Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling

Algemene voortgang van het programma

De uitvoering van het programma Economie ligt op koers. Na de vaststelling van het beleidskader Economie 2030 in oktober 2020 is de aandacht vol op de uitvoering gericht en dit doen we nog steeds. Met partners in Noord-Brabant werken we intussen intensief aan de uitwerking van de ambities, de opgaven en de activiteiten waarmee we de beoogde doelstellingen uit het beleidskader willen realiseren. Volgend op het beleidskader zijn er afgelopen jaar de verschillende uitvoeringsagenda’s vastgesteld door GS, en is in het najaar van 2021 een extra impuls ingezet om Brabant met name op het vlak van ecosystemen, talentontwikkeling en nieuwe R&D-faciliteiten een inhaalslag te laten maken. 

In het kader van de uitvoeringsagenda Toekomstbestendige Clusters en Triple Helix samenwerking is een zestal innovatiecoalities opgezet en bevinden zich een viertal innovatiecoalities momenteel nog in de ontwikkelingsfase. (Zie Statenmededeling Innovatiecoalities uit de Uitvoeringsagenda Toekomstbestendige Clusters en Triple Helix Samenwerking 2021 d.d. 7/2/2022 5029699). Vanuit de uitvoeringsagenda circulaire economie ligt de focus dit jaar op het mobiliseren van een brede uitvoeringscapaciteit. Dat doen we samen met andere partijen zoals bv. Rewin, Midpoint Brabant en de BOM. Op die manier versnellen we de uitvoering van projecten en realiseren we circulaire productketens. Ook wordt er stevig ingezet in het bundelen van krachten door bijvoorbeeld in IPO-verband samen te werken met andere provincies en met het rijk in het programma Circulaire economie en bijbehorende transitieagenda’s. De uitvoeringsagenda Data-economie is en wordt dit jaar gestart in samenwerking met onze partners. Zo zijn er bijvoorbeeld in alle regio’s datacoaches actief om het MKB te ondersteunen bij dataficering. Maar het blijft een grote uitdaging om MKB-ondernemingen goed aan te haken en daarom zetten we extra actie in om meer aandacht/zichtbaarheid te genereren. Ook is er vanuit Braventure een programma gestart voor startende databedrijven. De laatste uitvoeringsagenda, versterking campussen, stedelijke innovatiedistricten, fieldlabs en hybride leeromgevingen is als laatste vastgesteld afgelopen zomer. Dit jaar zetten we maximaal in op het uitdagen van kennisinstellingen, bedrijfsleven, stuwend midden- en kleinbedrijf en overheden om met oplossingen te komen voor (maatschappelijke) uitdagingen in zogenaamde innovatiecoalities. Als voorbeeld zijn daar te o.a. te noemen; Breda Gaming en Pivot Park (i.r.t. gezond ouder worden). Daarbij trachten we aan te sluiten bij de kennispositie en industriële basis van clusters die al aanwezig zijn in Brabant. Dit biedt geweldige kansen voor de provincie om ons te positioneren voor de groeimarkt van morgen. Verder vindt regelmatig een directeurenoverleg met de Brabantse campussen plaats, waarin gesproken wordt over gezamenlijk optrekken richting ecosysteemversterking. Mede op wens van de Staten is in een laatste overleg ook gesproken over de manieren om circulair bouwen te versnellen, oa in de uitbreiding van concrete gebouwen op de campussen en/of in aanleg van circulaire fieldlabs. 

Conform de “Impuls Beleidskader Economie 2030” werken we aan de voorbereiding van enkele grote projecten, zoals Artificial Intelligence en Pivotpark, waarmee we tevens de koppeling leggen met de toekenningen vanuit de 2e tranche Groeifonds. 

