Provinciale heffingen
Inleiding
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - InleidingEén van de inkomstenbronnen van de provincie betreft de provinciale heffingen. Deze bestaan uit:
- de heffing opcenten op de motorrijtuigenbelasting;
- de Grondwaterheffing;
- de Nazorgheffing in het kader van de Leemtewet;
- diverse leges.
- De provincie kent geen kwijtscheldingsbeleid voor provinciale heffingen.
Beleidskaders
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Beleidskaders• Grondwaterheffingsverordening
• Verordening Nazorgheffing Noord-Brabant
• Legesverordening Provincie Noord-Brabant
Heffing opcenten motorrijtuigenbelasting
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Heffing opcenten motorrijtuigenbelastingDe opbrengst uit de opcenten motorrijtuigenbelasting is één van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor de provincie. Op grond van artikel 222 van de Provinciewet worden provinciale opcenten geheven. De opbrengst wordt tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Dit betekent dat aan de besteding geen voorwaarden zijn verbonden.
De raming en de realisatie van de opcenten wordt bepaald door de uitkomst van het aantal personenauto’s en motoren maal het tarief. Het tarief is een percentage waarmee de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting –die van rijkswege wordt geheven op personenauto’s en motoren – wordt vermeerderd. De meeropbrengst die dit oplevert is voor de provincie.
Naast het tarief hebben mutaties in het wagenpark effect op de totale opbrengst van de opcenten. De mutaties zijn te onderscheiden in volume-effect, gewichtseffect en effect van de milieubelasting van de auto.
Door het Rijk wordt elk jaar het maximumniveau van de opcentenheffing vastgesteld. De provincie bepaalt zelf in hoeverre zij de vrije capaciteit (verschil wettelijk maximum -/- provinciaal opcententarief) wil benutten. De datum waarop provincies hun opcenten kunnen wijzigen is met ingang van 1 januari van enig jaar.
De MRB-raming is in de gewijzigde begroting 2025 vastgesteld op € 310,0 mln. De uiteindelijke jaaropbrengst bedraagt € 310,3 mln. wat een voordelig resultaat inhoudt van 0,09 %.
Eind 2025 stonden in Noord-Brabant ruim 1.540.00 (eind 2024 1.526.000 ) personenauto’s geregistreerd en ruim 118.000 (eind 2024 119.000) motoren. Er is sprake geweest van een lichte autonome groei van het wagenpark.
Provinciale lastendruk m.b.t. opcenten motorrijtuigenbelasting
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Provinciale lastendruk m.b.t. opcenten motorrijtuigenbelastingHet door het Rijk vastgestelde maximale opcententarief is per 1 januari 2025 wettelijk bepaald op 139,9 opcenten en wordt jaarlijks geïndexeerd.
In de heffingsverordening opcenten Motorrijtuigenbelasting is voor 2025 het tarief vastgesteld op 84,9 opcenten (PS 20/24).
In onderstaande tabel is een vergelijking opgenomen van de vastgestelde opcententarieven van alle provincies.
|
|
|
Vastgesteld tarief per per 1 jan 2025
|
Onbenutte belastingcapaciteit uitgedrukt in percentages per 1 januari 2025 |
|
1 |
Zuid-Holland |
101,5 |
27,4% |
|
2 |
Gelderland |
101,2 |
27,7% |
|
3 |
Groningen |
95,7 |
31,6% |
|
4 |
Fryslân |
92,1 |
34,2% |
|
5 |
Drenthe |
92,0 |
34,2% |
|
6 |
Limburg |
85,8 |
38,7% |
|
7 |
Noord-Brabant |
84,9 |
39,3% |
|
8 |
Zeeland |
84,4 |
39,7% |
|
9 |
Utrecht |
84,2 |
39,8% |
|
10 |
Flevoland |
83,9 |
40,0% |
|
11 |
Overijssel |
82,2 |
41,2% |
|
12 |
Noord-Holland |
77,4 |
44,7% |
|
|
Gemiddeld tarief |
88,8 |
|
|
|
Maximaal tarief |
139,9 |
|
In de rangorde van opcentenheffing van hoog naar laag komt de provincie Noord-Brabant uit op een 7e plaats. In 2025 is de lastendruk m.b.t. de opcenten op de motorrijtuigenbelasting in relatieve zin onder het landelijk gemiddelde gebleven.

