Meer
Publicatiedatum: 11-09-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Programma 3 Water en bodem

Algemene voortgang van het programma

De uitvoering van het programma Water en bodem ligt grotendeels op koers. We zijn voortvarend aan de slag met de recent vastgestelde Visie klimaatadaptatie en de uitwerking van de Bestuursopdracht 'Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant'. De gebiedsgerichte aanpak zal in de loop van dit jaar, onder andere in de stikstofgevoelige Natura2000-gebieden, samen met onze partners vormgegeven worden. Tegelijkertijd bereiden we het regionale programma Water en Bodem voor dat eind 2020 de inspraak in gaat als tussenstap naar vaststelling eind 2021.
Voor klimaatadaptatie leveren we dit jaar de provinciale stresstest op en gaan we onverminderd door met het uitvoeren van projecten. De droogtes van de afgelopen jaren en de natte winter van dit jaar, zijn voorbeelden van dat het weer blijvend meer extremen laat zien.
Samen met het rijk, waterschappen en andere partners geven we de rivierverruimingsprojecten vorm zodat alle primaire dijkvakken in 2050 voldoen aan de veiligheidsnormen. De projecten Meanderende Maas en Oeffelt zitten in de planstudiefase, de uitkomsten van de verkenningsfase zijn enthousiast ontvangen.
Door onder andere de complexiteit van de gebiedsprocessen en de moeizame grondverwerving loopt de realisatie van de verdrogingsaanpak natte natuurparels achter en zullen de prestaties voor 2020 niet geheel gerealiseerd worden. Met de waterschappen werken we nu aan een nieuwe set samenwerkings-afspraken, waarin we vastleggen om ons maximaal in te spannen om de doelen van 2027 te halen.
Een Vitale Bodem in de vorm van een goede bodemstructuur is een basisvoorwaarde voor agrarische productie, waterhuishouding (tekort en teveel) en waterkwaliteit. Met de Bestuursopdracht uit een vorige bestuursperiode zijn de eerste stappen gezet naar verbetering van de bodem. In 2020 gaan we hierop verder en dragen daardoor bij aan de verdrogingsopgave en laten we de aanpak landen in het regionale programma Water en Bodem.

Wat willen we bereiken?

Klimaatproof Brabant. Realiseren van een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting en bijbehorend gebruik

Indicator:

  • Mate waarin gebieden klimaatbestendig en waterrobuust zijn ingericht (100% in 2050).

Veilig Water. Blijven zorgen voor veiligheid door de bescherming tegen hoogwater

Indicatoren:

  • Het percentage rivierenlandschap waar sprake is van sterke dijken in combinatie met een uitbreiding van de afvoercapaciteit.
  • De regionale keringen zijn veilig (100% voldoet aan de norm).

Voldoende Water. Zorgen voor voldoende grond- en oppervlaktewater (voorkomen van overlast en tekorten)

Indicatoren:

  • Zoet water: Waterbeschikbaarheid is conform geldende gebiedsafspraken (einddata af te spreken in individuele gebiedsafspraken)
  • Diep grondwater: Grondwaterstand en stijghoogte in de grondwaterlichamen voldoet aan de norm (uiterlijk 2027 moeten beide grondwaterlichamen voldoen, 1 voldoet momenteel niet).
  • Ondiep grondwater: Areaal natte natuurparels dat niet langer verdroogd is (uiterlijk 2027 is 36.000 ha NNP niet langer verdroogd).
  • Het Brabants grondgebied voldoet aan de norm voor regionale wateroverlast (elke 6 jaar worden de inspanningen gekwantificeerd).

 

Schoon Water. Herstellen van de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater tot tenminste het basisniveau

Indicatoren:

  • Alle oppervlaktewaterlichamen in Brabant voldoen aan alle waterkwaliteitseisen conform de Kaderrichtlijn Water in 2027.
  • Het grondwater in de drinkwaterbronnen in Brabant blijft van goede kwaliteit.

Vitale Bodem. Herstellen van de vitaliteit van de bodem

Indicator:

  • De mate waarin de Brabantse landbouwbodem vitaal is.
  • Er is geen sprake meer van verdichting (belemmert infiltratie regenwater).
  • Het gehalte aan organische stof is op voldoende niveau (bevordert binding meststoffen en water).
  • Bodemleven is gevarieerd (bevordert ziektewering, binding meststoffen en bodemstructuur).

Streven is 100% landbouwbodems vitaal in 2050, gekoppeld aan klimaatadaptieve inrichting en gebruik.

Ontwikkelingen en onzekerheden

• Om verdroogde natuur te herstellen zijn grootschaliger maatregelen nodig, juist ook buiten de natuurgebieden. Dit wordt op basis van de Visie klimaatadaptatie inclusief de uitwerking van de bestuursopdracht ‘Stoppen van de verdroging met een waterrobuuste inrichting van Brabant’ opgepakt. In dit dossier zijn de volgende risico’s benoemd: achterblijvende cofinanciering door derden, onderschatting in de werkhypotheses van de kosten van de maatregelen buiten de natte natuurparels en onvoldoende grootschalige inzet op de gebiedsgerichte aanpak.
• De vele projecten die agrariërs treffen (vaak met provinciale en Europese financiering) hebben nog geen merkbaar effect op de waterkwaliteit (lokaal wel, maar niet Brabantbreed).
• De huidige wetgeving zit agrarische ondernemers op onderdelen in de weg om maatregelen uit te voeren die de bodemvitaliteit bevorderen.
• Een discussie over normatief (wat doet de overheid) versus bovennormatief (welk risico ligt bij bedrijven en burgers) is te verwachten ten aanzien van wateroverlast en watertekorten, zeker met het oog op klimaatadaptatie.
• Spelregels, tempo en financiering voor dijkversterkingen en rivierverruiming zijn niet gelijk, terwijl projecten vaak wel in samenhang of in hetzelfde gebied plaats vinden.

Financieel overzicht

Bedragen x € 1.000 begroting t/m wijz. 2 Wijziging 3 begroting t/m wijz. 3
Lasten 51.235 2.049 53.284
Baten 5.444 1.918 7.362
saldo baten en lasten -45.791 -131 -45.922

Specificatie besluitvorming