Meer
Publicatiedatum: 12-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Jaarrekening 2017

Programmarekening met toelichting

Programmarekening met toelichting

De programmarekening met toelichting bestaat uit de rekening van lasten en baten waarin op productgroepniveau (het autorisatieniveau) de lasten en baten van de oorspronkelijke begroting, de begroting inclusief de door PS vastgestelde begrotingswijzigingen en de realisaties zijn opgenomen. De verschillen tussen begroting ná wijziging en de realisatie zoals vermeld in de blauw gearceerde kolommen, zijn toegelicht in de verschillenanalyse programmarekening.

Overzicht van baten en lasten Lasten 2017 Baten 2017 Saldo vóór Saldo ná Saldo gereali-
Bedragen x € 1.000 Begroting vóór wijziging Begroting ná wijziging realisatie Begroting vóór wijziging Begroting ná wijziging realisatie begrotings-wijzingen begrotings-wijzingen seerde lasten en baten
a b c d e f d-/-a e -/-b f -/-c
01 Programma Bestuur
01.01 Provinciebestuur 8.380 9.500 7.100 2 2 29 -8.377 -9.498 -7.071
01.02 Bestuurlijke samenwerking 1.108 2.150 1.714 0 287 270 -1.108 -1.864 -1.443
01.03 Interbestuurlijk toezicht 70 70 34 0 0 17 -70 -70 -17
Organisatiekosten 5.954 6.084 6.765 61 -5.954 -6.084 -6.703
Totaal programma Bestuur 15.512 17.805 15.612 2 289 378 -15.510 -17.517 -15.234
02 Programma Ruimte
02.01 Ruimtelijke ontwikkeling van het mozaïek 22.555 14.635 11.726 5.753 5.912 4.493 -16.802 -8.723 -7.233
02.02 Agrofood 2020; Brabant Quality 8.197 13.078 11.336 0 300 120 -8.197 -12.778 -11.216
Organisatiekosten 8.709 9.274 10.498 -8.709 -9.274 -10.498
Totaal programma Ruimte 39.461 36.987 33.561 5.753 6.212 4.613 -33.708 -30.775 -28.948
03 Programma Natuur, water en milieu
03.01 Water 23.183 15.414 11.075 4.200 4.582 5.276 -18.983 -10.833 -5.799
03.02 Milieu 38.518 43.751 43.199 6.384 12.334 12.333 -32.133 -31.417 -30.866
03.03 Natuur en landschap 72.248 71.536 58.015 4.831 5.063 4.077 -67.418 -66.473 -53.938
03.04 GOB 1.100 39.278 58.105 0 2.242 27.257 -1.100 -37.035 -30.848
Organisatiekosten 13.844 14.612 13.738 -13.844 -14.612 -13.738
Totaal programma Natuur, water en milieu 148.893 184.591 184.132 15.415 24.221 48.942 -133.478 -160.369 -135.190
04 Programma Economie
04.01 Algemeen economisch beleid 13.961 38.045 56.334 311 12.807 38.286 -13.650 -25.239 -18.047
04.02 Economisch programma Brabant 13.295 35.249 24.977 23 0 0 -13.273 -35.249 -24.977
04.04 Duurzame energie en energietransitie 5.144 8.547 6.722 468 105 91 -4.676 -8.442 -6.631
Organisatiekosten 8.628 7.388 7.563 -8.628 -7.388 -7.563
Totaal programma Economie 41.028 89.230 95.596 801 12.912 38.378 -40.226 -76.318 -57.218
05 Programma mobiliteit
05.01 Mobiliteit 179.921 37.332 29.864 0 1.336 1.028 -179.921 -35.996 -28.837
05.02 Openbaar vervoer 105.609 98.509 92.076 82.846 87.126 76.672 -22.763 -11.383 -15.404
05.03 Infrastructuur/ provinciale wegen 154.270 71.625 69.843 68.341 17.935 17.807 -85.929 -53.690 -52.037
Organisatiekosten 16.175 15.578 15.191 74 -16.175 -15.578 -15.116
Totaal programma Mobiliteit 455.976 223.045 206.975 151.187 106.398 95.581 -304.789 -116.647 -111.393
06 Programma Cultuur en samenleving
06.01 Cultuur 27.656 23.996 21.895 148 178 267 -27.508 -23.818 -21.628
06.02 Erfgoed 15.005 23.751 17.116 622 604 765 -14.383 -23.147 -16.351
06.03 Sociale veerkracht 5.629 5.798 3.642 0 97 119 -5.629 -5.701 -3.523
06.04 Sport 4.898 5.056 4.528 0 0 1 -4.898 -5.056 -4.527
Organisatiekosten 4.741 4.609 4.680 -4.741 -4.609 -4.680
Totaal programma Cultuur en samenleving 57.929 63.210 51.861 770 879 1.152 -57.160 -62.331 -50.710
Algemeen financieel beleid
Algemene dekkingsmiddelen
- Heffing opcenten motorrijtuigenbelasting 0 0 0 255.700 249.500 250.660 255.700 249.500 250.660
- Algemene uitkeringen 0 0 0 223.928 245.743 248.163 223.928 245.743 248.163
- Dividend 0 0 0 30.881 32.434 32.539 30.881 32.434 32.539
- Financieringsfunctie 16.190 13.860 12.685 113.320 194.915 272.362 97.130 181.055 259.678
- Overige algemene dekkingsmiddelen 13 13 75 10 697 3.033 -3 685 2.958
Overhead 62.504 62.205 57.543 -62.504 -62.205 -57.543
verschil kostenplaatsen -699 0 0 699
Stelposten (exclusief onvoorzien) 21.750 0 -36 2.570 0 0 -19.180 0 36
Onvoorzien 1.308 1.008 0 -1.308 -1.008 0
101.765 77.086 69.569 626.409 723.290 806.757 524.644 646.203 737.188
Bedrag van de heffing voor vennootschapsbelasting 0 0 0
A: Totaal generaal van de lasten 860.564 691.955 657.305
B: Totaal generaal van de baten 800.337 874.201 995.801
Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten (B -/- A) -60.227 182.246 338.496
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves
Vóór begrotings- wijzigingen Ná begrotings- wijzigingen Gerealiseerd Vóór begrotings- wijzigingen Ná begrotings- wijzigingen Gerealiseerd Saldo vóór begrotings- wijzigingen Saldo ná begrotings- wijzigingen Saldo gerealiseerd
C: Toevoegingen aan reserves 445.316 663.516 669.976 -445.316 -663.516 -669.976
D: Onttrekkingen aan reserves 505.543 481.270 443.616 505.543 481.270 443.616
Saldo toevoegingen en onttrekkingen (D -/- C) 60.227 -182.246 -226.360
Totaal generaal van de lasten + toevoegingen aan reserves (A+C) 1.305.880 1.355.471 1.327.281
Totaal generaal van de baten + onttrekkingen aan reserves (B+D) 1.305.880 1.355.471 1.439.417
Geraamd resultaat 0 0
Gerealiseerd resultaat 112.136

Grondslagen voor resultaatbepaling en waardering

Algemene grondslagen

De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 216 Provinciewet waarin door provinciale staten de uitgangspunten voor het financiële beleid en de regels voor het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.

