Meer
Publicatiedatum: 12-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen: bedrijfsvoering en overige

1. Bedrijfsvoering

Inleiding

We werken aan een opgavegestuurde netwerkorganisatie die denkt en handelt vanuit de opgaven van Brabant, op basis van duidelijke rollen en toegevoegde waarde van de provincie als bestuurslaag tussen Rijk en gemeenten, midden in de samenleving. Dat doen
we resultaatgericht, integraal en in samenwerking met onze partners.

Programma ‘Beweging in de organisatie’

In 2018 hebben we de projecten en resultaten uit het programma ‘Beweging in de organisatie’ geborgd in en geïntegreerd met de reguliere (bedrijfsvoerings)programma’s. Er is dus geen afzonderlijk programma meer. De wijziging van de topstructuur is begin 2018 afgerond. De nieuwe directie stuurt als collectief en continu op de organisatieontwikkeling aan de hand van vier ambities: een ijzersterke organisatie, medewerkers in hun kracht, een tevreden bestuur en de ontwikkeling van Brabant én op het samenspel tussen deze ambities.

Opgavegestuurd werken

De organisatie heeft in 2018 een begin gemaakt met een transitie naar minder en meer passende programma’s. Dit maakt het in samenhang agenderen, programmeren en acteren vanuit één gemeenschappelijk verhaal waarin de opgaven centraal staan, beter mogelijk. Bij de nieuwe bestuursperiode zal deze transitie worden geëffectueerd.

Professionals met ruimte

Beweging in de organisatie betekent ook iets voor de provinciale medewerkers. Eind 2018 zijn stappen gezet richting een netwerk voor Brabant waar medewerkers van (overheids)organisaties nog beter uitwisselbaar zijn om samen te werken aan de opgaven van Brabant. Ook hebben we onze contacten met het onderwijs geïntensiveerd en dragen studenten nadrukkelijk bij aan de opgaven van Brabant, onder andere door een nieuw stagebeleid en de studentchallenges die wij organiseren.

We blijven met behulp van ons strategisch personeelsbeleid sturen op de kwaliteit en de inzet van talenten van medewerkers op de juiste plek in de organisatie. Het proces strategische personeelsplanning is verder ontwikkeld. Ook blijven we werken aan een goed samenspel tussen de aansturing van programma’s (programmamanagers) en de ontwikkeling en coaching van onze medewerkers (door de H-managers; leidinggevenden). De focus ligt daarbij op flexibel inzetbare medewerkers zodat er ruimte is om in te kunnen spelen op veranderende opgaven en taken. We hebben ruimte gecreëerd voor instroom van medewerkers met frisse inzichten en competenties die nu en in de toekomst nodig zijn. Als maatschappelijk betrokken organisatie zorgen we ervoor dat er binnen onze organisatie plaats is voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en kansen voor studenten en scholieren om hun eerste werkervaringen op te doen.

Een organisatie die ondersteunt

Het op een vernieuwende wijze samenwerken met buiten vraagt ook een andere ondersteuning vanuit de organisatie. Dat vraagt om continu investeren in processen en instrumenten (zoals software en regelgeving) die het samenwerken in het netwerk ondersteunen. Ook in 2018, waarin we hebben gewerkt aan de doorontwikkeling van de brede inkoopfunctie, doorontwikkeling en vereenvoudiging SAP Finance, digitalisering van P&C-cyclus en -producten, voorbereidingen op de wet Normalisatie rechtspositie ambtenaren en stappen hebben gezet om te komen tot de sourcing van ICT. In 2018 zijn we aanvullend gestart met het opstellen van een brede datavisie waaruit in 2019 een datastrategie zal volgen.

In de tweede helft van 2018 zijn we in het kader van ‘Fit for Future’ (dossier Digitalisering) voortvarend aan de slag gegaan om de werkzaamheden op het gebied van dataficering en digitalisering ten behoeve van de organisatie uit te voeren, met als belangrijkste doel om daarmee de knelpunten van morgen te voorkomen. Inmiddels zijn de eerste resultaten opgeleverd, andere werkzaamheden lopen door in 2019 of worden in 2019 opgepakt. We geven nadrukkelijk invulling aan deze werkzaamheden middels samenwerking met partners en hebben aansluiting op de opgaven om met de resultaten gezamenlijk beleidsdoelen te realiseren.

Organisatiekostenbudget

Het organisatiekostenbudget (OKB) is het budget dat beschikbaar is om personele capaciteit te betalen en om de provinciale organisatie te laten functioneren. In 2018 hebben we de uitvoering van onze taken binnen het beschikbare budget gerealiseerd. Hiermee liggen we op koers om de meerjarige taakstelling uit het bestuursakkoord te realiseren.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Beleidsnota Indicator Is de prestatie in 2018 gerealiseerd?
Doelstelling
Prestaties
Organisatieontwikkeling
Beweging in en verfrissing van de organisatie genereren: De streefwaarde van 20% mobiliteit is gerealiseerd.
-   Instroom, doorstroom binnen Brabant en uitstroom.
Streefwaarde 20%
-   Dalende gemiddelde leeftijd ten overstaande van het vorige jaar Streefwaarde: gemiddelde leeftijd < 49,6 jaar Per 31-12-2018 bedraagt de gemiddelde leeftijd 49,9 jaar. Zonder verfrissing en verjonging zou deze afgelopen jaar verder zijn gestegen.
Flexibiliteit: de verhouding vast/flexibel personeel heeft een verhouding van 85/15
Streefwaarde: 15% flexibele inzet capaciteitsbudget Gerealiseerd. Het verhoudingspercentage 85/15 is exact gerealiseerd.
Minimale aantal fte voor leer-/werk- en participatiebanen Gerealiseerd.
Streefwaarde: 25 fte Leer/werk-banen: Beroeps Begeleidende Leerweg plekken, plaatsen beschikbaar voor praktijkstages voor studenten (met name MBO-niveau). Het aantal leerwerkbanen is 4 (fte), op dit moment daadwerkelijk bezet met 3,2 fte met 4 personen.
Participatiebanen: Mensen met een indicatie (WSW Wajong).
Per 31-12-2018 66,78 fte (à 25,5 uur p/w).
In 2018 gaan we verder met het Lean (slim en efficiënt) organiseren van de bedrijfsvoeringsprocessen. Tenminste 50% van de bedrijfsvoeringsprocessen zijn meegenomen in een Lean-traject of –proces. Dit hebben we onder andere gerealiseerd doordat de medewerkers binnen de facilitaire processen de Lean-training hebben afgerond, waardoor alle betrokken medewerkers met Lean in aanraking zijn gekomen.
Streefwaarde 50% van de processen geraakt door leantraject of - activiteit
Tijdige afhandeling subsidies In 2018 hebben we 91% van de subsidies binnen de termijn afgehandeld.
Streefwaarde: 93% tijdig afgehandelde subsidies Het streven om minimaal 93% van de subsidiecases binnen de termijn af te handelen is niet gehaald. We leggen de prioriteit bij de afhandeling van subsidieaanvragen, zodat onze subsidieaanvragers tijdig duidelijkheid hebben en hun projecten kunnen starten.
Streefwaarde bij bestuursrapportage bijgesteld van 95% naar 93% Het percentage van afhandeling van nieuwe subsidieaanvragen lag met 95% hoger dan de streefwaarde van 93%, echter het percentage afhandeling van de overige subsidiecases lag daaronder (89%).
Tijdige afhandeling facturen In 2018 hebben we 93% van de facturen binnen de termijn van 20 dagen betaald. De gemiddelde betaaltermijn is ten opzichte van 2017 verbeterd van 10,7 dagen naar 9 dagen.
Streefwaarde: 95% tijdig betaalde facturen
In 2018 voldoen we als organisatie aan de nieuwe Europese privacywetgeving voor gegevensbescherming Gerealiseerd. Tot 25 mei 2018 heeft het accent gelegen op het voldoen aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG): inrichten governance, privacy- visie en -beleid, privacy-verklaring en gedragsregels. De provincie beschikt over een verwerkingsregister, procedures voor datalekken en verwerkingsovereenkomsten. Vanaf tweede helft 2018 is de aandacht verschoven naar het borgen en houden van toezicht evenals follow-up trainingen en bewustwording van medewerkers wat uiteraard een continu proces is en nooit klaar is om te kunnen blijven voldoen aan de wetgeving.
We hebben in 2018 ook de wettelijke functies van een FG (Functionaris Gegevensbescherming) en CISO (Chief Information Security Officer) ingevuld.

Wat heeft het gekost?

Toelichting afwijkingen organisatiekosten

Capaciteitsbudget

In 2018 is het capaciteitsbudget met € 0,7 mln overschreden. Conform de uitgangspunten van het organisatiekostenbudget is gestuurd op realisatie binnen het totaal beschikbare organisatiekostenbudget, deze overschrijding wordt dus gedekt door de onderschrijdingen op de overige personeelskosten en bedrijfsvoeringskosten.

Overige personeelskosten

Binnen de overige personeelskosten is sprake van een onderbesteding van bijna € 0,4 mln. De gerealiseerde kosten voor werving en selectie zijn lager uitgevallen dan begroot in verband met de focus op de interne mobiliteit. Ook de kosten voor vergaderfaciliteiten zijn lager uitgevallen dan begroot.

Overige bedrijfsvoeringskosten

In verband met de taakstelling op het organisatiekostenbudget hebben we scherp gestuurd op de bedrijfsvoeringskosten, waardoor er bij de budgetten voor communicatie, juridische zaken en facilitaire voorzieningen diverse beperkte onderschrijdingen zijn.
In de tweede helft van het jaar zijn we aan de slag gegaan met Fit for Future. Van het beschikbare budget voor 2018 is circa € 0,4 mln niet tot besteding gekomen, onder andere doordat bij aanbesteding inkoopvoordelen zijn gerealiseerd.

Toelichting afwijkingen investeringen

Provinciehuis

In 2018 zijn in verband met de afronding van Huis van Brabant enkele projecten uitgevoerd, zoals de verbouwing van de keuken en aanpassingen aan het voorplein.

ICT en automatisering

Vanuit doelmatigheid en effectiviteit is besloten om enkele investeringen te combineren met aanpassingen aan de werkplekken (2019-2020) en de resultaten die voortkomen vanuit Fit for Future.

Organisatiekosten
Bedragen x € 1.000 Begroting 2018 Begroting 2018 Jaarrek. 2018 Verschil
oorspronkelijk na wijziging realisatie begr-realisatie
Lasten
Capaciteitsbudget 95.556 98.919 99.642 -723
Budget 'overige personeelskosten' 4.917 4.685 4.300 385
Budget 'overige bedrijfsvoeringskosten' 17.651 20.258 18.503 1.755
Vitale organisatie 500 500 269 231
118.624 124.362 122.714 1.649
0
Investeringen
Bedragen x € 1.000 Begroting 2018 Begroting 2018 Jaarrek. 2018 Verschil
oorspronkelijk na wijziging realisatie begr-realisatie
Provinciehuis (incl Gevelplaten en buitenterrein) 340 742 391 351
ICT en automatisering 1.300 1.081 83 998

2. Provinciale heffingen

Inleiding

De provincie kent verschillende soorten inkomsten. Eén van die soorten betreft de inkomsten uit provinciale heffingen.
Tot de provinciale heffingen behoren:

  • opcenten motorrijtuigenbelasting;
  • grondwaterheffing;
  • nazorgheffing in kader Leemtewet;
  • leges.

De provincie kent geen kwijtscheldingsbeleid voor provinciale heffingen.

Opcenten motorrijtuigenbelasting

De opbrengst uit de opcenten motorrijtuigenbelasting vormt de belangrijkste bron van inkomsten voor de provincie. Op grond van artikel 222 van de Provinciewet worden provinciale opcenten geheven. De opbrengst wordt tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Dit betekent dat aan de besteding geen voorwaarden zijn verbonden.

De raming en de realisatie van de opcenten wordt bepaald door de uitkomst van het aantal personenauto’s en motoren keer het tarief. Het tarief is een percentage waarmee de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting –die van rijkswege wordt geheven op personenauto’s en motoren – wordt vermeerderd. De meeropbrengst die dit oplevert is voor de provincie.
Naast het tarief hebben mutaties in het wagenpark effect op de totale opbrengst van de opcenten. De mutaties zijn te onderscheiden in volume-effect, gewichtseffect en effect van de milieubelasting van de auto.

Door het Rijk wordt elk jaar het maximumniveau van de opcentenheffing vastgesteld. De provincie bepaalt zelf in hoeverre zij de vrije capaciteit (verschil wettelijk maximum -/- provinciaal opcententarief) wil benutten. De datum waarop provincies hun opcenten kunnen wijzigen is met ingang van 1 januari van enig jaar.

Op basis van de halfjaarcijfers 2018 is de MRB-raming naar boven bijgesteld van € 249,5 mln. naar € 257 mln. vanwege de autonome groei van het wagenpark. De uiteindelijke jaaropbrengst bedraagt € 256,4 mln. wat een nadelig resultaat inhoudt van ruim 0,2%. Deze afwijking heeft te maken met een lichte daling van de belastingcapaciteit in het tweede half jaar.
Eind 2018 stonden in Noord-Brabant ca. 1.400.000 (eind 2017 1.378.000) personenauto’s geregistreerd en ca. 111.700 (eind 2017 110.000) motoren. Dat betekent een toename van ca.22.000 auto’s ten opzichte van 2017. Er is sprake geweest van een lichte autonome groei van het wagenpark.

Provinciale lastendruk m.b.t. opcenten motorrijtuigenbelasting

Het door het Rijk vastgestelde maximale opcententarief is per 1 januari 2018 wettelijk bepaald op 111,8 opcenten en wordt jaarlijks geïndexeerd.

In de heffingsverordening opcenten Motorrijtuigenbelasting is voor 2018 het tarief vastgesteld op 76,1 opcenten (PS 66/17). Conform de afspraken bij het bestuursakkoord wordt dit tarief niet gewijzigd.

In onderstaande tabel is een vergelijking opgenomen van de vastgestelde opcententarieven van alle provincies.

    Vastgesteld tarief per 1 januari 2018 Onbenutte belastingcapaciteit uitgedrukt in percentages per 1 januari 2018
1 Drenthe 92,0 17,7%
2 Zuid-Holland 90,4 19,1%
3 Groningen 89,3 20,1%
4 Gelderland 89,2 20,2%
5 Zeeland 82,3 26,4%
6 Overijssel 79,9 28,5%
7 Flevoland 79,0 29,3%
8 Limburg 77,9 30,3%
9 Noord-Brabant 76,1 31,9%
10 Utrecht 72,6 35,1%
11 Friesland 70,0 37,4%
12 Noord-Holland 67,9 39,3%
       
  Gemiddeld tarief 80,6  
  Maximaal tarief 111,8  

In de rangorde van opcentenheffing van hoog naar laag komt de provincie Noord-Brabant uit op een 9e plaats. In 2087 is de lastendruk m.b.t. de opcenten op de motorrijtuigenbelasting in relatieve zin onder het landelijk gemiddelde gebleven.

Onbenutte belastingcapaciteit

De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de theoretische opbrengst op basis van het wettelijk vastgestelde maximumtarief en de opbrengst gebaseerd op het tarief van de provincie.
De onbenutte belastingcapaciteit bedraagt rekening houdend met het maximale tarief van 111,8 opcenten voor het jaar 2018 van ruim € 120 miljoen.

Er is een relatie tussen de opcentenheffing (omvang wagenpark in aantallen en gewicht) en de algemene uitkering uit het Provinciefonds. In het verdeelmodel van het fonds telt de belastingcapaciteit (tegen een algemeen rekentarief) mee als een (negatieve) inkomstenmaatstaf. Anders gezegd: een relatief grotere belastingcapaciteit (zoals in Noord-Brabant) leidt tot een naar verhouding lagere provinciefondsuitkering.

Grondwaterheffing en Nazorgheffing in kader van leemtewet

Grondwaterheffing
De grondwaterheffing wordt geheven over de hoeveelheid onttrokken grondwater. De bestedingsmogelijkheden van de heffing zijn limitatief in de Grondwaterwet opgenomen, te weten de kosten van onderzoek, metingen en schadevergoedingen in verband met de onttrekking van grondwater. De financiële verantwoording verloopt via de voorziening grondwaterheffing.

Voor 2018 zijn de inkomsten grondwaterheffing geraamd op € 3,8 miljoen. De heffing vindt plaats op grond van de Grondwaterheffingsverordening die voor het laatst is gewijzigd op 9 december 2011 (PS 44/11). De baten uit de grondwaterheffing zijn in de jaarstukken opgenomen bij productgroep 03.01 Water.

Nazorgheffing in kader Nazorgregeling Wet milieubeheer gesloten stortplaatsen

Op grond van de Wet milieubeheer is de provincie verantwoordelijk voor de nazorg van alle stortplaatsen waar na de peildatum 1 september 1996 nog afval is/wordt gestort. Om het eeuwigdurend milieuhygiënisch beheer door de Provincie van deze stortplaatsen te verzekeren is, conform in de wettelijke regeling, een Nazorgfonds (een aparte rechtspersoon) ingesteld.
De exploitant van een stortplaats die onder deze wettelijke regeling valt moet een nazorgplan opstellen en dat voorleggen aan de provincie. Op basis van het nazorgplan wordt een doelvermogen bepaald. Om het doelvermogen op te bouwen wordt aan de stortplaatsbeheerder een heffing opgelegd die in het fonds wordt gestort. Hiermee is in april 2000 een start gemaakt.
De heffing vindt plaats op grond van de vastgestelde verordening Nazorgheffing Noord-Brabant die voor het laatst is gewijzigd op 25 februari 2011 (Statenvoorstel 86/11).
Op grond van de Wet milieubeheer is de opbrengst van de nazorgheffing uitsluitend bestemd voor de uitvoering van de nazorg van gesloten stortplaatsen.
De provincie fungeert als ontvanger voor het Nazorgfonds. De gelden worden belegd in externe fondsen, conform het vastgestelde beleggingsstatuut. De beleggingsresultaten worden verrekend met de door de exploitanten te betalen heffingen. Het Nazorgfonds heeft een eigen begroting die door het Algemeen bestuur van het fonds wordt vastgesteld.

Op dit moment zijn er in Brabant negen (baggerspecie)stortplaatsen waarop de wettelijke regeling van toepassing is:

  1. De Kragge, Bergen op Zoom
  2. RAZOB, Nuenen
  3. Spinder, Tilburg
  4. Meerendonk, ‘s-Hertogenbosch
  5. Zevenbergen
  6. Haps
  7. Vlagheide, Schijndel
  8. Nyrstar, Budel
  9. Baggerdepot Dintelsas

In 2014 is een definitieve afrekening gemaakt voor de stortplaatsen Nyrstar en Dintelsas. Deze zijn gesloten, de provincie voert daar de nazorg uit en draagt ook het financieel risico. De bijdragen van de stortplaatsen van Deponie Zuid BV, te weten de locaties Haps, Tilburg en Bergen op Zoom zijn contant gemaakt, aan de provincie overgemaakt en ten gunste gebracht van het Nazorgfonds. Voor wat betreft de stortplaatsen Gulbergen(Nuenen), Meerendonk (‘s-Hertogenbosch), Vlagheide (Schijndel) en Zevenbergen zijn de nazorgheffingen gestort in het Nazorgfonds. Bij sluiting zal, op basis van een definitief nazorgplan, een definitieve afrekening worden opgemaakt.
Voor de goede orde: alle tot nu toe aan de niet gesloten stortplaatsen opgelegde heffingen betreffen geen definitieve afrekening.
Voor de stortplaatsen Kragge, Haps en Spinder wordt ieder jaar bekeken of de eerder betaalde bijdragen voldoende zijn. Afhankelijk van de situatie vindt er dan een bijstorting in of teruggave uit het Nazorgfonds plaats. Voor de overige stortplaatsen is er voldoende zekerstelling.

Grondwaterheffing en Nazorgheffing in kader van leemtewet
Productgroep Begroting 2018 Jaarrek. 2018
Bedragen x € 1.000 na wijziging realisatie
03.01 Grondwaterheffing 3.955 3.955
03.02 Nazirgheffing Vergun. Houders ivm Leemtewet 0 0
3.955 3.955

Leges

Leges zijn vergoedingen door derden voor het verlenen van individuele diensten door de provincie aan particulieren en bedrijven. Deze diensten betreffen vooral de verlening van vergunningen en ontheffingen. De tarieven zijn maximaal kostendekkend en staan vermeld in de tarieventabel behorend bij de legesverordening Provincie Noord-Brabant.

