Meer
Publicatiedatum: 12-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Jaarrekening 2018

Programmarekening met toelichting

Programmarekening met toelichting

De programmarekening met toelichting bestaat uit de rekening van lasten en baten waarin op productgroepniveau (het autorisatieniveau) de lasten en baten van de oorspronkelijke begroting, de begroting inclusief de door PS vastgestelde begrotingswijzigingen en de realisaties zijn opgenomen. De verschillen tussen begroting ná wijziging en de realisatie zoals vermeld in de blauw gearceerde kolommen, zijn toegelicht in de verschillenanalyse programmarekening. Deze verschillenanalyse is onderdeel van de Jaarrekening 2018, welke hier is opgenomen.

Overzicht van baten en lasten Lasten 2018 Baten 2018 Saldo vóór Saldo ná Saldo gereali-
Bedragen x € 1.000 Begroting vóór wijziging Begroting ná wijziging realisatie Begroting vóór wijziging Begroting ná wijziging realisatie begrotingswij-zigingen begrotingswij-zigingen seerde lasten en baten
a b c d e f d-/-a e -/-b f -/-c
01 Programma Bestuur
01.01 Provinciebestuur 9.372 9.702 9.772 2 2 198 -9.369 -9.699 -9.574
01.02 Bestuurlijke samenwerking 1.958 4.048 3.401 0 178 213 -1.958 -3.870 -3.188
01.03 Interbestuurlijk toezicht 70 70 39 0 0 0 -70 -70 -39
Organisatiekosten 5.996 5.876 6.549 87 -5.996 -5.876 -6.462
Totaal programma Bestuur 17.396 19.696 19.761 2 180 498 -17.394 -19.516 -19.263
02 Programma Ruimte
02.01 Ruimtelijke ontwikkeling van het mozaïek 32.087 10.262 9.582 13.667 8.170 7.199 -18.420 -2.092 -2.383
02.02 Agrofood 2020; Brabant Quality 10.102 12.486 11.971 0 180 360 -10.102 -12.306 -11.611
Organisatiekosten 9.140 10.600 11.665 -9.140 -10.600 -11.665
Totaal programma Ruimte 51.329 33.348 33.218 13.667 8.350 7.559 -37.662 -24.999 -25.659
03 Programma Natuur, water en milieu
03.01 Water 27.959 22.319 19.133 4.200 5.146 5.329 -23.759 -17.173 -13.804
03.02 Milieu 35.720 49.462 45.428 2.150 8.364 12.748 -33.570 -41.098 -32.680
03.03 Natuur en landschap 57.818 110.283 98.653 4.681 3.550 2.130 -53.137 -106.733 -96.523
03.04 GOB 1.100 57.796 56.002 0 8.805 3.866 -1.100 -48.991 -52.136
Organisatiekosten 14.588 15.052 14.154 -14.588 -15.052 -14.154
Totaal programma Natuur, water en milieu 137.186 254.912 233.369 11.031 25.865 24.073 -126.155 -229.048 -209.296
04 Programma Economie
04.01 Algemeen economisch beleid 16.935 32.015 30.965 0 8.843 12.433 -16.935 -23.173 -18.532
04.02 Economisch programma Brabant 15.590 37.309 27.713 0 350 30 -15.590 -36.959 -27.683
04.04 Duurzame energie en energietransitie 5.857 7.161 6.606 181 181 370 -5.676 -6.980 -6.236
Organisatiekosten 7.281 7.571 9.222 -7.281 -7.571 -9.222
Totaal programma Economie 45.663 84.057 74.506 181 9.374 12.833 -45.481 -74.683 -61.673
05 Programma mobiliteit
05.01 Mobiliteit 248.907 231.022 227.151 905 481 623 -248.001 -230.541 -226.528
05.02 Openbaar vervoer 97.668 92.599 78.023 86.056 88.043 73.961 -11.612 -4.556 -4.062
05.03 Infrastructuur/ provinciale wegen 74.327 85.609 89.821 17.601 20.722 20.467 -56.727 -64.887 -69.354
Organisatiekosten 15.352 16.319 16.410 68 -15.352 -16.319 -16.342
Totaal programma Mobiliteit 436.253 425.549 411.406 104.561 109.246 95.119 -331.692 -316.303 -316.286
06 Programma Cultuur en samenleving
06.01 Cultuur 23.232 33.908 34.531 48 80 70 -23.184 -33.828 -34.461
06.02 Erfgoed 22.593 23.228 22.702 604 929 763 -21.989 -22.300 -21.939
06.03 Sociale veerkracht 5.729 5.479 5.473 96 96 32 -5.633 -5.383 -5.441
06.04 Sport 5.323 5.409 5.111 0 0 0 -5.323 -5.409 -5.111
Organisatiekosten 4.353 4.205 4.783 -4.353 -4.205 -4.783
Totaal programma Cultuur en samenleving 61.231 72.230 72.601 748 1.105 866 -60.483 -71.125 -71.735
Algemeen financieel beleid
Algemene dekkingsmiddelen
- Heffing opcenten motorrijtuigenbelasting 0 0 0 249.500 257.000 256.354 249.500 257.000 256.354
- Algemene uitkeringen 0 0 0 224.381 243.096 245.230 224.381 243.096 245.230
- Dividend 0 0 0 30.881 32.043 32.124 30.881 32.043 32.124
- Financieringsfunctie 12.135 10.968 10.920 83.885 105.900 106.443 71.750 94.932 95.523
- Overige algemene dekkingsmiddelen 0 0 974 10 10 11.466 10 10 10.492
Overhead 61.067 63.891 59.278 -61.067 -63.891 -59.278
verschil kostenplaatsen 3 0 0 -3
Stelposten (exclusief onvoorzien) 39.337 0 172 0 0 0 -39.337 0 -172
Onvoorzien 1.308 1.308 0 -1.308 -1.308 0
113.847 76.167 71.348 588.656 638.049 651.617 474.810 561.882 580.269
Bedrag van de heffing voor vennootschapsbelasting 0 0 0
A: Totaal generaal van de lasten 862.904 965.961 916.208
B: Totaal generaal van de baten 718.848 792.169 792.565
Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten (B -/- A) -144.056 -173.792 -123.643
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves
Vóór begrotings- wijzigingen Ná begrotings- wijzigingen Gerealiseerd Vóór begrotings- wijzigingen Ná begrotings- wijzigingen Gerealiseerd Saldo vóór begrotings- wijzigingen Saldo ná begrotings- wijzigingen Saldo gerealiseerd
C: Toevoegingen aan reserves 369.189 691.120 705.998 -369.189 -691.120 -705.998
D: Onttrekkingen aan reserves 513.246 864.912 851.117 513.246 864.912 851.117
Saldo toevoegingen en onttrekkingen (D -/- C) 144.056 173.792 145.119
Totaal generaal van de lasten + toevoegingen aan reserves (A+C) 1.232.094 1.657.081 1.622.206
Totaal generaal van de baten + onttrekkingen aan reserves (B+D) 1.232.094 1.657.081 1.643.682
G e r a a m d r e s u l t a a t 0 0
Gerealiseerd resultaat 21.475

Grondslagen voor resultaatbepaling en waardering

Algemene grondslagen

De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 216 Provinciewet waarin door provinciale staten de uitgangspunten voor het financiële beleid en de regels voor het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.

Volgens het BBV is het gemodificeerd stelsel van baten en lasten van toepassing.

