Provinciale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Inleiding

Eén van de inkomstenbronnen van de provincie betreft de provinciale heffingen. Deze bestaan uit:

  • de heffing opcenten op de motorrijtuigenbelasting;
  • de Grondwaterheffing;
  • de Nazorgheffing in het kader van de Leemtewet;
  • diverse leges.
  • De provincie kent geen kwijtscheldingsbeleid voor provinciale heffingen. 

Beleidskaders

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Beleidskaders

•    Grondwaterheffingsverordening
•    Verordening Nazorgheffing Noord-Brabant
•    Legesverordening Provincie Noord-Brabant

Heffing opcenten motorrijtuigenbelasting

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Heffing opcenten motorrijtuigenbelasting

Op grond van artikel 222 van de Provinciewet worden provinciale opcenten geheven. Door het Rijk wordt elk jaar het maximumniveau van de opcentenheffing vastgesteld. De datum waarop 
provincies hun opcenten kunnen wijzigen is met ingang van 1 januari van enig jaar. Op basis van de belastingcapaciteit 2026 (omvang wagenpark in aantallen en gewicht) wordt in 2027 rekening 
gehouden met een opbrengst van € 378,3 mln.

Provinciale lastendruk m.b.t. opcenten motorrijtuigenbelasting

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Provinciale lastendruk m.b.t. opcenten motorrijtuigenbelasting

Het door het Rijk vastgestelde maximale opcententarief is per 1 januari 2027 wettelijk bepaald op 147,7 opcenten. In de heffingsverordening opcenten MRB is voor 2027 het tarief vastgesteld op 
89,2 opcenten (PS 09/26) opcenten. In onderstaande tabel is een vergelijking opgenomen van de vastgestelde en voorgenomen opcententarieven van alle provincies

 

 

Voorgenomen

Vastgesteld

 

Percentage

 

 

tarief per

tarief per

Stijging

onbenutte

 

 

per 1 jan 2027

per 1 jan 2026

t.o.v. 2026

belastingcapaciteit

1

Zuid-Holland

106,6

104,4

2,1%

27,8%

2

Gelderland

101,5

98,3

3,3%

31,3%

3

Groningen

95,7

95,7

0,0%

35,2%

4

Fryslân

94,4

92,1

2,5%

36,1%

5

Drenthe

92,0

92,0

0,0%

37,7%

6

Limburg

92,0

88,5

4,0%

37,7%

7

Noord-Brabant

89,2

87,0

2,5%

39,6%

8

Utrecht

88,4

86,4

2,3%

40,1%

9

Flevoland

85,5

84,7

0,9%

42,1%

10

Zeeland

84,4

84,4

0,0%

42,9%

11

Overijssel

84,4

82,2

2,7%

42,9%

12

Noord-Holland

82,1

82,1

0,0%

44,4%

 

Gemiddeld tarief

91,4

89,8

1,7%

 

 

Maximaal tarief

147,7

144,0

2,6%

 

Onbenutte belastingcapaciteit
In de rangorde van opcentenheffing van hoog naar laag komt de provincie Noord-Brabant uit op een zevende plaats. In 2026 blijft de lastendruk m.b.t. de opcenten op de motorrijtuigenbelasting 
in relatieve zin onder het landelijk gemiddelde. Naar verwachting geldt dit ook voor 2027. De onbenutte belastingcapaciteit voor Noord-Brabant is gebaseerd op de ruimte onder het wettelijk 
maximum voor het jaar 2027, zijnde 58,5 punten (147,7 -/- 89,2). Eén punt verhoging komt in 2027 overeen met € 4,241 mln. extra opbrengsten. De onbenutte belastingcapaciteit 2027 komt 
daarmee uit op ca. € 248,1 mln. (58,5 x € 4,146 mln.). N.B. De berekening van de onbenutte capaciteit is gebaseerd op het voorgenomen tarief voor 2027.

Er is een relatie tussen de opcentenheffing (omvang wagenpark in aantallen en gewicht) en de algemene uitkering uit het Provinciefonds. In het verdeelmodel van het fonds telt de 
belastingcapaciteit (tegen een algemeen rekentarief) mee als een (negatieve) inkomstenmaatstaf. Anders gezegd: een relatief grotere belastingcapaciteit (zoals in Noord-Brabant) leidt tot een naar 
verhouding lagere provinciefondsuitkering.