De provincie Noord-Brabant heeft in 2013 de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving overgedragen aan de drie omgevingsdiensten. Met de omgevingsdiensten zijn afspraken gemaakt over de uit te voeren werkzaamheden in het VTH-domein. Op basis van deze opdracht ontvangen zij een jaarlijkse bijdrage. De kosten die hierin begrepen zijn voor de verwerking van de verschillende vergunning-, melding- en ontheffingsprocedures vormen de basis voor de legesopbrengsten, zoals opgenomen in de tabel. De omgevingsdiensten brengen all-in tarieven in rekening, loon en materiële kosten worden derhalve niet gesplitst. Vanuit de provincie zelf worden hier geen extra (overhead)kosten aan toegerekend.

De legesopbrengsten zijn als volgt te specificeren:

Legesopbrengsten
Productgroep Begroting 2018 Jaarrek. 2018
Bedragen x € 1.000 na wijziging realisatie
03.02 Grondwater-onttrekking 178 78
03.02 Ontgrondingenwet 281 77
03.02 Wet algemene bepaling omgevingsrecht 837 1.349
03.02 Natuurbeschermingswet 1.399 863
05.03 Vergunningen/ontheffingen wegenverordening 192 143
2.887 2.511

Leges Waterwet (grondwateronttrekking)

De realisatie blijft achter ten opzichte van de begroting. Dit ondanks de toename van de activiteiten in de bouwsector.
Uit de realisatiecijfers blijkt dat we waarschijnlijk te hoge aantallen ramen. We gaan dit onderzoeken en willen de effecten hiervan meenemen in het begrotingsjaar 2020.

Leges waterwet
Onderdeel (in aantallen) Geraamd Gerealiseerd
Onttrekking:
4.1a t/m 200.000 m3 10 15
4.1a1 t/m 500.000 m3 13 2
4.1a2 meer dan 500.000 m3 9 2
32 19
Drinkwater & industriële toepassingen:
4.1b t/m 500.000 m3 0 0
4.1b1 t/m 1.000.000 m3 2 1
4.1b2 meer dan 1.000.000 m3 1  0
3 1

Leges Ontgrondingenwet

De realisatie blijft achter ten opzichte van de begroting, zowel in aantallen als de legesopbrengsten. Ook de samenstelling van de vergunningen is anders dan in de begroting is meegenomen. We gaan dit onderzoeken en willen de effecten hiervan meenemen in het begrotingsjaar 2020.

Leges ontgrondingenwet
Onderdeel (in aantallen) Geraamd Gerealiseerd
Ontgrondingen:
5.5.1a tot 15.000 m3 0 0
5.5.1b 15.001 m3 t/m 25.000 m3 4 2
5.5.1c 25.001 m3 tot 50.000 m3 6 3
5.5.1d 50.001 m3 tot 100.000 m3 3 2
5.5.1e 100.001 m3 tot 500.000 m3 1 0
5.5.1f  500.001 m3 en meer 1 0
5.5.2 wijzigen of verlengen vergunning 3 5
5.5.3 wijzigen vergunning met extra hoeveelheid specie 0 0
5.5.4 intrekken vergunning 2 0
5.5.5 machtiging ingevolge artikel 12 2 0
5.5.6 cultuurtechnische verbetering zonder specieafvoer 2 0
5.5.7 natuurprojecten zonder specieafvoer 1 0
25 12

Leges Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Het aantal gerealiseerde Wabo-aanvragen blijft, in beperkte mate, achter bij de raming.
De gerealiseerde opbrengsten zijn echter beduidend hoger dan de raming. Gevolg hiervan is dat de gemiddelde legesopbrengst per procedure hoger uitkomt dan was geraamd.

Leges Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Onderdeel (in aantallen) Geraamd Gerealiseerd
Bouwkosten:
5.1.1 1a lager dan € 20.000 64 36
5.1.1 1b tussen €20.000 en € 50.000 48 22
5.1.1 1c tussen €50.000 en € 100.000 35 13
5.1.1 1d tussen €100.000 en € 400.000 30 28
5.1.1 1e tussen €400.000 en € 1.000.000 18 7
5.1.1 1f tussen € 1 mln. en € 5 mln. 11 8
5.1.1 1g tussen € 5 mln. en € 25 mln. 2 3
5.1.1 1h meer dan € 25 mln. 0 0
5.1.1.2 beoordelen bodemrapport 5 4
5.1.1.3 beoordelen advies agrarische adviescommissie 0 0
5.1.1.4 toetsen ontheffing ihkv exploitatieplan 0 0
5.1.2 a t/m g binnenplanse ontheffing (bestemmingsplannen) 11 18
5.1.3 a&c slopen en wijzigen beschermd monument 0 0
5.1.3 b&d slopen beschermd stads & dorpstoezicht 0 0
5.1.4 slopen 8 0
5.1.5 kappen 8 3
5.1.6 a& b handelsreclame 1 0
5.1.7 omgevingsvergunning aanhaken op Vwb, N2000 9 0
5.1.8 omgevingsvergunning aanhaken Wnb, FF-activiteiten 10 3
5.1.9 en 5.1.10 andere/overige activiteiten 2 6
5.1.12 geringe wijziging 0 1
262 152

Leges Wet Natuurbescherming

In 2017 werd de nieuwe Wet natuurbescherming van kracht. Hierdoor werd het aantal procedures dat onder provinciale verantwoordelijkheid kwam uitgebreid. De ingeschatte aantallen in de begroting 2018 werden in 2017 ingeschat. Zowel het aantal procedures als de opbrengsten blijven achter bij deze raming. We gaan monitoren in hoeverre dit een structureel karakter heeft en waarna we eventueel de begrotingen vanaf 2020 hierop aanpassen.

Leges Wet Natuurbescherming
Onderdeel (in aantallen) Geraamd Gerealiseerd
6.1.1 vergunningverlening gebiedsbescherming art 2.7 300 211
6.1.3a ontheffingverlening soortenbescherming tbv onderwijs/onderzoek 23 0
6.1.3b ontheffingverlening soortenbescherming tbv ruimtelijke ingrepen 73 70
6.1.2 ontheffingverlening beheer- en schadebestrijding 38 11
6.4.1a ontheffingverlening compensatie herplantplicht art 4.5 35 12
6.4.1b ontheffingverlening ontheffing herplantplicht art 4.5 31 19
6.4.1c ontheffingverlening melding/herplantplicht art 4.5 5 0
505 323

Vergunningen/ontheffingen wegenverordening

De leges die in rekening worden gebracht voor het behandelen van aanvragen van vergunningen en ontheffingen op grond van de Verordening wegen Noord- Brabant 2010 en de wegenverkeerswetgeving zijn berekend op basis van de werkelijke hoeveelheid ambtelijke uren - en daaraan gekoppelde uurtarieven – die nodig zijn om een aanvraag te behandelen. Het uitgangspunt is dat kostendekkende tarieven worden gehanteerd.

Het aantal verleende vergunning en ontheffingen in 2018 is hoger dan de geraamde aantallen en hoger dan in 2017 (3.012). De stijging is met name te verklaren door het aantal ontheffingen voor exceptioneel vervoer verleend door de Rijksdienst Wegverkeer (RDW). Het aandeel van de ontheffingen voor exceptioneel vervoer via RDW stijgt al een aantal jaren in verband met het uitbreiden van de bevoegdheden van dehet RDW via het vergroten van de beslisruimte inzake provinciale wegen. De RDW voert deze uit en betaalt deze leges uit aan de provincie, een jaar na realisatie. De totale inkomsten uit leges over 2018 bedragen € 142.965 tov een raming € 192.165. Omdat de stijging zich met name in een categorie met een laag tarief heeft voorgedaan, zijn de totale inkomsten uit leges lager.

In 2018 zijn de volgende aantallen gerealiseerd:

Wegenverkeerswet en legesverordening
(in aantallen) Geraamd Gerealiseerd
Ontheffing wedstrijd voertuigen meer gemeente / verklaring geen bezwaar in één gemeente 35 36
Ontheffing voertuig of -combinatie 2.505 3.173
- ontheffingen 5 30
- exceptioneel vervoer via RDW 2.500 3.143
Ontheffing 30 2
Vergunning veranderen wegen 323 267
Vergunning gebruik wegen 75 27
Aanvraag niet nadrukkelijk benoemd 35 1
3.003 3.506

Kostendekkendheid leges

Bij het opstellen van de begroting is een gedetailleerde opzet gemaakt over de te verwachten uitvoeringskosten vergunningverlening. Daarbij is tevens in beeld gebracht welk type procedures legesplichtig zijn en voor welke procedures dat niet geldt.
De volgende variabelen zijn van belang:

1. Het benodigd aantal uren per procedure
2. Het uurtarief dat hierbij van toepassing is
3. Het verwacht aantal procedures ==> zegt niets over de “kostprijs” van een procedure, maar over het totaal van de geraamde legesopbrengsten.

Aantal uren
De benodigde ureninzet wordt opgesteld in samenwerking met “inhoudelijke” experts van de omgevingsdiensten. Hierbij wordt gedoeld op experts op het gebied van de Waterwet, Ontgrondingenwet, Wabo en Wet natuurbescherming. De uren die in beeld gebracht worden hebben enkel betrekking op uren van medewerkers van de Brabantse omgevingsdiensten, daar vindt immers de uitvoering plaats. Het betreft enkel uren van medewerkers in het primaire proces. Er worden geen uren van provinciale medewerkers opgenomen in deze opzet.

Uurtarief
Bij de opzet die wordt gemaakt voor de begroting wordt gerekend met (gemiddelde) uurtarieven van de omgevingsdiensten. In deze tarieven zit een opslag voor de overhead van de omgevingsdiensten. Vanuit de provincie wordt hier geen verdere opslag aan toegevoegd.

Aantal procedures
De vergelijking tussen het geraamde aantal en gerealiseerde aantal procedures is opgenomen in de paragraaf heffingen van de jaarrekening 2017. Een exacte calculatie achteraf op realisatiebasis is niet te maken. Voornaamste reden is dat de (overigens zeer gedetailleerde) uitvoeringsinformatie van de omgevingsdiensten niet exact aansluit op de informatie die nodig is om dit te kunnen bepalen. Bij de eindverantwoording (relatie opdrachtgever-opdrachtnemer provincie versus omgevingsdiensten) wordt op vele facetten ingezoomd. Dat geldt ook voor het benodigd aantal uren per vergunningprocedure. Indien aan de orde leiden de ervaringscijfers uit 2018 tot een (normatieve) bijstelling in de opzet voor het eerstvolgende begrotingsjaar (2020). De definitieve cijfers over de uitvoering van 2018 zijn op dit moment nog niet bekend. De analyses vinden momenteel plaats.
Vooral bij de procedures die betrekking hebben op de Wet natuurbescherming wordt nauwkeurig gemonitord hoeveel uren er nodig zijn. Reden hiervan is dat de provincie nog relatief weinig ervaringscijfers heeft over deze Wet die is ingegaan op 1-1-2017.

3. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Brabant is een ondernemende provincie. Om kansen te benutten zal de provincie een bepaalde mate van risicobereidheid moeten hebben. Anderzijds dienen overheden op een verantwoorde manier met de publieke middelen om te gaan en de risico’s goed te beheersen. Het gaat dus steeds om de juiste afweging tussen maatschappelijk rendement en risico en de daarbij behorende beheersmaatregelen. Risicomanagement is daarbij een belangrijk instrument. Niet alleen een instrument om risico’s te beheersen zodat de provinciale doelen gehaald worden, maar ook om de bestuurlijke afweging tussen strategische keuzes, risicoprofiel, risicobereidheid en het beschikbare weerstandsvermogen te ondersteunen. De provincie deed en doet al veel aan risicomanagement. Maar het overheidslandschap wijzigt en de samenleving verandert daarom is besloten om een extra impuls te geven aan de doorontwikkeling en actualisatie van het beleid voor risicomanagement. In 2014 hebben GS daartoe een beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld.

Wat is weerstandsvermogen?
Weerstandsvermogen is een maatstaf om te beoordelen of de provincie in staat is om nadelige gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat daarbij de continuïteit in de uitvoering van taken in gevaar komt. De term weerstandsvermogen verwijst niet naar een exact bedrag, maar vertegenwoordigt een verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De resultaten van het risicomanagementproces geven inzicht in de onderkende restrisico’s waarvoor geen (dekkings-)maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn op de financiële positie van de provincie. Het weerstandsvermogen geeft antwoord op de vraag in hoeverre een provincie in staat is om de restrisico’s op te vangen.

In het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) wordt het weerstandsvermogen gedefinieerd als de verhouding tussen:

a. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en voorzieningen waarover de provincie beschikt om niet begrote kosten te dekken;
b. alle risico’s waarvoor geen (dekkings-)maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

In de paragraaf weerstandsvermogen wordt inzicht gegeven in de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s.

Wat wil de provincie bereiken?

Belangrijkste procesontwikkelingen
Vanaf de begroting 2015 kent de paragraaf weerstandsvermogen een andere opzet. In de paragraaf worden de belangrijkst risico’s gepresenteerd die financieel afgedekt zijn in de risicoreserve. Daarnaast wordt ook het weerstandsvermogen uitgedrukt in de vorm van een ratio. Deze ontwikkelingen volgen logisch uit de toezegging n.a.v. de begroting 2014 om risicomanagement te optimaliseren en het beleid vast te leggen in een nota risicomanagement. De nota risicomanagement en weerstandsvermogen is 4 juli 2014 aan uw staten voorgelegd. Hiermee is een eerste stap gezet voor het optimaliseren van risicomanagement. Risicomanagement is een uitvoerende taak van GS. Hiertoe worden de risico’s twee keer per jaar opgehaald vanuit de organisatie om op basis daarvan tot de toprisico’s te komen. Indien risico’s financiële gevolgen hebben die niet binnen het budget van het project of programma passen dan is afdekking (in de risicoreserve of afzonderlijke reserves) aan de orde en worden u Staten betrokken in de besluitvorming en krijgen de risico’s een vertaling in de paragraaf weerstandvermogen. Het beleid voor risicomanagement en weerstandsvermogen wordt in 2019 geactualiseerd.

Beleidsdoelstelling
Risicomanagement helpt bestuur, management en medewerkers bij het realiseren van provinciale doelen, door kansen (of mogelijkheden) te benutten en risico’s te beheersen. Risicomanagement biedt geen 100% garantie dat gebeurtenissen met een negatief gevolg niet meer zullen optreden, of dat alle kansen worden benut. Het geeft wel de zekerheid dat de provincie vooraf de benutting van kansen en de beheersing van risico’s zorgvuldig heeft afgewogen. Voor het monitoren van risico’s is de ratio weerstandsvermogen een belangrijke indicator. Een stabiel meerjarig beeld van deze indicator geeft aan dat risicomanagement zorgvuldig plaatsvindt en tot stand komt volgens een gestructureerd risicomanagementsysteem. Er wordt geen absolute norm gesteld voor de bepaling van de ratio. De provincie is zelf verantwoordelijk voor het formuleren van de beleidslijn en normering. Het hanteren van een bandbreedte voorkomt dat elk nieuw risico of wijziging in bestaand risico leidt tot het treffen van financiële maatregelen.

De bandbreedte voor de ratio weerstandsvermogen als indicator is 0,75 tot 1,25. Onder de 0,75 zijn maatregelen nodig de beschikbare weerstandscapaciteit aan te vullen. Boven de 1,25 kan besloten worden de niet benodigde weerstandscapaciteit terug te laten vloeien naar de algemene middelen. Besluitvorming over het aanvullen of afromen van de weerstandscapaciteit vindt plaats bij de integrale afweegmomenten.

Wat gaat de provincie daarvoor doen?

Risicomanagement is een doorlopend proces. In de paragraaf weerstandsvermogen wordt bij de jaarstukken en de begroting gerapporteerd over de belangrijkste uitkomsten van het risicomanagementproces en ontwikkelingen. We brengen in beeld wat de belangrijkste restrisico’s zijn, wat het beschikbare weerstandscapaciteit is en welke conclusie we kunnen trekken op basis van de ratio weerstandsvermogen. We richten ons in deze paragraaf hoofdzakelijk op de uitgavenkant van de begroting. Ontwikkelingen m.b.t. de inkomsten van het Rijk en het verloop van de belastinginkomsten komen aan bod in de budgettaire nota’s. De expliciete risico’s verbonden aan de inkomstenkant voor het lopende jaar, zullen betrokken worden in het proces van risicomanagement door GS en daar waar nodig een vertaling krijgen in de paragraaf weerstandsvermogen.

Inventarisatie weerstandscapaciteit

De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de provincie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten (restrisico’s) te dekken. De mogelijkheden om tegenvallers op te kunnen vangen, kunnen worden gekwalificeerd als:

  • incidenteel (middelen die slechts éénmalig ingezet kunnen worden) en;
  • structureel (elk jaar kan deze capaciteit opnieuw worden ingezet).

Voor het jaar 2018 is de weerstandscapaciteit € 173,6 mln. en kunnen binnen deze middelen restrisico’s opgevangen worden, zonder dat hiervoor beleidswijzigingen noodzakelijk zijn.

Weerstandscapaciteit
Bedragen x € mln. Incidentele Structurele Totaal op Theoretische
weerstands- weerstands- jaarbasis ruimte
capaciteit capaciteit
Risicoreserve € 97,7* € 172,3
Reserve ontwikkelbedrijf
-        stimulering woningbouw € 3,8
-        ontwikkelbedrijf € 70,7**
Post onvoorzien € 1,3 € 1,3
Onbenutte belastingcapaciteit *** € 125
Totaal € 173,6 € 125
* De stand van de risicoreserve )volgens bijlage 4) is € 19,8 mln. Hoger i.v.m. toekomstige risoco's waarvoor de storting reeds is verwerkt in de stand en een onttrekking die nog niet in de raming is opgenomen.
** inclusief de gevormde voorzieningen
*** De onbenutte belastingcapaciteit geeft een theoretische ruimte van ruim € 125 mln. Dit levert een theoretische ruimte op vanaf jaar t+1

Inventarisatie risico's

De totstandkoming van de belangrijkste risico’s is een resultante van de risicobeheersing zoals deze tot nu toe heeft plaatsgevonden en gaat uit van de restrisico’s die zijn afgedekt in de risicoreserve aangevuld met een aantal specifieke risico’s afgedekt uit de reserve ontwikkelbedrijf (incl. de hieruit getroffen voorzieningen).

In deze paragraaf volstaan we met het benoemen van de belangrijkste restrisico’s afgedekt in de risicoreserve en reserve ontwikkelbedrijf (inclusief voorzieningen). We benoemen van de individuele risico’s met een totaal tot ca 80% van de risico’s. In de bijlage bij de jaarrekening is een totaaloverzicht opgenomen.

Risico's
Onderwerp Restrisico Restrisico Toelichting
Bedragen x € 1 mln. jaarrekening 2018 begroting 2019
1 Deelnemingen 40,4 40,3 Het restrisico is gebaseerd op individuele risico-inschatting. Het restrisico is bepaald op 100% van de balanswaarde (incl. voorziening grondbedrijf), met uitzondering van de ORR.
2 Leningen 62,6 57,0 Elke lening is apart beoordeeld op risico. Het restrisico is de som van de afzonderlijke risicobeoordelingen van de leningen.
3 Garanties 22,5 23,3 Het restrisico is de uitkomst van individuele inschatting van risico en afdekking
4 Maatregelen woningbouw 3,8 3,4 De risico’s betreffen resterende risico’s van de maatregelen woningbouw, bestaande uit Brabantse investeringsfondsen en startersmaatregelen
5 Logistiek Park Moerdijk (LPM) 7,5 8,0 Risico op de ontwikkeling van Logistiek Park Moerdijk (LPM)
6 Juridische en bedrijfsvoeringsrisico’s 14,8 14,8 Juridische en procesrisico’s zijn inherent aan beleidsuitvoering en bedrijfsvoering. De inschatting van het restrisico is vooralsnog een becijferd risico van 3% van de netto structurele exploitatieomvang
7 PPS A-59 5,7 5,7 Restant bedrag voor de afdekking van risico’s in het project. Betreft een bestaand risico, maar is overgebracht naar de risico reserve i.v.m. nieuwe regelgeving
8 Landbouw ontwikkelingsgebieden (LOG) 2,0 2,0 Het restrisico op schadeclaims door de inperking van ontwikkelmogelijkheden van de landbouw ontwikkelingsgebieden.
Subtotaal 159,4 154,5 84,7% (begr. 2019 82,4 %)
Overige risico’s 28,8 32.9 15,3% (begr. 2019 17,6 %)
Totaal risico’s 188,2 187.4 100%

Ratio weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit 2018 is een uitkomst van het hele proces van risico inventarisatie conform het hierboven beschreven proces, waarbij het totaal van de restrisico’s de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit bepaald. Het benodigde weerstandvermogen voor 2018 is berekend op € 188,2 mln.