De jaarrekening geeft volgens de normen van het BBV een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten.

De jaarrekening en de toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, evenals het saldo ervan weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar.

De begrotingscijfers bestaan uit de oorspronkelijke begroting en alle door Provinciale Staten vastgestelde begrotingswijzigingen betreffende het verslagjaar.

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende onderdeel anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

De baten en lasten worden tenzij anders vermeld, toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
De lasten als gevolg van voorlopige subsidie toekenningen worden genomen op het moment van het beschikken (afgeven van de beschikking), tenzij:

a. De hoogte van de subsidie expliciet is verbonden aan de te leveren prestaties (p x q subsidies), voorbeeld hiervan is een vast bedrag aan subsidie per aangelegd bushokje;

b. De subsidie op basis van de subsidiebeschikking expliciet toe te rekenen is aan volgende begrotingsjaren (bijvoorbeeld (1) een subsidie jeugdzorg toegekend in 2013, maar voor exploitatiejaar 2014.

c. Per balansdatum reeds een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de eventueel terug te vorderen subsidie (dit corrigeren op de last). Dan wordt een vordering te opgenomen in de jaarverslaggeving (inclusief correctie op de lasten) indien op een betrouwbare wijze kan worden ingeschat welk deel van de toegekende subsidies zal worden ingetrokken dan wel lager zal worden vastgesteld. Indien blijkt dat dit bijvoorbeeld op basis van de afgelopen jaren geen constant beeld oplevert en derhalve geen betrouwbare inschatting gemaakt kan worden, dan wordt de vordering uit voorzichtigheid nog niet verantwoord.

In januari 2019 heeft de Commissie BBV de handreiking “Verantwoorden van subsidies” gepubliceerd. In de handreiking gaat de Commissie BBV in op de vraag wanneer de subsidie als last bij de subsidiegever en als bate bij de subsidieontvanger dient te worden verantwoord.

In de handreiking geeft de Commissie BBV aan dat de verwerkingswijze afhangt van het type subsidie en de gestelde voorwaarden, waarbij de Commissie BBV - bij voorwaardelijke subsidieverstrekkingen (exploitatie- en investeringssubsidies) – aangeeft dat de subsidielast op basis van toerekeningsbeginsel verantwoord dient te worden. Dit betekent dat de subsidielast (gedeeltelijk) verantwoord dient te worden in het jaar waarin door de subsidieontvanger de prestatie (waarvoor de subsidie voor is verstrekt) is geleverd en (gedeeltelijk) aan de gestelde voorwaarden is voldaan.

Zoals hierboven toegelicht, zijn de verstrekte (voorwaardelijke exploitatie- en investerings)subsidies in de jaarrekening 2018 van de provincie Noord-Brabant verantwoord op basis van het voorzichtigheidsprincipe. Deze verwerkingswijze wijkt derhalve af van de verwerkingswijze zoals opgenomen in de handreiking “Verantwoorden van subsidies” d.d. 21 januari 2019 van de Commissie BBV.

Omdat decentrale overheden de begroting 2018 niet meer aan kunnen passen, heeft de Commissie in de handreiking “Verantwoorden van subsidies” aangegeven dat de wijze van verwerken zoals opgenomen in de handreiking “Verantwoorden van subsidies” in ieder geval vanaf verslagjaar 2019 toegepast dient te worden. Daarnaast beschikken wij op grond van de geldende kaders en met subsidieontvangers gemaakte afspraken niet over de benodigde informatie om de subsidielasten op basis van het toerekeningsbeginsel te bepalen.

Wanneer de handreiking voor 2019 ongewijzigd blijft, dient in de jaarrekening 2019 een stelselwijziging voor de verantwoording van de subsidielasten naar het toerekeningsbeginsel plaats te vinden. Een wijziging naar de verwerkingswijze op basis van het toerekeningsbeginsel betreft een complexe en omvangrijke transitie met ingrijpende impact op de bedrijfsvoering. Voor de financiële verantwoording geldt dat de post nog te betalen subsidies op basis van het toerekeningsbeginsel naar verwachting aanzienlijk lager zal uitvallen en het eigen vermogen hoger. De daadwerkelijke financiële impact kan – vanwege het ontbreken van de benodigde informatie - op dit moment echter nog niet worden bepaald.

Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Dividenden zijn verantwoord in het jaar waarin het besluit tot toekenning van het dividend door de algemene vergadering van de vennootschap is genomen.

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.

Uitgaven ten laste van bestemmingsreserves worden op de exploitatie verantwoord, uitgaven ten laste van voorzieningen worden direct ten laste van de desbetreffende balanspost gebracht. Toevoegingen aan en bijdragen van reserves worden verantwoord bij de resultaatsbestemming. De toevoeging aan en vrijval van voorzieningen wordt in de rekening van baten en lasten verantwoord.

Aan investeringen wordt geen overhead toegerekend.

Vaste activa

De vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven.

Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs c.q. de vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.
De obligaties worden gewaardeerd tegen nominale waarde omdat ze aangehouden worden tot einde looptijd. Wat bij aankoop meer (of minder) wordt betaald wordt als agio (of disagio) geactiveerd en afgeschreven over de looptijd van de betreffende obligaties.

Bijdragen aan investeringen van derden worden niet geactiveerd. Investeringsbijdragen van de provincie aan gemeenten en andere instellingen worden niet geactiveerd maar ineens ten laste van de exploitatie gebracht conform het besluit van PS bij Voorjaarsnota 2010.

Materiële vaste activa
De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investeringen in mindering gebracht.

Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.

Bijdragen aan investeringen van derden worden niet geactiveerd.

Op geactiveerde investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut kan extra worden afgeschreven.

Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, wordt op het moment van buitengebruikstelling voor de resterende boekwaarde afgeschreven.

Tot en met 2014 was binnen de investeringen in materiële vaste activa voor het merendeel van de investeringen sprake van de lineaire afschrijvingsmethodiek. Voor enkele investeringen gold een afwijkende afschrijving op basis van annuïteiten. Omwille van de eenvoud en de eenduidigheid is bij burap 2015/begroting 2016 besloten om voor alle investeringen de lineaire afschrijvingsmethode te hanteren. De met deze keuze samenhangende meerjarig financiële budgettair neutrale effecten zijn in de begroting 2015 e.v.verwerkt.

Afschrijvingsbeleid
De materiële vaste activa met economisch nut en de investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut worden afgeschreven rekening houdend met de actuele regelgeving en overeenkomstig de normen gangbaar in het maatschappelijk verkeer.

De materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in maximaal:

a. 25 jaar : bedrijfsgebouwen
b. 25 jaar : vervoermiddelen
c. 15 jaar: ·machines apparaten en installaties;
d. 15 jaar: meubilair.

Activa met economisch nut en een verkrijgingprijs van minder dan € 250.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd.

De materiële vaste activa in de openbare ruimte met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in maximaal:

a. 15 jaar wegen
b. 15 jaar infra-projecten.

Financiële vaste activa
De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten), de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen.
Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht.

De kapitaalverstrekkingen aan de deelnemingen zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs vindt afwaardering plaats.
Uitzondering hierop zijn de deelnemingen NV BNG, NV Waterschapsbank, Enexis Holding NV, Publiek belang elektriciteitsproductie NV,NV Brabant Water, NV Delta Nutsbedrijf, NV Eindhoven Airport, BV TOM en CV TOM. De kapitaalverstrekking aan deze deelnemingen is op € 0 gewaardeerd.