Volgens het BBV is het gemodificeerd stelsel van baten en lasten van toepassing.

De jaarrekening geeft volgens de normen van het BBV een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten.

De jaarrekening en de toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, evenals het saldo ervan weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar.

De begrotingscijfers bestaan uit de oorspronkelijke begroting en alle door Provinciale Staten vastgestelde begrotingswijzigingen betreffende het verslagjaar.

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende onderdeel anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

De baten en lasten worden tenzij anders vermeld, toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.

De lasten als gevolg van voorlopige subsidie toekenningen worden genomen op het moment van het beschikken (afgeven van de beschikking), tenzij:

  • a. De hoogte van de subsidie expliciet is verbonden aan de te leveren prestaties (p x q subsidies), voorbeeld hiervan is een vast bedrag aan subsidie per aangelegd bushokje;
  • b. De subsidie op basis van de subsidiebeschikking expliciet toe te rekenen is aan volgende begrotingsjaren (bijvoorbeeld (1) een subsidie voor zorg toegekend in 2017, maar voor exploitatiejaar 2018, (2) een toekenning van een beschikking voor een project in 2017, maar in de beschikking wordt expliciet aangegeven dat het project uitgevoerd zal worden in 2019);
  • c. Op basis van het subsidieproces de indruk bestaat dat de start van het project expliciet is gepland in een ander boekjaar (bijvoorbeeld het eind december nog toekennen van subsidies). Bij de start van een project kan hierbij ook gedacht worden aan voorbereidingswerkzaamheden, zoals opmaken van bestek, tekeningen e.d.
  • d. Per balansdatum al een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de eventueel terug te vorderen subsidie (dit corrigeren op de last). Dan wordt een vordering te opgenomen in de jaarverslaggeving (inclusief correctie op de lasten) indien op een betrouwbare wijze kan worden ingeschat welk deel van de toegekende subsidies zal worden ingetrokken dan wel lager zal worden vastgesteld. Indien blijkt dat dit bijvoorbeeld op basis van de afgelopen jaren geen constant beeld oplevert en derhalve geen betrouwbare inschatting gemaakt kan worden, dan wordt de vordering uit voorzichtigheid nog niet verantwoord.

Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Dividenden zijn verantwoord in het jaar waarin het besluit tot toekenning van het dividend door de algemene vergadering van de vennootschap is genomen.

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.

Uitgaven ten laste van bestemmingsreserves worden op de exploitatie verantwoord, uitgaven ten laste van voorzieningen worden direct ten laste van de desbetreffende balanspost gebracht. Toevoegingen aan en bijdragen van reserves worden verantwoord bij de resultaatsbestemming. De toevoeging aan en vrijval van voorzieningen wordt in de rekening van baten en lasten verantwoord.

Aan investeringen wordt geen overhead toegerekend.

Vaste activa

De vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven.

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs c.q. de vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.
De obligaties worden gewaardeerd tegen nominale waarde omdat ze aangehouden worden tot einde looptijd. Wat bij aankoop meer (of minder) wordt betaald wordt als agio (of disagio) geactiveerd en afgeschreven over de looptijd van de betreffende obligaties.

Bijdragen aan investeringen van derden worden niet geactiveerd. Investeringsbijdragen van de provincie aan gemeenten en andere instellingen worden niet geactiveerd maar ineens ten laste van de exploitatie gebracht conform het besluit van PS bij Voorjaarsnota 2010.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investeringen in mindering gebracht.

Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.

Bijdragen aan investeringen van derden worden niet geactiveerd.

Op geactiveerde investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut kan extra worden afgeschreven.

Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, wordt op het moment van buitengebruikstelling voor de resterende boekwaarde afgeschreven.

Tot en met 2014 was binnen de investeringen in materiële vaste activa voor het merendeel van de investeringen sprake van de lineaire afschrijvingsmethodiek. Voor enkele investeringen gold een afwijkende afschrijving op basis van annuïteiten. Omwille van de eenvoud en de eenduidigheid is bij burap 2015/begroting 2016 besloten om voor alle investeringen de lineaire afschrijvingsmethode te hanteren. De met deze keuze samenhangende meerjarig financiële budgettair neutrale effecten zijn in de begroting 2015 e.v.verwerkt.

Afschrijvingsbeleid

De materiële vaste activa met economisch nut en de investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut worden afgeschreven rekening houdend met de actuele regelgeving en overeenkomstig de normen gangbaar in het maatschappelijk verkeer.

De materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in maximaal:

  • a. 25 jaar : bedrijfsgebouwen
  • b. 25 jaar : vervoermiddelen
  • c. 15 jaar: ·machines apparaten en installaties;
  • d. 15 jaar: meubilair

Activa met economisch nut en een verkrijgingprijs van minder dan € 250.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden worden altijd geactiveerd.

De materiële vaste activa in de openbare ruimte met maatschappelijk nut worden lineair afgeschreven in maximaal:

  • a. 15 jaar wegen
  • b. 15 jaar infra-projecten.

Financiële vaste activa

De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten), de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen.
Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht.

De kapitaalverstrekkingen aan de deelnemingen zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs vindt afwaardering plaats.
Uitzondering hierop zijn de deelnemingen NV BNG, NV Waterschapsbank, Enexis Holding NV, Publiek belang elektriciteitsproductie NV,NV Brabant Water, NV Delta Nutsbedrijf, NV Eindhoven Airport, BV TOM en CV TOM. De kapitaalverstrekking aan deze deelnemingen is op € 0 gewaardeerd.

Verstrekte leningen zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Vlottende activa

De voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere marktwaarde.

De onderhanden werken grondexploitatie zijn opgenomen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de opbrengst wegens verkopen. Indien de boekwaarde de marktwaarde van de grond overschrijdt, wordt een afwaardering naar de lagere marktwaarde verantwoord/wordt een voorziening voor het verwachte negatieve resultaat getroffen.

De overige uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (obligaties) worden gewaardeerd tegen nominale waarde of duurzaam lagere waarde. De nominale waarde van de beleggingsportefeuille wordt bepaald door de aflossingsbedragen van de obligaties zoals deze na afloop van betreffende looptijd van de effecten plaatsvinden.

De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De voorziening wordt op peil gehouden door een jaarlijkse schatting van oninbaarheid.

De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.

De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Vaste passiva

De reserves zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Toevoegingen en onttrekkingen vinden plaats op basis van besluiten van Provinciale Staten en geschieden altijd in het kader van resultaatbestemming.

De voorzieningen zijn met uitzondering van de voorziening APPA en de risicovoorziening algemeen, gewaardeerd op het nominale bedrag van de daaraan ten grondslag liggende verplichtingen c.q. de voorziene verliezen.
De voorziening APPA en risicovoorziening algemeen zijn opgenomen tegen contante waarde.

De vaste schulden, schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer, worden gewaardeerd tegen de nominale waarde minus de aflossingen.

