Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit
We werken aan het meest betrouwbare, slimme, duurzame en veilige mobiliteitssysteem van Europa om Brabant aantrekkelijk, bereikbaar en concurrerend te houden.Inleiding
Terug naar navigatie - Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit - InleidingDe uitvoering van de basisinfrastructuur mobiliteit staat er redelijk goed voor. Er ligt een structurele basis voor het mobiliteitsbeleid, al blijven er uitdagingen in de realisatie.
Met het toekennen van extra middelen bij de Perspectiefnota 2026 is er een stevig fundament voor het OV-busvervoer in Brabant met ruimte voor groei. Want goed OV is een belangrijke pijler in het mobiliteitssysteem en cruciaal voor de mobiliteitstransitie die nodig is om extra vraag naar én verdichting van mobiliteit als gevolg van de verstedelijkings- en woningbouwopgave op te vangen.
Medio 2025 is de eerste nieuwe OV-concessie in West-Brabant gestart. Met de inzet op een sterke hoofdstructuur van snelle en frequente OV-verbindingen is het OV-aanbod met de nieuwe dienstregeling West-Brabant met 10% toegenomen. In combinatie met de introductie van Bravoflex begin 2025 is deze OV-hoofdstructuur voor iedereen toegankelijk.
De concessie Oost-Brabant is op basis van de vastgestelde aanbestedingsdocumenten na een geslaagde aanbesteding opnieuw gegund aan Arriva. Ook hier wordt gekozen voor een groeiscenario met uiteindelijk ruim 25% extra dienstregelingsuren, Zero-Emissie bussen, goede reisinformatie en aansluiting met Bravoflex. De exacte dienstregeling wordt nu met gemeenten verder uitgewerkt.
De lopende concessie Zuidoost is vanwege landelijke afspraken over spreiding van aanbestedingen met ruim 2 jaar verlengd tot medio 2029. In de verlenging zijn prikkels opgenomen voor opschaling van het OV-aanbod en verduurzaming.
Maar er zijn ook zorgpunten. Voor de aanbesteding van de nieuwe concessie Zuidoost dient voor de zomer 2026 de aanbestedingsstrategie vooruitlopend op het Programma van Eisen te worden vastgesteld. Dan moeten ook de ambities ten aanzien van de schaalsprong van het OV-aanbod helder zijn. Op dit moment zijn de beschikbare middelen niet toereikend voor een schaalsprong die past bij de verstedelijkingsopgave én bij de ambities in lijn met de investeringen in OV-infrastructuur via de Brainportdeal en convenant Beethoven. Alleen al de exploitatie van de Brainportlijn vraagt om aanzienlijk extra middelen. We zijn hierover vanuit de gedeelde verantwoordelijkheid ook nog in gesprek met het Rijk.
Daarnaast streven we vanwege de continuïteit van de OV-concessies naar een dekkend netwerk van busremises. Het is soms lastig om in bepaalde regio’s geschikte locaties te vinden, zeker met voldoende stroomaansluiting. Hierdoor kunnen de Zero-Emissie ambities onder druk komen te staan of leiden tot meerkosten. Er lopen gesprekken over de duurzame beschikbaarheid van de huidige busremise in Eindhoven. Voor overige locaties in Zuidoost is een inventarisatie uitgevoerd die gaat leiden tot stappen in 2026.
Ten slotte blijft de krapte op de arbeidsmarkt voor zowel de vervoerders als de leveranciers van busmaterieel een aandachtspunt.
Bij de herijking van KOPI is het uitgangspunt ‘werk-met-werk’ vanwege de stikstofproblematiek losgelaten en is de meerjaren onderhoudsplanning weer leidend. Zo voorkomen we dat achterstallig onderhoud kan optreden door de combinatie met reconstructies. Zo is het wegvak N284 Reusel – Hapert vanwege potentieel achterstallig onderhoud versneld opgepakt. Ook is onderhoud aan de N639 Chaam en N264 Odiliapeel – Haps uitgevoerd. Eerder zijn de Staten meegenomen in de toenemende (financiële) druk op de onderhoudsbegroting o.a. als gevolg van de uitbreiding en opwaardering van het areaal, de toegenomen ouderdom en de complexiteit in relatie tot de omgeving. Als een maatregel voor het terugdringen van het tekort is in 2025 de opdracht Meerjarig Onderhoud gegund, de eerste stap richting Waardegedreven Onderhoud met langjarige contracten met een beperkt aantal aannemers vanaf 2027. De voorbereiding van de herijking van KOPI is opgestart. De Staten worden meegenomen in de keuzes in het kwaliteitsniveau en een financiële doorrekening hiervan.