Verstrekte leningen zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Vlottende activa

De voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde.

De onderhanden werken grondexploitatie zijn opgenomen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de opbrengst wegens verkopen. Indien de boekwaarde de marktwaarde van de grond overschrijdt, wordt een afwaardering naar de lagere marktwaarde verantwoord/wordt een voorziening voor het verwachte negatieve resultaat getroffen.

De overige uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (obligaties) worden gewaardeerd tegen nominale waarde of duurzaam lagere waarde. De nominale waarde van de beleggingsportefeuille wordt bepaald door de aflossingsbedragen van de obligaties zoals deze na afloop van betreffende looptijd van de effecten plaatsvinden.

De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De voorziening wordt op peil gehouden door een jaarlijkse schatting van oninbaarheid.

De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.

De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Vaste passiva

De reserves zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Toevoegingen en onttrekkingen vinden plaats op basis van besluiten van Provinciale Staten en geschieden altijd in het kader van resultaatbestemming.

De voorzieningen zijn met uitzondering van de voorziening APPA en de risicovoorziening algemeen, gewaardeerd op het nominale bedrag van de daaraan ten grondslag liggende verplichtingen c.q. de voorziene verliezen.
De voorziening APPA en risicovoorziening algemeen zijn opgenomen tegen contante waarde.

De vaste schulden, schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer, worden gewaardeerd tegen de nominale waarde minus de aflossingen.

Vlottende passiva

De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen

Borg- en Garantstellingen: Voor zover leningen door de provincie gewaarborgd zijn, is onder aan de balans (buiten de balanstelling) het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen.

Balans per 31 december 2018

Balans per 31 december 2018

 Bedragen x €1.000

Activa per per Passiva per per
31-12-2018 31-12-2017 31-12-2018 31-12-2017
Vaste activa Vaste passiva
Immaterieel Eigen vermogen
-Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en 29.714 50.366 -Algemene reserve 254.494 273.165
het saldo van agio en disagio -Bestemmingsreserves 3.365.589 3.379.901
Materieel
-Investeringen met economisch nut 69.164 74.847 -Gerealiseerd resultaat 21.475 112.136
-Investeringen met maatschappelijk nut 359.624 354.388
Financieel Voorzieningen 67.288 56.351
-Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen 48.882 45.297
-Verstrekte geldleningen 1.887.318 1.388.357 Vaste schulden 16.883 23.673
-Uitzettingen met een rentetypiche looptijd >= 1 jaar 1.482.441 1.436.488
Overige financiële vaste activa 85.396 96.253
Totaal vaste activa 3.962.539 3.445.996 Totaal vaste passiva 3.725.730 3.845.227
Vlottende activa Vlottende passiva
Voorraden 140.104 150.063 Overige schulden 226.650 78.725
Uitzettingen met een rentetypiche looptijd <= 1 jaar 422.187 918.446
Overlopende passiva 711.121 738.433
Kas- en banksaldi 65 153
Overlopende activa 138.607 147.726
Totaal vlottende activa 700.963 1.216.389 Totaal vlottende passiva 937.772 817.158
Totaal Activa 4.663.501 4.662.385 Totaal Passiva 4.663.501 4.662.385
Recht op verliescompensatie krachtens de wet vennootschapsbelasting 0 0 borg- en garantstellingen 123.504 129.938

Toelichting op de balans per 31 december 2018

Aansluiting met de balans per 31 december 2017

De rubricering van de overlopende activa en overlopende passiva in de jaarrekening 2017 is in de beginbalans in de jaarrekening 2018 o.a. vanwege een aantal negatieve posten gewijzigd opgenomen. In de jaarrekening 2018 is de beginbalans hiervoor als volgt gecorrigeerd:

Overlopende activa
Nog te ontvangen bedragen van EU/vooruitontvangen van EU
Het bedrag ad € 204.243 betreft interreggelden die in de balans 2017 negatief onder de overlopende passiva waren opgenomen.

Nog te ontvangen bijdragen van het rijk/vooruitontvangen van het rijk
In de balans 2017 was bij de overlopende passiva een bedrag van -/- € 880.514 begrepen voor doeluitkering luchtkwaliteit. Het betreft de door het rijk achtergehouden 5% op de doeluitkering die pas bij realisatie van de prestaties wordt uitgekeerd. Dit bedrag is in de beginbalans 2018 als nog te ontvangen van het rijk onder de overlopende activa opgenomen.

Nog te ontvangen bijdrage overige overheid
In de balans 2017 was voor kruisposten stimulus een negatief bedrag opgenomen op de balans van € 93.506. Dit bedrag is in de beginbalans op de overige overlopen passiva gecorrigeerd.

Overlopende passiva
Nog te ontvangen bedragen van EU/vooruitontvangen van EU
Het bedrag ad € 204.243 betreft interreggelden die in de balans 2017 negatief onder de overlopende passiva waren opgenomen.

Vooruitontvangen van het rijk
Naast de in de balans 2017 negatief opgenomen middelen voor de doeluitkering luchtkwaliteit ad € 880.514 betreft de reclassificatie de verschuiving van vooruitontvangen uitkeringen van het rijk voor PPS A59 ad € 48.381.094, uitkering Leefbaarheid N69 ad € 711.672 en rijksuitkering N69 ad € 54.578.969 naar overige overlopende passiva.

Vooruitontvangen van overige Ned. Overheden
Het bedrag ad € 915.234 betreft de ontvangen middelen voor compensatie natuur en landschapswaarden die behoort tot de overige overlopende passiva en in de balans 2017 niet juist was opgenomen.

Overige overlopende passiva
De reclassificatie ad € 104.680.475 betreft:

ACTIVA

Dit betreft:

  • Vaste activa
  • Vlottende activa

Vaste activa

Dit betreft

  • Immateriële vaste activa
  • Materiële vaste activa
  • Financiële vaste activa

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs c.q. de vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.

De opbrengst van de verkoop Essent is onder andere uitgezet in obligaties. De obligaties worden gewaardeerd tegen nominale waarde omdat ze aangehouden worden tot einde looptijd. Wat bij aankoop meer (of minder) wordt betaald wordt als agio (of disagio) geactiveerd en afgeschreven over de looptijd van de betreffende obligaties.

Materiële vaste activa

De Materiële vaste activa worden onderscheiden in:

  • Materiële vaste activa: investeringen met economisch nut
  • Materiële vaste activa: investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut

De materiële vaste activa met economisch nut zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investeringen in mindering gebracht.

De materiële vaste activa in de openbare ruimte met maatschappelijk nut zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs.

Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt:

Voor een gedetailleerd overzicht van de investeringen met economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut wordt verwezen naar de bijlage 2 van de bijlagenbundel op blz 6.

De specificatie van de investeringen is als volgt:

 

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekking aan deelnemingen
Het verloop van de kapitaalverstrekking aan deelnemingen is als volgt weer te geven:

De kapitaalverstrekkingen aan de deelnemingen zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien de marktwaarde van de deelnemingen daalt tot onder de verkrijgingsprijs, vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats. Uitzondering hierop zijn de deelnemingen NV BNG, NV Waterschapsbank, Enexis Holding NV, Publiek belang elektriciteitsproductie NV,NV Brabant Water, NV Delta Nutsbedrijf, NV Eindhoven Airport, BV TOM en CV TOM. De kapitaalverstrekking aan deze deelnemingen is op € 0 gewaardeerd. Een gedetailleerd overzicht van de deelnemingen is opgenomen in bijlage 3a.
De toename in 2018 tot een bedrag van € 16.730.363 betreft de kapitaalverstrekking aan de deelnemingen ‘Ruimte voor Ruimte’ en de deelneming Pivotpark/OLSP.
Op de kapitaalverstrekking aan deelnemingen is in totaal een voorziening van € 24.156.049 in mindering gebracht.

