Inleiding

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Inleiding

Natuur

De organisatie van programma natuur is op orde en er wordt flink voortgang geboekt op alle fronten, variërend van onder meer realisatie van het natuurnetwerk, natuurherstelmaatregelen, bossen en de agenda natuurinclusief. 

In deze bestuursrapportage is voor de volgende indicator de nadere uitwerking en de streefwaarde opgenomen:

• Natuurinclusiviteit toepassen binnen provinciale programma’s

 

Aanpak Landelijk Gebied

De uitvoering van de Aanpak Landelijk Gebied (ALG) ontwikkelt zich in lijn met de verwachtingen voor deze fase van het programma.

Met het plan van aanpak voor de Aanpak Landelijk Gebied (ALG) van 4 februari 2025 is ingezet op het versterken van de uitvoeringskracht in het landelijk gebied en het versnellen van maatregelen voor natuur, water, bodem en klimaat. Ondanks wisselende landelijke kaders blijft de provincie sturen op het behalen van de wettelijke doelen, in samenwerking met gebiedspartners.

In het kader van de Aanpak Landelijk Gebied zijn voor de twaalf GGA-gebieden ruim honderd projectvoorstellen ingediend. Deze voorstellen zijn beoordeeld op hun bijdrage aan de doelen voor natuur, water, klimaat en landbouw, evenals op uitvoerbaarheid, bestuurlijk draagvlak, maatschappelijke impact, kosten en ruimtelijke inpasbaarheid. 

De focus ligt op het realiseren van concrete uitvoeringsprojecten en het sluiten van afspraken met gebiedspartners, zodat projecten versneld in uitvoering kunnen worden gebracht. Een belangrijke stap hierin is de vaststelling van de Bijdrageregeling Aanpak Landelijk Gebied in juni 2026, waarmee de eerste tranche aan projecten financieel kan worden ondersteund.

Gedeputeerde Staten zijn via de Statenmededeling Kamerbrief geïnformeerd over de mogelijke consequenties van de landelijke ontwikkelingen uit de Kamerbrief "Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof". In deze Kamerbrief kiest het kabinet voor een pakket aan maatregelen gericht op natuurherstel, stikstofreductie en het bieden van toekomstperspectief aan de landbouwsector. De provincie analyseert momenteel de betekenis van deze landelijke ontwikkelingen voor de Brabantse opgaven en instrumenten binnen de Aanpak Landelijk Gebied. De gebiedsgerichte aanpak die Brabant reeds uitvoert, sluit in belangrijke mate aan bij de richting die het Rijk heeft ingezet en biedt daarmee een solide basis voor de verdere realisatie van de wettelijke doelen voor natuur, water en klimaat.

Daarnaast wordt gewerkt aan vijf concrete water- en natuurprojecten (versnellingsdossiers) waarin de provincie waar nodig zwaardere instrumenten inzet om grond te verwerven en natuur- en waterprojecten te realiseren.

De gebiedsopgaven zijn geactualiseerd en gedeeld met de GGA-gebieden en vormen de basis voor verdere uitvoering. PS is op 21 oktober 2025 met de Statenmededeling Aanpak overgangsgebieden rondom Natura 2000-gebieden geïnformeerd over de aanpak van overgangsgebieden rond Natura 2000gebieden, waarin uitvoering in de GGA en de vergunningsplicht voor gewasbeschermingsmiddelen en grondwateronttrekkingen centraal staan.

 

Milieu

In lijn met de Omgevingsvisie streven we naar een continue verbetering van onze leefomgeving. We hebben op een aantal thema’s duidelijke resultaten geboekt. Met de uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord dragen we bij aan het landelijk doel om 50% gezondheidswinst te behalen. Voor Geluid zijn de geluidsproductieplafonds (GPP) vastgesteld. Daarnaast heeft de provincie Noord-Brabant als eerste provincie in Nederland de wettelijk verplichte geluidsaneringslijst vastgesteld. Met het actieplan Geluid 2024-2029 verminderen we het aantal mensen dat wordt gehinderd door het geluid van provinciale wegen. Tevens is naar aanleiding van de provinciale zienswijze het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie op onderdelen aangepast om geluidshinder te beperken en zijn we de eerste provincie die vermijdings- en reductieplannen hebben opgevraagd bij afvalbedrijven voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS).