Op basis van het Brabants Verkeersveiligheidsplan 2024-2027 (BVVP) hebben we gewerkt aan het verbeteren van de verkeersveiligheid langs de pijler gedrag, infrastructuur en handhaving met specifieke aandacht voor afleiding, de onervaren verkeersdeelnemer en fietser. Hard nodig, want het aantal verkeersslachtoffers in Brabant is nog altijd te hoog. Zo is de educatie op scholen gecontinueerd, zijn de eerste afspraken over het verbeteren van de verkeersveiligheid van schoolfietsroutes (€10 mln. in deze bestuursperiode) gemaakt in de Regionale Mobiliteitsprogramma's (RMP). Er zijn diverse campagnes op het gebied van afleiding en gedrag uitgevoerd. De opdrachten voor de verbetering van de verkeersveilige inrichting van de N615 Deense Hoek en de N267 Kromme Nol in het kader van de €15 mln. voor kleinschalige verkeerskundige maatregelen (KVM) zijn opgestart. Ook wordt gehandeld als de situatie van verkeersveiligheid daarom vraagt, zoals bijvoorbeeld op de N395 bij Diessen. In overleg met politie en Openbaar Ministerie is de handhaving op specifieke locaties en de inzet van flex- en vaste flitspalen geïntensiveerd. Ook zijn de focusflitsers in gebruik genomen voor handhaving op afleiding door mobiele telefoons.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?
Terug naar navigatie - Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem.
Terug naar navigatie - Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem.Door zorgvuldig (functioneel) beheer en onderhoud dragen de rijks- en provinciale wegen maximaal bij aan een betrouwbaar mobiliteitssysteem, nu en in de toekomst.
- De ontwikkeling in de Indicator Provinciale Wegen (provinciale wegen): IPW >= vorig jaar.
- De ontwikkeling in de klantwaardering voor de Brabantse wegen via het WOW-onderzoek* (provinciale wegen): WOW >= vorig jaar.
Mate van tevredenheid onder Brabanders en Brabantse ondernemers over hun reistijd en de voorspelbaarheid van de reistijd.
- Ontwikkeling in waardering van het OV door reizigers: OV-klantenbarometer >= vorig jaar.
*In IPO-verband is besloten om te stoppen met het WOW-onderzoek. Er wordt gezocht naar een alternatief.
Doordat de meerjaren onderhoudsplanning weer leidend is en wegvakken met potentieel achterstallig onderhoud met prioriteit zijn opgepakt, ligt de provinciale infrastructuur er goed onderhouden bij. Zoals reeds eerder aangekondigd zal bij de aanstaande herijking van KOPI de huidige onderhoudsbegroting niet langer toereikend zijn.
Voor IPW score kunstwerken 97,3% voldoet aan de kwaliteitseisen niveau B (was 97,8%). Deze zaken worden opgepakt. De IPW score verkeersveilige weginrichting is 77% (2023). Dit cijfer, waarbij op verschillende aspecten wordt gemeten hoe veilig provinciale wegen zijn ingericht, wordt eens in de twee jaar geactualiseerd. De nieuwe cijfers worden medio 2026 verwacht, vanaf dat moment is het proces structureel ingericht en kunnen we jaarlijks rapporteren.
