Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling

Algemene voortgang van het programma

De uitvoering van het programma Economie, Kennis en Talentontwikkeling ligt op koers. De kwaliteit van leven in Brabant is gebaat bij een goed draaiende innovatieve economie. Met het beleidskader Economie 2030 zetten we in op een toekomstbehendige economie: een economie die wendbaar is en duurzaam is vormgegeven. We zetten in op een ‘brede welvaart’.   

  

Vanuit innovatie zetten we stevig in op de uitvoering van de uitvoeringsagenda Toekomstbestendige Clusters en Triple Helix samenwerking. Dit heeft geresulteerd in de opstart van een zestal innovatiecoalities en een viertal innovatiecoalities die zich momenteel nog in de ontwikkelingsfase bevinden. Vanuit de uitvoeringsagenda circulaire economie ligt de focus dit jaar op het mobiliseren van een brede uitvoeringscapaciteit en realiseren van circulaire product ketens. Ook wordt er stevig ingezet in het bundelen van krachten door bijvoorbeeld in IPO-verband samen te werken met andere provincies en met het rijk in het programma Circulaire economie en bijbehorende transitieagenda’s. De openstaande acties uit de uitvoeringsagenda Data-economie zijn en worden dit jaar voor een groot deel gestart in samenwerking met onze partners. Zo zijn er bijvoorbeeld in alle regio’s datacoaches actief om het MKB te ondersteunen bij dataficering en is er vanuit Braventure een programma gestart voor startende databedrijven.  

Middels de uitvoeringsagenda, versterking campussen, stedelijke innovatiedistricten, fieldlabs en hybride leeromgevingen zetten we maximaal in op het uitdagen van kennisinstellingen als voorbeeld JADS, bedrijfsleven, stuwend midden- en kleinbedrijf en overheden om met oplossingen te komen voor (maatschappelijke) uitdagingen in zogenaamde innovatiecoalities. Daarbij trachten we aan te sluiten bij de kennispositie en industriële basis van clusters die al aanwezig zijn in Brabant. Dit biedt geweldige kansen voor de provincie om ons te positioneren voor de groeimarkt van morgen.  

  Ondertussen begeven we ons in een turbulente wereld met maatschappelijke en economische uitdagingen. Zowel op regionaal, nationaal als internationaal niveau. De huidige geopolitieke en economische ontwikkelingen vormen op zijn zachtst gezegd een interessante situatie. Op internationaal niveau hebben we te maken met de oorlog in Oekraïne en daaruit volgende tekorten, de coronaconjunctuur, rentestijgingen en inflatie. Op nationaal niveau vertaalt dit zich door, aangevuld met de stikstofproblematiek en tekorten op de woningmarkt, arbeidsmarkt en grondstoffen en materialen. De huidige sociaal-maatschappelijke en economische context is dus allesbehalve rustig te noemen.   

De arbeidsmarkt is op dit moment erg krap. Binnen alle beroepsgroepen bestaan grote personeelstekorten. Voor de provincie betekent dit dat er op korte termijn wordt gekeken naar de mogelijkheden van om- en bijscholing (met het platform Brabant Leert zijn momenteel al 6.000 Brabanders geholpen met bij- en omscholing) en is een subsidieregeling ‘Arbeidsmarktinfarct’ in de maak. Ook de arbeidsmarktregio’s zelf onderzoeken mogelijkheden om dit probleem voor de korte- en lange termijn aan te pakken.  

Met het aantrekken van (inter)nationaal talent en het behouden van talent voor de Brabantse arbeidsmarkt streven we naar een meer evenwichtige arbeidsmarkt op de lange termijn. Zo willen we het talent met traineeships ‘verleiden’ voor de Brabantse arbeidsmarkt.  

  Concreet betekent dit voor de Brabantse economie dat de essentiële en randvoorwaardelijke innovatieve groeikansen en schaalsprong op meerdere fronten worden belemmerd, wat zich uiteindelijk weer vertaald naar een druk op de algehele leefbaarheid. De impact van deze context en onzekerheden is direct merkbaar bij onze partners. Zo is het in de afgelopen twee jaar beduidend moeilijker geworden om te investeren. Desalniettemin hebben we veel voor elkaar gekregen, met extra middelen van het Rijk (o.a. Nationaal Groeifonds) en de EU (o.a. REACT EU) zijn er alsnog veel projecten als geslaagd te betitelen. Het is wel zaak om juist nu een extra tand bij te zetten. Ondanks alle turbulentie is het een periode van nieuwe kansen; de coronacrisis lijkt grotendeels achter de rug en de wereld gaat langzaamaan weer wat meer open, is er een nieuwe Europese programmaperiode en de eerste Nationale Groeifonds voorstellen zijn geland. Bij deze Burap worden vanuit de betreffende beleidsprogramma’s de provinciale cofinancieringsmiddelen met betrekking tot 2022-2023 gestort in een nieuw te vormen reserve Europese programma’s 2022-2027.  