Grondwaterheffing

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Grondwaterheffing

De grondwaterheffing wordt geheven over de hoeveelheid onttrokken grondwater. De bestedingsmogelijkheden van de heffing zijn limitatief in de Grondwaterwet opgenomen, namelijk kosten van onderzoek, metingen en schadevergoedingen in verband met de onttrekking van grondwater. De financiële verantwoording verloopt via de voorziening grondwaterheffing. Voor 2026 zijn de inkomsten grondwaterheffing geraamd op € 8,6 mln. De heffing vindt plaats op grond van de Verordening grondwaterheffing Noord-Brabant 2023 die voor het laatst is gewijzigd op 16 december 2022 (PS 75/22). De baten uit de grondwaterheffing zijn in de begroting 2026 opgenomen bij programma Water en bodem. Zoals in de verordening is aangegeven wordt de grondwaterheffing jaarlijks geïndexeerd op basis van de CBS consumentenprijsindex (jaarmutatie maand mei). Voor 2026 wordt daarmee het tarief grondwaterheffing € 0,0390 verhoogd met 3,3% naar € 0,0403. Op 12 december 2025 wordt aan Provinciale Staten een Grondwaterverordening voorgelegd die op 1 januari 2026 in werking treedt. Met deze verordening wordt op 1 januari 2027 op het gebruik van grondwater boven de 50.000 m3 vanaf het jaar 2026 een heffing opgelegd.

Nazorgheffing

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Nazorgheffing

Nazorgheffing in het kader van de Nazorgregeling Wet Milieubeheer.

Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) is de provincie verantwoordelijk voor de nazorg van stortplaatsen waar na 1 september 1996 nog afval is/wordt gestort, uitgezonderd (mede) door het Rijk gedreven stortplaatsen, in Brabant baggerdepot Hollandsch Diep. Om het eeuwigdurend milieuhygiënisch beheer door de Provincie te verzekeren is, conform de wettelijke regeling, een Nazorgfonds (een aparte rechtspersoon) ingesteld.

De exploitant van een stortplaats die onder deze wettelijke regeling valt, moet een actueel (tussentijds) nazorgplan voorleggen aan de provincie. Op basis hiervan wordt met het Rekenmodel IPO-Nazorg Stortplaatsen en baggerdepots (RINAS) een doelvermogen bepaald. Om het doelvermogen op te bouwen wordt aan de exploitant een (voorlopige) aanslag opgelegd die in het fonds wordt gestort. De heffing vindt plaats op grond van de vastgestelde verordening Nazorgheffing Noord-Brabant die door Provinciale Staten voor het laatst is gewijzigd op 5 april 2024.

De nazorgheffing is uitsluitend bestemd voor de uitvoering van de nazorg van gesloten stortplaatsen. De provincie fungeert als ontvanger voor het Nazorgfonds. De gelden worden belegd conform het door het Algemeen bestuur van het Nazorgfonds vastgestelde beleggingsstatuut. De beleggingsresultaten worden bij sluiting van de stortplaats verrekend met de door de exploitanten te betalen heffing. Het Nazorgfonds heeft een eigen begroting en jaarrekening die door het Algemeen bestuur worden vastgesteld.

Er zijn in Brabant negen stortplaatsen waarop de wettelijke regeling van toepassing is:

·       Kragge II, Bergen op Zoom;

·       Gulbergen, Nuenen;

·       Spinder, Tilburg;

·       Meerendonk, ’s-Hertogenbosch;

·       Zevenbergen;

·       Haps;

·       Vlagheide, Schijndel;

·       Nyrstar, Budel-Dorplein; In 2013 gesloten, 2014 definitieve afrekening, provincie voert nazorg uit en draagt het financieel risico.

·       Baggerdepot Dintelsas; In 2013 gesloten, 2014 definitieve afrekening, provincie voert nazorg uit en draagt het financieel risico.