Om de positie op Regional Innovation Scoreboard Index te verstevigen is een extra investeringsimpuls ingezet om de innovatiekracht van Brabant te versterken. Hiermee versnellen we de realisatie van de bestaande KPI’s uit de bestaande uitvoeringsagenda’s, geven we meer impact én spelen we slim in op de nieuwe kansen (middelen) die komende jaren vanuit het Rijk (groeifonds, RRF, nieuw kabinetsbeleid) en Europa (oa EFRO, Interreg JTF) worden aangeboden. Met onze partners (o.a. triple helixorganisaties, Kennispact in het hoger onderwijs) in de regio zijn de eerste afspraken gemaakt om tot concrete resultaten te komen. 

T.a.v. provinciale cofinanciering Europese programma’s zijn er op basis van de “Europese kansenkaart” bij verschillende programma’s sessies georganiseerd waarin de kansen t.a.v. potentiële EU-middelen zijn besproken en gevraagd is om middelen te reserveren voor provinciale cofinanciering. Deze middelen zullen bij burap II 2022 in begroting verwerkt worden.     

  

Bij al deze uitvoeringsagenda’s dient nog wel meegenomen te worden dat de arbeidsmarkt zich momenteel in een crisis bevindt, waarbij binnen nagenoeg alle beroepsgroepen grote personeelstekorten bestaan. Voor de provincie betekent dit dat er op korte termijn wordt gekeken naar de mogelijkheden van om- en bijscholing (met het platform Brabant Leert zijn momenteel al 6.000 Brabanders geholpen met bij- en omscholing) en is een subsidieregeling ‘Arbeidsmarktinfarct’ in de maak. Ook de arbeidsmarktregio’s zelf onderzoeken mogelijkheden om dit probleem voor de korte- en lange termijn aan te pakken. 

Met het aantrekken van (inter)nationaal talent en het behouden van talent voor de Brabantse arbeidsmarkt streven we naar een meer evenwichtige arbeidsmarkt op de lange termijn. Zo willen we het talent met traineeships ‘verleiden’ voor de Brabantse arbeidsmarkt. Verder is in maart 2022 een vernieuwde Pact structuur in werking getreden, het Pact 2.0. De insteek is een meer inhouds- en actie-gedreven Pact. Vanuit het arbeidsmarktbeleid van de arbeidsmarkregio’s, de gemeenten, de B5, de kennisinstellingen, het bedrijfsleven, de sociale partners en de provincie vormen bovenstaande thema’s onderdeel van hun meerjarenprogramma’s, triple-helix structuren etc. Binnen het Pact zorgen we voor onderlinge verbondenheid en zetten we Brabant breed extra in op specifiek deze 3 thema’s; Leven Lang Ontwikkelen, Jeugd en Internationale medewerkers. M.b.t. Statushouders, is op 1 januari 2022 de nieuwe wet Inburgering in werking getreden. In Brabant kunnen via de arbeidsmarktregio hierdoor statushouders trajecten op maat volgen, en daarbij kunnen de regio’s ook een beroep doen op een aanvullend aanbod van opleidingen die ontsloten zijn via Brabantleert. 

Wat willen we bereiken?

Stimuleren van missie-gedreven innovatie door sterke ecosystemen en clusters van bedrijven.

Indicatoren:

  • Brabantse positie op de (RIS) en (RCI) ranglijsten

RIS is de Regional Innovation Scoreboard van de Europese Commissie, een gerenommeerde lijst van de meest innovatieve regio’s in Europa (250 regio’s in totaal). Onze ambitie is in 2030 minimaal bij de beste 15 regio’s te horen. De huidige innovatiepositie (plek 36 in 2021) betekent dat we een uitdaging hebben.

RCI is de Regional Competitiveness Index, eveneens van de Europese Commissie. Deze index meet het concurrentievermogen van alle Europese regio’s, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur en opleidingen. Brabant scoort hoog op opleidingsniveau en technologisch niveau. Huidige positie: 20 (2019)

  •  Jaarlijks procentuele toename van het bruto regionaal product (BRP).

