Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling
Inleiding
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - InleidingDe ambities voor de doorontwikkeling van het Brabantse mobiliteitssysteem langs de vier netwerken wegennet, OV-netwerk, hoofdfietsnetwerk, en goederencorridor staan onder druk.
Een belangrijke oorzaak hiervan is de herprioritering van het Mobiliteitsfonds, waardoor een aantal rijksinfraprojecten in Brabant is gepauzeerd. Voor de A2 Deil – Vught en A50 Paalgraven – Bankhoef is al aangegeven dat deze voorlopig (in ieder geval tot 2030) niet worden opgepakt. Van projecten die wel doorgaan (A58 Eindhoven – Tilburg en N65 Vught - Helvoirt) is het de vraag of én op welke termijn deze gerealiseerd worden vanwege belemmeringen op het gebied van stikstof, capaciteit en financiën. Ook werkzaamheden van een project in uitvoering (A27 Houten – Hooipolder) worden gefaseerd met vertraging als gevolg. De versnelde aanpak van knooppunt Hooipolder inclusief nieuwe verbindingsboog is conform planning volop in uitvoering en wordt eind 2026 opgeleverd.
Om de impact van het pauzeren te verminderen worden restbudgetten van het Rijk ingezet voor mobiliteitspakketten met cofinanciering door de regio (A2 Deil - Vught, A58 Breda – Tilburg en Galder – St.-Annabosch en A67 Leenderheide – Geldrop). Voor de A50 Paalgraven – Bankhoef heeft de regio zelf een pakket met mitigerende maatregelen opgesteld.
Veel projecten op provinciale wegen kunnen wel door, soms met kleine aanpassingen of andere fasering. Met de afronding van de 2e fase is de reconstructie van de N282 Rijen - Hulten - Reeshof opgeleverd en is de N285 Noordelijke randweg Zevenbergen volop in uitvoering. Ook voor de projecten op de N605 bij Volkel en N264 Haps - Odiliapeel staan alle seinen op groen om de realisatie op te pakken. We zien wel de kosten van infraprojecten hard oplopen door vertraging, procedures en aanvullende maatregelen vanwege stikstof (o.a. inzet elektrisch materieel).
Toch zien we ook dat niet alles (op korte termijn) kan, bijvoorbeeld de aanleg van de nieuwe verbinding N629 Dongen - Oosterhout vanwege stikstofdepositie. Er wordt nu met de gemeenten gewerkt aan een pakket van korte termijn maatregelen. Via het participatietraject met de regio zijn verbeteringen aangebracht in het voorlopige ontwerp voor de herinrichting van de N284 Reusel - Hapert op basis van het eerder vastgestelde Voorkeursalternatief. Voor de N279 Veghel - Asten is op basis van een uitgebreid participatietraject de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgeleverd met een vijf kansrijke alternatieven. Deze basis wordt nu verder uitgewerkt richting besluitvorming over een Voorkeursalternatief begin 2027. Er zijn wel zorgen of deze projecten op redelijke termijn realiseerbaarheid zijn.
In het kader van de woningbouwopgave is door gemeenten op basis van het gezamenlijke voorstel Brabant Bouwt een aanvraag voor de rijksmiddelen WoMo ingediend. Voor Brabant zijn afspraken gemaakt over belangrijke mobiliteitsmaatregelen voor een aantal woningbouwlocaties. Zo ook over de financiering van de aanpak Bosch Centraal, een van de belangrijkste spoorknooppunten van Nederland. Tijdens het uitgestelde BO-MIRT 2025 is het Voorkeursalternatief inclusief financiering door de partners bekrachtigd.
Zowel het OV als het hoofdfietsnetwerk zijn belangrijke pijlers voor de mobiliteitstransitie en hard nodig voor de realisatie van het ontwikkelperspectief NOVEX stedelijk Brabant. De ambities liggen vast in het Toekomstbeeld OV 2040 (TBOV 2040) en het Brabants Toekomstbeeld Fiets (BTF).
Dat is terug te zien in de Meerjarige Multimodale Mobiliteitspakketten (MMMP’s). In 2025 zijn de eerste stappen gezet in deze uitvoeringsagenda’s met het uitwerken van de korte termijn maatregelen en de inzet van € 120 mln. provinciale middelen via de Regionale Mobiliteitsprogramma’s (RMP’s). We richten ons daarbij op mobiliteitstransitie, boven lokaal effect, mobiliteitssysteem versterkend en multimodaal.