  

Er zijn veel projecten opgestart (gecommitteerd door GS) en voorzien van programmering. We hebben hierdoor een beter zicht op de planning van de besteding van middelen. We zien dat in 2022 niet alle beschikbare middelen in de begroting ook tot concrete besteding leidt, maar doorschuift naar 2023 of verder. Bijvoorbeeld voor diverse innovatiecoalities zijn door GS reeds middelen toegezegd/gereserveerd, maar deze besluiten leiden (nog) niet tot lastneming in 2022, omdat daartoe met ontvangers andere afspraken zijn gemaakt. Lastneming vindt pas plaats op het moment dat de subsidiebeschikking uitgaat of contractering plaatsheeft. 

Wat willen we bereiken?

Stimuleren van missie-gedreven innovatie door sterke ecosystemen en clusters van bedrijven.

Omschrijving (toelichting)

Indicatoren:

  • Brabantse positie op de (RIS) en (RCI) ranglijsten

RIS is de Regional Innovation Scoreboard van de Europese Commissie, een gerenommeerde lijst van de meest innovatieve regio’s in Europa (250 regio’s in totaal). Onze ambitie is in 2030 minimaal bij de beste 15 regio’s te horen. De huidige innovatiepositie (plek 36 in 2021) betekent dat we een uitdaging hebben.

RCI is de Regional Competitiveness Index, eveneens van de Europese Commissie. Deze index meet het concurrentievermogen van alle Europese regio’s, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur en opleidingen. Brabant scoort hoog op opleidingsniveau en technologisch niveau. Huidige positie: 20 (2019)

  •  Jaarlijks procentuele toename van het bruto regionaal product (BRP).

Het BRP groeit in 2021 (t.o.v. 2020). In de begroting brengen we in beeld welke resultaten we leveren voor de structurele deel van de begroting. Voor meer inzicht in de prestaties uit de uitvoeringsagenda’s verwijzen we naar het programmeringsdocument dat GS eind augustus 2021 aan de Staten heeft aangeboden.

Kwaliteit (indicator)

G

Kwaliteit (toelichting)

We zijn in 2021 op de RIS-ranglijst gedaald van plek 24 naar 36. Om deze ontwikkeling te keren hebben GS in het najaar van 2021 extra maatregelen genomen middels een speciaal in gang gezette extra investeringsimpuls EKT. In het door GS uitgevoerde evaluatieonderzoek naar het Economisch Programma Brabant 2020, dat u voor de zomer ontvangen heeft, is ook naar de ontwikkelingen in Brabant op deze onderliggende indicatoren gekeken. 

Wat gaan we daarvoor doen?

Inzetten op talentontwikkeling voor de kenniseconomie van morgen

Omschrijving (toelichting)

Indicatoren:


• Spanningsindicator Brabantse arbeidsmarkt

De spanningsindicator Brabantse arbeidsmarkt geeft de verhouding aan tussen het aantal vacatures en het aantal kortdurend werklozen. De indicator vergelijkt dus de actuele vraag naar personeel ten opzichte van het actueel beschikbaar aanbod.
In het 1e kwartaal (Q1) 2020 was de gemiddelde spanningsindicator onder de vijf Brabantse arbeidsmarktregio’s 1,51 Arbeidsmarktcijfers Om tot een evenwichtige arbeidsmarkt te komen zou de spanningsindicator voor alle sectoren tenminste lager moeten worden dan deze in Q1 2020 was met als optimale eindwaarde 1,0. In Q4 2021 was de spanningsindicator gestegen naar 4,23.


• % bruto arbeidsparticipatie (werkgelegenheid)

De bruto arbeidsparticipatie wordt gemeten ten opzichte van de totale beroepsbevolking in de leeftijd van 15–75 jaar. In Q1 van 2020 was er een bruto arbeidsparticipatie van 71,3%.( zie opendata.cbs).Omdat de coronacrisis een hevig negatief effect heeft gehad op de bruto arbeidsparticipatie is het streven om deze op het niveau van Q1 2020 te krijgen. In Q1 2022 was de bruto arbeidsparticipatie in Noord-Brabant gestegen naar 74,8 %. 

          • Succes broedplaatsen

Het succes van broedplaatsen wordt gemeten in het aantal broedplaatsen wat versterkt is, door onderwijs en bedrijfsleven beter met elkaar te verbinden en zichtbaar programma’s met elkaar in te richten en talent te ontwikkelen.

Kwaliteit (indicator)

O

Kwaliteit (toelichting)

De spanning op de Brabantse arbeidsmarkt blijft zich manifesteren. In het vierde kwartaal van 2021 was de spanningsindicator in Noord-Brabant zelfs hoger dan op landelijk niveau. Vooral vacatures voor ICT-ers en technisch personeel zijn moeilijk(er) in te vullen. Ook de werving van personeel in de zorg komt onder steeds grotere druk te staan, mede als gevolg van een dubbele vergrijzing. Meer ouderen zorgen enerzijds voor meer vraag naar zorg en anderzijds zullen meer werknemers de sector verlaten als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. 