Verstrekte geldleningen

Een gedetailleerd totaaloverzicht van de door de provincie verstrekte geldleningen is opgenomen in bijlage 3b van de bijlagenbundel.

Leningen aan openbare lichamen
Het betreft leningen aan gemeenten en waterschappen in andere provincies, waar de provincie Noord-Brabant geen toezicht op houdt.
Het verloop van deze leningen is als volgt:

Gedurende 2018 heeft de provincie leningen verstrekt aan een reeks van decentrale overheden / gemeenten tot een bedrag van € 487.021.648.
Op deze leningen is ultimo 2018 een voorziening van € 3.700.000 in mindering gebracht. Een specificatie is opgenomen in de bijlagenbundel op blz. 41 t/m 43.

Verstrekte leningen aan deelnemingen
Het verloop van de leningen aan deelnemingen is als volgt weer te geven:

Het saldo per 1-1-2018 ligt € 5,1 miljoen hoger, in verband met de omzetting van de lening aan het breedbandfonds. In 2018 is de provincie daar 100% aandeelhouder van geworden.
In 2018 heeft de provincie € 18.580.232 aan leningen verstrekt aan de deelnemingen van BOM spin-off-fonds, Pivotpark, OLSP Vastgoed, Green Chemistry Campus, via het ontwikkelbedrijf, High-Tech xl, Rockstart, NV Monumentenfonds, Brabant Start up fonds en Aviolanda.

Een specificatie van deze leningen is opgenomen in de bijlagenbundel op blz 39.
Op de leningen aan deelnemingen is ultimo 2018 in totaal een bedrag van € 17.219.694 in mindering gebracht omdat wordt ingeschat dat dit bedrag niet meer zal worden terugontvangen.

De verminderingen ad € 27.444.434 betreffen de aflossingen op de leningen aan Ruimte voor Ruimte CV (omzetting in agio), Pivotpark (omzetting in agio), BOM-spin-off, NV Monumentenfonds en aan deelnemingen ontwikkelbedrijf.

In 2015 heeft de provincie hybride leningen verstrekt aan de NWB Bank (€ 50 miljoen) en aan de BNG Bank (€ 100 miljoen). Door het hybride karakter dragen deze leningen bij aan het risicodragend vermogen van deze banken. De NWB Bank en de BNG Bank moesten daartoe overgaan vanwege aangekondigde aanscherping van de vermogenseisen voor banken door de toezichthouder Europese Centrale Bank. De NWB Bank en de BNG Bank hebben een belangrijke rol in de financiering van de publieke sector in Nederland. Vandaar dat Provinciale Staten hebben ingestemd met deze leningen. Ook andere provincies en gemeenten hebben deelgenomen in deze leningen. De provincie Noord-Brabant is aandeelhouder van beide banken.
In 2016 heeft de provincie in aanvulling op de twee leningen nog een volgende hybride lening verstrekt aan de BNG Bank van € 49,8 miljoen. Bij deze lening hebben Provinciale Staten eveneens expliciete instemming gegeven.
De hybride leningen zijn perpetuele leningen en kennen een relatief hoge rentevergoeding.
De belangrijkste risico's van deze hybride leningen zijn de eeuwigdurende looptijd, de achterstelling ten opzichte van andere leningen, de verplichting dat de beide banken op de hoofdsom naar rato zullen afschrijven als de kern-kapitaal ratio onder de 5,125% solvabiliteit zakt (72,5% voor de NWB Bank en 37% voor de BNG Bank ultimo 2017), een kans op afschrijving op last van de toezichthouder met overeenkomstig lagere rentebetalingen tot gevolg.
De NWB Bank heeft als leningnemer het recht om de lening op de eerste renteherzieningsdatum na tien jaar af te lossen tegen nominale waarde. Tot dat moment is sprake van een niet-beursgenoteerde onderhandse lening met een beperkte verhandelbaarheid die tegen nominale waarde wordt gewaardeerd op onze balans.
BNG Bank heeft als leningnemer het recht om beide leningen op de eerste renteherzieningsdatum na 5,5 jaar af te lossen tegen de nominale waarde. Indien de bank niet aflost hebben de leninggevers dan als alternatief de mogelijkheid om een beursnotering voor de leningen aan te vragen. Tot dat moment is ook bij deze leningen sprake van niet-beursgenoteerde onderhandse leningen met een beperkte verhandelbaarheid die tegen nominale waarde worden gewaardeerd op onze balans.

Leningen aan overige verbonden partijen
Het verloop van deze leningen is als volgt:

Het saldo per 31-12-2017 is € 5,1 miljoen lager i.v.m. omzetting van de lening aan het Breedbandfonds.

De toename van de verstrekte geldleningen ad € 34.750.000 betreft de leningen aan Cleantechfonds, het Energiefonds en het Innovatiefonds. De verminderingen betreffen de aflossingen op de Biobased lening PWP water en de lening aan het innovatiefonds.

Een specificatie van deze verstrekte leningen is opgenomen in de bijlagenbundel op blz. 39.
Op de leningen aan overige verbonden partijen is ultimo 2018 een bedrag van € 4.950.000 afgelost door het Innovatiefonds en Het Biobased fonds (PWP water).
Op de leningen aan overige verbonden partijen is ultimo 2018 een bedrag van € 6.426.426 in mindering gebracht omdat wordt ingeschat dat dit bedrag niet meer zal worden terugontvangen.

Overige verstrekte langlopende leningen
Het verloop van deze leningen is als volgt:

Door de provincie is in 2018 voor € 24.055.545 aan overige leningen verstrekt aan diverse partijen, maar o.a. € 10.000.000 aan het Nationaal Groenfonds in het kader van de Transitie veehouderijen. Op de leningen is ultimo 2018 een bedrag van € 5.488.052 afgelost. Een bedrag van € 90.000 is als oninbaar beschouwd.
Bovendien is een bedrag van € 3.414.120 in mindering gebracht omdat wordt ingeschat dat dit bedrag niet meer zal worden terugontvangen.
Een specificatie van deze verstrekte leningen is opgenomen in de bijlagenbundel op blz. 39 t/m 41.

Uitzettingen in de Rijks schatkist met een rentetypische looptijd >=1 jaar
In 2013 heeft de provincie in het kader van partieel schatkistbankieren € 340.700.000 uitgezet bij de het ministerie van Financiën met looptijden tussen 11 en 16 jaar volgens onderstaande tabel. Deze uitzettingen zijn in 2018 niet gewijzigd
De resterende looptijd ultimo 2018 bedraagt:

Overige specificatie uitzettingen met een rentetypische looptijd >=1 jaar

Het grootste deel van de uitzettingen met een looptijd groter of gelijk aan 1 jaar betreft uitzettingen uit de verkoopopbrengst van Essent.
Het gaat hierbij om obligaties die bij aankoop voldoen aan de volgende criteria:

  1. gerenommeerde financiële instellingen binnen de EER (Europese Economische Ruimte) met minimaal een AA-minus rating waarvan het land minimaal een AA rating heeft;
  2. Europese centrale overheden binnen de EER (staatspapier) met minimaal een AA-minus rating;
  3. financiële instellengen binnen het EURO gebied waarvoor overheden binnen de EER een staatsgarantie hebben afgegeven waardoor de rating minimaal AA-minus bedraagt;
  4. leningen met extra zekerheid (covered bonds) met minimaal een AA-minus rating van financiële instellingen binnen landen in de EER met minimaal een AA rating; 
  5. alle stukken genoteerd in euro.

