Programma 3 Water en bodem

Algemene voortgang van het programma

De uitvoering van het programma Water en Bodem ligt grotendeels op koers. We zijn voortvarend aan de
slag met het in december 2021 vastgestelde Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027 (RWP).
Voor het uitvoeren van de maatregelen voor de wettelijke doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) werken we samen met waterschappen aan de uitvoeringsafspraken en programmering zoals vastgelegd in de Maatwerkovereenkomsten per waterschap van de wateropgaven voor de periode 2022-2027. Onder andere door het opstellen van een Bijdrage- en Subsidieregeling ten behoeve van projecten ter uitvoering van het RWP en het Deltaplan Hoge Zandgronden (DHZ). Deze regelingen gaan later open dan voorzien doordat de openstelling van de landelijke Specifieke Uitkering (SPUK) Zoetwater (tijdelijke regeling stimuleren maatregelen tweede fase Deltaprogramma zoetwater) uitgesteld is en deze deltafondsmiddelen ook weggezet worden via de Bijdrage- en Subsidieregeling. De huidige planning is om medio 2022 de twee regelingen open te stellen t.b.v. de uitvoering. 

Duurzaam grondwaterbeheer is een van de belangrijke beleidsdoelstellingen van het RWP en op 15 december 2021 is met 13 Brabantse waterpartners het Bestuursconvenant Grondwater 2021-2027 ondertekend waarmee de betrokken partijen onderlinge afspraken hebben gemaakt over het herstel en bewaking van het grondwatersysteem en de acties die voor de verschillende partners hieruit voortkomen en die in 2022 en de komende jaren ter uitvoering worden gebracht. Daarnaast is er een Statenmededeling opgesteld ten aanzien van de stand van zaken rond verbreding van de grondwaterheffing (mede n.a.v. Motie 74a/2021) en is er een Statenvoorstel voor een aanpassing van de grondwaterheffing opgesteld om het tekort op de provinciale financiering van de urgente grondwateropgaven verder te verkleinen.
Ten aanzien van het urgente thema van klimaatadaptatie is de samenwerking in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie op het schaalniveau van Zuid-Nederland (Noord-Brabant en Limburg) verder verstevigd. Er ligt een gezamenlijk Uitvoeringsprogramma en Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Zuid-Nederland en Uitvoeringsagenda’s per werkregio van gemeenten en waterschappen. De negen werkregio’s in Noord-Brabant zijn in voorbereiding op de aanvraag voor cofinanciering van uitvoeringsprojecten vanuit de provinciale Bijdrageregeling klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie wordt verder verankerd in de provinciale programma’s, waaronder Wonen, Werken & Leefomgeving (Verstedelijkingsstrategie, Verstedelijkingsakkoorden).

Ten behoeve van de beleidsdoelstellingen van een vitale bodem wordt de uitvoering van het samenwerkingsverband BodemUp 2.0 verder vorm gegeven via een samenwerkingsovereenkomst met afspraken over de aanpak, organisatie en financiën en een Uitvoeringsplan met als kernthema’s: werving van bodemcoaches, de coaching van deelnemende agrariërs, kennisuitwisseling tussen deelnemers, inzet van het bedrijfsbodem- en waterplan en digitalisering van bedrijfsprocessen, communicatie en monitoring van de maatregelen en effecten.

De aanpak van verontreinigingen in grond en grondwater, vanuit de wettelijke taken Wet Bodembescherming, lopen conform planning. In deze planning is rekening gehouden met de opgelopen vertraging in de uitvoering van een aantal projecten in verband met Corona maatregelen van de afgelopen twee jaar.

Wat willen we bereiken?

Klimaatadaptatie. Aanpassen aan klimaatverandering in alle domeinen van het provinciale waterbeleid.

Indicator:
Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting: Brabant wordt klimaatbestendig en waterrobuust ingericht op basis van de leidende principes uit dit RWP. (100% in 2050)

G

Wat gaan we daarvoor doen?

Veilig Water. Veiligheid tegen hoogwater in het hoofdwatersysteem en het regionaal watersysteem.

Indicatoren:
· Brabant is beschermd tegen overstromingen en biedt Ruimte voor de rivier: 
•    Het percentage rivierenlandschap waar sprake is van sterke dijken in combinatie met een uitbreiding van de afvoercapaciteit;
•    De regionale keringen zijn veilig (100% voldoet aan de norm).

G

Wat gaan we daarvoor doen?

Voldoende Water. Niet te weinig diep en ondiep grondwater en oppervlaktewater met optimale zoetwaterbeschikbaarheid en waterverdeling in geval van extreme droogte, en niet te veel oppervlaktewater, om ernstige regionale wateroverlast zo veel mogelijk

Indicatoren:
· De grondwatervoorraad is op orde en stabiel op termijn: Grondwaterstand en stijghoogte in de grondwaterlichamen voldoet aan de norm (uiterlijk 2027 moeten beide grondwaterlichamen voldoen, 1 voldoet momenteel niet).
· Voldoende grondwater voor de natuur: Areaal natte natuurparels dat niet langer verdroogd is (uiterlijk 2027 is 12.000 ha NNP niet langer verdroogd).