Vlottende passiva

De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen

Borg- en Garantstellingen: Voor zover leningen door de provincie gewaarborgd zijn, is onder aan de balans (buiten de balanstelling) het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen.

Balans per 31 december 2017

Balans per 31 december 2017

 Bedragen x €1.000

Toelichting op de balans per 31 december 2017

Aansluiting met de balans per 31 december 2016

In de jaarrekening 2016 was onder de leningen aan overige verbonden partijen de lening aan Pivotpark opgenomen tot een bedrag van € 6.282.000. In de balans per 31 december 2017 is deze lening opgenomen bij de leningen aan deelnemingen.
In de balans 2017 zijn in verband hiermee de vergelijkende cijfers voor de leningen aan deelnemingen en de leningen met + € 6.282.000 en de leningen aan overige verbonden partijen met -/- € 6.282.000 aangepast.

ACTIVA

Dit betreft

  • vaste activa 
  • vlottende activa

Vaste activa

Dit betreft

  • Immateriële vaste activa
  • Materiële vaste activa
  • Financiële vaste activa

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs c.q. de vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.

De opbrengst van de verkoop Essent is onder andere uitgezet in obligaties.

De obligaties worden gewaardeerd tegen nominale waarde omdat ze aangehouden worden tot einde looptijd. Wat bij aankoop meer (of minder) wordt betaald wordt als agio (of disagio) geactiveerd en afgeschreven over de looptijd van de betreffende obligaties.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden onderscheiden in:

  • Materiële vaste activa: investeringen met economisch nut
  • Materiële vaste activa: investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut

De materiële vaste activa met economisch nut zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investeringen in mindering gebracht.

De materiële vaste activa in de openbare ruimte met maatschappelijk nut zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs.
Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt:

Voor een gedetailleerd overzicht van deze investeringen met economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut wordt verwezen naar de bijlage 2.

De specificatie van de investeringen 2017 is als volgt:

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekking aan deelnemingen

Het verloop van de kapitaalverstrekking aan deelnemingen is als volgt weer te geven:

De kapitaalverstrekkingen aan de deelnemingen zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien de marktwaarde van de deelnemingen daalt tot onder de verkrijgingsprijs, vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats. Uitzondering hierop zijn de deelnemingen NV BNG, NV Waterschapsbank, Enexis Holding NV, Publiek belang elektriciteitsproductie NV,NV Brabant Water, NV Delta Nutsbedrijf, NV Eindhoven Airport, BV TOM en CV TOM. De kapitaalverstrekking aan deze deelnemingen is op € 0 gewaardeerd. Een gedetailleerd overzicht van de deelnemingen is opgenomen in bijlage 3a.

De toename in 2017 tot een bedrag van € 2.059.430 betreft de kapitaalverstrekking aan de deelnemingen Green Chemistry, High Tech Automotive Campus en aan het Monumentenfonds.

Op de kapitaalverstrekking aan deelnemingen is in totaal een voorziening van €  11.010.234 in mindering gebracht.

Leningen aan openbare lichamen

Het betreft leningen aan gemeenten en waterschappen in andere provincies, waar de provincie Noord-Brabant geen toezicht op houdt.

Het verloop van deze leningen is als volgt:

Gedurende 2017 heeft de provincie leningen verstrekt aan een reeks van gemeenten tot een bedrag van € 300.243.939, aan de Drents Overijsselse Delta tot een bedrag van € 10.000.000 en voor havenstrategie Moerdijk € 246.475.
Op deze leningen is ultimo 2017 een voorziening van € 3.010.000 in mindering gebracht.

Verstrekte leningen aan deelnemingen

Het verloop van de leningen aan deelnemingen is als volgt weer te geven:

Op de leningen aan deelnemingen is ultimo 2017 in totaal een bedrag van € 30.637.936 in mindering gebracht omdat wordt ingeschat dat dit bedrag niet meer zal worden terugontvangen.

In 2015 heeft de provincie hybride leningen verstrekt aan de NWB Bank (€ 50 miljoen) en aan de BNG Bank (€ 100 miljoen). Door het hybride karakter dragen deze leningen bij aan het risicodragend vermogen van deze banken. De NWB Bank en de BNG Bank moesten daartoe overgaan vanwege aangekondigde aanscherping van de vermogenseisen voor banken door de toezichthouder Europese Centrale Bank. De NWB Bank en de BNG Bank hebben een belangrijke rol in de financiering van de publieke sector in Nederland. Vandaar dat Provinciale Staten hebben ingestemd met deze leningen. Ook andere provincies en gemeenten hebben deelgenomen in deze leningen. De provincie Noord-Brabant is aandeelhouder van beide banken.
In 2016 heeft de provincie in aanvulling op de twee leningen nog een volgende hybride lening verstrekt aan de BNG Bank van € 49,8 miljoen. Bij deze lening hebben Provinciale Staten eveneens expliciete instemming gegeven.
De hybride leningen zijn perpetuele leningen en kennen een relatief hoge rentevergoeding.
De belangrijkste risico's van deze hybride leningen zijn de eeuwigdurende looptijd, de achterstelling ten opzichte van andere leningen, de verplichting dat de beide banken op de hoofdsom naar rato zullen afschrijven als de kern-kapitaal ratio onder de 5,125% solvabiliteit zakt (72,5% voor de NWB Bank en 37% voor de BNG Bank ultimo 2017), een kans op afschrijving op last van de toezichthouder met overeenkomstig lagere rentebetalingen tot gevolg.
De NWB Bank heeft als leningnemer het recht om de lening op de eerste renteherzieningsdatum na 10 jaar af te lossen tegen nominale waarde. Tot dat moment is sprake van een niet-beursgenoteerde onderhandse lening met een beperkte verhandelbaarheid die tegen nominale waarde wordt gewaardeerd op onze balans.
BNG Bank heeft als leningnemer het recht om beide leningen op de eerste renteherzieningsdatum na 5,5 jaar af te lossen tegen de nominale waarde. Indien de bank niet aflost hebben de leninggevers dan als alternatief de mogelijkheid om een beursnotering voor de leningen aan te vragen. Tot dat moment is ook bij deze leningen sprake van niet-beursgenoteerde onderhandse leningen met een beperkte verhandelbaarheid die tegen nominale waarde worden gewaardeerd op onze balans.

In 2017 heeft de provincie tot een totaalbedrag van € 8.770.990 aan leningen verstrekt aan de deelnemingen van BOM spin-off-fonds, Pivotpark, van het ontwikkelbedrijf, High-Tech xl, Rockstart en Aviolanda.

De verminderingen ad € 32.840.000 betreffen de aflossingen op de leningen aan Pivotpark, BOM-spin-off en aan deelnemingen ontwikkelbedrijf.

Leningen aan overige verbonden partijen

Het verloop van deze leningen is als volgt:

De toename van de verstrekte geldleningen ad € 4.500.000 betreft de leningen aan Treepost, het Energiefonds, het innovatiefonds, het life science & healthfuond  en het Breedbandfonds.

Op de leningen aan overige verbonden partijen is ultimo 2017 een bedrag van €  4.153.882 in mindering gebracht omdat wordt ingeschat dat dit bedrag niet meer zal worden terugontvangen.