In 2018 zijn er obligaties verkocht (€ 112 miljoen) en aangekocht (€ 165 miljoen) binnen de wettelijke toegestane regels (geen looptijdverlenging), zodat er extra rendement wordt gerealiseerd via boekwinsten en rente-inkomsten. Het effect daarvan was per saldo € 8,3 miljoen over de periode 2018 t/m 2028.

De verdeling van de obligaties over de landen en financiële instellingen is :

Alle uitzettingen voldoen aan de voorwaarden (ratingeisen) zoals hiervoor geformuleerd.
Het totaal van deze uitzettingen is verdeeld over twee portefeuilles, te weten: de immunisatieportefeuille met een nominale waarde van € 952.784.000 (ultimo 2017: € 889.450.000) en de investeringsagendaportefeuille met een nominale waarde van € 180.810.000 (was eind 2017: € 180.810.000).
Het gemiddelde rendement van de obligatieportefeuilles bedroeg in 2018 voor de immunisatieportefeuille: 5,05% (2017: 4,72%) en voor de investeringsagendaportefeuille: 2,44% (2017: 3,05%).

b Oikocredit
Verder bestaan de uitzettingen nog uit de participatie oikocredit ad € 435.000 en de bijbehorende Zerobond ad€ 2.065.215. Deze uitzettingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en samen vormen ze het nominaal bedrag van de zerobond.

c Beschikbaarheid A59
Voor de beschikbaarheid van de A-59 heeft de provincie € 14.316.552 als financieel vast actief op de balans opgenomen.

d/e Participaties
Daarnaast heeft de provincie nog participaties in het project De havenmeester Tilburg en in het project Woningstichting De Haven.

Overige financiële vaste activa

De sloopvergoedingen in het kader van de Regeling Beëindiging Veehouderijen tweede tranche worden tot de financiële vaste activa gerekend.
In 2018 zijn 179 titels verkocht, wat tot een inkomst heeft geleid van € 17,1 miljoen. Aan gemeenten is € 6,5 miljoen afgedragen. Daarnaast zijn er nog inkomsten (borgstellingsprovisie) en uitgaven geweest in het kader van de sanering MOB complexen. Per saldo bedraagt de afname € 10,9 miljoen.

Daarnaast is besloten dat in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling verbreed via de Vervolgsamenwerkingsovereenkomst (SOK2) 600 kavels zullen worden ontwikkeld om de kosten terug te verdienen voor:

¹ MOB = Militair mobilisatie complex
² SOBB = Sloop overtollige bebouwing buitengebied

Het risico van het mogelijk niet terugverdienen van de sloopvergoedingen als volgt te formuleren:
Vanaf 2016 is de provincie 100% aandeelhouder van Ruimte voor Ruimte Beheer BV. Er is een nieuwe businesscase voor de jaren 2016 t/m 2031 opgesteld. Aan de hand van de nieuwe businesscase is ook een risicoanalyse uitgevoerd. Sinds begin 2016 is belastingwetgeving gewijzigd en moeten alle kavels geleverd worden in de “BTW–sfeer”. Daarmee worden de opbrengsten over de hele looptijd € 6,5 miljoen lager dan eerder gepland. Dergelijke maatregelen van de Rijksoverheid hebben een grote impact op de toekomstige resultaten van de Ontwikkelingsmaatschappij. In 2017 zijn er maatregelen getroffen om de uitvoering voldoende robuust te maken. Deze hebben geen budgettaire consequenties voor de provincie.

Voor het dekken van de daarbij behorende risico’s is in de risicoreserve een bedrag van € 5 miljoen beschikbaar.

Vlottende activa

Voorraden

De voorraden zijn als volgt te specificeren:

Gereed product en handelsgoederen natuurgronden
Dit betreft de voorraad gronden EHS en Lente-akkoordprojecten ad € 69,2 mln.


De voorraden onderhanden werk vallen uiteen in bouwgronden in exploitatie en overige.
Van de voorraad onderhanden werk-Bouwgronden in exploitatie kan het volgende verloop overzicht worden gegeven:

De waardering van het complex Logistiek Park Moerdijk (LPM) is gebaseerd met het uitgangspunt dat het gehele project conform contractuele afspraken wordt overgedragen aan het Havenschap Moerdijk. Een belangrijke voorwaarde van dit uitgangspunt is dat het inpassingsplan wordt vastgesteld door de Raad van State. De verwachting is dat de Raad van State in 2019 een uitspraak doet. In afwachting van deze uitspraak vindt waardering plaats vanuit het beschreven uitgangspunt dat de voorgenomen overdracht aan het Havenschap Moerdijk doorgang vindt. Afwijking van dit uitgangspunt kan financiële gevolgen hebben voor de gehanteerde waardering.

Onderhanden werk overige
De post onderhanden werk overige, ad € 3.643.159 betreft de projecten die in het kader van de gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat worden aangepakt.

Gereed product en handelsgoederen
De voorraden gereed product en handelsgoederen zijn te specificeren als:

Uitzettingen met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar
De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De voorziening  wordt op peil gehouden door een jaarlijkse schatting van oninbaarheid.

Liquide middelen

De kas en bank-saldi worden tegen nominale waarde op de balans opgenomen.

Overlopende activa

De overlopende activa zijn onder te verdelen naar:

  • Nog te ontvangen bedragen
  • Overige overlopende activa

Het verloop van de nog te ontvangen bedragen is gespecificeerd opgenomen in de bijlage 5a in de bijlagenbundel op blz 53.

Buiten de balanstelling is aan de activa-zijde het bedrag van het toekomstig recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 opgenomen tot een bedrag van € 0.

PASSIVA

Dit betreft

  • vaste passiva
  • vlottende passiva

Vaste passiva

Dit betreft

  • Eigen vermogen
  • Voorzieningen
  • Vaste schulden

Eigen vermogen

Tot het eigen vermogen worden gerekend de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de jaarrekening. Het verloop van het eigen vermogen in 2018 is als volgt:

Over de bestemming van het batig saldo van de jaarrekening 2018 ad € 21,5 miljoen besluiten PS bij het statenvoorstel tot vaststelling van de jaarstukken 2018.

Algemene reserve
De algemene reserve is opgedeeld in een aantal compartimenten, waarvan het verloop hieronder is weergegeven:

Het saldo van de jaarrekening 2017 is na de vaststelling van de jaarstukken 2017 door PS in mei 2018 toegevoegd aan de algemene reserve. Het saldo van de algemene reserve per 31 dec 2017 ad € 385.300.970 betreft de som van de in de jaarrekening 2017 gepresenteerde waarde van de algemene reserve per 31 december 2017 ad € 273.165.135 en het rekeningresultaat 2017 ad € 112.135.835.

