Programma 4 Natuur en milieu

Inleiding

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Inleiding

Milieu

We willen dat Brabant een fijne, veilige en gezonde provincie is om in te wonen en te ondernemen. Een schone lucht en bodem en geen hinder van onder meer geluid en geur zijn hiervoor basisvoorwaarden. In lijn met de Omgevingsvisie streven we daarom naar een continue verbetering van onze leefomgeving. Met de uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord dragen we bij aan het landelijk doel om in 2030 tenminste 50% gezondheidswinst te behalen ten opzichte van 2016. Met het actieplan Geluid 2024 - 2029 verminderen we het aantal mensen dat wordt gehinderd door het geluid van provinciale wegen.

 

De geplande uitbereiding van Defensie in Noord Brabant zal ook gevolgen hebben voor het milieu. De milieubelangen brengen wij naar voren in de overleggen met Defensie. Daarnaast wordt ook Brabant in toenemende mate geconfronteerd met urgente sector- en thema-overstijgende vraagstukken, zoals de noodzaak van een transitie naar een duurzame economie en samenleving. De druk op het milieu blijft onverminderd hoog, waardoor het bereiken van de doelstellingen bij een aantal thema’s in het gedrang komen. Met name op de thema’s Luchtkwaliteit en ZZS dreigt de haalbaarheid van de doelstellingen uit beeld te raken.

 

De acties uit de Uitvoeringsagenda moeten bijdragen aan het behalen van deze doelen, maar op een aantal thema’s hebben de acties binnen de bevoegdheid van de Provincie onvoldoende effect om de doelstellingen te behalen. Dit komt met name omdat we vaak afhankelijk zijn van zowel landelijke als Europese regelgeving en ontwikkelingen op het gebied van andere beleidsvelden wat de invloed van de provincie op een aantal milieuthema’s beperkt.

Pijler Robuuste Natuur

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Pijler Robuuste Natuur

De Brabantse natuur is adequaat beschermd tegen ongewenste ruimtelijke ingrepen. Ze is vitaal en van voldoende omvang om bestand te zijn tegen schommelende omgevingsinvloeden zoals weersextremen. De Brabantse natuurgebieden vormen een onderling aangesloten netwerk waardoor uitwisseling kan plaatsvinden. 

Pijler Brabant Natuurinclusief

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Pijler Brabant Natuurinclusief

Natuur levert een bijdrage aan de welvaart en het welzijn van Brabant en de Brabanders. Andersom is natuur als vanzelfsprekend onderdeel van andere maatschappelijke, ruimtelijke en economische opgaven en verweven in alle maatschappelijke sectoren. 

Pijler Natuur voor en door Brabanders

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Pijler Natuur voor en door Brabanders

Brabanders voelen zich verbonden met de natuur in natuurgebieden, in de stad, het dorp en het agrarisch gebied. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken?

N2000-gebieden hersteld en versterkt

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - N2000-gebieden hersteld en versterkt

Indicator:

  • De kwaliteit en kwantiteit van de habitattypen en soorten uit de VHR mogen nooit achteruit gaan.  
  • In 2030 zijn in de N2000-gebieden de VHR-habitattypen en soorten verbeterd in oppervlakte en/of kwaliteit t.o.v. 2023 daar waar nodig volgens aanwijzingsbesluit. 

Bossen aangelegd en gerevitaliseerd

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Bossen aangelegd en gerevitaliseerd

Indicator:

  • In 2030 is in Brabant 13.000 ha nieuw bos aangelegd t.o.v. 2020. 
  • In 2030 is ca. 20.000 ha bos op de zandgronden omgevormd naar vitaal bos (revitalisering van bestaande bossen) t.o.v. 2020. 

Biodiversiteit beschermd

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Biodiversiteit beschermd

Indicator:

  • In 2030 is de stand van de populaties kwetsbare en bedreigde planten en dieren minimaal behouden t.o.v. 2022.

Basisvoorwaarden op orde: lucht-, water- en bodemkwaliteit

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Basisvoorwaarden op orde: lucht-, water- en bodemkwaliteit

Indicator:

  • In 2030 is de emissie en depositie van stikstof in Noord-Brabant afgenomen tot een niveau zoals in het kader van het NPLG tussen rijk en provincie is overeengekomen. 

Natuur meewegen bij ruimtelijke en economische ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Natuur meewegen bij ruimtelijke en economische ontwikkelingen

Indicator:

  • In 2030 is er een gedeelde basis voor een 'Natuurinclusief Brabant' en zijn de 8 domeinen van natuurinclusieve samenleving uitgewerkt in specifieke plannen voor Brabant. 
  • In 2030 is er een positieve trend voor biodiversiteit in het stedelijk gebied 

Behoud, herstel en ontwikkeling van landschappen

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Behoud, herstel en ontwikkeling van landschappen

Indicator:

  • In 2030 bestaat minimaal 10% van het landelijk gebied uit groenblauwe dooradering 

Meer groen in de directe omgeving

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Meer groen in de directe omgeving

Indicator:

  • In 2030 is het aantal vierkante meters groen per gemeente in de bebouwde kom (met 5%) toegenomen ten opzichte van 2023. 