 Overige verstrekte langlopende leningen

Het verloop van deze leningen is als volgt:

Door de provincie is in 2017 voor € 46.670.492 aan overige leningen verstrekt waarvan de lening aan safaripark Beekse Bergen met € 41.500.000 de grootste is.

Op de leningen is ultimo 2017 een bedrag van € 4.954.419 in mindering gebracht omdat wordt ingeschat dat dit bedrag niet meer zal worden terugontvangen. Een bedrag van € 1.410.970 wordt als oninbaar beschouwd.

Een gedetailleerd totaal-overzicht van de door de provincie verstrekte geldleningen is opgenomen in bijlage 3b.

Uitzettingen in de Rijks schatkist met een rentetypische looptijd >=1 jaar

In 2013 heeft de provincie in het kader van partieel schatkistbankieren €  340.700.000 uitgezet bij de het ministerie van Financiën met looptijden tussen 11 en 16 jaar volgens onderstaande tabel. Deze uitzettingen zijn in 2017 niet gewijzigd

De resterende looptijd ultimo 2017 bedraagt:

Specificatie overige uitzettingen met een rentetypische looptijd >=1 jaar

Het grootste deel van de uitzettingen met een looptijd groter of gelijk aan 1 jaar betreft uitzettingen uit de verkoopopbrengst van Essent.
Het gaat hierbij om obligaties die bij aankoop voldoen aan de volgende criteria:

  1. gerenommeerde financiële instellingen binnen de EER (Europese Economische Ruimte) met minimaal een AA-minus rating waarvan het land minimaal een AA rating heeft;
  2. Europese centrale overheden binnen de EER (staatspapier) met minimaal een AA-minus rating;
  3. financiële instellengen binnen het EURO gebied waarvoor overheden binnen de EER een staatsgarantie hebben afgegeven waardoor de rating minimaal AA-minus bedraagt;
  4. leningen met extra zekerheid (covered bonds) met minimaal een AA-minus rating van financiële instellingen binnen landen in de EER met minimaal een AA rating;
  5. alle stukken genoteerd in euro.

De verdeling van de obligaties over de landen en financiële instellingen is :

Alle uitzettingen voldoen aan de voorwaarden (ratingeisen) zoals hiervoor geformuleerd.
Het totaal van deze uitzettingen is verdeeld over twee portefeuilles, te weten: de immunisatieportefeuille met een nominale waarde van € 889.450.000 (ultimo 2016: € 1.270.735.986) en de investeringsagendaportefeuille met een nominale waarde van € 180.810.000 (was eind 2016: € 358.250.042).
Het gemiddelde rendement van de obligatieportefeuilles bedroeg in 2017 voor de immunisatieportefeuille: 4,72% (2016: 3,19%) en voor de investeringsagendaportefeuille: 3,05% (2016: 2,91%).

b Oikocredit
Verder bestaan de uitzettingen nog uit de participatie oikocredit ad € 435.000 en de bijbehorende Zerobond ad€ 2.065.215. Deze uitzettingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en samen vormen ze het nominaal bedrag van de zerobond.

c Beschikbaarheid A59
Voor de beschikbaarheid van de A-59 heeft de provincie € 21.106.694 als financieel vast actief op de balans opgenomen.

d/e Participaties
Daarnaast heeft de provincie nog participaties in het project De havenmeester Tilburg en in het project Woningstichting De Haven.

Overige financiële vaste activa

De sloopvergoedingen en de daarbij behorende rente tot een brutobedrag van € 100,7 miljoen in het kader van de Regeling Beëindiging Veehouderijen tweede tranche worden tot de financiële vaste activa gerekend. Op dit bedrag wordt het saldo van de Rbv eerste tranche (ultimo 2017: € 1,9 miljoen.) in mindering gebracht. Daarnaast is het uitgekeerde winstsaldo en borgstellingsvergoeding van Ruimte voor Ruimte (€ 2,9 miljoen) t/m 2017 verrekend. Uiteraard is het bedrag dat is doorberekend aan Ruimte voor Ruimte en derden (inclusief rente: € 40,5 miljoen) i.v.m. kavelontwikkeling en – verkoop, minus nog aan gemeenten af te dragen ontvangsten uit kavelontwikkeling (€10,6 miljoen) in mindering gebracht, zodat per saldo € 66,0 miljoen resteert.
Daarnaast is besloten dat in het kader van de Ruimte voor Ruimte regeling verbreed via de Vervolgsamenwerkingsovereenkomst (SOK2) 600 kavels zullen worden ontwikkeld om de kosten terug te verdienen voor:

¹ MOB = Militair mobilisatie complex
² SOBB = Sloop overtollige bebouwing buitengebied

Het risico van het mogelijk niet terugverdienen van de sloopvergoedingen als volgt te formuleren:
Vanaf 2016 is de provincie 100% aandeelhouder van Ruimte voor Ruimte Beheer BV en is er een nieuwe businesscase voor de jaren 2016 t/m 2031 opgesteld. Aan de hand van de nieuwe businesscase is ook een risicoanalyse uitgevoerd. Sinds begin 2016 is belastingwetgeving gewijzigd en moeten alle kavels geleverd worden in de “BTW–sfeer”. Daarmee worden de opbrengsten over de hele looptijd € 6,5 miljoen lager dan eerder gepland. Dergelijke maatregelen van de Rijksoverheid hebben een grote impact op de toekomstige resultaten van de Ontwikkelingsmaatschappij. In 2017 zijn er maatregelen getroffen om de uitvoering voldoende robuust te maken. Deze hebben geen budgettaire consequenties voor de provincie.

Voor het dekken van de daarbij behorende risico’s is in de risicoreserve een bedrag van € 5 miljoen beschikbaar.
Bij de risicoanalyse uit 2016 zijn verschillende scenario’s doorgerekend, waarbij ervan is uitgegaan dat extra kavels moeten worden ontwikkeld en de afzet van kavels de komende jaren op een structureel lager niveau liggen van rond de 100 kavels/titels Hierdoor bedraagt de terugverdientijd langer dan gepland. Vanwege de complexiteit zijn al deze scenario’s met de nodige onzekerheid omgeven. Het bedrag ad € 96,3 miljoen voor sloopvergoedingen zoals opgenomen op de balans per 31-12-2017 is daarmee de best mogelijke schatting.

Vlottende activa

Voorraden

De voorraden zijn als volgt te specificeren:

Grond en hulpstoffen

De grond en hulpstoffen betreffen de voorraad gronden EHS en Lente-akkoordprojecten ad € 64,2 mln.

Onderhanden werk

De voorraden onderhanden werk vallen uiteen in bouwgronden in exploitatie en overige.
Van de voorraad onderhanden werk-bouwgronden in exploitatie kan het volgende verloop overzicht worden gegeven:

Gedurende 2017 is een traject gestart om voor het complex KVL in Oisterwijk een deel van de gebouwen, en daarmee de toekomstige exploitatie en ontwikkeling, te verkopen. Dit traject wordt namens de provincie door een externe partij begeleid, waarbij inmiddels het verkooptraject zich in een afrondende fase bevindt. De biedingen zijn ontvangen en besloten is om tot voorlopige gunning over te gaan.
Gezien de nog aanwezige onzekerheden/risico’s gepaard gaande met dit nog lopende verkooptraject is besloten om de in de jaarrekening 2017 verantwoorde risicovoorziening van €3,8 miljoen vooralsnog te handhaven.