Een aantal activiteiten uit de Uitvoeringsagenda Milieu zijn wettelijk vastgestelde taken en deze voeren we naar behoren uit. Dit zijn bijvoorbeeld reguliere bodemsaneringen (zoals industriële verontreinigingen en sanering na drugsdumpingen), het zorgdragen voor de nazorg van stortplaatsen en wettelijke taken rondom de luchthavens waarvoor de provincie bevoegd gezag is.

De druk op het milieu blijft echter onverminderd hoog, waardoor het bereiken van de doelstellingen bij een aantal thema’s in het gedrang komen, met name bij de thema’s luchtkwaliteit, ZZS en licht. Op deze thema’s is een intensivering van de uitvoering nodig, zoals ook blijkt uit de bevindingen van de tussenevaluatie van het Beleidskader Milieu die in de eerste helft van 2026 is uitgevoerd en eind september met PS gedeeld wordt. Een aantal acties binnen de bevoegdheid van de Provincie hebben onvoldoende effect om de doelstellingen te behalen. Dit komt met name omdat we vaak afhankelijk zijn van zowel landelijke als Europese regelgeving en ontwikkelingen op het gebied van andere beleidsvelden.

In 2026 worden ook weer veel MER procedures gestart voor: de aanpassing van de N279, Hoogwaterbescherming Den Bosch, dijkversterking Cuijk-Ravenstein en Dijkversterking Lith-Bokhoven, ondergrondse hoogspanningsverbinding Eindhoven-Maarheeze en Eindhoven-Hapert, natuurherstel Dommeldal, en het Nationaal programma ruimte voor defensie.

Verder krijgt de samenwerking binnen de overlegtafels voor de regionale vliegvelden Breda International Airport en Kempen Airport een vervolg door in te zetten op de klachtenprocedure en communicatie.

 

Vergunningverlening, toezicht en handhaving

De uitvoering van de reguliere wettelijke taken uit de VTH Opdracht verloopt volgens verwachting. De doorvertaling van uitvoeringsagenda’s naar de VTH Opdracht is in volle gang met betrekking tot thema’s als energie, water en bodem, natuur (soorten), milieu en ZZS.  

Op het gebied van vergunningenverlening, toezicht en handhaving met betrekking tot stikstof zijn er veel actualiteiten te melden. Zo is gestart met de maatregelen voor de ammoniakemissie eisen en met het intrekkingenbeleid voor latente ruimte voor zowel veehouderijen en industrie.  

Pijler Robuuste Natuur

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Pijler Robuuste Natuur

De Brabantse natuur is adequaat beschermd tegen ongewenste ruimtelijke ingrepen. Ze is vitaal en van voldoende omvang om bestand te zijn tegen schommelende omgevingsinvloeden zoals weersextremen. De Brabantse natuurgebieden vormen een onderling aangesloten netwerk waardoor uitwisseling kan plaatsvinden. 

Pijler Brabant Natuurinclusief

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Pijler Brabant Natuurinclusief

Natuur levert een bijdrage aan de welvaart en het welzijn van Brabant en de Brabanders. Andersom is natuur als vanzelfsprekend onderdeel van andere maatschappelijke, ruimtelijke en economische opgaven en verweven in alle maatschappelijke sectoren.?

Pijler Natuur voor en door Brabanders

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Pijler Natuur voor en door Brabanders

Brabanders voelen zich verbonden met de natuur in natuurgebieden, in de stad, het dorp en het agrarisch gebied. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken?

