Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling
Inleiding
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - InleidingDe uitvoering van het programma 09 Mobiliteitsontwikkeling staat onder druk.
We ontwikkelen het Brabantse mobiliteitssysteem verder langs de vier netwerken: wegennet, spoornetwerk, hoofdfietsnetwerk en de goederencorridor. Bij een aantal projecten staat de uitvoering en/of de bekostiging ter discussie.
Vanwege de herprioritering van het Mobiliteitsfonds en de stikstofproblematiek is er bij de rijksinfraprojecten in Brabant voorlopig geen zicht op realisatie. Voor een aantal gepauzeerde projecten zijn aanvullend maatregelpakketten afgesproken. Deze pakketten (o.a. voor A58 Tilburg - Breda, A2 Deil – ‘s-Hertogenbosch, A50 Paalgraven - Bankhoef en A67 Eindhoven - Asten) worden nu verder uitgewerkt. De pakketten zijn bedoeld om de impact van het pauzeren te verminderen en zijn vooral gericht op het onderliggende wegennet en de mobiliteitstransitie.
Op het provinciale wegennet kunnen de meeste projecten, al dan niet met aanpassingen en aanvullende maatregelen, worden uitgevoerd zoals de N285 Noordelijke randweg Zevenbergen (in uitvoering), de N605 bij Volkel (definitief ontwerp in 2026) en de N264 Haps – Odiliapeel (uitvoering 2027 en 2028). We zien wel de kosten van realisatie in een aantal gevallen toenemen.
Voor de reconstructie van de N279 Veghel - Asten en de N284 Reusel – Bergeijk moet blijken op welke termijn deze kunnen worden uitgevoerd. Begin 2027 verwachten we besluitvorming over het voorkeursalternatief N279. Voor de N629 Dongen - Oosterhout is in ieder geval duidelijk dat deze vanwege stikstof op korte termijn niet realiseerbaar is. Hier werken we samen met de gemeente aan overbruggingsmaatregelen.
Door de verstedelijkings- en woningbouwopgave zal de vraag naar en verdichting van mobiliteit toenemen. Het versnellen van de mobiliteitstransitie (naar actieve en gedeelde vormen van mobiliteit) is hierbij cruciaal. De ambities liggen vast in het Toekomstbeeld OV 2040 (TBOV 2040) en het Brabants Toekomstbeeld Fiets (BTF). Een aanzienlijk deel van de opgave ligt in de Brainportregio door de schaalsprong van woningen en arbeidsplaatsen, waardoor ook een schaalsprong in mobiliteit nodig is. Via de Brainportdeal en convenant Beethoven wordt dan ook fors geïnvesteerd in fiets- en OV-infrastructuur in deze regio. Voor de nieuwe OV-concessie Zuidoost moet er op korte termijn duidelijkheid zijn over het beschikbare exploitatiebudget en daarmee het kunnen realiseren van deze OV-schaalsprong via de Brainportlijnen in de nieuwe aanbesteding. Dit omvat een stedelijke OV-as (Trambus) en regionale lijnen (Brabantliners). Als uitwerking van de Perspectiefnota 2027 zal rond de zomer een separaat voorstel worden gedaan voor aanvullende provinciale inzet (zie ook programma 08). Hierbij blijven we wijzen op de verantwoordelijkheid van het Rijk voor o.a. de exploitatie van de Brainportlijnen.
De MIRT Verkenning naar de OV-knoop Eindhoven is in het BO MIRT 2025 een voorkeursalternatief vastgesteld voor de Multimodale Knoop (MMK, bus- en treinstation) en is begin 2026 een voorkeursbesluit genomen over de Spoorknoop Eindhoven (stap 1, aanpak westelijk emplacement). Na beide besluiten starten partijen met de planning- en studiefase, waarin het voorkeursalternatief richting een definitief ontwerp uitgewerkt wordt. Medio 2026 moet daartoe eerst afspraken rond aanpak, financiering, indexatie en risico’s tussen partijen vastgelegd in een bestuursovereenkomst.
Een ander grote opgave is de ontwikkeling tot spoorknooppunt van Bosch Centraal. Begin 2026 zijn hierover tijdens het uitgestelde BO-MIRT 2025 sluitende financieringsafspraken met de betrokken partners gemaakt. Via de Regionale Mobiliteitsprogramma’s 2026 (RMP’s) zijn er verschillende afspraken gemaakt over de uitbreiding van het Brabantse hoofdfietsnetwerk, met name in Zuidoost. Daarnaast is fietsstimulering nu een integraal onderdeel van de doelgroepbenadering die is ondergebracht in de nieuwe uitvoeringsorganisatie Brabant Bereikbaar. Tussen Rijk en regio zijn daarnaast aanvullende afspraken (inclusief financiering) gemaakt over de intensivering van deze gedragsaanpak via Spreiden en Mijden.
Op de goederencorridor zijn bij BO-MIRT aanvullende afspraken gemaakt in het kader van de realisatiepacten Tilburg en Moerdijk. Ook is er een bestuursovereenkomst gesloten voor de herinrichting van het bedrijventerrein Loven in combinatie de aanpak van het Wilhelminakanaal. De aanbesteding voor herbouw Sluis II loopt met beoogde gunning in 2026.
De Multimodale Mobiliteitsagenda (MMA) is in concept opgesteld. De formele besluitvorming hierover zal plaatsvinden in 2026. Hiermee is er een gezamenlijke en wederkerige mobiliteitsagenda tussen Rijk en regio voor de komende jaren. De volgende stap is om een gemeenschappelijk ontwikkelpad vast te stellen inclusief prioriteiten.