De waardering van het complex Logistiek Park Moerdijk (LPM) is gebaseerd met het uitgangspunt dat het gehele project conform contractuele afspraken wordt overgedragen aan het Havenschap Moerdijk. Een belangrijke voorwaarde van dit uitgangspunt is dat het inpassingsplan wordt vastgesteld door de Raad van State. De verwachting is dat de Raad van State begin 2019 een uitspraak doet. In afwachting van deze uitspraak vindt waardering plaats vanuit het beschreven uitgangspunt dat de voorgenomen overdracht aan het Havenschap Moerdijk doorgang vindt. Afwijking van dit uitgangspunt kan financiële gevolgen hebben voor de gehanteerde waardering.

Het onderhanden werk N279 Noord betreft het beekherstel aan de rivier de Aa dat in overleg met het waterschap wordt uitgevoerd.
Het onderhanden werk Gol gaat het om circa 20 projecten die in het kader van de gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat worden aangepakt.

Gereed product en handelsgoederen

De voorraden gereed product en handelsgoederen zijn te specificeren als:

Onder de voorraden gereed product en handelsgoederen zijn ook de twee woningen ad € 326.790 begrepen die de provincie in het kader van de regeling Stimulering Woningbouw (opkoopgarantie-regeling) tijdelijk in haar bezit heeft.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd van korter dan één jaar

De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De voorziening wordt op peil gehouden door een jaarlijkse schatting van oninbaarheid.

Getroffen en inbegrepen in dit saldo is een voorziening voor oninbaarheid van debiteuren van € 965.429.

Liquide middelen

De kas en banksaldi worden tegen nominale waarde op de balans opgenomen.

Overlopende activa

De overlopende activa zijn onder te verdelen naar:

  • Nog te ontvangen bedragen
  • Overige overlopende activa

Het verloop van de nog te ontvang bedragen is gespecificeerd opgenomen in bijlage 5a.

Buiten de balanstelling is aan de activa-zijde het bedrag van het toekomstig recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 opgenomen tot een bedrag van € 0.

PASSIVA

Dit betreft

  • vaste passiva
  • vlottende passiva

Vaste passiva

Dit betreft

  • Eigen vermogen
  • Voorzieningen
  • Vaste schulden

Eigen vermogen

Tot het eigen vermogen worden gerekend de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het saldo van de jaarrekening.

Het verloop van het eigen vermogen in 2017 is als volgt:

Over de bestemming van het batig saldo van de jaarrekening 2017 ad € 112,1 miljoen besluiten PS bij het statenvoorstel tot vaststelling van de jaarstukken 2017.

Algemene reserve
De algemene reserve is opgedeeld in een aantal compartimenten, waarvan het verloop hieronder is weergegeven:

Het saldo van de jaarrekening 2016 is na de vaststelling van de jaarstukken 2016 door PS toegevoegd aan de algemene reserve. Het saldo van de algemene reserve per 31 dec 2016 ad € 269.141.576 betreft de som van de in de jaarrekening 2016 gepresenteerde waarde van de algemene reserve per 31 december 2016 ad € 215.762.278 en het rekeningresultaat 2016 ad € 53.379.298.

Component overhevelingen
De algemene reserve fungeert als “tijdelijke stalling” voor het conform besluitvorming overhevelen van middelen tussen de verschillende jaren.

Onderdeel doorgeschoven ruimte
Op basis van besluitvorming van PS is de extra begrotingsruimte tijdelijk in de algemene reserve gestald om die in de komende jaren weer in de begroting te kunnen inzetten.

Component voorfinanciering
De component voorfinanciering van de algemene reserve omvat de middelen van activiteiten op de meerjarenbegroting die in de tijd naar voren zijn gehaald. Met het naar voren halen in de tijd ontstaat in een later jaar ruimte op de begroting. Deze ruimte wordt gebruikt om de tijdelijke voorfinanciering via de Algemene Reserve te compenseren. De mutaties in de reserve betreffen de voorgefinancierde middelen voor de omgevingsdiensten en de verplaatsing intensieve veehouderij.

Component risicoreserve
Bij de Voorjaarsnota 2004 is door Provinciale Staten de risicoreserve ingesteld om de beleidsrisico’s (de risico’s die uitdrukkelijk zijn aanvaard als consequenties van bepaald functioneel beleid en die in de toekomst kunnen leiden tot extra budgettair beslag) af te dekken. Een nadere toelichting op de risico’s die via de risicoreserve worden afgedekt is opgenomen in paragraaf 4 weerstandsvermogen en risicobeheersing in de jaarstukken.

Component Bestuursakkoordmiddelen
Voor de afwikkeling van het “oude bestuursakkoord” en voor de uitwerking van het huidige bestuursakkoord zijn binnen de algemene reserve twee componenten opgenomen.

Bestemmingsreserve Essent
In deze reserve die is gevormd uit de opbrengst van de verkoop aandelen Essent is in vier componenten opgedeeld.

Component Immunisatieportefeuille
Deze component heeft tot doel om een zeker rendement te genereren, door het jaarlijks ontvangen van een vast rendement, ter compensatie van de wegvallende dividendstromen van Essent. (zie ook de paragraaf Treasury).

*) In totaal is € 340.700.000 uitgezet in langlopende deposito’s bij de schatkist.

Component Investeringsagenda
Deze component staat ten dienste van de investeringsstrategie van de Agenda van Brabant en moet op de juiste momenten de middelen genereren voor de uitvoering van de geplande investeringen (zie ook paragraaf Treasury).

Component dividend en rentereserve
Deze component heeft tot doel om de reële waarde van de immunisatieportefeuille op peil te kunnen houden en éénmalige tegenvallers op te kunnen vangen.

Component Balansverkorting
Provinciale Staten hebben bij de Voorjaarsnota 2010 besloten tot afwaardering van de geactiveerde investeringsbijdragen aan derden (waar geen provinciaal bezit tegenover staat, zie ook Voorjaarsnota 2010 blz 25/26).Hiervoor is een deel van de opbrengst verkoop Essent aangewend.

Een gedetailleerd overzicht van het verloop van de algemene reserve en de bestemmingsreserves van de provincie is opgenomen in de bijlage 4.

Rekeningresultaat
De jaarrekening 2017 sluit met een batig saldo van € 112,1 miljoen na verwerking van de hierboven (in de tabel van het eigen vermogen) vermelde stortingen en onttrekkingen.
De jaarrekening 2016 sloot met een batig saldo van € 53,4 miljoen, dat conform de bestendige gedragslijn is toegevoegd aan de algemene reserve.

Voorzieningen

De voorzieningen zijn met uitzondering van de voorziening APPA en de risicovoorziening algemeen, gewaardeerd op het nominale bedrag van de daaraan ten grondslag liggende verplichtingen c.q. de voorziene verliezen.
De voorziening APPA en risicovoorziening algemeen zijn opgenomen tegen contante waarde.