Natuurnetwerk Brabant ingericht, verbonden en beheerd

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Natuurnetwerk Brabant ingericht, verbonden en beheerd

Indicator:

  • In 2030 is het Natuurnetwerk Brabant ingericht, verbonden en beheerd 
Kwaliteit (indicator) Oranje
Kwaliteit (toelichting)

In 2030 zullen naar verwachting nog niet alle gronden beschikbaar zijn. Partners geven aan dat het beschikbaar krijgen van NNN-gronden op vrijwillige basis niet overal lukt. GS hebben op 1 april 2025 besloten het instrumentarium volledige schadeloosstelling met als sluitstuk onteigening in te zetten in een vijftal gebieden. En we zetten het instrument pachtafkoop in. Maar we merken dat een deel van de grondeigenaren, veelal agrariërs, zeker met de huidige rijksontwikkelingen en stijgende grondprijzen, hun gronden willen behouden of lang wachten met verkopen. Het eerste half jaar van 2026 is de grondprijs in Brabant met ca. 7% gestegen. Het risico op verder stijgende grondprijzen en toenemende inflatie, blijft  groot. 

N2000-gebieden hersteld en versterkt

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - N2000-gebieden hersteld en versterkt

Indicator:

  • De kwaliteit en kwantiteit van de habitattypen en soorten uit de de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) mogen nooit achteruit gaan.  
  • In 2030 zijn in de N2000-gebieden de VHR-habitattypen en soorten verbeterd in oppervlakte en/of kwaliteit t.o.v. 2023 daar waar nodig volgens aanwijzingsbesluit. 
Kwaliteit (indicator) Oranje
Kwaliteit (toelichting)

Uit de natuurdoelanalyses (NDA’s) 2023 blijkt dat het huidige maatregelenpakket voor stikstofreductie en natuurherstel – waaronder hydrologische maatregelen – onvoldoende is om voor alle habitattypen en soorten de instandhoudingsdoelen te behalen. Voor een groot deel van de Natura 2000-gebieden in Brabant blijft het behalen van de doelen buiten bereik wanneer alleen wordt uitgegaan van het bestaande pakket aan herstel- en beheermaatregelen. De Rijksoverheid heeft onlangs een kamerbrief gestuurd waarin een pakket aan maatregelen voor natuurherstel en vermindering stikstofemissie is aangekondigd. Veel van deze maatregelen vereisen nog verdere uitwerking (op generiek en/of gebiedsniveau), het is nu nog niet mogelijk om in te schatten of dit pakket aan maatregelen voldoende is om in alle Natura 2000-gebieden tot herstel te komen. 

Brabant werkt daarnaast aan aanvullende maatregelen die nodig zijn om zowel de stikstofdepositie verder te reduceren als het natuurherstel te versterken. Gedeputeerde Staten hebben daarom eind 2024 aanvullende bronmaatregelen vastgesteld in de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS 2.0). Daarnaast zijn op 11 februari 2025 de Pakketten van maatregelen en onderzoeken vanuit de NDA’s vastgesteld, waarin per Natura 2000-gebied een samenhangend pakket van herstelmaatregelen is opgenomen. De aanvullende natuurherstelmaatregelen landen grotendeels in de Aanpak Landelijk Gebied (ALG). De natuurherstelmaatregelen worden versneld uitgevoerd.

Bossen aangelegd en gerevitaliseerd

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Bossen aangelegd en gerevitaliseerd

Indicator:

  • In 2030 is in Brabant 13.000 ha nieuw bos aangelegd t.o.v. 2020. 
  • In 2030 is ca. 20.000 ha bos op de zandgronden omgevormd naar vitaal bos (revitalisering van bestaande bossen) t.o.v. 2020. 
Kwaliteit (indicator) Oranje
Kwaliteit (toelichting)

De ambitie voor nieuwe en gezonde bossen is fors en de beschikbare middelen daarvoor vooralsnog ontoereikend. De onderstaande indicatoren zijn daarom eerder aangepast naar reële hectaren op basis van te verwachten beschikbare middelen. Onderdeel van de ambitie is om aanvullende middelen te vinden door actief te zoeken naar nationale middelen en Europese fondsen en door de ambitie mee te koppelen met andere opgaven zoals woningbouw, energietransitie en circulaire economie. Met het toekennen van extra middelen via de Perspectiefnota 2025 en de toegekende Rijksmiddelen voor bosrevitalisering in het kader van de koplopersprojecten No-regret en voor boscompensatie in het kader van de 2e fase Landelijk Programma Natuur worden momenteel forse stappen gezet. Voor de lange termijn zijn de beschikbare middelen voor bosuitbreiding en bosrevitalisering vooralsnog onvoldoende om gestelde doelen te kunnen bereiken.