Onbenutte belastingcapaciteit
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Onbenutte belastingcapaciteitOnbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de theoretische opbrengst op basis van het wettelijk vastgestelde maximumtarief en de opbrengst gebaseerd op het tarief van de provincie. De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt rekening houdend met het maximale tarief van 139,9 opcenten voor het jaar 2025 ca € 201,0 mln.
Grondwaterheffing
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - GrondwaterheffingNazorgheffing
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - NazorgheffingNazorgheffing in het kader van de Nazorgregeling Wet Milieubeheer.
Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) is de provincie verantwoordelijk voor de nazorg van stortplaatsen waar na 1 september 1996 nog afval is/wordt gestort, uitgezonderd (mede) door het Rijk gedreven stortplaatsen, in Brabant baggerdepot Hollandsch Diep. Om het eeuwigdurend milieuhygiënisch beheer door de Provincie te verzekeren is, conform de wettelijke regeling, een Nazorgfonds (een aparte rechtspersoon) ingesteld.
De exploitant van een stortplaats die onder deze wettelijke regeling valt, moet een actueel nazorgplan voorleggen aan de provincie. Op basis hiervan wordt met het Rekenmodel IPO-Nazorg Stortplaatsen en baggerdepots (RINAS) een doelvermogen bepaald. Om het doelvermogen op te bouwen wordt aan de exploitant een heffing opgelegd die in het fonds wordt gestort. De heffing vindt plaats op grond van de vastgestelde verordening Nazorgheffing Noord-Brabant die door Provinciale Staten voor het laatst is gewijzigd op 5 april 2024.
De nazorgheffing is uitsluitend bestemd voor de uitvoering van de nazorg van gesloten stortplaatsen. De provincie fungeert als ontvanger voor het Nazorgfonds. De gelden worden belegd conform het door het Algemeen bestuur van het Nazorgfonds vastgestelde beleggingsstatuut. De beleggingsresultaten worden bij sluiting van de stortplaats verrekend met de door de exploitanten te betalen heffing. Het Nazorgfonds heeft een eigen begroting en jaarrekening die door het Algemeen bestuur worden vastgesteld.
Er zijn in Brabant negen stortplaatsen waarop de wettelijke regeling van toepassing is:
- Kragge II, Bergen op Zoom;
- Gulbergen, Nuenen;
- Spinder, Tilburg;
- Meerendonk, ’s-Hertogenbosch;
- Zevenbergen;
- Haps;
- Vlagheide, Schijndel;
- Nyrstar, Budel-Dorplein; In 2013 gesloten, 2014 definitieve afrekening, provincie voert nazorg uit en draagt het financieel risico.
- Baggerdepot Dintelsas; In 2013 gesloten, 2014 definitieve afrekening, provincie voert nazorg uit en draagt het financieel risico.
De provincie heeft de aangekondigde periodieke 5 jaarlijkse ALM-studie in 2023 uitgevoerd. Als uitwerking van de ALM studie 2023 en het aflopen van de overeenkomst op 12 juni 2024 is er afgesproken om de aspecten techniek, juridisch, financieel en lobby weer op te pakken. Verder zijn er in het Bestuurlijk Overleg Stortplaatsen (BO-Stortplaatsen) in 2024 afspraken gemaakt over het aanleveren van geactualiseerde (concept) tussentijdse nazorgplannen en het vervolgens opleggen van de zogenaamde voorlopige aanslagen.