Van de voorzieningen is het verloop als volgt weer te geven.

De uitgaven in verband met verplichtingen en voorziene verliezen ad € 2.983.158 zijn rechtstreeks ten laste van de voorzieningen gebracht.
De vrijval heeft betrekking op vrijval van de voorziening APPA (tot een bedrag ad € 1.717.762) en de vrijval risicovoorziening ontwikkelbedrijf.

N.B. Een aantal voorzieningen is rechtstreeks in mindering gebracht op de activa.
Het verloop hiervan is als volgt weer te geven:

In het kader van de transactie met RWE hebben de verkopende aandeelhouders een aantal garanties gegeven aan RWE. Het overgrote deel van deze garanties is door de verkopende aandeelhouders op het moment van verkoop van Essent aan RWE overgedragen aan Verkoop Vennootschap BV, die vanaf het moment van oprichting dus ook aansprakelijk is mochten één of meer van deze garanties worden ingeroepen. Ter verzekering van de betaling van eventuele schadeclaims heeft RWE bedongen dat een deel van de verkoopopbrengst door de verkopende aandeelhouders gedurende een bepaalde tijd op een aparte bankrekening zal worden aangehouden (in jargon: in escrow zal worden gestort). Buiten het bedrag dat in escrow zal worden gehouden, zijn de verkopende aandeelhouders niet verder aansprakelijk. Het provinciaal aandeel is als onderdeel van de verkoopopbrengst Essent in de voorziening Escrow gestort. In de balans van de provincie is de voorziening gesaldeerd met de vordering op de Verkoop Vennootschap BV.
In 2017 is van de voorziening escrow ad € 4.164.771, een bedrag van € 687.283 vrijgevallen. Ultimo 2017 resteert nog € 3.477.488 in deze voorziening.

Voorts bedragen de voorzieningen op de door provincie verstrekte geldleningen ultimo 2017 een bedrag van € 40.331.516 en is voor kapitaalverstrekking aan deelnemingen een voorziening opgenomen van € 11.010.234.
Voor grondexploitaties is ultimo 2017 een voorziening van € 5.930.000 opgenomen en voor dubieuze debiteuren een bedrag van € 965.469.

Een gedetailleerd overzicht van het verloop van de voorzieningen van de provincie is opgenomen in de bijlage 5.

Vaste schulden

De vaste schulden, schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer, worden gewaardeerd tegen de nominale waarde minus de aflossingen.

*Betreft een schuldrelatie met het ministerie van Economische Zaken.
De totale rentelast voor de vaste schulden in 2017 bedraagt € 888.092.
Een gedetailleerd overzicht van de vaste schulden is opgenomen in de bijlage 6.

Vlottende passiva

Netto-vlottende schuld met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De netto vlottende schulden zijn onder te verdelen in

Crediteuren

Het crediteurensaldo ultimo 2017 bedroeg € 35.603.494 en is daarmee hoger dan eind 2016. Het relatief groot aandeel van niet jaarlijks terugkerende incidentele posten (o.a. projectsubsidies) met wisselende betaalmomenten kan leiden tot grote fluctuaties in crediteurbalans-standen.

Overlopende passiva

De overlopende passiva zijn als volgt te specificeren:

Het verloop van de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel is als volgt te specificeren:

Een specificatie van deze voorschotbedragen is opgenomen in bijlage 5a. Nog te betalen subsidies De post overlopende nog te betalen subsidies per ultimo boekjaar is gebaseerd op de voorlopige subsidietoekenningen. De lasten als gevolg van voorlopige subsidie toekenningen worden genomen op het moment van het beschikken (afgeven van de beschikking), tenzij: a. De hoogte van de subsidie expliciet is verbonden aan de te leveren prestaties (p x q subsidies), voorbeeld hiervan is een vast bedrag aan subsidie per aangelegd bushokje; b. De subsidie op basis van de subsidiebeschikking expliciet toe te rekenen is aan volgende begrotingsjaren (bijvoorbeeld (1) een subsidie toegekend in 2016, maar voor exploitatiejaar 2017, (2) een toekenning van een beschikking voor een project in 2016, maar in de beschikking wordt expliciet aangegeven dat het project uitgevoerd zal worden in 2018); c. Op basis van het subsidieproces de indruk bestaat dat de start van het project expliciet is gepland in een ander boekjaar (bijvoorbeeld het eind december nog toekennen van subsidies). Bij de start van een project kan hierbij ook gedacht worden aan voorbereidingswerkzaamheden, zoals opmaken van bestek, tekeningen e.d. d Per balansdatum reeds een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de eventueel terug te vorderen subsidie (dit corrigeren op de last). Dan wordt een vordering te opgenomen in de jaarverslaggeving (inclusief correctie op de lasten) indien op een betrouwbare wijze kan worden ingeschat welk deel van de toegekende subsidies zal worden ingetrokken dan wel lager zal worden vastgesteld. Indien blijkt dat dit bijvoorbeeld op basis van de afgelopen jaren geen constant beeld oplevert en derhalve geen betrouwbare inschatting gemaakt kan worden, dan wordt de vordering uit voorzichtigheid nog niet verantwoord. Als gevolg van deze verantwoordingssystematiek bestaat er op balansdatum derhalve een onzekerheid ten aanzien van de exacte hoogte van de nog te betalen subsidies en de subsidies die 100% worden bevoorschot.

Het verloop van de nog te betalen subsidies kan als volgt worden gespecificeerd:

Borg- en garantstellingen

Buiten de balanstelling zijn aan de passiva-zijde de bedragen aan borgstellingen en garantstellingen aan natuurlijke en rechtspersonen opgenomen waarvan de specificatie als volgt is weer te geven:

De gewaarborgde geldleningen, de gemeenschappelijk gewaarborgde geldleningen en de afgegeven garanties zijn gespecificeerd opgenomen in de bijlagen 7a, 7b en 7c. Gewaarborgde geldleningen aan gezondheidsinstellingen (bijlage 7a) De gewaarborgde geldleningen aan instellingen in de gezondheidszorg zijn afgegeven sinds ca 1960 tot ca 1985. In 1999 is het Waarborgfonds voor de zorgsector opgericht met als doel borg te staan voor geldleningen van deelnemende zorginstellingen. Het beleid van de provincie is erop gericht om de waarborgen zoveel mogelijk door het WFZ te laten overnemen. Ultimo 2017 resteert voor Noord-Brabant een bedrag van € 0 aan gewaarborgde geldleningen. Gemeenschappelijk gewaarborgde geldleningen groenfonds (bijlage 7b) De provincie heeft een doorbetalingsverplichting van rente en aflossingsbedragen van leningen aan het Nationaal Groenfonds. Deze leningen zijn in 1999 tot stand gekomen door een convenant tussen het Rijk en de provincies in het kader van natuurontwikkeling. De provincie Noord-Brabant heeft op 31 december 2017 een restschuld van € 8.161.837. Tot en met 2023 dient de provincie jaarlijks € 1,5 miljoen aan rente en aflossing te betalen waarvoor ze in het provinciefonds volledig wordt gecompenseerd. Vanwege de financieringsconstructie is de resterende schuld niet opgenomen als langlopende schuld in de balans. Overige garanties (bijlage 7c) De provincie heeft voorts garanties verstrekt aan BNG bank, TOM, het Nationaal groenfonds, de gemeenten Werkendam, Woudrichem en Aalburg, gemeente Deurne, gemeente Boxtel, aan ROC West Brabant, voor de woningbouw, gemeente ’s-Hertogenbosch, IPO-BNG, stichting zero emissie busvervoer, REWIN, Gemeente Nuenen, stichting Sports and Technology, FNV, stichting Midpoint Brabant, aan Heliox Solar BV, energiefonds Brabant BV en aan gemeenten Cuijck, Mook en Middelaar. De maximaal in te roepen garanties belopen een totaal van € 122,5 miljoen.