Ratio weerstandsvermogen =             Beschikbare weerstandscapaciteit  =  173,6       = 0,92

                                                                               Benodigde weerstandscapaciteit         188,2

De ratio weerstandsvermogen uitgedrukt in een verhoudingsgetal komt hiermee voor de jaarrekening 2018 op: 0,92

Conclusie

Op basis van de ratio weerstandsvermogen kan worden geconcludeerd dat de risico’s kunnen worden opgevangen binnen de beschikbare weerstandscapaciteit.

Een nader gespecificeerd risicoprofiel waarin de specificatie van de restrisico’s en de afdekking van deze risico’s is aangegeven, is opgenomen in bijlage 14 van de bijlagenbundel op blz 96.
De voorgeschreven kengetallen over de financiële positie zijn eveneens in deze bijlage opgenomen op blz 97 en verder

4. Onderhoud kapitaalgoederen

Onderhoud wegen

Algemeen

Om kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties te voorkomen, moeten kapitaalgoederen worden onderhouden. De Staten stellen voor de kapitaalgoederen die de provincie in eigendom heeft, het te handhaven kwaliteitsniveau en de bijbehorende budgetten vast. In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen beschrijven we de uitvoering van het vastgestelde beleid.

Inleiding

Het provinciale (fiets-)wegennet bestaat uit 550 kilometer hoofdrijbaan en 520 kilometer fietspaden. Langs onze wegen ligt circa 1.100 hectare berm met ongeveer 52.000 bomen. Tevens behoren tot deze provinciale wegen 595 kunstwerken (waarvan 150 bruggen en viaducten en tunnels), 115 rotondes, 80 verkeersregel-installaties en staan er ruim 7.100 provinciale lichtmasten langs onze wegen. Voor de uitvoering beschikt de provincie over een vijftal steunpunten.
De provincie is verantwoordelijk voor de regionale bereikbaarheid en is wettelijk verplicht haar wegen te onderhouden. De provincie houdt de beschikbaarheid van het provinciale wegennet in stand door:

  • het onderhouden en beheren van provinciale infrastructuur,
  • het verbeteren van de verkeersveiligheid van provinciale wegen en fietspaden,
  • het oplossen van kleine knelpunten in het regionale wegennet 
  • het verzorgen van gladheidsbestrijding en incident-management
  • het op orde hebben en houden van mobiliteits-, verkeers- en assetmanagementdata.

We zorgen voor een goed functionerend provinciaal wegennet als onderdeel van het totale Brabantse wegennet vanuit de kernwaarden verkeersveiligheid, bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid.

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

In 2018 hebben we de geplande onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. De provinciale infrastructuur ligt er hierdoor gemiddeld goed bij en er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Zo kon op een veilige wijze gebruik gemaakt worden van het provinciale wegennet en was een vlotte doorstroming van het verkeer zoveel mogelijk gewaarborgd.
Met de vaststelling van een meerjarige kwaliteitsvisie (Kwaliteit Onderhoud Provinciale Infrastructuur (KOPI)) is bovendien de beheer- en onderhoudstaak van de provinciale infrastructuur beleidsmatig op een structurele manier geborgd voor de toekomst. De ambities op verkeersveiligheid, doorstroming, leefbaarheid en duurzaamheid en het bijbehorende prijs- / kwaliteitsniveau zijn op een integrale manier vastgelegd. We benutten daarin maximaal de beschikbare kennis en expertise uit de markt op het gebied van duurzaamheid en innovaties.
Tenslotte heeft de Zuidelijke Rekenkamer (ZRK) een evaluatie onderzoek uitgevoerd op het beheer en onderhoud van de provinciale kunstwerken (viaducten, tunnels, etc) met een positieve beoordeling.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

De provinciale infrastructuur wordt gewaarborgd door alle onderdelen en objecten van die infrastructuur op een goede wijze in stand te houden door:

  • Dagelijks beheer en onderhoud bestaande uit o.a. inspecties, de uitvoering van een tweetal prestatiecontracten (OPC en EPC) en calamiteiten- en gladheidsbestrijding (exploitatie);
  • Groot onderhoud en vervanging via het planmatig programmeren en realiseren van onderhouds- en vervangingsprojecten op provinciale infrastructuur (investeringen).

We streven daarbij naar een efficiënte en effectieve uitvoering van de beheer- en onderhoudstaak. We maken daarvoor gebruik van kennis en expertise uit de markt en zoeken naar interessante vormen van samenwerking. Zo is voor het dagelijkse onderhoud in 2018 het meerjarige onderhoudsprestatiecontract (OPC) van start gegaan en is het elektrotechnische prestatiecontract (EPC) verlengd.
We hebben intensief samengewerkt met RWS op het gebied van incident-management (o.a. gebruik RWS-verkeerscentrale voor aansturing inspecteurs en operationele inzet van RWS-inspecteurs op de N261 en N279) en gladheidsbestrijding (gezamenlijke aanbesteding van de uitvoering van de gladheidsbestrijding, vervanging materieel en de inkoop van strooizout alsmede gezamenlijk gebruik van steunpunten). Opties van verdere samenwerking met o.a. RWS zijn verkend.

De aanleiding voor provinciale infrastructurele projecten is in de basis primair groot onderhoud of vervanging. Steeds vaker maken we echter werk met werk en combineren we onderhoud met reconstructie van wegvakken via een slimme programmering van projecten. Door gecombineerde werkzaamheden heeft de provincie via beheer en onderhoud de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van de provinciale wegen verder verbeterd o.a. via kleine reconstructies en het gebruik van stiller asfalt.
In 2018 is in het kader van onderhoud o.a. het volgende uitgevoerd:

  • planstudie N395 Oirschot – Hilvarenbeek uitgevoerd
  • onderhoud N615 Nuenen – Beek en Donk uitgevoerd
  • onderhoud N324 Grave – Oss uitgevoerd
  • onderhoud N639 Baarle – Chaam uitgevoerd
  • onderhoud N269 Randweg Oost in Reusel uitgevoerd

Duurzaamheid en leefbaarheid

Bij onderhoud zetten we ook maximaal in op duurzaamheid en de verbetering van de leefbaarheid langs provinciale wegen. Dat doen we voornamelijk via de wijze van aanbesteden van de projecten. Standaard dagen we de markt maximaal uit om te komen met innovaties en toepassingen van duurzaamheid gericht op o.a. reductie van CO2. Zo hebben we bij verschillende onderhoudsprojecten hergebruik van materialen gestimuleerd, laag temperatuur asfalt en vormen van stiller asfalt toegepast en gekozen voor biobased materialen.
Daarnaast voeren we ook zelf projecten, pilots en experimenten uit. Zo is het besluit genomen om de openbare verlichting langs provinciale wegen versneld te vervangen door LED. In 2018 is de projectvoorbereiding gerealiseerd.

Bereikbaarheid

We voeren de taak uit conform de principes van belangengestuurd onderhoud in een assetmanagementorganisatie. Dat betekent dat aan belangrijke en drukke verbindingen hogere doorstromingseisen worden gesteld (o.a. uitvoering van werken in verkeersluwe periodes en extra tools t.b.v. incident-management). Tegelijkertijd zetten we de beschikbare middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in. Door een meerjarenplanning op basis van toestand afhankelijk onderhoud wordt de kwaliteit van het wegennet in stand gehouden. Zo voorkomen we achterstallig onderhoud en combineren we onderhoud met reconstructie van wegvakken voor het verbeteren van de doorstroming (bijvoorbeeld N260 Omlegging Baarle).

Veiligheid

De provinciale wegen en fietspaden worden zo veel als mogelijk ingericht conform CROW richtlijnen Duurzaam Veilig. In dat kader is in 2018 extra belijning op de fietspaden aangebracht, is op de N324 Grave-Oss geleiderails geplaatst en wordt een gevaarlijk kruispunt op de N322 bij Andel aangepakt.

Wegenoverdrachten

Soms zijn er argumenten om het eigenaarschap van wegvakken over te dragen. In 2018 zijn delen van de N284 bij Reusel en de N625 bij Den Bosch overgedragen. De geplande overdracht van de N285 aan Breda is vertraagd naar 2019.

Aandachtpunten

Bij enkele provinciale steunpunten is recentelijk bodemverontreiniging door zoutopslag geconstateerd. Vervolgonderzoek is nodig voor het bepalen van de exacte omvang en de daarmee samenhangende saneringskosten.

Wat heeft het gekost?

De realisatie van de onderhoudsbegroting inclusief de kosten van gladheidsbestrijding valt in 2018 totaal € 210.000 lager uit dan geraamd (1,7%).
De kosten van de gladheidsbestrijding zijn ongeveer € 393.000 hoger uitgevallen. De belangrijkste oorzaak is het relatief hoge aantal acties (curatief en preventief) in het begin van het jaar. Hiervan is reeds melding gemaakt in de bestuursrapportage. De overschrijding is opgevangen binnen de onderhoudsbegroting. De onderbesteding zit met name bij de kosten van elektriciteit (€ 224.000) als gevolg van de teruggave van energiebelasting over een aantal jaren. Door veranderde wetgeving is clustering van openbare verlichting en vri’s in het kader van de energiebelasting toegestaan. We zien ook de eerste signalen van de besparing op het energieverbruik door de toepassing van LED bij alle huidige infraprojecten.
Doordat het vernieuwde Onderhoudsprestatiecontract (OPC) begin 2018 van start is gegaan, is nog niet veelvuldig gebruik gemaakt van de binnen dit contract gereserveerde middelen voor innovatie (± € 0,3 mln).
Naast uitgaven voor het dagelijkse beheer en onderhoud voert de provincie ook groot onderhoud en vervangingsprojecten uit. Op basis van wet- en regelgeving betreffen deze uitgaven investeringen. Investeringsuitgaven dienen te worden geactiveerd en vervolgens afgeschreven gedurende meerdere jaren. De investeringen in wegen worden verantwoord onder productgroep 05.03.

Onderhoud wegen
Bedragen x € 1.000 Begroting a.Begroting b.Realisatie Verschil a en b
oorspr. na wijz.
Dagelijks onderhoud wegen c.a. 12.194 12.194 12.083 210

Onderhoud provinciale gebouwen en installaties

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

De provincie streeft naar een schone, open en transparante werkplek met een flexibele invulling. Het onderhoud van de provinciale gebouwen en installaties is erop gericht de bestaande voorzieningen op een doelmatige en veilige manier in stand te houden. Deze activiteiten gelden ook voor de ruimten die aan derden verhuurd worden.
De uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden vindt plaats op basis van meerjarenplanningen, de zogenaamde onderhoudsboeken.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Onderhoudsboeken

In 2017 zijn de onderhoudsboeken (2017-2022) geactualiseerd. De onderhoudsboeken zijn daarmee in lijn gebracht met het nieuwe huisvestingsconcept. Van achterstallig onderhoud is geen sprake.

Onderhoudsboek hoofdgebouw en onderhoudsboek nieuwbouw

In het onderhoudsplan zijn zowel het jaarlijkse als meerjaarlijks onderhoud opgenomen. Het onderhoud bestaat voor een belangrijk deel uit het jaarlijks onderhoud, zoals het periodiek onderhoud aan de liften, het beveiligingssysteem en de klimaatinstallatie. Dat is nodig om de bedrijfszekerheid en het comfort van de gebouwen en de installaties te waarborgen, de veiligheid te garanderen en de uitstraling van de gebouwen in stand te houden. Het meerjaarlijks onderhoud heeft betrekking op het niet-reguliere en groot onderhoud aan gebouwen, installaties, apparatuur en inrichting.
In 2018 is de keuken op parkeerkuilniveau en het terras van de Bois le Duczaal gerenoveerd. De ingang van de bezoekersparkeerplaats is aangepast en we zijn gestart met de vervanging van de brandmeldings- en ontruimingsinstallatie in de nieuwbouw.
Daarnaast is tijdens de storm op 18 januari 2018 één van de lichtstraten beschadigd. Deze is inmiddels vervangen, hiervoor is een (dekkende) uitkering van de verzekering ontvangen.

Onderhoudsboek museum

Het Noordbrabants Museum aan de Verwerstraat te ’s-Hertogenbosch is provinciaal eigendom. De Provincie verhuurt ruimten in het complex aan de Stichting Beheer Museumkwartier, die deze ruimten weer onderverhuurt aan o.a. Stichting Het Noordbrabants Museum en Stichting Erfgoed Brabant. Het provinciaal Depot Bodemvondsten is ook gevestigd op deze locatie. De beheersstichting coördineert tevens het groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen op basis van een meerjarenonderhoudsplan. Om deze kosten te dekken, is in 2018 € 400.000 in de onderhoudsvoorziening opgenomen.

Wat heeft het gekost?

De gerealiseerde lasten betreffen de toevoeging aan de onderhoudsvoorzieningen. Deze zijn in overeenstemming met de ramingen in de begroting.

Onderhoud gebouwen
Bedragen x € 1.000 Begroting a.Begroting b.Realisatie Verschil a en b
oorspr. na wijz.
Provinciehuis 395 495 495 0
Noordbrabants museum 344 404 404 0
739 899 899 0

Onderhoud vaarwegen

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

De uitvoering van de (beheer) maatregelen aan provinciale vaarwegen zoals de Mark, de Dintel, de Roosendaalsche en Steenbergsche Vliet, de Roode Vaart en het Mark Vlietkanaal is gemandateerd aan het Waterschap Brabantse Delta. De onderhoudstoestand van deze vaarwegen behoeft de komende jaren aandacht om de basis op orde te houden.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

De provincie voert zelf geen beleidsprestaties i.c. werkzaamheden uit aan de vaarwegen. De uitvoering van het vaarwegbeheer door Waterschap Brabantse Delta is gebaseerd op een financiële overeenkomst tussen provincie Noord-Brabant en waterschap Brabantse Delta waarin een kostenverdeelsleutel is opgenomen. In het beheer en onderhoud van de West-Brabantse kanalen worden knelpunten geconstateerd. In de begroting 2019 hebben Provinciale Staten extra middelen toegekend om deze knelpunten de komende jaren aan te pakken. Waterschap Brabantse Delta past hiertoe het meerjaren-onderhouds-programma aan.

Wat heeft het gekost?

Onderhoud vaarwegen
Bedragen x € 1.000 Begroting a.Begroting b.Realisatie Verschil a en b
oorspr. na wijz.
Onderhoudsbijdrage aan waterschap 1.358 1.358 1.256 102

5. Treasury

Inleiding

Treasury omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De treasuryfunctie richt zich als zodanig op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Belangrijkste doelstellingen voor de provincie zijn:

  • Onze beschikbare middelen in het kader van de immunisatieportefeuille, de investeringsagenda en eventuele andere overtollige middelen moeten veilig zijn belegd, dat wil zeggen tegen de laagst mogelijke risico’s;
  • De beleggingen uit de immunisatieportefeuille moeten minimaal het doelrendement van € 122,5 miljoen structureel opleveren;
  • Er moeten voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn op het juiste moment ten behoeve van – onder andere – de provinciale investeringen.

Ontwikkelingen Treasury

Belangrijkste ontwikkelingen

Eind 2018 is het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank (ECB) beëindigd. Het opkoopprogramma werd in 2015 door de ECB geïnitieerd om de eurozone door de gevolgen van de economische crisis van 2008 te helpen en het vertrouwen in de euro te vergroten. Gedurende het driejarige programma heeft de ECB in totaal € 2.575 miljard aan staatsobligaties en bedrijfsleningen opgekocht. Hiermee werd gepoogd om middelen bij de financiële instellingen vrij te spelen, zodat er meer leningen verstrekt konden worden aan bedrijven en huishoudens. Het uiteindelijke doel van de programma was het aanjagen van de inflatie en het aanwakkeren van de economische groei in de eurozone.
In 2018 schommelde de kapitaalmarktrente rond de 1% met een uiteindelijke daling naar 0,8% ultimo van het jaar. De piek lag in februari van het jaar op 1,17%.
De korte rente (referentie is de driemaands–euribor) is in 2018 op vrijwel hetzelfde niveau negatief gebleven op -0,32%. Een ommekeer wordt door deskundigen niet voorzien: verwachtingen variëren van een geringe daling of een lichte stijging, maar een negatieve korte rente blijft ook in 2019.

Grafiek 1: Renteontwikkeling 2018

Vanwege de lage rentestand is in 2015 gestart met het uitzetten van leningen in het kader van de publieke taak: “Vermogen voor Brabant”. In 2018 zijn 5 leningen aan gemeenten in Zuid-Oost Brabant verstrekt voor het financieren van zonnepanelen voor particulieren. In totaal zijn nu de volgende leningen verstrekt:

Begunstigde (in € mln) Initieel Stand ultimo 2018
BNG bank (2 hybride leningen) € 149,8 miljoen € 149,8 miljoen
NWB Bank (1 hybride lening) €  50    miljoen €    50   miljoen
De Efteling €  15    miljoen €  10,5 miljoen
Safariresort De Beekse Bergen €  41,5 miljoen €  41,5 miljoen
Ministerie van Defensie €   22   miljoen €   5   miljoen
Zonnepanelen Zuidoost Brabant € 24,4 miljoen € 18,3 miljoen
Totaal € 302,7 miljoen € 275,1 miljoen

Alle uitgevoerde transacties zijn gedaan binnen regels van de huidige Verordening Treasury.

De langdurig lage rentestand heeft effect op het doelrendement van € 122,5 miljoen. Het blijft moeilijk dit te halen. Als buffer hebben we hiervoor de dividend– en rentereserve ingesteld. In 2018 is € 12,2 miljoen toegevoegd, zodat ultimo 2018 het saldo van de buffer € 181,6 miljoen bedraagt. Daarnaast bestaat deze reserve uit een egalisatiedeel waarin boekwinsten van verkochte obligaties uitgesmeerd worden over de komende jaren. Ultimo 2018 bedraagt het saldo van dit egalisatiedeel € 133,7 miljoen.

In 2018 is onze liquiditeitspositie verbeterd met ruim € 493 miljoen (gepland was een daling van € 619 miljoen). Het verschil van € 126 miljoen ten opzichte van de prognose werd o.a. veroorzaakt door:

  • De BOM heeft een deel van haar middelen gestald bij de provincie vanwege negatieve rente op haar banktegoeden voor € 51 miljoen;
  • Lagere uitgaven voor Natuur, PAS en infrastructuur (€ 76 miljoen);
  • Uitgestelde betaling t.b.v. Programma Hoog frequent Spoor € 113,5 miljoen;
  • Meer leningen aan decentrale overheden dan gepland (-/- € 93,1 miljoen)

In het afgelopen jaar geeft dat het volgende beeld:

Grafiek 2: maandelijks verloop van het saldo van inkomsten en uitgaven over 2018

2018 kent twee pieken in negatieve zin in februari/maart en mei vanwege de verstrekking van leningen aan decentrale overheden hoge verkopen. In juli was de bijdrage aan de PHS gepland, die niet is doorgegaan en wordt verschoven naar 2019.

Overige ontwikkelingen

  • Op 23 oktober 2018 hebben GS het gewijzigde Treasury Statuut Provincie Noord–Brabant vastgesteld naar aanleiding van de door PS (17/17) in 2017 vastgestelde Verordening treasury Noord-Brabant;
  • In 2018 is het Treasury Committee vier keer bijeen geweest (in 2017: 3 keer);
  • De beleggingsdoelstelling over 2018, minimaal € 122,5 miljoen inkomsten genereren, is gehaald.

Obligatieportefeuilles

De provincie Noord-Brabant bezit twee obligatieportefeuilles: een immunisatieportefeuille en een investeringsagendaportefeuille. Beide portefeuilles bestaan uit obligaties van Europese landen en banken met een minimale kredietwaardigheid van AA–minus, zoals door PS is bepaald in de laatste wijziging van de Verordening treasury Noord – Brabant. Opmerkelijk is dat met deze “verruiming” het risicoprofiel van de Immunisatieportefeuille in 2017 is verbeterd.

Grafiek 3: ratings van de obligaties in 2017 en 2018 in de immunisatieportefeuille

Immunisatieportefeuille

Het doel van de immunisatieportefeuille is een rendement te genereren, door het jaarlijks ontvangen van een vaste rente, ter compensatie van de wegvallende dividendstromen van Essent. Het risico van deze portefeuille is laag.

