Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling

Inleiding

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Inleiding

Afgelopen zomer werd bekend dat Nederland wederom tot de drie meest innovatieve landen behoort van Europa. Nederland staat derde op de European Innovation Scoreboard (EIS) van de EU, achter Zweden en Denemarken. Wel moet worden gezegd dat onze bijbehorende relatieve score al een aantal jaar op rij daalt, waarmee de innovatiepositie van Nederland is afgenomen t.o.v. het EU-gemiddelde. De nu nog goede positie van ons land komt vooral door onze wetenschap, opleidingen, digitalisering en publiek-private samenwerking. Op nationaal niveau blijven investeringen in onderzoek & ontwikkeling (R&D) en innovatie nodig om een sterke positie in de toekomst vast te kunnen houden.

Andere EU-landen en zeker landen van buiten Europa zetten immers meer stappen als het gaat om technologie en innovatie. Per saldo gaan we achteruit en dat is zorgelijk voor onze toekomstige welvaart, het vestigingsklimaat, maar ook onze veiligheid, aldus de minister van EZK. Een duidelijk signaal, dat oud ASML-topman Wennink in zijn rapport ook stevig naar voren bracht. Het kabinet heeft plannen in de maak om samen met bedrijven, kennisinstellingen en andere organisaties het tij te keren, bv. door de oprichting van het Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), de Nationale Investeringsinstelling (NII), stimuleren van productiviteit en talent.

De parallel met Brabant, dat een belangrijk aandeel heeft in de Nederlandse innovatiescore, is gemakkelijk te maken. We werken samen met het Rijk aan de genoemde plannen en we blijven investeren in de Brabantse innovatie- en concurrentiekracht, zoals in de financiering en ondersteuning van innovatieve start- en scale-ups, het vormen van coalities rondom innovaties voor maatschappelijke missies, de doorontwikkeling van onze innovatiecampussen en in het vergroten van de arbeidsproductiviteit. We brengen daarvoor focus en massa aan om het nationale belang te dienen, onder meer met andere provincies met dezelfde kenmerken als Brabant waar het innovatieve industrie betreft, zoals met Gelderland en Overijssel.

We hebben de afgelopen periode voortvarend gewerkt om onze beloofde resultaten voor 2027 te realiseren. Zo hebben Eurocommissaris Hoekstra, staatssecretaris De Bat en gedeputeerde Van Gruijthuijsen samen met CEO van Thorizon Lauwers in juni het startsein gegeven voor het inrichten van een testlocatie voor een gesmoltenzoutreactor op de High Tech Campus; hebben we in het voorjaar het ‘beroepenfestival’ Skills The Finals mede mogelijk gemaakt en hebben we de Brabantse prijswinnaars vervolgens gehuldigd; zijn er in- en uitkomende bezoeken geweest rondom waterstof- en elektrolyse-technologie met Duitse en Belgische deelstaten; hebben we een project rondom zorgrobotica t.b.v. het verhogen van de arbeidsproductiviteit gefinancierd; en heeft de provincie in juni samen met de BOM een seminar georganiseerd over Economische samenwerking met Oekraïne (‘Unlocking Opportunities: Dutch-Ukrainian Innovation & Business Collaboration’).

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Wat willen we bereiken?

Brabant is een vooraanstaande speler in het Europese innovatiesysteem

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Wat willen we bereiken? - Brabant is een vooraanstaande speler in het Europese innovatiesysteem

Indicatoren: 

•    We streven naar een structurele top-15 notering in de Regional Innovation Scoreboard van de Europese Commissie in 2030

Kwaliteit (indicator) Oranje
Kwaliteit (toelichting)

Regional Innovation Scoreboard (RIS) van de Europese Commissie is een gerenommeerde lijst van de meest innovatieve regio’s in Europa (250 regio’s in totaal). Voor 2026 zijn (nog) geen cijfers bekend. In 2025 zijn we gezakt naar positie 26 met 146,2 punten, ten opzichte van positie 19 met 140,8 punten in 2023. Onze totaalscore is dus verbeterd, wat betekent dat we op alle indicatoren gezamenlijk zijn gegroeid, maar andere Europese regio’s zijn sneller gegroeid dan wij. Noord-Brabant behoort weliswaar nog steeds tot de zogenaamde ‘Innovation leaders’ van Europa, maar we beginnen ons wel zorgen te maken of we een top-15 notering in 2030 gaan behalen. 

Het is daarom van belang dat we, nu en in de toekomst, blijven investeren in de randvoorwaarden voor ons vestigingsklimaat en in technologievelden waarin we uitblinken.

Brabant heeft internationaal een uitstekende economische concurrentiepositie.

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Wat willen we bereiken? - Brabant heeft internationaal een uitstekende economische concurrentiepositie.