De provincie heeft de periodieke 5-jaarlijkse ALM-studie in 2023 uitgevoerd. Door het aflopen van de Overeenkomst op 12 juni 2024 is er afgesproken om de aspecten techniek, juridisch, financieel en lobby weer op te pakken. Verder zijn er in het Bestuurlijk Overleg Stortplaatsen (BO-Stortplaatsen) in 2024 afspraken gemaakt voor de nog te sluiten stortplaatsen over het aanleveren van geactualiseerde tussentijdse nazorgplannen en het vervolgens opleggen van de zogenaamde voorlopige aanslagen.

Door (landelijke) ontwikkelingen (o.a. Werkprogramma storten 2024-2029 van Ministerie Infrastructuur en Waterstaat) konden de afgesproken termijnen niet worden gehaald en zijn nieuwe afspraken gemaakt over de aanleverdatum en het opleggen van de voorlopige aanslagen. In het BO-Stortplaatsen van 11 juni 2025 is overeengekomen dat deze concept-nazorgplannen uiterlijk 1 oktober 2025 worden ingediend. In het BO-Stortplaatsen van 18 september 2025 is dit verschoven naar uiterlijk oktober 2025. De definitieve geactualiseerde tussentijdse nazorgplannen zijn in december 2025 en januari 2026 ingediend. Door de provincie is in maart en april 2026 op de plannen beschikt en zijn op basis hiervan op 15 april 2026 de voorlopige aanslagen opgelegd. Hiertegen zijn geen bezwaren ingediend. Met alle exploitanten zijn betalingsregelingen overeengekomen.  

Gezien de voorziene sluitingsdatum per 1 januari 2030 voor de stortplaatsen Gulbergen, Zevenbergen, Vlagheide en Meerendonk gaan we de komende periode hiernaar toe werken om op tijd definitieve, goedgekeurde nazorgplannen en daarmee duidelijkheid over de definitieve aanslag richting exploitant te hebben. Dit zorgt voor een soepele overdracht van de nazorg aan de provincie. Dit traject vraagt de nodige technisch, inhoudelijke, financiële en juridische afstemming.

 

Omgevingswet

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Omgevingswet

De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Vanaf dat moment is ook de nieuwe legesverordening in werking getreden. De grootste wijziging is de invoering van legesheffing op milieubelastende activiteiten (milieuleges). Bij de (voorheen) Wabo komen er enkele categorieën van vergunningverlening bij.

Kostendekkende tarieven

Het beleid van Provinciale Staten zijn kostendekkende tarieven; de aanvrager betaalt dus de directe kosten van de vergunning via leges.

De legestarieven worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de indexering die de omgevingsdiensten doorvoeren in hun uurtarieven. Zij voeren de vergunning taken voor de provincie uit. De indexering (loon- en prijsstijging) verschilt per omgevingsdienst enigszins, waardoor de indexatie ook enigszins kan verschillen. Waar sprake is van opvallende, grotere afwijkingen ten opzichte van 2024 worden deze beknopt toegelicht.

Hieronder worden de legestarieven per onderdeel aangegeven en toegelicht.

Omgevingswet, water

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Omgevingswet, water

De indexatie van deze tarieven zijn gebaseerd op de indexatie van de uurtarieven die de
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) doorrekent. De ODZOB voert deze taken namens de provincie uit.

Onderdeel

Aantal begroot 2027

Tarief 2026

Tarief 2027

Mutatie

Mutatie %

Opbrengst begroot 2027

Open bodemenergiesystemen

           

2.4.2.1    t/m 200.000 m3

10

€ 7.063

€ 7.043

-€ 20

-0,3%

€ 70.428

2.4.2.a  200.001 t/m 500.000 m3

5

€ 9.246

€ 9.220

-€ 27

-0,3%

€ 46.098

2.4.2.b meer dan 500.000 m3

10

€ 11.558

€ 11.525

-€ 33

-0,3%

€ 115.245

2.4.2.2 Wijzigingen

10

€ 3.532

€ 3.521

-€ 10

-0,3%

€ 35.214

 

 

 

 

 

 

 

 

Drinkwater & industriële toepassingen

           