De verdeling van de immunisatieportefeuille naar tegenpartij per 31 december 2018 wordt weergegeven in de figuur 1. De boekwaarde van de uitzettingen op dat moment was € 2.972 miljoen. Deze beleggingen zijn inclusief langjarige deposito’s bij de Nederlandse Staat via Schatkistbankieren voor € 341 miljoen, leningen aan decentrale overheden (€ 1.305,6 miljoen) en leningen in het kader van de publieke taak (€275 miljoen) en een aandeelhouderslening aan Enexis van € 108 miljoen. Daarnaast ontvangen we een dividend voor ons aandeel in Enexis. Een deel van de nominale waarde van de uitzettingen heeft betrekking op de Dividend – en rentereserve.

Het gerealiseerde rendement over 2018 bedraagt € 135,7 miljoen (2017: € 134,4 miljoen) en is als volgt opgebouwd (zie ook “algemeen financieel beleid”):

 Bedragen x € 1 miljoen 2018 2017
Dividend Enexis 31,9 31,8
Aandeelhouderslening Enexis 7,8 7,8
Rente obligaties 8,3 22,8
Effect verkopen en effect switches *) 38,7 30,8
Rente schatkistbankieren 8,2 8,2
Rente gemeenteleningen 16,2 8,8
Rente leningen publiek taak 8,2 7,6
Financieringsresultaat 16,3 15,3
Incidentele meevallers: vrijval escrow 0,0 1,2
TOTAAL 135,6
134,4

Tabel II Gerealiseerd rendement 2018 immunisatieportefeuille

Hierdoor bedraagt het totale overschot € 13,1 miljoen ten opzichte van het doel-rendement van € 122,5 miljoen.

*) de totale boekwinst op de verkochte obligaties in 2018 bedraagt € 40,1 miljoen (2017: € 163,1 miljoen. Dit is vooral de toekomstige rente die vrijvalt en een stukje extra vanwege de negatieve rentestand. Deze wordt toegedeeld aan de jaren 2017 t/m 2023. Administratief wordt de rente toegevoegd aan de Dividend – en rentereserve en laten we ieder jaar een stukje vrijvallen in de verhouding van de eerder berekende rente van de obligaties die verkocht zijn.

Per einde 2018 zijn de beleggingen als volgt verdeeld over de verschillende beleggingsvormen. Vooral de leningen aan decentrale overheden (2017: 34,3%) zijn relatief toegenomen ten kosten van de obligatieportefeuille (2017: 36,6%).

Figuur 1: grafiek immunisatieportefeuille per ultimo 2018

Investeringsagendaportefeuille

Het doel van de investeringsagendaportefeuille is dat op de gewenste tijdstippen de middelen die nodig zijn voor de realisatie van de investeringsagenda beschikbaar zijn. Het risico van deze portefeuille is laag. De boekwaarde van de obligaties per 31-12 -2018 bedraagt € 184,8 miljoen (2017: € 185,6 miljoen). In 2018 zijn er in deze portefeuille ook obligaties verkocht met een negatief rendement.

Het verschil tussen de stand van de reserve en de obligatieportefeuille is – zoals wettelijk voorgeschreven – gestald bij de Schatkist. De toekomstige netto (na aftrek van de betaalde agio) rentebaten bedragen € 30,2 miljoen over de periode 2019 t/m 2026. Hiermee wordt het beoogde bedrag van € 1 miljard gehaald. Er is zelfs een klein overschot dat te zijner tijd toekomt aan het doelrendement van de immunisatieportefeuille.

Figuur 2 Investeringsagendaportefeuille

Beleid en beheersing van risico's

Het Treasury statuut geeft de risico’s aan die intern beheerst moeten worden: markt– (waaronder rente– en valutarisico), krediet– en liquiditeitsrisico’s. Voor elk risico geven we aan hoe de provincie hiermee is omgegaan in het afgelopen jaar.

Renterisico’s – Wettelijke verplichtingen

De Wet Fido, die met ingang van 1 januari 2001 in werking is getreden, stelt twee concrete normen aan het financieringsbeleid van de provincie, te weten de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Aan beide normen wordt door de provincie voldaan.

Kasgeldlimiet – kortlopende schulden

De kasgeldlimiet bepaalt het bedrag dat de provincie maximaal als gemiddelde netto–vlottende schuld per kwartaal mag hebben. Dat bedrag is een percentage van de jaarlijkse begroting. Voor de provincies is dat percentage vastgesteld op 7,0%.

Gedurende 2018 is de gemiddelde netto–vlottende schuld ruim onder de kasgeldlimiet gebleven. In het bijlagenboek (bijlage 9) zijn overzichten opgenomen van de Modelstaat A waarin de liquiditeitspositie per kwartaal is weergegeven.

Renterisiconorm – langlopende schulden

Aangezien in 2018 geen (her)financiering heeft plaats gevonden en er ook geen sprake is geweest van renteherzieningen op lopende vaste geldleningen is de renterisiconorm niet relevant.

In de bijlagenbundel is in bijlage 9 de Modelstaat B opgenomen, betreffende de berekening van het renterisico over het jaar 2018.

Valutarisico’s

De valutarisico’s (risico’s die zijn ontstaan door schommelingen in wisselkoersen) worden uitgesloten doordat alleen uitgezet en belegd wordt in euro’s.

Kredietrisico’s

In het kader van beperking van het kredietrisico, het risico op terugbetaling van de hoofdsom en betaling van de rente, wordt alleen belegd in vastrentende waarden van financiële ondernemingen en/of landen met minimaal een AA–minus rating (door minimaal twee ratingagencies bepaald) of in waardepapier van financiële ondernemingen met een staatsgarantie van een land met een AA–minus rating. De financiële onderneming waarin wordt belegd zonder staatsgarantie moet gevestigd zijn in een land met minimaal een AA rating. Deze regels zijn strenger dan de regels in de Wet Fido en de Ruddo. In 2018 zijn er geen beleggingen in portefeuille die niet voldoen aan deze eisen, zoals die zijn opgenomen in de Verordening treasury Noord–Brabant.

Met de wijziging van de Wet Fido op 10 december 2013 mogen de decentrale overheden uitsluitend overtollige middelen beleggen bij de schatkist of uitlenen aan andere decentrale overheden, waar de provincie geen toezichtrelatie mee heeft. Daarnaast is het mogelijk om te beleggen in projecten met een publiek doel. Ook hierbij moet het risico minimaal zijn. In het aangepaste Treasury Statuut hebben Gedeputeerde Staten regels vastgelegd voor de beheersing van die risico’s.

Liquiditeitsrisico’s

Hiermee wordt bedoeld het risico dat wij niet kunnen voldoen aan onze betalingsverplichtingen (facturen, subsidies en dergelijke). Dit is geminimaliseerd door de aanwezige liquide middelen zoveel mogelijk af te stemmen op de prognose van ontvangsten en uitgaven. Dat doen we op dag-, week–, maand– en jaarbasis. Vanaf 2014 zijn onze mogelijkheden om gebruik te maken van flexibele spaarproducten en deposito’s beperkt door “verplicht schatkistbankieren”. De deposito’s met een looptijd van 1 dag t/m 6 jaar geven bij het Rijk geen rendement op dit moment. Vanwege de negatieve rentestand is het uitzetten van kasgeldleningen aan decentrale overheden geen optie.

Provinciefinanciering

Provinciefinanciering betreft het aantrekken en uitzetten van financiering ten behoeve van het uitvoeren van de publieke taken van de provincie en de risicobeheersing daarvan.

Leningenportefeuille

Opgenomen leningen

In 2018 zijn geen nieuwe langlopende leningen opgenomen. De laatste opgenomen lening is in 2013 geheel afgelost.

Bijlage 6 van het bijlagenboek geeft een specificatie van de opgenomen leningen. In deze specificatie staat een bedrag van € 14,3 miljoen met betrekking tot een renteverplichting in het kader van PPS A59. Formeel staat de lening op naam van de aannemer (Poort van Den Bosch), maar de provincie heeft het renterisico voor deze verplichting aan de aannemer (variabele rente) afgedekt via een renteswap (3,475%). Onder derivaten komen wij daarop terug.

Daarnaast staat er een bedrag van € 2,6 miljoen als schuldrelatie met ministerie van Economische Zaken. Dit heeft betrekking op een aandelentransactie. De provincie heeft aandelen BOM overgenomen van het ministerie voor hetzelfde bedrag. Er is – tot nu toe – niets betaald. In zeer uitzonderlijke situaties kan dit leiden tot een betalingsverplichting die in de overeenkomst is opgenomen. Deze situatie heeft zich tot nu toe niet voorgedaan.

Verstrekte leningen voor publieke taak (excl. Leningen aan decentrale overheden)

In 2018 is voor € 95,9 miljoen aan nieuwe leningen verstrekt. Dit is inclusief € 18,3 miljoen geleend aan zes gemeenten in Zuidoost Brabant voor de financiering van Zonnepanelen aan particulieren in het kader van de belegging van de immunisatieportefeuille. En inclusief € 35,8 miljoen in het kader van de fondsen. Na aflossing (€ 38,2 mln.) van de bestaande en de nieuw verstrekte leningen, resteerde er per balansdatum ruim € 612,6 miljoen (ultimo 2017: € 558,4 miljoen) aan leningen u/g. Dit is exclusief de voorzieningen die zijn getroffen. Het risico van deze leningen wordt continu gemonitord. Voor een specificatie van deze leningen wordt verwezen naar bijlage 3b van de bijlagenbundel.

Derivaten

De provincie heeft in juni 2004 een renteswap afgesloten bij de Rabobank ter volledige afdekking van het rente fluctuatie risico dat zich voordeed bij het project PPS-A59. De looptijd van de renteswap is van 1 januari 2006 tot 1 januari 2021. Het project PPS-A59 waarin de provincie samenwerkt met het consortium Poort van Den Bosch heeft tot doel het aanleggen en beheren van een deel van de autosnelweg A59. Het gebruik van een renteswap ter beperking van financiële risico’s past binnen de voorwaarden die het treasury statuut stelt en het ministerie van BZK heeft met deze werkwijze ingestemd. Er bestaat op dit moment geen bijstortverplichting voor de provincie.

De marktwaarde van de renteswap is gerelateerd aan het niveau van de lange rente.

Per 31 december 2018 was die marktwaarde -/- € 617.385 (2017: -/- € 1.297.648).

Uitzettingen

De beleggingen in de beide portefeuilles, inclusief de verstrekte leningen aan openbare lichamen en deposito’s bij de schatkist, bedragen in overeenstemming met de balans € 3.185,0 miljoen.

Aansluiting met de balans Bedrag
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en saldo agio en disagio 29.713.876
Leningen aan:  
 -     openbare lichamen (excl. Moerdijk, Nuenen, Tilburg, Helmond en Geertruidenberg) 1.305.525.273
 -    deelnemingen (Enexis, BNG en NWB, zie bijlage 3b) 307.698.628
 -    in het kader van de publieke taak 75.262.437
Uitzettingen met rentetypische looptijd > 1 jaar:  
 -    in schatkist 340.700.000
 -    in Nederlands schuldpapier *) 279.655.215
 -   overige uitzettingen 846.439.000
  3.184.994.429

*) excl. Twee leningen aan De Hoven en Havenmeester (totaal € 1.330.518)

Het effectieve rendement over de immunisatieportefeuille wordt begroot op circa 3,50% op jaarbasis rekening houdend met de aangescherpte beleggingsrichtlijnen voor de verkoopopbrengsten Essent. Hierbij is het uitgangspunt dat gestreefd wordt naar uitzettingen met de hoogste mate van zekerheid. Het daadwerkelijk gerealiseerde couponrendement over 2018 voor alle beleggingen in de immunisatieportefeuille bedraagt 3,16% (2017: 3,37%) en voor de investeringsagendaportefeuille 2,44% excl. het effect van de verkochte obligaties en switches  (2017: 3,38%). Door de ontwikkelingen zoals het verplicht schatkistbankieren bij de Nederlandse Staat en de lage stand van de marktrente op zowel korte als lange termijn, staan deze rendementen onder grote druk.

Per 31 december 2018 zijn de middelen als volgt uitgezet:

Vorm Bank/instelling Per 1/1/2018 Per 31/12/2018
Obligaties Immunisatieportefeuille* Divers 933.781.061 968.305.950
Obligaties Investeringsagenda portefeuille* Divers 185.621.153 184.835.391
Langlopende leningen aan decentrale overheden   875.170.528 1.305.759.071
Zerobond obligatie i.c.m. Oiko Credit * NL-Staat 2.500.215 2.500.215
Aandeelhouderslening Enexis Enexis 107.898.628 107.898.628
Leningen aan NWB / BNG   199.712.807 199.732.735
Overige leningen publieke taak   53.500.000 75.262.437
Lange termijn deposito's bij de schatkist Rijk  - min. Financën 340.700.000 340.700.000
* nominale waarde + (dis)agio = boekwaarde   2.698.884.392 3.184.994.428

De specificatie van de beleggingen en de langlopende leningen zijn in de toelichting op de balans opgenomen onder financiële vaste activa en immateriële vaste activa (voor zover er sprake is van (dis)agio). De toename in 2018 van de beleggingen met ruim € 486 miljoen wordt veroorzaakt door de obligaties die in 2017 zijn verkocht.

Participatie in Oikocredit

In november 2012 is besloten een participatie te nemen in het Oikocredit Nederland Fonds. Door middel van deze participatie geven Gedeputeerde Staten invulling aan de ethisch-sociale aspecten van het treasury beleid. De participatie wordt uitgevoerd in combinatie met een hoofdsomgarantie met een looptijd van 10 jaar. Provinciale Staten zijn hierover op 14 december 2012 geïnformeerd.

Begin 2013 is de participatie genomen in het Oikocredit Nederland Fonds met een nominale waarde van € 427.813. Het risico bij deze uitzetting is erg laag en deze uitzetting past volledig binnen de regels van de wet Fido en de Ruddo.

Renteschema
De commissie BBV adviseert het onderstaand renteschema in de paragraaf treasury van de begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van de rentetoerekening.

Renteschema  
a.  De externe rentelasten over de korte en lange financiering   1.231
b.  De externe rentebaten   - 66.186.936
Saldo rentelasten en rentebaten   - 66.185.704
c1.  De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend - 0  
c2.  De rente van de projectfinanciering die aan de betreffende taakveld moet worden taakveld moet worden toegerekend - 0  
c3.  De rentebaat van de doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) - 0  
     Aan taakvelden toe te rekenen externe rente   - 0
d1.  Rente over eigen vermogen   0
d2.  Rente over voorzieningen   0
     Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente   0
e.  De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)   - 0
f.  Renteresultaat op het taakveld treasury   - 66.185.704

 

 

6. Verbonden partijen

Algemeen beeld

Visie en beleid ten aanzien van verbonden partijen
Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de provincie een bestuurlijk en een financieel belang heeft.
Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de provincie middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partijen kunnen worden verhaald op de provincie.

De provincie Noord-Brabant kan besluiten om een bestuurlijk en financieel belang te houden in organisaties die een bijdrage leveren aan het publiek belang.

Het beleid ten aanzien van verbonden partijen is uitgewerkt in de Nota Samenwerkingsrelaties en Verbonden Partijen die op 3 februari 2017 is vastgesteld (PS 86/16). Hierin is het beleid met betrekking tot verbonden partijen geactualiseerd en is toegelicht op welke wijze de provincie de publieke belangen in deze verbonden partijen wil behartigen. Hierin staan ook de overwegingen genoemd om een bestuurlijk en financieel belang aan te gaan, te wijzigen of te beëindigen. In de nota is vastgelegd om vierjaarlijks de gehele deelnemingenportefeuille te evalueren. De evaluatie van de deelnemingenportefeuille, op basis van de nota samenwerkingsrelaties en verbonden partijen is tevens vastgesteld op 3 februari 2017 (PS 86/16).

Op 2 juni 2006 zijn door Provinciale Staten afspraken over de benoeming van commissarissen op voordracht van de provincie vastgesteld.(PS 36/06).

Financiën verbonden partijen
Het financiële risico van de verbonden partijen is gelijk aan de omvang van het provinciaal aandeel in de deelneming (zie ook de paragraaf weerstandsvermogen), danwel gelijk aan de (jaarlijkse) bijdrage die de verbonden partij van de provincie ontvangt.
De provincie zal naar verwachting in 2018 over het jaar 2017 dividend ontvangen uit de volgende verbonden partijen: Eindhoven Airport NV en Enexis Holding NV. Het ontvangen dividend wordt als algemeen dekkingsmiddel in de begroting opgenomen.

Hieronder zijn de meest belangwekkende ontwikkelingen bij de verbonden partijen opgenomen.

Havenbedrijf Moerdijk
In oktober 2016 is met Havenbedrijf Rotterdam (HbR) een traject gestart om via een Joint Fact Finding de mogelijkheden voor samenwerking tussen Havenbedrijf Moerdijk (HbM) en Havenbedrijf Rotterdam (HbR) nader te verkennen. De afspraken zijn vastgelegd in Memoranda of Understanding (MoU). De verkenning (Joint Fact Finding) heeft als doel om de gedeelde belangen ingeval van samenwerking te identificeren en te bewerken en om een gedeeld beeld op te stellen over de inhoud en organisatievorm van de toekomstige samenwerking. De aandeelhouders van HbM hebben ingestemd met de procesinrichting. Hierover bent u op 29 mei 2018 geïnformeerd met een Statenmededeling. Op basis van de uitkomsten van de verkenning is door de betrokken partijen besloten om een volgende stap te zetten genaamd de pre termsheet fase. Partijen zien voordeel in een strategische samenwerking. Partijen zijn, in een pril stadium, in overleg om tot concrete uitwerking van de samenwerking te komen.

Brabantse Ontwikkelings maatschappij (BOM Holding BV)
De BOM heeft als doel het stimuleren en begeleiden van samenwerkingsverbanden om innovaties om te zetten in producten of diensten. Daarnaast begeleidt BOM buitenlandse bedrijven naar en in Brabant, investeert zij in kansrijke, innovatieve ondernemingen en ontwikkelt zij bestaande en nieuwe duurzame werklocaties. Ook is een aantal fondsen bij de BOM ondergebracht, namelijk: het Innovatiefonds Brabant, het Energiefonds Brabant, het Breedbandfonds Brabant, het Biobased Brabant Fonds en het Cleantech fonds. De BOM draagt bij aan het innovatieve deel van de Brabante economie. Zij doet dat door innovatieve MKB-bedrijven te ondersteunen met kennis, toegang tot markten en risicodragend kapitaal.

Busines Park Aviolanda
BPA heeft in 2018 een nieuw ondernemingsplan vastgesteld, waarin de nieuwe koers op hoofdlijnen is opgetekend. Daarin staan business development en de ontwikkeling van het innovatiecluster aerospace & maintenance centraal, in plaats van grondexploitatie en vastgoedontwikkeling. BPA is in 2018 gestart met de zoektocht naar een strategisch partner, die mede-aandeelhouder wil worden en bereid is te investeren in zowel de ontwikkeling van het ecosysteem als in vastgoed-op het businesspark, zoals de beoogde wide-body hangaars.

OLSP Holding BV (Pivot Park)
In 2018 is de governance van Pivot Park herijkt. OLSP Holding en OLSP Vastgoed zijn per 31-12-2018 gefuseerd waarmee per 1-1-2019 Pivot Park Holding is ontstaan. Met de gewijzigde governance is ook het bestuur gewijzigd van een one tier board in een two tier board. In de nieuwe situatie is er sprake van een directeur en een driehoofdige RvC.
Om de financiële toekomst van het Pivot Park veilig te stellen hebben Provinciale Staten besloten om een aanvullend krediet ter beschikking te stellen van maximaal 13,9 miljoen (voor zowel Pivot Park als OLSP Vastgoed). Het financiële risico van Pivot Park is door deze besluitvorming voor de korte en middellange termijn weggenomen. Echter voor nieuwbouw zal Pivot Park nog naar aanvullende financiering moeten zoeken.

In 2018 is samenwerking parkschap Nationaal Park de Biesbosch en Stichting Monumentenfonds beëindigd.

In de bijlagen van de jaarstukken is de ‘Uitwerking Paragraaf Verbonden Partijen’ opgenomen. In deze bijlage is meer uitgebreide informatie opgenomen per verbonden partij over het beleid. Tevens wordt in deze bijlage nader ingegaan op het Innovatiefonds, Energiefonds, Brabant C fonds, Groen Ontwikkelfonds, Leisure ontwikkelfonds en Brabant Startup fonds. Specifieke informatie over het Groen Ontwikkelfonds Brabant is ook opgenomen in hoofdstuk 3 onder productgroep 03.04 en Brabant C fonds is ook opgenomen in hoofdstuk 6 onder productgroep 06.01.

