Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling
Inleiding
Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - InleidingHet economisch jaar 2025 was vooral door (geo)politieke spanningen roerig. We zagen op het wereldtoneel schuivende machtsverhoudingen en een run op kritieke grondstoffen en technologieën. Met name de door Trump aangekondigde handelstarieven zorgden voor veel onrust en onzekerheid in de wereldwijde economie. De meeste tarieven werden weliswaar gewijzigd of uitgesteld, maar dat een handelsoorlog de Nederlandse en Brabantse economie zal raken is evident. Onze welvaart is zodoende allesbehalve vanzelfsprekend. Het is zaak om nu te handelen en randvoorwaarden voor een sterk investeringsklimaat op orde te brengen – juist op dit vlak kent Nederland steeds meer uitdagingen, zoals op gebied van stikstof en netcongestie. Daar opteert niet toevallig ook voormalig ASML-topman Peter Wennink voor in zijn onlangs gepresenteerde rapport voor het toekomstig verdienvermogen van Nederland en het versterken van het Nederlandse investeringsklimaat. De kloof tussen Europa en technologische voorlopers China en de Verenigde Staten is al in hoog tempo groeiende, waardoor Europa afhankelijker dreigt te worden als er niks gebeurt, aldus Wennink.
Tegelijkertijd hebben we als Nederland, en zeker ook Brabant, alles in huis om mondiaal een technologisch relevante speler te blijven. Noord-Brabant vervult een sleutelrol als economische motor in de Nederlandse context. Onze provincie vormt het hart van de Europese hightech maakindustrie, waarin kennis, ontwerp, productie en export elkaar versterken. Met een hoge R&D- intensiteit, sterk publiek-private samenwerking en toonaangevende bedrijven en kennisinstellingen draagt Noord-Brabant in zeer hoge mate bij aan het nationale verdienvermogen. Om deze eigenschappen extra kracht bij te zetten hebben we de handen ineengeslagen met de provincies Gelderland en Overijssel, complementaire provincies op gebied van semicon, medische technologie, life sciences, bio- en voedingstechnologie, en hebben we zodoende het kabinet opgeroepen middels een position paper om samen met ons te investeren.
Het afgelopen jaar hebben we daarom vol ingezet op de effectuering en de uitvoering van de Uitvoeringsagenda Economie, Kennis & Talentontwikkeling 2024-2027. Zo hebben we als provincie Brabant in 2025 besloten om €8 mln. te investeren in innovatieve bedrijven die technologieën ontwikkelen voor digitale en fysieke veiligheid. Deze plannen zijn vastgelegd in het Actieplan Missie Veiligheid (waarin ook ontwikkelingen met defensie een rol spelen). Een belangrijk onderdeel daarvan is het besluit om samen met partners €14,5 mln. te investeren in het Brabant House of Cyber, waarmee Brabantse bedrijven beter beschermen worden tegen digitale dreigingen. Daarnaast willen we voor de vastgoedontwikkeling op Business Park Aviolanda en de ondersteuning van de groei van een militair en civiel onderhoudscluster voor luchtvaart twee leningen verstrekken van in totaal €55 mln. en voor €12 mln. aan eigen vermogen toevoegen, waarover we met uw Staten hebben gesproken.
Tevens investeren we samen met het bedrijfsleven ruim €4 mln. in duurzame, slimmere en toekomstbestendigere chipproductie via de innovatiecoalitie Circular Semicon. Bovendien hebben we subsidie beschikbaar gesteld voor doorbraakprojecten met ingrijpende impact op de transitie van lineaire naar een circulaire economie. Daarnaast zijn we samen met Brabantse gemeenten, de BOM en de triple-helixorganisaties gestart met zogenaamde Brabant Coaches, die ondersteuning bieden aan ondernemers op een breed terrein van digitalisering en AI, circulair ondernemen, cyberweerbaarheid tot arbeidsproductiviteit.
Bovendien hebben we in het begin van het jaar besloten om €4 mln. te investeren in de doorontwikkeling van een nieuwe generatie kernreactoren. Een consortium gaat de komende jaren werken in Brabant aan het ontwikkelen en testen van cruciale onderdelen voor een gesmolten zout reactor.
Ook hebben we de samenwerking met de Duitse deelstaat Baden-Württemberg versterkt bij de gezamenlijke ontwikkeling van klimaatneutrale waterstof via een nieuw Duits-Nederlands onderzoeksproject. Tot slot hebben we met delegaties van Brabantse bedrijven en kennisinstellingen innovatiemissies georganiseerd naar Japan en Zuid-Korea, waar verbindingen zijn gelegd op gebied van semicon en batterijtechnologie.
Voor wat betreft onze resultaten en indicatoren richting 2027 (Uitvoeringsagenda) en 2030 (Beleidskader) liggen we op koers.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?
Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?Brabant is een vooraanstaande speler in het Europese innovatiesysteem
Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - Brabant is een vooraanstaande speler in het Europese innovatiesysteemIndicatoren:
• We streven naar een structurele top-15 notering in de Regional Innovation Scoreboard van de Europese Commissie in 2030
In de Europese ranglijst zakt Brabant van plek 19 met 140,8 punten (2023) naar positie 26 met 146,2 punten (2025). Onze totaalscore is weliswaar verbeterd, wat betekent dat we op alle indicatoren gezamenlijk zijn gegroeid, maar sommige andere Europese regio’s zijn nog sneller gegroeid dan wij. Daarmee stokt de Brabantse opmars even. Immers, in 2021 bevonden we ons nog op plek 36 (137,3 ptn) en in 2022 op plek 25 (139 ptn). Desalniettemin behoort Noord-Brabant nog steeds tot de zogenaamde ‘Innovation leaders’ van Europa. We doen het vooral goed op ‘LLO’, ‘innovatieve samenwerking en productinnovaties binnen het MKB’ en ‘octrooi-aanvragen’ en inhaalslag gemaakt in ‘internationale wetenschappelijke publicaties’. We vertrouwen erop dat een top 15 notering in 2030 nog steeds haalbaar is. We doen het echter relatief minder goed o.g.v. ‘Investeringen in niet-R&D innovaties’ en ‘verkoop van nieuwe innovaties’. Ook is ‘handelsmerk-aanvragen’ sterk gedaald.
Brabant heeft internationaal een uitstekende economische concurrentiepositie.
Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - Brabant heeft internationaal een uitstekende economische concurrentiepositie.Indicatoren:
- We streven naar een top-15 notering in de Regional Competitiveness Index van de Europese Commissie in 2030.
- % toename van het bruto regionaal product (BRP) ten opzichte van het voorgaande jaar (BBV-verplichte indicator)
Momenteel (de laatste meting dateert nog steeds van 2022), staat Brabant op de 4e positie met 140,6 punten. Dat is een flinke stijging ten opzichte van 2019, toen Brabant nog plek 20 (met 137,6 punten) bezette.
Volgens het CBS groeide het BRP van Brabant in 2024 (t.o.v. 2023) met 0,7%. In 2023 was dat nog 1,1%, tegenover een groei van 0,1% landelijk. Voor 2025 zijn er nog geen definitieve CBS-cijfers. Noord-Brabant is in Nederland groeimotor voor banen, bnp en arbeidsproductiviteit. Er wordt een bruto regionaal product verdiend van maar liefst €171 mrd. (€ 64.658 per inwoner t.o.v. € 62.381 per inwoner landelijk) (2024), wat neerkomt op 15% van het nationale bruto binnenlands product. Daarmee draagt Noord-Brabant dus voor 1/7e deel bij aan de ontwikkeling van de Nederlandse economie.
In de Brabantse samenleving plukt iedereen de vruchten van economisch succes.
Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - In de Brabantse samenleving plukt iedereen de vruchten van economisch succes.Indicatoren:
- We streven ernaar om in 2030 op de CBS-indicatoren voor brede welvaart ‘bbp per hoofd bevolking’ en ‘Opleidingsniveau’ beter dan wel gelijk te scoren ten opzichte van 2020 (startdatum Beleidskader)
- % bruto arbeidsparticipatie (werkgelegenheid) (BBV-verplichte indicator).
- Het BBP per hoofd van de bevolking in Noord-Brabant is de afgelopen jaren gestegen van 49.700 (2020) naar 54.400 (2024). Dit is iets hoger dan het Nederlandse BBP per hoofd van de bevolking (54.400 in 2024).
- Het percentage van de Brabanders dat een HBO of WO opleiding heeft afgerond, is gestegen van 29,9% in 2020 naar 32,2% in 2024. Dit ligt iets lager dan het landelijke percentage van 33,3% (2024).
- De bruto arbeidsparticipatie is in Q3 2025 (76,5%) hoger dan in Q3 2020 (74,4%). Dat is iets hoger dan het landelijke percentage (76,4%).
De Brabantse economie is verregaand circulair.
Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - De Brabantse economie is verregaand circulair.Indicatoren:
• Het gebruik van niet-vernieuwbare grondstoffen is volgens de landelijke afspraken met 50% verminderd in 2030.
Het Rijk heeft geconcludeerd dat deze indicator erg moeilijk te monitoren is en werkt daarom aan een herziening van deze doelstelling. Als provincie hebben we ook ondervonden dat het meten van grondstofgebruik uitdagend is en daarom volgen we dat traject met interesse. De data die wel beschikbaar is lijkt te wijzen op een recente daling van grondstofgebruik in Brabant, maar het is niet duidelijk of dat genoeg zal zijn om de doelstelling voor 2030 te halen. Naast onze inspanningen zal daarvoor meer nodig zijn van andere partijen, zoals het Rijk.
