Meer
Publicatiedatum: 08-10-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen: bedrijfsvoering en overige

1. Bedrijfsvoering

Inleiding

We werken aan een opgavegestuurde netwerkorganisatie die denkt en handelt vanuit de opgaven van Brabant, op basis van duidelijke rollen en toegevoegde waarde van de provincie als bestuurslaag tussen rijk en gemeenten, midden in de samenleving. Wij halen het beste uit onszelf én onze partners voor de toekomst van Brabant. In 2019 staat de organisatie voor de opgave om flexibel mee te bewegen met de ambities van het nieuwe bestuur na de verkiezingen van Provinciale Staten.

Programma ‘Beweging in de organisatie’

Om de doelstelling in de organisatieontwikkeling te realiseren is het meerjarig traject ‘Beweging in de organisatie’ in gang gezet. Daarmee investeren we in een werkwijze die aansluit bij de doelstellingen van een opgavegestuurde netwerkorganisatie en wat dat vraagt van onze medewerkers en van de ondersteunende organisatie. In 2018 zijn de eerste stappen gezet om de projecten en resultaten uit dit traject te borgen in de reguliere (bedrijfsvoerings)programma’s. Uitgangspunt daarbij is dat de doelstellingen van de organisatieontwikkeling ook in de toekomst in het dagelijkse werk een plek hebben. In 2019 wordt deze transitie voortgezet en wordt het programma beweging in de organisatie afgerond.

Opgavegestuurd werken in het netwerk

In 2019 wordt voor de gewenste beweging nog meer ingezet op het in samenhang agenderen, programmeren en acteren vanuit één gemeenschappelijk verhaal waarin de opgaven centraal staan. Portfoliosturing wordt verder uitgewerkt en we gaan werken met een kleinere set van meer robuuste programma’s. Dit vormt een goede basis om de uitwerking en uitvoering van het bestuursakkoord voor de nieuwe bestuursperiode ter hand te nemen. We blijven investeren in het resultaatgericht werken en vernieuwend samenwerken, waarvoor de afgelopen drie jaar al verschillende activiteiten en projecten zijn uitgevoerd. Verder blijven we investeren in de kwaliteit van projectmatig werken met een geactualiseerd handboek en aanvullende (interne) opleidingen.

Professionals met ruimte

In 2019 is de Strategische personeelsplanning een onderdeel van het reguliere bedrijfsvoeringsproces, waarbij de inzichten basis zijn voor personeelsbeleid en gerichte keuzes mogelijk maken ten aanzien van maatregelen rondom in-, door- en uitstroom. Doel is onder meer om medewerkers duurzaam inzetbaar en vitaal te houden en waar nodig te krijgen. Daarbij zetten we actief in om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans te geven binnen onze organisatie. Ook worden netwerkrelaties binnen Brabant verder verstevigd, door samenwerkingsrelaties uit te bouwen (in platforms) en transparantie t.a.v. gezamenlijke opdrachten. Medewerkers van (overheids)organisaties zijn door gezamenlijke afspraken beter in staat om van werkgever te wisselen en verschillende ervaringen op te doen.
De Brabantacademie blijft zich inzetten om met haar aanbod de gewenste ontwikkeling van de organisatie te ondersteunen en tevens aan te sluiten bij wensen van medewerkers in het kader van de persoonlijke ontwikkeling.
In 2019 wordt de implementatie van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) voorbereid die met ingang van 1 januari 2020 operationeel wordt. In de praktijk van alledag zal door de wet weinig veranderen. Wat verandert is dat er voortaan een tweezijdig arbeidscontract wordt afgesloten, dat bij arbeidsgeschillen de afwijkende rechtsgang van ambtenaren vervalt en dat het proces rond ontslag wijzigt.

Een organisatie die optimaal ondersteunt

Vanuit de programma’s bedrijfsvoering wordt in 2019 ingezet op een set van projecten, waaronder het vervolmaken van de herinrichting van de financiële administraties, de migratie van het administratiesysteem SAP en de sourcing van ICT. Ook wordt er gewerkt aan de doorontwikkeling van ons huisvestingsconcept Huis voor Brabant naar een gebruiksconcept: de werkomgeving wordt nog beter benut omdat deze meer vraaggericht wordt ingericht.
Met de Chief Information Officer zal invulling gegeven worden aan een toekomstvaste en gedragen visie op gebied van innovatie en dataficering. Naar aanleiding hiervan zal de herijking van het informatiebeleid plaatsvinden. Vanuit het dossier digitalisering wordt uitvoering gegeven aan ‘Fit for future’: dit houdt in het versterken en investeren in veiligheid en gegevensbescherming, E-dienstverlening, datamanagement en digitaal werken.

Organisatiekostenbudget

Het organisatiekostenbudget (OKB) is het budget dat beschikbaar is om personele capaciteit te betalen en om de provinciale organisatie te laten functioneren. In de meerjarige ontwikkeling van het OKB (zie ‘wat mag het kosten’) zijn de taakstellingen op de organisatie vanuit het bestuursakkoord verwerkt. Het OKB vormt daarmee het taakstellend budget om de reguliere provinciale taken en de ambities uit het bestuursakkoord te realiseren.

Wat gaat de provincie daarvoor doen?

Beleidsnota Indicator 2019 2020 2021 2022
Doelstelling
Prestaties € (x 1.000) 117.789 110.063 109.935 106.911
Organisatieontwikkeling
In 2020 willen we als provincie een opgavegestuurde netwerkorganisatie zijn, van professionals met ruimte en een organisatie die optimaal ondersteunt. Zodat we meebewegen met de maatschappij en maatschappelijke vraagstukken op passende wijze oppakken. effect indicator streefwaarde streefwaarde streefwaarde streefwaarde
Beweging in en verfrissing van de organisatie bewerkstelligen
- Instroom, doorstroom binnen de provinciale organisatie en uitstroom % 20% 20% 20% 20%
- Minimaal gelijkblijvende gemiddelde leeftijd Gemiddelde leeftijd (jaar) < 49,6 < 49,6 < 49,6 < 49,6
Flexibiliteit: De verhouding vast/flexibel personeel heeft een verhouding van 85/15 % capaciteitsbudget flexibele inzet 15% 15% 15% 15%
De organisatie heeft minimaal …. leer-, werk- en participatiebanen Aantal fte 29 33 37 41
In 2018 gaan we verder met het lean (slim en efficiënt) organiseren van de bedrijfsvoering processen % processen geraakt door leantraject of -activiteit 75% 100%
Tijdige afhandeling subsidies % tijdig afgehandelde subsidies > 95% > 95% > 95% > 95%
Tijdige afhandeling facturen % tijdig betaalde facturen > 95% > 95% > 95% > 95%

Wat mag het kosten?

Bedragen x € 1.000 Realisatie 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022
Lasten
Programma lasten 121.309 124.665 118.739 111.408 111.280 108.255
totaal lasten 121.309 124.665 118.739 111.408 111.280 108.255
Baten
totaal baten 4.834 716 950 1.345 1.345 1.344
saldo baten en lasten -116.475 -123.949 -117.789 -110.063 -109.935 -106.911

Het totale organisatiekostenbudget 2019 neemt met € 6,2 mln af ten opzichte van de
begroting van 2018. Het grootste deel hiervan betreft de afname van het capaciteitsbudget met € 5,3 mln. Deze afname resulteert uit het realiseren van de taakstelling uit het Bestuursakkoord ‘Beweging in Brabant’.

Het beschikbare investeringsbudget voor ICT en automatisering neemt met bijna € 1,4 mln toe ten opzichte van 2018. Gemiddeld is er € 1,3 mln per jaar beschikbaar voor grotere investeringen in ICT(-apparatuur), waarbij de investeringsplanning wordt gebaseerd op verwachte vervangingstermijnen. Op basis hiervan is voor 2019 vervanging van de werkplekken en netwerkinfrastructuur gepland ten laste van het beschikbare investeringsbudget.

2. Provinciale heffingen

Inleiding

De provincie kent verschillende bronnen van inkomsten. Eén van die bronnen betreft de provinciale heffingen. Deze bestaan uit:

  • de heffing opcenten op de motorrijtuigenbelasting;
  • de Grondwaterheffing en de Nazorgheffing in het kader van de Leemtewet;
  • diverse leges.

De opcentenheffing op de motorrijtuigenbelasting genereert de hoogste inkomst (€ 257,0 mln in 2019).

De provincie kent geen kwijtscheldingsbeleid voor provinciale heffingen.

Opcenten motorrijtuigenbelasting

Op grond van artikel 222 van de Provinciewet worden provinciale opcenten geheven. Door het Rijk wordt elk jaar het maximumniveau van de opcentenheffing vastgesteld. De datum waarop provincies hun opcenten kunnen wijzigen is met ingang van 1 januari van enig jaar.

In de raming voor 2019 en verder is gelet op de afspraken in het bestuursakkoord 2016-2019 geen rekening gehouden met indexering.

Vanaf 1 januari 2014 zijn de categorie zeer zuinige auto’s en een gedeelte van de oldtimers weer onder de opcentenheffing komen te vallen. Op basis van de belastingcapaciteit per 1-1-2018 (omvang wagenpark in aantallen en gewicht) wordt in 2018 en 2019 rekening gehouden met een opbrengst van € 257 miljoen.

Provinciale lastendruk m.b.t. opcenten motorrijtuigenbelasting

Het door het Rijk vastgestelde maximale opcententarief is per 1 januari 2018 wettelijk bepaald op 111,8 opcenten Het maximale tarief 2019 is rekening houdend met de indexering bepaald op.113,2.

In de heffingsverordening opcenten MRB is voor 2018 het tarief vastgesteld op 76,1 opcenten (PS 66/17). Conform de afspraken bij het bestuursakkoord wordt dit tarief niet gewijzigd.

Een vergelijking van de vastgestelde en voorgenomen opcententarieven van alle provincies staat in de volgende tabel.

In de rangorde van opcentenheffing van hoog naar laag komt de provincie Noord-Brabant uit op een negende plaats. In 2018 blijft de lastendruk m.b.t. de opcenten op de motorrijtuigenbelasting in relatieve zin onder het landelijk gemiddelde. Naar verwachting geldt dit ook voor 2019.

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de theoretische opbrengst op basis van het wettelijk vastgestelde maximumtarief en de opbrengst gebaseerd op het tarief van de provincie.

De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt rekening houdend met het maximale tarief van 113,2 opcenten ruim € 125 miljoen structureel. 

Er is een relatie tussen de opcentenheffing (omvang wagenpark in aantallen en gewicht) en de algemene uitkering uit het Provinciefonds. In het verdeelmodel van het fonds telt de belastingcapaciteit (tegen een algemeen rekentarief) mee als een (negatieve) inkomstenmaatstaf. Anders gezegd: een relatief grotere belastingcapaciteit (zoals in Noord-Brabant) leidt tot een naar verhouding lagere provinciefondsuitkering.

Grondwaterheffing en Nazorgheffing in kader van leemtewet

Grondwaterheffing

De grondwaterheffing wordt geheven over de hoeveelheid onttrokken grondwater. De bestedingsmogelijkheden van de heffing zijn limitatief in de Grondwaterwet opgenomen, namelijk kosten van onderzoek, metingen en schadevergoedingen in verband met de onttrekking van grondwater. De financiële verantwoording verloopt via de voorziening grondwaterheffing. Voor 2019 zijn de inkomsten grondwaterheffing geraamd op € 3,9 miljoen . De heffing vindt plaats op grond van de Grondwaterheffingsverordening die voor het laatst is gewijzigd op 9 december 2011 (PS 44/11). De baten uit de grondwaterheffing zijn in de begroting 2019 opgenomen bij productgroep 03.01 Water.

Nazorgheffing gesloten stortplaatsen

Op grond van de Wet milieubeheer is de provincie verantwoordelijk voor de nazorg van alle stortplaatsen waar na de peildatum 1 september 1996 nog afval wordt gestort. Om de financiering van het eeuwigdurend milieuhygiënisch beheer door de Provincie van deze stortplaatsen te verzekeren is, conform in de wettelijke regeling is bepaald, een Nazorgfonds (een aparte rechtspersoon) ingesteld.

De exploitanten van de stortplaatsen moeten een nazorgplan opstellen en voorleggen aan de provincie. Op basis van de nazorgplannen wordt een doelvermogen bepaald. Om het doelvermogen op te bouwen wordt aan de stortplaatsbeheerders een heffing opgelegd die aan de provincie wordt betaald. De provincie stort deze middelen in het fonds. Hiermee is in april 2000 een start gemaakt.

De heffing vindt plaats op grond van de vastgestelde verordening Nazorgheffing Noord-Brabant die voor het laatst is gewijzigd op 25 februari 2011 (Statenvoorstel 86/11).

Op grond van de Wet milieubeheer is de opbrengst van de nazorgheffing uitsluitend bestemd voor de uitvoering van de nazorg van gesloten stortplaatsen.

De Provincie fungeert als ontvanger voor het Nazorgfonds. De gelden worden o.a. belegd in externe fondsen, conform het vastgestelde beleggingsstatuut. De beleggings-resultaten worden verrekend met de te betalen heffingen, zodanig dat voldoende vermogen wordt opgebouwd om de eeuwigdurende nazorg op de stortplaatsen uit te kunnen voeren. Het Nazorgfonds heeft een eigen begroting die door het Algemeen bestuur van het fonds wordt vastgesteld.

Naar verwachting zullen in 2018 de uitkomsten bekend worden van een ALM-studie (Asset-Liability management) die in 2016 is opgestart.

Op dit moment zijn er in Brabant negen (baggerspecie)stortplaatsen waarop de wettelijke regeling van toepassing is:

  1. De Kragge, Bergen op Zoom
  2. RAZOB, Nuenen
  3. Spinder, Tilburg
  4. Meerendonk, ‘s-Hertogenbosch
  5. Zevenbergen
  6. Haps
  7. Vlagheide, Schijndel
  8. Nyrstar, Budel
  9. Baggerdepot Dintelsas

De baten uit de nazorgheffing zijn in de begroting opgenomen bij productgroep 03.02 Milieu. In 2014 is een definitieve afrekening gemaakt voor de stortplaatsen Nyrstar en Dintelsas, die inmiddels gesloten zijn en waarvoor de provincie de nazorg uitvoert. De toekomstige bijdragen van de stortplaatsen van Deponie Zuid BV, te weten de locaties Haps, Tilburg en Bergen op Zoom zijn contant gemaakt, aan de provincie overgemaakt en ten gunste gebracht van het Nazorgfonds. Per saldo gaat dit om een bijdrage van circa € 5,5 miljoen, waardoor de bijdragen vanaf 2015 op € 0 uitkomen. Voor de goede orde: het betreft hier geen definitieve afrekening voor deze drie stortplaatsen. Voor deze stortplaatsen wordt ieder jaar bekeken of de eerder betaalde bijdragen voldoende zijn. Afhankelijk van de situatie vindt er dan een bijstorting in of teruggave uit het Nazorgfonds plaats.