Een specificatie van de mutaties in de garantieverplichtingen aan instellingen in 2017 is onderstaand opgenomen:

Niet uit de balans blijkende gerelateerde rechten en verplichtingen

Derivaten

Door de provincie Noord-Brabant wordt gebruik gemaakt van één derivaat: voor de afdekking van een renterisico dat is ontstaan bij het PPS project voor de aanleg van de autosnelweg A59. De financiering voor dit project bestaat voor een deel uit een langlopende lening ( bij aanvang ruim € 86 miljoen) die het bouwconsortium Poort van Den Bosch is aangegaan bij de BNG. Deze lening wordt in de periode 2006 – 2020 volledig afgelost in gelijke driemaandelijkse termijnen.
De provincie betaalt voor de beschikbaarheid van de weg elke drie maanden naast een vergoeding aan het consortium een bedrag aan rente en aflossing van de genoemde lening direct aan de BNG. De lening heeft een variabele rente (driemaands euribor).
Bij het financieringsmodel voor de PPS A59 is de provincie uitgegaan van een rente van 3,475%. De provincie wenste het risico van een hogere rente van de lening af te dekken en heeft daarom een renteswap afgesloten. Met de renteswap wordt de variabele rente geruild tegen een vast rente die is bepaald op 3,475%.
Voordat de renteswap is afgesloten heeft de provincie deze casus voorgelegd aan de toezichthouder, het ministerie van BZK. Deze heeft ingestemd met de wijze waarop de provincie het renterisico heeft afgedekt. De renteswap is afgesloten bij de Rabobank. De rating van deze bank is AA respectievelijk A (afhankelijk van ratingbureau).
De renteswap heeft gedurende de looptijd een marktwaarde. Aan het einde van de looptijd van de lening bedraagt de marktwaarde altijd nul. Voor deze renteswap geldt geen bijstortverplichting.
De marktwaarde van de renteswap is gerelateerd aan het niveau van de lange rente.
Per 29 december 2017 was die marktwaarde -/- € 1.297.648. Met de bank is een bedrag afgesproken in relatie tot de marktwaarde van de renteswap: € 17.062.000. Indien de marktwaarde van de renteswap daalt tot onder het niveau van het afgesproken bedrag, heeft de bank op grond van het contract, het recht te verlangen het niveau van de dekking weer op peil te brengen.
De kans dat het niveau van het huidige afgesproken bedrag wordt overschreden achten wij nagenoeg uitgesloten. In het zeer theoretische geval dat het afgesproken bedrag zou worden overschreden zou het nader overleg waarschijnlijk leiden tot een aanpassing van het afgesproken bedrag, zoals dat ook gebeurt bij andere decentrale overheden. Onwaarschijnlijk is dat zo’n overleg leidt tot de verplichting van het aanhouden of storten van een onderpand.

Overeenkomst Provincie Noord-Brabant en Groenontwikkelfonds Brabant (GOB)

De provincie Noord-Brabant is met het GOB een overeenkomst aangegaan over de beschikbaarstelling van gronden aan het GOB zoals vastgelegd in de Overeenkomst trekkingsrecht grond van 1 juli 2014. Het GOB is gerechtigd tot de positieve netto-opbrengsten welke rechtstreeks voortvloeien uit het beheer van de Gronden. Onder de netto-opbrengsten wordt verstaan de opbrengsten die voor de Provincie rechtstreeks voortvloeien uit het beheer van de Gronden onder aftrek van alle kosten die voor de Provincie rechtstreeks verband houden met (het beheer van) de Gronden en de (economische) eigendom daarvan. Eventuele verliezen die rechtstreeks voortvloeien uit het beheer van de Gronden zullen verrekend worden met de verkoopopbrengsten.

Erfgoedcomplexen

In januari 2017 is door de provincie een openbare tenderprocedure op basis van inschrijving gestart ten behoeve van de verkoop van KVL. Na een voorselectie zijn er vier partijen doorgegaan naar de dialoogfase. Na drie gespreksrondes hebben de partijen een plan en een financiële aanbieding ingediend.

De ingediende plannen zijn beoordeeld op de gunningscriteria

1. Conceptuele en functionele invulling, 2. cultuurhistorie en 3. Financieel duurzame ontwikkeling en exploitatie. De panden zullen worden verkocht aan winnaar van de tenderprocedure, waarbij punten worden toegekend aan kwaliteit en prijs. Voorlopige gunning wordt in het eerste kwartaal 2018 verwacht. De daadwerkelijke overdracht wordt in het tweede kwartaal van 2018 voorzien, waarna de hieruit voortvloeiende financiële gevolgen door de provincie in 2018 worden verwerkt.

Uitkering provinciefonds

De realisatiecijfers uitkering provinciefonds zijn gebaseerd op de decembercirculaire 2017. Bij de mei/junicirculaire 2018 zal blijken of het uitkeringsbedrag 2017 nog naar beneden wordt bijgesteld door het Rijk.
Zoals gebruikelijk wordt een lagere of hogere bijstelling verrekend met het volgende uitkeringsjaar (dus 2018). Afhankelijk van het publicatiemoment zal de verrekening worden betrokken bij burap of bij de begroting 2019.

Megastallen

In het kader van het gewijzigd beleid m.b.t. de megastallen loopt nog een aantal claims. In de risicoreserve is voor deze claims een bedrag gereserveerd.

Daarnaast worden door de provincie nog claims verwacht van veehouders in verband met de besluitvorming van PS op 7 juli 2017 over versnelling transitie veehouderij.

Natuurtaken

De commissie BBV, die verantwoordelijk is voor het stellen van de jaarverslaggevingsregels voor de decentrale overheden, heeft begin april 2015 een uitspraak gedaan over de verwerking van de verplichtingen, die naar de provincies zijn overgekomen. Daarbij is de aanwijzing gegeven dat alle verplichtingen voortkomend uit beschikkingen verleend vóór 2014 nog verwerkt moeten worden op basis van het zogenaamde kasstelsel. Dit wil zeggen de lasten worden pas door de provincie verantwoord indien de uitgave richting het RVO worden gedaan. Deze keuze is met name voortgekomen omdat de rijksfinanciering ook op deze wijze plaats vindt.

