Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling

Inleiding

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Inleiding

Brabant behoort tot de economisch sterke en innovatieve regio’s van Nederland en Europa. Die positie is niet vanzelfsprekend. Geopolitieke spanningen, hoge energieprijzen en onzekerheid over de internationale handel drukken op de economische ontwikkeling. De Nederlandsche Bank verwacht dat de Nederlandse economie na een groei van 0,8% in 2026 in 2027 weer aantrekt tot 1,2%. De inflatie daalt naar verwachting verder tot 2,3% in 2027. De vooruitzichten zijn daarmee gematigd positief, maar blijven afhankelijk van internationale ontwikkelingen en energieprijzen.

Ook de arbeidsmarkt blijft een belangrijke randvoorwaarde voor economische groei. Uit de UWV Arbeidsmarktprognose 2026–2028 blijkt dat de banengroei de komende jaren beperkt is en sterk samenhangt met de ontwikkeling van de energieprijzen. De verschillen tussen regio’s zijn daarbij aanzienlijk. Zuidoost-Brabant behoort tot de regio’s waar tot 2028 een relatief sterke banengroei van meer dan 2% wordt verwacht. Tegelijkertijd blijven sectoren als zorg en welzijn, specialistische zakelijke dienstverlening en ICT groeien. Vergrijzing, digitalisering en AI veranderen bovendien de vraag naar arbeid en vaardigheden. Dit onderstreept het belang van blijvende investeringen in scholing en de ontwikkeling van talent.

Tegelijkertijd verandert het internationale economische speelveld. Innovatie, strategische autonomie en het verminderen van afhankelijkheden krijgen zowel nationaal als Europees steeds meer gewicht. De Nationale Technologiestrategie richt zich op tien sleuteltechnologieën waarin Nederland internationaal onderscheidend kan zijn, waaronder halfgeleiders, kunstmatige intelligentie en data, geïntegreerde fotonica, biotechnologie en cybersecurity. Ook Europa zet sterker in op het verkleinen van de innovatieachterstand, verduurzaming van de industrie en het verminderen van strategische afhankelijkheden.

Voor Brabant werken deze ontwikkelingen direct door in de economie. Onze sterke internationale oriëntatie en sterke maak- en hightechindustrie maken Brabant gevoelig voor schommelingen in energieprijzen, internationale handel en toeleveringsketens. Tegelijkertijd bieden de sterke kennis- en innovatieclusters juist kansen om te profiteren van nationale en Europese investeringen in sleuteltechnologieën en strategische autonomie. De beschikbaarheid van talent, ruimte, energie-infrastructuur en grondstoffen is daarbij steeds bepalender voor de mate waarin Brabant deze kansen kan verzilveren.

In 2027 blijven we daarom inzetten op de ontwikkeling en toepassing van sleuteltechnologieën, sterke economische waardeketens en innovatiecoalities. Daarnaast werken we aan voldoende talent, digitale infrastructuur en cyberweerbaarheid en aan goede randvoorwaarden voor het Brabantse vestigingsklimaat.

Met de Uitvoeringsagenda Economie, Kennis & Talentontwikkeling 2024–2027 Onderweg naar een toekomstbehendige economie vertalen we deze ambities naar concrete acties. In 2027, het laatste jaar van deze uitvoeringsagenda, bouwen we voort op de ingezette koers en brengen we ontwikkelde aanpakken en samenwerkingsverbanden verder in uitvoering. Daarmee werken we aan een Brabantse economie die innovatief en internationaal concurrerend is, voldoende talent weet te ontwikkelen en behouden en tegelijkertijd weerbaar en toekomstbestendig is.

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Wat willen we bereiken?