De Meerjarige Mobiliteitsagenda (MMA) tussen Rijk en regio is opgeleverd en wordt binnenkort bestuurlijk vastgesteld. Deze agenda is gebaseerd op de Meerjarige Multimodale Mobiliteitspakketten (MMMP’s) tussen provincie en regio’s. De samenwerking verloopt via het programma SmartwayZ.NL.
Specifiek voor de ontwikkeling van de Brainportregio zijn het Korte Termijn Maatregelenpakket 1 en 2 opgesteld als onderdeel van de Brainportdeal en convenant Beethoven. In 2025 zijn belangrijke stappen gezet. Zo is het voorlopige ontwerp HOV4 én het voorkeursalternatief voor de Multimodale Knoop Eindhoven vastgesteld. Het project Bus op de Vluchtstrook, met als doel om het OV rond Eindhoven nog betrouwbaarder te maken én om zo ook de drukte op de wegen te verminderen, is vanaf medio 2025 op de A67 gestart. De voorbereidingen (o.a. realiseren pechhavens en aanpassen bebording) voor de A50 en A2 worden getroffen. Tevens is gestart met de MIRT-verkenning A2/N2 inclusief de Brainportlijn. Onderdeel hiervan is ook de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de bekostiging van de OV-exploitatie van de Brainportlijn. De provinciale middelen hiervoor zijn nu ontoereikend.
Ook is het (snel-)fietsnetwerk in Brabant verder uitgebreid. Dit jaar zijn opgeleverd of is gestart met de aanleg: de F2 Zaltbommel – ’s-Hertogenbosch, de F58 Rijen – Breda en de F629 Tilburg – Oosterhout en enkele doorfietsroutes uit het Korte Termijn Pakket Brainportdeal zoals de F67 Kempenroute en de F270 Eindhoven – Helmond. Ook is na het onherroepelijke besluit van RvS inzake de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL) eerder dit jaar gestart met de realisatie van de F59 ’s-Hertogenbosch - Waalwijk.
Tilburg en Moerdijk zijn belangrijke logistieke knooppunten op de goederencorridor, wat bevestigd wordt via de realisatiepacten. De aanbesteding voor Herbouw Sluis II Wilhelminakanaal is gestart met de ondertekening van de bestuursovereenkomst begin 2025. Bij het uitgestelde BO-MIRT 2025 zijn afspraken gemaakt over de optimalisatie van het kanaal na Sluis II tot Loven en herstructurering van het havengebied in Tilburg. Daarmee kunnen eindelijk belangrijke stappen worden gezet in de verbetering van de vaarverbinding tussen Rotterdam en Tilburg en het stimuleren van watergebonden bedrijvigheid.
Het actieplan truckparkings naar aanleiding van een motie is begin 2026 opgeleverd.
Via de Programmering Mobiliteit 2026-2045 is inzicht gegeven in de totale mobiliteitsportefeuille. De mobiliteitsopgave is onverminderd groot, continu in beweging en de beschikbare middelen beperkt. Dat vraagt voortdurend om scherpe keuzes om kansen te benutten en risico’s te beheersen.
Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem.
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem.De (multimodale) reistijd is in 2030 in 95% van de gevallen conform de voorspelling + of – 5 minuten.
- De ontwikkeling van de werkelijke gerealiseerde reistijd per auto ten opzichte van de freeflow reistijd (Noord-Brabant & provinciale wegen, naar typen wegen): < vorig jaar.
*Freeflow = reistijd buiten de spits zonder vertraging.
De indicator is uitgekomen op 90,8% in de ochtendspits (t.o.v. 90,5% in 2024) en 88,1% in de avondspits (t.o.v. 87,5% in 2024). Weliswaar nog onder de norm, maar laat wel een licht positieve trend zien in de afgelopen jaren. Deze indicator laat zien in hoeveel procent van de gevallen (ochtendspits & avondspits tijdens werkdagen) de reistijd binnen de bandbreedte valt ten opzichte van het jaarlijks gemiddelde. De indicator drukt uit hoe betrouwbaar de reistijd op de wegen is.
De onzekerheid over de (termijn van) realisatie van een aantal infrastructurele projecten, zowel op het rijkswegennet als op provinciale wegen, verhogen de druk op het Brabantse mobiliteitssysteem. De impact hiervan is reeds geschetst in het persbericht Gestrand in Brabant. Het belang van de realisatie van deze projecten én van extra maatregelen op de andere netwerken neemt hierdoor toe.
We gaan voor een samenhangend mobiliteitssysteem.
