Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling
Inleiding
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - InleidingDe uitvoering van het programma 09 Mobiliteitsontwikkeling staat onder druk.
We ontwikkelen het Brabantse mobiliteitssysteem verder langs de vier netwerken: wegennet, spoornetwerk, hoofdfietsnetwerk en de goederencorridor. Bij een aantal projecten staat de uitvoering en/of de bekostiging ter discussie.
Vanwege de reeds doorgevoerde herprioriteringen van het Mobiliteitsfonds is een aantal rijksinfraprojecten gepauzeerd. Ook in 2026 komt er nog een nieuwe herprioritering door het kabinet met mogelijk gevolgen voor rijksprojecten in Brabant. Omdat de financiële middelen zo onder druk staan bij het Rijk, zijn er daarnaast in meerdere projecten discussies over aanvullende kosten, risico’s en indexatie. Daarnaast is er door de aanhoudende stikstofproblematiek bij de rijksinfraprojecten die wel doorgaan (A58 Tilburg – Eindhoven en N65 Vught – Helvoirt – Haaren) voorlopig nog geen zicht op realisatie. In 2026 zal voor de N65 het voorlopig ontwerp van een korte termijn maatregelenpakket worden vastgesteld. Regie is in handen van de gemeente. Voor een aantal gepauzeerde projecten zijn aanvullend maatregelpakketten afgesproken (o.a. voor A58 Tilburg - Breda, A2 Deil – ’s-Hertogenbosch en A67 Eindhoven - Asten) om de impact van het pauzeren te verminderen en deze zijn vooral gericht op het onderliggende wegennet en de mobiliteitstransitie. In 2026 worden deze pakketten uitgewerkt en gaan vanaf 2027 gerealiseerd worden.
Met aanpassingen en/of aanvullende maatregelen kunnen de meeste projecten op het provinciale wegennet worden uitgevoerd. De N285 Noordelijke randweg Zevenbergen is volop in uitvoering ondanks één jaar vertraging vanwege verschuiving van werkzaamheden door de treinvrije-periode, voor de N605 bij Volkel wordt dit jaar een definitief ontwerp vastgesteld en wordt vanaf 2027 gestart met de daadwerkelijke realisatie van de N264 Haps – Odiliapeel. Wel zien we de kosten van realisatie in een aantal gevallen toenemen. Voor de reconstructie van de N279 Veghel - Asten en de N284 Reusel – Bergeijk moet blijken op welke termijn deze kunnen worden uitgevoerd. Begin 2027 verwachten we besluitvorming over het voorkeursalternatief N279. Voor de N629 Dongen - Oosterhout is in ieder geval duidelijk dat deze vanwege stikstof op korte termijn niet realiseerbaar is. Een pakket van overbruggingsmaatregelen wordt samen met de gemeente in 2026 en 2027 uitgevoerd.
Door de verstedelijkings- en woningbouwopgave zal de mobiliteit in Brabant toenemen waardoor de druk op het Brabantse Mobiliteitssysteem verder wordt vergroot. Daarbovenop komt nog de ontwikkeling van de Brainportregio. Door de grote toename van arbeidsplaatsen zal de vraag naar mobiliteit alleen nog maar verder toenemen. Om Brabant bereikbaar én leefbaar te houden, is versnelling van de mobiliteitstransitie (naar actieve en gedeelde vormen van mobiliteit) nodig. De ambities liggen vast in het Toekomstbeeld OV 2040 (TBOV 2040), het Brabants Toekomstbeeld Fiets (BTF) en de Meerjarige Multimodale Mobiliteits Pakketten (MMMPs) die per stedelijke regio zijn opgesteld.