Door (landelijke) ontwikkelingen (o.a. Werkprogramma storten 2024-2029 van Ministerie Infrastructuur en Waterstaat) konden de afgesproken termijnen niet worden gehaald en zijn nieuwe afspraken gemaakt over de aanleverdatum en het opleggen van de voorlopige aanslagen. In het BO-Stortplaatsen van 11 juni 2025 is overeengekomen dat deze nazorgplannen uiterlijk 1 oktober 2025 worden ingediend. In het BO-Stortplaatsen van 18 september 2025 is dit verschoven naar uiterlijk oktober 2025. De voorlopige aanslagen zijn door de provincie in maart/april 2026 opgelegd.
Met de exploitanten zijn we in gesprek over deze tussentijdse nazorgplannen, de locatie specifieke situaties en de voortgang. Tevens wordt de (op te leggen) voorlopige aanslag en een eventuele betalingsregeling besproken.
Leges
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Legesbedragen x € 1.000 |
||
|---|---|---|
Legesopbrengsten |
Begroting |
Jaarstukken |
2025 |
Realisatie 2025 |
|
Waterwet |
234 |
179 |
Ontgrondingenwet |
301 |
71 |
Wet algemene bepaling omgevingsrecht |
954 |
1.422 |
Natuurbeschermingswet (incl. VVGB's) |
2.740 |
1.686 |
Vergunningen/ontheffingen wegenverordening |
||
Milieuleges |
300 |
859 |
Totaal |
4.529 |
4.217 |
Leges waterwet
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Leges waterwetOnderdeel |
Aantal |
Aantal |
|---|---|---|
geraamd |
gerealiseerd |
|
Open bodemenergiesystemen |
||
4.1a t/m 200.000 m3 |
5 |
9 |
4.1a1 t/m 500.000 m3 |
10 |
2 |
4.1a2 meer dan 500.000 m3 |
10 |
4 |
25 |
15 |
|
Drinkwater & industriële toepassingen |
||
4.1b t/m 500.000 m3 |
0 |
0 |
4.1b1 t/m 1.000.000 m3 |
0 |
0 |
4.1b2 meer dan 1.000.000 m3 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Totaal |
25 |
15 |
Toelichting op de verschillen tussen raming en realisatie
Vergunningverlening is vraag gestuurd en wijkt in principe altijd af van de raming. De legesaantallen en -bedragen lagen in 2025 enigszins achter op de prognose. De oorzaak daarvan is onduidelijk.
Omgevingswet, ontgrondingen
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Omgevingswet, ontgrondingenOnderdeel (tussen haakjes het art.nr. voorafgaand de Omgevingswet) |
Aantal |
Aantal |
|---|---|---|
geraamd |
gerealiseerd |
|
2.5.1.1a (5.5.1a) t/m 10.000 m3 |
9 |
0 |
2.5.1.1b (5.5.1b) 10.001 m3 t/m 25.000 m3 |
5 |
7 |
2.5.1.1c (5.5.1c) 25.001 m3 t/m 50.000 m3 |
4 |
1 |
2.5.1.1d (5.5.1d) 50.001 m3 t/m 100.000 m3 |
3 |
1 |
2.5.1.1e (5.5.1e) 100.001 m3 t/m 500.000 m3 |
1 |
0 |
2.5.1.1f (5.5.1f) meer dan 500.000 m3 |
2 |
0 |
2.5.1.2 (5.5.2) Wijzigen of verlengen vergunning |
0 |
6 |
2.5.1.3 (5.5.3) Wijzigen vergunning met extra hoeveelheid specie |
0 |
0 |
2.5.1.4 (5.5.4) Intrekken vergunning |
1 |
0 |
2.5.1.5 (5.5.6) Cultuurtechnische verbetering zonder specieafvoer |
1 |
1 |
2.5.1.6 (5.5.7) Natuurprojecten zonder specieafvoer |
0 |
2 |
Totaal leges Omgevingswet, onderdeel ontgrondingen |
26 |
18 |
Toelichting op de verschillen tussen raming en realisatie
Vergunningverlening is vraag gestuurd en wijkt in principe dus altijd af van de raming. Het aantal vergunningen en -legesinkomsten zijn lager dan ingeschat. De komst van de Omgevingswet lijkt hier (mede) debet aan.