1 Gemeenschappelijke regelingen

1 Gemeenschappelijke regelingen (GR) Aandeel Portefeuille Vestigingsplaats
1.1 Havenschap Moerdijk Aandeel 50% Pauli / Van Merrienboer Moerdijk
1.2 Zuidelijke Rekenkamer Aandeel 50% Programmaraad Eindhoven
1.3 Kleinschalig collectief vervoer Brabant Noord-oost Aandeel 6,25% Van der Maat Uden
1.4 Omgevingsdienst Midden- en West Brabant Aandeel 44% Van den Hout Tilburg
1.5 Omgevingsdienst Zuidoost Brabant Aandeel 44% Van den Hout Eindhoven
1.6 Omgevingsdienst Brabant Noord Aandeel 41% Van den Hout ’s-Hertogenbosch

2 Vennootschappen en coöperaties

2 Vennootschappen en coöperaties Vestigingsplaats Aandelen- Nominale Agio Gestort Balans-  Portefeuille Bestuurlijk
Bedragen x € 1.000 kapitaal waarde waarde belang
2.1 Enexis NV ‘s-Hertogenbosch 30,80% 46.144 46.144 0 Spierings Stemrecht / voordrachtsrecht lidmaatschap RvC/lid AHC
2.2 CBL Vennootschap BV ‘s-Hertogenbosch 30,80% 6 6 6 Pauli Stemrecht / lid AHC
2.3 Vordering op Enexis BV ‘s-Hertogenbosch 30,80% 6 6 6 Pauli Stemrecht / lid AHC
2.4 Verkoop Vennootschap BV ‘s-Hertogenbosch 30,80% 6 6 6 Pauli Stemrecht / lid AHC
2.5 CSV Amsterdam BV ‘s-Hertogenbosch 30,80% 6 6 6 Pauli Stemrecht / lid AHC
2.6 Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV ‘s-Hertogenbosch 30,80% pm Pauli Stemrecht / lid AHC
2.7 Brabant Water NV ‘s-Hertogenbosch 31,60% 88 88 Pauli / Van der Hout Stemrecht / voordrachtsrecht lidmaatschap RvC/lid AHC
2.8 Eindhoven Airport NV Eindhoven 24,50% 1.112 556 Van der Maat / Pauli Stemrecht / voordrachtsrecht lidmaatschap RvC
2.9 BOM Holding BV Tilburg 100,00% 0 31.327 31.328 31.328 Van Merrienboer / Pauli Stemrecht / voordrachtsrecht lidmaatschap RvC
2.10a Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte, BV ORR ‘s-Hertogenbosch 100,00% 30 89 119 Van Merrienboer / Pauli Stemrecht / voordrachtsrecht lidmaatschap RvC
2.10b CV ORR I ‘s-Hertogenbosch 99,00% 743 4.958 5.700 Van Merrienboer / Pauli Stemrecht / Commanditair vennoot
2.10c CV ORR II ‘s-Hertogenbosch 99,00% 743 19.500 20.243 25.108 Van Merrienboer / Pauli Stemrecht / Commanditair vennoot
2.11a Tuinbouw Ontwikkelingsmaatschappij, BV TOM ‘s-Hertogenbosch 50,00% 9 9 Van Merrienboer Stemrecht / voordrachtsrecht lidmaatschap RvC
2.11b CV TOM ‘s-Hertogenbosch 49,75% 448 448 Van Merrienboer Stemrecht /Commanditaire vennoot
2.12 Business Park Aviolanda BV Woensdrecht 60,00% 11 6.477 6.488 6.488 Pauli Stemrecht / voordrachtsrecht lidmaatschap RvC
2.13 Nederlandse Waterschapsbank NV Den Haag 0,12% 22 8 Van Merrienboer Stemrecht
2.14 NV Bank voor Nederlandse Gemeenten Den Haag 0,07% 100 100 Van Merrienboer Stemrecht
2.15 PZEM NV Middelburg 0,05% 4 0 4 Van Merrienboer Stemrecht
2.16a OLSP Holding BV Oss 100,00% 18 1.230 1.248 1.230 Van Merrienboer Stemrecht
2.16b OLSP Vastgoed BV Oss 70,70% 20 4.480 4.500 4.500 Van Merrienboer Stemrecht
2.17 Green Chemistry Campus BV Bergen op Zoom 60,00% 11 2.300 2.311 2.300 Pauli Stemrecht / voordrachtsrecht lidmaatschap RvC
2.18 Groen Ontwikkelfonds Brabant BV ’s-Hertogenbosch 100,00% 0 0 0 Pauli / Van den Hout Stemrecht
2.19 NV Monumenten Fonds Brabant ‘s-Hertogenbosch 72,00% 2.058 2.058 2.058 Pauli / Swinkels Stemrecht
2.20 Brabant Startup fonds BV (BSF) Tilburg 100,00% 0 0 0 Pauli Stemrecht
2.21 Breedbanfonds Brabant (BBFB) ‘s-Hertogenbosch 100,00% 0 0 0 Pauli Stemrecht

3 Verenigingen en stichtingen

3 Verenigingen en stichtingen Portefeuille Vestigingsplaats
3.1 Interprovinciaal overleg IPO (vereniging) Aandeel % Pauli Den Haag
3.2 INPA Huis van de Nederlandse Provincies (vereniging) Aandeel 8,33% Van de Donk Brussel
3.3 Stichting Brabant C Fonds Aandeel 100% Swinkels ’s-Hertogenbosch
3.4 Brabantse Investeringsfondsen Nieuwbouwwoningen (Havenmeester) Aandeel 50% Van Merrienboer ’s-Hertogenbosch
3.4b Brabantse Investeringsfondsen Nieuwbouwwoningen (Hoven Noord) Aandeel 50% Van Merrienboer ’s-Hertogenbosch
3.5 Stichting Beheer Museum Kwartier Aandeel 75% Swinkels ’s-Hertogenbosch
3.6 Stichting Leisure Ontwikkelfonds Brabant Aandeel 50% Pauli Oisterwijk

4 Overige verbonden partijen

4 Overige verbonden partijen Portefeuille Vestigingsplaats
4.1 Fonds Nazorg Gesloten Stortplaatsen Zie toelichting Merrienboer/Hout ‘s-Hertogenbosch

5 Investeringsfondsen voor Brabant

De toelichting op de investeringsfondsen voor Brabant is opgenomen in paragraaf 8 investeringsagenda en in de bijlage bij de jaarrekening onder financiële vast activa. Deelnemingen, uitwerking paragraaf verbonden partijen.

5 Investeringsfondsen voor Brabant Fondsomvang Looptijd Revolverendheid Multiplier  Portefeuille
Bedragen x € 1 mln. kapitaal waarde
5.1 Innovatiefonds Brabant 125 2037 Nominaal 3 Pauli
5.2 Energiefonds Brabant 60 2037 Nominaal 4 Spierings
5.3 Brabant C fonds 34 2022 beperkt (oplopend van 15 naar 32% in 2021) 3 Swinkels
5.4 Groen Ontwikkelfonds voor Brabantse Natuur 240 2029 Niet of nauwelijks 2 Van den Hout
5.5 Leisure Ontwikkel Fonds Brabant 5 2027 Beperkt (33-66%) 2 Pauli
5.6 Brabant Startup fonds 10 2.033 50% 3 Pauli

6 Verbonden patijen - vermogen, resultaat en dividend

Gemeenschappelijke regelingen (GR) Lening Garant- Eigen vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen Vreemd vermogen Resultaat Dividend
Bedragen x € 1 mln. stelling per 1-1 per 31-12 per 1-1 per 31-12 na belasting
1.1 Havenschap Moerdijk 240.000 97.265 97.265 131.600 133.700
1.2 Zuidelijke Rekenkamer 70 104 178 220 37
1.3 Kleinschalig collectief vervoer Brabant Noord-oost 1.212 773 621 316 64
1.4 Omgevingsdienst Midden- en West Brabant 1.708 1.685 6.650 6.450
1.5 Omgevingsdienst Zuidoost Brabant 1.577 1.577 6.966 6.866
1.6 Omgevingsdienst Brabant Noord 5.375 2.670 18.583 18.489 374
Vennootschappen en coöperaties Lening Garant- Eigen vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen Vreemd vermogen Resultaat Dividend
Bedragen x € 1 mln. stelling per 1-1 per 31-12 per 1-1 per 31-12 na belasting
2.1 Enexis NV 380.800 4.024.000 3.860.000 3.691.000 243.000 30.800
2.2 CBL Vennootschap BV 147 137 17 22 -10
2.3 Vordering op Enexis BV 107.899 9 -2 356.320 356.324 -11
2.4 Verkoop Vennootschap BV 151 112 6 30 -39
2.5 CSV Amsterdam BV 870 746 53 45 -124
2.6 Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV 1.620 1.605 18 24 -15
2.7 Brabant Water NV 609.107 609.100 438.726 439.000 25.000
2.8 Eindhoven Airport NV 86.252 86.252 35.602 35.602 12.032 113
2.9 BOM Holding BV 102.335 51.617 51.581 93.992 95.989 1.994
2.10a Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte, BV ORR 153 363 279 73 55
2.10b CV ORR I 7.950 8.008 1.540 488 59
2.10c CV ORR II 50.000 -14.497 1.696 21.945 16.778 693
2.11a Tuinbouw Ontwikkelingsmaatschappij, BV TOM -12.305 -13.750 39.686 34.200
2.11b CV TOM 17.165 3.340 -15.556 -12.323 43.047 39.703 -1.400
2.12 Business Park Aviolanda BV 1.811 11.893 11.954 14.368 13.090 61
2.13 Nederlandse Waterschapsbank NV 50.000 1.628.000 1.628.000 85.495.000 85.495.000 123.000
2.14 NV Bank voor Nederlandse Gemeenten 149.800 4.220.000 420.000 135.805.000 135.805.000 393.000 101
2.15 PZEM NV 1.374.318 1.374.318 931.161 931.161 313.603
2.16a OLSP Holding BV 7.152 -2.451 -4.397 13.359 15.252 -1.946
2.16b OLSP Vastgoed BV 9.400 -2.361 -5.646 10.900 13.990 -3.285
2.17 Green Chemistry Campus BV 1.445 1.268 754 2.790 2.827 -551
2.18 Groen Ontwikkelfonds Brabant BV - - 293 293
2.19 NV Monumenten Fonds Brabant 7.254 668 8.744
2.20 Brabant Startup fonds BV (BSF) 1.000 - - 10.000 10.000
2.21 Breedbanfonds Brabant (BBFB) 5.077
Verenigingen en stichtingen Lening Garant- Eigen vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen Vreemd vermogen Resultaat Dividend
Bedragen x € 1 mln. stelling per 1-1 per 31-12 per 1-1 per 31-12 na belasting
3.1 Interprovinciaal overleg IPO (vereniging) 420 138 9.177 138
3.2 INPA Huis van de Nederlandse Provincies (vereniging) 171 147 -27
3.3 Stichting Brabant C Fonds 558 558 4.408 4.408 27
3.4 Brabantse Investeringsfondsen Nieuwbouwwoningen (Havenmeester) 3.394 7 663
3.4b Brabantse Investeringsfondsen Nieuwbouwwoningen (Hoven Noord) 1.041 6 49
3.5 Stichting Beheer Museum Kwartier 100 865
3.6 Stichting Leisure Ontwikkelfonds Brabant 2.883 665
Overige verbonden partijen Lening Garant- Eigen vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen Vreemd vermogen Resultaat Dividend
Bedragen x € 1 mln. stelling per 1-1 per 31-12 per 1-1 per 31-12 na belasting
4.1 Fonds Nazorg Gesloten Stortplaatsen 50.000 107.114 101.709 24.512 25.680 -2.905

Stoplichtenmodel verbonden partijen

Toelichting op stoplichtenmodel

  • Groen -> Er zijn geen noemenswaardige aandachtspunten of risico’s op het gebied van beleid, governance of financiën bij de betreffende Verbonden Partij.
  • Oranje -> Er zijn aandachtspunten of risico’s bij de Verbonden Partij die om aandacht of inzet vragen, maar dit heeft geen hoge urgentie en de risico’s zijn beperkt. Dit kan bijvoorbeeld gaan om wisselingen in bestuur, statuten die herzien (moeten) worden of om licht tegenvallende resultaten.
  • Rood: Er zijn grote aandachtspunten bij de Verbonden Partij die soms directe actie vereisen, bijvoorbeeld omdat financiële risico’s niet zijn afgedekt, het bestuur of toezichthouder niet functioneert, of er geen publiek belang (meer) is. Er kunnen ook tegenvallende resultaten zijn.
  • Indien een Verbonden Partij oranje of rood scoort, wordt dit onderaan de tabel toegelicht.

Toelichting bij de rode en oranje scores

1.6 Omgevingsdienst Brabant Noord; Financiën

Na enkele verlieslatende jaren is zowel de begrotingen 2018 als 2019 op orde gebracht. Kostendekkende (en dus hogere) uurtarieven maken hiervan deel uit. In combinatie met een toereikend weerstandsvermogen is de financiële basis van de ODBN op orde. Tegelijkertijd is de dienst nog onvoldoende ‘in control’. Daarom is een Meerjarig Ontwikkelplan (MJOP) vastgesteld dat de komende jaren wordt uitgevoerd. Hieruit zal blijken of het lukt om de dienst in financieel goed vaarwater te brengen.

2.1 Enexis, Governance

In 2019 zijn de herbenoeming van een lid van Raad van Commissarissen en een of meer leden van de aandeelhouderscommissie aan de orde.

2.7 Brabant Water, Financiën

Geschil met de gemeente Tilburg en Goirle m.b.t. de overnamesom voor TWM ligt al enige tijd voor bij de rechter en de uitkomst kan financieel substantiële gevolgen hebben voor Brabant Water N.V.

2.11 TOM, Financiën: Ondanks de positieve ontwikkelingen in de markt zal er aan het einde van de looptijd een verlies overblijven voor de aandeelhouders. Het provinciale aandeel in dit verlies is afgedekt.

2.12 BPA, Governance

Financiën: De doorontwikkeling van het businesspark vraag om uitbreiding van de clusterontwikkelingsactiviteiten en ontwikkeling van nieuw vastgoed. Hiervoor is inbreng van extra vermogen nodig, vermoedelijk zowel vreemd als eigen vermogen.

2.16 OLSP, Governance

In 2018 is het bestuur gewijzigd van een one tier board in een two tier board. In de nieuwe situatie is er sprake van een directeur en een driehoofdige RvC.

2.16 OLSP Financiën

Door het besluit van Provinciale Staten van 20 januari 2017 (dossier 92/16) om € 13,9 miljoen ter beschikking te stellen van de Pivot Park organisatie, waartoe Pivot Park behoort, maakt echter dat de financiële zorgen van Pivot Park voor de korte en middellange termijn zijn weggenomen.

2.17 GCC, Financiën

Vertragingen bij de governance hebben effect gehad op de bouw en ontsluiting van de campus. Hierdoor kan huurders nog niet alle gewenste faciliteiten worden geboden. Dit heeft effect op de inkomsten die de campus genereert, waardoor de financiële groei vertraging oploopt. Daarnaast ontwikkelt de biobased markt zich minder snel dan verwacht. Op dit moment wordt hard gewerkt aan het bijstellen van het huidige business plan en een doorkijk op de lange termijn, met als doelstelling om uiterlijk in 2025 financieel op eigen benen te staan.

2.19 Monumenten Beheer Brabant (vh.NV Monumentenfonds), Beleid

Monumenten Beheer Brabant is in het najaar van 2017 gestart met de nieuwe rol “beweging stimuleren”. Medio 2018 is voor deze nieuwe rol het ondernemingsplan “ErfgoedLAB Brabant” vastgesteld. Eind 2019 zal een evaluatie hiervan plaatsvinden. Op grond van deze evaluatie zal eind 2019/ begin 2020 worden besloten of deze nieuwe rol structureel wordt belegd bij Monumenten Beheer Brabant.

4.1 Fonds nazorg gesloten stortplaatsen, Financiën

In 2018 is de egalisatiereserve negatief geworden wordt doordat het netto resultaat van de belegde voorziening in het Nazorgfonds langere tijd is achtergebleven bij de jaarlijkse oprenting van de voorziening (5,06%). Op basis va de voorlopige jaarcijfers van het Nazorgfonds bedraagt het tekort per ultimo 2018 € 1,2 miljoen.
In samenhang met de uitkomsten van de ALM studie zal dit risico worden meegenomen in het proces van risicomanagement. In dat kader zal ook de hoogte van de nodige voorziening voor deze startplaatsen moeten worden geëvalueerd.

Beleid Governance Financiën Aandeel- WNT
houderschap
Gemeenschappelijke Regelingen
1.1 Havenschap Moerdijk Actief Voldoet
1.2 Zuidelijke Rekenkamer Monitorend Voldoet
1.3 Kleinschalig collectief vervoer Brabant Noord-oost Monitorend Voldoet
1.4 Omgevingsdienst Midden- en West Brabant Actief Voldoet
1.5 Omgevingsdienst Zuidoost Brabant Actief Voldoet
1.6 Omgevingsdienst Brabant Noord Actief Voldoet
Vennootschappen en coöperaties
2.1 Enexis NV Actief Overgangsregime
2.2 CBL Vennootschap BV Actief NVT
2.3 Vordering op Enexis BV Actief NVT
2.4 Verkoop Vennootschap BV Actief NVT
2.5 CSV Amsterdam BV Actief NVT
2.6 Publiek Belang Elektriciteitsproductie BV Actief NVT
2.7 Brabant Water NV Actief Overgangsregime
2.8 Eindhoven Airport NV Actief NVT
2.9 BOM Holding BV Actief Overgangsregime
2.10 Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte, BV ORR Actief NVT
2.11 Tuinbouw Ontwikkelingsmaatschappij, BV TOM Actief Voldoet
2.12 Business Park Aviolanda BV Actief NVT
2.13 Nederlandse Waterschapsbank NV Monitorend NVT
2.14 NV Bank voor Nederlandse Gemeenten Monitorend NVT
2.15 PZEM NV Monitorend Voldoet
2.16a OLSP Holding BV Actief Voldoet
2.16b OLSP Vastgoed BV Actief Voldoet
2.17 Green Chemistry Campus BV Actief Voldoet
2.18 Groen Ontwikkelfonds Brabant BV Actief Voldoet
2.19 Monumenten Beheer Brabant Actief Voldoet
2.20 Brabant Startup fonds BV (BSF) Actief Voldoet
Verenigingen en stichtingen
3.1 Interprovinciaal overleg IPO (vereniging) Monitorend Voldoet
3.2 INPA Huis van de Nederlandse Provincies (vereniging) Monitorend Voldoet
3.3 Stichting Brabant C Fonds Actief Voldoet
3.4 Brabantse Investeringsfondsen Nieuwbouwwoningen (Havenmeester) Actief NVT
3.5 Stichting Beheer Museum Kwartier Actief Voldoet
3.6 Stichting Leisure Ontwikkelfonds Brabant Actief Voldoet
Overige verbonden partijen
4.1 Fonds Nazorg Gesloten Stortplaatsen Actief Voldoet

7. Ontwikkelbedrijf en grondbeleid

Algemeen beeld ontwikkelbedrijf en grondbeleid

Provinciaal grondbeleid

Met de inzet van het Provinciaal grondbeleid beoogd de provincie (tijdig) gronden (en gebouwen) beschikbaar te krijgen voor realisering van door haar beoogde doelen. Het bereiken van de maatschappelijke doelstelling staat hierbij voorop. Inzet is om tegen aanvaardbare prijzen deze doelen te bereiken. De wettelijke kaders en de mate van het bereiken van de doelstelling zijn hierin leidend.
De Provincie voert grondbeleid uit door regulerend optreden en door het zelf verwerven, ontwikkelen en verkopen van gronden. Waar wenselijk geacht gebeurt dit ook anticiperend. Maar ook via participaties zoals deelnemingen in externe Ontwikkelmaatschappijen (zoals de ORR en TOM). De verschillende vormen kennen verschillende voor- en nadelen en risicoprofielen. Per situatie wordt de afweging gemaakt over de toe te passen vorm en uitvoeringswijze.