Inzet verbonden partijen
Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Inzet verbonden partijenVoor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet:
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Heeft het gekost wat het mocht kosten?5. Economie |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000 |
Begroting 2025 |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2025 |
Verschil begr. na wijz. |
|
primitief |
na wijziging |
realisatie |
- realisatie |
||
Lasten |
|||||
Programmalasten |
22.761 N |
81.631 N |
90.008 N |
8.376 N |
|
Toegerekende organisatiekosten |
8.672 N |
9.576 N |
9.833 N |
257 N |
|
Totaal Lasten |
31.433 N |
91.208 N |
99.841 N |
8.633 N |
|
Baten |
|||||
Programmabaten |
109 V |
37.315 V |
51.915 V |
14.600 V |
|
Bijdrage in toegerekende organisatiekosten |
0 |
0 |
2.553 V |
2.553 V |
|
Totaal Baten |
109 V |
37.315 V |
54.467 V |
17.152 V |
|
Saldo van baten en lasten |
31.324 N |
53.893 N |
45.373 N |
8.519 V |
|
Toelichting op de verschillen t.o.v. de begroting
Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Toelichting op de verschillen t.o.v. de begroting5. Economie |
|
|---|---|
5. Economie - Afwijking lasten (bedragen x € 1.000) |
8.633 N |
Europese programma's |
14.900 N |
Het betreft met name hogere Efro-bijdrage OP-Zuid ad € 17,8 mln. (N). Dit is budgettair neutraal, zowel aan de lasten- als baten-kant (provincie is doorgeefluik voor Europese middelen). Verder zijn er uitgaven m.b.t. bepaalde regelingen lager dan verwacht en zijn er diverse projecten voordeliger afgewikkeld ( €0,7 mln. V) en nog verschillen in uitvoeringskosten (€ 2,2 mln. V). |
|
Toevoeging rentebaten |
2.100 V |
Dit betreft rentebaten met betrekking tot een voorziening Stimulus. (Voorziening is t.b.v. provincies Limburg, Zeeland en Noord-Brabant). Deze baten zijn toegevoegd aan voorziening en dit was niet in de raming opgenomen. |
|
Provinciale Cofinanciering MIT |
1.400 V |
Provinciale cofinanciering MIT omvat zowel project- als uitvoeringskosten. M.b.t. projecten MIT 2025 zien we een overbesteding, echter nog niet alle beschikkingen zijn in 2025 afgerond en daardoor is het geraamde bedrag aan provinciale cofinanciering MIT 2025 nog niet als last genomen. Deze middelen zijn echter in 2026 nog nodig om aan onze cofinancierings-verplichting te kunnen voldoen en wordt daarom ook voorgesteld om restant ad € 1,4 mln. over te hevelen. |
|
SPUK MIT |
1.000 V |
De uitgaven m.b.t MIT ( 2022 t/m 2025) die d.m.v. een SPUK gedekt worden, zijn € 1 mln. lager dan geraamd, deze worden volledig vanuit Rijk gedekt. (Zie ook baten). |
|
Arbeidsmarktbeleid |
1.000 V |
Betreft subsidiebeschikking ad € 1 mln. aan Midpoint Brabant Development B.V. ten behoeve van het project ‘Actieplan Arbeidsproductiviteit Slimmer Werken Pact Brabant 2025 - 2028’. Deze subsidie is weliswaar eind 2025 beschikt, maar leidt pas in 2026 tot lastneming. |
|
Missie gedreven innovatiebeleid/ruimtelijke economische structuurversterking |
1.000 V |
Door de afhankelijkheid van derden is het vaak lastig om exact aan te geven in welk jaar de uitgaven gerealiseerd worden, enkele subsidiebeschikkingen schuiven daarom door naar 2026. (Bijvoorbeeld Stichting Breda University of Applied Sciences voor het project ‘Van Diesel naar Data’. ) |
|
Toegerekende organisatiekosten |
257 N |
De toegerekende organisatiekosten komen op basis van de gerealiseerde capaciteitsinzet hoger uit. |
|
Overige: saldo van overige lagere en hogere lasten |
24 V |
5. Economie - Afwijking baten (bedragen x € 1.000) |
17.152 V |
Europese programma's |
17.800 V |
Wordt veroorzaakt door een hogere Efro-bijdrage ad € 17,8 mln. Zie ook afwijking lasten. |
|
SPUK MIT |
1.250 N |
De ontvangsten vanuit het Rijk m.b.t uitgaven MIT ( 2022 t/m 2025) zijn € 1,25 mln. lager dan geraamd. Betreft een verschuiving van voorgaande jaren, zie ook afwijking lasten. |
|
Rentebaten |
2.100 N |
Dit betreft (verplichte) toevoeging van rentebaten aan een voorziening Stimulus. Voorziening is t.b.v. provincies Limburg, Zeeland en Noord-Brabant). Deze baten waren niet in de raming opgenomen. (Zie ook afwijking lasten.) |
|
Bijdrage in toegerekende organisatiekosten |
2.553 V |
De bijdrage in toegerekende organisatiekosten komt hoger uit. |
|
Overige: saldo van overige lagere en hogere baten |
150 V |