De vergunningverlening, toezicht en handhaving voldoen aan de gestelde generieke kwaliteitsdoelstellingen van rechtmatigheid en kwaliteit
|
Indicator |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
|
De vergunningverlening voldoet aan de gestelde generieke kwaliteitsdoelstellingen van rechtmatigheid en kwaliteit Aantal vergunningverleningsprocedures waarin gebruik wordt gemaakt van de Wet dwangsom Beschikkingen zijn binnen de wettelijke termijn afgehandeld – norm 90% |
<1%
90% |
<1%
90% |
<1%
90% |
<1%
90% |
|
Toezicht en handhaving voldoen aan de gestelde generieke kwaliteitseisen Handhavingsbeschikkingen blijven in stand na gerechtelijke toetsing
Mate van spontane naleving (na eerste controles)* |
90%
60% |
90%
60% |
90%
60% |
90%
60% |
|
Effectief toezicht met als doel om de overtredingen zo veel mogelijk op te heffen Het % overtredingen dat bij hercontroles is opgelost |
>55% |
>55% |
>55% |
>55% |
* We hanteren een % van 60% omdat sprake is van Risicogericht toezicht. Het continueren van dit niveau vraagt reeds een stevige inspanning. Indien dit goed plaats wordt dit % hoger omdat meer overtredingen worden geconstateerd. Dit staat echter haaks op het streven dat bedrijven zo goed mogelijk naleven. Dit wordt ook wel de nalevingsparadox genoemd.
De uitvoering van de reguliere VTH-taken verloopt grotendeels volgens verwachting. Over de realisatie van de VTH-opdracht 2026 wordt afzonderlijk aan Provinciale Staten gerapporteerd.
De vergunningverlening voor Natura 2000 blijft onder druk staan door de natuurdoelanalyses en het uitblijven van maatregelen. Hierdoor is vergunningverlening slechts beperkt mogelijk en is de werkvoorraad opgelopen tot ruim 1.780 procedures (peildatum mei 2026).
De in december 2025 vastgestelde Omgevingsverordening is begin 2026 geïmplementeerd. Inmiddels zijn circa 1.480 meldingen ontvangen. De ODBN heeft maatregelen getroffen om de meldingen met betrekking tot de maatregelen ammoniakemissie-eisen efficiënt af te handelen, waaronder standaardisering, automatisering en extra capaciteit.
Daarnaast is gestart met het beperken van latente stikstofruimte. Voor de industrie gebeurt dit via een meersporenaanpak gericht op zowel piek- als dekenbelasters. Met twee bedrijven zijn overeenkomsten gesloten die leiden tot een emissiereductie van 85% respectievelijk 95%. Voor veehouderijen geldt sinds 1 juli 2026 een handelingsverbod. Naar verwachting wordt dit jaar bij circa 40 vergunningen latente ruimte ingetrokken.
Ook de vergunningplicht voor gewasbeschermingsmiddelen leidt, mede naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 2 april 2025, tot extra werkzaamheden op het gebied van toezicht en handhaving.
Tot slot wordt de pilot indirecte lozingen eind 2026 afgerond. De resultaten vormen de basis voor de programmering van de vervolgfase in 2027.