2.4.1.1    t/m 500.000 m3

0

€ 5.394

€ 5.378

-€ 16

-0,3%

€ 0

2.4.1a  500.001 t/m 1.000.000 m3

0

€ 10.787

€ 10.756

-€ 31

-0,3%

€ 0

2.4.1b  meer dan 1.000.000 m3

1

€ 35.958

€ 35.854

-€ 104

-0,3%

€ 35.854

 

 

 

 

 

 

 

Totaal leges Omgevingswet, onderdeel Water

36

 

 

 

 

€ 302.838

 

 

begroting 2027

a. Netto kosten taakveld

€ 302.838

b. Overhead & BTW

n.v.t.

Overhead is onderdeel van het ingekochte uurtarief

   

Opbrengst heffingen

 € 302.838

Dekking (opbrengst heffing / kosten)

100%

 

Omgevingswet, ontgrondingen

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Omgevingswet, ontgrondingen

De indexatie van deze tarieven zijn gebaseerd op de indexatie van de uurtarieven die de
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) doorrekent op basis van hun begroting 2026. De ODZOB voert deze taken namens de provincie uit.

Onderdeel

Aantal begroot 2027

Tarief 2026

Tarief 2027

Mutatie

Mutatie %

Opbrengst begroot 2027

2.5.1.1a   t/m 10.000 m3

5

€ 3.472

€ 3.462

-€ 10

-0,3%

€ 17.310

2.5.1.1b  10.001 m3 t/m 25.000 m3

7

€ 5.468

€ 5.453

-€ 16

-0,3%

€ 38.169

2.5.1.1c   25.001 m3 t/m 50.000 m3

6

€ 10.937

€ 10.905

-€ 32

-0,3%

€ 65.432

2.5.1.1d  50.001 m3 t/m 100.000 m3

3

€ 21.874

€ 21.811

-€ 63

-0,3%

€ 65.432

2.5.1.1e  100.001 m3 t/m 500.000 m3

2

€ 32.897

€ 32.803

-€ 95

-0,3%

€ 65.605

2.5.1.1f   meer dan 500.000 m3

2

€ 52.948

€ 52.796

-€ 153

-0,3%

€ 105.592

2.5.1.2  Wijzigen of verlengen vergunning

0

€ 3.472

€ 3.462

-€ 10

-0,3%

€ 0

2.5.1.3 Wijzigen vergunning met extra hoeveelheid specie

0

€ 0

€ 0

€ 0

 

€ 0

2.5.1.4  Intrekken vergunning

2

€ 3.385

€ 3.375

-€ 10

-0,3%

€ 6.751

             

2.5.1.5 Cultuurtechnische verbetering zonder specieafvoer

2

€ 3.385

€ 3.375

-€ 10

-0,3%

€ 6.751

2.5.1.6 Natuurprojecten zonder specieafvoer

1

€ 3.385

€ 3.375

-€ 10

-0,3%

€ 3.375

Totaal leges Omgevingswet, onderdeel ontgrondingen

30

 

 

 

 

€ 374.418

 

 

begroting 2027

a. Netto kosten taakveld

€ 374.418

b. Overhead & BTW

n.v.t.

Overhead is onderdeel van het ingekochte uurtarief

   

Opbrengst heffingen

 € 374.418

Dekking (opbrengst heffing / kosten)

100%

 

Omgevingswet, voorheen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Omgevingswet, voorheen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

De tarieven zijn geïndexeerd met een gewogen gemiddelde indexcijfer gebaseerd op de tariefstijging die doorberekend wordt door de Brabantse omgevingsdiensten op basis van hun begrotingen 2026.