Voor wat betreft de stortplaatsen RAZOB (Nuenen), Meerendonk (‘s-Hertogenbosch), Vlagheide (Schijndel) en Zevenbergen zijn de nazorgheffingen gestort in het Nazorgfonds en zal bij sluiting, op basis van een geactualiseerd nazorgplan en heffing, een definitieve afrekening worden opgemaakt.

Leges Waterwet

De legestarieven Waterwet nemen iets toe vanwege stijging in de tarieven van de omgevingsdiensten.
De legesopbrengsten nemen toe ten opzichte van 2018 omdat er meer aanvragen worden verwacht.

Toelichting kostendekkend legestarief

  Begroting 2019
Netto kosten taakveld 191.205
Overhead en BTW n.v.t.
Overhead is onderdeel van het ingekochte uurtarief  
Opbrengst heffingen 191.205
Dekking (opbrengst /kosten) 100%

 

Leges Ontgrondingenwet

Onderdeel Aantal Tarief oud Tarief nieuw Mutatie Mutatie % Opbrengst
Ontgrondingen            
5.5.1a tot 15.000 m3 0 3.553 3.738 185 5% 0
5.5.1b 15.001 m3 tot 25.000 m3 4 5.610 5.846 236 4% 23.384
5.5.1c  25.001 m3 tot 50.000 m3 6 11.220 11.788 568 5% 70.728
5.5.1d  50.001 m3 tot 100.000 m3 3 22.440 23.385 945 4%

70.155

5.5.1e  100.001 m3 tot 500.000 m3 1 33.660 35.269 1.609 5%

35.269

5.5.1f  500.001 m3 en meer 1 54.230 56.833 2.603 5%

56.833

5.5.2 wijzigen vergunning 3 3.553 3.738 185 5%

11.214

5.5.3 wijzigen vergunning met extra hoeveelheid specie 0        

 

5.5.4 intrekken of verlengen vergunning 2 3.553 3.738 185 5%

7.476

5.5.5 machtiging ingevolge artikel 12 2 3.553 3.738 185 5%

7.476

5.5.6 cultuurtechnische verbetering zonder specieafvoer 2 3.553 3.738 185 5%

7.476

5.5.7 natuurprojecten zonder specieafvoer 1 3.553 3.738 185 5%

3.738

Totaal 25        

293.749

De legestarieven Ontgrondingenwet nemen iets toe vanwege de stijging in de tarieven van de omgevingsdiensten en meer benodigde proceduretijd in verband met de MER.
De aantallen aanvragen blijven naar verwachting stabiel ten opzichte van 2018.

Toelichting kostendekkend legestarief

  Begroting 2019
Netto kosten taakveld 293.749
Overhead en BTW n.v.t.
Overhead is onderdeel van het ingekochte uurtarief  
Opbrengst heffingen 293.749
Dekking (opbrengst /kosten) 100%

 

Leges Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

omgevingsvergunning aanhaken op Vwb, N2000 80Onderdeel Aantal Tarief oud Tarief nieuw Mutatie Mutatie % Opbrengst
Bouwkosten            
5.1.1.1a    lager dan € 20.000 84 1.904 2.026 122 6% 170.169
5.1.1.1b    tussen €20.000 en € 50.000 60 2.423 2.578 155 6% 138.124
5.1.1.1c    tussen €50.000 en € 100.000 40 2.942 3.131 189 6% 114.183
5.1.1.1d    tussen €100.000 en € 400.000 32 4.846 5.157 311 6% 132.599
5.1.1.1e    tussen €400.000 en € 1.000.000 17 9.259 9.853 594 6% 127.581
5.1.1.1f     tussen € 1 mln. en € 5 mln 11 18.604 19.798  1.194  6% 163.079
5.1.1.1g    tussen € 5 mln. en € 25 mln. 2 34.613 36.833   2.220 6% 73.666
5.1.1.1h    meer dan € 25 mln. 0 58.842 62.616  3.774  6% 0
5.1.1.2      beoordelen bodemrapport 6 173 184 11 6% 1.105
5.1.1.3      beoordelen advies agrarische adviescommissie 0 595 595 0 0% 0
5.1.1.4      toetsing ontheffing ihkv exploitatieplan 0 346 368 22 6% 0
5.1.2 a-g   binnenplanse ontheffing (bestemmingsplan) 12 519 552 33 6% 6.630
5.1.3 a/c  slopen / wijzigen beschermd monument 0 3.000 3.000 0 0% 0
5.1.3 b/d  slopen beschermd stads- & dorpsgezicht 0 1.385 1.473 88 6% 0
5.1.4  slopen 8 1.385 1.473 88 6% 11.787
5.1.5 kappen 8 433 460 27 6% 3.683
5.1.6 a-b   handelsreclame 10 519 552 33 6% 5.525
5.1.7 omgevingsvergunning aanhaken op Vwb, N2000 12 2.423 2.578 155 6% 30.940

5.1.8 omgevingsvergunning aanhaken op Wnb, FF-activiteiten

1 433 460  27 6% 460
5.1.9/10  andere en overige activiteiten 2 606 645  39 6% 1289

Totaal

305         980.820

De legestarieven Wabo nemen iets toe vanwege de stijging in de tarieven van omgevingsdiensten.
De legesopbrengsten nemen ten opzichte van 2018 iets toe wegens een toename in het verwachte aantal aanvragen.

Toelichting kostendekkend legestarief

  Begroting 2019
Netto kosten taakveld 980.820
Overhead en BTW n.v.t.
Overhead is onderdeel van het ingekochte uurtarief  
Opbrengst heffingen 980.820
Dekking (opbrengst /kosten) 100%

 

Leges Wet Natuurbeschermingswet 2017

870Onderdeel Aantal Tarief oud Tarief nieuw Mutatie Mutatie % Opbrengst
6.1.1     vergunningverlening gebiedsbescherming art. 2.7   3.124        
6.1.3.a  ontheffingverlening onderzoek/onderwijs art. 3.3/4/8/9/10   112        
6.1.3.b  ontheffingverlening ruimtelijke ingrepen art. 3.3/4/8/9/10   4.115        

6.1.2 onth.verlening beheer&schadebestrijding art 3.3-3.4-3.8-3.9-3.10

  2.381        
6.1.4.a  aanvraag compensatie herplantplicht art 4.3   970        

6.1.4.b  ontheffingverlening herplantplicht art 4.3

  970        

 

  870        

Totaal

0         0

In 2017 trad de nieuw Wet Natuurbescherming in werking. Dit leidde, vanwege een bevoegdheidsverschuiving van het Rijk naar provincies, tot een uitgebreider provinciaal takenpakket. Ten tijde van het opstellen van deze begroting zijn er nog geen voldoende onderbouwde gegevens voor 2019 beschikbaar. Deze volgen later dit jaar. De legestarieventabel 2019 inclusief de tarieven ingevolge Natuurbeschermingswet zal in december ter besluitvorming aan uw Staten worden voorgelegd.

 

Vergunningen/ontheffingen wegenverordening

De provincie brengt als wegbeheerder leges in rekening voor het behandelen van aanvragen van vergunningen en ontheffingen aangaande provinciale wegen. De basis is vastgelegd in de wegenverkeerswetgeving en de Verordening wegen Noord-Brabant. De tarieven voor de leges zijn berekend op basis van een inschatting van de hoeveelheid ambtelijke uren - en daaraan gekoppelde uurtarieven – die nodig zijn om een aanvraag te behandelen en een zo nauwkeurig mogelijke inschatting van de te verwachten aanvragen. Met ingang van 2018 is op onderdelen een beperkte vereenvoudiging in de tarieven doorgevoerd. Het uitgangspunt is dat maximaal kostendekkende tarieven worden gehanteerd. De tarieven zijn (m.u.v. kunstobjecten) onveranderd ten opzichte van 2018. Het tarief voor behandeling van ontheffing aanvragen voor exceptionele transporten wordt jaarlijks vastgesteld door de RDW.

Product Aantal Tarief oud Tarief nieuw Mutatie Mutatie % Opbrengst
Ontheffing wedstrijd voertuigen meer gemeenten art. 148/10 WVW 1994 25 240 240 0 0% 6.000
Verklaring geen bezwaar wedstrijd in één gemeente art. 148/10 WVW 1994 10 240 240 0 0% 2.400
Ontheffing voertuig of -combinatie art. 9.1 RV, m.u.v. H5, afd. 7, 8, 10 en 11 RV (exceptionele transporten) 2.500 16 16 0 0% 40.000
Ontheffing voertuig of -combinatie art. 9.1, H5, afd. 7, 8, 10 en 11 5 240 240 0 0% 1.200
Ontheffing art. 87 RVV 1990 30 300 300 0 0% 9.000
Vergunning art. 4, eerste lid, Verordening wegen            
-  werk andere wegbeheerders 30 350 350 0 0% 10.500
- verkeersmaatregelen op de weg voor werken of activiteiten buiten de weg 100 110 110 0 0% 11.000
-  kabels of leidingen 150 457 457 0 0% 68.550
-  borden (bewegwijzering, stroken-borden, reclame, objecten, terreinen) 40 240 240 0 0% 9.600
-  kunstobject 3 240 350 110 46% 1.050
Vergunning art. 5, eerste en tweede lid, Verordening wegen:            
-  evenement (niet optocht) 20 110 110 0 0% 2.200
-  evenement 15 50 50 0 0% 750
-  voorwerpen i.v.m. particuliere bouw- of onderhoudswerken buiten de weg 10 240 240 0 0% 2.400
-  overige activiteiten (wedstrijden zonder voertuigen, voorwerpen, stoffen) 30 240 240 0 0% 7.200
Aanvraag niet nadrukkelijk benoemd 35 34 34 0 0% 1.190
Totaal 3.003         173.040

Het totaal aantal voor 2019 geraamde legesvergunningen is gelijk gesteld aan de raming in de begroting 2018. Het verwachte aantal is daarmee in lijn met de gerealiseerde hoeveelheid in 2017 (3.012). Ondanks het economische herstel zien we dit nog niet direct vertaald in een substantiële stijging van het aantal vergunningen en ontheffingen.

De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) heeft o.a. de wettelijke taak om aanvragen voor het kunnen uitvoeren van exceptionele transporten te beoordelen. De provincie en RDW hebben hun samenwerking op dit gebied geïntensiveerd. Zij hebben samen de beslisruimte voor de RDW om exceptionele transporten toe te staan op provinciale wegen in Noord-Brabant uitgebreid. Dit vergroot de efficiency in werkwijzen. Van de leges die de RDW in rekening brengt bij de ontheffinghouders, draagt zij jaarlijks een deel af aan de provincie, een jaar na realisatie.

3. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Brabant is een ondernemende provincie. Om kansen te benutten zal de provincie een bepaalde mate van risicobereidheid moeten hebben. Anderzijds dienen overheden op een verantwoorde manier met de publieke middelen om te gaan en de risico’s goed te beheersen. Het gaat dus steeds om de juiste afweging tussen maatschappelijk rendement en risico en de daarbij behorende beheersmaatregelen. Risicomanagement is daarbij een belangrijk instrument. Niet alleen een instrument om risico’s te beheersen zodat de provinciale doelen gehaald worden, maar ook om de bestuurlijke afweging tussen strategische keuzes, risicoprofiel, risicobereidheid en het beschikbare weerstandsvermogen te ondersteunen. De provincie deed en doet al veel aan risicomanagement. Maar het overheidslandschap wijzigt en de samenleving verandert daarom is besloten om een extra impuls te geven aan de doorontwikkeling en actualisatie van het beleid voor risicomanagement. In 2014 hebben GS daartoe een beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld.

Wat is weerstandsvermogen?

Weerstandsvermogen is een maatstaf om te beoordelen of de provincie in staat is om nadelige gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat daarbij de continuïteit in de uitvoering van taken in gevaar komt. De term weerstandsvermogen verwijst niet naar een exact bedrag, maar vertegenwoordigt een verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De resultaten van het risicomanagementproces geven inzicht in de onderkende restrisico’s waarvoor geen (dekkings-)maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn op de financiële positie van de provincie. Het weerstandsvermogen geeft antwoord op de vraag in hoeverre een provincie in staat is om de restrisico’s op te vangen.

In het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) wordt het weerstandsvermogen gedefinieerd als de verhouding tussen:

  • de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en voorzieningen waarover de provincie beschikt om niet begrote kosten te dekken;
  • alle risico’s waarvoor geen (dekkings-)maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

In de paragraaf weerstandsvermogen wordt inzicht gegeven in de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s.

De ratio weerstandsvermogen wordt in de begroting 2019 als volgt bepaald:

Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit  / Benodigde weerstandscapaciteit

   182,5 / 187,4  = 0,97

De ratio blijft daarmee binnen de met PS afgesproken bandbreedte van 0,75 – 1,25.

Op basis van de ratio weerstandsvermogen kan worden geconcludeerd dat de risico’s kunnen worden opgevangen binnen deze afgesproken bandbreedte van de weerstandscapaciteit.

Wat wil de provincie bereiken?

Belangrijkste procesontwikkelingen

Vanaf de begroting 2015 kent de paragraaf weerstandsvermogen een andere opzet. In de paragraaf worden de belangrijkst risico’s gepresenteerd die financieel afgedekt zijn in de risicoreserve. Daarnaast wordt ook het weerstandsvermogen uitgedrukt in de vorm van een ratio. Deze ontwikkelingen volgen logisch uit de toezegging n.a.v. de begroting 2014 om risicomanagement te optimaliseren en het beleid vast te leggen in een nota risicomanagement. De nota risicomanagement en weerstandsvermogen is 4 juli 2014 aan uw staten voorgelegd. Hiermee is een eerste stap gezet voor het optimaliseren van risicomanagement. Risicomanagement is een uitvoerende taak van GS. Hiertoe worden de risico’s twee keer per jaar opgehaald vanuit de organisatie om op basis daarvan tot de toprisico’s te komen. Indien risico’s financiële gevolgen hebben die niet binnen het budget van het project of programma passen dan is afdekking (in de risicoreserve of afzonderlijke reserves) aan de orde en worden u Staten betrokken in de besluitvorming en krijgen de risico’s een vertaling in de paragraaf weerstandvermogen. Het beleid voor risicomanagement en weerstandsvermogen wordt in 2018 geactualiseerd.

Beleidsdoelstelling

Risicomanagement helpt bestuur, management en medewerkers bij het realiseren van provinciale doelen, door kansen (of mogelijkheden) te benutten en risico’s te beheersen. Risicomanagement biedt geen 100% garantie dat gebeurtenissen met een negatief gevolg niet meer zullen optreden, of dat alle kansen worden benut. Het geeft wel de zekerheid dat de provincie vooraf de benutting van kansen en de beheersing van risico’s zorgvuldig heeft afgewogen. Voor het monitoren van risico’s is de ratio weerstandsvermogen een belangrijke indicator. Een stabiel meerjarig beeld van deze indicator geeft aan dat risicomanagement zorgvuldig plaatsvindt en tot stand komt volgens een gestructureerd risicomanagementsysteem. Er wordt geen absolute norm gesteld voor de bepaling van de ratio. De provincie is zelf verantwoordelijk voor het formuleren van de beleidslijn en normering. Het hanteren van een bandbreedte voorkomt dat elk nieuw risico of wijziging in bestaand risico leidt tot het treffen van financiële maatregelen.

