Programma 6 Energie

Algemene voortgang van het programma

Het begrotingsprogramma Energie gaat over de energietransitie als onderdeel van de opgave om verdere klimaatverandering te voorkomen door de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen (mitigatie). Een opgave waarvan de urgentie en ambitie steeds groter worden. Zie bijvoorbeeld het Regeerakkoord en de hoge energieprijzen als gevolg van de Oekraïne-oorlog waardoor besparing en energie-armoede meer dan voorheen in de aandacht staan. Maar het is ook een opgave waarvan de realisatie wordt belemmerd door zaken als de krappe arbeidsmarkt en de (kaders rond de) energie-infrastructuur.

We werken aan een duurzame en energiezuinige samenleving om onze provincie aantrekkelijk en concurrerend te houden richting 2030 en 2050. Dat doen we op basis van de Energieagenda 2019-2030 (PS eind 2018) en de nieuwe aangescherpte Uitvoeringsagenda Energie 2022-2023 ‘Urgent en Kansrijk’ (GS april 2022).

Begin dit jaar zag de monitor Energieagenda 2019-2030 het licht. Deze zal worden benut voor beleidsverantwoording en de samenwerking met de RES-partners. Het primaat van de uitvoering van de Regionale Energie Strategieën (RES’en) ligt bij de gemeenten, de onderlinge rolverdeling is verder uitgewerkt in de in februari vastgestelde governance voor de uitvoering van de RES’en 1.0.

De energietransitie vraagt om het optimaal benutten en uitbreiden van het brede energiesysteem voor elektriciteit, gassen en warmte. Op de langere termijn zal er een nieuw energiesysteem ontstaan met meer flexibiliteit door opslag en conversie van energie, gevoed door bronnen die in de meeste gevallen tijdelijker en lokaler van aard zijn.

Intussen loopt de transitie tegen de grenzen van het huidige systeem aan; naast transportschaarste is voor bedrijven lokaal inmiddels ook sprake van afnameschaarste. Met de nieuwe kwartiermaker wordt invulling gegeven aan de Taskforce Transportschaarste die is aangekondigd in de recente Statenmededeling.  Met de aanpak van transportschaarste op de korte termijn, het vinden van lokale oplossingen, wordt gestart in de RES-regio MRE (Metropoolregio Eindhoven). In en met RES-regio West-Brabant start een pilot rond het programmeren en prioriteren, gericht op de middellange termijn in deze aanpak. Richting lange termijn is met de aanbesteding van de tweede fase systeemstudie een stap gezet.

Tot slot: We zien de energietransitie als een gedeelde opgave. De inzet van burgers, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties is nodig om deze te laten slagen. Via Brabant Geeft Energie en het programma Sociale Innovatie Energietransitie (SIE) is onze ondersteuning aan co-creatie trajecten gericht op een energietransitie waaraan iedereen kan meedoen vervolgd.

Wat willen we bereiken?

Verduurzaming van de energieopwekking

Indicator*:

  • Totale productie van hernieuwbare energie in petajoule (PJ) (verplichte indicator, bron Klimaatmonitor)
  • Opgave opwek hernieuwbare elektriciteit in de RES’en (6,5 TWh in 2030)

*zie programmeerdocument Energie voor inzicht in meerjarige ontwikkelingen

G

Wat gaan we daarvoor doen?

Verminderen emissies broeikasgassen

Indicatoren*:

  • (Verplicht) Totale emissie broeikasgassen (uitgedrukt in CO2-equivalenten) in tonnen uitstoot (bron Klimaatmonitor) (streefwaarde 2030 10.7 Mton)
  • Emissie gerelateerd aan energie: totale CO2- emissie in tonnen uitstoot (bron Klimaatmonitor) (streefwaarde 2030: 7,6 Mton)
  • Verbruikte energie totaal in PJ (bron: Klimaatmonitor) (streefwaarde 2030: 240 PJ)

*zie programmeerdocument Energie voor inzicht in meerjarige ontwikkelingen

G

Wat gaan we daarvoor doen?

Bijdrage leveren aan een toekomstbestendige energie-infrastructuur

Indicator:

  • Bijdragen aan de ontwikkeling van oplossingen voor opslag en conversie voor een haalbare en betaalbare energietransitie

G

Wat gaan we daarvoor doen?

Ontwikkelingen en onzekerheden

Afhankelijkheid vele partners / marktwerking

De energietransitie biedt grote kansen, maar is tevens een complexe opgave, waarin op vele terreinen gelijktijdig verandering noodzakelijk is en waarvoor vele spelers nodig zijn. De vijf transitiepaden vragen allemaal, op zichzelf én in onderlinge samenhang, verandering van overheden, maatschappelijke instituties, bedrijven en inwoners. De provincie is slechts één van de vele noodzakelijke spelers en bovendien een speler met beperkte sturende mogelijkheden. Daarmee is onze invloed beperkt en is focus op samenwerking en rolneming belangrijk. We hebben weinig wettelijke taken op het gebied van de energietransitie, het grootste gedeelte van de opgave dient gerealiseerd te worden door andere partijen dan de provincie. Als provincie zijn we slechts één van de spelers die aan deze opgave werken. Samen met Europa, het Rijk, provincies, gemeentes, kennisinstellingen en het bedrijfsleven (MKB) leveren we een bijdrage aan het genoemde resultaat. Nadere informatie over financiële risico’s en risicomanagement staat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Transportschaarste

Als gevolg van het wijzigende aanbod van elektriciteit (zowel wat betreft locatie van levering als ook het moment van levering (weersafhankelijk)) zijn uitbreiding en modernisering van het elektriciteitsnetwerk noodzakelijk. Dit kan echter niet van vandaag op morgen gerealiseerd kunnen worden. Opgave is dan ook om de beschikbare capaciteit zo goed mogelijk te gebruiken. (Grootschalige) opwek van hernieuwbare energie zal altijd moeten worden geprioriteerd, zowel onderling, als ook met bedrijvigheid en woningbouw.

Dit maakt het niet vanzelfsprekend dat ieder grootschalig project zonder vertraging kan worden aangelegd. Dat kan mogelijk gevolgen hebben voor het behalen van doelstellingen, zeker de doelstellingen voor de eerstkomende jaren.

Intensivering klimaatbeleid

Met de verhoogde ambities op Europees en nationaal niveau ligt het in de lijn der verwachting dat ook van de provincies een grotere bijdrage aan de klimaatopgave wordt gevraagd. Wij gaan ervan uit dat beleidsintensiveringen of extra taken die naar de provincie komen ook gepaard gaan met extra middelen vanuit het rijk.

De doelstellingen van het Klimaatakkoord uit 2019 passen inhoudelijk binnen de Kaders zoals PS deze vaststelde met Omgevingsvisie en Energieagenda 2019-2030. De benodigde extra middelen voor uitvoering van het Klimaatakkoord (ook via andere portefeuilles dan energie) zijn in beeld gebracht via een landelijk bestuurslastenonderzoek. In 2022 word een eerste (gedeeltelijke) uitkering verwacht volgens de verdeelsleutel die in IPO-verband overeengekomen is. Dit jaar wordt intern geïnventariseerd welke taken vanuit het Klimaatakkoord in uitvoering zijn en op welke onderdelen nog (extra) inzet nodig is.

Financieel overzicht

Bedragen x € 1.000
6. Energie Begroting t/m wijz. 1 Wijziging 2 Begroting t/m wijz. 2
Lasten 12.896 3.541 16.437
Baten 181 544 725
Saldo baten en lasten 12.715 N 2.997 N 15.712 N