De verplichtingen die de provincie in het kader van haar natuurtaken vanaf 2014 is aangegaan zijn volgens het baten en lastenstelsel verwerkt. Dit is daarmee in lijn met de verwerkingswijze van alle andere provinciale subsidies.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen m.b.t. verstrekte geldleningen

Door de provincie zijn voor het vertrekken van geldleningen, overeenkomsten aangegaan met diverse partijen. Op basis van deze overeenkomsten hebben deze partijen nog trekkingsrechten per ultimo 2017:                                                                                                                                                                                                                                                         

Naam lening 

(Bedragen in €)

Maximum o.b.v. overeenkomst

Verstrekking

Trekkingsrecht

Ultima 2017

Lening Cleantechfonds 10.500.000   10.500.000
Lening Innovatiefonds 102.500.000   102.500.000
Lening Energiefonds 51.950.000 3.700.000 48.250.000
Lening Breedbandfonds 45.697.888 775.000 44.922.888
Lening Kloppend Hart 225.000   225.000
Lening Noordkade 500.000   500.000
Hypothecaire lening TOM 18.886.000 5.011.466 13.874.534
Lening Ruimte voor Ruimte 250.000   250.000
Lening Bright  Move 650.000 500.000 150.000
Lening DSFF 11.900.000   11.900.000
Lening Boei/KVL 561.000 288.000 273.000
Lening Brouwhuis 1.370.000 1.170.000 200.000
Lening OLSP 3.100.000   3.100.000
Lening High Tech XL 750.00 300.000 450.000
Lening Rockstart 300.000 100.000 200.000
Lening Elzeneind 2.100.000 1.200.000 900.000
      250.195.422

 

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen

Vakantiegeld
Door wijziging van de CAO voor de provincies met ingang van 2015 wordt het vakantiegeld volledig uitbetaald in het jaar van opbouw. Dat resulteert erin dat er aan het einde van het jaar geen verplichting meer is van 7 maanden opgebouwd vakantiegeld.

Wachtgelden en aanvullende uitkeringen aan vml. personeel (op de eigen payroll)
In 2017 is de laatste verplichting van een wachtgelduitkering geëindigd.

Inkomensvoorziening vml. personeel via uitkeringsinstantie / detacheringsorganisatie (werkloosheid, gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, suppletie en inkomensgarantie)
De Provincie is eigenrisicodrager voor de WW- en de WGA-uitkeringen o.g.v. de Wet Inkomen en Arbeid. Dat geldt uiteraard ook voor het bovenwettelijk deel van de WW. De uitkeringsinstanties die deze voorzieningen uitvoeren declareren de kosten maandelijks bij de provincie.
Er zijn geen vertrekarrangementen meer waarbij de provincie een salarisgarantie heeft gegeven aan een detacheringsorganisatie; de laatste verplichting daarvan is in 2015 geëindigd.
Deze verplichtingen zijn meerjarig als volgt weer te geven:

Bedragen x €.1.000 2018 2019 2020 2021
uitkeringen 250 250 250 250
uitvoeringskosten 1 1 1 1

Bestuur

Verplichtingen inzake pensioenen van (voormalig) gedeputeerden (o.g.v. de Wet APPA)
Voor deze verplichtingen is een permanente voorziening beschikbaar. Deze verplichtingen worden hier niet meer opgenomen.

Verplichtingen inzake wachtgelden van (voormalige) statenleden
De overgangsregeling waarbij bepaalde Statenleden nog gebruik konden maken van een wachtgeldregeling is inmiddels verstreken. Dat betekent dat hiervoor geen verplichtingen meer bestaan.

Kunstbezit
De provincie bezit een aantal kunstwerken die niet op de balans zijn opgenomen. De verzekerde waarde van deze kunstwerken bedraagt € 6,2 miljoen.

Escrow Attero
Op de Escrow Attero ad € 13,5 mln rusten claims tot een bedrag van € 9,5 mln In de loop van 2019 wordt naar verwachting duidelijk welk bedrag van deze escrow nog tot uitkering komt. (zie tekst paragraaf verbonden partijen).

Verplichte kengetallen financiële positie
Op 15 mei 2015 is het BBV gewijzigd in verband met het verplicht opnemen in de jaarstukken en de begroting van kengetallen over de financiële positie. Deze verplichte kengetallen zijn opgenomen in bijlage 14 “Uitwerking paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing”.

Schatkistbankieren

In verband met verplicht schatkist-bankieren dient onderstaand overzicht in de toelichting op de balans te worden opgenomen.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000)

Verslagjaar 2017
(1) Drempelbedrag 5.362
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 1.706 2.702 800 271
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 3.656 2.659 4.562 5.091
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - - - -
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar 1.305.880
(4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 500.000
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat 805.880
Drempelbedrag (1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 5.362
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 153.524 245.922 73.555 24.955
(5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92
(2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 1.706 2.702 800 271

Wet normering topinkomens (WNT)

Wet normering topinkomens (WNT)

De WNT is per 1 januari 2013 in werking getreden. Beloning van bestuurders en overige topfunctionarissen in de (semi)publieke sector dienen wettelijk genormeerd respectievelijk gemaximeerd te worden. Dit heeft geresulteerd in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, thans aangeduid als ‘Wet normering topinkomens’ (WNT). Voor 2017 is het algemeen maximum € 181.000 inclusief belaste kostenvergoeding en pensioenbijdrage werkgever. 

De WNT geeft aan dat de provincie verplicht is om jaarlijks in het financieel jaarverslag de bezoldiging van iedere topfunctionaris en gewezen topfunctionarissen op persoonsnaam op te nemen, ongeacht een eventuele overschrijding van het bezoldigingsmaximum. Dit houdt in dat de bezoldiging van directieleden van de provincie Noord-Brabant opgenomen moet worden de jaarstukken.
In 2017 betreft dit de volgende personen:

bedragen x € 1 Dhr. M.J.A. van Bijnen Mevr. A.M. Burger Mevr. K.A.E. ten Cate Mevr. C.J.M. Dortmans
Functiegegevens Provinciesecretaris / Algemeen directeur Provinciesecretaris / Algemeen directeur Griffier van Provinciale Staten Medew. Griffie
Aanvang en einde functievervulling in 2017 01/12 – 31/12 01/01 - 31/12 01/01 – 31/12 01/01 – 14/11
Deeltijdfactor in fte 1 1 1 0,9
Gewezen topfunctionaris? Nee Nee nee nee
(Fictieve) dienstbetrekking? Ja Ja Ja Ja
Bezoldiging
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 10.913 152.577 91.743 82.526
Beloningen betaalbaar op termijn 1.429 17.625 13.726 11.779
Subtotaal 12.342 170.202 105.469 94.305
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 15.373 181.000 181.000 141.924
-/- Onverschuldigd betaald bedrag 0 0 0 0
Totale bezoldiging 12.342 170.202 105.469 94.305
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2016
Aanvang en einde functievervulling in 2016 N.v.t. 01/01 – 31/12 11-06 - 31/12 01/01 – 31/12
Deeltijdfactor 2016 in fte