Biodiversiteit beschermd

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Biodiversiteit beschermd

Indicator:

  • In 2030 is de stand van de populaties kwetsbare en bedreigde planten en dieren minimaal behouden t.o.v. 2022.
Kwaliteit (indicator) Oranje
Kwaliteit (toelichting)

De biodiversiteit staat onder druk ook buiten de N2000-gebieden. Maatregelen zijn erop gericht om kwetsbare soorten te behouden, maar het resultaat daarvan is met name mede afhankelijk van de mate waarin de transities naar een duurzame landbouw en energievoorziening en naar een natuurinclusieve samenleving effect sorteren.

Basisvoorwaarden op orde: lucht-, water- en bodemkwaliteit

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Basisvoorwaarden op orde: lucht-, water- en bodemkwaliteit

Indicator:

  • In 2030 is de emissie en depositie van stikstof in Noord-Brabant afgenomen tot een niveau zoals in het kader van het NPLG tussen rijk en provincie is overeengekomen. 
Kwaliteit (indicator) Oranje
Kwaliteit (toelichting)

Op 7 oktober 2025 heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu de nieuwe stikstofdepositiecijfers voor Natura 2000-gebieden gepubliceerd. Via de Statenmededeling Actualisatie stikstofcijfers 2025 bent u geïnformeerd over deze actualisatie van de landelijke monitoringscijfers.  

Uit de nieuwe stikstofcijfers blijkt dat het percentage stikstofgevoelige habitats in de 17 Natura 2000-gebieden met een depositie onder de Kritische depositiewaarde is gestegen van ongeveer 10% in 2022 naar ongeveer 11% in 2023. Dit betekent dat in 2023 voor circa 1.400 hectare de stikstofdepositie onder de Kritische depositiewaarde lag, terwijl dit voor circa 11.000 hectare niet het geval was. De prognose is dat het percentage stijgt naar circa 17% in 2030. Daarmee blijft ongeveer 83% van het stikstofgevoelige oppervlakte overbelast met stikstof. Wij verwachten de volgende actualisatie van de landelijke stikstofcijfers van het RIVM met u in het najaar van 2026 te kunnen delen.

Natuur meewegen bij ruimtelijke en economische ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Natuur meewegen bij ruimtelijke en economische ontwikkelingen

Indicator:

  • In 2030 is er een gedeelde basis voor een 'Natuurinclusief Brabant' en wordt natuurinclusiviteit aantoonbaar toegepast binnen relevante provinciale programma’s en samenwerkingen.
  • In 2030 is er een positieve trend voor biodiversiteit in het stedelijk gebied
Kwaliteit (indicator) Groen
Kwaliteit (toelichting)

In 2025 hebben Gedeputeerde Staten de Agenda Natuurinclusief Brabant vastgesteld. Hiermee is een gedeelde basis gelegd voor een natuurinclusief Brabant. De Agenda werkt natuurinclusiviteit uit over tien maatschappelijke domeinen en positioneert natuurinclusiviteit niet als een apart thema, maar als een integrerend principe binnen bestaande provinciale programma’s en samenwerkingen. 

In 2026 richt de inzet zich op het verder laten landen van natuurinclusief denken en handelen binnen de provinciale organisatie en in de samenwerking met Brabantse partners. Daarmee werken we eraan dat natuur steeds vanzelfsprekender wordt meegewogen bij maatschappelijke, ruimtelijke en economische opgaven.

Behoud, herstel en ontwikkeling van landschappen

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Behoud, herstel en ontwikkeling van landschappen

Indicator:

  • In 2050 bestaat minimaal 10% van het landelijk gebied uit groenblauwe dooradering 
Kwaliteit (indicator) Groen
Kwaliteit (toelichting)

In samenwerking met gemeenten, waterschappen, agrarische collectieven en het coördinatiepunt landschapsbeheer stimuleren we particuliere initiatiefnemers in het buitengebied om landschapselementen te herstellen of aan te leggen, en ondersteunen waar mogelijk het beheer daarvan. Met de openstelling van de vernieuwde Stila-2.0 regeling per januari 2026 is het instrumentarium verder uitgebreid.