De bandbreedte voor de ratio weerstandsvermogen als indicator is 0,75 tot 1,25. Onder de 0,75 zijn maatregelen nodig de beschikbare weerstandscapaciteit aan te vullen. Boven de 1,25 kan besloten worden de niet benodigde weerstandscapaciteit terug te laten vloeien naar de algemene middelen. Besluitvorming over het aanvullen of afromen van de weerstandscapaciteit vindt plaats bij de integrale afweegmomenten.

Wat gaat de provincie daarvoor doen?

Risicomanagement is een doorlopend proces. In de paragraaf weerstandsvermogen wordt bij de jaarstukken en de begroting gerapporteerd over de belangrijkste uitkomsten van het risicomanagementproces en ontwikkelingen. We brengen in beeld wat de belangrijkste restrisico’s zijn, wat het beschikbare weerstandscapaciteit is en welke conclusie we kunnen trekken op basis van de ratio weerstandsvermogen. We richten ons in deze paragraaf hoofdzakelijk op de uitgavenkant van de begroting. Ontwikkelingen m.b.t. de inkomsten van het Rijk en het verloop van de belastinginkomsten komen aan bod in de budgettaire nota’s. De expliciete risico’s verbonden aan de inkomstenkant voor het lopende jaar, zullen betrokken worden in het proces van risicomanagement door GS en daar waar nodig een vertaling krijgen in de paragraaf weerstandsvermogen.

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de provincie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten (restrisico’s) te dekken. De mogelijkheden om tegenvallers op te kunnen vangen, kunnen worden gekwalificeerd als:

  • incidenteel (middelen die slechts éénmalig ingezet kunnen worden) en;
  • structureel (elk jaar kan deze capaciteit opnieuw worden ingezet).

Voor het jaar 2019 bedraagt de beschikbare weerstandscapaciteit € 182,5 mln en kunnen binnen deze middelen restrisico’s opgevangen, worden, zonder dat hiervoor beleidswijzigingen noodzakelijk zijn.

*   De stand van de risicoreserve (volgens bijlage 10) is € 8 mln. hoger i.v.m. toekomstige risico’s waarvoor de storting reeds is verwerkt in de stand en een onttrekking die nog niet in de raming is opgenomen
**  Inclusief de gevormde voorzieningen
*** De onbenutte belastingcapaciteit geeft een theoretische ruimte van ruim € 125 mln. Dit levert een theoretische ruimte op vanaf jaar t+1

Inventarisatie risico's

De totstandkoming van de belangrijkste risico’s is een resultante van de risicobeheersing zoals deze tot nu toe heeft plaatsgevonden en gaat uit van de restrisico’s welke zijn afgedekt in de risicoreserve aangevuld met een aantal specifieke risico’s afgedekt uit de reserve ontwikkelbedrijf (incl. de hieruit getroffen voorzieningen).

In deze paragraaf volstaan we met het benoemen van de belangrijkste aan restrisico’s afgedekt in de risicoreserve en reserve ontwikkelbedrijf (inclusief voorzieningen). We benoemen van de individuele risico’s met een totaal tot ca 80% van de risico’s.

In de bijlagenbundel-bijlage 15 bij deze begroting is een totaaloverzicht opgenomen.

 

De belangrijkste mutaties in de restrisico’s stand begroting 2019 t.o.v. jaarrekening 2017:

Deelnemingen

  • Verlaging van het restrisico door de toename van voorzieningen die op het restrisico in mindering worden gebracht voor ca. € 1 mln.

Leningen/overige risico’s

  • Verstrekking van een lening aan Brabant Start-up fonds van €10 mln.
  • Verstrekking van een lening aan Pivot Park voor ruim €2 mln.
  • Verstrekking van een lening aan Fotonica voor €2 mln.
  • Verstrekking van een lening aan Bosgroep Zuid-Nederland
  • Overige mutaties betreffen verlagingen van het risico door aflossingen of het treffen danwel vrijval van een voorziening ten laste van de risicoreserve. De voorzieningen vallen buiten de telling van de restrisico’s.

Garanties

  • Verlaging van het risico woningbouwstimuleringsmaatregelen
  • Vervallen van de garantie ter ondersteuning van de realisatie van het Regionale Bedrijventerrein Land van Heusden en Altena voor € 2,5 mln.
  • Vervallen van een aantal kleinere garantstellingen
  • Overige mutaties betreffen aanpassingen van de risico-inschatting en bijbehorende afdekking.

 

Ratio weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit 2019 is een uitkomst van het hele proces van risico inventarisatie conform het hierboven beschreven proces, waarbij het totaal van de restrisico’s de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. Het benodigde weerstandvermogen voor 2019 is berekend op € 187,4 mln.

Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit  / Benodigde weerstandscapaciteit

   182,5 / 187,4  = 0,97

De ratio weerstandsvermogen uitgedrukt in een verhoudingsgetal komt hiermee voor de Begroting 2019 op: 0,97.

In de bijlagenbundel bij de begroting zijn in bijlage 15 opgenomen:

  • Het totaaloverzicht van de risico-inventarisatie en risicoafdekking;
  • De kengetallen m.b.t. de uiteenzetting van de financiële positie.

4. Onderhoud kapitaalgoederen

Onderhoud wegen

Algemeen

Om kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties te voorkomen, moeten kapitaalgoederen worden onderhouden. De Staten stellen - voor de kapitaalgoederen die de provincie in eigendom heeft - het te handhaven kwaliteitsniveau en de bijbehorende budgetten vast. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen beschrijven we het vastgestelde beleid.

Onderhoud wegen

Het provinciale (fiets-)wegennet bestaat uit 550 kilometer hoofdrijbaan en 520 kilometer fietspaden. In en onder de provinciale wegen zijn 595 kunstwerken (waarvan 150 bruggen en viaducten en tunnels) en 115 rotondes aanwezig. Langs onze wegen ligt circa 1.100 hectare berm met ongeveer 52.000 bomen, 80 verkeersregelinstallaties en staan er ruim 7.100 provinciale lichtmasten. De provincie is verantwoordelijk voor de regionale bereikbaarheid en is wettelijk verplicht haar wegen te onderhouden. De provincie houdt een provinciaal wegennet in stand door:
- het onderhouden van haar wegen;
- het verbeteren van de verkeersveiligheid op provinciale wegen;
- het oplossen van kleine knelpunten in het regionale wegennet;
- het op orde hebben en houden van data.

Voor de uitvoering beschikt de provincie over vijf steunpunten.

Wat wil de provincie bereiken?

We zorgen voor een goed functionerend provinciaal wegennet als onderdeel van het totale Brabantse wegennet vanuit de kernwaarden veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid. Om dat te bereiken voert de provincie beheer en onderhoud uit conform het prijs- / kwaliteitsniveau dat is vastgesteld als de Brabantse norm in de beleidsnota Kwaliteit (Onderhoud) Provinciale Infrastructuur (KOPI, 2018). We streven naar het meest slimme en duurzame mobiliteitssysteem van Europa en zetten daarom bij beheer en onderhoud voortdurend in op duurzaamheid én innovatie. We bieden ruimte aan extra ambities, waarbij we werk met werk proberen te maken..

Wat gaat de provincie daarvoor doen?

De provinciale infrastructuur wordt gewaarborgd door alle onderdelen en objecten van die infrastructuur op goede wijze in stand te houden door:
• Dagelijks beheer bestaande uit o.a. de uitvoering van een tweetal meerjarige prestatiecontracten (OPC en EPC) en calamiteiten- en gladheidsbestrijding (exploitatie);
• Groot onderhoud en vervanging via het planmatig programmeren en realiseren van onderhoudsprojecten op provinciale infrastructuur (investeringen).

Om het beheer en onderhoud zo efficiënt mogelijk uit te voeren én optimaal gebruik te maken van de in de markt aanwezige kennis en expertise werken we samen met andere partijen (zoals met RWS op het gebied van calamiteiten- en gladheidsbestrijding) en de markt. Dat doen we o.a. via de wijze van aanbesteden om zo de markt maximaal uit te dagen op het gebied van duurzame én innovatieve toepassingen. In het kader van KOPI initiëren en realiseren we ook zelf jaarlijks drie innovatieprojecten (KOPI) gericht op het stimuleren van verduurzaming en innovatie. Binnen de vigerende prestatiecontracten OPC en EPC is ruimte voor innovatie mogelijk gemaakt waar de contractpartner op eigen initiatief invulling aan kan geven en waarbij de focus ligt op het terugdringen van de CO2 uitstoot.

Voor 2019 worden o.a. de volgende acties uitgevoerd ihkv onderhoud:
• Planstudie: N625 Oss – ’s-Hertogenbosch, N284 Reusel – Hapart, N631 Rijen – Oosterhout
• Realisatie: N395 Hilvarenbeek – Oirschot, N324 Oss – Grave, N607 Bakel
Jaarlijks worden de Staten via de programmering Mobiliteit uitgebreid geïnformeerd over de geplande onderhoudsprojecten.

In 2019 pakken we in combinatie met onderhoud versneld de uitvoering van de eerste kleinschalige reconstructies op n.a.v. het onderzoek wegprofielen gericht op het verbeteren van de verkeersveiligheid op de provinciale wegen.

We streven er naar dat de overlast door het beheer en onderhoud voor de weggebruiker zo beperkt mogelijk wordt gehouden. Tegelijkertijd zetten we de beschikbare middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in. Door in de meerjarenplanning het onderhoud afhankelijk van te stellen van de toestand buiten wordt de kwaliteit van het wegennet in stand gehouden en wordt achterstallig onderhoud voorkomen.
Naast de uitvoering van het planmatige onderhoud starten we in 2019 met het versneld vervangen van de openbare verlichting langs provinciale wegen door LED op basis van een besluit van de Staten. Bovendien zal één van de steunpunten worden aangepakt sterk gericht op verduurzaming..

Wat mag het kosten?

Voor de uitvoering van het beheer en onderhoud van provinciale wegen zijn structureel € 12 mln aan middelen op de begroting en € 26 mln investeringskrediet beschikbaar gesteld.

Onderhoud wegen
Bedragen x € 1.000 Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2017 2018 2019 2020 2021 2022
Onderhoud wegen 13.078 12.294 11.896 11.748 11.748 11.748
Lasten 13.078 12.294 11.896 11.748 11.748 11.748

Onderhoud provinciale gebouwen en installaties

Wat wil de provincie bereiken?

De provincie streeft naar een schone, open en transparante werkplek met een flexibele invulling. Het onderhoud van de provinciale gebouwen en installaties is er op gericht de bestaande voorzieningen op een doelmatige en veilige manier in stand te houden. Deze activiteiten gelden ook voor de ruimten die aan derden verhuurd worden.

Wat gaat de provincie daarvoor doen?

Onderhoudsboeken

Het naar verwachting benodigde onderhoud is vastgelegd in meerjarenplanningen, de zogenaamde onderhoudsboeken. Van achterstallig onderhoud is geen sprake.

Onderhoudsboek hoofdgebouw en onderhoudsboek nieuwbouw

In 2017 zijn de onderhoudsboeken voor de komende tien jaar geactualiseerd. Voor het opstellen van het onderhoudsplan is kwaliteitsniveau 7 als uitgangspunt gehanteerd. De provincie wil bij het uitvoeren van het onderhoud de duurzaamheidsambities mee laten wegen in de manier van uitvoeren.
In het onderhoudsplan zijn zowel het jaarlijkse als meerjaarlijks onderhoud opgenomen. Het jaarlijks onderhoud is nodig om de bedrijfszekerheid van de gebouwen en de installaties te waarborgen, de veiligheid te garanderen en de uitstraling van de gebouwen in stand te houden. De kosten voor dit onderhoud wordt in de jaarlijkse vastgoed-exploitatie opgenomen.

Het meerjaarlijks onderhoud heeft betrekking op het niet-reguliere en groot onderhoud aan gebouwen, installaties, apparatuur en inrichting. Voor de uitvoering van het meerjaarlijks onderhoud vindt een jaarlijkse dotatie van ca € 0,6 mln aan de voorziening onderhoud provinciehuis plaats.

Onderhoudsboek museum

Het Noordbrabants Museum aan de Verwerstraat te ’s-Hertogenbosch is provinciaal eigendom. De provincie verhuurt ruimten in het complex aan de Stichting Beheer Museumkwartier, die deze ruimten weer onderverhuurt aan o.a. de Stichting Het Noordbrabants Museum en Stichting Erfgoed Brabant. Het provinciaal Depot Bodemvondsten is ook gevestigd op deze locatie. De beheersstichting coördineert tevens het groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen op basis van een meerjaren-onderhoudsplan. Om deze kosten te dekken wordt jaarlijks € 0,4 mln in de onderhoudsvoorziening gestort.

Wat mag het kosten?

De gerealiseerde lasten betreffen de toevoeging aan de onderhoudsvoorzieningen. Deze zijn in overeenstemming met de ramingen in de begroting.

Onderhoud gebouwen
Bedragen x € 1.000 Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2017 2018 2019 2020 2021 2022
Provinciehuis 343 495 648 648 648 648
Noordbrabants museum 344 404 403 403 403 403
Lasten 688 899 1.051 1.051 1.051 1.051

Onderhoud vaarwegen

Algemeen

De Provincie Noord-Brabant is vaarwegbeheerder van de Dintel, de Mark, de Roode Vaart, het Mark-Vlietkanaal, de Steenbergsche en Roosendaalse Vliet en de Steenbergsche en Heense haven. Zij heeft het waterschap Brabantse Delta in medebewind opgeroepen voor de uitvoering van het onderhoud. Gedeputeerde Staten stellen de scheepvaartklassen vast die bepalend zijn voor het onderhoud van de provinciale vaarwegen. Provinciale Staten leggen deze vast in de Verordening water Noord-Brabant. Via het overgangsrecht bij de Verordening water Noord-Brabant gelden nu nog de scheepvaartklassen die op grond van de Scheepvaartverkeerswet zijn aangegeven in het besluit van het waterschap (Hoogheemraadschap West-Brabant; juli 1993 en januari 2004). De bijbehorende minimaal benodigde vaarwegdiepten en –profielen voor de betreffende klassen kunnen worden afgeleid uit de Scheepvaartverkeerswet en de Richtlijnen vaarwegen 2017 van Rijkswaterstaat. Aangezien deze wateren tevens een functie vervullen binnen het kwantiteitsbeheer, is de bepaling van de feitelijke diepte en profiel overgelaten aan het waterschap als integraal waterbeheerder.

