuld per kwartaal mag hebben. Dat bedrag is een percentage van de jaarlijkse begroting. Voor de provincies is dat percentage vastgesteld op 7,0%.
Gedurende 2025 is de gemiddelde netto–vlottende schuld ruim onder de kasgeldlimiet gebleven. In het bijlagenboek (bijlage 9) zijn overzichten opgenomen van de Modelstaat A waarin de liquiditeitspositie per kwartaal is weergegeven.
Renterisiconorm – langlopende schulden
Aangezien in 2025 geen financiering (de provincie sluit al geruime tijd geen leningen meer voor zichzelf af) heeft plaats gevonden en er ook geen sprake is geweest van renteherzieningen op lopende vaste geldleningen is de renterisiconorm niet relevant.
In het bijlagenboek is de Modelstaat B (bijlage 10) opgenomen, betreffende de berekening van het renterisico over het jaar 2025.
Valutarisico’s
De valutarisico’s (risico’s die zijn ontstaan door schommelingen in wisselkoersen) worden uitgesloten doordat alleen uitgezet en belegd wordt in euro’s.
Kredietrisico’s
In het kader van beperking van het kredietrisico, het risico op niet (terug)betalen van de hoofdsom en/of de rente, wordt alleen belegd in vastrentende waarden van financiële ondernemingen en/of landen met minimaal een AA–minus rating (door minimaal twee ratingagencies bepaald) of in waardepapier van financiële ondernemingen met een staatsgarantie van een land met ten minste een AA–minus rating. De financiële onderneming waarin wordt belegd zonder staatsgarantie moet gevestigd zijn in een land met minimaal een AA–rating. In 2025 zijn er geen beleggingen in portefeuille die niet voldoen aan deze eisen, zoals die zijn opgenomen in de Wet Fido en de Ruddo.
Met de wijziging van de Wet Fido op 10 december 2013 mogen decentrale overheden uitsluitend overtollige middelen beleggen bij de schatkist of uitlenen aan andere decentrale overheden, waar de provincie geen toezichtrelatie mee heeft. Daarnaast is het mogelijk om te beleggen in projecten met een publiek doel. Conform de Provinciewet bepalen Provinciale Staten het publiek doel. Voorstellen vanuit Gedeputeerde Staten worden altijd voor “wensen en bedenkingen” aan Provinciale Staten voorgelegd. Ook hierbij moet het risico minimaal zijn. In het aangepaste Treasury Statuut hebben Gedeputeerde Staten regels vastgelegd voor de beheersing van die risico’s.
Liquiditeitsrisico’s
Hiermee wordt het risico bedoeld dat wij niet kunnen voldoen aan onze kortlopende betalingsverplichtingen (facturen, subsidies en dergelijke). Dit is geminimaliseerd door de aanwezige liquide middelen zoveel mogelijk af te stemmen op de prognose van ontvangsten en uitgaven. Dat doen we op dag-, week–, maand– en jaarbasis. Vanaf 2014 zijn onze mogelijkheden om gebruik te maken van flexibele spaarproducten en deposito’s beperkt door “verplicht schatkistbankieren”. Vanaf 2023 zijn we ook gestart met het uitzetten van kortlopende (kas)geldleningen aan decentrale overheden, omdat ook deze rente is gestegen. In 2025 zijn er overigens geen kasgeldleningen verstrekt.
Provinciefinanciering
Terug naar navigatie - Financiering, treasury - ProvinciefinancieringProvinciefinanciering betreft het aantrekken en uitzetten van financiering ten behoeve van het uitvoeren van de publieke taken van de provincie en de risicobeheersing daarvan.
Leningenportefeuille
Opgenomen leningen
In 2025 zijn geen nieuwe langlopende leningen opgenomen. De laatste opgenomen lening is in 2013 geheel afgelost. Bijlage 6 van het bijlagenboek geeft een specificatie van de opgenomen leningen. Hierin staat een bedrag van € 2,6 miljoen als schuldrelatie met ministerie van Economische Zaken. Dit heeft betrekking op een aandelentransactie. Provincie heeft aandelen BOM overgenomen van het ministerie voor hetzelfde bedrag. Er is – conform afspraak – nog niets betaald.