Omgevingswet, voorheen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Omgevingswet, voorheen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)Onderdeel (tussen haakjes het art.nr. voorafgaand de Omgevingswet) |
Aantal |
Aantal |
|---|---|---|
geraamd |
gerealiseerd |
|
2.2.1 Een verzoek om beoordeling van een omgevingsplanactiviteit die alleen betrekking heeft op een bouwactiviteit: |
0 |
46 |
2.2.2.1a Bouwkosten lager dan € 20.000 |
28 |
12 |
2.2.2.1b Bouwkosten tussen €20.000 en € 50.000 |
18 |
22 |
2.2.2.1c Bouwkosten tussen €50.000 en € 100.000 |
21 |
15 |
2.2.2.1d Bouwkosten tussen €100.000 en € 400.000 |
14 |
31 |
2.2.2.1e Bouwkosten tussen €400.000 en € 1.000.000 |
8 |
13 |
2.2.2.1f Bouwkosten tussen € 1 mln. en € 5 mln. |
5 |
12 |
2.2.2.1g Bouwkosten tussen € 5 mln. en € 25 mln. |
4 |
3 |
2.2.2.1h Bouwkosten meer dan € 25 mln. |
0 |
0 |
2.2.2.2 Beoordelen bodemrapport |
9 |
7 |
2.2.2.3 Beoordelen advies agrarische adviescommissie |
0 |
0 |
2.2.2.4 Toetsing ontheffing i.h.k.v. exploitatieplan |
0 |
2 |
2.2.3 en 2.2.4 a t/m d Binnenplanse ontheffing grond & bouw |
15 |
15 |
2.2.5 a/c Slopen / wijzigen beschermd monument |
0 |
0 |
2.2.5 b/d Slopen beschermd stads & dorpsgezicht |
0 |
0 |
2.2.6 Slopen |
0 |
0 |
2.2.7 Kappen |
9 |
1 |
2.2.8 a/b Handelsreclame |
0 |
1 |
2.8.1 Andere activiteiten |
0 |
11 |
2.2.12 Gelijkwaardige maatregel bouwactiviteiten |
0 |
3 |
2.2.13 Verlengen tijdelijke vergunning bouwactiviteit |
0 |
4 |
Subtotaal leges Omgevingswet (voorheen Wabo) |
131 |
198 |
2.2.9 Vergunningverlening aanhaken Omgevingsvergunning aanhaken Wnb, N2000 (PNB bevoegd gezag) |
9 |
0 |
2.2.10 Omgevingsvergunning aanhaken OW (Wnb), FF-activiteiten (PNB bevoegd gezag) |
5 |
0 |
Subtotaal interne adviezen met instemming (Vvgb) |
14 |
0 |
Totaal leges Omgevingswet (voorheen Wabo, incl. Ami) |
145 |
198 |
Toelichting op de verschillen tussen raming en realisatie
Vergunningverlening is vraag gestuurd en wijkt in principe dus altijd af van de raming. De aantallen en opbrengsten zijn een stuk hoger dan begroot en hoger ten opzichte van 2024.