Indicatoren:

  •  We streven naar een top-15 notering in de Regional Competitiveness Index van de Europese Commissie in 2030.
  • % toename van het bruto regionaal product (BRP) ten opzichte van het voorgaande jaar (BBV-verplichte indicator)
Kwaliteit (indicator) Groen
Kwaliteit (toelichting)

Sinds 2022 is de Regional Competitiveness Index nog niet geüpdatet. Brabant staat sindsdien op de 4e positie met 140,6 punten. Dat is een flinke stijging ten opzichte van 2019, toen Brabant nog plek 20 (137,6) bezette. 

Volgens het CBS groeide het BRP van Brabant in 2024 (laatstbekende cijfer) t.o.v. het jaar ervoor met 0,7%. In 2023 was dat 0,5%, tegenover een krimp van -0,6% landelijk. Noord-Brabant is in Nederland groeimotor voor banen, bnp en arbeidsproductiviteit. Er wordt een bruto regionaal product verdiend wat neerkomt op ongeveer 15% van het nationale bruto binnenlands product.  

In de Brabantse samenleving plukt iedereen de vruchten van economisch succes.

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Wat willen we bereiken? - In de Brabantse samenleving plukt iedereen de vruchten van economisch succes.

Indicatoren:

  • We streven ernaar om in 2030 op de CBS-indicatoren voor brede welvaart ‘bbp per hoofd bevolking’ en ‘Opleidingsniveau’ beter dan wel gelijk te scoren ten opzichte van 2020 (startdatum Beleidskader)
  • % bruto arbeidsparticipatie (werkgelegenheid) (BBV-verplichte indicator).
Kwaliteit (indicator) Groen
Kwaliteit (toelichting)

De indicator behorende bij BBP per hoofd van de bevolking in Noord-Brabant laat op basis van de beschikbare CBS-cijfers een positief beeld zien. Dat bedraagt in 2024 (laatst bekende cijfer) voorlopig € 64.658. Ook het opleidingsniveau ontwikkelt zich positief: het percentage van de Brabanders in 2024 dat een HBO of WO opleiding heeft afgerond als hoogst behaalde onderwijsniveau is gestegen van 29,9% in 2020 naar 32,2% in 2024. Dit ligt iets lager dan het landelijke percentage van 33,3% (2024). Het percentage van de Brabanders dat een MBO1 opleiding heeft afgerond (dan wel een vmbo, havo of vwo-onderbouw) is 17,7% (tegenover 19,3% in 2020) en het aandeel dat een MBO2-4 (dan wel havo of vwo) heeft afgerond als hoogst behaalde onderwijsniveau is 41,2% (ten opzichte van 42% in 2020). De bruto arbeidsparticipatie bedroeg in 2025 76,5%. Dat is iets hoger dan het landelijke percentage in datzelfde jaar (76,2%).

De Brabantse economie is verregaand circulair.

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Wat willen we bereiken? - De Brabantse economie is verregaand circulair.

Indicatoren:

•    Het gebruik van niet-vernieuwbare grondstoffen is volgens de landelijke afspraken met 50% verminderd in 2030.

Kwaliteit (indicator) Oranje
Kwaliteit (toelichting)

Landelijke en regionale monitoring op deze indicator heeft de afgelopen jaren laten zien dat het onzeker is of we de doelstelling voor 2030 gaan halen. Uit de meest recente data in Noord-Brabant kunnen we opmaken dat er sinds 2021 een reductie te zien is van ongeveer 13% (4.000 kton) in het gebruik van abiotische grondstoffen. Als nieuwe data over 2024 en 2025 beschikbaar komt dan kunnen we beter duiden of er sprake is van een structurele daling en of we de doelstelling voor 2030 gaan halen. We verwachten de data over 2024 in het najaar van 2026. De data over 2025 verwachten we in 2027.

Ontwikkelingen en onzekerheden

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Ontwikkelingen en onzekerheden

Als onzekerheden zijn zeker aan te merken:

·       I.v.m. afhankelijkheid derden geldt voor subsidiebeschikkingen m.b.t. MKB, Innovatiecoalities, campussen, Talentontwikkeling en DataEconomie dat het onzeker is of (alle) subsidiebeschikkingen nog in 2026 gerealiseerd kunnen worden of dat deze doorschuiven naar begin 2027.

·       Europese Programma's/MIT; M.b.t. EFRO-bijdrage, Europese programma's en MIT gaan we v.w.b. cofinanciering (Europese) programma's, uit van de subsidieplafonds van de opengestelde regelingen. De daadwerkelijke (beschikkingen van deze) projecten kunnen natuurlijk lager uitvallen of later plaatsvinden ook hierbij zijn we afhankelijk van derden.

Financieel overzicht

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Financieel overzicht
Bedragen x € 1.000
5. Economie
Begroting t/m wijz. 3
Wijziging 4
Begroting t/m wijz. 4
Lasten
74.223
24.428
98.651
Baten
14.208
16.094
30.303
Saldo baten en lasten
60.014 N
8.334 N
68.348 N