Ontwikkelbedrijf

Het ontwikkelbedrijf draagt bij aan de realisatie van verschillende beleidsdoelstellingen. Bij de projecten van het ontwikkelbedrijf gaat het om het daadwerkelijk mogelijk maken van de beoogde (her)ontwikkeling. Om dit mogelijk te maken heeft het ontwikkelbedrijf verschillende instrumenten tot haar beschikking, waaronder: de aankoop van grond of gebouwen, de participatie in een project of deelneming en het verstrekken van een lening of garantstelling.

Uitbreiding doelstelling en inzet Ontwikkelbedrijf

Begin 2018 is door PS een geactualiseerd beheerstatuut van het ontwikkelbedrijf vastgesteld. Van uitvoering van vastgoedprojecten naar provinciale partner in gebiedsontwikkelingen en ruimtelijk fysieke projecten is de beweging die bij het ontwikkelbedrijf zichtbaar is. Het nieuwe beheerstatuut biedt de mogelijkheid deze rol verder in te vullen.

Het Ontwikkelbedrijf heeft de laatste jaren meer kennis en ervaring opgedaan met lagere overheden en vooral ook met marktpartijen wanneer het gaat om projecten in het ruimtelijke fysieke domein. Zij weet waar de kennis en toegevoegde waarde van de (markt)partijen zit. Waar de beleidsinzet ligt en op welke wijze deze kan worden verbonden. Maar ook hoe een samenwerking tot stand kan worden gebracht om tot succesvolle invulling te komen van het project en bijbehorende ambitie. Met andere woorden procesmanagement dat leidt tot dealmaking.

De verkenningen waar het ontwikkelbedrijf in betrokken is worden per definitie integraal aangevlogen. Belangrijke thema’s waarin het ontwikkelbedrijf in 2018 actief is geweest zijn: campussen en werklocaties, erfgoed, energie, ondermijning en binnenstedelijke transformatie.

Portefeuille Ontwikkelbedrijf

De resterende ruimte in het investeringskrediet van het Ontwikkelbedrijf bedraagt ultimo 2018 € 108,1 mln. Bij de inschatting van de resterende ruimte is rekening gehouden met de geraamde toekomstige inkomsten en uitgaven van alle projecten en zijn de afgegeven garantstellingen volledig meegenomen.

De risico's in de projecten worden afgedekt door de Risicoreserve van het ontwikkelbedrijf. Ultimo 2018 bedraagt deze € 70,6 mln. Dit is onderverdeeld in een risicoreservering van € 30,2 mln en een voorziening van € 25 mln. Beiden voor bestaande projecten en een vrije ruimte van € 14 mln. Beide voor de bestaande projecten. (zie voor een nadere uitwerking paragraaf risicomanagement).
Sinds vaststelling van het nieuwe beheerstatuut Ontwikkelbedrijf op 23 februari jl. door PS hanteert het Ontwikkelbedrijf op het niveau van de totale risicoreserve dezelfde systematiek als het concern. Hierbij wordt uitgegaan van de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandcapaciteit; de ratio van het weerstandsvermogen. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 45,6 mln. (€ 70,6 - € 25 mln). De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 30,2 mln. De ratio weerstandsvermogen komt daarmee op 1,51.
Deze ratio is ruim voldoende om de risico’s binnen het Ontwikkelbedrijf op te vangen.

Belangrijkste ontwikkelingen 2018 overige beleidsvelden

Natuurnetwerk Brabant

Conform de doelstellingen zoals opgenomen in Brabant Uitnodigend Groen wordt t/m 2027 in totaal circa 15.000 ha natuurnetwerk en 1.775 ha (700 km) Ecologische Verbindingszones gerealiseerd. Hiertoe zijn in 2018 NNB gronden verworven en/of ingericht en verkocht. In de Westelijke Langstraat, De Peelvenen, Kempenland-West, Groote Heide-Leenderbos door de provincie, daarbuiten door het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB), in samenspraak met de Manifestpartners.

Infrastructuur

In o.a. het meerjaren investeringsprogramma Kwaliteit (Onderhoud) Provinciale Infrastructuur wordt aangegeven welke infrastructurele projecten er zullen worden uitgevoerd. Ten behoeve van deze doelstelling zijn in 2018 gronden en opstallen gekocht. Deze aankopen zijn gefinancierd uit beleidsmiddelen mobiliteit.

Aan-, verkoop en beheer gronden

Naast het kopen van 376 ha en het verkopen 532 ha gronden zijn in 2018 zo’n 4.200 ha beheerd. Dit betreffen gronden die gekocht zijn in het kader van met name infra, natuur, ruimte voor ruimte, erfgoed en mobilisatiecomplexen.

Categorie ha
Gronden via een overeenkomst 1.800
Ingerichte natuur, niet te verpachten 1.000
Infra structureel bestaande wegennet 1.000
Overige gronden 400
Totaal 4.200

Verdere toelichting

Meer uitgebreide toelichting over bovenstaande onderwerpen is verder te vinden in:

  • Meerjarenperspectief ontwikkelbedrijf (bijlage bij begroting)
  • Bijlage deelnemingen (O.a. OLSP, TOM, ORR, BPA, LPM, GOB)
  • Betreffende begrotingshoofdstukken:
    • 02.01Ruimtelijke ontwikkeling (RvR) en 02.02 Agrofood (glastuinbouw)
    • 03.04 GOB (Groen Ontwikkelfonds Brabant)
    • 04.02 Economisch programma (bedrijventerreinen/campussen)
    • 05.03 Infrastructuur/Provinciale wegen
    • 06.01 Cultuur en samenleving (erfgoed)

BBV en Risicomanagement grondportefeuille Ontwikkelbedrijf

Als gevolg van aanpassingen in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) dient er een metho­diek te worden vastgesteld voor de te hanteren rente- en disconteringsvoet in exploita­tie­plan­nen, als volgt: de te hanteren rente- en disconteringsvoet wordt gebaseerd op marktconforme rente voor de financiering van het betreffende plan (projectfinanciering); de marktconformiteit wordt vervolgens bepaald op basis van (fict­ieve) offertestelling bij een voor de overheid gangbare externe financier.

Jaarlijks worden alle grondexploitaties geactualiseerd. Hierbij wordt conform richtlijnen prudent te werk gegaan, wat betekent dat verliezen worden genomen zodra ze worden voorzien en winst pas wordt genomen als deze daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt op basis van risicoanalyse een risicoreservering/voorziening opgenomen of bijgesteld.

Kortheidshalve wordt voor de opbouw van de boekwaarde verwezen naar het meerjarenperspectief van het Ontwikkelbedrijf.

Stand van de reserve en voorziening

Risicoreserve ontwikkelbedrijf

Programmabegroting Thema   Saldo 1-1-2018 Mutatie 2018 Saldo 31-12-2018
02 Ruimte Bedrijventerreinen projecten 8.000.000 -500.000 7.500.000
    deelneming kapitaalinbreng 6.488.160 0 6.488.160
    deelneming lening 12.000 -12.000 0
  Glastuinbouw deelneming, geldlening 7.282.408 148.714 7.431.122
  Grote erfgoedcomplexen projecten 1.363.400 -7.000 1.356.400
    geldleningen 2.576.015 1.475.917 4.051.932
  Kenniseconomie deelneming 0 110.000 110.000
  Werklocaties garantstelling 0 60.000 60.000
    geldlening 0   2.500.000
  Cultuur garantstelling     300.000
  Economisch vestigingsklimaat geldlening 155.000 0 155.000
  Regionaal sociaal beleid geldlening 453.500 -106.625 346.875
  Overig voorbereiding 0 1.321.362 1.321.362
Subtotaal afgedekt     26.330.483 2.490.368 31.620.851
Subtotaal resterende ruimte voor risicoafdekking     10.008.041   14.009.418
Totaal     36.338.525   45.630.269

Voorzieningen ontwikkelbedrijf

Programmabegroting Thema   Saldo 1-1-2018 Mutatie 2018 Saldo 31-12-2018
02 Ruimte Glastuinbouw garantstelling 16.471.514 0 16.471.514
    lening 3.340.000 540.000 3.880.000
  Grote erfgoedcomplexen projecten 5.930.000 -3.800.000 2.130.000
  Economisch vestigingsklimaat lening 510.000 690.000 1.200.000
  Kenniseconomie deelneming: kapitaalinbreng 3.897.915 -2.574.196 1.323.719
Totaal     30.149.429 -5.144.196 25.005.233

Egalisatiereserve ontwikkelbedrijf

Programmabegroting Thema   Saldo 1-1-2017 Mutatie 2017 Saldo 31-12-2017
02 Ruimte Diverse projecten 31.640 58.447 90.088
Totaal     31.640 58.447 90.088

Woningbouwstimuleringsmaatregelen

Een specifieke taak voor het ontwikkelbedrijf is het uitvoering geven aan de stimuleringsmaatregelen woningbouw die 2009 zijn vastgesteld. De resterende lopende maatregelen (Investeringsfondsen en Startersleningen) zijn in 2018 verder afgebouwd. Startersleningen en de Investeringsfondsen zullen in 2019 verder worden afgebouwd. Een meer gedetailleerd inzicht in de voortgang van de afbouw van het totale pakket aan maatregelen is opgenomen in het eerder genoemde Meerjarenperspectief van het Ontwikkelbedrijf.

Financiën

Voor de uitvoering van de maatregelen is in 2009 door Provinciale Staten een revolverend investeringskrediet vastgesteld van € 250 mln met een reserve van € 45 mln voor afdekking van de risico’s. Alle regelingen zijn gesloten, waardoor er geen nieuwe investeringen worden gedaan.

Investeringskrediet

De hoogte van het uitstaande investeringskrediet bedraagt ultimo 2018 € 14,6 mln. In 2019 zullen de investeringsfondsen naar verwachting geheel zijn afgebouwd en bestaat het resterende krediet alleen uit het saldo van de uitstaande Startersleningen.

Risicoreserve woningbouwstimulering

In 2018 is voor de beheersvergoeding van de startersleningen € 0,06 mln onttrokken aan de risicoreserve. Voor de investeringsfondsen is € 0,135 mln gestort in de risicoreserve i.v.m. herwaardering van het investeringsfonds de Hoven. Daarnaast is   € 0,9 mln. Onttrokken uit de risicoreserve woningbouwstimulering en gestort in de risicoreserve van het Ontwikkelbedrijf. De stand van de reserve per ultimo 2018 € 3,8 miljoen.

Op basis van de jaarrekeningen van de investeringsfondsen is geconstateerd dat er geen risicoafdekking meer nodig is en daarmee de risicoreserve Woningbouwstimulering kan worden opgeheven. Een deel van de risicoreserve zal worden ingezet voor de beheersvergoeding Startersleningen. Het resterende deel zal worden toegevoegd aan de risicoreserve van het Ontwikkelbedrijf.

Meerjarenperspectief Ontwikkelbedrijf

Voor een meer gedetailleerd inzicht in de activiteiten en resultaten van het ontwikkelbedrijf zie hiervoor de separate bijlage bij de begroting ‘Meerjarenperspectief Ontwikkelbedrijf’.

8. Investeringsagenda

Algemeen beeld van de paragraaf

De Investeringsagenda richt zich op het duurzaam versterken van de structuur van onze provincie op een aantal onderscheidende kwaliteiten. We concentreren ons daarbij op het bijzondere leef- en vestigingsklimaat van Brabant vanuit de opvatting dat dit past bij het nieuwe profiel en de ambities van onze provincie.

Voor de Investeringsagenda is in totaal een bedrag van maximaal € 1 miljard gereserveerd uit de middelen die beschikbaar zijn gekomen bij de verkoop van de aandelen Essent. Dit bedrag is op dit moment nog niet geheel beschikbaar. De komende jaren wordt door rentetoevoegingen dit bedrag bereikt.

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

De Investeringsagenda is ingevuld via drie tranches:

  • de eerste tranche bestaat uit 5 investeringsvoorstellen voor een bedrag van oorspronkelijk € 278,9 mln;
  • in de tweede tranche zijn het Groen Ontwikkelfonds Brabant, het Innovatiefonds, het Energiefonds en het Breedbandfonds ingesteld tot een totaal bedrag van € 475 mln (PS 42/13);
  • in het Bestuursakkoord 2015 – 2019 ‘Brabant in Beweging’ is ook de derde tranche benoemd tot een bedrag van € 293 mln, waarvan €35 mln gedekt wordt door ambitiebijstellingen 1e tranche en een revolverende inzet economische structuurversterking.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

Voor de inhoudelijke toelichting op de realisatie van de onderscheidene investeringsvoorstellen verwijzen wij naar de desbetreffende productgroepen.

1e tranche

In de 1e tranche Investeringsagenda zijn vijf voorstellen gehonoreerd. Deze voorstellen zijn ondergebracht binnen het begrotingsprogramma waar ze inhoudelijk de grootste relatie mee hebben c.q. aan de doelstellingen waarvan ze het meest bijdragen.

Het betreft de volgende investeringsvoorstellen:

a.     Energietransitie (04.04)

Een kans voor innovatie en duurzaamheid. Hiervoor is door PS € 71,2 mln (PS 59/10) beschikbaar gesteld. De provincie investeert in drie clusters (solar, biobased economy en elektrisch rijden/slimme netwerken) om hier een internationale concurrentiepositie te verkrijgen. De beschikbare middelen zijn volledig gealloceerd en t/m 2017 bijna volledig gerealiseerd.

b.     Landschappen van allure (03.03)

Mooie, groene landschappen. Met het investeringsproject 'Landschappen van allure' wil de provincie - samen met regionale partijen - drie gebieden (de Brabantse Wal, Het Groene Woud en de Maashorst ) ontwikkelen tot hoogwaardige landschappen. PS hebben hiervoor € 56,2 mln (PS 79/10) ) beschikbaar gesteld. De beschikbare middelen zijn volledig gealloceerd en t/m 2017 bijna volledig gerealiseerd. Eventuele restantmiddelen zijn gereserveerd voor de projecten Bossche Buitens en Van A naar Beter.

c.     Brabant C (06.01)

Het Brabant C Fonds versterkt en vergroot het kunst- en cultuuraanbod van Brabant. Provinciale Staten hebben hiervoor een bedrag van € 25 mln beschikbaar gesteld/gereserveerd (PS 33/14). De beschikbare middelen zijn nagenoeg volledig aan Brabant C beschikbaar gesteld. Bij de perspectiefnota 2018 is aanvullend een bedrag van € 9 mln beschikbaar gesteld. De aanvullende middelen zijn niet beschikbaar gesteld uit en daarmee geen onderdeel van de Investeringsagenda.

d.     Sportplan 2017 (06.04)

Sport draagt bij aan een bruisend leef- en vestigingsklimaat. PS hebben € 40 mln beschikbaar gesteld om de sportinfrastructuur te versterken (PS 77/10). We streven naar meer naam en faam als (top)sportprovincie, het vergroten van de economische spin-off van sport en meer kans om te gaan sporten voor Brabanders met een beperking, ouderen en de Brabantse jeugd (participatie). De beschikbare middelen zijn volledig gealloceerd. In 2017 is een bedrag van € 1,94 mln gerealiseerd.

e.     Grote erfgoedcomplexen (06.01)

Het op ambitieuze en ondernemende wijze samenwerken met partners aan het behoud van Brabantse erfgoedcomplexen. Het accent ligt op kloosters, kastelen, militaire complexen en industrieel erfgoed. (UA 42). PS hebben hiervoor een bedrag van € 61,5 mln beschikbaar gesteld, waarvan € 2,5 mln voor apparaatskosten (PS 78/10). Bij het bestuursakkoord 2016 – 2019 is de ambitie met € 20 mln bijgesteld, zodat € 39 mln beschikbaar is. In 2018 is € 5,66 mln gerealiseerd. Een bedrag van € 11,8 mln is gereserveerd voor projecten die in voorbereiding zijn. Zodra definitieve besluitvorming over deze projecten heeft plaatsgevonden, zullen de middelen bij een volgend P&C-moment op de begroting geraamd worden.

2e tranche

In de 2e tranche zijn vier fondsen ingesteld. Deze fondsen zijn in 2017 geëvalueerd. Daaruit blijkt dat de fondsen bijdragen aan de uitvoering van het bestuursakkoord en voorzien in een maatschappelijke behoefte. De invoering en de uitvoering van de fondsen is effectief.

De fondsen zijn ondergebracht in het begrotingsprogramma waaraan zij het meeste bijdragen

f.      Groen Ontwikkelfonds Brabant (03.04)

Om de volledige EHS en daaraan gekoppelde ecologische verbindingszones te realiseren is op 1 mei 2014 het GOB opgericht. De omvang van het fonds bedraagt € 240 mln en de looptijd is 15 jaar. De middelen zijn volledig gealloceerd.

g.     Innovatiefonds Brabant (04.01)

Om innovaties en technologische groei te versterken participeert het fonds in innovatieve MKB-bedrijven en consortia van bedrijven en kennisinstellingen. De omvang van het fonds bedraagt € 125 mln en de looptijd is 24 jaar. Het fonds is sinds 2014 operationeel en ondergebracht bij de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM). De middelen zijn volledig gecommitteerd in de vorm van leningen en daarmee gealloceerd.

h.     Energiefonds Brabant (04.01)

Het fonds heeft als doel om energiebesparing en opwekking van duurzame energie aan te jagen en te versnellen door bij te dragen aan financiering van bewezen duurzame energietechnieken. De omvang van het fonds bedraagt € 60 mln en de looptijd is 24 jaar. Het fonds is sinds 2014 operationeel en ondergebracht bij de BOM. De middelen zijn volledig gecommitteerd in de vorm van leningen en daarmee gealloceerd.

i.      Breedbandfonds Brabant (04.01)

Middels Statenvoorstel 30/18 hebben PS d.d. 29/6/2018 ingestemd om het Breedbandfonds Brabant te beëindigen en de vrijvallende middelen uit het Breedbandfonds ad € 45,1 mln. te oormerken voor een Investeringsagenda
Digitalisering. Hiervan is € 4 mln op de begroting geraamd voor uitvoeringskosten de komende jaren en voor het realiseren van kleine projecten. € 41 mln is geoormerkt ten behoeve van toekomstige financieringsvragen die bijdragen aan de digitalisering van Brabant, conform de verkenning ‘Brabant digitaliseert’.
Vanuit het Breedbandfonds is nog € 3,91 mln aan leningen verstrekt. Zodra deze afgelost zijn, kunnen de middelen opnieuw ingezet worden.

3e tranche

In het bestuursakkoord Beweging in Brabant zijn in de 3e tranche middelen gelabeld voor de onderwerpen/thema’s: transitie agrofood, energietransitie, energieneutrale woningen, ecologische structuurversterking, deltaprogramma, economische structuurversterking en cultuur en leefbaarheid.

j.      Transitie Agrofood (02.02)

De beschikbare middelen zijn volledig gealloceerd op basis van het Uitvoeringsprogramma Agrofood en het aangenomen besluit op 7 juli 2017 ‘Versnelling transitie veehouderij (incl. Stalderingsloket)’. Op basis van het Uitvoeringsprogramma Agrofood en het aangenomen besluit ‘Versnelling transitie veehouderij (incl. Stalderingsloket)’ waren de beschikbare middelen volledig gealloceerd.

In 2018 is een bedrag van € 5,27 mln gerealiseerd. Er resteert nog een bedrag van € 1,15 mln dat nog niet op de begroting is geraamd. Deze middelen zijn gereserveerd voor POP3 (toekomstbedrijven) en project Translab.

k.     Energietransitie en Energieneutrale woningen (04.04)

In 2018 is een bedrag van ruim € 4 mln gerealiseerd. Bij besluitvorming over de Energieagenda 2019 – 2030 (PS 86/18) is het restant bedrag van ruim € 11 mln dat nog niet op de begroting geraamd is, gereserveerd voor de uitvoering van de Energieagenda.

l.      Ecologische structuurversterking

In 2018 is een bedrag van ruim € 6,5 mln gerealiseerd. De € 7 mln is in de uitwerking van de bestuursopdracht Connecting Delta bestemd voor ecologische structuurversterking in de Zuidwestelijke Delta. Bij de 2e begrotingswijziging 2019 wordt voorgesteld deze € 7 mln overeenkomstig de oorspronkelijke doelstelling gereserveerd te houden voor het deelprogramma Biodiversiteit & Leefgebieden.

m.    Deltaprogramma

De beschikbare middelen zijn volledig gealloceerd.

n.     Economische structuurversterking

Van de beschikbare middelen is ongeveer € 132 mln gealloceerd. De gealloceerde middelen zijn inclusief diverse risicoafdekkingen van ruim € 14 mln (€ 6 mln t.b.v. de MKB+ faciliteit, € 2 mln t.b.v. HTSM, € 1,66 mln t.b.v. One Logistics en € 4,66 mln t.b.v. Nationale plan Photon Delta). De projectvoorstellen m.b.t. Agrifood Innovation-aanpak om aanspraak te kunnen maken op het restant bedrag (ad € 18 mln) hebben nog niet het gewenste niveau van uitwerking. Het proces om te komen tot meer uitgewerkte/concretere voorstellen is in volle gang. Momenteel vinden nadere verkenningen plaats hoe we gezamenlijk met onze partners tot goede proposities kunnen komen (zie Statenmededeling Stand van zaken Uitvoering programmalijn Smart cross-over agrofood hightech).

o.     Cultuur en leefbaarheid

In 2018 is ruim € 5,5 mln gerealiseerd. Alle beschikbare, nog niet gerealiseerde middelen zijn op de begroting geraamd.