In IPO-verband is besloten om te stoppen met het WOW-onderzoek. Er is samen met provincie Limburg gewerkt aan een alternatief in eigen beheer. Op de vraag “Hoe tevreden bent u over uw provincie als beheerder van de provinciale wegen?” is geantwoord met een rapportcijfer 7,4. Het WoW tevredenheidsonderzoek had een iets andere vraagstelling (o.a. op een 5 punt schaal in plaats van rapportcijfer). In 2023 was 73% van de weggebruikers (zeer) tevreden met alle wegbeheerders aspecten. Hoewel deze cijfers vergelijkbaar lijken, zeggen deze niet precies hetzelfde.
De algemene waardering van het OV in 2025 op basis van de klantenbarometer is uitgekomen op 8,0 (t.o.v. 7,8 in 2024).
We gaan voor veilige mobiliteit.
Terug naar navigatie - Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - We gaan voor veilige mobiliteit.In Brabant streven we naar NUL verkeersslachtoffers. Elk verkeersslachtoffer is er één te veel.
- De ontwikkeling van het aantal dodelijke verkeersslachtoffers (Noord-Brabant & provinciale wegen): aantal dodelijke verkeersslachtoffers (conform CBS) < vorig jaar.
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
| Aantal dodelijke verkeersslachtoffers | 99 | 91 | 141 | 120 | 114 | ntb |
| waarvan op provinciale wegen | 16 | 12 | 15 | 9 | 16 | ntb |
In 2030 hebben we de helft minder verkeersongevallen dan in 2020.
- De ontwikkeling van het aantal slachtoffers met lichamelijk letsel (Noord-Brabant & provinciale wegen): aantal slachtoffers met lichamelijk letsel.
| 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
| Aantal slachtoffers | 1.985 | 2.015 | 2.391 | 2.263 | 2.398 | ntb |
| waarvan op provinciale wegen | 164 | 120 | 139 | 157 | 187 | ntb |
De sociale veiligheid is in 2030 toegenomen ten opzichte van 2020.
- De ontwikkeling van de OV-klantbarometer onderdeel veiligheid: OV-klantbarometer onderdeel sociale veiligheid >= vorig jaar.
Zowel in 2023 als in 2024 is het aantal verkeersdoden gedaald. De officiële cijfers 2025 worden medio 2026 gepubliceerd. Toch is het aantal nog steeds veel te hoog. Een stijgend aandeel van de (dodelijke) verkeersslachtoffers betreft fietsers. De onverminderde inzet op gedrag, infrastructuur en handhaving blijft nodig.
De score van de OV-klantbarometer op het onderdeel veiligheid is over 2025 uitgekomen op 8,0 (t.o.v. 8,0 in 2024).
We gaan voor schone, stille en gezonde mobiliteit.
Terug naar navigatie - Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - We gaan voor schone, stille en gezonde mobiliteit.We gaan in Noord-Brabant uit van een ten minste 50% reductie van broeikasgassen (waaronder CO2) en ten minste 50% gebruik van duurzame energie.
- Ontwikkeling emissie broeikasgassen vanuit mobiliteit uitgedrukt in CO2-equivalenten (in absolute aantallen in tonnen uitstoot) (Noord-Brabant): emissie < vorig jaar.
De uitstoot van overige emissies (NOx, fijnstof) is significant afgenomen in 2030. Op grond van het Schone Lucht Akkoord is het streven om in 2030 tot een reductie te komen van 50% van de negatieve gezondheidseffecten van verkeersemissies ten opzichte van 2016.
- Ontwikkeling concentratie NOx en fijnstof emissies in de lucht: emissie < vorig jaar .
Het meest recente cijfer op basis van het Brabantse Verkeersmodel (BBMA) is 17,6 kiloton CO2 (2021). Naar aanleiding van de actualisatie van het BBMA zal in de loop van 2026 een recenter cijfer beschikbaar komen. Er wordt gewerkt aan een manier om hierover jaarlijks te kunnen rapporteren. De totale emissie NOx is 15,61 (2023). Daarmee wordt de dalende trend doorgezet (16,29 in 2022 en 20,5 in 2019). Als belangrijke oorzaak wordt gezien de elektrificatie van het Nederlandse wagenpark.