Versterken van de beweging van vergroening

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Versterken van de beweging van vergroening

Indicator:

  • Behoud van het aantal actieve ‘groene’ vrijwilligers 

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS): Brabantse burger wordt in 2030 minder blootgesteld aan ZZS en potentieel ZZS (pZZS) dan in 2023. De emissies van ZZS en pZZS door bedrijven naar water, bodem en lucht zijn in 2030 gehalveerd ten opzichte van 2023

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS): Brabantse burger wordt in 2030 minder blootgesteld aan ZZS en potentieel ZZS (pZZS) dan in 2023. De emissies van ZZS en pZZS door bedrijven naar water, bodem en lucht zijn in 2030 gehalveerd ten opzichte van 2023

Zeer zorgwekkende stoffen zijn de stoffen die het meest schadelijk zijn voor mens, fauna en flora. Stoffen waarvan het vermoeden bestaat dat deze ook zo schadelijk zijn, worden “potentieel zeer zorgwekkend” (pZZS) genoemd. Dit betekent niet dat deze stoffen ook verboden zijn. Ze worden legaal en vergund geproduceerd en soms ook uitgestoten. Voor ZZS is het wel wettelijk verplicht om het gebruik en de emissies bij bedrijfsactiviteiten te minimaliseren om deze stoffen zoveel mogelijk te weren uit het milieu.

Indicator: 

  • emissie ZZS: Top 3 van ZZS die het meest voorkomen bij bedrijven die onder provinciaal gezag vallen, namelijk; Lood, Nikkel en Cadmium, daalt.

Luchtkwaliteit: 50% gezondheidswinst uit Brabantse bronnen ten opzichte van 2016

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Luchtkwaliteit: 50% gezondheidswinst uit Brabantse bronnen ten opzichte van 2016

Onze ambitie is om in Brabant in 2050 minimaal te voldoen aan de WHO-advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide.

Indicator: 

  • WHO-advieswaarde PM10 van 15 µg/m3 en NO2 van 10 µg/m3 in 2030 in Brabant 
  • WHO-advieswaarde PM2,5 van 5 µg/m3 in 2040 in Brabant 
    (Monitor RIVM: Luchtkwaliteit: [GIK] Dashboard Gezondheid 2024)

Geluid: Nieuwe geluidshindersituaties voorkomen en hinder van bestaande overlastsituaties terugdringen

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Geluid: Nieuwe geluidshindersituaties voorkomen en hinder van bestaande overlastsituaties terugdringen

Geluidshinder heeft een sterke invloed op de gezondheidsbeleving van Brabanders. Onze ambitie is om in 2030 nieuwe geluidshindersituaties te hebben voorkomen en de hinder in bestaande overbelaste situaties zoveel als mogelijk teruggedrongen te hebben.

Indicator: 

  • Afname van het percentage Brabanders die ernstige hinder ondervinden door geluid.

Geur: Voor bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag wordt voldaan aan de grenswaarden, zoals opgenomen in de beleidsregel industriële geur.

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Geur: Voor bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag wordt voldaan aan de grenswaarden, zoals opgenomen in de beleidsregel industriële geur.

Voor geur veehouderij geldt dat de cumulatieve geurhinder of achtergrondbelasting op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger dan 20%.

Indicator: 

  • aantal bestaande overlast situaties geur neemt af of blijft gelijk (van bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag)

Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) leveren een bijdrage aan een gezonde fysieke leefomgeving en daarmee een bijdrage aan een goed werk- en leefklimaat.

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat willen we bereiken? - Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) leveren een bijdrage aan een gezonde fysieke leefomgeving en daarmee een bijdrage aan een goed werk- en leefklimaat.

Indicator:

  • De kwaliteit van de uitvoering van VTH voldoet aan de kaders van landelijke wetgeving;
  • Bij het opstellen van de provinciale beleidskaders en uitvoeringsagenda’s voor o.a. Natuur, Water, Milieu, Energie, Landbouw en Voedsel wordt bewust bezien of en hoe beschikbare VTH-instrumenten ingezet kunnen worden om een bijdrage te leveren aan het bereiken van een beleidsdoel.

Beleidskaders en uitvoeringsagenda's

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Beleidskaders en uitvoeringsagenda's

Inzet verbonden partijen

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Inzet verbonden partijen

Ontwikkelingen en onzekerheden

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Ontwikkelingen en onzekerheden

Wat mag het kosten?

Terug naar navigatie - Programma 4 Natuur en milieu - Wat mag het kosten?
4. Natuur en milieu
Bedragen x € 1.000
Realisatie
Begroting 2026
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
na wijz.
2027
2028
2029
2030
Lasten
Programmalasten
177.735 N
199.225 N
191.213 N
170.441 N
162.250 N
152.342 N
Toerekening organisatiekosten
18.074 N
21.563 N
22.802 N
21.624 N
18.102 N
15.711 N
Totaal Lasten
195.810 N
220.788 N
214.015 N
192.065 N
180.352 N
168.053 N
Baten
Programmabaten
51.788 V
55.768 V
48.667 V
40.832 V
23.986 V
22.548 V
Bijdrage in toerekening org. kosten
0
0
0
0
0
0
Totaal Baten
51.788 V
55.768 V
48.667 V
40.832 V
23.986 V
22.548 V
Saldo van baten en lasten
144.021 N
165.020 N
165.348 N
151.232 N
156.367 N
145.505 N
Reservemutaties*
Storting in reserves
203.378 N
153.368 N
142.696 N
112.685 N
106.841 N
106.363 N
Onttrekking aan reserves
138.227 V
154.348 V
143.710 V
126.400 V
135.216 V
123.968 V
Resultaat incl. reservemutaties
209.172 N
164.040 N
164.334 N
137.518 N
127.992 N
127.900 N
Omschrijving (toelichting)