Brabant is een vooraanstaande speler in het Europese innovatiesysteem

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Wat willen we bereiken? - Brabant is een vooraanstaande speler in het Europese innovatiesysteem

Noord-Brabant behoort structureel tot de groep Innovation Leaders en staat in de Europese top-25 van meest innovatieve regio’s. Met een sterke hightech-industrie, toonaangevende kennisinstellingen en een cultuur van samenwerking, is Brabant internationaal zichtbaar als innovatiemotor. Op die basis bouwen we in 2027 verder: onze ambitie is om in 2030 door te groeien naar de top-15 meest innovatieve regio’s van Europa.

Indicatoren: 

•    We streven naar een structurele top-15 notering in de Regional Innovation Scoreboard van de Europese Commissie in 2030

Brabant heeft internationaal een uitstekende economische concurrentiepositie.

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Wat willen we bereiken? - Brabant heeft internationaal een uitstekende economische concurrentiepositie.

Brabant heeft een sterke internationale economische concurrentiepositie. In de meest recente Regional Competitiveness Index uit 2022 staat Brabant op de vierde positie, tegenover de twintigste positie in 2019. Ook de Brabantse economie ontwikkelt zich positief. Volgens de voorlopige cijfers van het CBS groeide de Brabantse economie in 2025 met 1,7% ten opzichte van het jaar ervoor. Om onze internationale concurrentiepositie te behouden en verder te versterken, blijven we inzetten op innovatie, talent, sterke economische waardeketens en goede randvoorwaarden voor het Brabantse vestigingsklimaat.

Indicatoren:

  •  We streven naar een top-15 notering in de Regional Competitiveness Index van de Europese Commissie in 2030.
  • % toename van het bruto regionaal product (BRP) ten opzichte van het voorgaande jaar (BBV-verplichte indicator)

In de Brabantse samenleving plukt iedereen de vruchten van economisch succes.

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Wat willen we bereiken? - In de Brabantse samenleving plukt iedereen de vruchten van economisch succes.

In de Brabantse economie draait het vooral om mensen: inwoners krijgen kansen om mee te doen, ervaren zekerheid in werk en inkomen en profiteren van de vooruitgang die we samen realiseren. Groei heeft pas waarde als deze bijdraagt aan gezondheid, welzijn en een leefbare omgeving, nu én in de toekomst. Daarom investeren we verder in onderwijs, innovatie en een inclusieve arbeidsmarkt. Zo bouwen we aan een Brabant waar in 2030 iedereen de vruchten plukt van duurzame groei en economische kracht.

Indicatoren:

  • We streven ernaar om in 2030 op de CBS-indicatoren voor brede welvaart ‘bbp per hoofd bevolking’ en ‘Opleidingsniveau’ beter dan wel gelijk te scoren ten opzichte van 2020 (startdatum Beleidskader)
  • % bruto arbeidsparticipatie (werkgelegenheid) (BBV-verplichte indicator).

De Brabantse economie is verregaand circulair.

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Wat willen we bereiken? - De Brabantse economie is verregaand circulair.

Voor de transitie naar een circulaire economie zetten we in op (her)gebruik en alternatieven voor fossiele grondstoffen, reductie van zogenaamde primaire grondstoffen binnen onder andere de maakindustrie (waar de IC Semicon onder valt) en de bouw (waar we inzetten op secundaire grondstoffen en op biotische grondstoffen: de IC vezelstrategie).

Indicatoren:

•    Het gebruik van niet-vernieuwbare grondstoffen is volgens de landelijke afspraken met 50% verminderd in 2030.

Beleidskaders en uitvoeringsagenda's

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Beleidskaders en uitvoeringsagenda's

Inzet verbonden partijen

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Inzet verbonden partijen

Voor het realiseren van de doelstellingen uit dit begrotingsprogramma worden onderstaande verbonden partijen ingezet: 

Nadere informatie over verbonden partijen staat in de paragraaf Verbonden partijen.

Ontwikkelingen en onzekerheden

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Ontwikkelingen en onzekerheden

Geopolitieke ontwikkelingen en onzekerheid over de internationale handel en energieprijzen zorgen voor onzekerheid voor de Brabantse economie.

