Programma 3 Water en bodem

Algemene voortgang van het programma

De uitvoering van het programma Water en Bodem ligt grotendeels op koers. We zijn voortvarend aan de slag met de in 2020 vastgestelde Visie klimaatadaptatie inclusief de uitwerking van de Bestuursopdracht 'Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant'. Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 (RWP) is in april 2021 de inspraak in gegaan als tussenstap naar vaststelling onder de Waterwet eind 2021 door Provinciale Staten.
In voorbereiding op de nieuwe Kader Richtlijn Water (KRW)-planperiode van de waterschappen en de provincie, respectievelijk de waterbeheerplannen (WBP’s) en het RWP zijn de uitvoeringsafspraken vastgelegd in een Koepelovereenkomst 2021-2027. Per waterschap wordt deze Koepelovereenkomst uitgewerkt in een ontwerp Maatwerkovereenkomst met daarin een programmering van de wateropgaven per waterschap voor de periode 2022-2027. Naar verwachting worden deze overeenkomsten in het najaar bestuurlijk ondertekend.
Voor hoogwaterbescherming is de planuitwerkingsfase Oeffelt gestart. Bij Meanderende Maas (Ravenstein-Lith) is het werk gegund zodat de realisatie begin 2022 kan starten. Het belang van deze rivierverruimingsprojecten kwam weer duidelijk naar voren bij de hoogwater situatie in juli.
De aanpak van verontreinigingen in grond en grondwater, vanuit de wettelijke taken Wet Bodembescherming, lopen conform planning.

Gevolgen corona
De coronacrisis zorgt voor (beperkte) vertraging op de samenwerkingen zoals de klimaatadaptatiedialogen en het daarop gebaseerde Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie Zuid-Nederland, enkele STUW-projecten (inrichtingsmaatregelen KRW), Waterpoort en het interactieve proces ten behoeve van het ontwikkelen van strategische beleidskeuzes en een programma Integraal Riviermanagement (IRM), onder trekkerschap van het ministerie IenW en met een regionale regierol van de provincies.
Als de tendens van medio 2021 door blijft zetten verwachten wij voor de rest van 2021 dat de Corona-crisis geen verdere grote impact heeft op onze prestaties. Dit staat wel onder voorbehoud van mogelijk weer stijgende Corona-besmettingen in de herfst 2021, een scenario dat door het RIVM serieus wordt beschouwd.

Veilig Water. Blijven zorgen voor veiligheid door de bescherming tegen hoogwater

Indicatoren:

· Het percentage rivierenlandschap waar sprake is van sterke dijken in combinatie met een uitbreiding van de afvoercapaciteit.
· De regionale keringen zijn veilig (100% voldoet aan de norm).

G

Wat gaan we daarvoor doen?

Voldoende Water. Zorgen voor voldoende grond- en oppervlaktewater (voorkomen van overlast en tekorten)

Indicatoren:
· Diep grondwater: Grondwaterstand en stijghoogte in de grondwaterlichamen voldoet aan de norm (uiterlijk 2027 moeten beide grondwaterlichamen voldoen, 1 voldoet momenteel niet).
· Ondiep grondwater: Areaal natte natuurparels dat niet langer verdroogd is (uiterlijk 2027 is 36.000 ha NNP niet langer verdroogd).
· Het Brabants grondgebied voldoet aan de norm voor regionale wateroverlast (elke 6 jaar worden de inspanningen gekwantificeerd).

O

Alle bovenstaande indicatoren vergen een lange termijn aanpak en medewerking van veel partijen. We moeten meer inzet plegen om bovenstaande indicatoren tijdig te halen. Ondanks dat we de streefwaarden 2021 wel halen is de restopgave groot en complex en staat doelbereik Kader Richtlijn Water in 2027 onder druk. Om de doelen te halen vraagt dit inzet van partijen binnen en buiten onze provincie en zelfs buiten de landsgrens waar het gaat om voldoen aan de normen voor het diepe grondwater. Binnen Brabant zijn wij hierover intensief in gesprek (gegaan) met de partners in het Breed Bestuurlijk Grondwateroverleg (BBG) over het afsluiten van een breed gedragen Bestuursconvenant Grondwater en de instelling van een Onafhankelijke Adviescommissie Droogte.

Wat gaan we daarvoor doen?

Schoon Water. Herstellen van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater tot tenminste het basisniveau

Indicatoren:
· Alle oppervlaktewaterlichamen in Brabant voldoen aan alle waterkwaliteitseisen conform de Kaderrichtlijn Water in 2027.
· Het grondwater in de drinkwaterbronnen in Brabant blijft van goede kwaliteit.

