Programma 2 Ruimte en wonen

Algemene voortgang van het programma

Het programma ligt op koers. We werken aan de totstandkoming van het kader Leefomgeving te midden van een speelveld wat enorm in beweging is. Zo verwachten we dat de Ruimtelijke Ordeningsbrief van Minister de Jonge, de zogenaamde 100 dagen brief, waarin de provincies gevraagd worden om de ‘ruimtelijke puzzel’ te leggen op provinciaal niveau een grote invloed zal hebben de inhoud van het kader. 

Conform de Agenda Wonen en de statenmoties werken we aan de versnelling van de woningbouw via verschillende lijnen. Zo wordt met de uitvoering van de regeling Flexpool Woningbouw een impuls gegeven aan de versnelling van de woningbouw. Tevens zien we maatschappelijk belang om bestaande voorraad met nieuwe woonvormen te verrijken. Daarvoor wordt onder andere gewerkt aan een regeling voor financiering van kleinschalige wooninitiatieven.

De Minister van VRO heeft het besluit genomen dat de definitieve inwerkingtredingsdatum van de omgevingswet wordt vastgesteld op 1 januari 2023 en dit voorstel ter besluitvorming aangeboden aan de Eerste en Tweede kamer. De inzet die is vereist vanuit de provincie loopt echter op koers en PS hebben op 11 maart 2022 de omgevingsverordening (zie PS 21/67) vastgesteld. 

Samen met de vier stedelijke regio’s in Brabant, het Rijk en de Waterschappen stellen we een Brabantbrede verstedelijkingstrategie op. We verwachten na de zomer in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving op basis daarvan afspraken te maken met het Rijk. Zie verder statenmededeling Verstedelijkingsstrategie- en akkoorden

Voor de werklocaties zijn we met het Rijk, provincies en de regio’s in gesprek om afspraken te maken over sturing op grootschalige bedrijfsvestigingen (waaronder XXL logistiek).  We werken aan de verduurzaming van bedrijventerreinen via ‘Grote Oogst’ aanpak, concreet zijn we nu bezig met het opstellen van een bijdrageregeling voor gemeenten. In Q1 is het koopstromenonderzoek gepresenteerd (zie link) op basis waarvan de regio’s hierover nieuwe afspraken maken.

Met de B5-gemeenten en de M7-gemeenten zijn transformatieprocessen opgestart en werkt de provincie aan de hand van intentie- of samenwerkingsovereenkomsten of een samenwerkingsagenda aan (verkenningen voor) de transformatieopgaven. Zie verder de statenmededeling Voortgang stedelijke transformaties.

De uitvoering van de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof 1.0 ligt op schema, maar vraagt dat we steeds blijven inspelen op een aantal onzekerheden die verbonden zijn aan de landelijke beleidsontwikkeling via de uitwerking van het Regeerakkoord. Tegelijk zien we ook dat juridische ontwikkelingen zich in hoog tempo opvolgen en de uitvoering/vergunningverlening bemoeilijken.

De Staten worden binnenkort geïnformeerd over de voortgang van het vergunningverleningstraject Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL) in relatie tot stikstof en een onherroepelijk PIP gericht op start uitvoering in 2022. Zoals eerder aangekondigd zal aan de Staten een voorstel worden gedaan voor aanvullende financiering als gevolg van de opgelopen vertraging en indexatie.”

Tot slot geven we uitvoering aan de motie m.b.t. steun voor Oekraïne en worden hiervoor bij deze BURAP de in de motie aangegeven middelen beschikbaar gesteld. 

Wat willen we bereiken?

Verbeteren van omgevingskwaliteit

Indicatoren:

  • Werkend stelsel om wettelijke taken, zoals beoordeling van ruimtelijke plannen, onder de Omgevingswet uit te kunnen voeren.