 

In de navolgende tabel wordt voor ieder investeringsvoorstel aangegeven wat het oorspronkelijk vastgestelde krediet is, welke aanpassingen daar in de loop van de tijd op zijn geweest, hoeveel daarvan tot het voorgaande begrotingsjaar gerealiseerd is en wat er voor de komende jaren gepland is. Op deze wijze bieden wij via deze paragraaf inzicht en overzicht in het verloop van de investeringsagenda als geheel.

Financieel meerjarenoverzicht van de investeringsvoorstellen uit de drie tranches van de investeringsagenda (besluiten zijn meegenomen tot en met 1 maart 2019)

1) Exclusief Clean Tech fonds, deze is in 2013 betaald uit de algemene middelen. Restant € 9,4 miljoen is gealloceerd voor afdekking lening aan Biobasedfonds bij de BOM.
2) Restant van € 870.000 is gealloceerd voor dekking van leningen en garantstellingen.
3) Het gedeelte dat nog niet is opgenomen in realisatie en raming is geïnvesteerd in grond en dus gealloceerd totdat de grond wordt verkocht of ingezet als ruilgrond.
4) Bedragen zijn volledig gecommitteerd in de vorm van leningen aan de desbetreffende fondsen daarmee dus ook gealloceerd. De bedragen die in de realisatie en ramingen zijn opgenomen hebben betrekking op de verliesvoorziening en dekking van de fondsmanagementkosten. In geval van Innovatiefonds is er een positief beleggingsresultaat gehaald in 2015 dat in 2016 is verantwoord.
5) N.a.v. GS-besluit 5-2-2019 wordt 5 mln vanuit de risicoreserve (terug) gestort in de reserve Deltaprogramma. Deze zijn nog niet geraamd, maar wel gealloceerd.

6) Het risico dat de revolverende inzet van minimaal € 20 mln (van de € 150 mln. economische structuurversterking) niet gerealiseerd wordt, is afgedekt door de maximaal beschikbare middelen voor apparaatskosten 2e tranche met € 20 mln te verlagen tot € 4ml.

Investeringsvoorstel Oorspronkelijk Max. Realisatie Realisatie Raming Gealloceerd, nog Nog niet
Bedragen x € 1 mln. bedrag beschikbaar t/m 2017 2018 2019 e.v. niet geraamd gealloceerd
Energietransitie 1) € 71,20 € 59,20 € 48,70 € 0,29 € 0,82 € 9,35 € 0,04
Landschappen van allure 2) € 56,15 € 53,90 € 52,83 € 0,05 € 0,03 € 0,99 -
Brabant C / BCH € 50,00 € 35,00 € 34,72 - - € 0,28
Sportplan 2016 € 40,00 € 38,40 € 33,47 € 1,94 € 2,70 € 0,30 -
Grote erfgoedcomplexen € 61,50 € 39,00 € 17,16 € 5,66 € 4,38 € 11,80 -
Apparaatskosten 1e tranche - € 7,44 € 7,44 - - -
Totaal 1e tranche € 278,85 € 232,94 € 194,32 € 7,94 € 7,93 € 22,44 € 0,32
Groen Ontwikkelfonds Brabant 3) € 240,00 € 235,00 € 152,22 € 0,19 € 1,65 € 80,94 -
Innovatiefonds Brabant 4) € 125,00 € 150,70 € 2,57 € 2,73 - € 145,40 -
Energiefonds Brabant 4) € 60,00 € 60,00 € 2,66 € 0,44 - € 56,90 -
Breedbandfonds Brabant / agenda digitalisering 3) € 50,00 € 50,00 € 1,09 - € 0,08 € 4,00 € 44,99 -
Apparaatskosten 2e tranche 6) € 19,00 € 4,00 € 0,96 € 0,24 € 0,96 € 1,20 € 0,64
Totaal 2e tranche € 494,00 € 499,70 € 159,50 € 3,52 € 6,61 € 329,43 € 0,64
Transitie agrofood € 15,00 € 14,40 € 4,12 € 5,27 € 3,85 € 1,15 -
Energietransitie € 20,00 € 19,20 € 5,48 € 3,41 € 4,03 € 4,17 € 2,11
Energieneutrale woningen € 8,00 € 7,70 € 0,08 € 0,94 € 2,25 € 0,04 € 4,39
Ecologische structuurversterking € 50,00 € 48,00 € 0,48 € 6,52 € 34,00 € 7,00 -
Deltaprogramma 5) € 30,00 € 28,80 € 28,80 - - -
Economische structuurversterking 6) € 150,00 € 144,00 € 78,88 € 11,74 € 16,11 € 18,46 € 18,81
Cultuur en leefbaarheid € 20,00 € 19,20 € 3,43 € 5,55 € 10,17 - € 0,07 € 0,13
Apparaatskosten 3e tranche - € 11,70 € 5,85 € 2,93 € 2,93 - -
Totaal 3e tranche € 293,00 € 293,00 € 127,12 € 36,36 € 73,34 € 30,75 € 25,43

9. Europese programma's

Hebben we bereikt wat we wilden bereiken?

Wij willen optimaal en op een strategische manier gebruik blijven maken van de kansen die Europa ons biedt om provinciale beleidsdoelen te bereiken. De Europese Commissie stelt voor de programmaperiode 2014 - 2020 miljarden aan Europese middelen beschikbaar om de doelstellingen die staan beschreven in de Europa 2020 strategie te verwezenlijken.

De doelstellingen zoals aangegeven in o.m. het Economisch Programma Brabant 2020, het nieuwe bestuursakkoord “Brabant in beweging” en de Smart Specialisation Strategy (RIS3) sluiten perfect aan bij de doelstellingen uit de Europa 2020 strategie (slimme, duurzame en inclusieve groei) en biedt kansen om met behulp van de Europese cofinanciering de Brabantse doelstellingen te verwezenlijken.

Het zogenoemde multiplier effect van elke geïnvesteerde euro maken de Europese middelen tot belangrijke impulsgelden voor de provincie. De Europese middelen zijn een katalysator bij het stimuleren van vooral het bedrijfsleven en Triple Helix partners om te innoveren en innovatiekracht te verbinden met belangrijke en actuele maatschappelijke opgaven.

Om optimaal gebruik te maken van de kansen die Europa biedt zet de provincie Noord-Brabant zich voor de lopende zeven jaar sterk in op:

1) Subsidie instrumenten
      a. Majeure Europese programma’s
      b. Uitbreiding andere Europese financieringsbronnen
2) Bancaire instrumenten
3) Beleidsinstrumenten

Ad ) 1a Majeure Europese programma’s

De provincie Noord-Brabant is betrokken bij de volgende Europese majeure programma’s: als management Autoriteit van OPZuid, gemandateerd management Autoriteit voor POP3 en strategisch partner voor Interreg spelen wij gedurende de gehele programmaperiode 2014-2020 een belangrijke rol bij het beheer, de vormgeving, uitvoering en lancering van de verschillende Europese programma’s.

Dit gebeurt in goede afstemming met de interne en externe partners. De geplande openstellingen als de uitputting van de verschillende programma’s lopen op schema. In de tabel met beleidsprestaties is dit verder uitgewerkt.

• OPZuid
Europa stelt € 114 miljoen beschikbaar voor het OPZuid programma. Dit is een gezamenlijk programma voor de drie zuidelijke provincies. Binnen het OPZuid richten we ons op verbetering van het regionale concurrentievermogen en de werkgelegenheid door middel van de speerpunten innovatiebevorderingen op basis van de “Smart Specialisation Strategy” RIS3 en de overgang naar een koolstofarme economie.

• Interreg
Interreg zet in op “grensvervaging” en bevordering van samenwerking tussen regionale gebieden in verschillende landen. Interreg A is gericht op grensoverschrijdende samenwerking met België, Duitsland, Frankrijk en Engeland en verwacht wordt € 40 miljoen voor de vier Interreg A-programma’s te genereren. De nadruk ligt hierbij op de thema’s innovatie, duurzaamheid en grensoverschrijdend arbeidsmarktbeleid. De Interreg-programma’s zijn een belangrijk instrument bij de verwezenlijking van de internationale ambities van Brabant, zoals o.a. die zijn verwoord in het Internationaliserings Plan Brabant (IPB).

• Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3)
Vanuit Europa is er voor het POP3 een bedrag van € 55,74 miljoen beschikbaar voor de provincie Noord-Brabant. Dit programma richt zich op verduurzaming en innovatie van de landbouw en de daarmee verbonden thema’s zoals transitie agrofood, water, natuur, milieu en plattelandsontwikkeling. Innovatie vormt hier een rode draad in POP3, en wel vanuit de landbouw met slimme cross-overs naar andere sterke sectoren (de zogenaamde RIS3-strategie) en samenhangende beleidsthema’s. Bovendien richten we ons bij de POP3-openstellingen op projecten die leiden tot daadwerkelijke transitie van de agrarische sector. Met deze elementen wordt aangesloten op de thema’s van het nieuwe bestuursakkoord: Brabant Innoveert, Brabant Vergroent en Brabant Verduurzaamt.

Ad) 1b Uitbreiding andere Europese financieringsbronnen

Naast de majeure programma’s waarin de provincie een duidelijk rol heeft toebedeeld is er proactief gezocht en ingezet op andere Europese programma’s en fondsen.

• Horizon 2020
In de houtskoolschets Zuid-Nederland spreken de drie provincies zich nadrukkelijk uit voor een gemeenschappelijke inzet op Horizon 2020. Ook vanuit het IPO wordt geopperd om een verkenning uit te voeren naar de synergie tussen EFRO en Horizon. In de loop van 2019 zal dit verder handen en voeten worden gegeven.

Ad) 2 Bancaire instrumenten

• Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI)
Het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI) is de kern van het investeringsplan van de commissie Juncker, om een investeringsimpuls van € 500 miljard te genereren in de Europese lidstaten. Het is de inzet van de Nederlandse provincies om, samen met partners, te komen tot projecten waarbij EFSI-middelen kunnen worden ingezet.

Mede op basis van een ex ante kapitaalmarktonderzoek (waarin Brabant heeft bekeken hoe het EFSI hulp kan bieden aan Brabantse MKB bedrijven), heeft PS in september 2017 besloten in te zetten op de inrichting van een Brabantse MKB-plus faciliteit.

Met deze faciliteit krijgen snelgroeiende kleine en middelgrote ondernemingen toegang tot kapitaal (equity) en vreemd vermogen (debt) om zo een schaalsprong (scale up) te kunnen maken. Hierdoor wordt financiering mogelijk gemaakt van bijvoorbeeld nieuwe fabrieken, die bijdragen aan grootschalige marktintroductie van technologie gedreven innovatieve producten.

In 2017 en 2018 hebben met het Europees Investeringsfonds (EIF) en het Nederlands Investeringsagentschap (NIA)/Invest-NL (in opbouw) nadere besprekingen plaatsgevonden over de aansluiting van Brabant - als eerste provincie - bij het nationale Groei- co-investeringsprogramma. Deze aansluiting is formeel per eind augustus 2018 gerealiseerd in de vorm van de Brabantse mkb-plusfaciliteit. Hiermee kunnen Brabant, EIF en Invest-NL (in opbouw) durfkapitaal (equity) verstrekken aan Brabantse scale ups.

Ook hebben in 2017 en 2018 verkenningen met de Europese Investeringsbank (EIB) en het NIA/Invest-NL (in opbouw) plaatsgevonden ten aanzien van de leningen kant van de faciliteit (debt). Dit heeft ertoe geleid dat de provincie nu samen met Invest-NL (in opbouw) een opzet aan het uitwerken is. Doelstelling is om hiervoor in 1e of 2e kwartaal 2019 een overeenkomst te hebben getekend.

Mijlpaal 2018: sinds eind augustus 2018 is de aandelenkant van de mkb-plusfaciliteit in de lucht. Rijk, EIFB en Brabant kunnen sindsdien durfkapitaal (equity) verstrekken aan Brabantse midden en kleinbedrijven die willen groeien en opschalen.

Ad) 3 Beleidsinstrumenten

• Vanguard initiatief
Het Vanguard initiatief is een initiatief waarin ruim 30 Europese regio’s samenwerken. Het initiatief is gericht op een “slimme” revival van de Europese maakindustrie (Smart Industries). Brabant participeert actief in dit Europese Samenwerkingsproject, gezien het grote belang van de Smart Industrie-agenda in onze regio. Brabant werkt hierbij nauw samen met een aantal andere provincies waaronder Gelderland, Overijssel, Limburg en Zeeland, het rijk en regio’s in Europa (waaronder: Vlaanderen en Baden Württemberg). Concreet is het initiatief bericht op:
a. Beleidsbeïnvloeding in Brussel, zodanig dat binnen en/of naast bestaande Europese fondsen, maar ook in regelgeving, hoge prioriteit wordt gegeven aan baanbrekende projecten op het gebied van Smart Industries, vooral ook na 2020. Resultaat is concrete ondersteuning in 2018 vanuit de EC voor projecten waarin Brabant betrokken is.
b. Kennisdeling en samenwerking op het gebied van Smart-Industries met andere regio’s (“brengen en halen”). Het is voor het Brabants bedrijfsleven wezenlijk om goed aangesloten te zijn op ontwikkelingen in andere, toonaangevende regio’s binnen Europa, op het gebied van Smart Industries. Er zijn concrete samenwerkingsprojecten met Vlaanderen, Baden Württemberg en Lombardije opgestart.

Mijlpaal 2018:
Bij de presentatie van de EU-conceptverordeningen hebben we als Noord-Brabant kunnen oogsten van het intensieve Vanguard Lobby-traject. In de nieuwe Interreg verordening wordt een luik voorgesteld waarbij ondernemers door heel Europa met elkaar kunnen samenwerken.

• Monitoring Europese programma’s
Jaarlijks monitort Stimulus Programmamanagement van de provincie Noord-Brabant - in samenwerking met ERAC - de verlening van Europese subsidies aan projecten met begunstigden die zijn gevestigd in Zuid-Nederland. Deze gegevens worden ieder half jaar geactualiseerd en laten zien dat vanaf het begin van de huidige programmaperiode 2014-2020 voor 2.550 projecten Europese subsidie is toegekend aan ontvanger in Brabant.

Mijlpaal 2018: De totale verleende subsidie aan deze projecten bedraagt €512.816.399 in Brabant. De totale investering uit deze projecten bedraagt (minimaal) 1 miljard euro. Uit deze investeringen mag 11.966 fte werkgelegenheid worden verwacht in Brabant.

• Nieuwe programmaperiode 2020-2027
In de aanloop naar de volgende programmaperiode staan de provincies aan de lat om samen met de steden, triple helix organisaties, kennisinstellingen en overige stakeholders te komen tot een integrale strategie op landsdelig niveau, uitmondend in een doorontwikkelde RIS 3.
Als eerste product is hiervoor een houtskoolschets gerealiseerd op landsdelig niveau. Hierin beschrijven de drie Zuidelijke provincies de ambities voor de nieuwe programmaperiode. Tevens is hierin een eerste verkenning gemaakt van de relevante maatschappelijke opgaven en transities. In 2019 zullen we met behulp van Entrepreneurial Discovery het innovatiepotentieel van bedrijven en kennisinstellingen in kaart brengen. Dit vormt de basis van onze doorontwikkelde RIS3 strategie.

Mijlpaal 2018:
Vastgestelde houtskoolschets in de GS-en van Zeeland, Limburg en Noord-Brabant. De drie provincies werken nu verder aan de doorontwikkeling van de RIS3 strategie.

Wat hebben we daarvoor gedaan?

  • Er is optimaal (100%) gebruik gemaakt van de Europese middelen uit de huidige Europese programma’s 2007-2013 (majeure programma’s, OPZuid, Interreg en POP3) 
  • Voor de majeure programma’s zijn de openstellingen in 2018 conform planning geweest in 2018. De openstellingen zijn afgestemd met de partners en sluiten aan bij de doelstellingen van de Agenda van Brabant en de RIS3; 
  • De provinciale cofinanciering is middels de Comply or Explain gedachte gematcht aan de Europese middelen;
  • De monitoringsrapportage “periodieke inventarisatie Europese Euro’s” is geactualiseerd tot peildatum 1 oktober;
  • Op basis van bovenstaande inventarisatie is een analyse gemaakt waar de “kansen voor Europese financieringsinstrumenten” voor Brabant liggen. De uitkomsten zijn gepresenteerd aan de interne en externe partners;
  • Op basis van de uitkomsten van een ex-ante kapitaalmarktonderzoek is besloten om met het Rijk en EIB/EIF een faciliteit in te richten ten behoeve van kleine en middelgrote snelgroeiende ondernemingen (‘scale-up`s’);
  • In de aanloop naar de nieuwe Europese programmaperiode 2020 - 2027 heeft Brabant de lead om met haar partners te komen tot een integrale strategie op landsdelig niveau, uitmondend in een doorontwikkelde RIS 3.

Wat heeft het gekost?

De Operationele programma’s voor OP Zuid-Nederland (OP Zuid), Plattelands ontwikkelingsprogramma (POP3) en Interreg met hun doelstellingen dragen volledig bij aan de “het bestuursakkoord” met de daaronder vallende programma’s, waarbij het zwaartepunt op economie, landbouw en ecologie ligt.

Het Europese beleid kent een cyclus van zeven jaar. De huidige programmaperiode loopt van 2014 tot en met 2020. De beschikbare EU-middelen zijn bekend inclusief de percentages waarin ze als cofinanciering kunnen bijdragen aan ons provinciaal beleid en de verwachte kosten die zijn gemoeid voor de uitvoering van de programma’s (zoals de afhandeling van de aanvragen en de monitoring). Bij de match van de provinciale cofinanciering aan de Europese middelen wordt het principe van comply-or-explain toegepast.

Programma's Financiële inzet Europese programma's Bijgestelde ambitie inzet Europese programma's Aanwezige Dekking Uitgaven t/m 2018 Resteert
Bedragen x € 1 mln. 2014-2020 2014-2020 dekking toekomstige jaren
OP Zuid 27 27 32 2 29 5
POP3 30 35 42 16 26
Interreg A 34 25 25 9 16
Uitvoering 12 16 12 2 6 8
103 103 111 4 60 55

10. Burgerjaarverslag

Inleiding

In het Burgerjaarverslag rapporteren wij over de kwaliteit van:

a. de provinciale dienstverlening;
b. de procedures op het vlak van burgerparticipatie.

Als referentiekader wordt hiervoor het dienstverleningshandvest van de provincie gehanteerd.

Relatiebeheer

Bestuur

Voor de beleidsthema’s mobiliteit en ruimte worden elk halfjaar regionale ontwikkeldagen gehouden. Bestuurders van gemeenten, provincie, waterschappen en Rijkswaterstaat werken dan samen aan de strategische opgaven voor mobiliteit en ruimte. Dit is een voorbeeld hoe we als 1-overheid samenwerken om maatschappelijke problemen aan te pakken. Deze werkwijze sluit aan bij de Brabantse omgevingsvisie en de bedoeling van de aanstaande Omgevingswet.
Regionaal accountmanagers zijn de verbindende schakel van de provincie met de regio en de gemeenten. Ze adviseren met als doel een sterke samenwerking in de regio, gericht op realisatie van de ambities van Brabant, de regio en gemeenten. Daarvoor verdiepen, verstevigen en beheren we actief langdurige en waarde creërende relaties en samenwerking tussen partners en provincie voor de realisatie van gemeentelijke, regionale en provinciale opgaven.
Het directieteam van de provincie wil bijdragen aan een goede samenwerking met de regio. De directeuren hebben zich daarom ieder verbonden aan een van de vier regio’s. Samen met de regionaal accountmanagers sluiten ze aan bij bestuurlijke overleggen. Marcel van Bijnen heeft als algemeen directeur een ontmoeting voor alle gemeentesecretarissen georganiseerd. Die vond plaats op 14 november 2018.