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - We gaan voor een samenhangend mobiliteitssysteem.Het aantal multimodale ketenverplaatsingen* in personen- en goederenvervoer in Brabant is in 2030 verdubbeld ten opzichte van 2019.
- Ontwikkeling modal split in het personenvervoer van weg naar openbaar vervoer en fiets (absolute aantallen, Noord-Brabant): > vorig jaar
- Ontwikkeling modal split in het goederenvervoer van weg naar spoor en water (absolute aantallen, Noord-Brabant): > vorig jaar
*Bij multimodale ketenverplaatsing is er sprake van een combinatie van meerdere (duurzame) vervoerwijzen voor één verplaatsing. Modal split houdt de verdeling in tussen modaliteiten.
Voor de modal split personenvervoer zijn door het CBS geen recente data geleverd. Voor goederenvervoer is de modal split uitgekomen op 10,6 in 2024 (t.o.v. 10,2 in 2023), zeker in volumes een aanzienlijke stijging. De gegevens over 2025 zijn pas later beschikbaar.
In de Regionale Mobiliteitsprogramma’s (RMP’s), waarin de in de Meerjarige Multiomodale Mobiliteitspakketten (MMMPs) afgesproken Mobiliteitstransitie verder is uitgewerkt, zijn concrete maatregelen opgenomen om de shift naar meer OV en fiets mogelijk te maken. In de komende jaren worden deze maatregelen gerealiseerd. Voor goederenvervoer zijn hierover afspraken gemaakt in de realisatiepacten Tilburg en Moerdijk.
We gaan voor mobiliteit voor iedereen.
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - We gaan voor mobiliteit voor iedereen.Onderwijs-, zorg-, werk-, recreatie-, natuur- en dagelijkse voorzieningen en sociale contacten zijn in 2030 goed bereikbaar voor iedereen.
- Ontwikkeling van de nabijheid van voorzieningen in verschillende type regio’s en voor verschillende type modaliteiten.
Voor Mobiliteit voor iedereen kijken we naar hoe groot de afstand per buurt is voor een viertal voorzieningen (huisarts, boodschappen, voortgezet onderwijs en bibliotheek) en tellen we het totaal aantal buurten in de provincie op om te zien welke trend we daar waarnemen. We zien een lichte toename voor alle type voorzieningen van het aantal buurten dat niet meer binnen de marge van de afgesproken afstand valt. Dit kan betekenen dat het voor specifieke doelgroepen lastiger wordt om bepaalde voorzieningen te bereiken. Met de introductie van Bravoflex zorgen we ervoor dat de voorzieningen voor iedereen toegankelijk blijven.
We gaan voor schone, stille en gezonde mobiliteit
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Hebben we bereikt wat we wilden bereiken? - We gaan voor schone, stille en gezonde mobiliteitWe zorgen in Noord-Brabant dat de overlast van verkeer geminimaliseerd wordt door in te zetten op stille voertuigen en infrastructuur.
- Ontwikkeling aantal objectief geluidgehinderden waar de wettelijke geluidnormen worden overschreden (provinciale wegen): aantal < vorig jaar.
Op basis van de herijking van de het Actieplan geluid Noord-Brabant eind 2024 is het aantal geluidgehinderden afgenomen van 5.950 woningen naar 5.854. Met de invoering van de nieuwe omgevingswet is de ambitie om breder te kijken dan alleen de provinciale wegen, hierbij zijn we afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen voor de invoering van het digitaal stelsel omgevingswet. Voor nu blijft het actieplan en de daarin vastgestelde ambitie leidend.
Inzet verbonden partijen
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Inzet verbonden partijenVoor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden binnen het programma geen verbonden partijen ingezet.
Heeft het gekost wat het mocht kosten?