Vanuit een integrale, gebiedsgerichte benadering – ‘diep, breed en rond’ – participeren we in wisselende rollen (‘richting geven’, ‘beweging stimuleren’, ‘mogelijk maken’) in ruimtelijke ontwikkelingen, zowel binnenstedelijk als in het landelijk gebied en op verschillende schaalniveau’s (van lokaal tot Rijk).

  • Voortgang in uitvoering van ruimtelijke (gebieds)ontwikkelingen

Aan het einde van deze bestuursperiode participeren wij in 10 à 12 stedelijke transformaties en in maximaal 3 coalities m.b.t. de aanpak van leegstand in het buitengebied. Hierin zien we voortgang doordat de ontwikkeling steeds een fase dichter bij de uitvoering komen.

G

Wat gaan we daarvoor doen?

Versnellen van de woningbouw

Indicatoren:

  • Groei van woningvoorraad

Om in de behoefte aan nieuwe woonruimte te voorzien, zullen de eerstkomende vier jaar (2022 t/m 2025) ca. 50.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd

  • Zorgvuldige inpassing van nieuwe woonruimte

Circa 70% van de jaarlijkse woningbouw (toevoeging aan de woningvoorraad) wordt op binnenstedelijke locaties gerealiseerd

G

We verwachten evenals in 2021 ook dit jaar 13.000 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad.

Wat gaan we daarvoor doen?

Verbeteren van vitaliteit en toekomstbestendigheid van werklocaties

Indicatoren:

  • Ontwikkeling van werklocaties

Vraaggerichte ontwikkeling van vitale en toekomstbestendige werklocaties vanuit de regionale afspraken en samenwerking. Hiertoe maken wij met de vier regio’s plannings- en programmeringsafspraken. Voor 2022 agenderen wij nadrukkelijk ook regionale afspraken over detailhandel.

  • Verduurzamen van werklocaties

13 bedrijventerreinen, waar maatregelen worden genomen betreffende de energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie (grote “oogst”)

Wat gaan we daarvoor doen?

Ontwikkelingen en onzekerheden

In zijn algemeenheid worden vele prestaties geleverd in samenwerking met externe partners. Daarmee zijn er ook onzekerheden voor wat betreft het conform planning behalen van prestaties en de uitnutting van budgetten. 
Stikstof
Met betrekking tot de aanpak stikstof zijn wij via de wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het programma bij de Wsn verbonden aan de landelijke (wettelijke) doelen, waarbij via het Regeerakkoord de eerder gestelde doelen voor 2030 en 2050 naar voren zijn gehaald in de tijd. Dat betekent dat onder nog grotere tijdsdruk zowel landelijk generiek als gebiedsgericht extra tempo maken - ook voor de provincie - noodzakelijk is.  
Organisatieveranderingen en een meer integrale aanpak bij het Rijk vragen actieve inbreng van ons als provincie in extra belasting/capaciteit en ook om onze organisatiestructuur beter aan te sluiten op wat daar ontwikkeld wordt en doorwerkt in de provinciale organisatie.  
Voor de provincie betekent dit grotere druk op interprovinciale afstemming en het proces om tijdig te komen tot het provinciaal gebiedsplan waar wij aan gehouden worden via het programma bij de wet. We hebben de partners nodig in de gebieden om dit samen voor elkaar te krijgen en dit zet extra druk op de uitvoeringskracht omdat doelen breder worden dan alleen stikstof en natuur (ook water, klimaat, nitraat, CO2 etc.). 
Steeds wijzigende spelregels bij (opkoop/aankoop) regelingen door het Rijk maken dat het moeilijk is provinciale deelnemers aan boord te houden en te voorkomen dat zij in de “wacht” stand raken. 

Financieel overzicht

Bedragen x € 1.000
2. Ruimte en wonen Begroting t/m wijz. 1 Wijziging 2 Begroting t/m wijz. 2
Lasten 31.926 7.163 39.089
Baten - 2.961 2.961
Saldo baten en lasten 31.926 N 4.202 N 36.128 N