Component overhevelingen
De algemene reserve fungeert als “tijdelijke stalling” voor het conform besluitvorming overhevelen van middelen tussen de verschillende jaren.

Onderdeel doorgeschoven ruimte
Op basis van besluitvorming van PS is de extra begrotingsruimte tijdelijk in de algemene reserve gestald om die in de komende jaren weer in de begroting te kunnen inzetten.

Component voorfinanciering
De component voorfinanciering van de algemene reserve omvat de middelen van activiteiten op de meerjarenbegroting die in de tijd naar voren zijn gehaald. Met het naar voren halen in de tijd ontstaat in een later jaar ruimte op de begroting. Deze ruimte wordt gebruikt om de tijdelijke voorfinanciering via de Algemene Reserve te compenseren. De mutaties in de reserve betreffen de voorgefinancierde middelen voor de omgevingsdiensten en de verplaatsing intensieve veehouderij.

Component risicoreserve
Bij de Voorjaarsnota 2004 is door Provinciale Staten de risicoreserve ingesteld om de beleidsrisico’s (de risico’s die uitdrukkelijk zijn aanvaard als consequenties van bepaald functioneel beleid en die in de toekomst kunnen leiden tot extra budgettair beslag) af te dekken. Een nadere toelichting op de risico’s die via de risicoreserve worden afgedekt is opgenomen in paragraaf 4 weerstandsvermogen en risicobeheersing in de jaarstukken.

Component Bestuursakkoordmiddelen
Voor de afwikkeling van het “oude bestuursakkoord” en voor de uitwerking van het huidige bestuursakkoord is binnen de algemene reserve een afzonderlijke component opgenomen.

Bestemmingsreserve Essent
In deze reserve die is gevormd uit de opbrengst van de verkoop aandelen Essent is in vier componenten opgedeeld.

Component Immunisatieportefeuille
Deze component heeft tot doel om een zeker rendement te genereren, door het jaarlijks ontvangen van een vast rendement, ter compensatie van de wegvallende dividendstromen van Essent. (zie ook de paragraaf Treasury blz 154)

*) In totaal is € 340.700.000 uitgezet in langlopende deposito’s bij de schatkist.

Component Investeringsagenda
Deze component staat ten dienste van de investeringsstrategie van de Agenda van Brabant en moet op de juiste momenten de middelen genereren voor de uitvoering van de geplande investeringen (zie ook paragraaf Treasury).

Component dividend en rentereserve
Deze component heeft tot doel om de reële waarde van de immunisatieportefeuille op peil te kunnen houden en éénmalige tegenvallers op te kunnen vangen.

Component Balansverkorting
Provinciale Staten hebben bij de Voorjaarsnota 2010 besloten tot afwaardering van de geactiveerde investeringsbijdragen aan derden (waar geen provinciaal bezit tegenover staat, zie ook Voorjaarsnota 2010 blz 25/26).Hiervoor is een deel van de opbrengst verkoop Essent aangewend.

Een gedetailleerd overzicht van het verloop van de algemene reserve en de bestemmingsreserves van de provincie is opgenomen in de bijlage 4 van de bijlagenbundel op blz 49.

Rekeningresultaat
De jaarrekening 2018 sluit met een batig saldo van € 21,5 miljoen na verwerking van de hierboven (in de tabel van het eigen vermogen) vermelde stortingen en onttrekkingen.
De jaarrekening 2017 sloot met een batig saldo van € 112,1 miljoen, dat conform de bestendige gedragslijn is toegevoegd aan de algemene reserve.

Voorzieningen

De voorzieningen zijn met uitzondering van de voorziening APPA en de risicovoorziening algemeen, gewaardeerd op het nominale bedrag van de daaraan ten grondslag liggende verplichtingen c.q. de voorziene verliezen.
De voorziening APPA en risicovoorziening algemeen zijn opgenomen tegen contante waarde.

Van de voorzieningen is het verloop als volgt weer te geven.

De uitgaven in verband met verplichtingen en voorziene verliezen ad € 3.605.746 zijn rechtstreeks ten laste van de voorzieningen gebracht.
De vrijval heeft betrekking op de voorziening omgevingsdienst (tot een bedrag ad € 78.734).

N.B. Een aantal voorzieningen is rechtstreeks in mindering gebracht op de activa.
Het verloop hiervan is als volgt weer te geven:

In het kader van de transactie met RWE hebben de verkopende aandeelhouders een aantal garanties gegeven aan RWE. Het overgrote deel van deze garanties is door de verkopende aandeelhouders op het moment van verkoop van Essent aan RWE overgedragen aan Verkoop Vennootschap BV, die vanaf het moment van oprichting dus ook aansprakelijk is mochten één of meer van deze garanties worden ingeroepen. Ter verzekering van de betaling van eventuele schadeclaims heeft RWE bedongen dat een deel van de verkoopopbrengst door de verkopende aandeelhouders gedurende een bepaalde tijd op een aparte bankrekening zal worden aangehouden (in jargon: in escrow zal worden gestort). Buiten het bedrag dat in escrow zal worden gehouden, zijn de verkopende aandeelhouders niet verder aansprakelijk. Het provinciaal aandeel is als onderdeel van de verkoopopbrengst Essent in de voorziening Escrow gestort. In de balans van de provincie is de voorziening gesaldeerd met de vordering op de Verkoop Vennootschap BV. Ultimo 2018 resteert nog € 3.477.488 in deze voorziening.

Voorts bedragen de voorzieningen op de door provincie verstrekte geldleningen ultimo 2018 een bedrag van € 30.760.241 en is voor kapitaalverstrekking aan deelnemingen een voorziening opgenomen van € 24.156.049.
Voor grondexploitaties is ultimo 2018 een voorziening van € 2.130.000 opgenomen en voor dubieuze debiteuren een bedrag van € 1.042.961.

Een gedetailleerd overzicht van het verloop van de voorzieningen van de provincie is opgenomen in de bijlage 5 van de bijlagenbundel op blz 52.

Vaste schulden

De vaste schulden, schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer, worden gewaardeerd tegen de nominale waarde minus de aflossingen.

*Betreft een schuldrelatie met het ministerie van Economische Zaken.
De totale rentelast voor de vaste schulden in 2018 bedraagt € 654.017.
Een gedetailleerd overzicht van de vaste schulden is opgenomen in de bijlage 6 van de bijlagenbundel blz 55.

Vlottende passiva

Netto-vlottende schuld met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De netto vlottende schulden zijn onder te verdelen in:

Crediteuren
Het crediteurensaldo ultimo 2018 bedroeg € 135.085.896 en is daarmee hoger dan eind 2017. Het relatief groot aandeel van niet jaarlijks terugkerende incidentele posten (o.a. projectsubsidies) met wisselende betaalmomenten kan leiden tot grote fluctuaties in crediteurbalans-standen.

Een specificatie van de vooruitontvangen bedragen van overheidslichamen is opgenomen in bijlage 5a van de bijlagenbundel op blz 54.