Bij het uitgestelde BO-MIRT begin 2026 is het voorkeursalternatief voor zowel Spoorknoop Eindhoven (stap 1 SKE Westelijke emplacement) als de Multimodale Knoop (MMK inclusief busstation) vastgesteld. Voor MMK wordt dit jaar nog een Bestuursovereenkomst afgesloten die nodig is om te kunnen starten met de plan- en studiefase. De regionale verkenning voor de Brainportlijnen, in combinatie met de MIRT-verkenning A2/N2 en de regionale verkenning Noord-Westelijke ontsluiting, loopt. De Brainportlijnen bestaan uit twee netwerken: een stedelijke OV-as (Trambus) en regionale lijnen (Brabantliners) en kennen sterke samenhang met de andere verkenningen. Begin 2027 wordt het voorkeursalternatief voor de Brainportlijnen vastgesteld. Het realisatiebesluit voor de Noord-Westelijke ontsluiting van de werklocatie BIC-Noord (onderdeel van convenant Beethoven) wordt genomen in 2026 (uitvoering 2027 en 2028) en is de eerste stap in de realisatie van de Brainportlijnen. Voor de exploitatie van de Brainportlijnen is een Statenvoorstel uitgewerkt (zie begrotingsprogramma 08).
De BO-MIRT afspraak over het voorkeursalternatief Bosch Centraal inclusief financiering wordt vertaald naar een Bestuursovereenkomst die nodig is om te kunnen starten met de plan- en studiefase.
De realisatie van de het Brabantse hoofdfietsnetwerk vordert gestaag. Met de realisatie van het laatste deel in Nuenen is de snelfietsroute Eindhoven - Helmond opgeleverd en start de realisatie van de laatste schakel van de route Bergen op Zoom – Roosendaal. Via het Korte Termijn Maatregelenpakket (KTM) zijn verschillende doorfietsroutes in de regio Eindhoven in uitvoering om omliggende gemeenten (o.a. Best, Oirschot, Bergeijk, Reusel en Veldhoven) via een uitgebreid netwerk te verbinden met Eindhoven en de werklocaties. Link naar een actueel overzicht netwerk.
Op de goederencorridor zijn bij BO-MIRT aanvullende afspraken gemaakt in het kader van de realisatiepacten Tilburg en Moerdijk. Ook is er een bestuursovereenkomst gesloten voor de herinrichting van het bedrijventerrein Loven in combinatie de aanpak van het Wilhelminakanaal. De werkzaamheden voor herbouw Sluis II worden in de tweede helft van 2026 gegund. Op basis van het actieplan truckparkings zijn verspreid over Brabant verschillende locaties voor een mogelijke truckparkings in beeld om samen met gemeenten het tekort aan plaatsen aan te pakken. In de loop van 2027 zal dit leiden tot een concreet plan van aanpak
De Multimodale Mobiliteitsagenda (MMA) is vastgesteld. Hiermee is er een gezamenlijke en wederkerige mobiliteitsagenda tussen Rijk en regio voor de komende jaren. Het adaptieve ontwikkelpad als uitwerking hiervan inclusief prioritering wordt eind 2026 bij BO-MIRT vastgesteld.
Via de Programmering Mobiliteit worden de Staten jaarlijks geïnformeerd over projecten van de mobiliteitsportefeuille en de (financiële) vertaling van de gemaakte afspraken. De huidige afspraken zijn financieel gedekt. Besluitvorming over financiële middelen voor nieuwe ambities vindt plaats in het kader van een nieuw bestuursakkoord.
Wat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Wat willen we bereiken?We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem.
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Wat willen we bereiken? - We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem.De (multimodale) reistijd is in 2030 in 95% van de gevallen conform de voorspelling + of – 5 minuten.
- De ontwikkeling van de werkelijke gerealiseerde reistijd per auto ten opzichte van de freeflow reistijd (Noord-Brabant & provinciale wegen, naar typen wegen): < vorig jaar.
*Freeflow = reistijd buiten de spits zonder vertraging.
We gaan voor een samenhangend mobiliteitssysteem.