Onderdeel Aantal begroot 2027 Tarief 2026 Tarief 2027 Mutatie % Opbrengst begroot 2027
2.2.1       Een verzoek om beoordeling van een omgevingsplanactiviteit die alleen betrekking heeft op een bouwactiviteit:   € 826 € 837 1,30%  €             -   
2.2.2.1a  Bouwkosten lager dan € 20.000 26 € 2.651 € 2.686 1,30% € 69.834
2.2.2.1b  Bouwkosten tussen €20.000 en € 50.000 20 € 3.374 € 3.418 1,30% € 68.369
2.2.2.1c  Bouwkosten tussen €50.000 en € 100.000 17 € 4.097 € 4.151 1,30% € 70.566
2.2.2.1d  Bouwkosten tussen €100.000 en € 400.000 10 € 6.748 € 6.837 1,30% € 68.369
2.2.2.1e  Bouwkosten tussen €400.000 en € 1.000.000 9 € 12.894 € 13.063 1,30% € 117.570
2.2.2.1f   Bouwkosten tussen € 1 mln. en € 5 mln. 7 € 25.908 € 26.249 1,30% € 183.741
2.2.2.1g  Bouwkosten tussen € 5 mln. en € 25 mln. 6 € 48.201 € 48.835 1,30% € 293.009
2.2.2.1h  Bouwkosten meer dan € 25 mln. 5 € 1.942 € 83.019 1,30% € 415.096
2.2.2.2a/b Beoordelen bodemrapport 4 € 241 € 244 1,30% € 977
2.2.2.3    Beoordelen advies agrarische adviescommissie 0 € 747 € 757 1,30%  €             -   
2.2.2.4    Toetsing ontheffing i.h.k.v. exploitatieplan 0 € 482 € 488 1,30%  €             -   
2.2.3 en 2.2.4 a t/m d Binnenplanse ontheffing grond & bouw 3 € 723 € 733 1,30% € 2.198
2.2.5 a/c   Slopen / wijzigen beschermd monument 0 € 3.769 € 3.818 1,30%  €             -   
2.2.5 b/d  Slopen beschermd stads & dorpsgezicht 0 € 1.928 € 1.953 1,30%  €             -   
2.2.6      Slopen  0 € 1.928 € 1.953 1,30%  €             -   
2.2.7      Kappen 3 € 603 € 610 1,30% € 1.831
2.2.8 a/b   Handelsreclame 0 € 723 € 733 1,30%  €             -   
2.8.1 Andere activiteiten 0 € 843 € 854 1,30%  €             -   
2.8.2 Overige omgevingsvergunningen 0 € 843 € 854 1,30%  €             -   
2.2.12 Gelijkwaardige maatregel bouwactiviteiten 0 € 2.202 € 2.231 1,30%  €             -   
2.2.13 Verlengen tijdelijke vergunning bouwactiviteit 0 € 1.101 € 1.116 1,30%  €             -   
Subtotaal leges Omgevingswet (voorheen Wabo) 110       € 1.291.559
           
Onderdeel Aantal begroot 2027 Tarief 2026 Tarief 2027 Mutatie % Opbrengst begroot 2027
2.2.9 Vergunningverlening aanhaken Omgevingsvergunning aanhaken Wnb, N2000 (PNB bevoegd gezag) 5 € 3.136 € 3.235 3,20% € 16.175
2.2.10  Omgevingsvergunning aanhaken OW (Wnb), FF-activiteiten (PNB bevoegd gezag)   € 6.197 € 6.393 3,20%  €               -   
Subtotaal Interne adviezen 5       € 16.175
           
Totaal leges Omgevingswet (voorheen Wabo) 115       € 1.307.734

 

 

begroting 2027

a. Netto kosten taakveld

€ 1.307.734

b. Overhead & BTW

n.v.t.

Overhead is onderdeel van het ingekochte uurtarief

   

Opbrengst heffingen

 € 1.307.734

Dekking (opbrengst heffing / kosten)

100%

 

Omgevingswet, Natuur

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Omgevingswet, Natuur

De ramingen en tarieven liggen in lijn met het voorafgaande begrotingsjaar. Daarbij is rekening
gehouden met de indexatie van de uurtarieven die de Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN) aan ons doorrekenen. Deze indexatie is gebaseerd op de begroting 2026 van de ODBN. Zij voeren deze taken voor de provincie uit. Op enkele onderdelen zijn de onderliggende uren per vergunning iets bijgesteld op basis van ervaringsgegevens.
Door de stikstofproblematiek ligt de vergunningverlening bij gebiedsbescherming (2.6.1.1 t/m
2.6.1.3 en de Adviezen met Instemming) goeddeels stil en dus ook de (leges)opbrengsten. Dit leidt tot taakverschuivingen. Het financiële effect is dat er nauwelijks tot geen legesinkomsten staan tegenover deze taken.
Daarom zijn de inkomsten voor deze categorieën voorzichtigheidshalve afgeraamd met 80%.