Omgevingswet, Natuur
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Omgevingswet, NatuurOnderdeel (tussen haakjes het art.nr. voorafgaand de Omgevingswet) |
Aantal |
Aantal |
|---|---|---|
geraamd |
gerealiseerd |
|
6.1.1 Vergunningverlening gebiedsbescherming/Natura 2000 art 2.7 (vóór 2022) |
0 |
0 |
2.6.1.1 (6.6.1a) Vergunningverlening gebiedsbescherming uitgebreide procedure |
227 |
38 |
2.6.1.2 (6.6.1b) Vergunningverlening gebiedsbescherming (gedeeltelijke) intrekking |
80 |
21 |
2.6.1.3 (6.6.1c) Omzetten PAS-melding naar vergunning |
300 |
0 |
2.6.1.4 (6.2.1.4) Intern salderen |
0 |
0 |
2.6.2.1 (6.1.2) Ontheffingverlening schadebestrijding, overlastbestrijding en populatiebeheer art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 |
15 |
6 |
2.6.2.2 (6.1.3a) Ontheffingverlening soortenbescherming t.b.v. onderzoek en onderwijs, opvang beschermde dieren art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 |
11 |
2 |
2.6.2.3 (6.1.3b) Ontheffingverlening soortenbescherming t.b.v. infrastructurele werken, windmolenparken, GAN, ruimtelijke ontw. > 50 woningen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 |
111 |
97 |
2.6.2.4 (6.1.3c) Ontheffingverlening soortenbescherming overige aanvragen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 |
140 |
167 |
2.6.2.5 (6.1.3d) Ontheffingverlening soortenbescherming betrekking hebbend op belang één particuliere aanvrager art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 |
7 |
6 |
2.6.3.1 (6.1.4a) Ontheffingverlening compensatie herplantplicht art 4.5: |
9 |
12 |
2.6.3.2 (6.1.4b) Ontheffingverlening herplantplicht art 4.5: |
9 |
4 |
2.6.3.3 (6.1.4c) Ontheffing herplanttermijn art 4.5: |
7 |
2 |
2.6.3.4 (6.1.4d) Ontheffing bedoeld in art. 6.12, derde lid, Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (ontheffing wachttermijn) |
7 |
3 |
Overige (restartikel) |
||
22 |
||
Subtotaal leges |
923 |
380 |
6.1.1 Advies met instemming (Ami) |
36 |
3 |
2.6.2.3 (6.1.3b) Ontheffingverlening soortenbescherming t.b.v. infrastructurele werken, windmolenparken, GAN, ruimtelijke ontw. > 50 woningen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 |
4 |
0 |
2.6.2.4 (6.1.3c) Ontheffingverlening soortenbescherming overige aanvragen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 |
4 |
0 |
2.6.2.5 (6.1.3d) Ontheffingverlening soortenbescherming betrekking hebbend op belang één particuliere aanvrager art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10 |
1 |
0 |
Subtotaal Omgevingswet, onderdeel natuur (gemeenten bevoegd) |
42 |
3 |
Totaal Wet Natuurbescherming Leges & Ami |
965 |
383 |
Toelichting op de verschillen tussen raming en realisatie
Zowel het aantal vergunningen gebiedsbescherming en ook de legesinkomsten blijft significant achter op de ramingen. Dit heeft uiteraard alles te maken met de aanhoudende stikstofproblematiek waardoor vergunningverlening bemoeilijkt werd. In de begroting was al rekening gehouden met € 1,6 miljoen minder natuurleges. Uiteindelijk kwamen de inkomsten van natuurleges nog eens bijna € 1 miljoen lager uit.
