Indicator

2025

2026

2027

2028

De vergunningverlening voldoet aan de gestelde generieke kwaliteitsdoelstellingen van rechtmatigheid en kwaliteit

Aantal vergunningverleningsprocedures waarin gebruik wordt gemaakt van de Wet dwangsom

Beschikkingen zijn binnen de wettelijke termijn afgehandeld – norm 90%

 

 

<1%

 

90%

 

 

<1%

 

90%

 

 

<1%

 

90%

 

 

<1%

 

90%

Toezicht en handhaving voldoen aan de gestelde generieke kwaliteitseisen

Handhavingsbeschikkingen blijven in stand na gerechtelijke toetsing

 

Mate van spontane naleving (na eerste controles)*

 

 

90%

 

60%

 

 

90%

 

60%

 

 

90%

 

60%

 

 

90%

 

60%

Effectief toezicht met als doel om de overtredingen zo veel mogelijk op te heffen

Het % overtredingen dat bij hercontroles is opgelost

 

 

>55%

 

 

>55%

 

 

>55%

 

 

>55%

* We hanteren een % van 60% omdat sprake is van Risicogericht toezicht. Het continueren van dit niveau vraagt reeds een stevige inspanning. Indien dit goed plaats wordt dit % hoger omdat meer overtredingen worden geconstateerd. Dit staat echter haaks op het streven dat bedrijven zo goed mogelijk naleven. Dit wordt ook wel de nalevingsparadox genoemd.

Oranje

Bij de verantwoording van de VTH Opdracht 2025, via een Statenmededeling in het voorjaar 2026, zullen we nader ingaan op de realisaties en bovenstaande VTH-indicatoren. Dit in?verband met de timing van de aanlevering van de termijnrapportages van de Omgevingsdiensten. Over het algemeen ziet het ernaar uit dat we in 2025 hebben voldaan aan de streefwaarden uit de Begroting 2025.?Dit geldt echter niet voor?het 90% binnen de termijn afhandelen van de beschikkingen voor?de Natura 2000 activiteit.?Oorzaken zijn?diverse uitspraken van de Raad van State?ten aanzien van de?onzekerheid rondom de juistheid van de RAV-factoren, intern salderen en?het ontbreken van een geborgd pakket van maatregelen?de uitkomsten van de Natuurdoelanalyses (NDA's).

In 2025 is veel capaciteit besteed aan intrekkings- en handhavingsverzoeken vooral als het gaat om toestemmingen voor de Natura2000 activiteit. Diverse uitspraken in 2025 hebben de kaders aangescherpt. Wij beoordelen de verzoeken zorgvuldig binnen de geldende beleidskaders, regelgeving en jurisprudentie. Besluitvorming op deze verzoeken kan veel impact hebben op de betrokkenen. Samen met de collega's van het Ondersteuningsteam hebben wij aandacht voor de persoonlijke gevolgen voor betrokkenen. Met name binnen het dossier intrekkingsverzoeken piekbelasters hebben wij diverse gesprekken, zowel ambtelijk als bestuurlijk, gevoerd met betrokken ondernemers en de verzoeker. Een gedeelte van deze gesprekken komt voort uit de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 16 april 2025.  

Eind 2025 werd de nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld met daarin beleid rondom de ammoniakemissie-eisen, en daarnaast ook het gewijzigde beleid met betrekking tot de overgangsgebieden. Ook was hierbij het intrekkingenbeleid latente ruimte voor zowel de industrie als de veehouderijen vastgesteld. 

De wettelijke taken op het gebied van Omgevingsveiligheid zijn belegd in de VTH opdracht 2025 aan de 3 omgevingsdiensten. De niet wettelijke taken op het gebied van omgevingsveiligheid hebben een duidelijke plek gekregen in het beleidskader Milieu en de uitvoeringsagenda Milieu 2024-2027. Met name de Brabantse lobby om te pleiten voor het beperken van het vervoer over spoor van gevaarlijke stoffen over de Brabantroute door de Brabantse steden en het stimuleren van vervoer over de Betuweroute, door buisleidingen (Delta-Rijn-Corridor) of over water is stevig neergezet.?Daarnaast hebben we samen met de omgevingsdiensten invulling gegeven aan de taken die zijn uitgezet in de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid 2025-2028 van het Ministerie van I&W.