Verder zijn de tarieven van ‘Adviezen met Instemming’ gelijk gesteld aan de legestarieven. 
Adviezen met instemming zijn onderlinge verrekeningen tussen bevoegde gezagen. Dit betreft in feite vergunningtaken, alleen is de levering dan bijv. aan een gemeente in plaats van een vergunningaanvrager. Volgens de Omgevingswet mogen deze tarieven niet meer afwijken van de legestarieven.

Onderdeel

Aantal begroot 2027

Tarief 2026

Tarief 2027

Mutatie %

Opbrengst begroot 2027

2.6.1.1 Vergunningverlening gebiedsbescherming uitgebreide procedure

155

 €6.508

 €   6.714

3,2%

 €1.040.675

2.6.1.2 Vergunningverlening gebiedsbescherming (gedeeltelijke) intrekking

50

 €  2.636

 €   2.719

3,2%

 €   135.953

2.6.1.3 Omzetten PAS-melding naar vergunning

50

 €  1.600

 €   1.600

0,0%

 €     80.000

2.6.2.1 Ontheffingverlening  schadebestrijding, overlastbestrijding en populatiebeheer art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10

15

 €  2.795

 €   2.884

3,2%

 €     43.259

2.6.2.2 Ontheffingverlening  soortenbescherming t.b.v. onderzoek en onderwijs, opvang beschermde dieren art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10

5

 €     178

 €      184

3,2%

 €          918

2.6.2.3 Ontheffingverlening  soortenbescherming t.b.v. infrastructurele werken, windmolenparken, GAN, ruimtelijke ontw. > 50 woningen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10

65

 €  9.292

 €   8.198

-11,8%

 €   532.863

2.6.2.4 Ontheffingverlening soortenbescherming overige aanvragen art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10

180

 €  6.467

 €   6.671

3,2%

 €1.200.801

2.6.2.5 Ontheffingverlening  soortenbescherming betrekking hebbend op belang één particuliere aanvrager art 3.3/3.4/3.8/3.9/3.10

7

 €  2.486

 €   2.564

3,2%

 €     17.951

2.6.2.6 Ontheffingverlening soortenbescherming soortenmanagementplannen (SMP)

16

 

 € 32.023

 

 €   512.369

2.6.2.7 Goedkeuringsbesluit soortenbescherming SMP

40

 

 €   6.789

 

 €   271.555

2.6.3.1 Ontheffingverlening compensatie herplantplicht art 4.5:

19

 €  1.657

 €   2.240

35,2%

 €     42.559

2.6.3.2 Ontheffingverlening herplantplicht art 4.5:

5

 €  1.714

 €   1.768

3,2%

 €       8.842

2.6.3.3 Ontheffing herplanttermijn art 4.5:

4

 €  1.226

 €   1.609

31,3%

 €       6.438

2.6.3.4 Ontheffing bedoeld in art. 6.12, derde lid, Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (ontheffing wachttermijn)

5

 €     887

 €      915

3,2%

 €       4.573

2.6.5 Goedkeuringsbesluit restartikel

1

 €     433

 €      447

3,2%

 €          447

Subtotaal leges Omgevingswet, onderdeel Natuur

616

     

 €3.899.202

           

Aframing Vergunningverlening gebiedsbescherming ivm onzekerheden

80%

     

 €1.005.302

           

Totaal Omgevingswet, onderdeel natuur leges & Ami

       

 €2.893.900

 

 

begroting 2027

a. Netto kosten taakveld

€ 2.893.900

b. Overhead & BTW

n.v.t.