 Als reactie op het oplopende personeelstekort zetten we, per direct, in op: 

Het meer systematisch zoeken naar mogelijkheden om talent aan te trekken voor de regio; o.a. extra investeren in het aantrekken van buitenlands talent, samen met onderwijs en werkgevers 

Het behouden van talent middels het project van het Expat center ‘Living in en mkb-accountmanagement 

Het stimuleren van de markt om arbeidsmarktprojecten op te zetten om de personeelstekorten te verhelpen in de cruciale sectoren die onze provinciale ambities en maatschappelijke transities hinderen. Hiertoe wordt Q4 2022 een subsidieregeling opengesteld. 

Met de arbeidsmarktregio’s werken we – als onderdeel van de lopende afspraken - samen concrete acties uit op de thema’s ‘duurzame inzetbaarheid’, ‘onbenut arbeidspotentieel’, ‘innovatie’ en ‘behoud van personeel’. Deze acties zijn onlangs geïntensiveerd en zullen impact hebben in 2022/2023. 

Wat gaan we daarvoor doen?

Realiseren van sterkere clusters door Europese en internationale samenwerking

Omschrijving (toelichting)

De ambities uit het bestuursakkoord zijn grensoverschrijdend met een expliciete opdracht voor verbreding op basis van investering in (internationale) innovatie coalities. Dit vraagt om een gefocuste aanpak op inhoud, waarde toevoeging en doelregio en hier wordt in samenwerking met de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) invulling aan gegeven. De instrumenten die we hierbij inzetten zijn via een gerichte lobby beleidsbeïnvloeding, kennisdeling door actief netwerken en het organiseren van fondsen en projecten. 

Kwaliteit (indicator)

G

Kwaliteit (toelichting)

Wat gaan we daarvoor doen?

Het versterken van de ruimtelijke-economische structuur

Omschrijving (toelichting)

Indicatoren:

  • Provincie Noord-Brabant scoort gemiddeld op de Brede Welvaartsindicator (BWI in 2021)
  • Groei werkgelegenheid

Kwaliteit (indicator)

G

Kwaliteit (toelichting)

Wat gaan we daarvoor doen?

Ontwikkelingen en onzekerheden

Inhoudelijk 

Arbeidsmarktinfarct: de krapte op de arbeidsmarkt, zeker in enkele specifieke sectoren kan de komende jaren een flinke beperking worden voor de groei van de Brabantse economie in het geheel en specifiek als het gaat om de ontwikkeling voor de kenniseconomie van morgen.? Bedrijven kunnen minder snel uitbreiden of hebben problemen hun diensten of producten te kunnen leveren.? 

Onzekerheid in ruimtelijke ontwikkelingen: de strijd om ruimte is volop losgebarsten. Het beschikbare aantal m2 voor bedrijven om uit te breiden neemt sterk af. Vanwege aanvullende eisen rondom milieu en klimaat zien we dat het voor bedrijven ook moeilijk wordt om te ondernemen en/of uit te breiden. Het effect hiervan op de Brabantse economie is nog onvoldoende duidelijk.  

Oorlog in Oekraïne: ook in Brabant zullen we de (economische) gevolgen merken van de oorlog in Oekraïne. Zo kunnen bedrijven direct schade ondervinden van de sancties tegen en van Rusland. Ook prijsstijgingen van verschillende producten en grondstoffen kunnen de ontwikkeling van de Brabantse economie raken. M.b.t. circulaire economie zien we door de oorlog enerzijds een positief effect t.a.v. besef en bewustwording, anderzijds een negatief effect voor de concrete korte termijn uitvoering vanwege andere hogere prioriteiten (tekorten, levertijden, overleven) bij bedrijfsleven.? 

 

Financieel 

Europese programma’s/ MIT; M.b.t. Europese programma's en MIT gaan we v.w.b. cofinanciering (Europese) programma's uit van de subsidieplafonds van de opengestelde regelingen. De daadwerkelijke (beschikkingen van deze) projecten kunnen natuurlijk lager uitvallen of later plaatsvinden hierbij zijn we afhankelijk van derden. 

Vele opgaven zoals het stimuleren van missie-gedreven innovaties, AMB, Data-en circulaire economie, campussen doen we vooral samen met bedrijven, kennisinstellingen en overige overheden. Hierdoor zijn we dan ook in grote mate afhankelijk van onze partners. Het is niet duidelijk of onze provinciale inzet die daarvoor nodig is ook daadwerkelijk in 2022 zal plaatsvinden of wellicht door zal schuiven naar 2023. Als voorbeelden zijn hier o.a. te noemen; Projecten data-economie, zijnde GAIA-X, en opzetten European Digital Innovation Hub 

Uitvoering innovatiecoalities, BrabantRing. 

Door de verwachte piekbelasting in najaar van subsidieregelingen is het onzeker of alle geplande subsidiebeschikkingen dit jaar ook daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. 

Financieel overzicht

Bedragen x € 1.000
5. Economie Begroting t/m wijz. 2 Wijziging 3 Begroting t/m wijz. 3
Lasten 86.121 -16.179 69.942
Baten 8.530 10.000 18.530
Saldo baten en lasten 77.590 N 26.179 V 51.412 N