Wat wil de provincie bereiken?

In de Provinciale Visie Brabantse Vaarwegen 2004-2050 (1 oktober 2004 vastgesteld (MvA 72/04D) door Provinciale Staten) en de Strategische visie goederenvervoer (7 november 2008 vastgesteld (PS 60/08A) door Provinciale Staten) streeft de provincie naar een goed functionerend en duurzaam verkeers- en vervoersysteem. Specifiek voor de regio West-Brabant staat verwoord dat belangrijke economische centra verbonden zijn met (beperkt) klasse IV vaarwegen en dat industriële centra als Roosendaal, Oosterhout, Breda en Dongen uitstekend per schip te bereiken zijn en dat dit bij zorgvuldig onderhoud en beheer ook zo kan blijven.

Door risico gestuurd assetmanagement is geconstateerd dat de huidige onderhoudsstaat van de provinciale vaarwegen niet in overeenstemming is met de daarvoor geldende uitgangspunten en dat de huidige bijdrage ontoereikend is om de onderhoudsstaat van de provinciale vaarwegen op het gewenste kwaliteitsniveau te houden. De totale baggeropgave kent een forse omvang, neemt bij de huidige investeringen jaarlijks toe en leidt op een enkele locatie al tot knelpunten t.a.v. de verkeersveiligheid. Bovendien verslechtert jaarlijks de onderhoudsstaat van kunstwerken en oeverbeschoeiingen.
Als besparingsoptie op de baggeropgave is gekeken of op deeltrajecten de scheepvaartklassen kunnen worden afgewaardeerd. Provincie en waterschap zien hiertoe mogelijkheden voor de Roode Vaart Noord, de Steenbergschee Vliet en de Steenbergsche Haven. In afwachting van de visie op de West-Brabantse vaarwegen, waarvoor de Regio West-Brabant momenteel een opdracht voorbereid voor haar bestuur, wordt hier in de uitwerking van de beheeropgave alvast op geanticipeerd. Het waterschap neemt in de tussentijd verkeersmaatregelen die passend zijn bij de voorziene situatie ter plaatse, zodat de verkeersveiligheid wordt geborgd.

Wat gaat de provincie daarvoor doen?

De provincie voert zelf geen beleidsprestaties i.c. werkzaamheden uit aan de vaarwegen. De juridische basis van de medebewindstaak is geformaliseerd met een financiële overeenkomst tussen provincie Noord-Brabant en waterschap Brabantse Delta inzake het vaarwegbeheer, die 25 juni 2018 geactualiseerd is en waarin de kosten van investeringen via een verdeelsleutel worden toebedeeld. Via onderhoudsprogramma’s voor baggeren, kunstwerken en bermbeheer worden de vaarwegen bevaarbaar gehouden. Het waterschap actualiseert momenteel haar meerjarenonderhoudsprogramma en brengt in beeld welke maatregelen en investeringen nodig zijn om de onderhoudstoestand op orde te houden.

Wat mag het kosten?

 

Onderhoud vaarwegen
Bedragen x € 1.000 Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting
2017 2018 2019 2020 2021 2022
Onderhoudsbijdrage aan waterschap 1.396 1.358 1.358 1.359 1.359 1.359
Lasten 1.396 1.358 1.358 1.359 1.359 1.359

5. Treasury

Wat willen we bereiken?

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de daaraan verbonden risico’s.
De uitvoering van het treasurybeleid wordt, naast de door de rijksoverheid vastgestelde wet– en regelgeving, zoals Provinciewet, Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), ministeriële regelingen, zoals Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), Regeling Schatkistbankieren en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), bepaald door de Financiële beleids- en beheersverordening provincie Noord–Brabant, de Verordening treasury Noord–Brabant, de hierop gebaseerde uitvoeringsregels voor GS in het Treasury Statuut en het beleggingsmandaat.

De financiële resultaten van treasury komen in de begroting tot uitdrukking bij het algemeen financieel beleid in het onderdeel algemene dekkingsmiddelen.
Bij alle voorbereidingen en besluiten rond treasury worden Gedeputeerde Staten ondersteund door een adviescommissie: Het Treasury Committee (TC). In het Treasury Committee heeft – naast twee GS–leden en ambtelijke vertegenwoordigers – ook een partner van bureau Zanders zitting. Bovendien neemt de accountant, vanuit haar natuurlijke rol van adviseur, deel aan de besprekingen van de TC. Maar zij is geen formeel lid.

De doelstellingen van treasury richten zich op:

  •  toegang tot vermogensmarkten;
  • beheersing van risico’s;
  • minimaliseren van kosten;
  •  optimaliseren van rendementen en;
  • inzicht bieden in de ontwikkeling EMU-saldo

 

Wat gaan we daarvoor doen?

Treasury beheer

Toegang tot Vermogensmarkten

Door Verplicht Schatkistbankieren voor de provincie is het belang van de toegang tot vermogensmarkten weliswaar veranderd, maar nog steeds essentieel voor het uitzetten van middelen aan decentrale overheden en voor het beheer van de obligatieportefeuilles.
Door een incidentele meevaller (vrijval van Escrow € 1,2 mln) en de structurele vrijval van financieringslasten (2017: € 15,3 mln) is er in totaal € 11,9 mln toegevoegd aan de dividend – en rentereserve. In 2018 zal het verwachte rendement ongeveer gelijk zijn aan het rendement van 2017: € 118,6 mln. Vanwege de vrijval van de structurele financieringslasten (2018: € 16,3 mln) wordt er per saldo € 12,4 mln toegevoegd aan de dividend- en rentereserve. In 2018 is de in 2017 gestarte optimalisatie van de beleggingsportefeuilles voortgezet. Dit zal leiden tot een verbetering van het rendement van ruim € 2,4 mln in 2019. Ook na 1 mei worden de optimalisaties voortgezet die zullen leiden tot een verdere verbetering van het rendement in 2019. De winst en dividenduitkering van Enexis was in 2018 nagenoeg gelijk als in 2017. Mogelijk zullen vanaf 2019 de dividenduitkeringen lager uitvallen dan geraamd (€ 30,8 mln).

Beheersing van de risico’s

Minimaliseren van de kosten

Voor het beheer van de obligatieportefeuilles is sinds eind 2016 ASR-vermogensbeheer en BNP Paribas al geruime tijd geleden als bewaarbank aangesteld. De beleggingen zijn gesplitst in een immunisatieportefeuille en een investeringsagendaportefeuille. De boekwaarden van beide portefeuilles bedragen begin 2019 naar schatting respectievelijk € 2,3 miljard en € 427,4 miljoen. Aan het beheer en bewaren van dit vermogen zijn kosten verbonden, ongeveer € 235.000 per jaar. Door verkoop en vrijval van obligaties zullen deze kosten in de komende jaren geleidelijk afnemen. Het is wettelijk namelijk niet meer toegestaan om te beleggen in obligaties of om de bestaande obligaties te switchen naar een langere looptijd.

Optimaliseren van de rendementen

De opbrengsten uit de beleggingen van de immunisatieportefeuille betreffen een structurele (eeuwigdurende) inkomstenstroom van minimaal € 122,5 miljoen ter dekking van de uitgaven in de begroting en meerjarenraming. De middelen in de investeringsagenda zijn belegd op basis van het uitgangspunt dat deze in een periode van 15 jaar worden ingezet. Op basis van de lange termijn liquiditeitsprognose wordt een beleggingsmix (beleggingscategorieën in hoofdlijnen) opgesteld. Uitgangspunt is minimalisatie van de risico’s door voldoende kwaliteit en spreiding van partijen en door looptijden af te stemmen op de liquiditeitsbehoefte. Dit alles binnen de kaders van de wet Fido en de Ruddo en onze eigen Verordening treasury. Conform de wet Fido is de provincie verplicht haar overtollige middelen onder te brengen bij de “Schatkist” (Verplicht Schatkistbankieren). Dat wil zeggen dat het agentschap van het ministerie van Financiën de gelden bewaart, maar dat de provincie de volledige zeggenschap behoudt. De provincie krijgt hierover een lage rentevergoeding. Maar het voordeel is dat we geen rente betalen (minimaal 0%). De korte termijn rendementen (euribor tot en met 12 maanden is negatief) zijn zo laag, dat het uitlenen van kasgeld niet aantrekkelijk is. Mocht in 2019 de kortetermijnrente (tot één jaar) stijgen dan zullen wij direct overtollige middelen via kasgeldleningen (aan gemeenten en andere openbare lichamen) uitzetten.

Eind 2014 is ook gestart met het omzetten van de langlopende beleggingen uit de immunisatieportefeuille naar langlopende leningen aan decentrale overheden. Dit noemen wij de transitie van de immunisatieportefeuille. Bij de omzetting realiseren wij een koerswinst, waardoor het volume van de beleggingen toeneemt. Hiermee vergroten we de kans om ook in tijden dat de rentestand laag is toch de doelstelling van de structurele inkomstenstroom te halen. Tot en met medio 2018 is € 1,2 miljard geleend aan de decentrale overheden (gemeenten en waterschappen). In 2016 hebben we een pas op de plaats gemaakt. De rente was zo laag dat de eventuele koerswinsten niet gebruikt konden worden voor de verhoging van het volume, maar achter de hand moest worden gehouden voor de dekking van € 122,5 miljoen. Vanaf 2017 hebben wij dit samen met onze vermogensbeheerder en onze Treasury adviseur, bureau Zanders, weer verder invulling gegeven.

De huidige inkomstenstroom is als volgt geprognosticeerd:

Bedragen x € 1mln

Het voordeel van de toegerekende en niet gemaakte rentekosten ontstaat omdat de provincie geen leningen hoeft aan te trekken en dus geen rente hoeft te betalen voor de geraamde financieringskosten.

In 2019 wordt een overschot geraamd van € 5,9 miljoen. Hier wordt rekening gehouden met “niet gemaakte rentekosten” van € 16,2 miljoen. Het verwachte tekort op de begrote inkomsten van € 122,5 miljoen vanaf 2020 kan opgevangen worden door de dividend – en rentereserve die gevoed wordt met incidentele en meeropbrengsten. Het saldo van deze buffer zal naar verwachting eind 2019 zijn opgelopen tot € 187 miljoen. Indien de rente niet wijzigt en het dividend van Enexis blijft op het geraamde peil, dan is buffer voldoende groot om de tekorten af te dekken tot 2023. Het lange termijn perspectief zullen wij op basis van verschillende scenario’s met PS delen bij de bestuursoverdracht.
Naast de transitie van de immunisatieportefeuille gaan we onze beleggingen inzetten tegen een vergelijkbaar of hoger financieel rendement, maar met een maatschappelijk rendement, of ‘Vermogen voor Brabant’. De voorwaarde hiervoor is dat deze beleggingen bijdragen aan inhoudelijke thema’s zoals opgenomen in het bestuursakkoord en altijd zijn gekoppeld aan een subsidiebeschikking. Dit houdt in dat er een nieuwe beleggingsstrategie is geformuleerd, waarbij aan alle volgende criteria moet zijn voldaan. De beleggingen zijn:
• risicomijdend;
• met een maatschappelijk rendement;
• staatssteunproof;
• het rendement is hoger dan bij schatkistbankieren;
• voldoende risicospreiding;
• gemaximeerd tot 25% van de totale portefeuille;
• betrokkenheid PS bij ieder voorstel via de “wensen en bedenkingen”–procedure.

In 2018 zijn – nadat door PS geen wensen en bedenkingen zijn geuit – leningen verstrekt vanuit maatschappelijk rendement aan 6 (zes) gemeenten in Zuidoost Brabant voor de financiering van zonnepanelen. In 2018 zijn er nog enkele trajecten in behandeling die mogelijk in 2019 worden afgerond. Met name de versnelling van de Energietransitie en de verduurzaming bieden kansen voor financieringsconstructies binnen de bovenstaande randvoorwaarden.

EMU–saldo

Het EMU–saldo voor 2019 bedraagt op basis van de begrotingscijfers 2019 -/- € 55,0 miljoen (zie bijlage 14). Bij de begroting 2018 was de inschatting (o.b.v. de meerjarenraming) dat het EMU–saldo in 2019 -/- € 149,8 miljoen (negatief) zou bedragen.
Met het berekende EMU-saldo van -/- € 55,0 mln voor 2019 komt Noord-Brabant minder negatief uit dan de individuele referentiewaarde 2019 van -/- € 111,3 mln, die het rijk als indicatie voor het aandeel van Noord-Brabant in het EMU-tekort heeft aangegeven in de septembercirculaire 2018.

Rente-schema

De commissie BBV adviseert het onderstaand renteschema in de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.

 

 

6. Verbonden partijen

Algemeen beeld

Visie en beleid ten aanzien van verbonden partijen

Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de provincie een bestuurlijk en een financieel belang heeft.
Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de provincie middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partijen kunnen worden verhaald op de provincie.

De provincie Noord-Brabant kan besluiten om een bestuurlijk en financieel belang te houden in organisaties die een bijdrage leveren aan het publiek belang.

Het beleid ten aanzien van verbonden partijen is uitgewerkt in de Nota Samenwerkingsrelaties en Verbonden Partijen die op 3 februari 2017 is vastgesteld (PS 86/16). Hierin is het beleid met betrekking tot verbonden partijen geactualiseerd en is toegelicht op welke wijze de provincie de publieke belangen in deze verbonden partijen wil behartigen. Hierin staan ook de overwegingen genoemd om een bestuurlijk en financieel belang aan te gaan, te wijzigen of te beëindigen. In de nota is vastgelegd om vierjaarlijks de gehele deelnemingenportefeuille te evalueren. De evaluatie van de deelnemingenportefeuille, op basis van de nota samenwerkingsrelaties en verbonden partijen is tevens vastgesteld op 3 februari 2017 (PS 86/16).

Op 2 juni 2006 zijn door Provinciale Staten afspraken over de benoeming van commissarissen op voordracht van de provincie vastgesteld.(PS 36/06).

Financiën verbonden partijen
Het financiële risico van de verbonden partijen is gelijk aan de omvang van het provinciaal aandeel in de deelneming (zie ook de paragraaf weerstandsvermogen), danwel gelijk aan de (jaarlijkse) bijdrage die de verbonden partij van de provincie ontvangt.
De provincie zal naar verwachting in 2019 over het jaar 2018 dividend ontvangen uit de volgende verbonden partijen: Eindhoven Airport NV en Enexis Holding NV. Het ontvangen dividend wordt als algemeen dekkingsmiddel in de begroting opgenomen.

Ontwikkelingen

Hieronder zijn de meest belangwekkende ontwikkelingen bij de verbonden partijen opgenomen. Voor de overige informatie wordt verwezen naar de bijlagenbundel- bijlage 9b Uitwerking paragraaf verbonden partijen.