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Wat willen we bereiken? - We gaan voor een samenhangend mobiliteitssysteem.Het aantal multimodale ketenverplaatsingen* in personen- en goederenvervoer in Brabant is in 2030 verdubbeld ten opzichte van 2019.
- Ontwikkeling modal split in het personenvervoer van weg naar openbaar vervoer en fiets (absolute aantallen, Noord-Brabant): > vorig jaar
- Ontwikkeling modal split in het goederenvervoer van weg naar spoor en water (absolute aantallen, Noord-Brabant): > vorig jaar
*Bij multimodale ketenverplaatsing is er sprake van een combinatie van meerdere (duurzame) vervoerwijzen voor één verplaatsing. Modal split houdt de verdeling in tussen modaliteiten.
We gaan voor mobiliteit voor iedereen.
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Wat willen we bereiken? - We gaan voor mobiliteit voor iedereen.Onderwijs-, zorg-, werk-, recreatie-, natuur- en dagelijkse voorzieningen en sociale contacten zijn in 2030 goed bereikbaar voor iedereen.
- Ontwikkeling van de nabijheid van voorzieningen in verschillende type regio’s en voor verschillende type modaliteiten.
We gaan voor schone, stille en gezonde mobiliteit
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Wat willen we bereiken? - We gaan voor schone, stille en gezonde mobiliteitWe zorgen in Noord-Brabant dat de overlast van verkeer geminimaliseerd wordt door in te zetten op stille voertuigen en infrastructuur.
- Ontwikkeling aantal objectief geluidgehinderden waar de wettelijke geluidnormen worden overschreden (provinciale wegen): aantal < vorig jaar.
Op basis van de herijking van de het Actieplan geluid Noord-Brabant eind 2024 is het aantal geluidgehinderden afgenomen van 5.950 woningen naar 5.854. Met de invoering van de nieuwe omgevingswet is de ambitie om breder te kijken dan alleen de provinciale wegen, hierbij zijn we afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen voor de invoering van het digitaal stelsel omgevingswet. Voor nu blijft het actieplan en de daarin vastgestelde ambitie leidend.
Ontwikkelingen en onzekerheden
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Ontwikkelingen en onzekerheden- Het pauzeren van een aantal rijkswegenprojecten en nog een mogelijke herprioritering van het Mobiliteitsfonds heeft invloed op de bereikbaarheid van Brabant.
- Ontwikkelingen in wet- en regelgeving rondom stikstof en vergunningverlening kunnen de realisatie én de kosten van (infrastructurele) projecten beïnvloeden.
- Onzekerheid en vertraging in de doorlooptijden bij behandeling door de Raad van State heeft invloed op de haalbaarheid en zekerheid van de planningen van projecten.
- De huidige instabiliteit op het wereldtoneel zorgt voor onzekerheid over de beschikbaarheid van materialen en grondstoffen en over de prijsontwikkeling. Projecten kunnen hierdoor ineens vertragen en/of flink duurder worden.
- De mate van cofinanciering door Rijk en regio kan de haalbaarheid van opgaven en projecten beïnvloeden. Ook staan steeds vaker gemaakte afspraken met het Rijk ter discussie vanwege grote tekorten op de rijksbegroting.
- De wijze van financieren van de afspraken met de regio in het kader van de Regionale Mobiliteitsprogramma’s en de regelgeving rondom de lastneming kan het ritme van de besteding van de provinciale begroting beïnvloeden. Hierdoor kan onder- of overbesteding ontstaan in een specifiek jaar. We zijn hierin in belangrijke mate afhankelijk van (de uitvoering door) gemeenten.
Financieel overzicht
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Financieel overzichtBedragen x € 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
9. Mobiliteitsontwikkeling |
Begroting t/m wijz. 3 |
Wijziging 4 |
Begroting t/m wijz. 4 |
Lasten |
135.194 |
3.817 |
139.011 |
Baten |
3.483 |
-983 |
2.500 |
Saldo baten en lasten |
131.711 N |
4.800 N |
136.511 N |