Daarnaast blijven verschillende schaarstevraagstukken van invloed op de innovatie- en groeikansen van Brabant. Het gaat onder meer om de krapte op de arbeidsmarkt, het tekort aan betaalbare woningen, de beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet, schaarste aan ruimte en de beschikbaarheid van grondstoffen en materialen. Ook beperkingen als gevolg van stikstof en de achterblijvende arbeidsproductiviteit kunnen de economische ontwikkeling beïnvloeden.

De mate waarin deze ontwikkelingen zich voordoen en elkaar versterken, is onzeker en kan gevolgen hebben voor het tempo waarin economische ontwikkelingen en ambities kunnen worden gerealiseerd.

Wat mag het kosten?

Terug naar navigatie - Programma 5 Economie, Kennis en Talentontwikkeling - Wat mag het kosten?
5. Economie
Bedragen x € 1.000
Realisatie
Begroting 2026
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
na wijz.
2027
2028
2029
2030
Lasten
Programmalasten
90.008 N
88.999 N
50.437 N
25.403 N
24.256 N
22.206 N
Toerekening organisatiekosten
9.833 N
9.652 N
9.934 N
7.904 N
7.904 N
7.904 N
Totaal Lasten
99.841 N
98.651 N
60.371 N
33.307 N
32.161 N
30.110 N
Baten
Programmabaten
51.915 V
30.303 V
307 V
195 V
94 V
94 V
Bijdrage in toerekening org. kosten
2.553 V
0
0
0
0
0
Totaal Baten
54.467 V
30.303 V
307 V
195 V
94 V
94 V
Saldo van baten en lasten
45.373 N
68.348 N
60.064 N
33.112 N
32.066 N
30.015 N
Reservemutaties*
Storting in reserves
27.691 N
24.198 N
17.098 N
3.458 N
3.458 N
3.458 N
Onttrekking aan reserves
36.491 V
59.481 V
39.180 V
3.096 V
2.051 V
0
Resultaat incl. reservemutaties
36.573 N
33.065 N
37.982 N
33.473 N
33.473 N
33.473 N
Omschrijving (toelichting)

Lasten
De verschillen in de raming van de lasten in 2027 ten opzichte van 2026 (€ 38,5 mln.(V)), worden met name veroorzaakt doordat er voor MIT (rijksmiddelen € 5,25 mln.(V), en Europese 
programma’s (€ 35 mln.(V) voor cofinanciering + Efro-bijdragen) in 2027 (nog) geen/lagere bedragen voor uitvoering zijn geraamd (omdat beschikkingen nog niet zijn ontvangen). 
Verder is er in 2026 een bedrag ad € 2,4 mln.(V) in de begroting opgenomen voor afronding van lopende projecten terwijl hier in begroting 2027 geen bedragen (meer) voor zijn geraamd. (Deze 
lopende projecten hebben betrekking op Campussen, toekomstbestendige clusters en triple helix, DataEconomie, impuls beleidskader.)
Voor Green Chemistry Campus is in 2026 € 1 mln. (V) geraamd terwijl hiervoor in 2027 niets is geraamd.
Vanuit Algemeen Economisch Budget is in 2026 € 2,2 mln. (N) afgeraamd t.b.v. storting in reserve Europese Programma’s t.b.v. extra cofinancieringvoorziening m.b.t. Interreg/OPZuid: Defensie en 
Gezondheid). Verder zijn er voor de uitvoeringsagenda 2024-2027 in 2027 meer uitgaven geraamd dan in 2026 voor bv. DataEconomie, economische structuurversterking en arbeidsmarktbeleid, naar 
verwachting zal dit € 3 mln. (N) hoger zal zijn. 


Baten
De verschillen in de raming van de baten in 2027 ten opzichte van 2026 (bijna €30 mln. lager), worden veroorzaakt doordat voor de Efro-bijdragen m.b.t. Europese programma’s in 2027 nog 
geen bedrag is geraamd en er voor 2026 een bedrag van€ 30 mln. is opgenomen.