Leges milieuvergunningen
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Leges milieuvergunningenOnderdeel |
Aantal |
|---|---|
gerealiseerd |
|
2.3.1a Bedrijfstakoverstijgend 1 mba |
15 |
2.3.1b Bedrijfstakoverstijgend 2-5 mba’s |
3 |
2.3.2 Seveso basistarief |
17 |
2.3.2a Seveso hoge drempel |
3 |
2.3.2b Seveso vermeerderd met IPPC-installatie |
3 |
2.3.3a Grootschalige energie opwekking <300MW |
2 |
2.3.3b Grootschalige energie opwekking >300MW |
2 |
2.3.8a Complexe minerale industrie cement, kalk cat 3.1 |
1 |
2.3.8b Complexe minerale industrie anders dan cat 3.1 |
1 |
2.3.9a Basischemie cat 4.1 |
10 |
2.3.9b Basischemie cat 4.2 |
4 |
2.3.10b Complexe papier/hout/textielindustrie cat 6.2 |
1 |
2.3.11a Afvalbeheer cat 5.1 |
2 |
2.3.11b Afvalbeheer cat 5.3 |
11 |
2.3.11c1 Afvalbeheer cat 5.5 |
5 |
2.3.11c2 Afvalbeheer paragraaf 3.5.6 |
3 |
2.3.13b Stortplaats andere milieubelastende installatie/stortplaats |
1 |
2.3.14 Verbranden afvalstoffen IPPC |
1 |
2.3.16a Omg.verg. mba 1 stuks (nutssector en industrie) |
4 |
2.3.17a Omg.verg. mba 1 stuks (afvalbeheer) |
1 |
2.3.22.1a Maatwerk/vergunningvoorschrift 1 stuks |
2 |
2.3.24.1 Toestemming maatregel art 4.7 OW |
1 |
2.3.25 Meerdere mba’s |
12 |
2.3.27-28 div. soorten mba’s |
45 |
2.3.30 Wijziging voorschriften omgevingsvergunning |
6 |
Totaal leges milieuvergunningen |
156 |
Toelichting op de verschillen tussen raming en realisatie
De milieuvergunningen (en daarmee leges voor deze milieubelastende activiteiten) is in 2025 op gang gekomen. Omdat dit nieuw was en ervaringsgegevens ontbraken zijn hier geen aantallen begroot maar is er een bedrag als stelpost opgenomen. Omdat de tabelindeling voor milieuleges erg groot is en er in de praktijk te lastig mee te werken is, is er een interprovinciale werkgroep bezig om te komen tot een vereenvoudiging van de legestabel. Deze zal in 2027 of 2028 door provincies gebruikt kunnen worden. Ook hierbij geldt dat in een nieuwe categorisering eerst ervaring opgedaan zal moeten worden.
Leges Vergunningen/ontheffingen Interim Legesverordening , afdeling 2.5 Infrastructuur
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Leges Vergunningen/ontheffingen Interim Legesverordening , afdeling 2.5 InfrastructuurOnderdeel |
Aantal |
Aantal |
|---|---|---|
geraamd |
gerealiseerd |
|
Ontheffing wedstrijd voertuigen meer gemeenten art. 148/10 WVW 1994 |
15 |
23 |
Verklaring geen bezwaar wedstrijd in één gemeente art. 148/10 WVW 1994 |
15 |
4 |
Ontheffing voertuig of -combinatie art. 9.1 RV, m.u.v. H5, afd. 7, 8, 10 en 11 RV (exceptionele transporten) |
2.800 |
2.692 |
Ontheffing voertuig of -combinatie art. 9.1, H5, afd. 7, 8, 10 en 11 |
0 |
0 |
Ontheffing art. 87 RVV 1990 |
20 |
0 |
Vergunning art. 4, eerste lid, Verordening wegen |
||
- werk andere wegbeheerders |
20 |
7 |
- verkeersmaatregelen op de weg voor werken of activiteiten buiten de weg |
100 |
151 |
- kabels of leidingen |
225 |
225 |
- borden (bewegwijzering, stroken-borden, reclame, objecten, terreinen) |
5 |
1 |
- kunstobject binnen de bebouwde kom |
0 |
0 |
Vergunning art. 5, eerste en tweede lid, Verordening wegen: |
||
- evenement (niet optocht) |
15 |
0 |
- evenement |
10 |
6 |
- voorwerpen i.v.m. particuliere bouw- of onderhoudswerken buiten de weg |
0 |
1 |
- overige activiteiten (wedstrijden zonder voertuigen, voorwerpen, stoffen) |
5 |
3 |
Aanvraag niet nadrukkelijk benoemd |
0 |
13 |
Totaal |
3.230 |
3.125 |
De kosten die in rekening worden gebracht voor het behandelen van aanvragen van vergunningen en ontheffingen op grond van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, afdeling 2.5 Infrastructuur en de wegenverkeerswetgeving zijn berekend op basis van de werkelijke hoeveelheid ambtelijke uren - en daaraan gekoppelde uurtarieven – die nodig zijn om een aanvraag te behandelen. Het uitgangspunt is dat kostendekkende tarieven worden gehanteerd.