Havenbedrijf Moerdijk
In oktober 2016 is met Havenbedrijf Rotterdam (HbR) een traject gestart om via een Joint Fact Finding de mogelijkheden voor samenwerking tussen Havenbedrijf Moerdijk (HbM) en Havenbedrijf Rotterdam (HbR) nader te verkennen. De afspraken zijn vastgelegd in Memoranda of Understanding (MoU). De verkenning (Joint Fact Finding) heeft als doel om de gedeelde belangen ingeval van samenwerking te identificeren en te bewerken en om een gedeeld beeld op te stellen over de inhoud en organisatievorm van de toekomstige samenwerking. Dit heeft in mei 2018 geresulteerd in een in de aandeelhoudersvergadering vastgestelde procesinrichting met betrekking tot de verdere uitwerking van de samenwerking tussen HbM en HbR, HbR en het Brabantse ecosysteem en de uitvoeringsagenda van de havenstrategie. De kern van de procesinrichting is vastgelegd en verwoord in een statenmededeling.

Brabantse Ontwikkelings maatschappij (BOM Holding BV)
De BOM heeft als doel het stimuleren en begeleiden van samenwerkingsverbanden om innovaties om te zetten in producten of diensten. Daarnaast begeleidt BOM buitenlandse bedrijven naar en in Brabant, investeert zij in kansrijke, innovatieve ondernemingen en ontwikkelt zij bestaande en nieuwe duurzame werklocaties. Ook is een aantal fondsen bij de BOM ondergebracht zoals het Innovatiefonds Brabant en het Energiefonds. De BOM draagt bij aan het innovatieve deel van de Brabantse economie. Zij doet dat door innovatieve MKB-bedrijven te ondersteunen met kennis, toegang tot markten en risicodragend kapitaal. Voor de uitvoering is een meerjarenplan 2017-2020 opgesteld.

Business Park Aviolanda
BPA heeft in maart 2018 een nieuw ondernemingsplan vastgesteld, waarin de nieuwe koers van de onderneming uiteen is gezet. Daarin staan business development en de ontwikkeling van het bedrijvencluster aerospace & maintenance centraal, waarbij grondexploitatie en vastgoedontwikkeling daarvan ten dienste staan. Voor de invulling van de nog nader te bepalen behoefte aan extra eigen en vreemd vermogen wordt een strategisch partner gezocht die ook als aandeelhouder wil participeren in BPA.

OLSP Holding BV (Pivot Park)
De governance van Pivot Park voldoet aan de gestelde voorwaarden. Afgelopen jaren is merkbaarder geworden dat het gesplitste eigenaarschap van enerzijds het vastgoed en anderzijds de parkorganisatie coördinatieproblemen oplevert. Gedeputeerde Staten hebben in december 2016 besloten om de aandelen van Pivot Park over te nemen van de BOM. Met dit besluit hebben Provinciale Staten op 20 januari 2017 ingestemd (dossier 92/16).
Als uitwerking van het statenvoorstel is in juli 2017 een tijdelijke samenwerkings-overeenkomst ondertekend door Pivot Park, OLSP Vastgoed BV, gemeente Oss en provincie met de ambitie om Pivot Park te laten uitgroeien tot een open innovatieve campus. De wijziging van de governance wordt per begin 2019 geëffectueerd.

1. Gemeenschappelijke regelingen

1 Gemeenschappelijke regelingen (GR) Vestigingsplaats Portefeuille Bestuurlijk belang Aandeel
1.1 Havenschap Moerdijk Moerdijk Pauli / Van Merrienboer Lid AB, lid DB 50,00%
1.2 Zuidelijke Rekenkamer Eindhoven Programmaraad Lid AB, lid DB 50,00%
1.3 Kleinschalig collectief vervoer Brabant-Noordoost Uden Van der Maat Lid AB, lid DB 6,25%
1.4 Omgevingsdienst Midden- en West Brabant Tilburg Van den Hout Lid AB, lid DB 40,00%
1.5 Omgevingsdienst Zuidoost Brabant Eindhoven Van den Hout Lid AB, lid DB 38,00%
1.6 Omgevingsdienst Brabant Noord 's Hertogenbosch Van den Hout Lid AB, lid DB 34,00%

2. Vennootschappen en coöperaties

2. Vennootschappen en coöperaties (bedragen x € 1.000) Vestigingsplaats Portefeuille (eigenaar/beleid) Bestuurlijk belang Aandeel Nominale waarde Agio Gestort Balans waarde
2.1 Enexis NV 's-Hertogenbosch Spierings Stemrecht/voordrachtsrecht Lidmaatschap RvC/lid AHC 30,80% 46.144 46.144
2.2 CBL Vennootschap BV 's-Hertogenbosch Pauli Stemrecht/Lid AHC 30,80% 6 6 6
2.3 Vordering op Enexis BV 's-Hertogenbosch Pauli Stemrecht/Lid AHC 30,80% 6 6 6
2.4 Verkoop Vennootschap BV 's-Hertogenbosch Pauli Stemrecht/Lid AHC 30,80% 6 6 6
2.5 CSV Amsterdam BV 's-Hertogenbosch Pauli Stemrecht/Lid AHC 30,80% 6 6 6
2.6 Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV 's-Hertogenbosch Pauli Stemrecht/Lid AHC 30,80%
2.7 Brabant Water NV 's-Hertogenbosch Pauli/Van den Hout Stemrecht/voordrachtsrecht Lidmaatschap RvC/lid AHC 31,60% 88 88
2.8 Eindhoven Airport NV Eindhoven Pauli/Van der Maat Stemrecht/voordrachtsrecht Lidmaatschap RvC 24,50% 1.112 556
2.9 BOM Holding BV Tilburg Van Merrienboer/ Pauli Stemrecht/voordrachtsrecht Lidmaatschap RvC 100,00% 0 31.327 31.328 31.328
2.10a Ontwikkelingsmij. Ruimte voor Ruimte, BV ORR 's-Hertogenbosch Pauli/Van Merrienboer Stemrecht/voordrachtsrecht Lidmaatschap RvC 100,00% 30 89 119 110
2.10b CV ORR I 's-Hertogenbosch Pauli/Van Merrienboer Stemrecht, Commanditair vennoot 99,00% 743 4.958 5.700 5.498
2.10c CV ORR II 's-Hertogenbosch Pauli/Van Merrienboer Stemrecht, Commanditair vennoot 99,00% 743 19.500 20.242 4.000
2.11a Tuinbouw Ontwikkelingsmaatschappij, BV TOM 's-Hertogenbosch Van Merrienboer Stemrecht/voordrachtsrecht Lidmaatschap RvC 50,00% 9 9
2.11b CV TOM 's-Hertogenbosch Van Merrienboer Stemrecht, Commanditair vennoot 49,75% 448 448
2.12 Business Park Aviolanda BV Woensrecht Pauli Stemrecht/voordrachtsrecht Lidmaatschap RvC 60,00% 11 6.477 6.488 6.488
2.13 Nederlandse Waterschapsbank NV Den Haag Van Merrienboer Stemrecht 0,12% 22 8
2.14 NV Bank voor Nederlandse Gemeenten Den Haag Van Merrienboer Stemrecht 0,07% 100 100
2.15 PZEM NV Middelburg Van Merrienboer Stemrecht 0,05% 4 4
2.16a OLSP Holding BV Oss Van Merrienboer/ Pauli Stemrecht 100,00% 18 18
2.16b OLSP Vastgoed Oss Van Merrienboer/ Pauli Stemrecht 71,00% 20 4.480 4.500 4.500
2.17 Green Chemistry Campus BV Bergen op Zoom Pauli Stemrecht/voordrachtsrecht Lidmaatschap RvC 60,00% 11 2.209 2.309 2.300
2.18 Groen Ontwikkelfonds Brabant BV 's-Hertogenbosch Pauli/Van den Hout Stemrecht 100,00% 0 0
2.19 NV Monumenten Fonds Brabant 's-Hertogenbosch Pauli/Swinkels Stemrecht 72,00% 2.058 2.058 2.058
2.20 Brabant Startup fonds BV (BSF) Tilburg Pauli Stemrecht 100,00% 0 0 0
56.307

3 Verenigingen en stichtingen

3 Verenigingen en stichtingen Vestigingsplaats Portefeuille Bestuurljk belang Aandeel
3.1 Interprovinciaal overleg IPO (vereniging) Den Haag Pauli Lid van het bestuur 8,33 %
3.2 INPA Huis van de Nederlandse Provincies (vereniging) Brussel Van de Donk Lid van het bestuur 8,33%
3.3 Stichting Brabant C Fonds 's-Hertogenbosch Swinkels Benoeming, schorsing en ontslag leden RvT 100%
3.4 Brabantse Investeringsfondsen Nieuwbouwwoningen (BIFN) (Stichting) 's-Hertogenbosch Van Merrienboer Lid van het bestuur 50%
3.4b Brabantse Investeringsfondsen Nieuwbouwwoningen (Hoven Noord) 's-Hertogenbosch Van Merrienboer Lid van het bestuur 50%
3.5 Stichting Beheer Museum Kwartier 's-Hertogenbosch Swinkels Benoeming, schorsing en ontslag één lid van RvT 75%
3.6 Stichting Leisure Ontwikkelfonds Brabant Oisterwijk Pauli Lid van het bestuur 50%

4 Overige verbonden partijen

4 Overige verbonden partijen Vestigingsplaats Portefeuille Bestuurlijk belang Nominale waarde Bedragen gestort ( x € 1.000)
4.1 Fonds Nazorg Gesloten Stortplaatsen 's-Hertogenbosch Merrienboer/ Van den Hout S vormen AB, twee gedeputeerden vormen DB 22 8

5 Investeringsfondsen voor Brabant

De toelichting op de investeringsfondsen voor Brabant is opgenomen in paragraaf 8 investeringsagenda en in de bijlage bij de jaarrekening onder financiële vast activa. Deelnemingen, uitwerking paragraaf verbonden partijen.

5 Investeringsfondsen voor Brabant Fondsomvang Looptijd Revolverendheid Multiplier Portefeuille
Bedragen x € 1 mln. kapitaal waarde
5.1 Innovatiefonds Brabant 125 2037 Nominaal >= 3 Pauli
5.2 Energiefonds Brabant 60 2037 Nominaal >= 4 Spierings
5.3 Brabant C fonds 34 2022 Beperkt (oplopend van 15 naar 32% in 2021 >= 3 Swinkels
5.4 Groen Ontwikkelfonds voor Brabantse Natuur 240 2029 Niet of nauwelijks >= 2 Van den Hout
5.5 Leisure Ontwikkel Fonds Brabant 5 2027 Beperkt (33-66%) >= 2 Pauli
5.6 Brabant Startup fonds 10 2033 50% >= 3 Pauli

Vermogenstructuur en resultaat

Bedragen x € 1.000

1. Gemeenschappelijke regelingen (GR) Lening Garantstelling Eigen vermogen per 1-1 Eigen vermogen per 31-12 Vreemd vermogen per 1-1 Vreemd vermogen per 31-12 Resultaat na belasting Dividend
1.1 Havenschap Moerdijk 240.000 97.265 97.265 147.042 148.811
1.2 Zuidelijke Rekenkamer 70 70 178 178
1.3 Kleinschalig collectief vervoer Brabant-Noordoost 871 871 544 544
1.4 Omgevingsdienst Midden- en West Brabant 1.288 941 7.510 6.279
1.5 Omgevingsdienst Zuidoost Brabant 1.515 1.515 3.681 3.531
1.6 Omgevingsdienst Brabant Noord 5.424 5.015 17.781 17.627
2. Vennotschappen en coöperaties Lening Garantstelling Eigen vermogen per 1-1 Eigen vermogen per 31-12 Vreemd vermogen per 1-1 Vreemd vermogen per 31-12 Resultaat na belasting Dividend
2.1 Enexis NV 3.832.000 3.832.000 4.052.000 4.052.000 198.000 30.800
2.2 CBL Vennootschap BV 135 125 5 5 -10
2.3 Vordering op Enexis BV 107.899 9 9 356.320 356.320 0
2.4 Verkoop Vennootschap BV 138 125 8 8 -13
2.5 CSV Amsterdam BV 770 670 0 0 -100
2.6 Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV 1.610 1.590 5 0 -20
2.7 Brabant Water NV 637.069 666.721 445.619 461.287 29.652
2.8 Eindhoven Airport NV 74.678 86.252 31.506 35.602 12.032 113
2.9 BOM Holding BV 78.984 50.966 50.191 105.938 125.288
2.10a Ontwikkelingsmij. Ruimte voor Ruimte, BV ORR 50.000 163 178 100 90 15
2.10b CV ORR I 8.049 8.149 727 1.025 100
2.10c CV ORR II 15.500 1.253 1.603 30.688 34.491 350
2.11a Tuinbouw Ontwikkelingsmaatschappij, BV TOM -12.305 -12.305 39.686 39.686
2.11b CV TOM 16.356 2.375 -12.323 -12.323 39.703 39.703
2.12 Business Park Aviolanda BV 1.688 11.893 11.893 14.368 14.368 246
2.13 Nederlandse Waterschapsbank NV 50.000 1.628.000 1.628.000 85.495.000 85.495.000 123.000
2.14 NV Bank voor Nederlandse Gemeenten 149.800 4.220.000 4.220.000 135.805.000 135.805.000 393.000 46
2.15 PZEM NV 1.078.132 1.374.318 1.087.862 931.161 313.603
2.16a OLSP Holding BV 15.675 -1.983 -2.631 12.148 13.985 -649
2.16b OLSP Vastgoed 6.900 -741 -3.761 8.862 12.004 -3.020
2.17 Green Chemistry Campus BV 1.000 668 68 1.515 2.003 -650
2.18 Groen Ontwikkelfonds Brabant BV 0 0 293 293
2.19 NV Monumenten Fonds Brabant 2.425 884 1 8.735 9 -196
2.20 Brabant Startup fonds BV 10.000 0 0 0 0
3. Vereningingen en stichtingen Lening Garantstelling Eigen vermogen per 1-1 Eigen vermogen per 31-12 Vreemd vermogen per 1-1 Vreemd vermogen per 31-12 Resultaat na belasting Dividend
3.1 Interprovinciaal overleg IPO (vereniging) 420 138 9.177
3.2 INPA Huis van de Nederlandse Provincies (vereniging) 171 147
3.3 Stichting Brabant C Fonds 163 558 2.809 4.408
3.4a Brabantse Investeringsfondsen Nieuwbouwwoningen (Havenmeester) 3.394 7
3.4b Brabantse Investeringsfondsen Nieuwbouwwoningen (Hoven Noord) 1.041 6
3.5 Stichting Beheer Museum Kwartier
3.6 Stichting Leisure Ontwikkelfonds Brabant 3.163 1.826
4. Overige verbonden partijen Lening Garantstelling Eigen vermogen per 1-1 Eigen vermogen per 31-12 Vreemd vermogen per 1-1 Vreemd vermogen per 31-12 Resultaat na belasting Dividend
Fonds Nazorg Gesloten Stortplaatsen 50.000 107.114 107.114 24.512 24.512

Stoplichtenmodel Verbonden Partijen

Toelichting op stoplichtenmodel

  • Groen -> Er zijn geen noemenswaardige aandachtspunten of risico’s op het gebied van beleid, governance of financiën bij de betreffende Verbonden Partij.
  • Oranje -> Er zijn aandachtspunten of risico’s bij de Verbonden Partij die om aandacht of inzet vragen, maar dit heeft geen hoge urgentie en de risico’s zijn beperkt. Dit kan bijvoorbeeld gaan om wisselingen in bestuur, statuten die herzien (moeten) worden of om licht tegenvallende resultaten;
  • Rood: Er zijn grote aandachtspunten bij de Verbonden Partij die soms directe actie vereisen, bijvoorbeeld omdat financiële risico’s niet zijn afgedekt, het bestuur of toezichthouder niet functioneert, of er geen publiek belang (meer) is. Er kunnen ook tegenvallende resultaten zijn.