Overhead is onderdeel van het ingekochte uurtarief

   

Opbrengst heffingen

 € 2.893.900

Dekking (opbrengst heffing / kosten)

100%

 

Leges milieuvergunningen

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Leges milieuvergunningen

Met de komst van de Omgevingswet stelt het Rijk de bevoegde gezagen in staat om leges te heffen op Milieuvergunningen. Dit is aan de orde als initiatiefnemers milieubelastende activiteiten gaan ondernemen. Initiatiefnemers zijn hoofdzakelijk grote industriële bedrijven, grootschalige mestverwerkers, energie opwekkers, verbranders van afvalstoffen, etcetera. Met het heffen van milieuleges wordt aangehaakt op een landelijke lijn om hiertoe over te gaan. De VNG-modelverordening heeft hiervoor als basis gediend. Meer informatie staat in de Statenmededeling ‘Heffen milieuleges’.

Uitgangspunt voor de leges zijn kostendekkende tarieven. De tarieven zijn gebaseerd op een
conservatieve inschatting van het aantal uren vermenigvuldigd met het gemiddelde functionele uurtarief die omgevingsdiensten ons doorrekenen. De stijging van de tarieven vloeit voort uit de indexering van de uurtarieven door de Omgevingsdiensten. 
Over de feitelijke urenbesteding van deze vergunningen moeten ervaringsgegevens verzameld worden. De tarieven zullen, net zoals bij de andere tarieven gebeurt, jaarlijks worden geactualiseerd en herijkt wanneer nodig.
De omvang van de opbrengsten in deze leges in 2026 is onduidelijk, maar op basis van de ervaringen in 2025 en de ontwikkeling daarin is de aanname dat dit € 0,6 miljoen is.

In de legestabel van 2025 waren bij art. 2.3.16, 2.3.17, 2.3.18 en 2.3.20 de kosten van de eerdere staffels niet opgeteld bij de meerkosten van de opvolgende staffel. Dit is in het tarief voor 2026 gecorrigeerd. Hierdoor wijkt het stijgingspercentage af van de andere tarieven van milieuleges.

Onderdeel  Aantal begroot 2027 Tarief 2027 Mutatie % Opbrengst begroot 2027
2.3.1.1 Basistarief oprichting MBA uitgebreide procedure   € 32.400    
2.3.1.2 Vermeerdering hoge drempelinrichting   € 16.200    
2.3.1.3 Vermeerdering IPPC   € 16.200    
2.3.2.1 Basistarief verandering MBA uitgebreide procedure   € 10.125    
2.3.2.2 Verhoging per mlieuaspect        
a. Afval   € 3.375    
b. Afwalwater   € 3.375    
c. Bodem   € 3.375    
d. Geluid   € 3.375    
e. Lucht   € 3.375    
f. Veiligheid   € 3.375    
2.3.3.1 Basistarief verandering MBA reguliere procedure   € 6.075    
2.3.3.2 Verhoging per milieuaspect        
a. Afval   € 2.025    
b. Afwalwater   € 2.025    
c. Bodem   € 2.025    
d. Geluid   € 2.025    
e. Lucht   € 2.025    
f. Veiligheid   € 2.025    
2.3.4.1 Voorschriften of gelijkwaardige maatregel MBA   € 4.050    
2.3.4.2 Wijziging voorschriften   € 4.050    
2.3.4.3 Wijziging gelijkwaardige maatregel   € 4.050    
2.3.5.1 MER - beoordeling onderzoeksrapporten   € 5.400    
2.3.5.2 MER - beoordelingsbeslisissing   € 5.400    
Stelpost opbrengst       € 1.000.000

 

Leges Vergunningen/ontheffingen Legesverordening 2022, paragraaf 3.1 t/m 3.3

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Leges Vergunningen/ontheffingen Legesverordening 2022, paragraaf 3.1 t/m 3.3

De legestarieven in paragraaf 3.1 t/m 3.3 van de Legesverordening Noord-Brabant 2022 hebben betrekking op het behandelen van aanvragen om beschikkingen die we op grond van de Wegenverkeerswet 1994 en Omgevingsverordening Noord-Brabant ontvangen. De Legesverordening is aangepast vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024.