Inzet verbonden partijen
Terug naar navigatie - Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit - Inzet verbonden partijenVoor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:
- Gemeenschappelijke regeling ‘Kleinschalig Collectief Vervoer Noordoost Brabant’
- Eindhoven Airport
Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Terug naar navigatie - Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit - Heeft het gekost wat het mocht kosten?8. Basisinfrastructuur mobiliteit |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000 |
Begroting 2025 |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2025 |
Verschil begr. na wijz. |
|
primitief |
na wijziging |
realisatie |
- realisatie |
||
Lasten |
|||||
Programmalasten |
187.659 N |
215.780 N |
209.119 N |
6.660 V |
|
Toegerekende organisatiekosten |
18.178 N |
19.640 N |
22.319 N |
2.679 N |
|
Totaal Lasten |
205.837 N |
235.420 N |
231.439 N |
3.981 V |
|
Baten |
|||||
Programmabaten |
6.339 V |
11.385 V |
10.485 V |
900 N |
|
Bijdrage in toegerekende organisatiekosten |
0 |
0 |
710 V |
710 V |
|
Totaal Baten |
6.339 V |
11.385 V |
11.195 V |
190 N |
|
Saldo van baten en lasten |
199.498 N |
224.035 N |
220.244 N |
3.791 V |
|
Toelichting op de verschillen t.o.v. de begroting
Terug naar navigatie - Programma 8 Basisinfrastructuur mobiliteit - Toelichting op de verschillen t.o.v. de begroting8. Basisinfrastructuur mobiliteit |
|
|---|---|
8. Basisinfrastructuur mobiliteit - Afwijking lasten (bedragen x € 1.000) |
3.981 V |
Algemeen |
|
Het begrotingsprogramma Basisinfrastructuur Mobiliteit is opgebouwd uit een aantal (wettelijke) basistaken. Voor een goede borging van deze basistaken zijn de middelen op basis van vastgesteld beleid structureel en autonoom op de meerjarige begroting geraamd: |
|
• Algemeen: € 0,5 mln., waarvan € 0,2 mln. structureel |
|
• Data (inclusief verkeersmanagement): € 8,0 mln., waarvan € 2,4 mln. structureel |
|
• Verkeersveiligheid: € 2,4 mln., waarvan € 1,2 mln. structureel |
|
• Beheer en onderhoud: € 13,3 mln. structureel* |
|
• OV: € 111 mln., komende jaren wordt groei verwacht via nieuwe concessie |
|
* Plus € 34,5 mln. structureel investeringskrediet per jaar voor groot onderhoud en vervanging. De jaarlijkse investeringsuitgaven worden op basis van wet- en regelgeving geactiveerd en vervolgens afgeschreven. De berekende afschrijvingslasten komen op basis van de investeringsplanning ten laste van de exploitatiebegroting en wordt conform bestaand provinciaal indexatiebeleid jaarlijks geïndexeerd. |
|
Daarnaast is er voor de doorontwikkeling van het huidige OV en de transitie naar gedeelde mobiliteit incidenteel op de begroting geraamd, gedekt door een reserve. |
|
De realisatie van de programmalasten 08 Basisinfrastructuur Mobiliteit komt in 2025 uit op € 209,1 mln. t.o.v. van een begroting van € 215,8 mln. Een onderschrijding van € 6,7 mln. (96,9% realisatie). |
|
Onderhoudsbegroting |
2.335 N |
Met een realisatie van € 20,6 mln. is de onderhoudsbegroting van € 18,2 mln. met € 2,4 mln. overschreden. De extra kosten zijn gemaakt voor zaken die noodzakelijk zijn om de provinciale wegen bereikbaar én veilig te kunnen houden. Er is een aantal specifieke oorzaken te noemen voor de overschrijding: 1) Nog altijd is veel aanvullend incidenteel onderhoud, 2) Er is een toename van het aantal incidenten en calamiteiten. |
|
OV-concessies |
1.650 V |
De uitgaven voor de drie OV-concessies zijn € 1,65 mln. lager uitgevallen dan de € 126,6 mln. begroot. Dit komt voor € 852.664,- doordat de definitieve indexatie op basis van de concessievoorwaarden lager is uitgevallen. |