Het BRP groeit in 2021 (t.o.v. 2020). In de begroting brengen we in beeld welke resultaten we leveren voor de structurele deel van de begroting. Voor meer inzicht in de prestaties uit de uitvoeringsagenda’s verwijzen we naar het programmeringsdocument dat GS eind augustus 2021 aan de Staten heeft aangeboden.

G

Wat gaan we daarvoor doen?

Inzetten op talentontwikkeling voor de kenniseconomie van morgen

Indicatoren:


• Spanningsindicator Brabantse arbeidsmarkt

De spanningsindicator Brabantse arbeidsmarkt geeft de verhouding aan tussen het aantal vacatures en het aantal kortdurend werklozen. De indicator vergelijkt dus de actuele vraag naar personeel ten opzichte van het actueel beschikbaar aanbod.
In het 1e kwartaal (Q1) 2020 was de gemiddelde spanningsindicator onder de vijf Brabantse arbeidsmarktregio’s 1,51 Arbeidsmarktcijfers Om tot een evenwichtige arbeidsmarkt te komen zou de spanningsindicator voor alle sectoren tenminste lager moeten worden dan deze in Q1 2020 was met als optimale eindwaarde 1,0.


• % bruto arbeidsparticipatie (werkgelegenheid)

De bruto arbeidsparticipatie wordt gemeten ten opzichte van de totale beroepsbevolking in de leeftijd van 15–75 jaar. In Q1 van 2020 was er een bruto arbeidsparticipatie van 71,3%.( zie opendata.cbs).Omdat de coronacrisis een hevig negatief effect heeft gehad op de bruto arbeidsparticipatie is het streven om deze op het niveau van Q1 2020 te krijgen.

          • Succes broedplaatsen

Het succes van broedplaatsen wordt gemeten in het aantal broedplaatsen wat versterkt is, door onderwijs en bedrijfsleven beter met elkaar te verbinden en zichtbaar programma’s met elkaar in te richten en talent te ontwikkelen.

G

Wat gaan we daarvoor doen?

Realiseren van sterkere clusters door Europese en internationale samenwerking

G

Wat gaan we daarvoor doen?

Het versterken van de ruimtelijke-economische structuur

Indicatoren:

  • Provincie Noord-Brabant scoort gemiddeld op de Brede Welvaartsindicator (BWI in 2021)
  • Groei werkgelegenheid

G

Wat gaan we daarvoor doen?

Ontwikkelingen en onzekerheden

  • Arbeidsmarktinfarct  

De krapte op de arbeidsmarkt, zeker in enkele specifieke sectoren kan de komende jaren een flinke beperking worden voor de groei van de Brabantse economie in het geheel en specifiek als het gaat om de ontwikkeling voor de kenniseconomie van morgen.  

  • Krapte op de woonmarkt 

De krapte op de woonmarkt is niet zo zeer een directe bedreiging voor sec de Brabantse economie, maar drukt wel op de brede welvaartsindicator en kan verder indirect een hinder zijn bij het versterken van de ruimtelijk-economische structuur door een gevecht om de ruimte. 

  • Oorlog in Oekraïne  

Ook in Brabant zullen we de (economische) gevolgen merken van de oorlog in Oekraïne. Zo kunnen bedrijven direct schade ondervinden van de sancties tegen en van Rusland. Ook prijsstijgingen van verschillende producten en grondstoffen kunnen de ontwikkeling van de Brabantse economie raken. M.b.t. circulaire economie zien we door de oorlog enerzijds een positief effect t.a.v. besef en bewustwording, anderzijds een negatief effect voor de concrete korte termijn uitvoering vanwege andere hogere prioriteiten (tekorten, levertijden, overleven) bij bedrijfsleven. 

 

Financieel overzicht

Bedragen x € 1.000
5. Economie Begroting t/m wijz. 1 Wijziging 2 Begroting t/m wijz. 2
Lasten 59.699 26.422 86.121
Baten 103 8.427 8.530
Saldo baten en lasten 59.596 N 17.994 N 77.590 N