Nog te betalen subsidies
De post overlopende nog te betalen subsidies per ultimo boekjaar is gebaseerd op de voorlopige subsidietoekenningen.
De lasten als gevolg van voorlopige subsidie toekenningen worden genomen op het moment van het beschikken (afgeven van de beschikking), tenzij:

  • De hoogte van de subsidie expliciet is verbonden aan de te leveren prestaties (p x q subsidies), voorbeeld hiervan is een vast bedrag aan subsidie per aangelegd bushokje;
  • De subsidie op basis van de subsidiebeschikking expliciet toe te rekenen is aan volgende begrotingsjaren (bijvoorbeeld (1) een subsidie toegekend in 2017, maar voor exploitatiejaar 2018, (2) een toekenning van een beschikking voor een project in 2017, maar in de beschikking wordt expliciet aangegeven dat het project uitgevoerd zal worden in 2019);
  • Op basis van het subsidieproces de indruk bestaat dat de start van het project expliciet is gepland in een ander boekjaar (bijvoorbeeld het eind december nog toekennen van subsidies). Bij de start van een project kan hierbij ook gedacht worden aan voorbereidingswerkzaamheden, zoals opmaken van bestek, tekeningen e.d.
  • Per balansdatum reeds een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de eventueel terug te vorderen subsidie (dit corrigeren op de last). Dan wordt een vordering te opgenomen in de jaarverslaggeving (inclusief correctie op de lasten) indien op een betrouwbare wijze kan worden ingeschat welk deel van de toegekende subsidies zal worden ingetrokken dan wel lager zal worden vastgesteld. Indien blijkt dat dit bijvoorbeeld op basis van de afgelopen jaren geen constant beeld oplevert en derhalve geen betrouwbare inschatting gemaakt kan worden, dan wordt de vordering uit voorzichtigheid nog niet verantwoord.

Als gevolg van deze verantwoordingssystematiek bestaat er op balansdatum derhalve een onzekerheid ten aanzien van de exacte hoogte van de nog te betalen subsidies en de subsidies die 100% worden bevoorschot.

Het verloop van de nog te betalen subsidies kan als volgt worden gespecificeerd:

Verleende garanties en waarborgen

Buiten de balanstelling zijn aan de passiva-zijn de bedragen aan borgstellingen en garantstellingen aan natuurlijke en rechtspersonen opgenomen waarvan de specificatie als volgt is weer te geven:

De gewaarborgde geldleningen, de gemeenschappelijk gewaarborgde geldleningen en de afgegeven garanties zijn gespecificeerd opgenomen in de bijlagen 7a en 7b.

Gemeenschappelijk gewaarborgde geldleningen groenfonds (bijlage 7a)
De provincie heeft een doorbetalingsverplichting van rente en aflossingsbedragen van leningen aan het Nationaal Groenfonds. Deze leningen zijn in 1999 tot stand gekomen door een convenant tussen het Rijk en de provincies in het kader van natuurontwikkeling. De provincie Noord-Brabant heeft op 31 december 2018 een restschuld van € 7.009.037. Tot en met 2023 dient de provincie jaarlijks € 1,5 miljoen aan rente en aflossing te betalen waarvoor ze in het provinciefonds volledig wordt gecompenseerd. Vanwege de financieringsconstructie is de resterende schuld niet opgenomen als langlopende schuld in de balans.

Overige garanties (bijlage 7c)
De provincie heeft voorts garanties verstrekt aan Industrie- en Havenschap Moerdijk, voor de woningbouw, BNG bank, TOM, het Nationaal groenfonds, de gemeenten Deurne, IPO-BNG, FNV, gemeente ’s-Hertogenbosch, stichting Midpoint Brabant, aan Heliox Solar BV, energiefonds Brabant BV aan gemeenten Cuijck, Mook en Middelaar, Lightyear, CBRE tbv muziekgouw Eindhoven en het Fonds Nazorg gesloten stortplaatsen. Deze maximaal in te roepen garanties belopen een totaal van € 116,4 miljoen.

Een specificatie van de mutaties in de garantieverplichtingen aan instellingen in 2018 is onderstaand opgenomen:

Niet uit de balans blijkende gerelateerde rechten en verplichtingen

Derivaten

Door de provincie Noord-Brabant wordt gebruik gemaakt van één derivaat: voor de afdekking van een renterisico dat is ontstaan bij het PPS project voor de aanleg van de autosnelweg A59. De financiering voor dit project bestaat voor een deel uit een langlopende lening ( bij aanvang ruim € 86 miljoen) die het bouwconsortium Poort van Den Bosch is aangegaan bij de BNG. Deze lening wordt in de periode 2006 – 2020 volledig afgelost in gelijke driemaandelijkse termijnen.
De provincie betaalt voor de beschikbaarheid van de weg elke drie maanden naast een vergoeding aan het consortium een bedrag aan rente en aflossing van de genoemde lening direct aan de BNG. De lening heeft een variabele rente (driemaands euribor).
Bij het financieringsmodel voor de PPS A59 is de provincie uitgegaan van een rente van 3,475%. De provincie wenste het risico van een hogere rente van de lening af te dekken en heeft daarom een renteswap afgesloten. Met de renteswap wordt de variabele rente geruild tegen een vast rente die is bepaald op 3,475%.
Voordat de renteswap is afgesloten heeft de provincie deze casus voorgelegd aan de toezichthouder, het ministerie van BZK. Deze heeft ingestemd met de wijze waarop de provincie het renterisico heeft afgedekt. De renteswap is afgesloten bij de Rabobank. De rating van deze bank is AA respectievelijk A (afhankelijk van ratingbureau).
De renteswap heeft gedurende de looptijd een marktwaarde. Aan het einde van de looptijd van de lening bedraagt de marktwaarde altijd nul. Voor deze renteswap geldt geen bijstortverplichting.
De marktwaarde van de renteswap is gerelateerd aan het niveau van de lange rente.
Per 31 december 2018 was die marktwaarde -/- € 618.113. Met de bank is een bedrag afgesproken in relatie tot de marktwaarde van de renteswap: € 17.062.000. Indien de marktwaarde van de renteswap daalt tot onder het niveau van het afgesproken bedrag, heeft de bank op grond van het contract, het recht te verlangen het niveau van de dekking weer op peil te brengen. De mogelijkheid dat het niveau van het huidige afgesproken bedrag wordt overschreden is uitgesloten.

Overeenkomst Provincie Noord-Brabant en Groenontwikkelfonds Brabant (GOB)

De provincie Noord-Brabant is met het GOB een overeenkomst aangegaan over de beschikbaarstelling van gronden aan het GOB zoals vastgelegd in de Overeenkomst trekkingsrecht grond van 1 juli 2014. Het GOB is gerechtigd tot de positieve netto-opbrengsten welke rechtstreeks voortvloeien uit het beheer van de Gronden. Onder de netto-opbrengsten wordt verstaan de opbrengsten die voor de Provincie rechtstreeks voortvloeien uit het beheer van de gronden onder aftrek van alle kosten die voor de provincie rechtstreeks verband houden met (het beheer van) de gronden en de (economische) eigendom daarvan. Eventuele verliezen die rechtstreeks voortvloeien uit het beheer van de gronden zullen verrekend worden met de verkoopopbrengsten.

Megastallen

In het kader van het gewijzigd beleid m.b.t. de megastallen loopt nog een aantal claims. In de risicoreserve is voor deze claims een bedrag van € 2 mln gereserveerd.
Daarnaast worden door de provincie nog claims verwacht van veehouders in verband met de besluitvorming van PS op 7 juli 2017 over versnelling transitie veehouderij.