|
Verkeersveiligheid schoolfietsroutes |
2.000 V |
In het kader van het bestuursakkoord is totaal € 10 mln. beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de verkeersveilige inrichting van schoolfietsroutes. De eerste afspraken over provinciale cofinanciering met gemeenten worden gemaakt in het kader van de Regionale Mobiliteitsprogramma's 2026. |
|
OV-ontwikkeling |
1.231 V |
Maatregelen ter bevordering van de toegankelijkheid van het OV in het kader van het landelijke convenant Bestuursakkoord Toegankelijkheid OV 2022-2032 zijn nog niet tot uitvoering gekomen in 2025. De middelen worden doorgeschoven op de meerjarige begroting. |
|
Kleinschalig OV |
1.752 V |
De mate waarin een beroep gedaan wordt op regiotaxi's is lastig te voorspellen en wordt achteraf op basis van gebruik in rekening gebracht. |
|
SOK Brabantstad |
1.380 V |
Samen met de B7-steden en RWS zijn middelen bij elkaar gebracht in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst Brabantstad. Hierbij wordt een aantal basistaken zoals data, digitalisering en verkeersmanagement Brabant breed georganiseerd en doorontwikkeld. Bij verkeersmanagement heeft het accent meer gelegen op het operationele gedeelte in plaats van de ontwikkelopgave. |
|
MUP |
500 V |
Voor de uitvoering van het Meerjarige Uitvoeringsprogramma voor de problematiek in en rond Chaam zijn middelen ter beschikking gesteld. De afstemming kost meer tijd en het budget schuift door. |
|
ZE-bussen |
325 V |
Voor het stimuleren van het gebruik van Zero Emissie bussen in de OV-concessies is een rijksregeling met cofinanciering beschikbaar. Door leveringsproblemen stroomt een klein deel later in. In 2025 zijn totaal 70 bussen ingestroomd. Tegenover de lagere kosten staan ook lagere opbrengsten uit de gematchte rijksbijdragen. |
|
Toegerekende organisatiekosten |
2.679 N |
De toegerekende organisatiekosten komen op basis van de gerealiseerde capaciteitsinzet hoger uit. |
|
Overige: saldo van overige lagere en hogere lasten |
157 V |
8. Basisinfrastructuur mobiliteit - Afwijking baten (bedragen x € 1.000) |
190 N |
Algemeen |
|
De realisatie van de programmabaten 08 Basisinfrastructuur Mobiliteit komt in 2025 uit op € 10,5 mln. t.o.v. van een begroting van € 11,4 mln. Een onderschrijding van € 0,9 mln. (92,1% realisatie). |
|
SOK Brabantstad |
457 V |
Samen met de B7-steden en RWS zijn middelen bij elkaar gebracht in het kader van de Samenwerkingsovereenkomst Brabantstad. Hierbij wordt een aantal basistaken zoals data, digitalisering en verkeersmanagement Brabant breed georganiseerd en doorontwikkeld. Er blijken minder middelen nodig te zijn om de beoogde resultaten te bereiken en is er besloten om inkomsten af te ramen. De facturatie over 2025 was al gebeurd, waardoor de lagere inkomsten pas in 2026 zichtbaar zullen zijn. |
|
Onderhoudsbegroting |
1.120 N |
Er zijn minder inkomsten gerealiseerd op de onderhoudsbegroting dan geraamd. Vergoedingen van de kosten van calamiteiten en het herstellen van schades blijken in de praktijk niet volledig of pas later realiseerbaar. |
|
ZE-bussen |
325 N |
Voor het stimuleren van het gebruik van Zero Emissie bussen in de OV-concessies is een rijksregeling met cofinanciering beschikbaar. Door leveringsproblemen stroomt een klein deel later in. In 2025 zijn totaal 70 bussen ingestroomd. Door de lagere kosten mogen ook minder opbrengsten uit de rijksbijdragen worden toegerekend. |
|
Bijdrage in toegerekende organisatiekosten |
710 V |
De bijdrage in toegerekende organisatiekosten komt hoger uit. |
|
Overige: saldo van overige lagere en hogere baten |
88 V |