Toelichting op de verschillen tussen raming en realisatie
Het aantal verleende vergunning en ontheffingen in 2025 is met 3.125 lager dan de geraamde aantallen 2025 (3.230) maar hoger dan de gerealiseerde aantallen in 2024 (3.046). Het lagere aantal komt vooral door het lagere aantal verleende ontheffingen voor exceptionele transporten. Deze ontheffingen voor exceptioneel vervoer via de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) vormt een groot aandeel in het totaal. Vanwege het uitbreiden van de bevoegdheden van de RDW inzake provinciale wegen voert de RDW sinds een aantal jaren de verlening uit en betaalt deze leges uit aan de provincie, een jaar na realisatie. De totale inkomsten uit leges over 2025 bedragen € 202.780 t.o.v. een raming € 194.973. Omdat de aantallen vooral lager zijn bij de ontheffingen RDW met een relatief laag tarief, zijn de totale inkomsten uit de leges iets hoger dan geraamd.
Kostendekkende tarieven
Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Kostendekkende tarievenBij het opstellen van de begroting is een gedetailleerde opzet gemaakt over de te verwachten uitvoeringskosten vergunningverlening. Daarbij is tevens in beeld gebracht welk type procedures legesplichtig zijn en voor welke procedures dat niet geldt. De volgende variabelen zijn van belang:
- Het benodigd aantal uren per procedure;
- Het uurtarief dat hierbij van toepassing is;
- Het verwacht aantal procedures; dit zegt niets over de “kostprijs” van een procedure, maar over het totaal van de geraamde legesopbrengsten.
Aantal uren
De benodigde ureninzet wordt opgesteld in samenwerking met “inhoudelijke” experts van de omgevingsdiensten. Hierbij wordt gedoeld op experts op het gebied van de Waterwet, Ontgrondingenwet, Wabo en Wet natuurbescherming. De uren die in beeld gebracht worden hebben enkel betrekking op uren van medewerkers van de Brabantse omgevingsdiensten, daar vindt immers de uitvoering plaats. Het betreft enkel uren van medewerkers in het primaire proces. Er worden geen uren van provinciale medewerkers opgenomen in deze opzet.
Uurtarief
Bij de opzet die wordt gemaakt voor de begroting wordt gerekend met (gemiddelde) uurtarieven van de omgevingsdiensten. In deze tarieven zit een opslag voor de overhead van de omgevingsdiensten. Vanuit de provincie wordt hier geen verdere opslag aan toegevoegd.
Aantal procedures
De vergelijking tussen het geraamde aantal en gerealiseerde aantal procedures is opgenomen in de paragraaf heffingen van de provinciale jaarrekeningen.
Kostendekkendheid legestarieven
De kosten van de opdrachten met vergunningverlening en de bijbehorende legesopbrengsten worden gedurende het jaar en gemonitord of deze in lijn liggen met de verwachting. Bij afwijkingen wordt ingezoomd op de achterliggende oorzaken. Jaarlijks worden de kengetallen voor vergunningverlening herijkt naar aanleiding van ervaringsgegevens. Ook de uurtarieven worden jaarlijks herijkt. Per saldo leidt dit tot aanpassingen van de legestarieven uit de legestabel voor het aankomende begrotingsjaar.