Meer groen in de directe omgeving

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Meer groen in de directe omgeving

Indicator:

  • In 2030 is het aantal vierkante meters groen per gemeente in de bebouwde kom (met 5%) toegenomen ten opzichte van 2023. 
Kwaliteit (indicator) Groen
Kwaliteit (toelichting)

Natuur en groen in de (directe) omgeving van de Brabanders draagt bij aan welzijn, welvaart, gezondheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het realiseren van meer groen in de directe omgeving doen we nadrukkelijk in samenwerking met anderen. Daarom stimuleren we dat meer Brabanders én organisaties meedoen om meer groen in de omgeving te creëren. We hebben hiervoor subsidieregelingen zoals Schoolpleinen van de Toekomst en het Buurtnatuur- en buurtwaterfonds. De regeling Schoolpleinen van de Toekomst bereikte in 2026 al in de eerste week van openstelling het subsidieplafond van 250.000 euro. Daarnaast ondersteunen we initiatiefnemers van innovatieve vergroeningsprojecten.

Versterken van de beweging van vergroening

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Versterken van de beweging van vergroening

Indicator:

  • Behoud van het aantal actieve ‘groene’ vrijwilligers 
Kwaliteit (indicator) Groen
Kwaliteit (toelichting)

Groene vrijwilligers leveren een belangrijke bijdrage aan het beheer, behoud en de beleving van natuur en landschap. De gezamenlijke inzet van de groene vrijwilligers is een belangrijke maat voor de betrokkenheid van de Brabanders bij de natuur en vertegenwoordigt een enorme inbreng aan expertise, kennis en tijd. Vergrijzing en eenzijdige opbouw van het bestand vormen daarbij een uitdaging. Daarom werkt de provincie samen met de grotere Brabantse natuurorganisaties aan de werving van nieuwe, groene vrijwilligers om de omvang op peil te kunnen houden.

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS): Brabantse burger wordt in 2030 minder blootgesteld aan ZZS en potentieel ZZS (pZZS) dan in 2023. De emissies van ZZS en pZZS door bedrijven naar water, bodem en lucht zijn in 2030 gehalveerd ten opzichte van 2023

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS): Brabantse burger wordt in 2030 minder blootgesteld aan ZZS en potentieel ZZS (pZZS) dan in 2023. De emissies van ZZS en pZZS door bedrijven naar water, bodem en lucht zijn in 2030 gehalveerd ten opzichte van 2023

Indicator: 

  • emissie ZZS: Top 3 van ZZS die het meest voorkomen bij bedrijven die onder provinciaal gezag vallen, namelijk; Lood, Nikkel en Cadmium, daalt.
Kwaliteit (indicator) Oranje
Kwaliteit (toelichting)

De emissie naar riool is in het algemeen afgenomen sinds 2000. De emissie naar lucht wisselt sterk over de jaren heen. 
Bedrijven zijn sinds 1 januari 2025 verplicht gegevens over ZZS-emissies zelf in een nieuwe nationale database te zetten. Deze database wordt nu geëvalueerd en wordt naar verwachting in 2027 openbaar. Pas dan kunnen we de cijfers duiden, vergelijken en gebruiken voor toezicht, vergunningverlening en beleidsontwikkeling.

Luchtkwaliteit: 50% gezondheidswinst uit Brabantse bronnen ten opzichte van 2016

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Luchtkwaliteit: 50% gezondheidswinst uit Brabantse bronnen ten opzichte van 2016

Indicator: 

  • WHO-advieswaarde PM10 van 15 µg/m3 en NO2 van 10 µg/m3 in 2030 in Brabant 
  • WHO-advieswaarde PM2,5 van 5 µg/m3 in 2040 in Brabant 
    (Monitor RIVM: Luchtkwaliteit: [GIK] Dashboard Gezondheid 2024)
Kwaliteit (indicator) Oranje
Kwaliteit (toelichting)

Voor 2030 berekent het RIVM wat op basis van het effect van het vastgestelde beleid de concentraties worden (prognose). Volgens het scenario met de aanvullende maatregelen waaronder de SLA-maatregelen (VES) is in 2030 de gemiddelde blootstelling (in ug/m3) voor NO2 10,3 en voor PM2,5 7,5 (RIVM, 2024). PM10 is niet berekend.