Indien een Verbonden Partij oranje of rood scoort, wordt dit onderaan de tabel toegelicht

Toelichting bij oranje en rode scores
Bij de toetsing die voor het invullen van dit schema is uitgevoerd wordt altijd uitgegaan van de meest actuele wet- en regelgeving. In de afgelopen periode, sinds de vaststelling van de Nota Samenwerkingsrelaties en Verbonden Partijen, is het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) aangepast, de WNT-2 van kracht geworden (het maximumsalaris van een topbestuurder is per 1 januari 2015 verlaagd van 130% naar 100% van een ministersalaris) Uitgangspunt is dat alle partijen voldoen aan de WNT (Wet Normering Topinkomens), uiteraard met inbegrip van de overgangs-periode.

1.6 ODBN financiën: Het weerstandsvermogen van de ODBN stond al onder druk. Daarnaast is zijn een aantal bestemmingsreserves herijkt. Na besluitvorming hierover kan dit het weerstandsvermogen incidenteel vergroten. Er volgen maatregelen om te komen tot een structureel robuuste financiële situatie, zoals het verhogen van het uurtarief. Dit vindt o.a. zijn weerslag in de begroting 2019.

2.1 Enexis governance: In 2019 is het aftreden en benoeming van een lid van Raad van Commissarissen aan de orde en de benoeming van een of meerdere leden van de AHC.

2.7 Brabant Water beleid: Het meerjarenbeleid verwoord in de positioneringsnotitie Brabant Water NV 2018-2022 is vastgesteld met de kanttekening dat het nieuwe provinciaal grondwateronttrekkingsbeleid van invloed is op de uitgangspunten van de positioneringsnotitie.  Brabant Water en provincie Noord-Brabant maken in 2018 afspraken rond de uitvoering van het nieuw grondwateronttrekkingsbeleid en leggen dit vast in een overeenkomst voor de periode 2018-2022.
 Het meerjarenbeleid verwoord in de positioneringsnotitie Brabant Water NV 2018-2022 is vastgesteld met de kanttekening dat het nieuwe provinciaal grondwateronttrekkingsbeleid van invloed is op de uitgangspunten van de positioneringsnotitie.

2.11 TOM financiën: Ondank de positieve ontwikkelingen in de markt zal er aan het einde van de looptijd een verlies overblijven voor de aandeelhouders. Het provinciale aandeel in dit verlies is afgedekt.

2.12 BPA financiën: De doorontwikkeling van het businesspark vraag om uitbreiding van de clusterontwikkelingsactiviteiten en ontwikkeling van nieuw vastgoed. Hiervoor is inbreng van extra vermogen nodig, vermoedelijk zowel vreemd als eigen vermogen.

2.16 OLSP, financiën: Op grond van de financiële positie hebben Provinciale Staten op 20 januari 2017 (dossier 92/16) € 13,9 miljoen ter beschikking gesteld aan de Pivot Park organisatie, waartoe OLSP Vastgoed behoort. Daarmee zijn de financiële zorgen voor Pivot Park organisatie voor de korte en middellange termijn weggenomen. Omwille van voorzichtigheid wordt de financiering van Pivot Park actief gevolgd.

2.17 GCC financiën: Door vertragingen in voorgaande jaren heeft het langer geduurd voor opbrengsten konden worden gegenereerd. In juli 2018 is de demohal opgeleverd. Dit maakt het mogelijk huurders aan te trekken. Ook kent de campus een eigen ontsluiting waarmee een klimaat van open innovatie is gecreëerd en de campus beter toegankelijk is. Dit maakt de GCC aantrekkelijker voor vestigers. De verwachting is het break-even point in 2030 te bereiken. Tot die tijd is financiële steun nodig. De grote bedrijven in de regio blijken niet genegen de ontwikkeling substantieel te ondersteunen. Vanuit publieke partijen is financiële steun mogelijk, waarbij het van belang is de staatssteungrens niet te overschrijden.

2.19 NV Monumenten Fonds Brabant beleid: NV Monumentenfonds is in het najaar 2017 gestart met de nieuwe rol “beweging stimuleren”. Medio 2018 is voor deze nieuwe rol het ondernemingsplan “ErfgoedLAB Brabant” vastgesteld. Eind 2019 zal een evaluatie hiervan plaatsvinden. Op grond van deze evaluatie zal eind 2019/ begin 2020 worden besloten of deze nieuwe rol structureel wordt belegd bij NV Monumentenfonds.

3.3 Stichting Brabant C Fonds beleid: Er is sprake van een aandachtspunt zonder directe urgentie of risico. Op basis van de inhoudelijke evaluatie uitgevoerd door Berenschot is in 2018 bij de perspectiefnota besloten om het Brabant C Fonds te continueren. Hiervoor is €9mln beschikbaar gesteld. €3mln is bestemd voor organisatie en uitvoering dat hiermee t/m 2022 perspectief heeft en het fondsbudget is aangevuld met €6mln, waarmee het fonds naar verwachting tot medio/eind 2021 projecten kan ondersteunen. De na de verkiezingen van maart 2019 nieuwe Provinciale Staten moeten zich uitspreken over aanvulling van het fondsbudget.

4.1 Fonds Nazorg Gesloten Stortplaatsen financiën: De verwachting op basis van de Meerjarenbegroting 2018-2021 van het Nazorgfonds is dat dit tekort in 2019 € 283.000 bedraagt. In samenhang met de uitkomsten van de ALM studie zal dit risico worden meegenomen in het proces van risicomanagement.

In de bijlagenbundel-bijlage 9b van de Begroting is de ‘Uitwerking Paragraaf Verbonden Partijen’ opgenomen. In deze bijlage is meer uitgebreide informatie opgenomen per verbonden partij over beleid, governance en financiën. Tevens wordt in deze bijlage nader ingegaan op het Innovatiefonds, Energiefonds, Breedbandfonds, Brabant C fonds, Groen Ontwikkelfonds, Leisure ontwikkelfonds en Brabant Startup Fonds. Specifieke informatie over het Groen Ontwikkelfonds Brabant is ook opgenomen in programma 3 onder productgroep 03.04 Natuur Netwerk Brabant van de begroting en Brabant C fonds is ook opgenomen in programma 6 van de begroting onder productgroep 06.01 Cultuur.

Beleid Governance Financiën Aandeel WNT
Gemeenschappelijke Regelingen
1.1 Havenschap Moerdijk  Programma 4 Actief Voldoet
1.2 Zuidelijke Rekenkamer  Programma 1 Monitorend Voldoet
1.3 Kleinschalig Collectief Vervoer Noordoost-Brabant  Programma 5 Monitorend Voldoet
1.4 Omgevingsdienst Midden-en West-Brabant (ODMWB)  Programma 3 Actief Voldoet
1.5 Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZB)  Programma 3 Actief Voldoet
1.6 Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)  Programma 3 Actief Voldoet
Vennootschappen en coöperaties
2.1 Enexis NV  Programma 4 Actief Overgangsregime
2.2 CBL Vennootschap BV  Programma 4 Actief NVT
2.3 Vordering op Enexis BV  Programma 4 Actief NVT
2.4 Verkoop Vennootschap BV  Programma 4 Actief NVT
2.5 CSV Amsterdam BV  Programma 4 Actief NVT
2.6 Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV  Programma 4 Actief NVT
2.7 Brabant Water NV  Programma 3 Actief Overgangsregime
2.8 Eindhoven Airport NV  Programma 5 Actief NVT
2.9 BOM Holding BV  Programma 4 Actief Overgangsregime
2.10 Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte (ORR)  Programma 2 Actief NVT
2.11 Tuinbouw Ontwikkelingsmaatschappij (TOM)  Programma 2 Actief Voldoet
2.12 Businesspark Aviolanda (BPA)  Programma 2 Actief NVT
2.13 Nederlandse Waterschapsbank NV  Programma 3 Monitorend NVT
2.14 Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG)  Programma 1 Monitorend NVT
2.15 PZEM NV  Programma 4 Monitorend Voldoet
2.16 Pivot Park holding BV  Programma 4 Actief Voldoet
2.17 Green Chemistry Campus BV  Programma 4 Actief Voldoet
2.18 Groen Ontwikkelfonds Brabant BV  Programma 3 Actief Voldoet
2.19 NV Monumenten Fonds Brabant Programma 6 Actief Voldoet
2.20 Brabant Startup fonds BV Programma 4 Actief Voldoet
Verenigingen en Stichtingen
3.1 Interprovinciaal Overleg (IPO)  Programma 1 Monitorend Voldoet
3.2 INPA Huis van de Nederlandse Provincies  Programma 1 Monitorend Voldoet
3.3 Stichting Brabant C Fonds  Programma 6 Actief Voldoet
3.4 Brabantse Investeringsfondsen Nieuwbouwwoningen (BIFN)  Programma 2 Actief NVT
3.5 Stichting Beheer Museumkwartier  Programma 6 Actief Voldoet
3.6 Stichting Leisure Ontwikkelfonds Noord-Brabant Programma 6 Actief Voldoet
Overige Verbonden Partijen
4.1 Fonds Nazorg Gesloten Stortplaatsen  Programma 3 Actief Voldoet

7. Ontwikkelbedrijf en grondbeleid

Wat wil de provincie bereiken?

Provinciaal grondbeleid

Het Provinciaal grondbeleid heeft als doel om tegen aanvaardbare prijzen (tijdig) gronden beschikbaar te krijgen voor realisering van door haar beoogde doelen. De Provincie voert grondbeleid uit door zowel regulerend optreden, participaties zoals deelnemingen in externe Ontwikkelmaatschappijen (zoals de ORR en TOM), maar ook door het zelf verwerven, ontwikkelen en verkopen van gronden. Waar wenselijk geacht gebeurt dit ook anticiperend. De verschillende vormen kennen verschillende voor- en nadelen en risicoprofielen. Per situatie wordt de afweging gemaakt over de toe te passen vorm en uitvoeringswijze.

Ontwikkelbedrijf

Het ontwikkelbedrijf draagt bij aan de realisatie van verschillende beleidsdoelstellingen. Bij de projecten van het ontwikkelbedrijf gaat het om het daadwerkelijk mogelijk maken van de beoogde (her)ontwikkeling. Om dit mogelijk te maken heeft het ontwikkelbedrijf verschillende instrumenten tot haar beschikking, waaronder: de aankoop van grond of gebouwen, de participatie in een project of deelneming en het verstrekken van een lening of garantstelling.

Wat gaat de provincie daarvoor doen?

Portefeuille Ontwikkelbedrijf

De resterende ruimte in het investeringskrediet van het Ontwikkelbedrijf bedraagt ultimo 2019 € 139 mln. Bij de inschatting van de resterende ruimte is rekening gehouden met de geraamde toekomstige inkomsten en uitgaven van alle projecten en zijn de afgegeven garantstellingen volledig meegenomen.

De risico's in de projecten worden afgedekt door de Risicoreserve van het ontwikkelbedrijf. De omvang van de risicoreserve bedraagt ultimo 2019
€ 70,7 mln. Dit is onderverdeeld in reserveringen voor bestaande projecten € 56,9 mln en een vrije ruimte van € 13,8 mln ( zie voor een nadere uitwerking paragraaf risicomanagement). Op dit moment is de vrije ruimte beperkt. De verwachting is dat de risicoreservering voor LPM in 2019 vrij valt, waardoor de vrije ruimte evenredig wordt vergroot. Hierdoor ontstaat meer ruimte om risico’s af te dekken voor nieuwe projecten. De in het verleden gedane afwaarderingen van posities zijn ten laste gebracht van de risicoreserve (verlaging) en daarnaast worden bijvoorbeeld renteopbrengsten van een aantal leningen jaarlijks toegevoegd aan de risicoreserve (verhoging).

Uitbreiding doelstelling en inzet Ontwikkelbedrijf

Op 23-feb 2018 is door PS een geactualiseerd beheerstatuut van het ontwikkelbedrijf vastgesteld. Van uitvoering van vastgoedprojecten naar provinciale partner in gebiedsontwikkelingen en ruimtelijk fysieke projecten is de beweging die bij het ontwikkelbedrijf zichtbaar is. Het nieuwe beheerstatuut biedt de mogelijkheid deze rol verder in te vullen.

Het Ontwikkelbedrijf heeft de laatste jaren meer kennis en ervaring opgedaan met lagere overheden en vooral ook met marktpartijen wanneer het gaat om projecten in het ruimtelijke fysieke domein. Zij weet waar de kennis en toegevoegde waarde van de (markt)partijen zit. Waar de beleidsinzet ligt en op welke wijze deze kan worden verbonden. Maar ook hoe een samenwerking tot stand kan worden gebracht om tot succesvolle invulling te komen van het project en bijbehorende ambitie. Met andere woorden procesmanagement dat leidt tot dealmaking.

De verkenningen waar het ontwikkelbedrijf in betrokken is, worden per definitie integraal aangevlogen. Belangrijke thema’s waarin het ontwikkelbedrijf actief is zijn: campussen en werklocaties, erfgoed, energie, ondermijning en binnenstedelijke transformatie. Het ontwikkelbedrijf is inzetbaar ten behoeve nieuwe thema’s, die voortkomen uit het nieuwe bestuursakkoord 2019.

Grondbeleid overige beleidsvelden

Natuurnetwerk Brabant

Conform de doelstellingen zoals opgenomen in Brabant Uitnodigend Groen wordt t/m 2027 in totaal circa 15.000 ha natuurnetwerk en 1.775 ha (700 km) Ecologische Verbindingszones gerealiseerd. Hiertoe worden in 2019 NNB gronden verworven en/of ingericht en verkocht. In de Westelijke Langstraat, De Peelvenen, Kempenland-West, Groote Heide-Leenderbos door de provincie, daarbuiten door het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB), in samenspraak met de Manifestpartners.