Verstrekte leningen
In 2025 is voor € 480,2 mln. aan nieuwe leningen verstrekt (2024: € 461,3 mln.). Dit is inclusief € 408 mln. aan gemeenten en waterschappen en een Havenschap waar de provincie geen toezicht op uitoefent. Na aflossing (€ 219,9 mln.) van de bestaande en de nieuw verstrekte leningen, resteerde er per balansdatum ruim € 3.051 mln. (ultimo 2024: € 2.791 mln.) aan leningen u/g. Dit is exclusief de voorzieningen van € 22,1 mln. die zijn getroffen. Het risico van deze leningen wordt continu gemonitord. Daarnaast is €0,5 mln. afgeboekt als oninbaar in 2025. Voor een specificatie van alle leningen wordt verwezen naar bijlage 3b van het bijlagenboek.
Uitzettingen
De beleggingen in de beide portefeuilles, inclusief de verstrekte leningen aan openbare lichamen en deposito’s bij de schatkist, bedragen in overeenstemming met de balans € 3.548,2 miljoen (2024: € 3.478,7 miljoen).
Tabel IV

Het effectieve rendement over de immunisatieportefeuille wordt begroot op circa 3,50% op jaarbasis rekening houdend met de aangescherpte beleggingsrichtlijnen voor de verkoopopbrengsten Essent. Hierbij is het uitgangspunt dat gestreefd wordt naar uitzettingen met een hoge mate van zekerheid. Het daadwerkelijk gerealiseerde couponrendement over 2025 voor alle beleggingen in de immunisatieportefeuille bedraagt 2,65% (2024: 2,81%).
Per 31 december 2025 zijn de middelen als volgt uitgezet: Tabel V

De specificatie van de beleggingen en de langlopende leningen zijn in de toelichting op de balans opgenomen onder financiële vaste activa en immateriële vaste activa (voor zover er sprake is van (dis)agio).
Participatie in Oikocredit
In november 2012 is besloten een participatie te nemen in het Oikocredit Nederland Fonds. Door middel van deze participatie geven Gedeputeerde Staten invulling aan de ethisch-sociale aspecten van het treasury beleid. De participatie wordt uitgevoerd in combinatie met een hoofdsomgarantie met een looptijd van 10 jaar. Provinciale Staten zijn hierover op 14 december 2012 geïnformeerd.
Begin 2013 is de participatie genomen in het Oikocredit Nederland Fonds met een nominale waarde van € 426.958. Het risico bij deze uitzetting is erg laag en deze uitzetting past volledig binnen de regels van de wet Fido en de Ruddo. Per ultimo 2025 bedraagt de waarde € 421.019.
Overige ontwikkelingen
Terug naar navigatie - Financiering, treasury - Overige ontwikkelingen· In 2025 is het Treasury Committee vier keer bijeen geweest (in 2024: 3 keer) en zijn er drie bijeenkomsten geweest waar de “onderhanden projecten” zijn besproken;
· In 2023 is de Adviescommissie Kredietverstrekkingen en Investeringen ingesteld en is de voorzitter en zijn er twee leden benoemd door GS. De Adviescommissie zal GS onafhankelijk adviseren over de structuur en technische aspecten van een voorstel vanuit de immunisatieportefeuille, voordat het aan de Treasury Committee en GS wordt voorgelegd. GS besluit om het wel of niet te agenderen voor Provinciale Staten;
De beleggingsdoelstelling over 2025, minimaal € 76,3 mln. inkomsten genereren, is ruimschoots gehaald. In 2025 is er daarom geen gebruik gemaakt van de “buffer” in de Dividend – en Rentereserve. Uiteindelijk is een rendement gerealiseerd van € 130,4 mln. Wat leidt tot een surplus van € 54 miljoen. Geraamd was een surplus van € 30,7 mln.
Renteschema
Terug naar navigatie - Financiering, treasury - Renteschema| Renteschema | |||
| a. | De externe rentelasten over de korte en lange financiering | € 0 | |
| b. | De externe rentebaten | -/- € 89.249.952 | |
| Totaal door te rekenen externe rente | -/- € 89.249.952 | ||
| c. | De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend | -/- € 0 | |
| c. | De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend | -/- € 0 | |
| -/- € 0 | |||
| Saldo door te rekenen externe rente | -/- € 89.249.952 | ||
| d1. | Rente over eigen vermogen | € 0 | |
| d2. | rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) | € 0 | |
| -/- € 89.249.952 | |||
| De aan taakvelden (programma's, inclusief overzicht overhead) toe te rekenen rente | |||
| e. | De werkelijke taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (Rentomslag) | -/- € 0 | |
| f. | Renteresultaat op het taakveld treasury | -/- € 89.249.952 | |