Geluid: Nieuwe geluidshindersituaties voorkomen en hinder van bestaande overlastsituaties terugdringen

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Geluid: Nieuwe geluidshindersituaties voorkomen en hinder van bestaande overlastsituaties terugdringen

Indicator: 

  • Afname van het percentage Brabanders die ernstige hinder ondervinden door geluid.
Kwaliteit (indicator) Groen
Kwaliteit (toelichting)

In 2024 geeft 17% (2020 was 25%) van de Brabanders aan ernstige hinder te ondervinden van m.n. scooters/brommers, verkeer en buren. In 2027 vindt actualisatie plaats. Met het uitvoeren van saneringsprojecten zal het percentage afnemen.

Geur: Voor bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag wordt voldaan aan de grenswaarden, zoals opgenomen in de beleidsregel industriële geur.

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Geur: Voor bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag wordt voldaan aan de grenswaarden, zoals opgenomen in de beleidsregel industriële geur.

Indicator: 

  • aantal bestaande overlast situaties geur neemt af of blijft gelijk (van bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag)
Kwaliteit (indicator) Oranje
Kwaliteit (toelichting)

Vorige jaren was sprake van een daling, maar in 2025 is het aantal klachten toegenomen (zie hieronder).

Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) leveren een bijdrage aan een gezonde fysieke leefomgeving en daarmee een bijdrage aan een goed werk- en leefklimaat.

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) leveren een bijdrage aan een gezonde fysieke leefomgeving en daarmee een bijdrage aan een goed werk- en leefklimaat.

Indicator:

  • De kwaliteit van de uitvoering van VTH voldoet aan de kaders van landelijke wetgeving;
  • Bij het opstellen van de provinciale beleidskaders en uitvoeringsagenda’s voor o.a. Natuur, Water, Milieu, Energie, Landbouw en Voedsel wordt bewust bezien of en hoe beschikbare VTH-instrumenten ingezet kunnen worden om een bijdrage te leveren aan het bereiken van een beleidsdoel.
Kwaliteit (indicator) Groen
Kwaliteit (toelichting)

De Zuidelijke Rekenkamer heeft een opvolgingsonderzoek uitgevoerd naar de uitvoering van de aanbevelingen uit het VTH-onderzoek uit 2020. Deze aanbevelingen hadden betrekking op onder meer VTH-processen, de koppeling tussen beleid en uitvoering en de informatievoorziening. Het bestuurlijk rapport van juli 2026 bevat nieuwe aanbevelingen op het gebied van informatievoorziening, de beleidscyclus en publiekscommunicatie. De bestuurlijke behandeling en besluitvorming door Provinciale Staten vinden plaats in de tweede helft van 2026.

Een belangrijk aandachtspunt is de verbinding tussen beleid en uitvoering. Om deze te versterken, wordt per milieuthema geanalyseerd hoe de beleidscyclus momenteel is ingericht en waar verbeteringen mogelijk zijn.

Daarbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande trajecten, zoals Sturen met Kaders, de jaarlijkse opdrachtverstrekking aan de omgevingsdiensten en de verdere implementatie van de regionale beleidscyclus, inclusief outcomegericht werken, in samenwerking met IPO en VNG.

Ontwikkelingen en onzekerheden

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Ontwikkelingen en onzekerheden

Natuur

Voor meerdere subsidieregelingen is het lastig om de uitgaven precies te ramen. Vanuit verschillende regelingen worden ook grote subsidies verstrekt, waardoor het verlenen van een subsidie in het huidige of het volgende jaar groot verschil kan maken voor de realisatie in een bepaald jaar. Andere regelingen ontvangen soms laat in het jaar grote aantallen aanvragen waardoor onzeker is of alle subsidieaanvragen nog dit jaar beschikt kunnen worden. Deze onzekerheden spelen bijvoorbeeld bij de subsidieregeling natuur, onderdeel instandhouding N2000, de Stimuleringsregeling Landschap en de bijdrageregeling Aanpak Landelijk Gebied.