O

Bovenstaande indicatoren vergen een lange termijn aanpak en medewerking van veel partijen. We moeten meer inzet plegen om bovenstaande indicatoren tijdig te halen. Daarom hebben we in 2021 nadere afspraken gemaakt met onze waterpartners: Voor het verbeteren van de grondwatertoestand van de grondwaterlichamen zijn in 2021 afspraken gemaakt in het Grondwaterconvenant 2022-2027. Ook de uitwerking van de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak welke in 2021 is opgezet, en de afspraken in de Maatwerkovereenkomsten met de waterschappen (MOKs) die in 2021 zijn getekend, dragen bij aan het halen van de waterdoelen.

Wat gaan we daarvoor doen?

Schoon Water. Schoon grond- en oppervlaktewater voor onze volksgezondheid en natuur, conform de normen van de Kaderrichtlijn Water; het voorkomen van verontreiniging en het beschermen van diepe grondwatervoorraden.

Indicatoren:
· Basis op orde: alle oppervlaktewateren en het grondwater voldoen aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water in 2027.
•    Alle fysische, biologische en chemische parameters zijn op orde voor zowel de KRW-oppervlaktewateren als de overige oppervlaktewateren.
•    Het grondwaterlichaam verkeert in een goede chemische (grondwater)toestand;
•    Er vindt geen trendmatige achteruitgang van de (grond)- waterkwaliteit plaats
· Verminderde inbreng stoffen:
•    De inbreng van antropogene stoffen en stoffen die expliciet in de KRW genoemd zijn wordt voorkomen en beperkt. Dit geldt voor alle gevaarlijke stoffen, ook als er momenteel nog geen waternormen voor zijn, zoals voor PFAS, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten en plastics.
· Grondwater voor menselijke consumptie is blijvend beschermd: 
•    Bronnen openbare drinkwaterwinningen zijn op orde.

O

We staan aan het begin van de nieuwe planperiode en de waterkwaliteit voldoet niet overal aan de wettelijke eisen, mede doordat het in uitvoering krijgen van oppervlaktewaterprojecten meer tijd vergt dan voorzien, en het effect van maatregelen in grondwaterbeschermingsgebieden door de complexiteit van het bodem- en watersysteem pas met enkele jaren vertraging zichtbaar is.

Wat gaan we daarvoor doen?

Vitale Bodem. Vergroten van de vitaliteit, sponswerking, resistentie tegen ziekten en natuurlijk productievermogen van de bodem voor duurzame landbouw en biodiversiteit.

Indicator:
· In de agrarische beïnvloedingsgebieden rondom de prioritaire N2000 gebieden en natte natuurparels, in de voedingsgebieden voor strategische grondwatervoorraden, grondwaterbeschermingsgebieden en gebieden met verhoogd risico op uitspoeling van nitraat en afspoeling van fosfaat is de bodem vitaal en worden de normen voor de Kaderrichtlijn Water en Nitraatrichtlijn gehaald:
•    de sponswerking voor water en voedingsstoffen is op orde: verliezen van voedingsstoffen naar het grond- en oppervlakte- water zijn minimaal en er is geen sprake meer van verdichting, zodat regenwater kan infiltreren;
•    het gehalte aan organische stof is op zodanig niveau dat een gevarieerd bodemleven mogelijk is en meststoffen en water worden gebonden; 
Streven: 100% van de landbouwbodems in 2050 vitaal, gekoppeld aan klimaat adaptieve inrichting en gebruik.
· Ecologische principes nemen een centrale plaats in de agrarische bedrijfsvoering in: 
•    het aantal praktiserende boeren neemt toe. 

O

De noodzaak van een vitale bodem is door klimaatverandering, die via verdroging en wateroverlast doorwerkt in agrarische opbrengsten, en aanscherpende beleidsregels (vanwege onder meer de Kaderrichtlijn Water en Nitraatrichtlijn) toegenomen. Binnen de projecten BodemUp 1.0, Leven(de) Bodem, Grondig boeren met mais en Fabulous Farmers werken agrariërs aan verbetering van de bodemvitaliteit. Per bedrijf kan de bodemeigenschap die verbetering behoeft, verschillend zijn. Herstel van de vitaliteit van de bodem vergt meerjarige inzet en effecten zijn pas na enkele jaren merkbaar.

Wat gaan we daarvoor doen?

Ontwikkelingen en onzekerheden

•    Het inregelen van de uitvoering van de KRW-opgaven en onze afhankelijkheid daarin van derden en partners zoals de waterschappen, om de KRW-doelen op tijd te halen.
•    De gevolgen voor Brabant ten aanzien van aanpak, tijdslijn, omvang opgaven, middelen en capaciteit naar aanleiding van de landelijke ontwikkelingen op het gebied van de Transitiefondsen voor o.a. Klimaat en Stikstof zijn nog niet duidelijk.

Financieel overzicht

Bedragen x € 1.000
3. Water en Bodem Begroting t/m wijz. 1 Wijziging 2 Begroting t/m wijz. 2
Lasten 40.501 -4.206 36.295
Baten 6.532 1.088 7.620
Saldo baten en lasten 33.969 N 5.294 V 28.674 N