Onderdeel (in aantallen) Geraamd
Ontheffing wedstrijd voertuigen meer gemeenten art. 148/10 WVW 1994 15
Verklaring geen bezwaar wedstrijd in één gemeente art. 148/10 WVW 1994 15
Ontheffing voertuig of –combinatie art. 9.1 RV, m.u.v. H5, afd. 7, 8, 10 en 11 RV (exceptionele transporten) 2.800
Ontheffing voertuig of -combinatie art. 9.1, H5, afd. 7, 8, 10 en 11 0
Ontheffing art. 87 RVV 1990 20
Vergunning art. 4, eerste lid, Verordening wegen:  
-           Werk andere wegbeheerders 26
-           Verkeersmaatregelen op de weg voor werken of activiteiten buiten de weg 100
-           Kabels of leidingen 225
-           Borden (bewegwijzering, stroken-borden, reclame, objecten, terreinen) 5
-           Kunstobject 1
Vergunning art. 5, eerste en tweede lid, Verordening wegen:  
-           Evenement (niet optocht) 15
-           Evenement 15
-           Voorwerpen i.v.m. particuliere bouw- of onderhoudswerken buiten de weg 1
-           Overige activiteiten (wedstrijden zonder voertuigen, voorwerpen, stoffen) 0
Totaal vergunningen / ontheffingen 3.238

 

De tarieven voor 2027 zijn geïndexeerd.

De verwachte aantallen aanvragen voor het komende jaar zijn gelijk aan de geraamde aantallen in de begroting 2026, namelijk 3.238 (in 2025 3.125 gerealiseerd vooral door minder ontheffingen voor exceptioneel vervoer via RDW). Een precies aantal per jaar is moeilijk te voorspellen, omdat we niet op voorhand weten hoeveel activiteiten burgers en bedrijven zullen aanvragen. De tarieven baseren we op de uren die het ambtelijk personeel gemiddeld besteedt aan de behandeling van een aanvraag.

Aanvragen voor exceptionele transporten beoordeelt de Dienst Wegverkeer (RDW) en zij vraagt zo nodig de betrokken wegbeheerder om advies. Een deel van de leges die de RDW voor de behandeling om een ontheffing in rekening brengt bij de aanvrager, draagt zij jaarlijks voor een deel af aan wegbeheerders. Hiervoor geldt een wettelijk tarief van € 16,- per beschikking. De RDW draagt een jaar na realisatie af.

De totaal geraamde opbrengst aan leges Verkeer & Vervoer voor 2027 is € 238.428 (in 2026 € 229.060,-). Vanwege de gestegen tarieven zijn de geraamde opbrengsten uit leges iets hoger dan in de begroting 2026.

Leges voor projectbesluiten ten behoeve van energieprojecten

Terug naar navigatie - Provinciale heffingen - Leges voor projectbesluiten ten behoeve van energieprojecten

De Legesverordening voor 2026 biedt ook de grondslag voor het heffen van leges voor de behandeling en de beoordeling van een aanvraag voor het verkrijgen van een projectbesluit ten behoeve van een energieproject (artikel 3, tweede lid). Dat is voor het eerst en dus nieuw ten opzichte van de voorgaande jaren. Vanwege hun rol bij de energietransitie worden GS in toenemende mate verzocht een projectbesluit vast te stellen dat groen licht geeft voor de realisatie van energieprojecten. In deze context is besloten leges te heffen voor de voorbereiding, het opstellen en het vaststellen van een dergelijk projectbesluit. Energieprojecten verschillen onderling van elkaar onder meer qua aard, omvang, de belangen die moeten worden afgewogen en de (locatie)specifieke omstandigheden. Denk aan hoogspanningstracés, - stations, zonne- en windparken. Daarom worden de leges per project afzonderlijk op basis van maatwerk vastgesteld. Daartoe wordt na de indiening van de aanvraag tot vaststelling van een projectbesluit, een begroting opgesteld van de kosten van de werkzaamheden en van de activiteiten die GS dient te verrichten om het projectbesluit voor te bereiden, op- en vast te stellen en de projectprocedure te doorlopen. Aangezien het hier om een nieuwe legesheffing gaat, is de raming op PM gezet vanwege gebrek aan historische realisatiecijfers, daarbij betreft ieder projectbesluit maatwerk.