Infrastructuur

In o.a. het meerjaren investeringsprogramma Kwaliteit (Onderhoud) Provinciale Infrastructuur wordt aangegeven welke infrastructurele projecten er zullen worden uitgevoerd. Ten behoeve van deze doelstelling worden gronden gekocht. Deze aankopen zullen worden gefinancierd uit de algemene provinciale- en rijksmiddelen.

Beheer gronden

Naast het kopen en verkopen van gronden en gebouwen wordt zo’n 4.200 ha beheerd. Dit betreft gronden die gekocht zijn in het kader van met name infra, natuur, ruimte voor ruimte, erfgoed en mobilisatiecomplexen.

Verdere toelichting

Meer uitgebreide toelichting over bovenstaande onderwerpen is verder te vinden in:

  • Meerjarenperspectief ontwikkelbedrijf (bijlage bij begroting)
  • Bijlage deelnemingen (O.a. OLSP, TOM, ORR, BPA, LPM, GOB)
  • Betreffende begrotingshoofdstukken: 
    - 02.01Ruimtelijke ontwikkeling (RvR) en 02.02 Agrofood (glastuinbouw)
    - 03.04 GOB (Groen Ontwikkelfonds Brabant)
    - 04.02 Economisch programma (bedrijventerreinen/campussen)
    - 05.03 Infrastructuur/Provinciale wegen
    - 06.01 Cultuur en samenleving (erfgoed)

BBV en risicomanagement grondportefeuille Ontwikkelbedrijf

Als gevolg van aanpassingen in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) dient er een methodiek te worden vastgesteld voor de te hanteren rente- en disconteringsvoet in exploitatieplannen, als volgt:

  • de te hanteren rente- en disconteringsvoet wordt gebaseerd op marktconforme rente voor de financiering van het betreffende plan (project-financiering);
  • de marktconformiteit wordt vervolgens bepaald op basis van (fictieve) offertestelling bij een voor de overheid gangbare externe financier.

Jaarlijks worden alle grondexploitaties geactualiseerd. Hierbij wordt conform richtlijnen prudent te werk gegaan, wat betekent dat verliezen worden genomen zodra ze worden voorzien en winst pas wordt genomen als deze daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt op basis van risicoanalyse een risicoreservering/voorziening opgenomen of bijgesteld.

Kortheidshalve wordt voor de opbouw van de boekwaarde verwezen naar het meerjarenperspectief van het Ontwikkelbedrijf.

Stand van de reserve en voorziening

Woningbouwstimuleringsmaatregelen

Een specifieke taak voor het ontwikkelbedrijf is het uitvoering geven aan de stimuleringsmaatregelen woningbouw die 2009 zijn vastgesteld. Van de resterende lopende maatregelen is de Brabantse Verkoop Garantie in 2018 afgerond. Startersleningen en de Investeringsfondsen zullen in 2019 verder worden afgebouwd. Een meer gedetailleerd inzicht in de voortgang van de afbouw van het totale pakket aan maatregelen is opgenomen in het eerder genoemde Meerjarenperspectief van het Ontwikkelbedrijf.

Financiën

Voor de uitvoering van de maatregelen is in 2009 door Provinciale Staten een revolverend investeringskrediet vastgesteld van € 250 mln met een reserve van € 45 mln voor afdekking van de risico’s. Alle regelingen zijn gesloten, waardoor er geen nieuwe investeringen worden gedaan.

Investeringskrediet en risicoreserve woningbouwstimulering

De hoogte van het uitstaande investeringskrediet bedraagt ultimo 2019 € 11,6 mln.
In 2019 zullen de investeringsfondsen naar verwachting geheel zijn afgebouwd en bestaat het resterende krediet alleen uit het saldo van de uitstaande Startersleningen.

In onderstaande tabel is een specificatie opgenomen van de storting en onttrekking van de risicoreserve. In 2019 zal voor de beheersvergoeding van de startersleningen € 0,08 mln en voor de investeringsfondsen € 0,1 mln worden onttrokken aan de reserve en is de stand van de reserve per ultimo 2019 € 3,3 miljoen.

Meerjarenperspectief Ontwikkelbedrijf

Voor een meer gedetailleerd inzicht in de activiteiten en resultaten van het ontwikkelbedrijf zie hiervoor de separate bijlage bij de begroting ‘Meerjarenperspectief Ontwikkelbedrijf’.

8. Investeringsagenda

Inleiding

De Investeringsagenda richt zich op het duurzaam versterken van de structuur van onze provincie op een aantal onderscheidende kwaliteiten. We concentreren ons daarbij op het bijzondere leef- en vestigingsklimaat van Brabant vanuit de opvatting dat dit past bij het nieuwe profiel en de ambities van onze provincie. Voor de Investeringsagenda is in totaal een bedrag van maximaal € 1 miljard gereserveerd uit de middelen die beschikbaar zijn gekomen bij de verkoop van de aandelen Essent. Dit bedrag is op dit moment nog niet geheel beschikbaar. De komende jaren wordt door rentetoevoegingen dit bedrag bereikt.

Wat wil de provincie bereiken?

De Investeringsagenda is ingevuld via drie tranches:

  1. de eerste tranche bestaat uit vijf investeringsvoorstellen voor een bedrag van oorspronkelijk € 278,9 mln;
  2. in de tweede tranche zijn het Groen Ontwikkelfonds Brabant, het Innovatiefonds, het Energiefonds en het Breedbandfonds ingesteld tot een totaal bedrag van € 475 mln (PS 42/13);
  3. in het Bestuursakkoord 2015 – 2019 ‘Brabant in Beweging’ is ook de derde tranche benoemd tot een bedrag van € 293 mln, waarvan €35 mln gedekt wordt door ambitiebijstellingen 1e tranche en een revolverende inzet economische structuurversterking.

Met het Bestuursakkoord en de bijgestelde ijkpunten is invulling gegeven aan het “rompbesluit” voor de derde tranche. De uitwerking van de individuele voorstellen zijn en/of worden zoveel mogelijk geclusterd per beleidsterrein/-thema aan u voorgelegd.

Wat gaat de provincie daarvoor doen?

Voor de inhoudelijke toelichting op de realisatie van de onderscheidene investeringsvoorstellen verwijzen wij naar de betreffende productgroepen.

In de eerste tranche Investeringsagenda zijn vijf voorstellen gehonoreerd. Deze voorstellen zijn ondergebracht binnen het begrotingsprogramma waar ze inhoudelijk de grootste relatie mee hebben c.q. aan de doelstellingen waarvan ze het meest bijdragen.
Het betreft de volgende investeringsvoorstellen:

Energietransitie (04.04)
Een kans voor innovatie en duurzaamheid. Hiervoor is door PS € 71,2 mln (PS 59/10) beschikbaar gesteld. De provincie investeert in drie clusters (solar, biobased economy en elektrisch rijden/slimme netwerken) om hier een internationale concurrentiepositie te verkrijgen. De beschikbare middelen zijn volledig toegekend en t/m 2017 vrijwel geheel gerealiseerd.

Landschappen van allure (03.03)
Mooie, groene landschappen. Met het investeringsproject 'Landschappen van allure' wil de provincie - samen met regionale partijen - drie gebieden (de Brabantse Wal, Het Groene Woud en de Maashorst ) ontwikkelen tot hoogwaardige landschappen. PS hebben hiervoor € 56,2 mln (PS 79/10) beschikbaar gesteld. De beschikbare middelen zijn volledig toegekend en t/m 2017 vrijwel geheel gerealiseerd.

Brabant C (06.01+ paragraaf verbonden partijen)
Het Brabant C Fonds versterkt en vergroot het kunst- en cultuuraanbod van Brabant. Provinciale Staten hebben hiervoor een bedrag van € 25 mln beschikbaar gesteld (PS 33/14). De beschikbare middelen zijn nagenoeg volledig aan Brabant C beschikbaar gesteld.

Sportplan 2017 (06.04)
Sport draagt bij aan een bruisend leef- en vestigingsklimaat. PS hebben € 40 mln beschikbaar gesteld om de sportinfrastructuur te versterken (PS 77/10). We streven naar meer naam en faam als (top)sportprovincie, het vergroten van de economische spin-off van sport en meer kans om te gaan sporten voor Brabanders met een beperking, ouderen en de Brabantse jeugd (participatie). De beschikbare middelen zijn volledig gealloceerd. Middels besluit PS 30/16 zijn de restant beschikbare sportmiddelen van de 1e tranche ingezet t.b.v. Sportagenda 2016-2019 “Brabant Beweegt”

Grote erfgoedcomplexen (06.01)
Het op ambitieuze en ondernemende wijze samenwerken met partners aan het behoud van Brabantse erfgoedcomplexen. Het accent ligt op kloosters, kastelen, militaire complexen en industrieel erfgoed. PS hebben hiervoor een bedrag van € 61,5 mln beschikbaar gesteld waarvan € 2,5 mln t.b.v. apparaatskosten (PS 78/10). Bij het bestuursakkoord 2016-2019 is de ambitie met € 20 mln bijgesteld, zodat per saldo € 39 mln beschikbaar is. Hiervan is € 11 mln nog niet gealloceerd. Van de € 11 mln is € 5 mln bestemd voor projecten waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden in 2017 en welke via BURAP 2018 worden opgenomen in de begroting. Daarmee resteert feitelijk € 5 mln aan besteedbare middelen.

In de tweede tranche zijn vier fondsen ingesteld. Deze fondsen zijn in 2017 geëvalueerd. Daaruit blijkt dat de fondsen bijdragen aan de uitvoering van het bestuursakkoord en voorzien in een maatschappelijke behoefte. De invoering en de uitvoering van de fondsen is effectief.
De fondsen zijn ondergebracht in het begrotingsprogramma waaraan zij het meeste bijdragen:

Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) (03.04 + paragraaf verbonden partijen)
Om het volledige Natuur Netwerk Brabant en daaraan gekoppelde ecologische verbindingszones te realiseren is op 1 mei 2014 het GOB opgericht. De omvang van het fonds bedraagt € 240 mln en de looptijd is 15 jaar. De middelen zijn volledig gealloceerd.

Innovatiefonds Brabant (04.01+ paragraaf verbonden partijen)
Om innovaties en technologische groei te versterken, participeert het fonds in innovatieve MKB-bedrijven en consortia van bedrijven en kennisinstellingen. De omvang van het fonds bedraagt € 125 mln en de looptijd is 24 jaar. Het fonds is sinds 2014 operationeel en ondergebracht bij de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM). De middelen zijn volledig gecommitteerd in de vorm van leningen en daarmee dus ook toegewezen.

Energiefonds Brabant (04.01 + paragraaf verbonden partijen)
Het fonds heeft als doel om energiebesparing en opwekking van duurzame energie aan te jagen en te versnellen door bij te dragen aan financiering van bewezen duurzame energietechnieken. De omvang van het fonds bedraagt € 60 mln en de looptijd is 24 jaar. Het fonds is sinds 2014 operationeel en ondergebracht bij de (BOM). De middelen zijn volledig gecommitteerd in de vorm van leningen en daarmee gealloceerd.

Breedbandfonds Brabant (04.01+ paragraaf verbonden partijen)
Het fonds heeft als doel om de beschikbaarheid van breedbandaansluitingen te versnellen en om het gebruik daarvan in ‘witte’ (niet aangesloten) buitengebieden en bedrijventerreinen te bevorderen. De omvang van het fonds bedraagt € 50 mln, waarvan € 7,5 mln is bestemd voor de pilotfase. De looptijd is 25 jaar. Het fonds is ondergebracht bij de BOM. Op dit moment is het fonds niet opengesteld voor nieuwe aanvragen. De markt lijkt de uitrol van glasvezel in Brabant zelfstandig te realiseren. Nieuwe financieringen zijn op dit moment niet doelmatig en waarschijnlijk zelfs contraproductief. Als blijkt dat er op termijn opnieuw sprake is van marktfalen is er mogelijk weer een rol voor de provincie weggelegd in het kader van de nieuwe Agenda Digitalisering. Een voorstel voor herbestemming van de resterende middelen uit het fonds (ca. € 44,8 mln.) voor de digitaliseringsagenda wordt medio juni 2018 voorgelegd aan Provinciale Staten.

In het bestuursakkoord Beweging in Brabant zijn in de derde tranche middelen gelabeld voor de onderwerpen/thema’s: transitie agrofood, energietransitie, energieneutrale woningen, ecologische structuurversterking, deltaprogramma, economische structuurversterking en cultuur en leefbaarheid.

Transitie Agrofood (02.02)
De beschikbare middelen zijn volledig gealloceerd op basis van het Uitvoeringsprogramma Agrofood en het aangenomen besluit op 7 juli 2017 ‘Versnelling transitie veehouderij (incl. Stalderingsloket)’.
Een bedrag van € 3,78 mln. is in 2017 niet gerealiseerd en wordt in een volgende begrotingswijziging opnieuw gepland”.

Energietransitie en Energieneutrale woningen (04.04)
Circa twee/derde van de beschikbare middelen is gealloceerd op basis van het Uitvoeringsprogramma Energietransitie. In 2017 is voor het aanvullend Uitvoeringsprogramma Energie 2018-2019 € 2,5 mln beschikbaar gesteld (PS 76/77). Het restant van de beschikbare middelen zal op basis van de voortgang in de uitvoering in de begroting worden geraamd.

Ecologische structuurversterking
In de uitwerking van de bestuursopdracht Connecting Delta is € 7 mln bestemd voor ecologische structuurversterking in de Zuidwestelijke Delta. Op basis van de evaluatie van het BrUG hebben PS ingestemd (77/17) met de inzet van de resterende middelen voor het deelprogramma Biodiversiteit & Leefgebieden (€ 35 mln) en voor het deelprogramma Natuur & Samenleving (€6 mln).

Deltaprogramma
De beschikbare middelen zijn volledig gealloceerd en in 2016 gerealiseerd.

Economische structuurversterking
Van de beschikbare middelen is bijna € 110 mln. (inclusief € 6,0 mln. risicoafdekking ten behoeve van de MKB+ faciliteit) gealloceerd. Voor de restant middelen vinden momenteel nadere verkenningen plaats hoe we gezamenlijk met onze partners tot goede proposities kunnen komen.

Cultuur en leefbaarheid
Op basis van het Uitvoeringsprogramma Cultuur, Erfgoed en de Sportagenda is € 15,5 mln gealloceerd. Voor het restant van € 3,7 mln wordt de verdere inzet uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma voor versterking sociale veerkracht 2018-2019.