O

De waterkwaliteit voldoet niet overal. Mede doordat het in uitvoering krijgen van oppervlaktewater-projecten meer tijd vergt dan voorzien. En het effect van maatregelen in grondwaterbeschermingsgebieden door de complexiteit van het bodem- en watersysteem pas met enkele jaren vertraging zichtbaar is.

Wat gaan we daarvoor doen?

Vitale Bodem. Herstellen van de vitaliteit van de bodem

Indicator:
· De mate waarin de Brabantse landbouwbodem vitaal is.
o Er is geen sprake meer van verdichting (meer voeding van het grondwater)
o Het gehalte aan organische stof is op voldoende niveau (betere binding meststoffen en water)
o Bodemleven is gevarieerd (betere ziektewering en bodemstructuur)
Streven: 100% van de landbouwbodems in 2050 vitaal, gekoppeld aan klimaatadaptieve inrichting en gebruik.

O

De klimaatverandering jaagt het bewustzijn aan van de noodzaak van een meer vitale bodem, die beter water vasthoudt (en zo beter kan omgaan met verdroging) en plasvorming op de velden voorkomt (en zo opbrengstderving beperkt). Een toenemend aantal agrarische ondernemers wil op vrijwillige basis daarom investeren in een verbetering van de bodemvitaliteit, maar heeft daarbij begeleiding nodig. Via het plan van aanpak BodemUp 2.0, dat in de 2e helft van 2021 gereed wordt gemaakt (i.s.m. met ZLTO, HAS, waterschappen) voor uitvoering in 2022 en verder, worden bodemcoaches ingezet die agrariërs ondersteunen bij duurzaam bodembeheer. Daarnaast zetten we in op een goede monitoring van de maatregelen en hun effecten. BodemUp moet komende jaren leiden tot een forse opschaling van het areaal aan vitale landbouwgronden.

Wat gaan we daarvoor doen?

Ontwikkelingen en onzekerheden

- De omvang van de opgaven in het Regionaal Water en Bodemprogramma 2022-2027 (RWP) overstijgt de huidig beschikbare dekking. De opgaven zijn groot en in ontwikkeling zoals gemeld in de Visie Klimaatadaptatie en de Statenmededelingen over het RWP. Hierbij bekijken we momenteel alle opties naar aanvullende dekking en komen we bij de besluitvorming in december met een financieel volledig afgedekt beleidskader.


- Een van de opties in het kader van aanvullende dekking voor de verdrogingsopgave, als onderdeel van het RWP, is een verkenning naar de toepassing van de grondwaterheffing welke we momenteel uitvoeren. In de tweede helft van 2022 starten we met de uitwerking van een Statenvoorstel voor aanpassing van de Verordening Grondwaterheffing.


- We werken de afspraken met de waterschappen, o.a. voor de Kaderrichtlijn Water opgave (planperiode 2016-2021 vormgegeven onder STUW), uit in de Koepelovereenkomst Groenblauwe opgaven (ondertekend in maart 2021) en in maatwerkovereenkomsten per waterschap (vaststelling najaar 2021), deze hebben een directe relatie met de Gebiedsgerichte Aanpak Groenblauw welke we momenteel vormgeven. Hierdoor is het uitgavenpatroon in 2021 nog niet volledig in te schatten, en zetten we tegelijkertijd in op het zo veel en snel mogelijk realiseren van de opgave.


- Investeringen in Vitale Bodem betreffen boven-wettelijke maatregelen en zijn daarmee niet afdwingbaar. Via actieve communicatie en kennisuitwisseling stimuleren we agrarische ondernemers om op vrijwillige basis deel te nemen. Mede hiertoe geven we het project BodemUp 2.0 vorm. De voorbereiding met de verschillende partners vergt veel tijd en dit geeft onzekerheid in de startdatum (2e helft 2021 of 1e helft 2022).


- Bij hoogwaterbescherming lopen een aantal onderzoeken (Alem, Werkendam, Geertruidenberg-Amertak) die eind 2021 duidelijkheid geven over of er een verkenning gestart gaat worden.

 

- Vanwege de onzekerheid ten aanzien van het aantal te ontvangen aanvragen voor financiële steun bij de uitvoering van bodemsaneringen via de Rijksbijdrageregeling voor bedrijven (welke de provincie uitvoert), is op dit moment geen accurate inschatting te maken. Daarom zal bij de slotwijziging een bijstelling plaatsvinden.

Financieel overzicht

Bedragen x € 1.000 Begroting t/m wijz. 2 Wijziging 3 begroting t/m wijz. 3
Lasten 32.218 -450 31.768
Baten 4.848 745 5.593
saldo baten en lasten -27.370 1.195 -26.175