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Heeft het gekost wat het mocht kosten?9. Mobiliteitsontwikkeling |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
Bedragen x € 1.000 |
Begroting 2025 |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2025 |
Verschil begr. na wijz. |
|
primitief |
na wijziging |
realisatie |
- realisatie |
||
Lasten |
|||||
Programmalasten |
215.471 N |
108.647 N |
95.329 N |
13.317 V |
|
Toegerekende organisatiekosten |
7.384 N |
12.853 N |
11.593 N |
1.259 V |
|
Totaal Lasten |
222.854 N |
121.499 N |
106.923 N |
14.577 V |
|
Baten |
|||||
Programmabaten |
192 V |
1.465 V |
863 V |
603 N |
|
Bijdrage in toegerekende organisatiekosten |
0 |
0 |
1.903 V |
1.903 V |
|
Totaal Baten |
192 V |
1.465 V |
2.765 V |
1.300 V |
|
Saldo van baten en lasten |
222.662 N |
120.034 N |
104.157 N |
15.877 V |
|
Toelichting op de verschillen t.o.v. de begroting
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Toelichting op de verschillen t.o.v. de begroting9. Mobiliteitsontwikkeling |
|
|---|---|
9. Mobiliteitsontwikkeling - Afwijking lasten (bedragen x € 1.000) |
14.577 V |
Algemeen |
|
Begrotingsprogramma 09 Mobiliteitsontwikkeling gaat over opgaven en projecten gericht op de (door-)ontwikkeling van het totale Brabantse mobiliteitssysteem en deze worden gefinancierd vanuit de reserve. Op basis van de (meerjarige) afspraken in het kader van de programmering worden de middelen op de meerjarige begroting geraamd. In veel gevallen is op basis van wet- en regelgeving de lastneming over de jaren afhankelijk van de financiële voortgang bij partners. Hierdoor is het in een aantal gevallen lastig om het ritme van de lastneming exact te bepalen. Op basis van financiële voortgangsrapportages van partners dient de lastneming periodiek te worden gecorrigeerd en kunnen verschillen in de tijd ontstaan ook al verandert hierdoor niet het tempo van de feitelijke realisatie. De realisatie van de programmalasten van 09 Mobiliteitsontwikkeling komt uit op € 95,3 mln. ten opzichte van een begroting van € 108,6 mln. Een onderschrijding van € 13.3 mln. (87,7% realisatie). |
|
Snelfietsroutes |
2.320 V |
Voor de realisatie van een Brabants snelfietsroutenetwerk (9 routes) zijn middelen ter beschikking gesteld uit de reserve Spaar- & Investeringsfonds (SIF). Hiervoor zijn subsidies verstrekt aan verschillende gemeenten. De lastneming over de jaren is afhankelijk van de (financiële) voortgang bij gemeenten. Door een correctie in de lastneming is een onderschrijding ontstaan. |
|
Regionale Mobiliteitsprogramma's (RMP's) |
5.395 V |
In het kader van de Regionale Mobiliteitsprogramma's (RMP's) zijn afspraken gemaakt met de regio's over de provinciale cofinanciering van mobiliteitsmaatregelen. De lastneming over de jaren is afhankelijk van de (financiële) voortgang bij gemeenten. Met name in de regio Zuidoost betreft het meerjarige opgaven zoals de Bundelroute. |
|
SmartwayZ.NL |
1.890 V |
De onderschrijding bij het programma SmartwayZ.NL komt hoofdzakelijk door de uitloop naar 2026 van het pakket Bereikbaarheid De Run. Een tweetal onderdelen worden een jaar later uitgevoerd in verband met de uitloop van een procedure bij de RvS. In 2026 is het pakket volledig uitgevoerd en afgerond. |
|
Mobiliteitspakketten rijkswegen |
3.478 V |
Vanwege het pauzeren van een aantal Rijks-infraprojecten zijn er mobiliteitspakketten (o.a. A2, A50 en A58) afgesproken om de impact ervan te beperken. Met name door een gewijzigde lastneming bij de bijdrage aan de snelfietsroute Zaltbommel - 's-Hertogenbosch als onderdeel van het pakket A2 Deil - Vught is er sprake van een onderbesteding. |
|
Toegerekende organisatiekosten |
1.259 V |
De toegerekende organisatiekosten komen op basis van de gerealiseerde capaciteitsinzet lager uit. |
|
Overige: saldo van overige lagere en hogere lasten |
234 V |
9. Mobiliteitsontwikkeling - Afwijking baten (bedragen x € 1.000) |
1.300 V |
Algemeen |
|
De realisatie van de programmabaten van 09 Mobiliteitsontwikkeling komt uit op € 0,9 mln. ten opzichte van een begroting van € 1,5 mln. Een overschrijding van € 0,6 mln. (58,9% realisatie). |
|
Rijksbijdragen |
621 N |
Voor een aantal onderwerpen zijn rijksbijdragen ontvangen. Deze inkomsten dienen op basis van de realisatie van kosten als opbrengsten worden toegerekend. Omdat er in 2025 geen kosten gemaakt zijn voor Bus Rapid Transit (BRT) A50 (onderdeel van het mobiliteitspakket A50), vallen ook de opbrengsten lager uit. |
|
Bijdrage in toegerekende organisatiekosten |
1.903 V |
De bijdrage in toegerekende organisatiekosten komt hoger uit. |
|
Overige: saldo van overige lagere en hogere baten |
18 V |