Natuurtaken

De commissie BBV, die verantwoordelijk is voor het stellen van de jaarverslaggevingsregels voor de decentrale overheden, heeft begin april 2015 een uitspraak gedaan over de verwerking van de verplichtingen, die naar de provincies zijn overgekomen. Daarbij is de aanwijzing gegeven dat alle verplichtingen voortkomend uit beschikkingen verleend vóór 2014 nog verwerkt moeten worden op basis van het zogenaamde kasstelsel. Dit wil zeggen de lasten worden pas door de provincie verantwoord indien de uitgave richting het RVO worden gedaan. Deze keuze is met name voortgekomen omdat de rijksfinanciering ook op deze wijze plaats vindt.

De verplichtingen die de provincie in het kader van haar natuurtaken vanaf 2014 is aangegaan zijn volgens het baten en lastenstelsel verwerkt. Dit is daarmee in lijn met de verwerkingswijze van alle andere provinciale subsidies.

Ultimo 2018 resteert aan openstaande verplichtingen m.b.t. grondgebonden regelingen nog € 56,7 mln.

Uitkering provinciefonds

De realisatiecijfers uitkering provinciefonds zijn gebaseerd op de decembercirculaire 2018. Bij de mei/junicirculaire 2019 zal blijken of het uitkeringsbedrag 2018 nog naar beneden wordt bijgesteld door het Rijk. Zoals gebruikelijk wordt een lagere of hogere bijstelling verrekend met het volgende uitkeringsjaar (dus 2019). Afhankelijk van het publicatiemoment zal de verrekening worden betrokken bij burap of bij de begroting 2020.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen m.b.t. verstrekte geldleningen

Door de provincie zijn voor het vertrekken van geldleningen, overeenkomsten aangegaan met diverse partijen. Op basis van deze overeenkomsten hebben deze partijen nog trekkingsrechten per ultimo 2018:                                                                                                                                                                                                                                                        

Kunstbezit

De provincie bezit een aantal kunstwerken die niet op de balans zijn opgenomen. De verzekerde waarde van deze kunstwerken bedraagt € 6,2 miljoen.

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen

Inleiding

In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is bepaald dat de arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume onderdeel vormen van de uiteenzetting over de financiële positie in de begroting. Deze verplichtingen zijn ook in de meerjarenraming opgenomen.

Bedragen zijn exclusief indexering (prijspeil 2018).

Ambtelijk apparaat

Vakantiegeld

Door wijziging van de CAO voor de provincies met ingang van 2015 wordt het vakantiegeld volledig uitbetaald in het jaar van opbouw. Dat resulteert erin dat er aan het einde van het jaar geen verplichting meer is van zeven maanden opgebouwd vakantiegeld.

Inkomensvoorziening vml. personeel via uitkeringsinstantie / detacheringsorganisatie (werkloosheid, gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, suppletie en inkomensgarantie)

De provincie is eigenrisicodrager voor de WW- en de WGA-uitkeringen o.g.v. de Wet Inkomen en Arbeid. Dat geldt uiteraard ook voor het bovenwettelijk deel van de WW. De uitkeringsinstanties die deze voorzieningen uitvoeren declareren de kosten maandelijks bij de provincie.

M.b.t. vertrekregelingen (zie bijlage “Informatie i.v.m. ontslagregelingen”) is er ook voor 2019 nog een verplichting. Deze verplichtingen zijn meerjarig als volgt weer te geven:

Bedragen x €.1.000 2018 2019 2020 2021
uitkeringen 298 470 298 298
uitvoeringskosten 1 1 1 1

Mobiliteitsregelingen

Voor de financiële consequenties van de mobiliteitsregelingen die in het kader van strategisch personeelsbeleid zijn in 2017 voor het personeel zijn opengesteld is een voorziening gevormd. (Zie voor de financiële consequenties bijlage 8a Informatie over ontslagregelingen.)

Bestuur

Verplichtingen inzake pensioenen van (voormalig) gedeputeerden (o.g.v. de Wet APPA)

Voor deze verplichtingen is een permanente voorziening beschikbaar. Deze verplichtingen worden hier niet meer opgenomen.

Verplichtingen inzake wachtgelden van (voormalige) statenleden

De overgangsregeling waarbij bepaalde Statenleden nog gebruik konden maken van een wachtgeldregeling is inmiddels verstreken. Dat betekent dat hiervoor geen verplichtingen meer bestaan.

Schatkistbankieren

In verband met verplicht schatkistbankieren dient onderstaand overzicht in de toelichting op de balans te worden opgenomen.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)
Verslagjaar 2018
(1) Drempelbedrag 5.214
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 252 189 115 710
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 4.962 5.026 5.099 4.505
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - - - -
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar 1.232.094
(4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 500.000
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat 732.094
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 Drempelbedrag 5.214
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 22.685 17.162 10.561 65.287
(5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92
(2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 252 189 115 710

Wet normering topinkomens (WNT)

Wet normering topinkomens (WNT)

De WNT is per 1 januari 2013 in werking getreden. Beloning van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi)publieke sector dienen wettelijk genormeerd respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, thans aangeduid als ‘Wet normering topinkomens’ (WNT). Voor 2018 is het algemeen maximum € 189.000 inclusief belaste kostenvergoeding en pensioenbijdrage werkgever. 

De WNT geeft aan dat de provincie verplicht is om jaarlijks in het financieel jaarverslag de bezoldiging van iedere topfunctionaris en gewezen topfunctionarissen op persoonsnaam op te nemen, ongeacht een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum. Dit houdt in dat de bezoldiging van directieleden van de provincie Noord-Brabant opgenomen moet worden de jaarstukken.

De heer Deneer is in onderstaande tabel opgenomen vanwege het feit dat hij  vanaf 27 februari 2018 als waarnemend griffier werkzaamheden heeft verricht.

Er zijn geen bezoldigingen aan niet-topfunctionarissen betaald die het WNT-maximum in 2018 hebben overschreden.

bedragen x € 1 Dhr. M.J.A. van Bijnen Mevr. K.A.E. ten Cate Dhr. J.A. Deneer
Functiegegevens Provinciesecretaris / Algemeen directeur Griffier van Provinciale Staten Loco griffier
Aanvang en einde functievervulling in 2018 01/12 – 31/12 01/01 – 31/12 27/02 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0 1,0
Dienstbetrekking? Ja Ja Ja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 137.707 98.200 77.749
Beloningen betaalbaar op termijn 18.520 16.338 11.878
Subtotaal 156.227 114.538 89.627
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 189.000 189.000 159.485
-/- Onverschuldigd betaald bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Totale bezoldiging 156.227 114.538 89.627
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2017
Aanvang en einde functievervulling in 2017 01/12 - 31/12 01/01 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 10.913 91.743
Beloningen betaalbaar op termijn 1.429 13.726
Subtotaal 12.342 105.469
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 15.373 181.000
Totale bezoldiging 2017 12.342 105.469

Overige verplichte bijlagen

Overige verplichte bijlagen

  • De voorgeschreven bijlage met de lasten en baten ingedeeld naar taakvelden is opgenomen in de bijlagenbundel onder nummer 12a.
  • De SiSa-bijlage met de verantwoordingsinformatie over de van het Rijk ontvangen specifieke uitkeringen is in de bijlagenbundel opgenomen in bijlage 12b
  • De bijlage met het voorgeschreven overzicht van incidentele lasten en baten met daarbij het overzicht van structurele mutaties in de reserves, is opgenomen in de bijlagenbundel in bijlage 13.
  • De voorgeschreven kengetallen over de financiële positie behorend bij de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn in de bijlagenbundel opgenomen en toegelicht in bijlage 14.