Investeringsvoorstel Oorspronkelijk Max. Realisatie Raming Raming Raming Nog niet
Bedragen x € 1 mln. bedrag beschikbaar t/m 2017 2018 2019 2020 e.v. gealloceerd
Energietransitie 1) € 71,20 € 59,20 € 48,95 € 0,19 € 0,00 € 0,85 € 9,45
Landschappen van allure 2) € 56,15 € 53,90 € 52,83 € 0,07 € 0,03 € 0,00 € 0,97
Brabant C / BCH € 50,00 € 35,00 € 34,72 € 0,00 € 0,00 € 0,00 € 0,28
Sportplan 2016 € 40,00 € 38,40 € 33,47 € 2,14 € 1,85 € 0,85 € 0,00
Grote erfgoedcomplexen € 61,50 € 39,00 € 17,16 € 7,94 € 2,22 € 0,00 € 11,69
Apparaatskosten 1e tranche - € 7,44 € 7,44 € 0,00 € 0,00 € 0,00 € 0,00
Totaal 1e tranche € 278,85 € 232,94 € 194,33 € 10,43 € 4,10 € 1,70 € 22,39
Groen Ontwikkelfonds Brabant 4) € 240,00 € 235,00 € 152,22 € 15,17 € 0,33 € 1,32 € 65,96
Innovatiefonds Brabant 3) € 125,00 € 150,70 € 2,57 - € 0,56 € 0,00 € 0,00 € 148,68
Energiefonds Brabant 3) € 60,00 € 60,00 € 2,66 € 0,00 € 0,00 € 0,00 € 57,34
Breedbandfonds Brabant / agenda digitalisering € 50,00 € 50,00 € 1,09 - € 0,06 € 1,50 € 2,50 € 44,97
Apparaatskosten 2e tranche € 19,00 € 24,00 € 0,96 € 0,24 € 0,24 € 0,96 € 21,60
Totaal 2e tranche € 494,00 € 519,70 € 159,50 € 14,79 € 2,07 € 4,78 € 338,55
Transitie agrofood € 15,00 € 14,40 € 4,12 € 3,94 € 3,85 € 0,00 € 2,48
Energietransitie € 20,00 € 19,20 € 5,48 € 5,50 € 2,85 € 0,00 € 5,37
Energieneutrale woningen € 8,00 € 7,70 € 0,08 € 0,00 € 0,00 € 0,00 € 7,62
Ecologische structuurversterking € 50,00 € 48,00 € 0,48 € 6,52 € 8,50 € 25,50 € 7,00
Deltaprogramma € 30,00 € 28,80 € 28,80 € 0,00 € 0,00 € 0,00 € 0,00
Economische structuurversterking 5) € 150,00 € 144,00 € 78,88 € 14,05 € 3,13 € 0,08 € 47,87
Cultuur en leefbaarheid € 20,00 € 19,20 € 3,43 € 6,28 € 6,15 € 3,32 € 0,03
Apparaatskosten 3e tranche - € 11,70 € 5,85 € 2,93 € 2,93 € 0,00 € 0,00
Totaal 3e tranche € 293,00 € 293,00 € 127,12 € 39,21 € 27,40 € 28,90 € 70,38

1) Exclusief Clean Tech fonds, deze is in 2013 betaald uit de algemene middelen. Restant € 9,4 miljoen is gealloceerd voor afdekking lening aan Biobasedfonds bij de BOM.

2) Restant van € 870.000 is gealloceerd voor dekking van leningen en garantstellingen.

3) Bedragen zijn volledig gecommitteerd in de vorm van leningen aan de desbetreffende fondsen daarmee dus ook gealloceerd.
De bedragen die in de realisatie en ramingen zijn opgenomen hebben betrekking op de verliesvoorziening en dekking van de fondsmanagementkosten.
In geval van Innovatiefonds is er een positief beleggingsresultaat gehaald in 2015 dat in 2016 is verantwoord."

4) Het gedeelte dat nog niet is opgenomen in realisatie en raming is geïnvesteerd in grond en dus gealloceerd totdat de grond wordt verkocht of ingezet als ruilgrond.

5) Van de € 150 mln. betreft minimaal € 20 mln. revolverende inzet

9. Europese programma's

Wat wil de provincie bereiken?

Wij willen optimaal en op een strategische manier gebruik blijven maken van de kansen die Europa ons biedt om provinciale beleidsdoelen te bereiken. De Europese Commissie stelt voor de programmaperiode 2014 - 2020 miljarden aan Europese middelen beschikbaar om de doelstellingen - die staan beschreven in de Europa 2020 strategie - te verwezenlijken.

De doelstellingen zoals aangegeven in o.m. het Economisch Programma Brabant 2020, het nieuwe bestuursakkoord “Brabant in beweging” en de Smart Specialisation Strategy (RIS3) sluiten perfect aan bij de doelstellingen uit de Europa 2020 strategie (slimme, duurzame en inclusieve groei) en biedt kansen om met behulp van de Europese cofinanciering de Brabantse doelstellingen te verwezenlijken.

Het zogenoemde multiplier effect van elke geïnvesteerde euro maken de Europese middelen tot belangrijke impulsgelden voor de provincie. De Europese middelen zijn een katalysator bij het stimuleren van vooral het bedrijfsleven en Triple Helix partners om te innoveren en innovatiekracht te verbinden met belangrijke en actuele maatschappelijke opgaven.

Wat gaat de provincie daarvoor doen?

Om optimaal gebruik te maken van de kansen die de Europese Unie biedt zet de provincie Noord-Brabant voor de lopende periode sterk in op:

  1. Subsidie instrumenten
    a. Majeure Europese programma’s
    b. Uitbreiding andere Europese financieringsbronnen
  2. Bancaire instrumenten
  3. Beleidsinstrumenten

Ad 1a) Majeure Europese programma’s

De provincie Noord-Brabant is betrokken bij de volgende Europese majeure programma’s: als management Autoriteit van OPZuid, gemandateerd management Autoriteit voor POP3 en strategisch partner voor Interreg. Wij spelen gedurende de gehele programmaperiode 2014-2020 een belangrijke rol bij het beheer, de vormgeving, uitvoering en lancering van de verschillende Europese programma’s. Op dit moment zijn de voorbereidingen voor de nieuwe programmaperiode 2021-2027 reeds in volle gang. Hoofdopgave hierbij is de herijking van de Zuid-Nederlandse RIS3 strategie. In deze strategie onderzoeken we waar we als regio met Europese middelen het verschil kunnen maken. Deze strategie vormt primair de ruggengraat van het OP, maar heeft ook werking op Interreg en POP. Oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen zijn vaak discipline-overstijgend, daar passen meer flexibele Europese financieringsinstrumenten bij.
Voor de nieuwe programmaperiode pleiten we daarom voor meer samenwerking tussen de verschillende Europese programma’s. Vanuit de nieuwe Europese verordeningen wordt opgeroepen tot focus op innovatie en klimaat. We willen Europese programma’s tevens inzetten om duurzame bijdragen te leveren aan de diverse klimaatdoelstellingen.

Voor de nieuwe programmaperiode wordt de cofinanciering op een andere manier vormgegeven. Nu is een bedrag van € 103 miljoen gereserveerd voor cofinanciering (voor de helft gefinancierd uit de investeringsagenda). Deze luxe hebben we in de toekomst niet meer. Voor cofinanciering zal beroep gedaan worden op de budgetten van afzonderlijke programma’s. Hierdoor worden de programma’s verleid om actief Europa op te zoeken bij het verwezenlijken van de Brabantse ambities.

Hieronder een beknopt overzicht van de programma’s met hun huidige doelstellingen.

OPZuid
De Europese Unie stelt voor de periode 2014-2020 een bedrag van € 114 miljoen beschikbaar voor het OPZuid programma. Dit is een gezamenlijk programma voor de drie zuidelijke provincies. Binnen het OPZuid richten we ons op verbetering van het regionale concurrentievermogen en de werkgelegenheid door middel van de speerpunten innovatiebevorderingen op basis van de “Smart Specialisation Strategy” RIS3 en de overgang naar een koolstofarme economie.

INTERREG
Interreg zet in op “grensvervaging” en bevordering van samenwerking tussen regionale gebieden in verschillende landen. Interreg A is gericht op grensoverschrijdende samenwerking met België, Duitsland, Frankrijk en Engeland en verwacht voor de periode 2014-2020 een bedrag van € 40 miljoen voor de vier Interreg A programma’s te genereren. De nadruk ligt hierbij op de thema’s innovatie, duurzaamheid en grensoverschrijdend arbeidsmarktbeleid. De Interreg-programma’s zijn een belangrijk instrument bij de verwezenlijking van de internationale ambities van Brabant, zoals o.a. die zijn verwoord in het Internationaliserings Plan Brabant (IPB).

Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3)
De Europese Unie stelt voor de periode 2014-2020 voor het POP3 programma een bedrag van € 55,74 miljoen beschikbaar voor de provincie Noord-Brabant. Het POP3 programma richt zich op verduurzaming en innovatie van de landbouw en de daarmee verbonden thema’s zoals transitie agrofood, water, natuur, milieu en plattelandsontwikkeling. Innovatie vormt hier een rode draad in POP3, en wel vanuit de landbouw met slimme cross-overs naar andere sterke sectoren (de zogenaamde RIS3-strategie) en met samenhangende beleidsthema’s. Bovendien richten we ons bij de POP3-openstellingen op projecten die leiden tot daadwerkelijke transitie van de agrarische sector. Met deze elementen wordt aangesloten op de thema’s van het bestuursakkoord: Brabant Innoveert, Brabant Vergroent en Brabant Verduurzaamt.

Ad 1b) Uitbreiding andere Europese financieringsbronnen

Naast de majeure programma’s waarin de provincie een duidelijk rol heeft toebedeeld is er proactief gezocht en ingezet op andere Europese programma’s en fondsen.

Horizon 2020
Horizon2020 is groot Europese subsidie programma voor Onderzoek en Innovatie in Europa. Horizon2020 is de opvolger van het Zevende Kaderprogramma (KP7) en loopt van 2014 tot en met 2020. De totale omvang van het programma bedraagt ruim € 70 miljard. Het programma biedt kansen voor iedere organisatie of ondernemer die actief is in onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie in internationaal verband.

Het betreft een omvangrijk programma. In totaal is uit dit programma €286.668.808 in Brabant geland, middels 400 projecten. De Provincie Noord-Brabant speelt in dit programma een bescheiden rol. We onderzoeken de mogelijkheden om vanaf 2019 meer inzet te plegen op dit programma.

Ad 2) Bancaire instrumenten

Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI)
In de eerste helft van 2018 heeft de provincie, in het kader van de bestuursopdracht het aandelendeel (equity) van de beoogde mkb-plusfaciliteit voor snel groeiende innovatieve MKB in de topsectoren geïmplementeerd . Aan de totstandkoming van het leningendeel (venture debt) van de faciliteit wordt nog gewerkt. De implementatie daarvan staat gepland in het 4e kwartaal van 2018. Zodra blijkt dat dit niet haalbaar is en de planning doorgeschoven dient te worden naar 1e kwartaal 2019, leggen we dit aan u voor in de vorm van een begrotingswijziging.
Deze faciliteit is ontworpen om een investeringsvolume voor Brabant in de markt los te maken van € 600 mln. en maakt o.a. gebruik van het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI).

Ad 3) Beleidsinstrumenten

Vanguard initiatief
Het Vanguard initiatief is een initiatief waarin ruim 30 Europese regio’s samenwerken. Het initiatief is gericht op een “slimme” revival van de Europese maakindustrie (Smart Industries). Brabant participeert actief in dit Europese Samenwerkingsproject, gezien het grote belang van de Smart Industrie-agenda in onze regio. Brabant werkt hierbij nauw samen met een aantal andere provincies waaronder Gelderland, Overijssel, Limburg en Zeeland, het rijk en regio’s in Europa (waaronder: Vlaanderen en Baden Württemberg). Concreet is het initiatief bericht op:
a. Beleidsbeïnvloeding in Brussel, zodanig dat binnen en/of naast bestaande Europese fondsen, maar ook in regelgeving, hoge prioriteit wordt gegeven aan baanbrekende projecten op het gebied van Smart Industries, vooral ook na 2020. Resultaat van deze beleidsbeïnvloeding is dat de Europese Commissie in de nieuwe Interreg verordening een pan-Europees Interreg luik verwerkt heeft, waarbij innovatie bedrijven pan-Europees kunnen samenwerken.
b. Kennisdeling en samenwerking op het gebied van Smart-Industries met andere regio’s (“brengen en halen”). Het is voor het Brabants bedrijfsleven wezenlijk om goed aangesloten te zijn op ontwikkelingen in andere, toonaangevende regio’s binnen Europa, op het gebied van Smart Industries. Er zijn concrete samenwerkingsprojecten met Vlaanderen, Baden Württemberg en Lombardije opgestart.

Monitoring Europese programma’s
Jaarlijks monitort Stimulus Programmamanagement van de provincie Noord-Brabant - in samenwerking met ERAC - de verlening van Europese subsidies aan projecten met begunstigden die zijn gevestigd in Zuid-Nederland. Deze gegevens worden ieder half jaar geactualiseerd en laten zien aan hoeveel Brabantse projecten vanaf het begin van de huidige programmaperiode 2014-2020 tot heden Europese subsidie is toegekend.

Vanaf het begin van de huidige programmaperiode 2014-2020 is er voor €467.317.913 Europese subsidie toegekend aan organisaties in Noord-Brabant binnen 2452 projecten. (peildatum 1 april 2018)

Nieuwe programmaperiode 2020-2027
In de aanloop naar de volgende programmaperiode staan de provincies aan de lat om samen met de steden, triple helix organisaties, kennisinstellingen en overige stakeholders te komen tot een integrale strategie op landsdelig niveau, uitmondend in een nieuwe RIS 3. Om deze gestalte te geven is in 2017 op initiatief van Brabant een werkgroep Cohesie Zuid in het leven geroepen en een eerste aanzet gemaakt om ook in 2019 tot een gedragen strategie te komen waarmee provincies, samen met gemeente, het Rijk en triple helices gestuurd kan worden op de allocatie van middelen.

Wat mag het kosten?

De Operationele programma’s voor OP Zuid-Nederland (OP Zuid), Plattelands ontwikkelingsprogramma (POP3) en Interreg met hun doelstellingen dragen volledig bij aan de “het bestuursakkoord” met de daaronder vallende programma’s, met het zwaartepunt op economie, landbouw en ecologie. Het Europese beleid kent een cyclus van 7 jaar. De huidige programmaperiode loopt van 2014 tot en met 2020. De beschikbare EU-middelen zijn bekend inclusief de percentages waarin ze als cofinanciering kunnen bijdragen aan ons provinciaal beleid en de verwachte kosten die zijn gemoeid voor de uitvoering van de programma’s (zoals de afhandeling van de aanvragen en de monitoring). Bij de match van de provinciale cofinanciering aan de Europese middelen wordt het principe van comply-or-explain toegepast.

Programma's Financiële inzet Europese programma's Bijgestelde ambitie inzet Europese programma's Aanwezige dekking Dekking toekomstige jaren Uitgaven t/m 2017 Resteert
Bedragen x € 1 mln. 2014-2020 2014-2020
OP Zuid 27 27 24 3 23 4
POP3 30 35 30 13 28
Interreg A 34 25 25 4 21
Uitvoering 12 16 11 3 5 9
103 103 91 6 35 62