Natuur, Water en Milieu

In het kader van het Convenant Bodem en Ondergrond doet de provincie onderzoek naar bodemverontreinigingen op locaties waar in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden zoals een chemische wasserij. Zo ook in het centrum van Etten-Leur. Daar bleek in het begin van de jaren tachtig een bodemverontreiniging te zijn ontstaan met oplosmiddelen die gebruikt werden in een chemische wasserij.
De gemeente en de eigenaar van het perceel waren niet op de hoogte van de aanwezige verontreiniging in de grond en het grondwater. Halverwege de jaren 80 zijn er vier woningen gerealiseerd op de plek van de bodemverontreiniging. Uit onderzoek bleek de bodemverontreiniging de binnenlucht van een van de woningen te beïnvloeden. De verontreiniging moest dus aangepakt worden.
De provincie stond in dit geval aan de lat voor de aanpak. Ze kan dat niet alleen en heeft de medewerking van de grondeigenaar, de bewoners, de omgeving en de gemeente nodig.
Het was al snel duidelijk dat de er veel gegraven moest gaan worden, ook in de woning, en dat de sanering dus ingrijpend zal zijn op het dagelijkse leven van de bewoners en de omgeving.
Samen met de bewoners, de GGD en de Gemeente wordt er gezocht naar de beste situatie voor de bewoners. De bewoners besloten om tijdelijk te verhuizen. De Gemeente regelde een andere woning en de Provincie de verhuizing. Er zijn ook een tweetal bedrijven die (veel) last hebben ondervonden van de saneringswerkzaamheden. Voor één bedrijf is het achter terrein onbereikbaar geworden. Het buurbedrijf en de eigenaar van de panden bieden een helpende hand om een werkbare situatie voor iedereen te creëren.
Er worden meerdere bewonersavonden georganiseerd om de omwonenden op de hoogte te brengen van de bodemverontreiniging en de voorgenomen aanpak. In overleg met vertegenwoordiging van de buurt worden de benodigde afsluitingen van straten bepaald, de rijroute van het benodigde vrachtverkeer en de ontheffingen voor parkeren, omdat er tijdelijk een aantal parkeerplaatsen verdwijnen.
Door de inspanningen, input en medewerking van alle betrokkenen verloopt de sanering vlot. Na een periode van een aantal maanden zijn de bewoners terug naar hun huis gekeerd.

Economie
Vanuit Internationalisering zijn afspraken gemaakt met de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij over handelsmissie. Doelgroep, Brabantse MKB bedrijven op het gebied van Agrofood, High Tech, Life Tech, Medische Technologie en Automotive. Met de Duitse regio’s Saksen, Niedersachsen en Thüringen zijn nauwere bestuurlijke relaties aangeknoopt.
De relaties met de kennisinstellingen in Brabant zijn geformaliseerd in de Brabant Innovatie Dagen die jaarlijks georganiseerd worden in Japan, Israël en de Verenigde Staten.

Mobiliteit
In het licht van de bestuurlijke vernieuwing werken we sinds 2017 met ontwikkeldagen. Daarin werken nauw samen met de gemeenten aan de programmering van mobiliteitsprojecten. De oplossingsrichting benaderen we gebiedsgericht en multimodaal en we hebben daarbij niet alleen oog voor het mobiliteitsvraagstuk.
Er is een samenwerkingsverband met de B5-steden via het programma BrabantStad. In 2018 hebben we een gezamenlijk agenda voor de ontwikkeling van slimme en duurzame mobiliteit in Brabant opgesteld. De komende jaren geven we uitvoering aan de afspraken.

Provincie Huis
In ons Huis voor Brabant ontvangen we - naast de vele bezoekers voor evenementen, vergaderingen en rondleidingen - ook individuele bezoekers. In 2018 bedraagt het aantal individuele gasten die wij ontvingen aan de koffiebar in de centrale hal ongeveer 48.000 mensen. Dit betekent dat wij buiten het reces om ongeveer 240 gasten per dag bedienen. Dit staat los van het daadwerkelijke aantal bezoekers; zij die geen drankje gebruiken aan de koffiebar, worden hier niet meegeteld. Bij een grove schatting bedraagt het totale aantal gasten op jaarbasis zeker het dubbele: 100.000 mensen.
Gedurende het jaar worden er rondleidingen in het Provincie Huis georganiseerd. Met een rondleiding worden Brabanders en andere bezoekers op een plezierige manier in contact gebracht met de organisatie en het gebouw. Rondleidingen worden het gehele jaar op aanvraag georganiseerd voor groepen. In 2018 zijn ruim 4000 personen rondgeleid.
In 2018 hebben weer vele evenementen plaatsgevonden in het provinciehuis. Deze variëren van kleinschalige, interne bijeenkomsten, via collectieve personeelsactiviteiten en beleidsevenementen op alle thema’s van de provincie, tot strategische netwerk evenementen vanuit ons Bestuur. Rijp en groen door elkaar betreft dit ongeveer 350 evenementen in 2018, waarbij wij opgeteld circa 32.360 gasten/bezoekers mochten begroeten.

Betrokkenheid / participatie

Bestuur

De provincie heeft in 2018 het initiatief What If Lab gestart. Het doel van dit What If Lab was, om in het kader van de verkiezingen, thema’s die bij de Brabander leven op te halen en vervolgens te onderzoeken op welke innovatieve wijze het gesprek hierover met de Brabander kan worden gevoerd. In een periode van een half jaar zijn design thinkers en creatief designers aan de slag gegaan met maatschappelijke vraagstukken. Daarvoor is eerst onderzoek gedaan naar de thema’s die voor Brabanders belangrijk zijn. Een jury heeft 2 bureaus/designers uitgekozen die prototypes mochten ontwerpen. De prototypes moesten de verbinding tussen de politiek en de Brabander leggen en daarmee het gesprek over de thema’s op gang brengen. De prototypes zijn gepresenteerd en getest tijdens de Dutch Design Week. Met name de gele bepaalbakken bleken een succes te zijn: mensen konden voor een tegen een stelling stemmen, door hun afval in de linker of rechter prullenbak te doen.

Een ander voorbeeld van een initiatief op het gebied van burgerparticipatie zijn Innovation Games. Negen dagen lang werkten acht teams, bestaande uit bevlogen Brabanders, young professionals en betrokken ambtenaren, aan 6 maatschappelijke vraagstukken (de challenges). Het meest innovatieve concept kon de Innovation Games Brabant 2018 winnen. Alle deelnemers startten elke dag met een mini-masterclass Design Thinking. Aan het einde van het traject pitchen de deelnemers hun concepten voor de jury, die werd aangevoerd door de Commissaris van de Koning Wim van de Donk. De challenges waren “Energietransitie voor woningeigenaren met een smalle beurs”, “First time voters naar de stembus trekken”, “Duurzaam verbouwen door particuliere woningbezitters”, “Georganiseerde misdaad voorkomen met behulp van data”, “Gezondheid en welbevinden de Bredase wijk Doornbos Linie” en “Medicijnresten in het afvalwater”. Het laatste team won de Innovation Games met het motto #ikslikhetnietlanger.

Hoe ziet de toekomst van de Amercentrale in Geertruidenberg en het omliggende Amergebied eruit? Bij de verkenning van dit vraagstuk worden de inwoners bij betrokken en verkennen samen met Energiebedrijf RWE, gemeente en provincie, experts en politici, de ideeën en mogelijkheden. Inmiddels zijn verschillende toekomstscenario’s ontwikkeld. De toekomstscenario’s houden rekening met energievoorziening, economie, recreatie en natuur in het Amergebied.

Economie
Bij de realisatie van 100 MW aan windenergie in de A16-zone participeren bewoners van de gemeenten Breda, Drimmelen, Moerdijk en Zundert op twee manieren: via het planproces om tot een gedragen plan voor de windmolens te komen en door rechtstreeks van de komst van de windmolens te profiteren. Dat laatste is de lokale participatie. Via een aandelenconstructie komt 25% van de opbrengst van de windmolens direct ten goede aan de lokale energietransitie: de dorpsmolens, terwijl er €0,50 per MWh wordt besteed aan energiebesparende maatregelen van direct omwonenden. De gemeenten hebben deze zogenaamde burenregeling ontwikkeld en zijn momenteel hard bezig met het opstellen van Lokale Energieagenda’s.

Op Zuid-Nederlandse schaal neemt de regionale economische samenwerking in hoog tempo toe. De Regionale Innovatiestrategie voor Slimme Specialisatie (RIS3) die de provincies Noord-Brabant, Limburg en Zeeland gezamenlijk opgesteld hebben, wordt door bedrijven, kennisinstellingen en overheden omarmd. Er zijn nieuwe netwerken ontstaan van bedrijven, kennisinstellingen, steden, provincies en uitvoeringsorganisaties die resulteren in mooie, al dan niet grensoverschrijdende projecten. De provincie ondersteunt dit soort projecten met o.a. OPZuid-, POP3- en INTERREG subsidie.

Cultuur en Samenleving
Vanuit programma Versterken Sociale Veerkracht is de community Stérk Brabant doorontwikkeld (www.sterkbrabant.nl). Inmiddels zijn 300 maatschappelijke initiatieven betrokken, is er sprake van een vitaal netwerk Stérk Brabant en een zich nog steeds participatief ontwikkelend instrumentarium om initiatieven te ondersteunen zoals de Veerkrachtdialogen, impactmonitoring en de Veerkrachtvlogs. Op deze manier helpen wij als responsieve provincie maatschappelijke initiatieven sterker te maken en hun impact te bevorderen. Deze responsieve rolinvulling wordt als positief ervaren zo blijkt ook uit de beleidsevaluatie die eind 2018 is opgesteld (zie statenmeldingen).

De inzet voor cultuureducatie is in 2018 voortgezet. Inmiddels nemen 336 scholen deel aan De Cultuurloper. De Cultuurloper is een programma dat scholen helpt om een goed cultuureducatieprogamma te bieden voor hun leerlingen. Het rijk, de provincie en de gemeenten dragen bij in de kosten. In 2018 zijn 2 extra gemeenten aangehaakt, in totaal nemen nu 47 gemeenten deel aan het programma. In totaal kunnen 57 Brabantse gemeenten deelnemen aangezien de 5 grote steden van Brabant een apart programma hebben.

Medio 2018 is de Wet op behoud van Creativiteit gestart. De creativiteit die je als kind hebt, is het waard te behouden en ontplooien. Daarvoor is het van belang dat er een groot netwerkt ontstaat dat het belang van creativiteit onderschrijft en helpt ontwikkelen. En eind 2018 zijn er al 50 ‘wet-houders’ die zich zullen inzetten voor de uitvoering van deze Wet. De wethouders komen uit alle hoeken en lagen van de samenleving zoals bijvoorbeeld onderwijs, bedrijfsleven, cultuur en gemeenten.

De provincie wil zoveel mogelijk mensen begeleiden naar passend sport- en beweegaanbod onder de noemer ‘Uniek Sporten Brabant’. Op 1 november 2018 kwamen een kleine 100 vertegenwoordigers uit het Brabants netwerk rondom Uniek Sporten naar de Maaspoort in 's-Hertogenbosch om elkaar te inspireren, te informeren en krachten te bundelen. Aanwezig waren de zeven regionale sportloketten, Fonds Gehandicaptensport, NOC*NSF, gemeenten, sportaanbieders, zorginstellingen en andere zorgleveranciers, en het speciaal onderwijs. Sporten en bewegen is belangrijk voor iedereen. Een beperking mag daarbij geen belemmering zijn. Aan de hand van inspiratiesessies is gesproken over de stappen naar een inclusieve samenleving, de behoefte om het sport- en zorgdomein nauwer met elkaar te verbinden, voorbeelden om de openbare ruimte beter geschikt te maken om te bewegen, de ontwikkeling en beschikbaarheid van sporthulpmiddelen, het project Health to work waarbij mensen in de Sociale Werkvoorziening gestimuleerd worden om te bewegen, en de kansen voor een (nog) betere samenwerking in het netwerk.

Betrouwbaarheid / transparantie

Tot slot komt in deze paragraaf aan de orde of en in hoeverre de provincie zich een betrouwbare partner toont. In het provinciale dienstverleningshandvest zijn normen over de kwaliteit van de provinciale dienstverlening vastgelegd. De realisatie van deze normen wordt door de provinciale organisatie continu gemonitord. Onderstaand worden per categorie de realisaties voor 2018 weergegeven en toegelicht.

Telefonische bereikbaarheid

Telefonische bereikbaarheid wordt onder meer gemeten aan de hand van het aantal geslaagde contactpogingen, dat wil zeggen het aantal binnen 30 seconden opgenomen/beantwoorde telefoongesprekken. Het percentage van geslaagde contactpogingen in 2018 heeft betrekking op 27.885 contactpogingen.

* in 2016 hebben wij de mislukte contactpogingen van medewerkers onderling via de vaste  toestelnummers meegerekend als contactpogingen. Vanaf 2017 wordt de indicator gemeten alleen op basis van contactpogingen van buiten de organisatie.

Telefonische bereikbaarheid * 2018 2017 2016
Geslaagde contact pogingen 93,8% 93,2% 78,0%

Kwalitatief onderzoek ontvangst PH

Sinds 2017 meten wij de kwaliteit van ontvangst in het Provincie Huis. In dat onderzoek vragen wij onze bezoekers oordeel te geven op drie onderdelen: bezoekerparkeerplaats, de centrale hal en de ontvangst. De resultaten van het onderzoek in 2018 zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Ter vergelijking zijn ook de cijfers uit 2017 weergegeven.

De cijfers laten duidelijke verbetering zien ten opzichte van vorig jaar op alle drie onderdelen. De ingang van de bezoekersparkeerplaats is in 2018 mede dankzij de opmerkingen en aanbevelingen uit 2017 verbeterd/ aangepast. Daar waar mogelijk zullen de tips, die wij van onze bezoekers krijgen ook in 2019 leiden tot concrete verbeteringen voor de ontvangst in het Provinciehuis.

Onderdeel onderzoek ontvangst PH Cijfer 2018 Cijfer 2017 Belangrijkste opmerkingen / aanbevelingen
Bezoekersparkeerplaats 7,9 7,5 Draai naar bezoekersparkeerplaats is nog lastig.
De centrale hal 8,2 7,9 Grote kille hal met weinig groen. Geen comfortabele barkrukken.
De ontvangst 8,7 8,2 Een voorbeeld voor velen met heerlijke koffie en zeer kundig, vriendelijk personeel.

Afhandeling subsidies

Subsidie is voor de provincie een belangrijk instrument om beleidsdoelen te realiseren. Er wordt bijvoorbeeld subsidie verstrekt aan projecten en initiatieven op het gebied van cultureel erfgoed, verkeer en vervoer, economie en innovatie, natuur, milieu en woningbouw. Subsidie kan veel vormen aannemen: de concrete invulling wordt steeds afgestemd op de concrete opgave en doelstellingen die de provincie op een bepaald beleidsterrein wil bereiken.

Nadere toelichting
Het overzicht heeft betrekking op subsidieaanvragen, meldingen, tussenrapportages en subsidievaststellingen.
Door steeds kritisch te zijn op tijdige afhandeling van subsidies en de inzet van voldoende capaciteit is het percentage van afhandeling binnen de termijn weer verder verbeterd ten opzichte van 2017.

Afwijking doelstelling
Het streven voor 2018 was om minimaal 93% van de subsidiecases binnen de termijn af te handelen, deze doelstelling is niet helemaal gehaald. Het percentage van afhandeling van nieuwe subsidieaanvragen lag hoger (95%) dan het percentage van 93%, echter het percentage afhandeling van de overige subsidiestukken lag daaronder (89%). We leggen de prioriteit bij de afhandeling van subsidieaanvragen, zodat onze subsidieaanvragers tijdig duidelijkheid hebben en hun projecten kunnen starten.

Subsidies 2018 2017 2016 2015 2014
Aantal aanvragen 2.651 2.967 2.830 3.842 3.639
Binnen termijn 2.422 (91%) 2.625 (88%) 2.383 (84%) 2.563 (67%) 2.561 (70%)
afgehandeld 2.039 2.212 1.777 1.951 1.437
in behandeling 383 413 606 612 1124
Buiten termijn 229 (9%) 342 (12%) 447 (16%) 1.279 (33%) 1078 (30%)
afgehandeld 182 294 370 606 881
in behandeling 47 48 77 673 97

Afhandeling vergunningen, ontheffingen en goedgekeurde verklaringen

Door het verlenen dan wel onthouden van vergunningen reguleert de provincie het doen en laten binnen de verschillende beleidsterreinen op individueel niveau. Het betreft hier vergunningen, ontheffingen en meldingen waarbij het vergunningverleningsproces door de provinciale organisatie zelf wordt uitgevoerd, onder meer op het terrein van ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer.

Vergunningen 2018 2017 2016 2015 2014
Aantal aanvragen 3.707 3.684 3.585 3.549 2.329
Binnen termijn 3.273 (88%) 3.305 (90%) 3.218 (90%) 3.207 (90%) 2163 (93%)
afgehandeld 3.014 2.771 3.052 3.042 1.968
in behandeling 259 534 166 165 195
Buiten termijn 434 (12%) 379 (10%) 367 (10%) 342 (10%) 166 (7%)
afgehandeld 336 329 323 318 146
in behandeling 98 50 44 24 20

Afhandeling facturen

Tot en met 2010 is voor tijdige betaling van (correcte) facturen de norm van 30 kalenderdagen gehanteerd. In het gewijzigde dienstverleningshandvest is die norm aangescherpt tot 20 kalenderdagen. In onderstaand overzicht wordt daarom de realisatie voor de norm van 20 kalenderdagen gepresenteerd.

Nadere toelichting
In 2018 hebben we 93% van de facturen binnen de termijn van 20 dagen betaald. De gemiddelde betaaltermijn is ten opzichte van 2017 verbeterd van 10,7 dagen naar 9 dagen.

Facturen 2018 2017 2016 2015 2014
Aantal facturen 20.180 19.937 21.029 22.496 22.420
Betaald binnen de termijn 18.781 (93%) 18.626 (93%) 19.488 (93%) 19.798 (88%) 19.715 (86%)
Betaald buiten de termijn 1.399 (7%) 1.301 (7%) 1.541 (7%) 2.698 (12%) 2.705 (12%)
Gemiddelde betaaltermijn (in dagen) 9,05 10,92 9,7 11,8 15,4

Afhandeling bezwaarschriften en administratieve beroepen

Het is mogelijk om bezwaar te maken tegen door de bestuursorganen van de provincie genomen besluiten. Daarnaast staat in een beperkt aantal gevallen de mogelijkheid open om administratief beroep bij de provincie aan te tekenen tegen specifieke besluiten van bestuursorganen van gemeenten. De provincie Noord-Brabant werkt met een externe, onafhankelijke hoor- en adviescommissie (HAC).
Bij de afhandeling van bezwaarschriften past de provincie ‘mediation’ toe. Dat wil zeggen, bij het in behandeling nemen van een bezwaarschrift wordt eerst (telefonisch) contact met de bezwaarmaker gezocht om te onderzoeken of het geschil ook op een andere manier kan worden opgelost. Deze interventie leidt in bijna 50% van de gevallen tot intrekking van het bezwaarschrift.

Nadere toelichting
Het aantal ingekomen bezwaarschriften is ten opzichte van 2016 afgenomen. Deze daling is vooral te verklaren door een afname in het aantal bezwaren tegen subsidiebesluiten. Daar staat nog een lichte stijging van het aantal besluiten tegen besluiten in het omgevingsrecht (denk aan handhavingsbesluiten, vergunningverlening) tegenover.
De succesvolle aanpak van bemiddeling is ook in 2017 gecontinueerd. Er wordt contact gelegd met partijen om te achterhalen welke belangen er spelen en of men samen op informele wijze tot een oplossing kan komen. In 2017 werd na de inzet van een bemiddelingstraject bijna 50% van het aantal bezwaren ingetrokken. Onze “passende aanpak” blijft succesvol en wordt dan ook voortgezet.

Bezwaar- en beroepschriften 2018 2017 2016 2015 2014
Aantal bezwaar- en beroepschriften 273 293 371 329 221
Binnen termijn 252 (92%) 261 (89%) 331 (89%) 270 (82%) 205 (93%)
afgehandeld 184 208 258 166 126
in behandeling 68 53 73 104 79
Buiten termijn 21 (8%) 32 (11%) 40 (11%) 59 (18%) 16 (7%)
afgehandeld 16 25 38 48 9
in behandeling 5 7 2 11 7