Via de Programmering Mobiliteit worden de Staten jaarlijks geïnformeerd over projecten van de mobiliteitsportefeuille en de (financiële) vertaling van de gemaakte afspraken. De update van de Programmering wordt in de zomer opgesteld. De huidige afspraken zijn financieel gedekt. Echter door extra inzet op o.a. convenant Beethoven en cofinanciering van de WoMo-aanvragen door gemeenten is de ruimte voor het maken van nieuwe afspraken beperkt. Besluit over aanvullende financiële middelen in het nieuwe bestuursakkoord bepalen de ambities voor de komende jaren.
Wat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Wat willen we bereiken?We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem.
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Wat willen we bereiken? - We gaan voor een robuust en betrouwbaar mobiliteitssysteem.De (multimodale) reistijd is in 2030 in 95% van de gevallen conform de voorspelling + of – 5 minuten.
- De ontwikkeling van de werkelijke gerealiseerde reistijd per auto ten opzichte van de freeflow reistijd (Noord-Brabant & provinciale wegen, naar typen wegen): < vorig jaar.
*Freeflow = reistijd buiten de spits zonder vertraging.
De onzekerheid over de (termijn van) realisatie van een aantal infrastructurele projecten, zowel op het rijkswegennet als op provinciale wegen, verhogen de druk op het Brabantse mobiliteitssysteem. Het belang van de realisatie van deze projecten én van extra maatregelen op de andere netwerken neemt hierdoor toe. De indicator is bij de jaarrekening beschikbaar.
We gaan voor een samenhangend mobiliteitssysteem.
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Wat willen we bereiken? - We gaan voor een samenhangend mobiliteitssysteem.Het aantal multimodale ketenverplaatsingen* in personen- en goederenvervoer in Brabant is in 2030 verdubbeld ten opzichte van 2019.
- Ontwikkeling modal split in het personenvervoer van weg naar openbaar vervoer en fiets (absolute aantallen, Noord-Brabant): > vorig jaar
- Ontwikkeling modal split in het goederenvervoer van weg naar spoor en water (absolute aantallen, Noord-Brabant): > vorig jaar
*Bij multimodale ketenverplaatsing is er sprake van een combinatie van meerdere (duurzame) vervoerwijzen voor één verplaatsing. Modal split houdt de verdeling in tussen modaliteiten.
Via het versnellen van de mobiliteitstransitie en het bevorderen van goederenvervoer via water en spoor middels de realisatiepacten Tilburg en Moerdijk bevorderen we de modal split. De indicatoren zijn beschikbaar bij de jaarrekening.
We gaan voor mobiliteit voor iedereen.
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Wat willen we bereiken? - We gaan voor mobiliteit voor iedereen.Onderwijs-, zorg-, werk-, recreatie-, natuur- en dagelijkse voorzieningen en sociale contacten zijn in 2030 goed bereikbaar voor iedereen.
- Ontwikkeling van de nabijheid van voorzieningen in verschillende type regio’s en voor verschillende type modaliteiten.
We gaan voor schone, stille en gezonde mobiliteit
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Wat willen we bereiken? - We gaan voor schone, stille en gezonde mobiliteitWe zorgen in Noord-Brabant dat de overlast van verkeer geminimaliseerd wordt door in te zetten op stille voertuigen en infrastructuur.
- Ontwikkeling aantal objectief geluidgehinderden waar de wettelijke geluidnormen worden overschreden (provinciale wegen): aantal < vorig jaar.
Op basis van de herijking van de het Actieplan geluid Noord-Brabant eind 2024 is het aantal geluidgehinderden afgenomen van 5.950 woningen naar 5.854. Met de invoering van de nieuwe omgevingswet is de ambitie om breder te kijken dan alleen de provinciale wegen, hierbij zijn we afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen voor de invoering van het digitaal stelsel omgevingswet. Voor nu blijft het actieplan en de daarin vastgestelde ambitie leidend.
Ontwikkelingen en onzekerheden
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Ontwikkelingen en onzekerheden- Het pauzeren van een aantal rijkswegenprojecten en de herprioritering van het Mobiliteitsfonds heeft invloed op de bereikbaarheid van Brabant.
- Ontwikkelingen in wet- en regelgeving rondom stikstof en vergunningverlening kunnen de realisatie én de kosten van (infrastructurele) projecten beïnvloeden.
- Onzekerheid en vertraging in de doorlooptijden bij behandeling door de Raad van State heeft invloed op de haalbaarheid en zekerheid van de planningen van projecten.
- De huidige instabiliteit op het wereldtoneel zorgt voor onzekerheid over de beschikbaarheid van materialen en grondstoffen en over de prijsontwikkeling. Projecten kunnen hierdoor ineens vertragen en/of flink duurder worden.
- De mate van cofinanciering door Rijk en regio kan de haalbaarheid van opgaven en projecten beïnvloeden. Ook staan steeds vaker gemaakte afspraken met het Rijk ter discussie. Het nieuwe kabinet biedt hierin kansen, maar leidt op dit moment ook tot onzekerheid over de plannen.
- De wijze van financieren van de afspraken met de regio in het kader van de Regionale Mobiliteitsprogramma’s en de regelgeving rondom de lastneming kan het ritme van de besteding van de provinciale begroting beïnvloeden. Hierdoor kan onder- of overbesteding ontstaan in een specifiek jaar. We zijn hierin in belangrijke mate afhankelijk van (de uitvoering door) gemeenten.
Financieel overzicht
Terug naar navigatie - Programma 9 Mobiliteitsontwikkeling - Financieel overzichtBedragen x € 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
9. Mobiliteitsontwikkeling |
Begroting t/m wijz. 2 |
Wijziging 3 |
Begroting t/m wijz. 3 |
Lasten |
121.956 |
13.238 |
135.194 |
Baten |
1.888 |
1.596 |
3.483 |
Saldo baten en lasten |
120.068 N |
11.642 N |
131.711 N |