De kosten voor realisatie en beheer van het NNN zijn in de afgelopen jaren gestegen, onder meer door fors stijgende grondprijzen. Daarom gaan we in overleg met het Rijk over het Natuurpact 2.0 om tot passende afspraken te komen zodat we voldoende middelen hebben voor de volledige realisatie van het NNN (de combinatie van het natuurnetwerk Brabant en de Ecologische verbindingszones). Als de middelen niet toereikend zijn, zullen we keuzes moeten maken: minder realiseren, meer tijd uittrekken voor de realisatie, provinciale opgaven combineren en/of alternatieve bekostiging vinden. We bereiden hiervoor scenario's voor, zodat we afhankelijk van de onderhandeling met het Rijk koers kunnen bepalen over de realisatie van het resterend deel van het NNN.  In de Voortgangsrapportage van de Uitvoeringsagenda Natuur hebben we Provinciale Staten geïnformeerd over de tussenstand afronding en beheer Natuurnetwerk Brabant.

 

Milieu

·       Een onzekerheid in 2026 betreft de uitkomst van de ruimtelijke claim/uitbreiding van defensie op ruimtebeslag en gevolgen voor milieuaspecten (m.n. geluid, regionale luchtvaart).

·       De stortplaatsen hebben een vermogen in het Nazorgfonds. Dat fonds moet gevuld worden en blijven om bij overdracht van de stortplaats de provincie de eeuwigdurende nazorg te kunnen laten uitvoeren (milieuhygiënisch en financieel). Belangrijk onderdeel is overdracht naar de provincie, met reële sluitingsdata en bijbehorende nazorgplannen die in kwaliteit voldoet en volledig is. Hier is zowel bestuurlijk als locatiespecifiek ambtelijk overleg over. Met de exploitanten is over het gewenste moment van sluiting met overdracht en de daarbij benodigde financiële middelen gesproken. De voorlopige aanslagen zijn opgelegd.

·       De doelstelling van ‘externe veiligheid’ om het veiligheidsniveau van 2023 voor de toekomst te handhaven staat onder druk. Dit komt door een discussie op landelijk niveau (ministerie van I&W) over het al dan niet handhaven van de risicoplafonds.

·       De Europese Unie heeft strengere regels voor luchtvervuiling vastgesteld. Deze dragen bij aan gezondere lucht. Als gevolg moeten provincies en gemeenten vanaf 2030 eerder ingrijpen als de luchtvervuiling te groot wordt.

·       Door de juridische complexiteit rondom het thema zorgplicht en voorzorgsbeginsel staat de ambitie voor het scherper vergunnen bij diverse milieuthema’s zoals ZZS, geur en luchtkwaliteit onder druk.

·       De mate van doelbereik voor Milieu is niet alleen sterk afhankelijk van Europees en nationaal beleid, maar ook van de afwegingen en prioriteiten binnen andere beleidsvelden van decentrale overheden zoals de provincie zelf en gemeenten.

 

Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Het Kabinet heeft met de Kamerbrief van 26 juni jl. een stap gezet om Nederland ‘van het slot’ te krijgen. GS heeft geconcludeerd dat de Kamerbrief aansluit bij de lijn die Brabant al langer inzet, en dat het ingezette Brabantse beleid voortgezet moet worden om de doelen te kunnen realiseren. De diverse elementen van de Kamerbrief zullen in de komende tijd uitgewerkt moeten worden. De verwachting is dat vanaf het najaar van 2026 de eerste besluiten worden voorbereid en vanaf 2027 in werking zullen gaan treden. Ook ten gevolgen voor VTH worden hierbij meegenomen. De provincie is in nauw gesprek met het Rijk over de uitwerking.  

Financieel overzicht

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Financieel overzicht
Bedragen x € 1.000
4. Natuur en milieu
Begroting t/m wijz. 3
Wijziging 4
Begroting t/m wijz. 4
Lasten
232.891
-12.103
220.788
Baten
70.676
-14.907
55.768
Saldo baten en lasten
162.215 N
2.805 N
165.020 N